Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBLIM:2024:6236

Rechtbank Limburg
13-09-2024
17-09-2024
ROE 24/3614 en ROE 24/3615
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening

Subsidie; Schaars publiek recht; Gelijkheidsbeginsel (openbare/transparante procedure); Afwijken van advies bezwaarschriftencommissie.

Rechtspraak.nl
Module Aanbesteding 2024/2366

Uitspraak

RECHTBANK limburg

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummers: ROE 24/3614 en ROE 24/3615

uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 september 2024

op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaken tussen

[naam] , te [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. S.A.P. Geelen),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Peel en Maas, verweerder

(gemachtigde: E. Claessens).

Als derde-partij (belanghebbende) heeft aan het geding deelgenomen: [naam], te [plaats] .

Procesverloop

Bij besluit van 27 november 2023 (het primaire besluit I) heeft verweerder een besluit genomen inzake de Uitvoering Lokaal Sportakkoord en Brede Regeling Combinatiefuncties 2024-2026.

Bij besluit van 15 januari 2024 (het primaire besluit II) heeft verweerder belanghebbende een subsidie verleend van € 265.139,20 per jaar.

Bij besluit van 1 juli 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Eiseres heeft ook de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 augustus 2024. Namens eiseres zijn verschenen [naam] , [naam] en [naam] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en [naam] . Namens belanghebbende zijn verschenen [naam] en [naam] .

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Na afloop van de zitting is de voorzieningenrechter tot de conclusie gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. De voorzieningenrechter doet daarom niet alleen uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening, maar ook op het beroep.1

Inleiding.

2. Gemeenten krijgen Rijksmiddelen tot hun beschikking om preventietaken uit te voeren. Deze uitkering heet de Specifieke uitkering (SPUK-regeling). Onderdeel van de SPUK-regeling is de inkoop van 'combinatiefunctionarissen' op basis van de Brede Regeling Combinatiefunctionarissen (BRC). In de gemeente Peel en Maas heeft de [naam] (belanghebbende) sinds 2019 gefungeerd als werkgever combinatiefunctionarissen van de gemeente. Dit houdt onder meer in dat belanghebbende preventietaken verricht, of laat verrichten, waaronder het in beweging krijgen van bewoners van de gemeente. Bij besluit van 27 november 2023 heeft verweerder -samengevat- besloten om akkoord te gaan met het verlengen van de samenwerking Gezonde leefstijl met [naam] voor de periode 2024-2026 in het kader van het lokaal Sportakkoord en BRC en daarmee gemotiveerd af te wijken van de eigen inkoop- en aanbestedingsprocedure.

Bij besluit van 15 januari 2024 (herzien op 1 februari 2024 in verband met indexering) heeft verweerder aan belanghebbende (een directe concurrent van eiseres) een subsidie verleend van € 265.139,20 per jaar voor de uitvoering van het plan “Brede regeling combinatiefuncties-gezonde leefstijl 2024-2026”. Bij het bestreden besluit van 1 juli 2024 heeft verweerder de bezwaren -in afwijking van het advies van de bezwaarschriftencommissie (Commissie)- ongegrond verklaard.

3. Verweerder stelt zich op het standpunt -kort weergegeven- dat het advies van de commissie inhoudt dat het college ook andere gegadigden de mogelijkheid had moeten geven om mee te dingen naar de subsidie. Hiervoor had een transparante procedure gevolgd moeten worden. Verweerder stelt daarentegen dat het primaire besluit II past binnen het streven naar duurzaam partnerschap (conform het gedachtegoed van Peel en Maas) en waarmee gemotiveerd wordt afgeweken van de eigen inkoop- en aanbestedingsprocedure. Met betrekking tot de verstrekte begrotingssubsidie aan belanghebbende stelt verweerder dat deze subsidie niet is opgenomen in de (toelichting op de) gemeentebegroting 2024. Dit kon ook niet omdat de begroting 2024 eerder was vastgesteld dan het besluit om belanghebbende deze subsidie te verstrekken. Dit gebrek wordt, volgens verweerder, hersteld in de bijstellingsrapportage.

4. Eiseres voert in beroep onder meer aan dat het hier gaat om een schaars publiek recht (subsidie), waarbij een openbare, transparante en eerlijke procedure gevolgd had moeten worden. Verweerder heeft echter -bewust- geen gelijk speelveld willen creëren voor mogelijke andere gegadigden, zoals eiseres, die geïnteresseerd waren in ontvangst van de BRC-subsidie.

5. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

Het gelijkheidsbeginsel (openbare/transparante procedure).

6. De voorzieningenrechter stelt vast dat er in dit geval sprake is van een schaars publiek recht. Dit houdt in dat het aantal beschikbare publieke rechten beperkt is en dat voor het aantal te verlenen rechten een maximum of plafond bestaat. In het onderhavige geval is sprake van meerdere (potentiële) gegadigden voor de subsidie.

Gelet op vaste rechtspraak2 geldt in het Nederlandse recht een rechtsnorm die ertoe strekt dat bij de verdeling van schaarse subsidiemiddelen door het bestuur aan (potentiële) gegadigden ruimte moet worden geboden om naar de beschikbare subsidiemiddelen mee te dingen. Deze rechtsnorm is gebaseerd op het gelijkheidsbeginsel dat in deze context strekt tot het bieden van gelijke kansen.

Er bestaan uitzonderingen op deze regel. De verplichting om mededingingsruimte te garanderen kan bijvoorbeeld worden beperkt door het formeel-wettelijk kader van de schaarse vergunning zelf, of door dat van andere vergunningen die voor de realisering van de te vergunnen activiteit nodig zijn3.

7. De voorzieningenrechter overweegt dat de bezwaarcommissie in haar advies van 25 april 2024 stelt dat verweerder, op grond van het gelijkheidsbeginsel, ook andere gegadigden (waaronder eiseres) de mogelijkheid had moeten geven om mee te dingen voor de subsidie. Hiervoor had een transparante procedure gevolgd moeten worden, wat verweerder ten onrechte niet heeft gedaan. Verweerder heeft voormeld advies in het bestreden besluit niet overgenomen en stelt daartoe dat de primaire besluiten passen in het streven naar een ‘duurzaam partnerschap’ en dat daarom niet is gekozen voor een aanbestedingsprocedure.

8. De voorzieningenrechter is op grond van voornoemde vaste rechtspraak van oordeel dat verweerder, door eiseres niet de mogelijkheid te bieden om mee te dingen voor onderhavige subsidie, heeft gehandeld in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Verweerder heeft dat in zijn verweerschrift van 13 maart 2024 eigenlijk ook erkend: “het doorlopen van een aanbestedingsprocedure is zuiver juridisch bezien een verplichting”. Hierbij is, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, ook van belang dat verweerder geen beroep heeft gedaan op één van de in de voormelde rechtspraak beschreven uitzonderingsmogelijkheden.

Dit betekent dat het beroep van eiseres gegrond moet worden verklaard en het bestreden besluit moet worden vernietigd.

De overige beroepsgronden van eiseres.

9. Gelet op wat hiervoor is overwogen door de voorzieningenrechter over het gelijkheidsbeginsel, komt zij niet (meer) toe aan een beoordeling van de overige (formele) beroepsgronden van eiseres. Hierbij is ook van belang dat eiseres ter zitting heeft verklaard dat haar hoofdargument is dat verweerder geen gelijk speelveld heeft willen creëren voor mogelijke andere gegadigden die geïnteresseerd waren in ontvangst van de BRC-subsidie.

Het verzoek om een voorlopige voorziening.

10. Omdat het beroep gegrond is en verweerder wordt opgedragen om een nieuw besluit te nemen, bestaat er aanleiding om in afwachting van dat nieuwe besluit een voorlopige voorziening te treffen. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter dat eiseres heeft aangevoerd dat de beschikbare gelden op basis van de Brede SPUK-regeling en de BRC steeds meer worden uitgeput door de toekenning van deze middelen aan belanghebbende. Ook ontstaat er zo een steeds nauwere band tussen verweerder en belanghebbende, waardoor eiseres steeds minder kans maakt alsnog subsidie te verkrijgen. Verder heeft verweerder in zijn pleitnota/verweerschrift van 19 augustus 2024 verzocht rekening te houden met een overgangstermijn tot in ieder geval 1 januari 2025. Verweerder heeft dan de tijd een ‘tender’ uit te zetten om de gelden voor de resterende termijn toe te kennen. Verweerder en de belanghebbende hebben aangegeven dat het, ook voor de inwoners van de gemeente, niet wenselijk is als de bestaande regeling door een voorlopige voorziening plots wordt stopgezet. Het vorenstaande is ter zitting met partijen besproken. Eiseres heeft hier begrip voor getoond.

De voorzieningenrechter wijst gelet op het voorgaande het verzoek toe en treft4 de volgende voorlopige voorziening: schorst de subsidie-uitkering aan belanghebbende per 1 januari 2025. Verweerder heeft dan de tijd een ‘tender’ te organiseren, waarbij alle gegadigden (waaronder in ieder geval eiseres) een eerlijke kans krijgen op mededinging voor het per 1 januari 2025 resterende deel van de onderhavige subsidie.

Conclusie.

11. Het beroep is gegrond en de voorzieningenrechter vernietigt het bestreden besluit. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. Omdat het beroep gegrond is en verweerder wordt opgedragen om een nieuw besluit te nemen, bestaat er aanleiding om in afwachting van dat nieuwe besluit een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft op grond van artikel 8:72, vijfde lid, van de Awb de voorlopige voorziening dat het primaire besluit II is geschorst per 1 januari 2025 tot bekendmaking van de nieuw te nemen beslissing op bezwaar.

12. Omdat het beroep gegrond is, bepaalt de voorzieningenrechter dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht voor het beroep vergoedt. Vanwege de uitkomst van de zaak ziet de voorzieningenrechter ook aanleiding te bepalen dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht voor het verzoek om voorlopige voorziening vergoedt.

13. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Vanwege de uitkomst van de zaak heeft die proceskostenveroordeling ook betrekking op het verzoek om voorlopige voorziening. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.625 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift om een voorlopige voorziening, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 875 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiseres met inachtneming van deze uitspraak;

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;

- schorst het primaire besluit II van 15 januari 2024 / 1 februari 2024 per 1 januari 2025 tot de bekendmaking van de nieuw te nemen beslissing op bezwaar;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht in beide zaken aan eiseres te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van in totaal € 2.625,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.J. Sprakel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.W. Seylhouwer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

13 september 2024.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op: 13 september 2024.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan voor zover daarbij is beslist op het beroep binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

1 Op grond van artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2 Bijvoorbeeld: ECLI:NL:RVS:2018:2310.

3 ECLI:NL:RVS:2016:1421.

4 Op grond van artikel 8:72, vijfde lid, van de Awb.

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.