Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBMNE:2013:3037

Rechtbank Midden-Nederland
24-07-2013
29-07-2013
: UTR 13/3639 UTR 13/3641
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening

Voorlopige voorziening over sluiting van seksinrichting. Het zwaartepunt in deze procedure ligt, mede gelet op het korte tijdsbestek, op de vraag of er binnen de seksinrichting aanwijzingen zijn voor mensenhandel. Dit is een lichte bewijsmaatstaf. In het besluit en de bestuurlijke rapportage worden indicatoren van mensenhandel genoemd. Verzoekster moet alert zijn op het signaleren van deze indicatoren. Bij verzoekster werkten twee managers. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het gedrag van deze managers voor rekening van verzoekster komt.

Uit de rapportage en de (deels) geheime onderliggende stukken blijkt dat de managers extra betalingen voor de huur van kamers hebben aangenomen. Dit is een indicatie van mensenhandel. Verder heeft verweerder melding gemaakt van zes onderzoeken naar mensenhandel die tot vijf veroordelingen hebben geleid. Omdat in ieder geval enige elementen tot verzoekster herleidbaar zijn, hecht de voorzieningenrechter geloof aan de verklaring ter zitting van verweerder dat al deze vonnissen en mensenhandelonderzoeken in relatie tot verzoekster staan. Dat betekent dat er binnen de organisatie van verzoekster aanwijzingen van mensenhandel zijn. Die hadden moeten worden voorkomen of, als het gaat om derden, hadden moeten worden gemeld aan de gemeente en/of de politie. Gelet op het systeem van de APV en de Handhavingsstrategie Seksinrichtingen van de gemeente Utrecht leidt dit ertoe dat verweerder maar één ding kan beslissen en dat is intrekking van de lopende vergunningen en weigering van nieuwe vergunningen van deze exploitant. In de belangenafweging die de voorzieningenrechter moet maken tussen aan de ene kant de keuze dat de ramen nog enige tijd mogen worden geëxploiteerd totdat op het bezwaar van verzoekster is beslist, met alle belangen die de organisatie en de vrouwen daarbij hebben, en aan de andere kant de keuze dat de ramen per 25 juli 2013 moeten sluiten, met de openbare belangen in verband met mensenhandel die de gemeente behartigt, geven die laatste belangen de doorslag

Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummers: UTR 13/3639 en UTR 13/3641

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 juli 2013 in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster

(gemachtigde: mr. D. op de Hoek),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder

(gemachtigden: mr. N. Verkerk, mr. A.J. Arnold en mr. H. Hoogendoorn).

Procesverloop

Bij besluit van 11 juli 2013 (het bestreden besluit I) heeft verweerder de vergunning van verzoekster voor het exploiteren van een seksinrichting aan[adres] te Utrecht (die zich bevindt in de daar gelegen boten met de nummers[nummers]) per 25 juli 2013 ingetrokken. De door verzoekster gevraagde verlenging van haar exploitatievergunning en een nieuwe vergunning voor een seksinrichting op boot nummer [nummer] is bij dit besluit geweigerd. Verzoekster is verder onder aanzegging van bestuursdwang verboden om in de periode na uitreiking van het primaire besluit I tot aan de sluiting van de seksinrichting werkruimtes te verhuren aan prostituees die op het moment van uitreiking van het besluit nog niet bij haar werkzaam zijn. Indien verzoekster de exploitatie na 25 juli 2013 voortzet, zal verweerder door middel van een last onder bestuursdwang handhavend optreden.

Bij besluit van 11 juli 2013 (het bestreden besluit II) heeft verweerder de vergunning van verzoekster voor het exploiteren van een seksinrichting in de panden aan de [adressen] per 25 juli 2013 ingetrokken. De door verzoekster gevraagde verlenging van deze exploitatievergunning is bij dit besluit geweigerd. Verzoekster is verder onder aanzegging van bestuursdwang verboden om in de periode na uitreiking van het primaire besluit II tot aan de sluiting van de seksinrichting werkruimtes te verhuren aan prostituees die op het moment van uitreiking van het besluit nog niet bij haar werkzaam zijn. Indien verzoekster de exploitatie na 25 juli 2013 voortzet, zal verweerder door middel van een last onder bestuursdwang handhavend optreden.

Verzoekster heeft tegen de bestreden besluiten bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 juli 2013. Verzoekster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Tevens waren voor verzoekster aanwezig [A], [B], en[C]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

De voorzieningenrechter heeft het onderzoek ter zitting gesloten en diezelfde dag mondelinge uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Overwegingen

1.

De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.

2.

Verweerder heeft enige stukken (een deel van de onderliggende stukken van de bestuurlijke rapportage) ingediend waarvan hij beperkte kennisneming heeft gevraagd. Dit betekent dat alleen de voorzieningenrechter deze stukken mag inzien. Dat is op zichzelf een beperking van de mogelijkheid van verzoekster om zich te verweren tegen wat haar wordt verweten. De rechtbank acht zo'n beperkte kennisneming alleen gerechtvaardigd als dat strikt nodig is ter bescherming van andere belangen. Een andere rechter van deze rechtbank heeft het verzoek grotendeels ingewilligd. Een paar stukken moesten worden vrijgegeven; dat is ter zitting gebeurd en daarop heeft verzoekster na schorsing van de zitting kunnen reageren. Voor de overige stukken is beperkte kennisneming door die rechter gerechtvaardigd geacht. Verzoekster heeft toestemming gegeven voor de kennisneming door de voorzieningenrechter van deze stukken.

3.

Zoals ook ter zitting besproken ligt het zwaartepunt in deze zaak op de vraag of er aanwijzingen zijn dat bij verzoekster sprake is van mensenhandel. Daarbij is in het systeem van de gemeentelijke regelgeving van belang dat voor "aanwijzingen" een zogeheten lichte bewijsmaatstaf geldt; het hoeft niet onomstotelijk vast te staan. Als een seksinrichting in verband wordt gebracht met mensenhandel, is dat voldoende. Verzoekster moet haar seksinrichting in het kader van de gemeentelijke regelgeving zo inrichten dat zij streng oplet of er mensenhandel plaatsvindt. Daarvoor zijn ook enige indicatoren vastgesteld, onder meer:

  • -

    het slachtoffer wordt bedreigd of geconfronteerd met geweld;

  • -

    het slachtoffer daagt sporen van lichamelijke mishandeling zoals blauwe plekken;

  • -

    het slachtoffer mag zich niet in vrijheid bewegen;

  • -

    het slachtoffer betaalt uitzonderlijk hoge huur;

  • -

    het slachtoffer maakt uitzonderlijk lange werkdagen of werkweken;

  • -

    het slachtoffer heeft uiterlijke kenmerken, zoals tatoeages, die duiden op afhankelijkheid;

  • -

    het slachtoffer wordt van en naar haar werkplek gebracht.

De voorzieningenrechter richt zich in deze mondelinge uitspraak dan ook vooral op dat element van "aanwijzingen voor mensenhandel".

4.

In de organisatie van verzoekster treden onder meer elf beheerders, twee managers en een directeur op. De managers staan in de organisatie boven de beheerders en geven dagelijkse leiding; de beheerders moeten ook de aanwijzingen van de managers opvolgen en aan hen verantwoording afleggen. In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is vastgelegd wat de taken van beheerders zijn. De voorzieningenrechter constateert dat de twee managers tot voor kort taken uitvoerden die bij de taken van een beheerder horen, zoals het innen van de huur en het toedelen van kamers aan prostituees. Dat staat op gespannen voet met de regel dat een beheerder op de vergunning moet worden genoemd en wordt gescreend voordat hij als beheerder mag optreden, terwijl dat bij de managers niet het geval is en van één van deze twee ook vaststaat dat hij niet door de screening zou heenkomen vanwege strafrechtelijke antecedenten.

5.

Verzoekster kan zich niet distantiëren van de handelingen van de twee managers. Óf verzoekster wist als organisatie wat de twee managers deden en heeft haar werknemers daarin laten begaan óf verzoekster wist er niet van, maar gelet op het hierna te bespreken aantal gebeurtenissen moet dan worden geconcludeerd dat verzoekster haar managers niet goed onder controle had. De voorzieningenrechter laat in het midden wat van deze beide situaties nu precies het geval is. De handelingen van de managers zullen hierna in deze uitspraak dan ook worden toegerekend aan verzoekster. Dat verzoekster per 2 juli 2013 beide managers op staande voet heeft ontslagen, in reactie op het voornemen van verweerder om de vergunningen voor raamprostitutie in te trekken, betekent dus niet dat de hierna te bespreken gang van zaken rondom de twee managers niet langer relevant is.

6.

Verweerder heeft zich bij het nemen van de besluiten gebaseerd op een proces-verbaal bestuurlijke rapportage van 18 juni 2013, dat is opgesteld door de Politie Midden Nederland, Dienst Regionale Recherche (de rapportage). De rapportage is als bijlage bij de besluiten gevoegd en dat stuk is dus voor alle partijen kenbaar. In de besluiten van verweerder en de rapportage wordt er melding van gemaakt dat een accountant, die werkt voor ongeveer 100 prostituees, bij de Belastingdienst heeft verklaard dat ongeveer 40 procent van deze vrouwen extra betalingen moet verrichten om een kamer te krijgen, zogenaamde gunningsgelden. Hiervan is een ambtsedige verklaring opgemaakt. Dergelijke betalingen gelden als indicator van vrouwenhandel. De voorzieningenrechter heeft in de stukken waarvan alleen hij kennis mag nemen eenduidig kunnen vaststellen dat het hier gaat om huursters van verzoekster en dat de gelden zijn betaald aan de twee managers van verzoekster. Daartegenover heeft verzoekster gesteld dat er twee verklaringen zijn waarin een vrouw zegt dat zij geen extra betalingen hoeft te verrichten en een verklaring van een vrouw die zegt dat ze alleen voor condooms extra betalingen moet verrichten. Die twee laatste verklaringen zijn onvoldoende om de als eerste genoemde verklaring te ontkrachten.

.

7. In de rapportage worden meerdere strafrechtelijke onderzoeken naar mensenhandel genoemd, die ook hebben geleid tot veroordelingen. Het gaat hier niet om veroordelingen van werknemers van verzoekster.

7.1

Het eerste onderzoek dat wordt genoemd is Mensenhandelonderzoek Anaconda uit 2010. Dit onderzoek heeft geleid tot een veroordeling bij vonnis van deze rechtbank van 1 juni 2011 (ECLI:NL:RBUTR:2011: BQ6884). De rechtbank is, zo blijkt uit het vonnis, van oordeel dat de verklaringen van zowel slachtoffer 1 als slachtoffer 2 betrouwbaar zijn en dus als bewijsmiddel kunnen dienen. De verklaringen van beide aangeefsters worden op wezenlijke punten geschraagd door andere bewijsmiddelen. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diverse varianten van mensenhandel ten aanzien van beide slachtoffers. Over slachtoffer 1 heeft de rechtbank overwogen.


"Ze werkte zeven dagen per week, ook als zij ziek was of ongesteld was. Van [verdachte] moest zij ook werken toen zij zwanger was, maar van de politie moest zij vanwege die zwangerschap stoppen met werken."
De eerste maanden werd haar kamer op[adres] in Utrecht geregeld door [verdachte]. Toen zij het eenmaal wist, regelde zij het verder zelf."

Over slachtoffer 2 staat in het vonnis van de rechtbank:

"Op een dag heeft [verdachte] haar meegenomen naar Utrecht. Hij heeft daar gesproken met mensen van het kantoor van de bootjes. Op de dag dat slachtoffer 2 haar verblijfspas kreeg, op 9 juni 2009, heeft [verdachte] contact opgenomen met de baas van[adres]. Daarna moest zij van hem naar deze baas toe om zich te laten inschrijven. Via een telefoon kreeg zij instructies van [verdachte] hoe ze moest lopen en wat ze tegen hem moest zeggen. Op 11 juni 2009 is [slachtoffer 2] begonnen met werken als prostituee.


7.2 Het tweede onderzoek dat wordt genoemd is Mensenhandelonderzoek Celsius, eveneens uit 2010. Dit onderzoek heeft geleid tot een veroordeling bij vonnis van deze rechtbank van 14 juli 2010 (ECLI:NL:RBUTR:2010: BN5110). Hierin heeft de rechtbank onder meer wettig en overtuigend bewezen geacht dat slachtoffer 2 werkzaam was op boot [nummer] op[adres]. In het vonnis staat verder het volgende vermeld.
"De vrouw zat enkele weken na dit verzoek onder de blauwe plekken. Verder was het de melder opgevallen dat de vrouw opvallend lang werkte, namelijk 6 à 7 avonden per week." Uit het vonnis blijkt dat ook hier sprake was van meerdere slachtoffers. Beide slachtoffers hadden de naam van de verdachte op hun lichaam getatoeëerd.

7.3

Het derde onderzoek is Mensenhandelonderzoek Colombo uit 2012. Dit onderzoek heeft geleid tot een vonnis van deze rechtbank van 6 april 2012 (ECLI:NL:RBUTR:2012: BW2290). In dit vonnis heeft de rechtbank bewezen geacht dat voor het slachtoffer 1 een kamer door een derde (tegen betaling aan deze derde) geregeld was.

7.4

Een vierde onderzoek is Mensenhandelonderzoek Augusta, ook uit 2012. Dit onderzoek heeft geleid tot een vonnis van deze rechtbank van 11 april 2013 (ECLI:NL:RBMNE:2013: BZ8651). Hierin heeft de rechtbank bewezen geacht dat het slachtoffer tekenen van mishandeling had en drie tatoeages met onder andere de naam van de verdachte. Hij bracht haar ook van en naar haar werk.

7.5

Tot slot wordt in de rapportage melding gemaakt van het onderzoek Isobaar. Daarin is een van de managers hoofdverdachte en is ook de andere manager gehoord. Dit onderzoek heeft (nog) niet geleid tot een veroordeling, omdat het onderzoek nog loopt.

Nogmaals wijst de voorzieningenrechter er op dat de strafrechtelijke veroordelingen als zodanig niet gaan over mensen die voor verzoekster werkzaam zijn.

8.

Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat al deze uitspraken in combinatie met dat wat in de rapportage staat, in verband staat met verzoeksters bedrijf en juist daarom in de bestuurlijke rapportage over verzoekster staan vermeld. In de stukken waarvan alleen de voorzieningenrechter kennis mag nemen heeft de voorzieningenrechter gezien dat in ieder geval enige elementen uit deze vonnissen en mensenhandelonderzoeken eenduidig herleidbaar zijn tot verzoekster (al dan niet via de twee managers). Gelet op het korte tijdsbestek waarbinnen de voorzieningenrechter tot zijn beslissing heeft moeten komen, mede veroorzaakt door het feit dat het verzoek om voorlopige voorziening pas op 19 juli 2013 is ingediend, heeft hij niet alle stukken hierop kunnen doornemen. Omdat in ieder geval enige elementen tot verzoekster herleidbaar zijn, hecht de voorzieningenrechter geloof aan de verklaring ter zitting van verweerder dat al deze vonnissen en mensenhandelonderzoeken in relatie tot verzoekster staan.



9. Dat betekent dat er binnen de organisatie van verzoekster aanwijzingen van mensenhandel zijn. Die hadden moeten worden voorkomen of, als het gaat om derden, hadden moeten worden gemeld aan de gemeente en/of de politie. Gelet op het systeem van de APV en de Handhavingsstrategie Seksinrichtingen van de gemeente Utrecht van 2 juni 2011 (Handhavingsstrategie), leidt dit ertoe dat verweerder maar één ding kan beslissen en dat is intrekking van de lopende vergunningen en weigering van nieuwe vergunningen van deze exploitant. Volgens die zelfde regels leidt dat ook tot een intrekking zonder voorafgaande waarschuwing en gelet op artikel 3.5 van de APV moet dit ook gevolgen hebben voor de ramen aan de [straatnaam], ook al gaan de bevindingen die aan de besluiten ten grondslag zijn gelegd alleen over[adres].

10.

In de gronden die verzoekster heeft aangevoerd wordt de Handhavingsstrategie van de gemeente niet als zodanig aangevallen. In de gronden die verzoekster wel heeft aangevoerd tegen de besluiten, ziet de voorzieningenrechter geen aanknopingspunten om het beleid van verweerder in strijd met een wettelijke regel of onredelijk te achten.

11.

Het kan zo zijn dat verzoekster op zichzelf voor het overgrote deel voldoet aan de eisen die verweerder stelt aan het exploiteren van een seksinrichting. Dat spreekt ook uit de vele vrouwen die hier ter zitting aanwezig waren, van wie sommigen hier hebben gesproken en hebben verklaard dat zij verzoekster een goede verhuurster vinden en dat zij zich veilig voelen als zij huren bij verzoekster. De voorzieningenrechter laat dat in het midden. Maar in de gemeentelijke regels en dat is ook voor de voorzieningenrechter goed na te volgen, geldt dat zelfs als er maar in een klein deel van de organisatie en in de totale activiteiten aanwijzingen van mensenhandel zijn, sluiting moet volgen.

12.

Hiermee is maar één groot onderwerp van de vele aspecten die in deze zaak spelen besproken, maar zoals ter zitting met partijen besproken is de grote spoed die in deze zaak speelt, omdat nu eenmaal pas op vrijdag 19 juli 2013 het verzoek binnenkwam bij de rechtbank, terwijl op 25 juli 2013 de termijn afloopt, de reden dat de voorzieningenrechter het belangrijkste punt in deze zaak bespreekt. Het kan goed zijn dat in de beslissingen die verweerder naar verwachting in september van dit jaar zal nemen hij nog een aantal dingen nader moet onderzoeken of scherper moet motiveren, maar daarvan zijn na eerste beschouwing geen punten naar voren gekomen die niet in die beslissingen op bezwaar reparabel zijn. Wat overblijft is dus dat er aanwijzingen zijn voor mensenhandel in de organisatie van verzoekster. In de belangenafweging die de voorzieningenrechter moet maken tussen aan de ene kant de keuze dat de ramen nog enige tijd mogen worden geëxploiteerd totdat op het bezwaar van verzoekster is beslist, met alle belangen die de organisatie en de vrouwen daarbij hebben, en aan de andere kant de keuze dat de ramen per 25 juli 2013 moeten sluiten, met de openbare belangen in verband met mensenhandel die de gemeente behartigt, geven die laatste belangen de doorslag.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.A. Verburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2013.

griffier voorzieningenrechter


De voorzieningenrechter is verhinderd het proces-verbaal van mondelinge uitspraak mede te ondertekenen.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.