RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer / rekestnummer: 11297958 \ AZ VERZ 24-87
Beschikking van 31 januari 2025
de stichting STICHTING BOSPOP,
statutair gevestigd te Weert,
verzoekende partij,
verwerende partij in het (voorwaardelijk) tegenverzoek,
hierna te noemen: Bospop,
gemachtigde: mr. S.A. van Ierssel,
[verweerder]
,
wonende te [woonplaats] ,
verwerende partij,
verzoekende partij in het (voorwaardelijk) tegenverzoek,
hierna te noemen: [verweerder] ,
gemachtigde: mr. B.T.G.M. Lamers.
1 De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het op 5 september 2024 ontvangen verzoekschrift van Bospop,
- het op 19 november 2024 door [verweerder] ingediende verweerschrift, met een tegenverzoek,
- de op 22 november 2024 door [verweerder] ingediende aanvullende producties 16 tot en met 18,
- de op 25 november 2024 door [verweerder] ingediende aanvullende productie 19,
- de op 25 november 2024 door Bospop ingediende aanvullende producties 36 tot en met 42,
- de op 26 november 2024 door [verweerder] ingediende aanvullende producties 20 tot en met 22,
- de op 28 november 2024 door [verweerder] ingediende aanvullende productie 23.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 29 november 2024. Bij die gelegenheid heeft Bospop spreekaantekeningen in het geding gebracht.
1.3.
Daarna is beschikking bepaald.
2 De feiten
2.1.
Bospop is een stichting die als statutaire doelstelling heeft het organiseren van culturele activiteiten, met de nadruk op muzikale activiteiten. Bospop organiseert het jaarlijks terugkerende driedaagse festival “Bospop Weert”. Dit festival is in de jaren 80 voor het eerst georganiseerd door [naam 1] . Hij is een van de bestuursleden van Bospop en hij is tevens festivaldirecteur.
2.2.
[verweerder] , geboren op [geboortedatum] 1981, is sinds medio 2000 als vrijwillig actief voor Bospop. Op 18 december 2021 is een vrijwilligersovereenkomst tot stand gekomen. Deze is bij addendum van 22 maart 2022 aangevuld. Bospop heeft deze vrijwilligersovereenkomst opgezegd bij brief van 5 september 2024 tegen 5 december 2024.
2.3.
[verweerder] is naast zijn activiteiten als vrijwilliger uit hoofde van de hiervoor genoemde overeenkomst, op 1 juli 2022 voor acht uur per week in dienst getreden bij Bospop. De functie van [verweerder] is [functienaam] . Hij ontvangt een salaris van € 840,00 bruto per maand exclusief vakantiegeld en andere emolumenten. [verweerder] maakt deel uit van het management team van Bospop. Het management team bestaat, naast [verweerder] , uit drie bestuursleden, waaronder [naam 1] , en zeven andere personen.
2.4.
[verweerder] is middellijk bestuurder en enig aandeelhouder van [bedrijfsnaam] B.V. Deze vennootschap heeft op 15 maart 2017 een zogenaamde barter-/sponsorovereenkomst met Bospop gesloten. De samenwerking uit hoofde van deze overeenkomst heeft tot en met de festivaleditie van juli 2023 voortgeduurd. Bospop en [bedrijfsnaam] hebben onder andere een geschil over de domeinnaam www.bospop.nl.
3 Het verzoek, het verweer en het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek
3.1.
Bospop verzoekt, bij beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden, primair vanwege een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding, subsidiair vanwege verwijtbaar handelen door [verweerder] en meer subsidiair vanwege een combinatie van deze gronden. In het verlengde hiervan verzoekt Bospop te bepalen dat [verweerder] recht heeft op een transitievergoeding van maximaal € 735,81 in het geval de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2025 wordt ontbonden. Verder verzoekt zij geen aanvullende vergoeding zoals bedoeld in artikel 7:671b lid 8 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) toe te kennen dan wel een lagere vergoeding toe te kennen dan de helft van de transitievergoeding.
3.2.
[verweerder] voert verweer tegen toewijzing van het verzoek. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] om toekenning van de transitievergoeding en een billijke vergoeding van € 5.000,00 bruto.
3.3.
Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, worden ingegaan.
4 De beoordeling
Moet de arbeidsovereenkomst worden ontbonden?
4.1.
In deze zaak staat de vraag centraal of de arbeidsovereenkomst tussen partijen al dan niet moet worden ontbonden. Uit artikel 7:671b aanhef en onder a BW volgt dat een arbeidsovereenkomst kan worden ontbonden op grond van artikel 7:669, lid 3, BW onderdelen c tot en met i.
4.2.
Bospop legt de onderdelen g, e en i aan haar verzoek ten grondslag. De kantonrechter moet daarom beoordelen of sprake is van een situatie waarin [verweerder] verwijtbaar heeft gehandeld, zodanig dat van Bospop in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, dan wel of sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, ofwel of sprake is van een combinatie van deze twee gronden. Verder moet worden beoordeeld of herplaatsing binnen een redelijke termijn, al dan niet met behulp van scholing, in een andere passende functie niet mogelijk is of niet in de rede ligt. Herplaatsing ligt in ieder geval niet in de rede als sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder] .
4.3.
In deze zaak is het echter de vraag of de kantonrechter toekomt aan deze beoordeling. Partijen zijn in artikel 1.5. van de arbeidsovereenkomst namelijk overeengekomen dat het Huishoudelijk en Organisatie reglement (hierna: het huishoudelijk reglement) op de arbeidsovereenkomst van toepassing is. Dit brengt mee dat partijen zich in beginsel over en weer aan hetgeen in het huishoudelijk reglement is opgenomen dienen te houden. [verweerder] heeft een beroep hierop gedaan. Hij stelt zich op het standpunt dat Bospop het ontbindingsverzoek niet had mogen indienen, omdat zij niet overeenkomstig artikel 10 lid 1 van het huishoudelijk reglement heeft gehandeld.
Wat staat in het huishoudelijk reglement?
4.4.
In artikel 10 lid 1 van het huishoudelijk reglement is onder andere vermeld welke procedure dient te worden gevolgd in het geval van ontslag van managementteamleden, zoals [verweerder] . De betreffende bepalingen luiden als volgt:
“Artikel 10.
1. Het managementteam:
- Managementteam-leden kunnen worden ontslagen bij eenparig besluit van het bestuur in een speciaal daartoe bijeengeroepen vergadering, waarin alle bestuursleden tegenwoordig zijn;
- -
Managementteam-leden kunnen ook worden ontslagen bij eenparig besluit van het managementteam in een speciaal daartoe bijeengeroepen vergadering, waarin alle managementteam uitgezonderd de te ontslaan managementteam-leden tegenwoordig zijn;
- -
Managementteam-leden kunnen ook worden ontslagen bij een besluit met volstrekte meerderheid van de bestuursleden en overige managementteam-leden in een speciaal daartoe bijeengeroepen vergadering, waarin alle bestuursleden en managementteamleden, uitgezonderd de te ontslaan managementteam-leden tegenwoordig zijn. (…)”.
4.5.
Dit betekent, nu deze bepaling op de arbeidsovereenkomst van toepassing is en gelet op het feit dat [verweerder] lid is van het management team, dat naast de in de wet gestelde eisen voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst in beginsel ook moet zijn voldaan aan de eisen die in het huishoudelijk reglement zijn neergelegd. Partijen zijn dit immers overeengekomen. De kantonrechter gaat, gelet op de inhoud van artikel 10 lid 1 van het huishoudelijk reglement, ervan uit dat dit meebrengt dat in het geval Bospop wil overgaan tot beëindiging van het dienstverband met een lid van het management team, bijvoorbeeld door indiening van een ontbindingsverzoek, besluitvorming daarover met inachtneming van dit artikel moet plaatsvinden. Feiten of omstandigheden op basis waarvan deze bepaling anders zou kunnen of moeten worden uitgelegd, zijn niet aangedragen.
4.6.
Dit brengt mee dat - kort gezegd - alvorens over te kunnen gaan tot beëindiging van het dienstverband, sprake moet zijn van een eenparig besluit van het bestuur, een eenparig besluit van het management team, of een besluit met volstrekte meerderheid van het bestuur en de overige managementleden, waarbij steeds geldt dat daartoe een vergadering moet zijn bijeengeroepen. Volgens [verweerder] is zoals hiervoor al is vermeld, aan geen van deze vereisten voldaan.
Is artikel 10 lid 1 van het huishoudelijk reglement van toepassing?
4.7.
Bospop betoogt echter dat zij niet is gebonden aan het huishoudelijk reglement wanneer dit in strijd is met de statuten. Het huishoudelijk reglement bepaalt volgens Bospop namelijk “bij strijd tussen dit reglement en de statuten, prevaleren de statuten.”
4.8.
Bospop wijst in dit kader erop dat alle (acht) bestuursleden bij e-mailbericht van 19 augustus 2024 te 20:09 uur uitgenodigd zijn voor de bestuursvergadering van 28 augustus 2024. De besluitvorming omtrent het ontslag van [verweerder] stond op de agenda van die vergadering. Bij deze bestuursvergadering waren volgens Bospop zeven bestuursleden aanwezig. Éen bestuurslid, [naam 2] was niet aanwezig wegens ziekte. Tijdens die vergadering heeft, na een uiteenzetting van de redenen waarom Bospop wenste over te gaan tot een beëindiging van de arbeidsverhouding, een stemming plaatsgevonden. Daarbij hebben vier bestuursleden vóór beëindiging van de arbeidsverhouding gestemd en drie bestuursleden tegen. Een meerderheid van de uitgebrachte stemmen heeft dus vóór het ontslag van [verweerder] gestemd. De besluitvorming heeft daarmee in overeenstemming met de statuten plaatsgevonden, aldus Bospop. In artikel 5 lid 11 van de statuten is immers bepaald: “Ieder bestuurslid heeft het recht tot het uitbrengen van een stem. Voorzover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid der geldig uitgebrachte stemmen.” In de statuten wordt omtrent het ontslag van een werknemer geen grotere meerderheid voorgeschreven. Op grond van de statuten kan een besluit tot ontslag van [verweerder] als werknemer aldus worden genomen met een gewone meerderheid der uitgebrachte stemmen, aldus nog steeds Bospop. [verweerder] bestrijdt dit alles.
4.9.
Hoewel tijdens de mondelinge behandeling vast is komen te staan dat in het huishoudelijk reglement is opgenomen dat de statuten prevaleren in geval een bepaling in het huishoudelijk reglement in strijd is met hetgeen in de statuten is opgenomen, kan dit argument Bospop niet baten. Nog afgezien van het feit dat de kantonrechter geen enkel aanknopingspunt heeft om te veronderstellen dat de arbeidsverhouding tussen Bospop en [verweerder] óók beheerst wordt door de statuten van Bospop, geldt dat in de statuten niets is geregeld over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met leden van het management team. Daarom valt niet in te zien dat de statuten op dit punt in strijd zijn met het huishoudelijk reglement, zodat alleen al hierom niet kan worden volgehouden dat Bospop niet gebonden is aan artikel 10 lid 1 van het huishoudelijk reglement. Met andere woorden, het bepaalde in dit artikel kan in het kader van de arbeidsverhouding tussen Bospop en [verweerder] niet terzijde worden gelegd op grond van hetgeen in de statuten in algemene zin is geregeld over de totstandkoming van bestuursbesluiten.
4.10.
Het voorgaande brengt mee dat alvorens toe te komen aan de beantwoording van de vraag of een van de in de wet neergelegde ontbindingsgronden waarop Bospop zich beroept zich in deze zaak voordoet, zal moeten worden beoordeeld of Bospop bij de besluitvorming over de beëindiging van het dienstverband overeenkomstig het huishoudelijk reglement heeft gehandeld. Dat gebeurt hierna.
Heeft Bospop overeenkomstig artikel 10 lid 1 van het huishoudelijk reglement gehandeld?
4.11.
Naar het oordeel van de kantonrechter is in ieder geval geen sprake geweest van een eenparig bestuursbesluit, nu uit de eigen stellingen van Bospop volgt dat tijdens de bestuursvergadering op 28 augustus 2024 slechts vier van de acht bestuursleden vóór beëindiging van het dienstverband met [verweerder] hebben gestemd. Aan de eerste ontslagmogelijkheid is dus niet voldaan.
4.12.
Vervolgens doet zich, gelet op de door Bospop op dit punt ingenomen stelling, de vraag voor of een eenparig besluit van het management team heeft plaatsgevonden. Volgens Bospop blijkt de instemming van het gehele management team met het ontslag van [verweerder] uit de verklaring van de managementteamleden van 3 april 2024 (bijlage 13 bij verzoekschrift). Deze verklaring, die door alle managementteamleden is ondertekend, luidt als volgt:
“Beste bestuursleden,
Vanuit het MT willen we aangeven dat het ons inziens zeker niet werkbaar meer is om met [verweerder] verder te gaan in een samenwerkingsverband.
Niet als MT lid en ook niet als vrijwilliger in een werkgroep of anders.
De geloofwaardigheid onder andere op basis van de laatste bijeenkomst waar [verweerder] bij aanwezig was, hebben we ervaren als onprofessioneel, niet ondersteunend en zeker geen hart voor ons Bospop.
De continuïteit van Bospop heeft hij hiermee in gevaar gebracht en we keuren het echt af hoe [verweerder] met Bospop, en de organisatie van dit festival, om gaat.
Bij deze aldus onze gezamenlijke verklaring/statement dat we [verweerder] niet meer in onze meetings willen hebben en ook niet als vrijwilliger kunnen respecteren. Het vertrouwen is compleet weg.
Indien gewenst, kunnen we dit mondeling toelichten.
MT Stichting Bospop (incl. 3 bestuursleden die een MT rol hebben).
(…)”.
4.13.
De kantonrechter is van oordeel dat de hiervoor geciteerde verklaring niet kwalificeert als een eenparig besluit van het management team zoals bedoeld in artikel 10 lid 1 van het huishoudelijk reglement. Uit het huishoudelijk reglement volgt immers dat besluitvorming moet plaatsvinden tijdens een “speciaal daartoe bijeengeroepen vergadering” van het management team, waarbij alle leden van het management team met uitzondering van [verweerder] aanwezig zijn om een stem uit te brengen over de vraag of het dienstverband van [verweerder] al dan niet moet worden beëindigd. Dat zo’n vergadering heeft plaatsgevonden om over de (voorgenomen) beëindiging van de arbeidsrelatie met [verweerder] te stemmen, is niet gesteld of gebleken. Het ondertekenen van een verklaring, waarvan overigens niet duidelijk is door wie deze is opgesteld, is iets anders dan het uitbrengen van een stem tijdens een vergadering. Tijdens een vergadering kan worden gedebatteerd over het ter beoordeling voorliggende besluit, waarna de aanwezigen na afweging van “de voors en tegens” hun stem uitbrengen. Het ondertekenen van een verklaring kan niet, en zeker niet zonder meer, hiermee gelijk worden gesteld. Dit klemt te meer nu Bospop over de wijze van totstandkoming van deze verklaring enkel heeft gesteld dat de leden van het management team bijeen zijn gekomen om “het over de situatie te hebben”. Op basis hiervan kan niet worden geconcludeerd dat een vergadering zoals bedoeld in het huishoudelijk reglement heeft plaatsgevonden. De kantonrechter houdt het daarom ervoor dat dit niet is gebeurd. Het feit dat, zoals Bospop betoogt, uit de verklaring blijkt dat het voltallig management team achter de beëindiging van het dienstverband staat, maakt dit niet anders.
4.14.
Er zijn geen feiten of omstandigheden naar voren gekomen op basis waarvan kan of moet worden geconcludeerd dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om Bospop als werkgever - op wie de verplichting rust om zich als goed werkgever te gedragen - te houden aan de afspraak die zij met [verweerder] heeft gemaakt over de voorwaarden waaraan, in aanvulling op de wettelijke bepalingen, moet zijn voldaan om de arbeidsrelatie te kunnen beëindigen. [verweerder] betoogt terecht dat hij erop mocht vertrouwen dat Bospop de in artikel 10 van het huishoudelijk reglement neergelegde route zou bewandelen in het geval zij over wenst te gaan tot beëindiging van het dienstverband. Dit klemt te meer nu Bospop, zoals [verweerder] onweersproken heeft gesteld, deze bepaling zelf heeft bedacht.
4.15.
De conclusie van het voorgaande is dat niet is voldaan aan de tweede “ontslagmogelijkheid” uit het huishoudelijk reglement.
4.16.
Ten slotte is ook niet voldaan aan de derde “ontslagmogelijkheid” uit het huishoudelijk reglement. Het staat namelijk vast dat geen speciaal daartoe bijeengeroepen vergadering heeft plaatsgevonden, waarin alle bestuursleden én managementteamleden (met uitzondering van [verweerder] , tegenwoordig waren.
4.17.
De slotsom is dat Bospop niet heeft voldaan aan de regels uit het huishoudelijk reglement die zien op de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om de arbeidsovereenkomst met een lid van het management team te beëindigen. Het verzoek is gelet daarop en op hetgeen partijen in de arbeidsovereenkomst zijn overeengekomen over de toepasselijkheid van het huishoudelijk reglement, niet toewijsbaar. De kantonrechter komt dan ook niet toe aan de beantwoording van de vraag of is voldaan aan een van de in de wet geformuleerde gronden voor ontbinding waarop door Bospop een beroep is gedaan. Het verzoek van Bospop ter zake de transitievergoeding is, nu ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet aan de orde is, ook niet toewijsbaar. Aan beoordeling van de voorwaardelijk door [verweerder] ingediende verzoeken komt de kantonrechter niet toe, aangezien die verzoeken enkel zijn gedaan voor het geval de arbeidsovereenkomst zou worden ontbonden.
4.18.
De proceskosten komen voor rekening van Bospop, omdat Bospop ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verweerder] worden begroot op € 949,00 (€ 814,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.