Overwegingen
1. Eiseres is naar Nederlands recht opgericht op [datum] . Enig aandeelhouder van eiseres is [bedrijf 1] . Enig aandeelhouder van [bedrijf 1] . is de heer [persoon A] .
2. Per december 2014 is eiseres een overeenkomst van geldlening aangegaan met [naam bedrijf 2] ( [bedrijf 2] ), gevestigd te [plaatsnaam] , Marokko . Aandeelhouders van [bedrijf 2] zijn de heer [persoon A] (50%) en de ex-echtgenote van de heer [persoon A] , [persoon E] (50%). [bedrijf 2] exploiteerde een
beddenspeciaalzaak. Daartoe heeft zij in 2015 winkelruimte in [plaatsnaam] gehuurd.
3. In de leningsovereenkomst is onder meer het volgende opgenomen:
“OVEREENKOMST VAN GELDLENING
1. De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] , statutair gevestigd te [plaatsnaam] en kantoorhoudende te [plaatsnaam] aan de [adresgegevens] , ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer [nummer] , hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer [persoon A] , in zijn functie van statutair directeur, hierna 'schuldeiser',
2. De naar Marrokaans recht op te richten besloten vennootschap [naam bedrijf 2] , statutair gevestigd te [adresgegevens] , hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer [persoon A] en mevrouw [persoon E] , in hun functie van directeur, hierna 'schuldenaar’,
in aanmerking nemend dat:
• schuldeiser bereid is een geldlening te verstrekken aan schuldenaar, welke geldlening schuldenaar aanvaardt;
• de geldlening is bedoeld voor werkkapitaal voor het opzetten van een bedden speciaal zaak in [plaatsnaam] ;
• schuldeiser en schuldenaar terzake overeen zijn gekomen een akte van geldlening op te stellen, welke geldlening wordt geacht te zijn aangegaan op de hierna te noemen
voorwaarden;
komen het volgende overeen.
Artikel 5. Opeisbaarheid
1. De Hoofdsom of het restant daarvan en de daarover verschuldigde rente, zal terstond opeisbaar zijn:
a. in geval van, fusie, splitsing, ontbinding, faillissement, surseance van betaling, onder bewind of ondercuratelestelling van schuldenaar;
b. indien op enig vermogensbestanddeel van schuldenaar door derden executoriaal beslag wordt gelegd;
c. indien op enig vermogensbestanddeel van schuldenaar door derden conservatoir beslag wordt gelegd dat niet binnen 30 dagen na de dag van beslaglegging is opgeheven of vernietigd;
d. bij overtreding door schuldenaar van enige bepaling van deze overeenkomst, dan wel indien schuldeiser goede gronden heeft te vrezen dat schuldenaar in de nakoming van haar verplichtingen uit deze akte van geldlening zal tekortschieten of dat schuldeiser in haar verhaalsmogelijkheden zal worden benadeeld.
2. Schuldenaar zal in gebreke zijn door het enkel verloop van de bepaalde termijnen of het enkele feit der niet of niet-behoorlijke nakoming of overtreding, zonder dat daartoe een ingebrekestelling, aanmaning, bevel of soortgelijke daad van rechtsvervolging nodig zal zijn.
Aldus overeengekomen, in tweevoud opgesteld en op iedere pagina geparafeerd, te [plaatsnaam] en [plaatsnaam] op ..december 2014
4. Door eiseres zijn in de loop van 2015 en 2016 naar behoefte bedragen van in totaal
€ 224.717 ter leen verstrekt aan [bedrijf 2] .
5. In de zomer van 2016 zijn [persoon A] en [persoon E] uit elkaar gegaan.
6. Per eind 2016 heeft eiseres de ter leen verstrekte bedragen volledig afgewaardeerd ten laste van de fiscale winst.
7. Op 23 november 2017 heeft eiseres aangifte Vpb 2016 gedaan naar een belastbaar bedrag van negatief € 64.557.
8. Verweerder heeft het aangegeven belastbare bedrag gecorrigeerd met € 224.717.
9. Met dagtekening 25 april 2020 heeft verweerder aan eiseres een aanslag Vpb 2016 opgelegd, berekend naar een belastbaar bedrag van € 160.160 (negatief € 64.557 plus
€ 224.717). Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
10. Het (telefonisch) hoorgesprek in bezwaar heeft plaatsgevonden op 15 en
18 maart 2021.
11. In geschil is of de aanslag terecht en naar het juiste bedrag is opgelegd. Meer in het bijzonder is in geschil of de afwaardering van de lening ten laste van het fiscale resultaat mag worden gebracht.
12. Eiseres is van mening dat de lening zakelijk is, zodat de ter leen verstrekte bedragen ten laste van de winst mogen worden afgewaardeerd. Het verlies 2016 bedraagt € 64.557, en is volgens eiseres terug te wentelen naar 2015. Ter onderbouwing van haar stelling wijst eiseres op het volgende:
- -
Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar de bedreigingen en de kansen van [bedrijf 2] .
- -
Er is een prognose opgesteld.
- -
Er is een leningsovereenkomst aangegaan met een aflossingsschema.
- -
[persoon A] is een bekende in de branche en hij kende de weg in Marokko . Eiseres had op basis van goede contacten al aankooptoezeggingen. De deconfiture is als fors majeure te beschouwen en vindt haar grond in de gerezen huwelijkse onmin, en niet in onbesuisde start-up plannen.
13. Verweerder is van mening dat sprake is van een onzakelijke lening, zodat deze niet ten laste van het fiscale resultaat mag worden afgewaardeerd. Hij wijst ter onderbouwing van zijn stelling op het volgende:
- -
[bedrijf 2] had ten tijde van het aangaan van de lening geen eigen vermogen.
- -
De winstverwachtingen waren irreëel, er was al omzet begroot op het moment dat de onderneming nog niet in de lucht was.
- -
Er zijn risico’s genomen die een onafhankelijk derde nooit had genomen. Verweerder stelt zich de vraag of de ‘Nederlandse slaapcultuur’ überhaupt kan aanslaan in Marokko , en noemt daarnaast het Marokkaanse ‘ons kent ons systeem’ en ‘een bepaalde mate van corruptie in het land’ als risico’s.
- -
Eiseres heeft geen verhaalsrechten. Er is in de leningsovereenkomst aangegeven dat een pandrecht op de voorraad zou worden gevestigd, maar dat is nooit gebeurd, mede omdat het Marokkaanse rechtssysteem anders is. Een onafhankelijke derde had het stellen van zekerheid geëist.
14. Niet in geschil is dat de vermogens- en solvabiliteitspositie van [bedrijf 2] dusdanig is, dat afwaardering van de lening geboden is.
Beoordeling van het geschil
15. Aangezien sprake is van een aanslag naar een positief bedrag, ligt in die aanslag besloten de beschikking dat het verlies van 2016 nihil bedraagt.1 Het beroep van eiseres ziet mede op die verliesvaststellingsbeschikking, nu zij een verlies voorstaat van € 64.557.
16. De rechtbank overweegt als volgt. Gelet op onder meer het arrest van de Hoge Raad van 13 januari 20122, rust de bewijslast dat sprake is van een zogenoemde onzakelijke lening op verweerder. Dit betekent dat verweerder tegenover de gemotiveerde betwisting van eiseres aannemelijk moet maken dat er geen (niet-winstdelend) rentepercentage kan worden bepaald waaronder een onafhankelijk derde, onder overigens gelijke omstandigheden, de lening zou hebben verstrekt.3
17. Of sprake is van een onzakelijke lening moet worden beoordeeld naar het moment van het aangaan van de lening, met dien verstande dat een zakelijke lening gedurende haar looptijd ten gevolge van onzakelijk handelen van de crediteur alsnog een onzakelijke lening kan worden.4
18. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder niet geslaagd in de op hem rustende bewijslast. Verweerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat het debiteurenrisico bij het verstrekken van de lening dan wel op enig ander moment zodanig was dat een onafhankelijke derde niet bereid zou zijn tegen een vaste vergoeding eenzelfde lening aan [bedrijf 2] te verstrekken. Niet is komen vast te staan op welk moment de lening (in delen) is verstrekt en ook heeft verweerder niet concreet gesteld en onderbouwd op welk moment de lening onzakelijk zou zijn geworden. Hij heeft ook geen bewijs ingebracht ter onderbouwing van zijn stelling dat een onafhankelijke derde bij een vergelijkbare geldverstrekking geen genoegen zou nemen met een (eventueel hoge) vaste rente, maar enkel zelf deze inschatting gemaakt. Van verweerder wordt niet verwacht dat hij alle potentiële geldverstrekkers afgaat met de vraag of zij de lening in kwestie zouden hebben verstrekt, maar de enkele (niet onderbouwde) stelling van verweerder dat een bank de lening niet zou hebben verstrekt, is onvoldoende om de conclusie van verweerder te rechtvaardigen. Bovendien heeft eiseres onweersproken gesteld dat start-ups vandaag de dag niet alleen door banken worden gefinancierd, maar ook door particuliere investeerders. Dat de start-up in een ander land, en dus onder een andere jurisdictie valt, maakt naar het oordeel van de rechtbank nog niet dat er per definitie geen investeerders te vinden zouden zijn. Evenmin kan naar het oordeel van de rechtbank worden gezegd dat het opzetten van [bedrijf 2] een dusdanig risico inhield dat deze onderneming bij voorbaat kansloos was. Naar eiseres (ter zitting) onweersproken heeft gesteld is er marktonderzoek gedaan, waren er informele toezeggingen van potentiële klanten tot afname van bedden, is [persoon A] ervaren binnen de branche, hadden de ex-echtgenote en hij een goed netwerk in Marokko , en is de beddenspeciaalzaak ook daadwerkelijk open geweest. Tenslotte brengt het niet stellen van zekerheden niet automatisch mee dat de lening als onzakelijk moet worden beschouwd.5 Het beroep is daarom gegrond.
19. Het beroep wordt geacht mede betrekking te hebben op de belastingrente. Aangezien de aanslag, op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, dient te worden verminderd tot een berekend naar een belastbaar bedrag van nihil, dient ook de beschikking belastingrente dienovereenkomstig te worden verminderd.
20. De rechtbank vindt aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het bezwaar en het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 2.056 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting met een waarde per punt van € 269, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 759 en een wegingsfactor 1). Van overige voor vergoeding in aanmerking komende kosten is de rechtbank niet gebleken.
21. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.