Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBMNE:2022:3095

Rechtbank Midden-Nederland
03-08-2022
03-08-2022
UTR 21/4168
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig

Locatievoorschrift demonstratie abortuskliniek. Beroep gegrond, procesbelang aanwezig, motiveringsgebrek, burgemeester moet een nieuw besluit nemen. De burgemeester heeft als voorschrift opgelegd dat de demonstratie niet bij de abortuskliniek mag plaatsvinden, maar alleen op de laad- en loszone 70 meter verderop. Dit vindt de burgemeester noodzakelijk in het belang van de verkeersveiligheid en de volksgezondheid, omdat de aangekondigde demonstratie bij de abortuskliniek op de stoep tot een verkeersonveilige situatie kon leiden waarin de – toen geldende – 1,5m afstandsregel niet kon worden nageleefd. De rechtbank vindt dat de burgemeester onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het om die redenen noodzakelijk was om te bepalen dat de demonstratie alleen op de laad- en loszone mocht plaatsvinden. De burgemeester heeft in het besluit alleen de stoep betrokken en niet de parkeervakken tegenover de kliniek. Ook is op zitting onvoldoende gebleken dat de aangekondigde demonstratie op een parkeervak tot een verkeersonveilige situatie kon leiden waarin 1,5m afstand-regel niet kon worden nageleefd.

Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 21/4168


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 augustus 2022 in de zaak tussen


de vereniging Jezus Leeft, gevestigd in Giessenburg (de vereniging),

(gemachtigden: J.A.C. van Ooijen en J. Romijn)

en

de burgemeester van de gemeente Utrecht (de burgemeester)

(gemachtigden: mr. H. Kavi en mr. R. Hermans).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: de abortuskliniek Vrelinghuis, gevestigd in Utrecht (het Vrelinghuis).

Inleiding

De vereniging heeft op 2 mei 2021 de burgemeester in kennis gesteld van het voornemen om op 5 mei 2021 te gaan demonstreren voor het Vrelinghuis aan de Biltstraat 423 in Utrecht. In de kennisgeving heeft de vereniging aangegeven dat zij tussen 10 en 12 uur een ambulance met spandoek daar wil parkeren en dat zij met drie demonstranten is.

De burgemeester heeft op 4 mei 2021 besloten om voorschriften aan de demonstratie te verbinden vanwege de verkeersveiligheid en de volksgezondheid. Die voorschriften komen er – kort gezegd – op neer dat de vereniging:

  • -

    de ambulance alleen mag parkeren op een laad- en loszone circa 70 meter verderop aan de Biltstraat en alleen daar mag demonstreren;

  • -

    flyers en andere producten niet van hand op hand mag uitreiken in verband met de anderhalve meter afstandsregel.

De vereniging heeft bezwaar gemaakt. Dit bezwaar is door de burgemeester op 12 oktober 2021 ongegrond verklaard (in het bestreden besluit). De vereniging heeft vervolgens beroep ingesteld, omdat zij het niet eens is met het voorschrift dat zij alleen op de laad- en loszone mag demonsteren. Het Vrelinghuis heeft een reactie ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 22 juni 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: J.A.C. van Ooijen namens de vereniging en de gemachtigden van de burgemeester. Namens het Vrelinghuis is niemand verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Heeft de vereniging procesbelang?

1. De vereniging wilde op 5 mei 2021 demonstreren. Die datum is inmiddels voorbij. De demonstratie heeft niet plaatsgevonden. De rechtbank ziet zich daarom voor de vraag gesteld of de vereniging een procesbelang heeft bij een beoordeling van het bestreden besluit. De rechtbank vindt van wel. Een procesbelang kan namelijk zijn gelegen in de omstandigheid dat zich tussen dezelfde partijen in de toekomst een soortgelijk geschil kan voordoen.1 Aangezien de vereniging heeft aangegeven dat zij in de toekomst wil demonstreren voor het Vrelinghuis, is daarvan sprake. De rechtbank stelt daarom vast dat de vereniging een procesbelang heeft bij de beoordeling van het bestreden besluit.

Mocht de burgemeester als voorschrift opleggen dat de demonstratie op de laad- en loszone moet plaatsvinden?

Waarom heeft de burgemeester de laad- en loszone aangewezen voor de demonstratie?

2. De burgemeester vindt de situatie bij het Vrelinghuis niet geschikt voor het houden van een demonstratie. Dit houdt geen verband met de omstandigheid dat het gaat om een demonstratie tegen abortus voor een abortuskliniek en het in verband daarmee stellen van een bufferzone.2 Er is volgens de burgemeester namelijk geen bufferzone bij het Vrelinghuis. Ook heeft het niets te maken met het voorkomen of bestrijden van wanordelijkheden. De burgemeester vindt de locatie niet geschikt vanwege de verkeerssituatie. De stoep voor het Vrelinghuis is namelijk erg smal en direct gelegen naast een druk fietspad. Door de ambulance op die stoep te parkeren en daar te demonstreren, zouden voorbijgangers moeten uitwijken naar het fietspad. Dit levert volgens de burgemeester gevaarlijke situaties op. Daarbij betrekt de burgemeester ook dat er in de omgeving een school en kinderopvanglocaties zijn, waardoor het druk is op de stoep en het fietspad. Dat geldt eveneens voor de stoep aan de andere kant van de straat. Naast dat het gevaarlijke situaties in het verkeer oplevert, maakt een demonstratie op deze krappe plek het volgens de burgemeester ook vrijwel onmogelijk om de (toen geldende) anderhalve meter afstandsregel na te leven. De burgemeester vindt daarom dat het om redenen van verkeersveiligheid en volksgezondheid nodig is dat de demonstratie op de laad- en loszone plaatsvindt.

Waarom vindt de vereniging de locatie bij het Vrelinghuis wel geschikt?

3. Volgens de vereniging heeft een demonstratie op de laad- en loszone circa 70 meter verderop geen zin, want de demonstranten willen dat de bezoekers van het Vrelinghuis hen kunnen zien. Het maakt de vereniging niet uit of zij recht voor de kliniek staan, ernaast of aan de overkant van de straat, zolang ze maar zicht hebben op het Vrelinghuis. De vereniging ziet verder ook niet in hoe de verkeersveiligheid en de volksgezondheid door een demonstratie bij het Vrelinghuis in het geding zouden kunnen komen. De vereniging wilde namelijk alleen de ambulance parkeren en met de drie demonstranten daarin blijven zitten.

Waarom wil het Vrelinghuis dat de demonstratie daar niet plaatsvindt?

4. Het Vrelinghuis is het eens met het locatievoorschrift van de burgemeester. De Billtstraat waaraan de kliniek is gevestigd is een cruciale verkeersader. Bovendien heeft het Vrelinghuis bij demonstraties tegen abortus van andere organisaties dan de vereniging gemerkt dat de demonstranten zich niet aan de afspraken houden en wel de auto uitgaan en vrouwen ongevraagd lastig vallen en intimideren. Het Vrelinghuis ondervindt dan ook veel overlast van demonstraties en wil daarom dat die demonstraties alleen op de laad- en loszone plaatsvinden.

Wat vindt de rechtbank?

5. De rechtbank toetst of de burgemeester als voorschrift heeft mogen opleggen dat de demonstratie op de laad- en loszone moet plaatsvinden. De rechtbank bekijkt in dat verband of de burgemeester terecht heeft gesteld dat het nodig is om dit voorschrift te stellen in het belang van de verkeersveiligheid en de volksgezondheid. Ook bekijkt de rechtbank of de burgemeester niet had kunnen volstaan met een minder vergaand voorschrift.3 Aangezien de burgemeester uitdrukkelijk heeft gezegd dat het voorschrift niet is gesteld vanwege eventuele wanordelijkheden, maakt dit geen onderdeel uit van de beoordeling van de rechtbank. Datzelfde geldt voor de ervaringen van het Vrelinghuis met eerdere demonstraties van andere organisaties. De burgemeester heeft dit weliswaar in het bestreden besluit genoemd, maar dat was alleen om de context te schetsen en lag volgens de burgemeester niet ten grondslag aan het voorschrift. Dat betekent dat voor zover het Vrelinghuis het heeft over die eerdere ervaringen en de overlast die zij heeft ondervonden, dit niet iets is dat nu aan de rechtbank voorligt.

6. Als de rechtbank dan kijkt naar het voorschrift dat door de burgemeester is opgelegd, dan vindt zij dat de burgemeester niet goed heeft gemotiveerd waarom de demonstratie op de laad- en loszone moet plaatsvinden. Uit de argumenten die de burgemeester noemt, kan namelijk niet worden opgemaakt dat het nodig is in het belang van de verkeersveiligheid en de volksgezondheid om naar de laad- en loszone uit te wijken en dat er niet had kunnen worden volstaan met een minder vergaand voorschrift. De rechtbank licht dat hieronder toe.

7. In het bestreden besluit betrekt de burgemeester alleen de stoep recht voor het Vrelinghuis en de stoep aan de overkant van de straat. Het parkeren van de ambulance op de stoep zou voor een verkeersonveilige situatie en het niet kunnen naleven van de anderhalve meter afstandsregel zorgen. Er zijn echter aan de overkant van de straat recht tegenover het Vrelinghuis ook parkeervakken. Dat gegeven heeft de burgemeester in het bestreden besluit niet betrokken. Volgens de burgemeester hoefde zij dit ook niet te betrekken, omdat de kennisgeving van de vereniging niet zag op die parkeervakken. Ook had een reservering van een parkeerplek veertien dagen vóór de demonstratie moeten worden aangevraagd en dat was – gelet op de korte tijd tussen de kennisgeving en de aangekondigde demonstratie – niet meer haalbaar.

8. De rechtbank is het niet met de burgemeester eens. De burgemeester had de parkeervakken aan de overkant van het Vrelinghuis wel moeten betrekken. De vereniging heeft namelijk in de kennisgeving aangegeven te willen demonsteren voor de Biltstraat 423 en daar de ambulance te willen parkeren. De vereniging heeft niet gezegd dat zij specifiek op de stoep wil demonstreren en nergens anders. Sterker nog: de vereniging heeft tijdens de bezwaarprocedure juist bevestigd dat het haar niet uitmaakt of zij de ambulance recht voor, naast of tegenover het Vrelinghuis parkeert. De rechtbank vindt daarom dat de burgemeester de kennisgeving niet heeft mogen opvatten als een kennisgeving voor een demonstratie op de stoep. Dit is dan ook geen reden om de parkeervakken tegenover het Vrelinghuis buiten beschouwing te laten. Datzelfde geldt voor de omstandigheid dat er geen tijd meer zou zijn geweest om een parkeervak te reserveren. Dit is namelijk niet besproken met de vereniging en ook verder is niet gebleken dat dit een reden is geweest om de parkeergelegenheid niet te betrekken in de beoordeling.

9. De rechtbank vindt daarom dat de burgemeester had moeten beoordelen of – als de demonstratie op een parkeervak aan de overkant van het Vrelinghuis zou plaatsvinden – het ook nodig zou zijn geweest in het belang van de verkeersveiligheid en de volksgezondheid om dat niet toe te staan en te bepalen dat de demonstratie op de laad- en loszone moet plaatsvinden. Doordat de burgemeester dat niet heeft gedaan, dekt het bestreden besluit de lading niet. Het bestreden besluit is dan ook met andere woorden ondeugdelijk gemotiveerd.

10. Op zitting heeft de rechtbank het alsnog met partijen erover gehad hoe de situatie zou zijn als de demonstratie op een parkeervak aan de overkant van de straat bij het Vrelinghuis zou plaatsvinden. De gemachtigden van de burgemeester hebben toen aangegeven dat dit niet tot een andere uitkomst zou hebben geleid. Ook dan zou er een verkeersonveilige situatie zijn ontstaan, waarin bovendien de anderhalve meter afstandsregel niet zou kunnen zijn nageleefd. Mensen zouden namelijk mogelijk de straat kunnen oversteken. Dat is gevaarlijk, zeker omdat de Biltstraat op dit punt erg druk is vanwege de school en de kinderopvangcentra in de buurt. Het is daarom volgens de burgemeester veiliger om te demonstreren op de laad- en loszone die aan dezelfde kant van de weg is als het Vrelinghuis.

11. De rechtbank ziet dit anders. Het gaat er in de eerste plaats niet om wat de veiligste locatie is voor een demonstratie. Het gaat erom of het noodzakelijk is in het belang van de verkeersveiligheid en de volksgezondheid om te bepalen dat de demonstratie niet op een parkeervak aan de overkant van de straat plaatsvindt, maar op de laad- en loszone. Dat is niet gebleken. De vereniging zou namelijk alleen de ambulance parkeren en de drie demonstranten zouden daarin blijven zitten. Het is niet duidelijk waarom de anderhalve meter afstandsregel in die situatie niet zou kunnen worden nageleefd. Ook betekent de omstandigheid dat de demonstranten in de ambulance zouden blijven zitten, dat er geen aanleiding is om aan te nemen dat de demonstranten de straat zouden oversteken. De vereniging heeft bovendien aangegeven dat er vlakbij een oversteekplaats voor voetgangers is. Als er al mensen zijn die de straat willen oversteken richting de ambulance, dan kan dat dus daar en hoeft het niet tot een verkeersonveilige situatie te leiden. Dat er een oversteekplaats dichtbij is, is door de burgemeester niet weersproken. De rechtbank vindt daarom dat de enkele stelling dat er mogelijk mensen de straat oversteken onvoldoende is om te concluderen dat er een dusdanig verkeersonveilige situatie ontstaat dat de demonstratie op de laad- en loszone moet plaatsvinden.

12. Voor zover de burgemeester heeft betoogd dat het erg druk is bij het Vrelinghuis in verband met kinderopvangcentra en een school in de buurt, merkt de rechtbank tot slot op dat de vereniging wilde demonstreren tussen 10.00 en 12.00 uur op Bevrijdingsdag vanuit een geparkeerde ambulance. De rechtbank ziet niet in waarom het – ondanks deze omstandigheden – toch zo druk zou zijn geweest op dat moment dat de demonstratie tot verkeersonveiligheid en/of het niet kunnen naleven van anderhalve meter afstandsregel zou hebben geleid.

13. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat ook niet is gebleken dat – als de parkeergelegenheid aan de overkant van de straat wordt meegenomen – het nodig is vanwege de verkeersveiligheid en/of de volksgezondheid om een voorschrift te verbinden aan de demonstratie die inhoudt dat de demonstratie alleen mag plaatsvinden op de laad- en loszone.

Conclusie en gevolgen

Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit wordt vernietigd. Er is geen reden om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten, omdat niet is gebleken dat het voorschrift om de demonstratie op de laad- en loszone te laten plaatsvinden, ondanks het motiveringsgebrek, terecht was opgelegd. Dat betekent dat de burgemeester een nieuw besluit moet nemen op de bezwaren van de vereniging. Daarvoor heeft de burgemeester zes weken de tijd. De burgemeester moet bij het nieuw te nemen besluit deze uitspraak in acht nemen. Dat betekent dat de burgemeester niet – op basis van de hiervoor besproken argumenten – kan zeggen dat het nodig is dat de demonstratie op de laad- en loszone moet plaatsvinden vanwege de verkeersveiligheid en de volksgezondheid. Wel is het aan de burgemeester om opnieuw te beoordelen of zij voorschriften wil en, gelet op het wettelijke kader, kan verbinden aan de demonstratie en zo ja, welke. De rechtbank zegt dus niet dat de vereniging nu kan demonstreren op het parkeervak voor het Vrelinghuis. Die beslissing blijft aan de burgemeester. Omdat de vereniging heeft aangegeven dat het haar er vooral om gaat om alsnog te demonstreren, geeft de rechtbank aan partijen mee om in het kader van het nieuw te nemen besluit met elkaar hierover te overleggen.

Omdat het beroep gegrond is moet de burgemeester het griffierecht aan de vereniging vergoeden. De burgemeester moet deze vergoeding betalen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 12 oktober 2021;

- draagt de burgemeester op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 181,- aan de vereniging moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.A.M. Elzakkers, rechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Pruntel, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 augustus 2022.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

1 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 oktober 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:3382).

2 Een bufferzone is – kort gezegd – een zone rondom een abortuskliniek waarbinnen niet tegen abortus mag worden gedemonstreerd.

3 Deze toets vloeit voort uit de Grondwet in combinatie met de Wet openbare manifestaties (Wom). Het recht om te demonstreren is een recht dat in de Grondwet is neergelegd. De burgemeester mag alleen beperkingen aan een demonstratie op een openbare plaats stellen als dit nodig is ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer of ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden (artikel 2 en artikel 5 van de Wom). Hier heeft de burgemeester een voorschrift opgelegd in het belang van de volksgezondheid en de verkeersveiligheid. Het belang van de bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden speelt in deze zaak geen rol.

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.