4 De beoordeling
Bevoegdheid en toepasselijk recht
4.1.
[eiser] is woonachtig in Israël en Top-Line is gevestigd in Denemarken. Dit betekent dat deze zaak een internationaal karakter kent. Gelet hierop ligt allereerst – ambtshalve – de vraag voor of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft om van de vorderingen van [gezamenlijke eisers] kennis te nemen. Deze vraag moet bevestigend worden beantwoord. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt.
4.2.
Tussen Israël en Nederland is geen sprake van een verdrag dat betrekking heeft op internationale rechterlijke bevoegdheid. De bevoegdheid van de Nederlandse rechter om kennis te nemen van de tegen EasySofa ingestelde vorderingen moet daarom worden vastgesteld op basis van de regels die zijn opgenomen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Deze bevoegdheid kan in dit geval worden gebaseerd op de hoofdregel van artikel 2 Rv. Aangezien EasySofa, als gedaagde partij, in Nederland is gevestigd, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht. Ter zake van de vorderingen ingesteld door Top-Line geldt het volgende.
Denemarken heeft, blijkens een daartoe gesloten protocol bij het Verdrag van Amsterdam tot wijziging van het oorspronkelijke EG-Verdrag, te kennen gegeven niet deel te nemen aan de ‘voorganger’ van Brussel I bis-Vo (de Brussel I-Verordening). Nadien heeft Denemarken diverse overeenkomsten met de – toen nog – Europese Gemeenschap (EG) gesloten,1 waardoor de bepalingen van de Brussel I bis-Verordening2 – met enkele wijzigingen – ook worden toegepast in de betrekkingen tussen Denemarken en de overige lidstaten van de Europese Unie. De Brussel I-Verordening kent ook de hoofdregel (artikel 4 lid 1) dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft als de gedaagde partij woonplaats heeft in Nederland. De relatieve bevoegdheid van deze rechtbank volgt uit het feit dat EasySofa woonplaats heeft binnen het arrondissement Gelderland.
4.3.
[gezamenlijke eisers] beroept zich primair op schending van het aan haar toekomende auteursrecht op de Michelin bank. EasySofa heeft daartegen verschillende verweren gevoerd, die hierna – voor zover relevant – zullen worden behandeld.
I. Het land van oorsprong – bescherming Berner Conventie
4.4.
Partijen verschillen van mening over de vraag of de Michelin bank in Nederland auteursrechtelijke bescherming geniet. Het debat van partijen gaat concreet over de materiële-reciprociteitstoets van artikel 2 lid 7 Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst (hierna: BC). Deze materiële-reciprociteitstoets strekt – kort gezegd – ertoe dat aan een voorwerp als werk van toegepaste kunst auteursrechtelijk geen bescherming wordt geboden als die bescherming in het land van oorsprong niet aan dit voorwerp toekomt.
4.5.
Partijen twisten over de vraag welk land heeft te gelden als land van oorsprong van de Michelin Bank in de zin van artikel 2 lid 7 BC. [gezamenlijke eisers] stelt zich op het standpunt dat Polen heeft te gelden als het land van oorsprong. EasySofa betwist dat en voert aan dat Israël geldt als het land van oorsprong.
De rechtbank overweegt dat het land van oorsprong invloed heeft op de inhoudelijke behandeling van deze zaak en op de eventuele uitkomst. Partijen zijn het immers met elkaar eens dat de Michelin bank in Israël enkel modelrechtelijke bescherming had kunnen genieten en dat auteursrechtelijke bescherming naar het recht van Israël is uitgesloten. Vaststaat bovendien dat de Michelin bank niet modelrechtelijk is beschermd. Indien de rechtbank zou oordelen dat Israël geldt als land van oorsprong, dan kunnen de vorderingen van [gezamenlijke eisers] die zijn gebaseerd op auteursrechtinbreuk mogelijk niet worden toegewezen. De rechtbank spreekt uitdrukkelijk van ‘mogelijk’, aangezien de Hoge Raad in zijn arrest van 31 maart 2023 vragen van uitleg heeft gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. 3 In de kern wenst de Hoge Raad te vernemen of de materiële-reciprociteitstoets uit de BC door individuele lidstaten mag worden toegepast. Deze vraag speelt omdat het HvJ EU op 8 september 2020 heeft geoordeeld dat de reciprociteitsbepaling die is opgenomen in het WIPO Performances and Phonograms Treaty niet door individuele lidstaten mag worden toegepast, omdat daar in het EU-recht geen basis voor is.4 Laatstgenoemd verdrag betreft ook een internationaal verdrag dat betrekking heeft op een intellectueel eigendomsrecht. Indien Polen zou gelden als land van oorsprong, speelt het voorgaande niet. In Polen komt, evenals in de andere lidstaten van de Europese Unie, een werk van toegepaste kunst hoe dan ook in aanmerking voor auteursrechtelijke bescherming.
4.6.
Partijen hebben uitgebreid gedebatteerd over de inhoud en de gevolgen van de prejudiciële vragen die de Hoge Raad heeft gesteld. EasySofa heeft de rechtbank verzocht tot aanhouding van deze procedure totdat het HvJ EU arrest heeft gewezen. Dat aanhoudingsverzoek is, voorafgaand aan de mondelinge behandeling, door de rechtbank afgewezen.
4.7.
Ter beantwoording van de vraag welk land heeft te gelden als het land van oorsprong van de Michelin bank, overweegt de rechtbank als volgt. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat als land van oorsprong in de zin van artikel 2 lid 7 BC kan worden aangemerkt, het land waar een werk van toegepaste kunst daadwerkelijk als eerst aan het publiek ter beschikking is gesteld.5 Daaronder wordt verstaan dat exemplaren van het werk daadwerkelijk ter afname worden aangeboden aan het publiek en dat potentiële afnemers de mogelijkheid hebben het werk te bestellen en/of te kopen. [gezamenlijke eisers] stelt dat het eerste productiemodel van de Michelin bank aan het publiek is getoond, met de bedoeling/mogelijkheid om het aan te kunnen schaffen, in Polen. Volgens [gezamenlijke eisers] was dit in juni 2015 tijdens een huisshow van Top-Line. Tijdens deze huisshow heeft de Hongaarse vennootschap Basic Collection Kft in juli 2015 een bestelling gedaan voor een exemplaar van de Michelin bank. EasySofa betwist deze stelling en feitelijk betwist zij ook de door [gezamenlijke eisers] aangevoerde onderbouwing van die stelling. EasySofa stelt bovendien dat het finale model van de Michelin bank al in 2013 is getoond in de showroom van [eiser] . Deze showroom bevindt zich in de Israëlische hoofdstad Tel Aviv. Zij onderbouwt dit verweer met verschillende Facebookberichten hierover.
4.8.
De rechtbank overweegt dat gelet op het beoogde rechtsgevolg van het door EasySofa gevoerde verweer, in beginsel op EasySofa de bewijslast rust van haar stelling dat de Michelin bank als eerste in Israël daadwerkelijk aan het publiek ter beschikking is gesteld. Ter zitting heeft [eiser] erkend dat gedurende het jaar 2013 in zijn showroom een prototype van de Michelin bank was opgesteld. [gezamenlijke eisers] betwist echter dat het een productieversie betrof en ook dat de bank kon worden besteld of gekocht door afnemers. De rechtbank overweegt als volgt. Dat de Michelin bank, of een nauw daaraan verwant prototype, eerst in Israël in een showroom stond staat, gezien de erkenning door [gezamenlijke eisers] , vast. Echter, de rechtbank kan niet vaststellen dat de Michelin bank in die showroom voor juni 2015 daadwerkelijk beschikbaar is gesteld aan het publiek. Immers, uit de Facebookberichten blijkt niet dat een exemplaar van de Michelin bank daadwerkelijk ter afname werd aangeboden. Echter, uit deze Facebookberichten blijkt ook niet dat de Michelin bank indertijd alleen als prototype in de showroom heeft gestaan zonder de mogelijkheid om de bank te kopen of af te nemen.
4.9.
Daarentegen kan uit de door [gezamenlijke eisers] overgelegde stukken, hoewel door EasySofa betwist, voorshands worden aangenomen dat in juni 2015 in Polen sprake was van daadwerkelijke beschikbaarstelling aan het publiek van de Michelin bank. Immers, [gezamenlijke eisers] heeft vooralsnog voldoende gesteld en onderbouwd dat in juni 2015 een huisshow heeft plaatsgevonden van Top-Line waar de Michelin bank aanwezig was en waarna Basic Collection Kft in juli 2015 een exemplaar van de bank heeft besteld. De rechtbank gaat daarom voorshands ervan uit dat Polen heeft te gelden als het land van oorsprong. EasySofa krijgt, gelet op haar gemotiveerde betwisting, de gelegenheid om hier tegenbewijs tegen te leveren.
4.10.
Als EasySofa zou slagen in het leveren van tegenbewijs, waardoor het voorshands oordeel van de rechtbank zou worden ontzenuwd, komt vast te staan dat Israël heeft te gelden als land van oorsprong van de Michelin bank. [gezamenlijke eisers] heeft immers enkel gesteld dat Polen als land van oorsprong heeft te gelden. Uit het partijdebat volgt verder niet dat naast Polen en Israël nog een ander land zou kunnen gelden als land van oorsprong. Voor het geval dat Israël moet worden aangemerkt als land van oorsprong, hebben partijen bepleit dat de rechtbank de verdere behandeling zal aanhouden teneinde de beantwoording van de door de Hoge Raad gestelde prejudiciële vragen af te wachten. Als vast komt te staan dat Polen het land van oorsprong is, dan kan op basis van de in Nederland geldende regels van auteursrecht (die, voor zover relevant voor dit geschil, Europees zijn geharmoniseerd) worden beoordeeld in hoeverre de Michelin bank auteursrechtelijke bescherming geniet en of sprake is van inbreuk op auteursrechten door EasySofa met haar Capoli bank.
4.11.
Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen op vragen van de rechtbank uitdrukkelijk verklaard dat zij, om redenen van doelmatigheid, geen bezwaar hebben tegen een oordeel over de auteursrechtelijke bescherming van de Michelin bank in Nederland. Immers, indien de rechtbank zou concluderen dat de Michelin bank überhaupt niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt of dat de Capoli bank geen inbreuk maakt op dit recht, dan zijn de vorderingen van [gezamenlijke eisers] – voor zover gebaseerd op auteursrechtinbreuk – niet toewijsbaar. Het verdere partijdebat over het toepasselijke land van oorsprong zou in dat geval zinledig zijn en enkel kostenverhogend werken.
II. Auteursrechtelijke bescherming
4.12.
De rechtbank zal gelet op het voorgaande dan ook beoordelen of de Michelin bank voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. De rechtbank stelt bij deze beoordeling het volgende voorop.
4.13.
Volgens vaste rechtspraak van het HvJ EU bestaat het auteursrechtelijke begrip ‘werk’ uit twee elementen. Ten eerste impliceert dit begrip een oorspronkelijk voorwerp dat een eigen intellectuele schepping van de auteur ervan is, en ten tweede vereist het dat die schepping wordt uitgedrukt.6
4.14.
Wat het eerste element betreft, geldt dat om een voorwerp als oorspronkelijk te kunnen beschouwen, zowel noodzakelijk als voldoende is dat dit voorwerp een intellectuele schepping van de auteur is die de persoonlijkheid van deze laatste weerspiegelt en tot uiting komt door de vrije creatieve keuzen van die auteur bij de totstandkoming ervan. Wanneer voor de vervaardiging van een voorwerp technische overwegingen, regels of andere beperkingen gelden die geen ruimte laten voor creatieve vrijheid, dan heeft zo’n voorwerp niet de oorspronkelijkheid die vereist is om een werk te kunnen vormen en bijgevolg auteursrechtelijke bescherming te genieten.7De rechter moet nagaan of de auteur van het product door de keuze van de verschijningsvorm ervan zijn creatieve vermogen op originele wijze tot uitdrukking heeft gebracht door vrije én creatieve keuzen te maken en het product zodanig heeft vormgegeven dat het zijn persoonlijkheid weerspiegelt. De rechter moet bij deze beoordeling rekening houden met alle relevante elementen van de zaak, zoals deze bestonden op het tijdstip waarop het voorwerp werd ontworpen, ongeacht de factoren die na de creatie van het product en los ervan zijn ontstaan. Het bestaan van andere mogelijke verschijningsvormen waarmee hetzelfde technisch resultaat kan worden bereikt wijst weliswaar erop dat er keuzemogelijkheden zijn, maar dit is niet doorslaggevend voor de beoordeling van de factoren die de keuze van de maker hebben beïnvloed.8 Ook een verzameling of bepaalde selectie van op zichzelf niet beschermde elementen kan een (oorspronkelijk) werk zijn in de zin van de Auteurswet (hierna: Aw), mits de verzameling/selectie het persoonlijk stempel van de maker draagt.9 Daarbuiten valt in elk geval al hetgeen een vorm heeft die zo banaal of triviaal is, dat daarin geen creatieve arbeid van welke aard ook valt aan te wijzen.10 De rechtbank benadrukt dat auteursrecht uitdrukkelijk ook kan bestaan op gebruiksvoorwerpen en industriële vormgeving, zoals meubelen. Hiervoor geldt geen andere (hogere of lagere) drempel dan voor andere voorwerpen van auteursrechtelijke bescherming.
4.15.
Het tweede element impliceert dat het voorwerp waarvoor auteursrechtelijke bescherming wordt ingeroepen voldoende nauwkeurig en objectief kan worden geïdentificeerd, zodat marktdeelnemers duidelijk en nauwkeurig kunnen vaststellen waarvoor auteursrechtelijke bescherming wordt ingeroepen.11
Michelin bank auteursrechtelijk beschermd?
4.16.
Volgens [gezamenlijke eisers] heeft [eiser] in het najaar van 2013 een eerste prototype ontwikkeld, welke prototype hij halverwege 2015 – in beperkte mate – heeft verfijnd. Ten aanzien van de auteursrechtelijke bescherming van de Michelin bank beroept [gezamenlijke eisers] , zo begrijpt de rechtbank, zich enkel en alleen op de volgende door [eiser] gemaakte ontwerpkeuzes:
-
het gebruik van elementen/vlakken die een ‘ietwat’ bolle vorm hebben,
-
de omstandigheid dat het patroon en de vorm van de elementen wijzigt naar gelang het onderdeel van de bank, te weten het zitgedeelte, de arm, de rug en aan de zij- en achterkant, en
-
het ontbreken van zichtbare poten onder de bank, waardoor het visuele effect ontstaat dat de bank op de grond lijkt te staan.
4.17.
In de processtukken verwijst [gezamenlijke eisers] nog naar de volgende andere ontwerpkeuzes die [eiser] tijdens het ontwerpproces van de Michelin bank heeft gemaakt:
de schuin aflopende hoek die de rugleuning en de armsteunen maken,
de keuze voor de afmeting van de bank en zijn diverse onderdelen (met name de diepte van het zitgedeelte en de hoogte van de rug), en
de keuze voor de (soort) stof waarmee de bank kan worden uitgevoerd.
Aangezien [gezamenlijke eisers] zelf van oordeel is dat laatstgenoemde elementen van triviale aard zijn en daarom deze elementen niet aan de vorderingen ten grondslag heeft gelegd, zal de rechtbank de elementen (d t/m f) – in zoverre – niet bij haar beoordeling betrekken.
4.18.
De rechtbank oordeelt als volgt. Aan het tweede vereiste (zie rov. 4.13) is voldaan. Anders dan door EasySofa is betoogd bij antwoord, is de rechtbank van oordeel dat met de drie door [gezamenlijke eisers] concreet benoemde auteursrechtelijke elementen (a t/m c) voldoende duidelijk is welke auteursrechtelijke bescherming [gezamenlijke eisers] feitelijk inroept.
4.19.
Wat het eerste vereiste betreft (zie rov. 4.13), is de rechtbank van oordeel dat het afzonderlijke element (c) triviaal is en niet getuigt van een door [eiser] gemaakte vrije en creatieve keuze, waardoor dat element zijn persoonlijkheid weerspiegelt. De feitelijke keuze die [eiser] heeft gemaakt is het gebruik van korte poten onder het bankstel, waardoor de Michelin bank laag op de grond staat. Deze keuze is bovendien het directe gevolg van de, hierna te bespreken, ontwerpkeuze om een bepaalde maatvoering van pads/elementen te hanteren. Aangezien het zitgedeelte van een bank niet te hoog boven de grond kan staan, teneinde de bank praktisch bruikbaar te maken en te voorzien van het noodzakelijke comfort, moest [eiser] wel kiezen voor korte poten onder de bank. Uit het door EasySofa in het geding gebrachte overzicht van andere zitbanken,12 het zogenaamde vormgevingserfgoed, blijkt bovendien dat de keuze voor het gebruik van het ontbreken van zichtbare poten, weinig oorspronkelijk is. Uit het aan de rechtbank getoonde vormgevingserfgoed blijkt dat zo’n ontwerpkeuze eerder al vaker is toegepast bij – onder meer – de door [naam 1] respectievelijk [naam 2] ontworpen banken. Ook is zo’n keuze toegepast bij banken die op de markt zijn gebracht door Temas V s.a., Bretz Wohnträume GmbH, Kanizsa Trend Kft GmbH en Dott. Frano Cicogna & C. Srl.
4.20.
Ten aanzien van de ontwerpkeuzes onder (a) het gebruik van elementen die een ‘ietwat’ bolle vorm hebben en (b) de omstandigheid dat het patroon en de vorm van de elementen wijzigt naar gelang het onderdeel van de bank, te weten het zitgedeelte, de arm, de rug en aan de zij- en achterkant, is de rechtbank van oordeel dat door het gebruik van de combinatie van deze kenmerkende elementen het ontwerp van de Michelin bank aan de werktoets voldoet. Het samenstel van deze twee overheersende elementen, geeft de Michelin bank een eigen, oorspronkelijke uitstraling.
4.21.
EasySofa heeft gemotiveerd betwist dat de Michelin Bank auteursrechtelijke bescherming toekomt omdat in het vormgevingserfgoed de elementen (a) en (b) al vaak zijn voorgekomen. EasySofa wijst onder meer op de zitbanken ontworpen door [naam 1] en [naam 2] , alsmede op de banken die op de markt zijn gebracht door Temas V s.a., De Coro ltd. en Bretz Wohnträume GmbH. De rechtbank oordeelt als volgt. De omstandigheid dat bepaalde (onderdelen van) elementen al eerder zijn toegepast of zouden zijn geïnspireerd op kniebeschermers van stratenmakers, zoals [gezamenlijke eisers] ter zitting nog heeft verklaard, is onvoldoende om aan de Michelin bank geen auteursrechtelijke bescherming toe te kennen. De stelling van EasySofa miskent immers het uitgangspunt dat een verzameling of bepaalde selectie van op zichzelf niet beschermde elementen een (oorspronkelijk) werk kan zijn in de zin van de Aw (zie rov. 4.14). De rechtbank is van oordeel dat met de wijze waarop [eiser] deze twee ontwerpkeuzes heeft gemaakt en uitgevoerd, hij op voldoende eigen wijze uiting heeft gegeven aan al bestaande gangbare/bekende elementen.
4.22.
Het voorgaande heeft echter wel een consequentie, hetgeen EasySofa ook voorstaat. De beschermingsomvang van het aan [eiser] toekomende auteursrecht op het ontwerp van de Michelin bank is beperkt tot die kenmerkende elementen waaraan de bank originaliteit ontleent. Ten aanzien van de toegepaste bolvormige elementen/vlakken gaat het dan om pofvormige vlakken, met de specifieke afmetingen zoals toegepast op de Michelin bank. De oppervlakte van ieder vlak wisselt daarnaast per kolom en/of rij. Hierdoor ontstaat een eigen lijnenpatroon dat bestaat uit rechte lijnen die zich tot elkaar verhouden in hoeken van 90 graden.
Maakt de Capoli bank inbreuk?
4.23.
De rechtbank dient vervolgens te beoordelen of EasySofa met haar Capoli bank inbreuk maakt op het aan [eiser] toekomende auteursrecht op de Michelin bank. De rechtbank overweegt dat bij de beantwoording van de vraag of sprake is van inbreuk op een auteursrecht op een gebruiksvoorwerp, beoordeeld dient te worden in welke mate de totaalindrukken van het beweerdelijk inbreukmakende werk en het beweerdelijk bewerkte of nagebootste werk overeenstemmen. De auteursrechtelijk beschermde trekken of elementen van laatstbedoeld werk zijn daarbij bepalend. Bij de vergelijking van de totaalindrukken dienen ook onbeschermde elementen in aanmerking te worden genomen, voor zover de combinatie van al deze elementen in het beweerdelijk nagebootste werk aan de ‘werktoets’ beantwoordt.13
4.24.
De rechtbank is van oordeel dat vanwege de – relatief - beperkte beschermingsomvang van de Michelin bank en na bestudering van de totaalindrukken van zowel de Michelin als de Capoli bank, de Capoli bank geen inbreuk maakt op de auteursrechten van [eiser] . De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. Aan [gezamenlijke eisers] moet worden toegegeven dat tussen de Michelin bank en de Capoli bank een zeker mate van overeenstemming bestaat. Echter, tussen de beide banken bestaan ook duidelijke verschillen. Als niet door [gezamenlijke eisers] weersproken, is sprake van een andere stiktechniek die EasySofa toepast bij de Capoli bank. De wijze waarop bij de Capoli bank de verschillende vlakken/elementen zijn gevormd, geven de bank een andere uitstraling dan de Michelin bank. De lijnvoering van Capoli bank is verfijnder, in vergelijking met de meer grove afwerking van de Michelin bank. Simon c.s. heeft ook niet weersproken dat EasySofa minder schuim toepast bij de Capoli bank. Hierdoor zijn de elementen bij de Capoli bank aanzienlijk minder ‘bollig’ en daardoor minder pofvormig in vergelijking met de Michelin bank. De vlakken/elementen van de Capoli bank zijn bovendien hoekiger en strakker in vergelijking met de vlakken/elementen van de Michelin bank. De eerstgenoemde bank heeft hierdoor een strakker aangezicht en oogt minder ‘frivool’. Het lijnenpatroon van de Capoli bank wijkt ook af van het lijnenpatroon van de Michelin bank, aangezien de Capoli bank een andere vlakverdeling kent. Bij de Capoli bank is op het zitvlak ook een extra bolvormig vlak toegepast in vergelijking met de Michelin bank. Ook is sprake van meer symmetrie bij de toegepaste vlakken/elementen van de Capoli bank. Dit terwijl voor de Michelin bank kenmerkend is dat de vlakken/elementen meer in omvang wijzigen, wat bij deze bank zorgt voor een speels effect. Tot slot wijst de rechtbank nog op het verschil van de armleuning. De Capoli bank beschikt, aan de onderzijde, over een dikkere zijleuning, waardoor het rechtlijnige patroon van de vlakelementen wordt doorbroken.
4.25.
Vanwege de hiervoor beschreven wezenlijke verschillen met de voor de Michelin bank karakteristieke auteursrechtelijk beschermde elementen, is de conclusie dat de Capoli bank in haar geheel bezien in zodanige mate verschilt van het ontwerp van de Michelin bank dat voldoende afstand is genomen van laatstgenoemde bank. In zoverre is geen sprake van een overeenstemmende totaalindruk.
4.26.
De rechtbank oordeelt dan ook dat van een auteursrechtinbreuk geen sprake is. De vorderingen van [gezamenlijke eisers] die daarop zijn gebaseerd, zullen dan ook worden afgewezen. De rechtbank komt dan ook niet toe aan de overige door EasySofa nog gevoerde verweren. Bij die stand van zaken kan het toelaten van tegenbewijs tegen het rechterlijk vermoeden dat Polen geldt als land van oorsprong, bij gebrek aan belang, achterwege blijven.
4.27.
Nu geen sprake is van auteursrechtinbreuk resteert de vraag of de Capoli bank heeft te gelden als een slaafse nabootsing van de Michelin bank. Ook daarvan is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. De rechtbank is met EasySofa van oordeel dat geen sprake is van verwarringsgevaar tussen beide banken en dat de Michelin bank geen eigen gezicht heeft in de markt. Dit oordeel wordt als volgt gemotiveerd.
4.28.
Nabootsing van een stoffelijk product dat niet (langer) wordt beschermd door een absoluut recht van intellectuele eigendom staat in beginsel vrij, zij het dat dit beginsel uitzondering lijdt wanneer door die nabootsing verwarring bij het publiek valt te duchten en de nabootsende concurrent tekortschiet in zijn verplichting om bij dat nabootsen alles te doen wat redelijkerwijs, zonder afbreuk te doen aan de deugdelijkheid of bruikbaarheid van zijn product, mogelijk en nodig is om te voorkomen dat door gelijkheid van beide producten gevaar voor verwarring ontstaat. Nabootsing op een wijze die nodeloos verwarring veroorzaakt, is een vorm van oneerlijke mededinging, waartegen met een vordering uit onrechtmatige daad kan worden opgekomen. Van verwarring ten aanzien van een nagebootst product kan eerst sprake zijn indien dat product een ‘eigen gezicht’ heeft op de relevante markt, dat wil zeggen: zich in uiterlijke verschijningsvorm onderscheidt van andere, gelijksoortige producten op die markt (het ‘Umfeld’). Of het product een eigen gezicht heeft moet beoordeeld worden aan de hand van de marktsituatie ten tijde van de aanvang van de gestelde ‘inbreuk’. Het eigen gezicht van een product kan afnemen, en zelfs verdwijnen (‘verwateren’) naarmate meer soortgelijke producten op de markt verschijnen en zich handhaven.14
4.29.
De rechtbank overweegt als volgt. [gezamenlijke eisers] heeft niet, althans onvoldoende, aangetoond dat de Michelin bank een eigen gezicht had op de markt toen EasySofa de Capoli bank in de loop van 2020 op de markt bracht. Gelet op het hiervoor al besproken vormgevingserfgoed, werd op dat moment de markt reeds gevormd door een aanzienlijk aantal banken die (grote) gelijkenissen vertonen met de Michelin bank. Ten overvloede overweegt de rechtbank nog dat een eventueel eigen gezicht van de Michelin bank thans is verwaterd. Uit de door EasySofa in het geding gebrachte foto’s van met de Michelin bank vergelijkbare banken, volgt dat de door [gezamenlijke eisers] benoemde kenmerkende elementen van de Michelin bank bij een groot aantal andere banken ook terugkomen. Dat [gezamenlijke eisers] de nodige inspanningen heeft geleverd teneinde die banken van de markt te halen is door [gezamenlijke eisers] niet gesteld en de rechtbank ook anderszins niet gebleken. Dat, zoals [gezamenlijke eisers] tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard, diverse banken die zijn opgenomen in het door EasySofa overlegde overzicht met het ‘umfeld’ feitelijk Michelin banken zijn die onder een andere naam worden verhandeld, maakt het voorgaande niet anders.
4.30.
Zou aangenomen worden dat de Michelin bank wel het benodigde onderscheidend vermogen bezit voor een eigen plaats op de markt en dat geen sprake is van verwatering, dan geldt – zoals hiervoor al is overwogen – dat de uiterlijke kenmerken van de Capoli bank voldoende verschillend zijn van die van de Michelin bank. Daarmee is geen sprake van verwarringwekkende nabootsing en dus evenmin van onrechtmatig handelen van de zijde van EasySofa.
Conclusie en proceskosten
4.31.
De rechtbank zal de vorderingen van [gezamenlijke eisers] gezien het bovenstaande afwijzen. [gezamenlijke eisers] is de partij die ongelijk krijgt en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. EasySofa heeft gevorderd dat [eiser] en Top-Line hoofdelijk in de proceskosten overeenkomstig artikel 1019h Rv worden veroordeeld. In procedures waar sprake is van handhaving van intellectuele eigendomsrechten in de zin van artikel 1019 Rv geldt de regeling Indicatietarieven in IE-zaken. In deze zaak is sprake van een gemengde grondslag, namelijk inbreuk op auteursrecht (IE-grondslag) en onrechtmatige daad (niet IE-grondslag). De proceskosten die toegerekend moeten worden aan het op de IE-grondslag gebaseerde deel van de procedure, worden vastgesteld aan de hand van de indicatietarieven voor IE-zaken. Voor het overige zal het liquidatietarief worden toegepast. Gelet op de inhoud van het debat, gaat de rechtbank bij de vaststelling van de proceskosten ervan uit dat 80% van de door EasySofa gemaakte advocaatkosten zien op de IE-grondslag (en dus 20% op de niet IE-grondslag). Ten aanzien van de IE-grondslag, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een ‘normale bodemzaak’, zodat het indicatietarief van maximaal € 17.500,00 van toepassing is. De door EasySofa gemaakte proceskosten gaan dit bedrag te boven.
4.32.
De rechtbank zal het salaris advocaat dat betrekking heeft op het IE-deel begroten op € 14.000,00 (80% x € 17.500,00). De advocaatkosten voor het overige deel worden begroot op € 245,60 (20% x 2 punten x liquidatietarief II (€ 614,00)). De door [gezamenlijke eisers] te vergoeden proceskosten worden als volgt vastgesteld:
- griffierecht
|
€
|
676,00
|
|
- salaris advocaat
|
€
|
14.245,60
|
|
- nakosten
|
€
|
178,00
|
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
|
Totaal
|
€
|
15.099,60
|
|
4.33.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4.34.
De proceskostenveroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.