Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBMNE:2016:4093

Rechtbank Midden-Nederland
27-07-2016
27-07-2016
417629 / KG ZA 16/471
Civiel recht
Kort geding

De flat aan de Monnetlaan in Utrecht mag vanaf 15 september 2016 door de staat ontruimd worden. Een kraker van de flat had de voorzieningenrechter verzocht om de ontruiming te verbieden. De rechter wijst dit af omdat de staat een concreet en spoedeisend belang heeft om per 1 oktober 2016 te beginnen met een asbestinventarisering en het daarop volgende renovatieproject.

Individuele belangenafweging

De kraker stelt dat de ontruiming pas mag plaatsvinden als het kraken van de Monnetlaan-flat als strafbaar feit door de strafrechter is bewezen. Of als er een individuele belangenafweging is gemaakt over de vraag of ontruiming zwaarder weegt dan de belangen die zij heeft bij haar verblijf.

De rechter oordeelt dat een veroordeling door de strafrechter niet noodzakelijk is en dat het Openbaar Ministerie en de politie ontruimingsbevoegd zijn. Daarnaast is bij de belangenafweging het uitgangspunt dat het beëindigen van strafbare feiten en bescherming van anderen boven het huisrecht van de kraker staat. Dat kan in individuele gevallen anders uitvallen, maar dat is door de kraker niet aangevoerd.

Ontruiming

Het Openbaar Ministerie had aangegeven om de flat te ontruimen voor uiterlijk 4 augustus 2016. Dat mag volgens de rechter pas vanaf 15 september. De werkzaamheden aan de flat beginnen op 1 oktober 2016 en de krakers hebben aangegeven om voor de werkzaamheden te vertrekken en tot die tijd mee te werken aan de noodzakelijke bezichtigingen.

Rechtspraak.nl
JHV 2016/35 met annotatie van mr. C. Goudriaan
JHV 2016/47 met annotatie van mr. C. Goudriaan

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: 417629 / KG ZA 16/471

Vonnis in kort geding van 27 juli 2016

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. M.A.R. Schuckink Kool,

tegen

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

zetelend te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. M.G.B. Stevens.

Partijen zullen hierna [eiseres] en de Staat genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van [eiseres] ,

  • -

    de akte producties van [eiseres] ,

  • -

    de akte producties van de Staat,

  • -

    de akte aanvullende producties van de Staat.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

In de wijk Kanaleneiland in Utrecht vindt een grootschalig project plaats, waarbij een groot aantal woningen, verdeeld in acht verschillende blokken, wordt gerenoveerd. De acht zelfstandige woningen op het adres Monnetlaan, nummers 97 tot en met 111 (oneven nummers) in Utrecht (hierna: de Monnetlaan-flat) maken onderdeel uit van een te renoveren blok. De Monnetlaan-flat is eigendom van Grond Exploitatie Maatschappij C.V. (hierna: GEM), een consortium van de woningcorporaties Stichting Mitros en Stichting Portaal, vastgoedontwikkelaar Heijmans Vastgoed B.V. en de gemeente Utrecht. GEM heeft de Monnetlaan-flat in erfpacht uitgegeven aan Kanaleneiland B.V., welke partij de woningen na de renovatie uiteindelijk aan particulieren zal gaan verhuren.

2.2.

In afwachting van de renovatie is de Monnetlaan-flat tot 1 april 2016 tijdelijk verhuurd geweest met een vergunning van de Leegstandwet. GEM heeft per 1 april 2016 een overeenkomst gesloten met FMT Beheer B.V. (hierna: FMT), die de Monnetlaan-flat tot aan de renovatie tijdelijk in bruikleen wenst te geven aan tijdelijke bewoners, zogenaamde ‘anti-kraakwachten’ (hierna: de bruikleen-bewoners). De bruikleen-bewoners hebben de Monnetlaan-flat nog niet betrokken.

2.3.

Op of omstreeks 12 april 2016 heeft [eiseres] zich, samen met anderen, de toegang verschaft tot de Monnetlaan-flat en is daar gaan wonen. Op 13 april 2016 heeft FMT strafrechtelijk aangifte gedaan van het kraken van de Monnetlaan-flat. Op 9 juni 2016 heeft het Arrondissementsparket Midden-Nederland de bewoners van de Monnetlaan-flat aangemerkt als verdachten van (kort gezegd) kraken en daarbij het voornemen kenbaar gemaakt om de Monnetlaan-flat te ontruimen voor uiterlijk 4 augustus 2016.

2.4.

[eiseres] woont op dit moment met circa 10 anderen in de Monnetlaan-flat.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, kort gezegd, om de Staat (en via deze de Officier van Justitie te Utrecht) te verbieden om tot ontruiming van de Monnetlaan-flat over te gaan, totdat door de strafrechter het kraken bewezen is verklaard, dan wel totdat een individuele belangenafweging is gemaakt ten aanzien van de vraag of de belangen bij de Staat bij ontruiming zwaarder wegen dan de belangen van [eiseres] bij voortzetting van haar verblijf, met veroordeling van de Staat in de proceskosten.

3.2.

De Staat voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Artikel 551a Wetboek van Strafrecht (Sr) bepaalt dat in het geval van verdenking van (kort gezegd) kraken, een opsporingsambtenaar de desbetreffende plaats kan betreden en bevoegd is alle personen die daar ‘wederrechtelijk’ aanwezig zijn mag verwijderen of doen verwijderen. In het arrest van de Hoge Raad van 28 oktober 2011 is bepaald dat voor de uitoefening van de aan politie en Openbaar Ministerie verleende ontruimingsbevoegdheid op basis van dat artikel een (al dan niet onherroepelijke) veroordeling door de strafrechter niet noodzakelijk is (HR 28 oktober 2011, NJ 2013/153, r.o. 3.2.2). Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien op grond waarvan dat in dit geval anders is. Dit brengt mee dat de voorzieningenrechter geen aanleiding ziet om de vordering toe te wijzen op de grond dat afgewacht moet worden totdat de strafrechter de verdenking van kraken van [eiseres] bewezen heeft verklaard.

4.2.

Zoals [eiseres] terecht aanvoert, dient de voorzieningenrechter wel de proportionaliteit van de ontruiming te beoordelen en een belangenafweging te maken. Het uitgangspunt daarbij is dat de wetgever met genoemd artikel 551a Sr weliswaar in abstracto voorrang gegeven heeft aan het belang van de openbare orde, het beëindigen van strafbare feiten en de bescherming van derden boven het huisrecht van de kraker, maar die afweging in een individueel geval anders kan uitvallen. De vraag in hoeverre van belang is dat GEM bruikleen-bewoners in de Monnetlaan-flat wil huisvesten staat daarbij, in tegenstelling tot wat [eiseres] aanvoert, niet voorop. Het gaat er in eerste instantie om welke feitelijke belangen [eiseres] heeft bij de voorkoming van de ontruiming ten opzichte van de noodzaak tot het doorvoeren daarvan, waarbij het aan [eiseres] is om daarvoor voldoende aan te voeren.

4.3.

[eiseres] heeft aangevoerd dat bij het renovatieproject goedkope huurwoningen plaatsmaken voor dure koopwoningen en daarmee volgens haar gezinnen met lagere inkomens de stad uit worden ‘gejaagd’. De voorzieningenrechter begrijpt hetgeen [eiseres] verder naar voren brengt zo, dat zij belang heeft bij een plek om te wonen, omdat zij weliswaar staat ingeschreven als woningzoekende, maar weinig tot geen geschikte, voor haar betaalbare woonruimte krijgt aangeboden.

4.4.

De Staat heeft aangevoerd dat het belang van GEM ligt bij een voorspoedige doorgang, zonder belemmeringen, van het renovatieproject. Volgens de Staat heeft vertraging in het ene blok, zoals hier doordat de Monnetlaan-flat gekraakt is, ook in het algemeen een vertraging bij een ander blok tot gevolg. Het renovatieproject voor de Monnetlaan-flat vangt aan met een asbestinventarisatie, die voor 1 oktober 2016 staat gepland. Indien bij die inventarisatie asbest wordt aangetroffen, zullen daarna asbestsaneringswerkzaamheden plaats te vinden. Voor genoemde werkzaamheden dient de Monnetlaan-flat leeg en ontruimd te zijn. De Staat heeft verder aangevoerd dat de aanwezigheid van krakers voor onrust zorgt in de wijk, waardoor GEM zich genoodzaakt heeft gezien om particuliere beveiliging in te huren, hetgeen hoge kosten met zich meebrengt. Volgens de Staat zal FMT na de ontruiming van de Monnetlaan-flat bruikleen-bewoners plaatsen, totdat op 1 oktober 2016 met de asbestinventarisatiewerkzaamheden wordt begonnen.

4.5.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt. De Staat heeft een concreet en spoedeisend belang om per 1 oktober 2016 met de asbestinventarisering te beginnen en zodoende met de renovatie van de Monnetlaan-flat te beginnen. Dat de Monnetlaan-flat leeg en ontruimd moet zijn voor die werkzaamheden staat tussen partijen niet ter discussie. Een feit van algemene bekendheid is bovendien dat asbestdeeltjes gevaar opleveren voor de gezondheid, indien aanwezigen niet zijn voorzien van specifieke beschermende middelen. Het door [eiseres] aangevoerde algemene belang waarin zij de noodzaak van het gehele renovatieproject ter discussie stelt, is onvoldoende concreet, omdat het kennelijk gericht is tegen alle renovaties van alle woningen en haar vordering daarop niet ziet. Daarnaast heeft de Staat gesteld dat de woningen na de renovatie verhuurd worden. Er lijkt daarom geen sprake van inruil van sociale huur tegen dure koopwoningen. Verder is het weliswaar in het algemeen zo dat jongeren zoals [eiseres] behoefte hebben aan een woning, maar dit hoeft nog niet in te houden dat elke leegstaande woning daarom betrokken kan worden, tegen de wil van de pandeigenaar in. Zonder nadere feiten en omstandigheden, die [eiseres] niet naar voren heeft gebracht, valt niet in te zien dat [eiseres] een specifiek en buitengewoon belang heeft bij een woning in juist de Monnetlaan-flat. Op grond van dit alles is de voorzieningenrechter van oordeel dat [eiseres] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar belang in de weg staat aan de proportionaliteit van de ontruiming. De vordering tot het verbieden om tot ontruiming over te gaan zal daarom worden afgewezen, met inachtneming van het volgende.

4.6.

Ter zitting van 13 juli 2016 is gebleken dat de Monnetlaan-flat, die bestaat uit acht zelfstandige woningen, geheel in gebruik is door [eiseres] en de haren, waarbij de individuele woningen niet kunnen worden herleid tot individuele bewoners. Omdat de vordering alleen ten aanzien [eiseres] zal worden afgewezen, en die woning dus niet identificeerbaar is ten opzichte van de andere woningen binnen de Monnetlaan-flat, geldt de afwijzing van de vordering om de ontruiming te verbieden voor alle acht zelfstandige woningen van de Monnetlaan-flat.

4.7.

Verder heeft de Staat gesteld dat de asbestinventarisatiewerkzaamheden op 1 oktober 2016 zullen beginnen, of eerder indien dat zo uitkomt in de planning van het renovatieproject. [eiseres] heeft weliswaar aangevoerd dat het renovatieproject voor wat betreft de Monnetlaan-flat nu al een flinke vertraging heeft opgelopen en niet valt te verwachten dat de werkzaamheden vóór december 2016 zullen beginnen, maar zij heeft die stelling niet feitelijk gemotiveerd. De voorzieningenrechter gaat er daarom van uit dat de werkzaamheden op 1 oktober 2016 zullen beginnen. De Staat heeft aangevoerd dat GEM en FMT tot die tijd bruikleen-bewoners in de Monnetlaan-flat wensen te plaatsen, maar de termijn tussen de aanvang van de werkzaamheden en de datum van de ontruiming is zeer kort, namelijk minder dan een maand. Daar komt bij dat [eiseres] en haar medebewoners ter zitting van 13 juli 2016 hebben gesteld dat zij bereid zijn om de Monnetlaan-flat te ontruimen op het moment dat dat nodig blijkt te zijn zodra de werkzaamheden beginnen en dat zij bereid zijn mee te werken aan noodzakelijke bezichtigingen. De Staat heeft weliswaar gesteld dat dat [eiseres] en de haren in de buurt zouden zorgen voor overlast, maar heeft die stelling niet concreet gemaakt en ter zitting van 13 juli 2016 is van onrechtmatige overlast niet gebleken. In deze omstandigheden, mede in acht genomen het feit dat de vordering om de ontruiming te verbieden zal worden afgewezen, maakt dat de voorzieningenrechter zal beslissen om de termijn waarop de ontruiming plaats kan vinden te stellen op circa 2,5e week voordat de werkzaamheden op 1 oktober 2016 zullen beginnen. Dit betekent dat de Staat vanaf 15 september 2016 de Monnetlaan-flat mag ontruimen.

4.8.

Het aanbod van [eiseres] om te blijven wonen in de Monnetlaan-flat en een en ander in een bruikleen-overeenkomst vast te leggen, behoeft geen verdere beoordeling. De Staat heeft gesteld dat partijen het aanbod van [eiseres] en de haren niet wensen aan te nemen, waardoor een overeenkomst in die zin niet tot stand zal komen.

4.9.

Als de in het ongelijk gestelde partij, zal [eiseres] in de proceskosten worden veroordeeld. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om, zoals [eiseres] aanvoert, in het kader van de ‘effective remedy’ zoals bedoeld in artikel 13 EVRM de proceskosten voor rekening van de Staat te laten komen. De omstandigheid dat een kort geding vrijwel het enige rechtsmiddel is dat een verdachte van kraken tegen een aangekondigde ontruiming kan inzetten, houdt niet in dat procederen kosteloos moet zijn. Verder is niet gesteld en ook niet gebleken dat de hoogte van de proceskosten een onevenredige last op [eiseres] leggen. De kosten aan de zijde van de Staat bedragen € 400,00 (1 x tarief € 400,00) aan salaris gemachtigde.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

bepaalt dat de Staat vanaf 15 september 2016 tot ontruiming van de acht zelfstandige woningen op de adressen Monnetlaan 97 tot en met 111 (oneven nummers) te Utrecht mag overgaan;

5.3.

bepaalt dat tot 15 september 2016 [eiseres] medewerking dient te verlenen aan de noodzakelijke bezichtigingen;

5.4.

veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de Staat, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 400,00 aan salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J.M. de Laat, en is in het openbaar uitgesproken op 27 juli 2016.1

1

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.