vonnis
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
handelskamer
zaaknummer / rolnummer: C/16/583982 / KG ZA 24-566
Vonnis in kort geding van 28 januari 2025
[eiser] T.H.O.D.N. [handelsnaam],
wonende te [woonplaats] ,
eiser,
advocaat mr. T.J.G. Heideveld te Tiel,
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BOL.COM B.V.,
gevestigd te Utrecht,
gedaagde,
rechtshulpverlener mr. [A] te [.] .
Partijen zullen hierna [handelsnaam] en Bol.com genoemd worden.
2 De kern van de zaak en het oordeel van de voorzieningenrechter
2.1.
Partijen hebben een overeenkomst gesloten waarbij [handelsnaam] sinds 2015 als verkooppartner via het platform van Bol.com sieraden verkoopt via een verkoopaccount. De betaling verloopt via het platform, waarbij klanten betalen aan Bol.com. Bol.com keert deze betalingen achteraf uit aan [handelsnaam] . Bol.com hanteert een retourbeleid waarbij consumenten gekochte artikelen binnen 30 dagen zonder opgave van redenen kunnen retourneren aan de verkooppartner, in dit geval [handelsnaam] , en Bol.com deze consumenten terugbetaalt. [handelsnaam] heeft meermaals beschadigde retouren ontvangen. In november 2021 heeft mediation plaatsgevonden tussen partijen. Volgens [handelsnaam] hebben partijen daarbij afgesproken dat Bol.com bij beschadigde retouren 75% van de verkoopprijs aan hem vergoedt en [handelsnaam] een vaste contactpersoon krijgt bij Bol.com. [handelsnaam] wil dat Bol.com deze afspraken nakomt. Ook wil [handelsnaam] dat het Bol.com wordt verboden om 1) beleidspunten van zijn verkoopaccount af te trekken en 2) om de betaling van de beschadigde retouren te crediteren. [handelsnaam] wil ook dat Bol.com haar retourbeleid aanpast.
2.2.
De voorzieningenrechter zal [handelsnaam] geen gelijk geven. Hierna wordt uitgelegd waarom.
3 De beoordeling
Het spoedeisend belang
3.1.
Anders dan Bol.com heeft aangevoerd, heeft [handelsnaam] een voldoende spoedeisend belang bij de gevraagde voorzieningen. [handelsnaam] is immers voor een groot deel van zijn omzet afhankelijk van het platform en als Bol.com beleidspunten aftrekt, dan kan dit ertoe leiden dat zijn verkoopaccount wordt geblokkeerd en hij omzet misloopt.
Wat zijn partijen overeengekomen?
3.2.
[handelsnaam] wil onder meer dat Bol.com een vaste vergoeding van 75% van de verkoopprijs aan hem betaalt bij beschadigde retouren en dat [handelsnaam] een vaste contactpersoon krijgt bij Bol.com. Deze vorderingen strekken tot nakoming van de tussen partijen gemaakte afspraken. Los van de vraag of deze vorderingen tot nakoming – zoals door Bol.com wordt aangevoerd – declaratoir zijn en daarom niet geschikt voor een beoordeling in kort geding, geldt het volgende. Een vordering tot nakoming kan in kort geding alleen worden toegewezen, als voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter het standpunt van [handelsnaam] zal volgen. Dat is niet het geval.
Vaste vergoeding van 75% van de verkoopprijs
3.3.
[handelsnaam] heeft – gelet op het verweer van Bol.com – onvoldoende aannemelijk gemaakt dat een rechter in een eventueel te voeren bodemprocedure zal oordelen dat partijen tijdens de mediation in november 2021 hebben afgesproken dat Bol.com bij beschadigde retouren een vaste vergoeding van 75% van de verkoopprijs aan [handelsnaam] betaalt. [handelsnaam] verwijst in dit verband naar het door haar in productie 12 bij dagvaarding overgelegde betalingsoverzicht. Voor zover uit dit betalingsoverzicht kan worden afgeleid dat Bol.com in bepaalde gevallen 75% van de verkoopprijs aan [handelsnaam] heeft vergoed, kan hieruit niet worden afgeleid dat dit een vaste afspraak was tussen partijen. Dit wordt immers gemotiveerd betwist door Bol.com. Zo volgt uit de door Bol.com overgelegde e-mailberichten van 10 december 2021 en 4 februari 2022 dat Bol.com bij een beschadigde retour niet 75% maar 100% van de verkoopprijs aan [handelsnaam] heeft vergoed. Zoals door Bol.com terecht wordt aangevoerd, valt niet in te zien waarom Bol.com akkoord zou zijn gegaan met uitkering van een hoger percentage indien partijen een vaste vergoeding van 75% van de verkoopprijs zouden zijn overeengekomen. Dat – zoals [handelsnaam] stelt – in dat geval sprake was van bijzondere situaties, is door Bol.com betwist.
3.4.
Ook uit de door [handelsnaam] bij dagvaarding overgelegde e-mails van 9 februari 2022, 14 februari 2022 en 12 februari 2024 kan deze afspraak niet worden afgeleid. In de e-mail van 9 februari 2022 wordt weliswaar gesproken over een vergoeding van 75%, maar hieruit blijkt niet dat dit een vaste afspraak was tussen partijen. Dit geldt ook voor de e-mail van 14 februari 2022. Hieruit blijkt slechts dat tussen partijen een bepaalde constructie gold en dat – bij een beschadigd retour gekomen artikel – Bol.com ervoor kiest om “het voor de klant op te lossen zonder dat dit voor de partner ( [handelsnaam] in dit geval) financieel nadelige gevolgen heeft.” Uit de e-mail van 12 februari 2024 kan weliswaar worden afgeleid dat voor [handelsnaam] niet de reguliere procedures golden met betrekking tot de vergoedingen, maar dat deze afspraak inhield dat sprake was van een vaste – en permanente - vergoeding van 75% van de verkoopprijs blijkt ook hieruit niet. In deze e-mail schrijft Bol.com immers slechts aan [handelsnaam] : “zoals in mijn vorige mail aangegeven, gaan we dus over tot het hanteren van de reguliere procedures. Dat geldt dus per deze week en ook voor dergelijke coulance vergoedingen.”
3.5.
Voor het antwoord op de vraag wat partijen precies hebben afgesproken - zowel over de omvang als de duur - over de vergoeding van Bol.com aan [handelsnaam] bij beschadigde retouren, is dan ook nader feitenonderzoek en/of bewijslevering nodig. Dit kort geding leent zich daar niet voor.
3.6.
[handelsnaam] heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat een bodemrechter zal oordelen dat partijen hebben afgesproken dat [handelsnaam] een vaste contactpersoon krijgt en zal behouden bij Bol.com. Tussen partijen staat weliswaar niet ter discussie dat zij tijdens de mediation in 2021 hebben afgesproken dat [handelsnaam] een vaste contactpersoon zou krijgen, maar deze afspraak was – zoals door Bol.com terecht wordt aangevoerd – tijdelijk van aard. Dit is door [handelsnaam] tijdens de mondelinge behandeling ook als zodanig erkend. Dit betekent dat de voorzieningenrechter op dit moment van oordeel is dat [handelsnaam] – vier jaar na dato – geen aanspraak meer kan maken op nakoming van deze afspraak.
3.7.
[handelsnaam] vordert een verbod voor Bol.com om zonder voorafgaand overleg en/of nadere onderbouwing, in strijd met de gemaakte afspraken, beleidspunten in mindering te brengen.
3.8.
Op de tussen partijen gesloten overeenkomst zijn de Gebruikersvoorwaarden Zakelijke Verkopen via bol (hierna: de Gebruikersvoorwaarden) van toepassing. In artikel 15 lid 4 van de Gebruikersvoorwaarden is, onder andere, bepaald dat het overtreden van de Gebruikersvoorwaarden kan leiden tot beleidsovertredingen en puntenaftrek, waarbij een puntentotaal van nul sluiting van het verkoopaccount betekent. Bol.com heeft onweersproken gesteld dat deze bepaling in overeenstemming is met de Europese Platform-to-Business-Verordening (2019/1150) en de Digital Services Act (2022/2065). Op basis van deze bepaling heeft Bol.com dan ook het recht om bij overtreding van de Gebruikersvoorwaarden – na schriftelijke onderbouwing – beleidspunten af te trekken. Dat partijen hierover andere afspraken hebben gemaakt, heeft [handelsnaam] onvoldoende aannemelijk gemaakt. Dit kan immers nergens uit worden afgeleid.
3.9.
[handelsnaam] vordert daarnaast een verbod voor Bol.com om, in strijd met de gemaakte afspraken, beschadigde retouren te crediteren en een dusdanige aanpassing van het retourbeleid zodat [handelsnaam] richting de consument een beroep kan doen op zijn wettelijke recht om een waardevermindering toe te passen.
3.10.
De voorzieningenrechter is op dit moment van oordeel dat van Bol.com – als eigenaar van een platform met meer dan 50.000 verkooppartners – niet verwacht kan worden dat zij in individuele gevallen (sterk) afwijkende voorwaarden en/of een afwijkend retourbeleid hanteert. Het staat Bol.com vrij om ter promotie en instandhouding van haar platform consumentvriendelijke gebruikersvoorwaarden te hanteren waarbij consumenten de aankoop binnen 30 dagen zonder opgave van redenen kunnen retourneren en zij worden terugbetaald. [handelsnaam] heeft zich door het sluiten van de overeenkomst met Bol.com verbonden aan de door Bol.com gehanteerde voorwaarden. Dat partijen hierover andere afspraken hebben gemaakt, heeft [handelsnaam] in dit kort geding onvoldoende aannemelijk gemaakt.
3.11.
Het voorgaande leidt ertoe dat de gevraagde voorzieningen en de daaraan verbonden dwangsommen zullen worden afgewezen.
3.12.
[handelsnaam] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Bol.com worden begroot op:
- griffierecht € 688,00
- salaris advocaat 1.107,00
Totaal € 1.795,00
3.13.
[handelsnaam] zal ook worden veroordeeld in de nakosten. Deze kosten zullen worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.
4 De beslissing
De voorzieningenrechter
4.1.
wijst de vorderingen af;
4.2.
veroordeelt [handelsnaam] in de proceskosten, aan de zijde van Bol.com tot op heden begroot op € 1.795,00;
4.3.
veroordeelt [handelsnaam] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:
- € 178,00 aan salaris advocaat;
- te vermeerderen met € 92,00 aan salaris advocaat en met de explootkosten als [handelsnaam] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden;
4.4.
verklaart de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. Wachter en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2025.