3.2.
B&W vordert dan nog, kort gezegd, dat de voorzieningenrechter Bronswerk , versterkt met een dwangsom zal veroordelen om,
informatie te verstrekken over haar:
binnen- en buitenlandse bronnen van inkomsten,
binnen- en buitenlandse vermogen, en
binnen- en buitenlandse voor verhaal vatbare goederen, onderbouwd met bewijsstukken waaronder in elk geval:
a. a) bankrekeningafschriften van alle op naam van Bronswerk gestelde binnen- en buitenlandse bankrekeningen, waaronder betaal-, spaar- en effectenrekeningen vanaf 1 juli 2020 (datum aanvang Deense arbitrage procedure) dan wel 27 augustus 2024 (datum beschikking hof Arnhem-Leeuwarden), dan wel een in goede justitie te bepalen datum,
b) alle relevante bescheiden, zoals maar niet beperkt tot aandeelhoudersregisters, aandeelhoudersbesluiten, notulen, UBO-registers, onderhandse overeenkomsten, overeenkomsten van opdracht, met betrekking tot binnen- en buitenlandse entiteiten waar Bronswerk :
i. enige functie in heeft of heeft gehad vanaf een van de hiervoor genoemde data (bijvoorbeeld bestuurder); en/of
ii. enig economisch en/of juridisch belang in heeft of heeft gehad vanaf een van de hiervoor genoemde data, en de aard van die belangen (zoals die bijvoorbeeld blijken uit aandeelhoudersregisters en/of UBO-registers etc.);
c) alle relevante bescheiden met betrekking tot liquiditeitsstromen uit bovenbedoelde functie(s) en/ of economische en/ of juridisch belangen ten gunste van Bronswerk (bijvoorbeeld in de vorm van geldstromen uit overeenkomsten (met klanten), dividend, rente, terugbetaling van leningen en/of andere beloningen en/of uitkeringen);
d) de Balans/ Winst & Verliesrekening (zoals Productie B&W 9, laatste pagina) tussen Bronswerk en alle aan haar gelieerde entiteiten, waaronder in ieder geval begrepen alle groepsmaatschappijen, vanaf een van de hiervoor genoemde data,
met veroordeling van Bronswerk in de proceskosten, inclusief wettelijke rente.