Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBLIM:2023:7509

Rechtbank Limburg
22-12-2023
22-12-2023
03.301090.21
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig

Veroordeling voor witwassen van geldbedragen afkomstig uit eigen misdrijf verband houdende met factuurfraude door middel van Binance-account. Verbeurdverklaring van een geldbedrag gelijk aan totaal van tegoeden waarover verdachte via dit account beschikte. ‘Toebehoren aan’ criterium dient in nadeel van verdachte uit te vallen, nu hij geen openheid van zaken heeft gegeven. Oplegging van een taakstraf van 60 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken met een proeftijd van 3 jaren.

Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 03.301090.21

tegenspraak

Vonnis van de politierechter d.d. 22 december 2023

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [plaats 2] op [geboortedatum] 2002,

wonende te [adres 1] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. A.A.G. Balkenende, advocaat kantoorhoudende te [plaats 3] .

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 11 december 2023. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

Het slachtoffer [slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De benadeelde partij is niet op zitting verschenen. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.

De behandeling van de ontnemingsvordering heeft gelijktijdig plaatsgehad met de behandeling van deze zaak.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: al dan niet samen met anderen, geldbedragen van 30.662,93 euro heeft witgewassen, subsidiair is dit ten laste gelegd als medeplichtigheid aan witwassen.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het primair feit bewezen en heeft daarbij naar voren gebracht dat het Binance-account op naam van de verdachte staat, dat Binance beschikt over een foto van de verdachte en een afbeelding van zijn paspoort en dat hij op twaalf verschillende momenten gelegen in de pleegperiode heeft ingelogd op zijn account.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit.

3.3

Het oordeel van de politierechter 1

Bewijsmiddelen

[slachtoffer] heeft op 18 juni 2021 aangifte gedaan wegens fraude (pg. 1). De fraude vermeldt, bevattende onder meer het volgende:

Op 30 mei 2021 ontving ik een email van Vattenfall. Ik had een betalingsachterstand van 324,07 euro. Er zat een betaallink van IDEAL bij voor het betalen van deze achterstand. Hierop heb ik geklikt en kwam uit op mijn betaalomgeving van de SNS. Ik heb de transactie uitgevoerd. Op 8 juni ontving ik wederom een mail van Vattenfall. Het was de 2de en tevens laatste betalingsherinnering. Ook hierbij zat een betaling van IDEAL. Ook deze heb ik betaald. De emails zijn afkomstig van het email adres: klantenservice Vattenfall [e-mailadres 1] . Ik heb een mail ontvangen van de fraude afdeling van de SNS bank. Ze hadden een transactie gezien die mogelijk verricht was naar aanleiding van een valse factuur. Er zou een aankoop gedaan zijn bij Binance.

De volgende transactie heeft plaatsgevonden:

Persoonlijke gegevens: [naam 1]

Van rekening: [rekeningnummer 1]

Datum: 31 mei 2021

Bedrag: -324,07

Naar rekening: [rekeningnummer 2]

Geschriften van SNS Bank, bevattende de volgende afbeeldingen (pg. 4-5):

(afbeelding van bankoverschrijving)

(afbeelding van bankoverschrijving)

Het proces-verbaal van bevindingen van de politie van 25 september 2021 (pg. 10), bevattende onder meer het volgende:

Volgens de aangifte zou het e-mailadres vanwaar de e-mail verstuurd is zijn: [e-mailadres 1] . Na onderzoek op de website van Vattenfall blijkt deze domeinnaam ' [e-mailadres 2] daadwerkelijk aan Vattenfall toe te behoren. Er is mogelijk sprake van spoofing van het originele e-mailadres van Vattenfall.

Het proces-verbaal van bevindingen van de politie van 14 juli 2021 (pg. 16), bevattende onder meer het volgende:

De twee transacties (2x 324,07 euro) die vanuit de rekening van aangever hebben plaatsgevonden zijn naar het bedrijf Binance gegaan. De eindbegunstigde van de transactie bij Binance:

Naam: [naam 2]

E-mailadres: [e-mailadres 3]

Telefoonnummer: [telefoonnummer]

Account aangemaakt: 31-5-2021 om 7:50:42 uur

Verder zijn er logins met apparaten gedaan via Binance met dit account op onder andere de IP-adressen in Nederland:

[IP-adres 1]

[IP-adres 2]

Van de persoon achter het account heeft Binance een kopie van een ID bewijs en een foto van de persoon. De foto van de Nederlandse identiteitskaart is van de volgende persoon: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2002. BSN [nummer 1] .

Na bevraging van de persoon in de politiesystemen bleek het volgende:

[verdachte] , geboren [geboortedatum] -2002 te [plaats 2] , verblijfadres: [adres 1] .

Het proces-verbaal van bevindingen van de politie van 14 juli 2021 (pg. 20), bevattende onder meer het volgende:

Uit de vordering verstrekking historische gegevens naar Binance kwamen diverse gegevens waaronder verschillende IP-adressen die veelvuldig gebruikt zijn door het Binance account van de verdachte.

[IP-adres 1]

[naam 3] , [adres 1] (Ziggo )

[IP-adres 2]

[naam 4] , [adres 7] (KPN)

Dit adres betreft [naam 5] .

[verdachte] woont volgens GBA sinds [datum 1] op de [adres 1] in [plaats 1] net als J [naam 3] ( [datum 2] ). [naam 3] blijkt volgens de politiesystemen de verzorger van [verdachte] te zijn.

Het proces-verbaal van bevindingen van de politie van 27 augustus 2021 (pg. 23-25), bevattende onder meer het volgende:

(pg. 23) Ik zag dat [verdachte] de Binance-applicatie op zijn telefoon opende en zijn account aan mij liet zien. [verdachte] gaf mij toestemming om door zijn account en "Wallet" te zoeken naar de gepleegde transacties. Ik zag in de transactiegeschiedenis dat er in de afgelopen drie maanden 25 transacties hebben plaatsgevonden richting het account. In de aangifte stond dat er twee maal €324,07 overgeschreven is van het bankrekeningnummer van de aangever naar Binance op 31 mei 2021 en 10 juni 2021. De volgende transacties met ditzelfde bedrag zijn terug te vinden in de transactiegeschiedenis van het Binance-account van [verdachte] :

Transactie 1:

Bedrag: €322,77

Betaalmethode: IDeal

Order ID: [nummer 2]

Aangegeven bedrag: €324,07

Transactiekosten: €1,30

Datum: 2021-06-02 10:50:49

Transanctie 2:

Bedrag: €322,77

Betaalmethode: IDeal

Order ID: [nummer 3]

Aangegeven bedrag: €324,07

Transactiekosten: €1,30

Datum: 2021-06-02 16:25:04

Transactie 3:

Bedrag: €322,77

Betaalmethode: IDeal

Order ID: [nummer 4]

Aangegeven bedrag: €324,07

Transactiekosten: €1,30

Datum: 2021-06-02 16:43:49

Transactie 4:

Bedrag: €322,77

Betaalmethode: IDeal

Order ID: [nummer 5]

Aangegeven bedrag: €324,07

Transactiekosten: €1,30

Datum: 2021-06-02 16:44:59

Het is mij bekend dat transacties naar Binance enkele dagen kunnen duren. Dit verklaart waarom de transactiedata van Binance verschillen van de transactiedata van de aangever.

Het proces-verbaal van verhoor van de verdachte van 17 augustus 2023 (pg. 38-42), bevattende onder meer het volgende:

(pg. 39) Ik woon in [plaats 1] , aan de [adres 1] . Mijn vader woont in [plaats 2] , aan de [adres 3] . Ik werk bij [naam 5] in [plaats 3] . Mijn bankrekeningnummer is [nummer 6] .

(pg. 40) Ik had wel een Binance-account, maar nu niet meer.

(pg. 41) Ik krijg geen maandelijks overzicht van Binance. Ik had er gewoon geld opgezet met de bedoeling om over een jaar of vier te kijken wat het eventueel heeft opgeleverd. Ik doe er voor de rest niets mee. Alleen ik zelf was op de hoogte van mijn Binance account. Ik heb het wachtwoord daarvan met niemand gedeeld. Dit wachtwoord was niet makkelijk te kraken.

Het proces-verbaal van bevindingen van de politie van 10 april 2022, bevattende onder meer het volgende:2

De verdachte verklaarde tijdens de hoorzitting dat het op het Binance-account nog- geld zou staan, maar dat hij er niet bij kan omdat Binance zijn account zou hebben geblokkeerd. Dit zou niet stroken met het feit dat hij wel kon inloggen. Uit het nieuwe rapport van Binance van 17 maart 2022 bleek dat het account de status ‘normaal’ heeft, het account is niet geblokkeerd of uitgeschakeld. Op 21 januari 2022 is nog ingelogd op het account, door middel van inloggegevens. Er staat nog €1.314 op het account.

Het proces-verbaal van bevindingen van de politie van 5 juli 2022, bevattende onder meer het volgende:3

(pg. 10) Onder de tabbladen 'Account Balance' en 'Current Assets & Wallets' staat wat er op desbetreffende datum op het account staat. Dat was in elk geval 1313,93 euro, 0.00000022 Bitcoin, 0.000882 Polkadot en 0.00000092 TetherUS.

Onder het tabblad 'Order history' staan transacties van de aan- en verkoop van cryptomunten. Hieruit blijkt dat het account van [verdachte] vanaf 7 maart 2021 tot en met 3 juni 2021 diverse cryptomunten (Bitcoin, Ethereum, Binance Coin etcetera) heeft aangekocht en verkocht. Concluderend kan gezegd worden dat het account actief gebruikt werd. Het account is niet zoals de verdachte verklaarde alleen maar gebruikt om geld op het account te zetten om 4 jaar later te kijken wat het opbracht.

Vanaf 15 april 2021 tot en met 2 juni 2021 zijn euro’s gestort of is gepoogd deze te (laten) storten. Aannemelijk is dat er een soort betaalverzoek naar diverse personen is uitgegaan. In totaal staan er 595 geplande stortingen op dit account. Daarvan zijn 287 geplande stortingen voor een bedrag van 324,07 euro, dit betreft hetzelfde bedrag dat de aangever twee keer heeft betaald. Van deze 287 zijn er 54 werkelijk gestort op het account van de verdachte voor een totaal bedrag van 17.429,58 euro. Van de 595 geplande stortingen, zijn er totaal 75 stortingen ontvangen door de verdachte voor een totaal bedrag van 28.431,04 euro.

Van de Binance wallet van verdachte is een totaal bedrag van 26.787 euro het overgeboekt naar walletadres [adres 4] en een totaal bedrag van 2.562 euro werd overgeboekt naar walletadres [adres 5] . Daarna is het overgeboekt van walletadres [adres 4] naar [adres 5] en daarna naar [adres 6] . Op dit walletadres staat nog 36,6 ETH. Het is niet te achterhalen van wie deze wallet is.

Het geschrift van Binance van 17 maart 2022, onder het tabblad ‘Access Logs’ bevattende onder meer het volgende:

(afbeelding van inlogmomenten, uit Binance rapport)

Het geschrift van Binance van 17 maart 2022, onder het tabblad ‘Account Balance’ bevattende onder meer het volgende:

(afbeelding van tegoedenoverzicht, uit Binance rapport)

Bewijsoverweging

De politierechter oordeelt in dit verband als volgt.

Bevindingen account

Aangever heeft op 18 juni 2021 en 31 mei 2021 twee facturen betaald (2x €342,07). De facturen leken afkomstig van de energieleverancier van de aangever. De bedragen zijn na de overboeking echter terechtgekomen op het Binance-account van de verdachte. Uit het voorgaande trekt de politierechter de conclusie dat de facturen die de aangever ontvangen heeft, vals waren. Verder blijkt dat het voornoemde account van de verdachte actief gebruikt werd. In totaal werd daarop een bedrag van €29.349,- gestort, welk bedrag uiteindelijk is overgeboekt naar twee andere accounts en vervolgens naar een derde account. Verbalisant [verbalisant] kon niet achterhalen aan wie de laatstgenoemde accounts toebehoorden. Op het account van de verdachte werd nog een bedrag aangetroffen van €1313,93. Alle voornoemde bedragen samen vertegenwoordigen het bedrag zoals tenlastegelegd (€30.662,93).

Rol verdachte

De vraag die vervolgens rijst is of de verdachte verantwoordelijk is voor voornoemd verkeer op zijn account. De verdachte heeft in dit verband -kort gezegd- verklaard dat zijn account is gehackt en dat hij de voornoemde gelden nooit op zijn account heeft waargenomen. De politierechter gelooft deze verklaring van de verdachte niet, en wel om het navolgende.

De verdachte heeft tijdens het verhoor van 17 augustus 2021 verklaard dat hij het account voor het laatst ongeveer een halfjaar geleden had gebruikt en toen ook het account had verwijderd. Dit kan echter niet kloppen gelet op het feit dat er meerdere logins zijn geconstateerd in die periode (een half jaar voor het verhoor van 17 augustus 2021) en wel vanaf het thuis IP-adres van de verdachte. Voornoemde vaststellingen wijzen erop dat het de verdachte was die zijn account gebruikte en niet iemand anders. Het procesdossier biedt ook geen enkele aanwijzing dat zijn account zou zijn gehackt. Dat door verbalisant [verbalisant] veel logs vanuit IP-adressen met als locatie Madrid zijn geconstateerd, vormt evenmin een dergelijke aanwijzing. Immers, het is een feit van algemene bekendheid dat door bijvoorbeeld gebruik te maken van een VPN-verbinding (virtueel particulier netwerk) de gebruikers daarvan worden beschermd doordat hun gegevens worden versleuteld en hun IP-adressen gemaskeerd. Met andere woorden, met een VPN-verbinding kan een gebruiker zijn locatie naar bijna elk gewenst ander land veranderen. Dus ook Madrid in Spanje, terwijl die gebruiker zich feitelijk in Nederland bevindt.

De verdediging heeft tijdens de terechtzitting nog betoogd dat de officier van justitie het ‘hackscenario’ niet afdoende zou hebben onderzocht. Tijdens de terechtzitting heeft de officier van justitie echter aangegeven dat zij alle mogelijke gegevens van het Binance-account van de verdachte heeft laten opvragen en analyseren, dat daaruit geen enkele aanwijzing voor het ‘hackscenario’ is gevonden en dat zij aldus alles gedaan heeft om het scenario van de verdachte te onderzoeken. De politierechter volgt de officier van justitie in haar betoog. Onduidelijk is wat het Openbaar Ministerie nog meer had moeten doen dan dit.

Ten slotte zij nog opgemerkt dat het een alleszins logische stap is om bij vermoeden van hacken de inloggegevens te veranderen. Dat heeft de verdachte nooit gedaan en dat is opvallend. Naar het oordeel van de politierechter is dit ook een aanwijzing dat het toch echt de verdachte was die aan de touwtjes trok.

Het voorgaande betekent, naar het oordeel van de politierechter, dat de verdachte verantwoordelijk is voor alle gebeurtenissen op zijn account.

Misdrijf?

Wat is dan de aard van die gebeurtenissen op het account van de verdachte? De politierechter is van oordeel dat het op het account van de verdachte geconstateerde bedrag van €30.662,93 een criminele oorsprong heeft. Daarvoor is er een aantal aanwijzingen. Zo werden 287 geplande stortingen geconstateerd voor een bedrag van €324,07. Een bedrag gelijk aan de bedragen die de aangever heeft overgemaakt. Bovendien werd door verbalisant [verbalisant] de conclusie getrokken dat de meeste (pogingen tot) stortingen zijn gedaan middels IDEAL, vermoedelijk via een betaallink, waarbij het aannemelijk is dat er een soort betaalverzoek naar diverse personen is uitgegaan. Hier komt bij dat de verdachte bij de politie op

17 augustus 2021 heeft verklaard dat hij tot voor kort studiefinanciering had en op het moment van het verhoor loon had ter hoogte van €1085,93 netto per maand en dat hij een bankrekeningnummer had. Dus, een verdachte met inkomsten die de bedragen op zijn account niet kunnen verklaren, welke inkomsten hij, zo begrijpt de rechter zijn verklaring bij de politie, op zijn bankrekening ontving en nergens anders.

De politierechter is aldus van oordeel dat het tenlastegelegde bedrag van €30.662,93 van een strafbaar feit afkomstig is. Nu er geen aanwijzingen zijn voor betrokkenheid van anderen en de verdachte als enige verantwoordelijk is voor de gebeurtenissen op zijn account, is er sprake van een misdrijf, door de verdachte zelf gepleegd.

Conclusie

De politierechter acht het primair tenlastegelegde bewezen, met dien verstande dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het tenlastegelegde medeplegen.

3.4

De bewezenverklaring

De politierechter acht bewezen dat de verdachte

Feit 1 primair

omstreeks de periode van 2 maart 2021 tot en met 1 augustus 2022 in [plaats 1] , althans in Nederland, meerdere geldbedragen ter hoogte van 30.662,93 euro, voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

De politierechter acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De politierechter constateert dat in casu de tenlastelegging is toegespitst op het delict uit artikel 420bis Sr, terwijl ter terechtzitting duidelijk is geworden dat het in de tenlastelegging omschreven voorwerp onmiddellijk afkomstig is uit een door de verdachte zelf gepleegd misdrijf. In een dergelijk geval dient de vraag zich aan of dan kan worden gekwalificeerd naar het delict uit artikel 420bis.1 Sr. De politierechter beantwoordt deze vraag bevestigend en verwijst daarvoor naar een aantal uitspraken die aanleiding geven te veronderstellen dat het kwalificeren als ‘eenvoudig witwassen’ in het voornoemde geval op de goedkeuring van de Hoge Raad kan rekenen (vgl. ECLI:NL:HR:2016:284 en ECLI:NL:HR:2021:321).

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

eenvoudig witwassen

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 60 uur subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met een proeftijd van 3 jaren. Daarnaast heeft de officier van justitie verzocht om een geldbedrag van €28.700,86 verbeurd te verklaren.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

6.3

Het oordeel van de politierechter

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan witwassen van door eigen misdrijf verkregen geldbedragen. Door het plegen van dit feit heeft de verdachte op slinkse wijze de herkomst van dit crimineel vermogen verborgen, ter facilitering van de onderliggende criminaliteit. De verdachte heeft daarbij planmatig schade toegebracht aan het vertrouwen in het bancaire verkeer en in de samenleving als geheel en zijn eigen financieel gewin vooropgesteld.

De verdachte heeft tot op heden geen verantwoordelijkheid genomen en blijft steevast ontkennen dat hij op enigerlei wijze betrokken is geweest bij het bewezenverklaarde feit, hetgeen gelet op de omstandigheden bijzonder kwalijk is en als strafverzwarend oogpunt is meegenomen in de strafmaat.

De politierechter heeft verder kennisgenomen van het rapport van de reclassering van

23 november 2023. In dat rapport zijn onder andere de werkomstandigheden van de verdachte beschreven. De politierechter heeft oog voor deze persoonlijke omstandigheden.

Alles afwegende is de politierechter van oordeel dat aan de verdachte een taakstraf voor de duur van 60 uren moet worden opgelegd. Voorts geeft de ontkennende houding van de verdachte en de kans op herhaling die daaruit voortvloeit aanleiding om een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 2 weken, met een proeftijd van 3 jaren, om hem ervan te weerhouden nieuwe strafbare feiten te plegen.

7 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van €648,14.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de gehele vordering toewijsbaar.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat er geen rechtstreeks verband bestaat tussen de schade en het tenlastegelegde feit. De vordering dient om die reden te worden afgewezen.

7.4

Het oordeel van de politierechter

De benadeelde heeft twee maal €324,07 overgemaakt naar het Binance-account van de verdachte, in de veronderstelling dat hij dit geld overboekte naar de rekening van Vattenfall vanwege openstaande facturen. De benadeelde heeft daardoor €648,14 materiële schade geleden, als rechtstreeks gevolg van het bewezen verklaarde.

De politierechter is om die reden van oordeel dat de gehele vordering toewijsbaar is en zal daarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte opleggen.

8 Verbeurdverklaring

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd om het bedrag van €30.662,93,- verbeurd te verklaren. Eerst een aantal uitgangspunten waarop de politierechter zich zal baseren bij de totstandkoming van zijn oordeel. Vooropgesteld zij dat verbeurdverklaring een vermogensstraf is. Dat betekent dat bij oplegging beoogd wordt de veroordeelde in zijn vermogen te treffen. Uit de uitspraak van de Hoge Raad van 17 mei 2016 (ECLI:NL:HR:2016:874) volgt immers dat ook door verbeurdverklaring van voorwerpen die kunnen worden aangemerkt als opbrengst van een strafbaar feit, kan worden bereikt dat aan een veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt ontnomen. De politierechter heeft ook gelet op het bepaalde in artikel 34 Sr, waarin wordt bepaald dat ook niet inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd kunnen worden verklaard. Wel dient er daarbij voldaan te zijn aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 33a Sr. Zo zijn voor verbeurdverklaring bijvoorbeeld enkel vatbaar voorwerpen met betrekking tot welke het feit is begaan. Ook is daarbij het vereiste van ‘toebehoren aan’ van belang. Immers, omdat de verbeurdverklaring ertoe strekt de veroordeelde in zijn vermogen te treffen, ligt het in de rede dat uitgangspunt is dat alleen aan de veroordeelde toebehorende voorwerpen kunnen worden verbeurdverklaard. Bij de verbeurdverklaring moet dan ook uitdrukkelijk worden vastgesteld of het verbeurdverklaarde voorwerp toebehoorde aan de verdachte zelf of aan een ander.

Welnu, in casu is slechts een bedrag van €1313,92 aangetroffen op het account van de verdachte. De rest van het bedrag (€29.349,01) is overgemaakt naar andere accounts waarbij het onduidelijk is gebleven aan wie die accounts toebehoorden. De politierechter stelt vast dat het bedrag van €30.662,93 -dat op het account van de verdachte werd waargenomen, en uiteindelijk ook deels werd aangetroffen- (een) voorwerp(en) betreft met betrekking tot welke het tenlastegelegde en bewezenverklaarde feit is begaan. Verder heeft te gelden, zoals uit het hiervoor weergegeven oordeel van de politierechter al is gebleken, dat de verdachte als enige verantwoordelijk was voor het verkeer op zijn account. Hij was dan ook degene die voornoemd geldbedrag uiteindelijk heeft verplaatst naar andere accounts. Nu de verdachte klaarblijkelijk het achterste van zijn tong niet heeft laten zien, en de politierechter van oordeel is dat hij de enige dader is, kan het niet zo zijn dat door het verplaatsen van voornoemd bedrag de verdachte het ‘toebehoren aan’ vereiste in zijn voordeel zou kunnen laten uitvallen. Immers, nu het geld zich niet meer op het account van de verdachte bevindt, zou niet kunnen worden vastgesteld dat het bedrag nog aan hem toebehoort. Daarmee zou de verdachte worden beloond voor zijn foute gedrag, waarbij hij aldus geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen. Hoewel de politierechter uitspraken is tegengekomen waarin voornoemd vereiste eng werd uitgelegd (zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RBDHA:2016:12351), zal de politierechter dit vereiste ten nadele van de verdachte interpreteren. Met andere woorden, de verdachte had dan maar eerlijk moeten zijn en moeten aangeven wat hij met dat bedrag heeft gedaan. Nu hij dat niet is, zal de politierechter ervan uitgaan dat het bedrag dat van zijn account is vertrokken, nog steeds aan hem toebehoort.

De politierechter benadrukt, indachtig het voorgaande, dat de verbeurdverklaring feitelijk wordt uitgesproken om wederrechtelijk voordeel dat de verdachte heeft genoten te ontnemen. Dat is ook, zo is gebleken tijdens de terechtzitting, de bedoeling van de officier van justitie geweest. Er ligt immers een ontnemingsvordering voor slechts een bedrag van €1313,92. Voor het resterende bedrag heeft de officier van justitie verbeurdverklaring gevorderd.

De verdachte zal, gelet op het voorgaande, het bedrag van €30.662,93 moeten betalen, waarbij ingeval van geen (of niet gehele) voldoening vervangende hechtenis zal worden toegepast, met dien verstande dat hiervan zal worden afgetrokken het te ontnemen bedrag van €1313,92.

De politierechter heeft rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 33, 33a, 36e, 36f, 63, 420bis en 420bis.1 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De politierechter:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor tot een taakstraf voor de duur van 60 uren;

  • -

    beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 30 dagen;

  • -

    veroordeelt de verdachte voorts tot een gevangenisstraf van 2 weken;

  • -

    bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 3 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] , van een bedrag van 648,14 euro, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 1 augustus 2022 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;

  • -

    legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer] , van een bedrag van 648,14 euro, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 1 augustus 2022 tot aan de dag van de volledige voldoening; bepaalt de duur volgens welke met toepassing van artikel 6:4:20 van het Wetboek van Strafvordering gijzeling kan worden toegepast op ten hoogste 12 dagen; verstaat dat de toepassing van deze gijzeling, de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Verbeurdverklaring

- verklaart verbeurd het volgende voorwerp:

  • -

    29.349,01 euro;

  • -

    beveelt dat indien de veroordeelde zijn betalingsverplichting niet nakomt, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 181 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. D. Osmić, politierechter, in tegenwoordigheid van mr. R.H.R.G. van Kerkhof, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 22 december 2023.BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1

hij in of omstreeks de periode van 2 maart 2021 tot en met 1 augustus 2022 te [plaats 1] , althans in Nederland en/of Spanje en/of het Verenigd Koningrijk (Engeland), telkens tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (van) een of meerdere geldbedrag(en) (ter hoogte van 30.662,93 euro euro), althans een of meer voorwerpen

Sub b

-heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of

-gebruik heeft gemaakt

terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

( art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht, art 420quatr lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

onbekend gebleven personen op tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 maart 2021 tot en met 1 augustus 2022 te [plaats 1] , althans in Nederland en/of Spanje en/of het Verenigd Koningrijk (Engeland), telkens tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (van) een of meerdere geldbedrag(en) (ter hoogte van 30.662,93 euro), althans een of meer voorwerpen

Sub a

- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den)

Sub b

- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of

- gebruik heeft gemaakt

terwijl hij wist dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 2 maart 2021 tot en met 1 augustus 2022 te [plaats 1] , althans in Nederland en/of Spanje en/of het Verenigd Koningrijk (Engeland), opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door diens Binance account ter beschikking te stellen;

( art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht, art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht)

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Limburg, district Zuid-West-Limburg, basisteam Maastricht, proces-verbaalnummer PL2300-2021093416, gesloten d.d. 28 oktober 2021, digitaal doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 42.

2 Proces-verbaal van politie Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2021093416, gesloten d.d. 2 augustus 2022, pagina 3.

3 Proces-verbaal van politie Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2021093416, gesloten d.d. 2 augustus 2022, pagina’s 11-12.

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.