2 De feiten
2.1.
De Groene Zuster drijft een onderneming op het gebied van medische thermografie. [naam aandeelhouder/bestuurder] is enig aandeelhouder en bestuurder van De Groene Zuster.
2.2.
[naam gedaagde] drijft een onderneming onder de naam [handelsnaam gedaagde] .
2.3.
Partijen hebben in november dan wel december 2017 een franchiseovereenkomst gesloten voor onbepaalde tijd. De franchiseovereenkomst ziet op de exploitatie van de franchiseformule van De Groene Zuster.
2.4.
Tussen partijen is in november 2017 per e-mail gecorrespondeerd over de franchiseovereenkomst. In een op 7 november 2017 verzonden e-mailbericht vraagt [naam gedaagde] aan [naam aandeelhouder/bestuurder] of zij ermee akkoord gaat dat [naam gedaagde] op standaarddocumenten, behalve op de algemene voorwaarden, zowel het logo van [handelsnaam gedaagde] als het logo van De Groene Zuster plaatst. In reactie hierop heeft [naam aandeelhouder/bestuurder] aan [naam gedaagde] aangegeven dat zij hiermee akkoord kan gaan.
2.5.
De franchiseovereenkomst bevat, voor zover thans van belang, de volgende bepalingen:
[…]
Artikel 3 Merk, logo, handelsnaam, knowhow
1. Gedurende de looptijd van de onderhavige overeenkomst zal FRANCHISENEMER in het kader van de thermografiepraktijk gebruik maken van het logo en merk ‘DE GROENE ZUSTER’ als gedefinieerd in de overwegingen.
[…]
Artikel 6 Ondersteuning en vergoedingen
1. FRANCHISENEMER zal FRANCHISEGEVER een maandelijkse franchisevergoeding betalen ad van 7% van de bruto jaaromzet, met een minimum van € 3.500,00 per jaar, voor de volgende zaken:
-
royalty’s voor het gebruik van de intellectuele eigendomsrechten;
-
royalty’s voor het gebruik van de corporate branding (brochure, briefpapier (digitaal e.a.);
-
database voor cliënten in de cloud;
-
Kostenvergoeding voor de ter beschikking gestelde promotiematerialen;
-
Ondersteuning per email, telefoon, helpdesk voor software, laptop en cloudopslag van cliënten;
-
Presentaties op aanvraag;
-
Handboek, trainingsboek
-
Marketing support zoals presentatie, webinars, inkoop marketing expertise, onderhoud website, Facebook advertenties,
2. FRANCHISENEMER zal FRANCHISEGEVER (voor zover van toepassing) aanvullend betalen:
-
een vergoeding voor de laptop, software, USB software sleutel, Manfrotto statief, kabel en Banner, dat onderdeel uitmaakt van de aanvang fee (Bijlage 21);
-
een waarborgsom voor de ter beschikking gestelde apparatuur en de correcte teruggave daarvan, ter hoogte van € 500,00 (zoals elders in deze overeenkomst geregeld).
3. FRANCHISEGEVER zal FRANCHISENEMER periodiek, doch in ieder geval zes keer per jaar een verantwoording verschaffen van de door FRANCHISEGEVER ten behoeve van de franchise en samenwerking verrichte (promotionele) activiteiten.
4. Eens per half jaar zal er een bijeenkomst gehouden worden, georganiseerd door FRANCHISEGEVER, over medische thermografie en aanverwante zaken. Voor deze bijeenkomst worden alle franchisenemers uitgenodigd.
5. FRANCHISEGEVER zal bevorderen: intervisie, update van kennis, uitwisseling van ideeën en verspreiding van nieuws (van de congressen en anderszins) alsmede individuele contacten met en tussen franchisenemers.
Artikel 7 Looptijd overeenkomst
-
De onderhavige overeenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Ieder der partijen is bevoegd de overeenkomst zonder opgaaf van redenen op te zeggen, met in achtneming van een opzegtermijn van 6 maanden.
-
FRANCHISEGEVER is gerechtigd de overeenkomst per direct te ontbinden in de volgende situaties; indien:
FRANCHISENEMER op enigerlei wijze frauduleus heeft gehandeld;
FRANCHISENEMER op enigerlei wijze afbreuk doet aan de goede naam van FRANCHISEGEVER en/of ‘DE GROENE ZUSTER’;
FRANCHISENEMER in staat van faillissement wordt verklaard, surseance van betaling aanvraagt of de WSNP op hem van toepassing wordt verklaard; activiteiten die in strijd zijn met de in artikel 1 gedefinieerde bepalingen;
FRANCHISENEMER de schijn zou wekken jegens cliënten en/of de buitenwereld dat medisch thermografie kanker kan zien, dan wel opsporen
FRANCHISENEMER de thermografie zelf interpreteert in plaats van deze bij uitsluiting door Physicians Insight te doen interpreteren; Een uitzondering hierop is de quickscan bedoelt om een behandelingstraject te monitoren.
FRANCHISENEMER een andere dan de voorgeschreven camera, statief en/of software gebruikt en/of gebruikmaakt van een telefoonapp met een infrarood optie dan wel de software niet juist gebruikt en voor dat laatste in verzuim is, na in gebreke te zijn gesteld.
Artikel 8 Non exclusiviteit
De op basis van de onderhavige overeenkomst aan FRANCHISENEMER toegekende rechten zijn niet exclusief. FRANCHISEGEVER behoudt zich in elk geval het recht voor dat, indien FRANCHISENEMER niet minimaal € 50.000,00 bruto omzet per jaar behaalt met de thermografiepraktijk, zij in de directe omgeving van FRANCHISENEMER een franchise aangaat met een derde, die geïnteresseerd is in de uitoefening van de praktijk. Hiertoe heeft FRANCHISEGEVER bepaalde postcodegebieden uitgezet. Nadere uitleg in bijlage 12.
Artikel 9 Concurrentiebeding
Tijdens de looptijd van de onderhavige overeenkomst en gedurende een jaar daarna, zal FRANCHISENEMER geen activiteiten op het gebied van medische thermografie uit oefenen onder een ander merk dan ‘DE GROENE ZUSTER’ en geen activiteiten ontplooien met anderen dan FRANCHISEGEVER, voorts is het FRANCHISENEMER verboden om:
-
l dan niet via een rechtspersoon of samenwerking met derden, tijdens de looptijd van de franchise-overeenkomst goederen of diensten te produceren, te kopen, te verkopen of door te verkopen die concurreren met de franchiseformule; en/of
-
tijdens de looptijd van de franchise-overeenkomst zeggenschap te hebben in een onderneming die concurreert met de franchiseformule of zodanig te zijn betrokken bij een dergelijke onderneming dat de geheimhouding van de knowhow niet is verzekerd; en/of
-
na afloop van de franchiseovereenkomst gedurende een jaar, binnen de Benelux goederen of diensten te produceren, te kopen, te verkopen of door te verkopen die concurreren met de franchiseformule;
onder verbeurte van een boete van ad € 10.000,- per overtreding en € 1.000,00 per dag dat die overtreding voortduurt.
-
Beide partijen bedienen hun eigen cliënten.
-
Het voorgaande laat de vrijheid van cliënten onverlet, zelf een keuze te maken voor een franchisenemer. De cliëntgegevens zullen door een netwerkbeheerder beschikbaar worden gesteld aan een franchisenemer in de cliënten databank in de cloud.
-
Gedurende 2 jaar na beëindiging van de overeenkomst zullen partijen elkaars wederzijdse cliënten voor thermografie en relaties dienaangaande, niet actief benaderen. Uitgaande van een uitdrukkelijk belang van de cliënt bij ex FRANCHISENEMER/ therapeut een behandeling te willen is een uitzondering op deze regel.
[…]
-
FRANCHISENEMER verklaart de knowhow van FRANCHISEGEVER te erkennen en te respecteren en daar geen gebruik van te zullen maken anders dan in de onderhavige franchise.
-
FRANCHISENEMER verklaart de van FRANCHISEGEVER verkregen informatie niet te zullen delen met anderen, behoudens de werknemers of externe adviseurs die mogelijk bij de medische thermografie worden betrokken. Deze werknemers of adviseurs zullen een gelijke geheimhouding krijgen opgelegd als in dit artikel.
-
Onder de geheimhouding onder deze overeenkomst en de erkenning van rechten ten aanzien van ‘knowhow’, valt niet die informatie die reeds tot het publiek domein behoort, dan wel informatie die op rechtmatige wijze van derden valt te verkrijgen. Uitdrukkelijk valt die informatie die (rechtmatig) aanwezig is bij relaties van FRANCHISEGEVER, zoals andere franchisenemers, dan wel informatie die door derden, direct of indirect, onrechtmatig is verkregen binnen de scoop van deze geheimhoudingsverklaring en FRANCHISENEMER zal daar zonder instemming van FRANCHISEGEVER geen gebruik van maken.
-
Partijen zullen desgewenst, en in goed overleg, nadere informatie aan deze overeenkomst kunnen hechten ter precisering van de knowhow van FRANCHISEGEVER. Die bijlagen zullen worden geparafeerd en onderdeel worden geacht uit te maken van deze overeenkomst.
-
De geheimhoudingsplicht voor FRANCHISENEMER geldt gedurende de looptijd van deze franchiseovereenkomst en voor de duur van twee jaar, te rekenen vanaf de datum van beëindiging van deze overeenkomst.
[…]
2.6.
[naam gedaagde] heeft vervolgens onder de vlag van De Groene Zuster thermografische werkzaamheden uitgeoefend in [locatie] , [locatie] , [locatie] en [locatie] . De [locatie] behoort oorspronkelijk tot het eigen werkgebied van [naam aandeelhouder/bestuurder] . Op aangeven van [naam aandeelhouder/bestuurder] heeft [naam gedaagde] deze praktijk (in elk geval tijdelijk) overgenomen.
2.7.
Bij e-mailbericht van 16 oktober 2016 met als onderwerp ‘in gesprek gaan’ heeft [naam aandeelhouder/bestuurder] [naam gedaagde] uitgenodigd voor een gesprek op het kantoor van [naam franchise adviseur] en haarzelf.
2.8.
Tijdens voornoemd gesprek, dat op 30 oktober 2018 plaatsvond, heeft De Groene Zuster aan [naam gedaagde] te kennen gegeven dat zij de samenwerking wenste te beëindigen. Partijen hebben vervolgens een tweede gesprek gevoerd op 8 november 2018. Tijdens dit gesprek hebben zij afgesproken dat zowel De Groene Zuster als [naam gedaagde] een voorstel tot beëindiging aan [naam franchise adviseur] zou sturen.
2.9.
Op 14 november 2018 heeft De Groene Zuster aan [naam gedaagde] een door De Groene Zuster opgestelde concept vaststellingsovereenkomst met als titel ‘Ontbinding van Franchise- en samenwerkingsovereenkomst De Groene Zuster’ gestuurd. Op 16 november 2018 heeft De Groene Zuster alle op die dag geplande afspraken van [naam gedaagde] overgenomen. Vervolgens heeft [naam gedaagde] bij e-mailbericht van 16 november 2018 aan [naam franchise adviseur] onder meer te kennen gegeven dat zij De Groene Zuster geen toestemming heeft gegeven haar klanten over te nemen, zij omzet heeft misgelopen en dat zij later die week zou reageren op het ontbindingsvoorstel van De Groene Zuster.
2.10.
Bij e-mailbericht van 19 november 2018 heeft [naam gedaagde] bij monde van haar advocaat een tegenvoorstel aan De Groene Zuster gedaan. Vervolgens hebben partijen elkaar op 28 november 2018 weer gesproken. In reactie op dit gesprek heeft De Groene Zuster weer een tegenvoorstel aan [naam gedaagde] gedaan.
2.11.
Omdat het door De Groene Zuster aan [naam gedaagde] gezonden tegenvoorstel volgens (de advocaat van) [naam gedaagde] inconsequente opmerkingen en dubbele passages kende, heeft zij het in 2.9. genoemde tegenvoorstel geredigeerd en op 4 december 2018 aan De Groene Zuster gezonden.
2.12.
Op 19 december 2018 heeft De Groene Zuster aan [naam gedaagde] bij brief laten weten dat zij zich niet kon verenigen met de door [naam gedaagde] geredigeerde versie van de concept-vaststellingsovereenkomst. Ook heeft De Groene Zuster aan [naam gedaagde] laten weten dat zij de franchiseovereenkomst als opgezegd diende te beschouwen.
2.13.
Op 1 januari 2019 heeft [naam gedaagde] in ieder geval aan een aantal van haar klanten de volgende e-mailbericht, met als onderwerp ‘ [handelsnaam gedaagde] en De Groene Zuster verbreken de samenwerking’, gestuurd:
[…]
Beste x,
2018, het was een veelbewogen jaar met, zowel zakelijk als privé, geweldige hoogtepunten en mindere momenten. Zoals het hoort, zou je zeggen. Jammer genoeg heeft een reeks onverkwikkelijke zaken in de
samenwerking met De Groene Zuster, met wie ik een franchiserelatie heb, ervoor gezorgd dat we onze samenwerking verbreken.
Tot mijn verbijstering zijn jij en ik samen overvallen door een bijzondere actie van De Groene Zuster. Volkomen onverwacht hebben collega- Groene Zusters ingebroken op mijn afspraak met jou, waardoor je onverwacht iemand anders aantrof dan je verwachtte. Dat ik voor niets op de afgesproken locatie stond en een collega aantrof die geenszins van plan was te vertrekken, was voor mij een onaangename verrassing, to say the least. Om je ter plaatse niet met de ongemakkelijke situatie te confronteren, heb ik me teruggetrokken.
Dit vond in november voor de eerste keer plaats en mede hierdoor bleek de relatie zo beschadigd dat we ontbindingsgesprekken zijn gestart. Wij gaan als collega-thermografen verder; elk onder onze eigen naam. Ook kwamen we overeen dat de lopende afspraken in ieder geval tot eind 2018 gerespecteerd worden.
In december echter, trof ik wéér collega-Groene Zusters aan in mijn werkkamer, die opnieuw niet van plan waren te vertrekken.
Na het eerste “incident was ik bereid het te laten voor wat het was en geen verdere reuring te veroorzaken. Recentere ervaringen echter noopten mij tot het schrijven van deze mail. Cliënten lieten me weten benaderd te zijn door de Groene Zuster, die -soms zelfs tegen een financiële vergoeding- gevraagd heeft een negatieve verklaring over mij af te geven. Anderen -die zich bij De Groene Zuster meldden voor afspraken voor mijn thermografie-locaties kregen van de telefoniste te horen kregen dat ‘we” daar niet meet komen.
DAT IS NIET JUIST! Ik blijf mijn cliënten en locaties bedienen zoals ik gewend ben. In hart en nieren leefstijlcoach en medisch thermograaf, zet ik mijn belangrijke preventieve werk voort! Voor jou verandert er dus
niets, ik blijf ook samenwerken met de [naam bedrijf] . Ik zal alleen -net als voor de samenwerking met de Groene Zuster- als [handelsnaam gedaagde] de markt tegemoet treden.
Ik zie je graag terug. Wellicht zelfs op een locatie dichter bij je woonplaats; als zelfstandig thermograaf kan ik immers weer werken waar ik wil.
Jij als cliënt bepaalt altijd zélf met wie je wilt werken. Die keuzevrijheid is voor mij belangrijk, al is het daarvoor wel handig dat je weet DAT je kunt kiezen.
Het spijt me -meer dan ik kan zeggen-, dat onze (laatste) afspraak zo rommelig is verlopen. Jij en ik verwachtte elkaar te treffen en toen puntje bij paaltje kwam, trof je er iemand anders aan. Heel ongemakkelijk allemaal.
Omdat ik geen gebruik meer zal maken van de telefoniste van De Groene Zuster benader ik je in de toekomst zelf voor een vervolgconsult. Duurt dat te lang? Dan is de informatie van je laatste onderzoek niet automatisch overgedragen. Op jouw verzoek draagt de Groene Zuster die alsnog aan me over.
Op de website van De Groene Zuster ben ik binnenkort ook niet meer te vinden. Hieronder zie je mijn contactgegevens; aarzel niet contact met me op te nemen; voor vragen, ideeën, tips, ben ik altijd te bereiken.
Je kunt me appen, bellen, mailen; wat je prettig vindt, Mocht je mijn voicemail treffen, laat dan een bericht achter, dan neem ik -zodra ik kan – contact met je op.
Ik voer nog steeds praktijk in [locatie] , [locatie] , [locatie] (ook ‘s avonds) en [locatie] en ik kom daar maandelijks in elk geval één. keer. De data staan vanaf komende week op mijn site, ik ben een boekingssysteem aan het inrichten, zodat je ook zelf via de website een afspraak in kan plannen. Voor meer locaties ben ik met partijen in gesprek, ik sta open voor ideeën.
Wil je dat ik voor een spreekbeurt/lezing/workshop naar jou toe kom? Dan kijk ik daar nu al naar uit! Neem daarvoor contact met me op; je weet me te vinden ;)
Voor nu rest me je een heerlijke, gezellige, fijne, rustige of juist feestelijke nieuwjaarsdag te wensen en voor de toekomst...
[…]
2.14.
De Groene Zuster heeft [naam gedaagde] per 8 januari 2019 afgesloten van het bij de franchiseformule van De Groene Zuster behorende digitale werksysteem, met inbegrip van de software genaamd TotalVision en Physicians Insight. [naam gedaagde] heeft De Groene Zuster vervolgens bij brief van 10 januari 2019 [naam gedaagde] De Groene Zuster gesommeerd haar weer toegang te geven tot het digitale werksysteem.
2.15.
Bij brief van 14 januari 2019 heeft De Groene Zuster de franchiseovereenkomst tussen partijen ontbonden.
3 Het geschil in conventie
3.1.
De Groene Zuster vordert dat de voorzieningenrechter, bij vonnis in kort geding, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,
-
[naam gedaagde] veroordeelt tot teruggave van de HP laptop, kabels, software en sleutel, statief Manfrotto, de banner met het De Groene Zuster logo, de resterende folders alsmede magazines en/of het T-shirt van De Groene Zuster tegen terugbetaling van de borg (voor zover in goede staat terugbezorgd);
-
[naam gedaagde] veroordeelt tot betaling van een voorschoot op de verschuldigde hoofdsom van € 3.285,24;
-
[naam gedaagde] veroordeelt tot betaling van een voorschot op de buitengerechtelijke kosten ter hoogte van € 453,50, alsmede de wettelijke rente te rekenen vanaf (16 dagen na de sommatiebrief van 14 januari 2019) 31 januari 2019 dan wel vanaf een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum;
-
[naam gedaagde]
primair veroordeelt tot overlegging van 169 althans een nader te bepalen aantal rapporten, middels een gegevensdrager aan de raadsman van De Groene Zuster, binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis, dan wel;
subsidiair veroordeelt tot betaling van een voorschot voor vervangende schadevergoeding (die schade voornamelijk veroorzaakt door te maken vertaalkosten) ter hoogt ervan € 42,00 per rapport excl. btw, in totaal (x169 cliënten dan wel een nader te bepalen aantal) € 7.098,00 excl. btw;
5. [naam gedaagde] verbiedt het recht op het (gedeponeerde) merk en/of logo van De Groene Zuster te schenden door dit op welke wijze dan ook te gebruiken;
6. [naam gedaagde] veroordeelt tot doorhaling van de inschrijving van De Groene Zuster als handelsnaam in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel, althans haar dit te gebieden, binnen een termijn van veertien dagen na dagtekening van dit vonnis;
7. [naam gedaagde] verbiedt gebruik te maken van het cliëntenbestand, de cliëntendatabank (conform artikel 3 databankenwet) dan wel iedere andere vastlegging van cliënten van De Groene Zuster op welke gegevensdrager dan ook, conform artikel 10 van de franchiseovereenkomst;
8. [naam gedaagde] veroordeelt tot betaling van een voorschot op de verbeurde boete onder het concurrentiebeding van artikel 9 van de franchiseovereenkomst ter hoogte van € 10.000,00;
9. [naam gedaagde] veroordeelt tot betaling van een dwangsom ter hoogte van € 100,00 per dag, met een maximum van € 50.000,00 dat [naam gedaagde] niet aan het in dit vonnis gegeven verbod voldoet, conform het gevorderde onder punt 1, 2, 4 primair, 5, 6 en/of 7 van deze vorderingen;
10. [naam gedaagde] veroordeelt in de kosten van dit kort geding, te vermeerderen met de nakosten conform artikel 237 lid 4 Rv van € 157,00 in conventie of reconventie en € 82,00 in geval van betekening, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis en, voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.
3.2.
[naam gedaagde] voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
5 De beoordeling van het geschil
in conventie en in reconventie
5.1.
Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze hierna gezamenlijk worden behandeld.
5.2.
In de aard van de stellingen van De Groene Zuster en [naam gedaagde] is voldoende spoedeisend belang gelegen om partijen in dit kort geding te kunnen ontvangen.
5.3.
Voorafgaand aan een (nadere) bespreking en beoordeling van de geschilpunten zullen eerst enkele overwegingen worden gewijd aan de achtergrond van het geschil en de rechtsbetrekking tussen partijen.
5.4.
De Groene Zuster heeft bij monde van [naam aandeelhouder/bestuurder] benadrukt dat zij haar haar praktijk voor medische thermografie is begonnen uit persoonlijke gedrevenheid en de overtuiging dat zij kan bijdragen aan de preventie van borstziekten. Nadat haar praktijk vanaf 2014 sterk was gegroeid heeft zij gezocht naar een formule om deze uitbreiding op een bestendige manier gestalte te geven in de franchiseformule, waarmee zij in 2017 is begonnen. Voor de Groene Zuster is er veel gelegen aan het bewaken van de kwaliteit en goede naam en het beheersen van de juiste balans tussen omzet en kosten. De problemen met [naam gedaagde] zijn ontstaan omdat [naam gedaagde] onvoldoende zakelijk talent bleek te hebben om een goede franchise te runnen, ondanks de hulp van De Groene Zuster, en sinds De Groene Zuster van haar afscheid wilde nemen heeft [naam gedaagde] zich gedragen op een wijze die de goede naam van De Groene Zuster schaadt. Het is dus nodig om de wegen te laten scheiden en goed af te wikkelen, zodat ieder voor zich verder kan, aldus De Groene Zuster. [naam gedaagde] op haar beurt heeft geschetst dat zij ook zeer gemotiveerd is om werkzaam te zijn en blijven in de preventieve zorg van de thermografie en dat zij een betrekkelijk grote investering, te weten ruim € 27.000,00 aan opleiding, materialen, instapfee en dergelijke heeft moeten doen om als franchisenemer van De Groene Zuster te kunnen gaan werken. Deze investeringen en de franchisefee maakten de opstart zwaar, er was veel omzet nodig om deze lasten allemaal te kunnen dragen. Desondanks slaagde [naam gedaagde] erin om haar praktijk en franchise goed draaiende te krijgen en heeft zij aan al haar verplichtingen voldaan. Voor [naam gedaagde] is niet te begrijpen waarom De Groene Zuster desondanks van haar af wil. Na alles wat er is gebeurd zou zij het liefst onder eigen vlag verder willen gaan, aldus [naam gedaagde] .
5.5.
Uit deze toegelichte standpunten van partijen volgt dat beiden belang hechten aan een goede afwikkeling van hun rechtsbetrekking en waarbij beide partijen (ondanks het concurrentiebeding) het een goed idee vinden als [naam gedaagde] onder eigen vlag verder kan in de thermografie. De vorderingen over en weer brengen tot uitdrukking dat dit tot op heden niet is gelukt. Partijen zijn het erover oneens hoe dat komt en wat dit betekent. De voorzieningenrechter zal hierover beslissen binnen het beperkte, voorshandse beoordelingskader dat een kort geding biedt, waar geen ruimte is voor nadere bewijslevering en onderzoek zoals in een bodemzaak. Het komt er dus vooral op aan wat al dan niet als voldoende aannemelijk oprijst uit hetgeen door partijen over en weer is aangevoerd, weersproken en onderbouwd.
beëindiging met wederzijds goedvinden
5.6.
De Groene Zuster betoogt dat tussen partijen een vaststellingsovereenkomst inhoudende de beëindiging van de samenwerking tussen partijen met wederzijds goedvinden tot stand is gekomen. Dit wordt door [naam gedaagde] gemotiveerd betwist. De voorzieningenrechter constateert dat uit de door partijen in het geding gebrachte correspondentie blijkt slechts dat zij over en weer (tegen)voorstellen hebben gedaan in het kader van de beëindiging van de samenwerking. Dat partijen op enig moment tot definitieve overeenstemming zijn gekomen volgt hier echter niet uit. De Groene Zuster heeft in dit verband aangevoerd dat uit het e-mailbericht van 1 januari 2019 van [naam gedaagde] gestanddoening en erkenning van de afspraken zoals deze tijdens de gesprekken met [naam franchise adviseur] zijn gemaakt blijkt. Dit zou volgen uit het onderwerp van het e-mailbericht: ‘ [handelsnaam gedaagde] en De Groene Zuster verbreken de samenwerking’ en uit de aankondiging dat [naam gedaagde] verder gaat onder de naam ‘ [handelsnaam gedaagde] ’. Naar oordeel van de voorzieningenrechter volgt uit voornoemd e-mailbericht van [naam gedaagde] echter niet dat [naam gedaagde] akkoord is gegaan met de ‘eerder bereikte consensus’, zoals De Groene Zuster stelt. Dat partijen op 1 januari 2019 beiden de intentie hadden om de samenwerking te verbreken staat vast, maar over de (kern)voorwaarden waarop de samenwerking tussen hen zou worden verbroken bestond blijkens de uitvoerige correspondentie tussen (de advocaten van) partijen geen overeenstemming. Overigens stelt de voorzieningenrechter vast dat De Groene Zuster in haar dagvaarding ten aanzien van genoemd e-mailbericht van 1 januari 2019 er zelf vanuit gaat dat er geen vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan het concurrentiebeding zou zijn vervallen; zij stelt juist groot belang te hebben bij handhaving van dit beding (punt 47.). De conclusie is dan ook dat niet is komen vast te staan dat de tussen De Groene Zuster en [naam gedaagde] gesloten franchiseovereenkomst met wederzijds goedvinden is beëindigd.
5.7.
Voorts heeft De Groene Zuster aangevoerd dat zij de franchiseovereenkomst met [naam gedaagde] buitengerechtelijk mocht ontbinden omdat [naam gedaagde] op meerdere punten tekort is geschoten in de nakoming van de franchiseovereenkomst. De Groene Zuster verwijt [naam gedaagde] - samengevat - dat zij de instapfee van € 7.500,00 niet tijdig heeft betaald, niet voldaan heeft aan het omzetminimum en ondeugdelijke vertalingen heeft opgesteld. Voorts heeft [naam gedaagde] volgens De Groene Zuster, door het versturen van het e-mailbericht van 1 januari 2019, in strijd gehandeld met het geheimhoudingsbeding, concurrentiebeding en het cliëntenbeding en is zij in strijd met de overeenkomst ook haar eigen logo van [handelsnaam gedaagde] is blijven gebruiken. Verder is sprake van een ontbindingsgrond als bedoeld in artikel 7 lid 2 (tweede gedachtestreepje) van de franchiseovereenkomst, nu [naam gedaagde] met hetgeen zij aan cliënten van De Groene Zuster heeft geschreven afbreuk heeft gedaan aan de goede naam van De Groene Zuster.
5.8.
Ingevolge het bepaalde in artikel 6:265 lid 1 BW geeft iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van één van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De door De Groene Zuster gestelde tekortkomingen worden hierna achtereenvolgens behandeld.
5.9.
Met betrekking tot de betaling van de instapfee (in de franchiseovereenkomst aangeduid met ‘aanvang fee’) heeft [naam gedaagde] aangevoerd dat zij van De Groene Zuster een jaar de tijd had gekregen om dit bedrag aan De Groene Zuster te voldoen. Pas begin oktober 2018 heeft zij een maning tot betaling van de accountant van De Groene Zuster, [naam accountant] , ontvangen, waarna [naam gedaagde] naar eigen zeggen de instapfee eind oktober volledig voldaan heeft (een week voor het gesprek van 8 november 2018). De Groene Zuster heeft dit niet weersproken. De Groene Zuster heeft in dit verband weliswaar gesteld dat de instapfee conform de door haar in het geding gebrachte factuur van 1 november 2017 vóór 1 december 2017 voldaan had moeten worden, niet is gebleken dat zij [naam gedaagde] reeds voor oktober 2018 heeft gemaand tot betaling. Dat De Groene Zuster [naam gedaagde] reeds in juni 2018 om betaling heeft verzocht, zoals zij mondelinge behandeling heeft aangevoerd, volgt niet uit de correspondentie tussen partijen. De stelling dat De Groene Zuster aan [naam gedaagde] een ruimere termijn heeft gegund om de instapfee te voldoen is dan ook in dit kader onvoldoende weersproken gebleven. Van een tekortkoming aan de zijde van [naam gedaagde] is in dit verband dan ook onvoldoende gebleken.
5.10.
De Groene Zuster verwijt [naam gedaagde] voorts dat zij het omzetminimum niet heeft gehaald. Hierover heeft [naam gedaagde] aangevoerd dat zij hier, in tegenstelling tot hetgeen De Groene Zuster stelt, wel aan heeft voldaan. Reeds na haar eerste jaar als franchisenemer, heeft zij eind 2018 de in artikel 6 lid 1 van de franchiseovereenkomst bedoelde minimumomzet van € 50.000,00 bereikt. De Groene Zuster heeft in dat verband slechts opgemerkt dat de door [naam gedaagde] gegenereerde omzet voor het overgrote deel afkomstig was van cliënten van de praktijk in [locatie] , die De Groene Zuster tijdelijk aan [naam gedaagde] zou hebben ‘overgedragen’, om haar te helpen omzet te genereren. Dit zou echter geen permanente oplossing betreffen. Wat hier ook van zij; in de franchiseovereenkomst is (slechts) bepaald dat [naam gedaagde] een bepaalde minimumomzet moest behalen, die neerkomt op een bedrag van € 50.000,00 per jaar. Partijen hebben echter niet afgesproken dat deze omzet niet van consulten van een bepaalde locatie afkomstig mocht zijn. Dát [naam gedaagde] de door haar gestelde omzet heeft gehaald, heeft De Groene Zuster, ook op de mondelinge behandeling, niet gemotiveerd weersproken. Ook spreekt de De Groene Zuster zichzelf tegen door het [naam gedaagde] aan te rekenen dat zij een groot deel van haar omzet zou hebben gegenereerd ‘op de [locatie] ’, terwijl zij ook stelt dat zij [naam gedaagde] wilde helpen met het genereren van de op grond van de franchiseovereenkomst geldende minimumomzet door haar cliënten op deze locatie te laten bedienen. Overigens hebben partijen, gelet op de tekst van de franchiseovereenkomst, ook niet beoogd dat het al dan niet behalen van de minimumomzet een reden voor ontbinding van de overeenkomst zou moeten zijn, blijkens de onder artikel 7 van de franchiseovereenkomst opgenomen gronden voor ontbinding. De minimaal te behalen omzet staat natuurlijk wel in rechtstreeks verband met de (minimaal) te betalen franchisefee, waaraan hierna nog overwegingen zullen worden gewijd.
5.11.
Ter zake de ondeugdelijke vertalingen geldt dat, wat hier verder ook van zij, het opstellen van vertalingen voor De Groene Zuster, om zo extra omzet te genereren, niet onder het bestek van de franchiseovereenkomst valt. De gestelde matige kwaliteit van deze vertalingen kan dus geen grond voor ontbinding opleveren.
5.12.
Ook de door [naam gedaagde] aan in ieder geval een deel van haar cliënten gestuurde e-mail van 1 januari 2019 levert, in het licht van de gang van zaken tussen partijen, naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen tekortkoming in de nakoming van de franchiseovereenkomst op. Hiertoe wordt als volgt overwogen. De Groene Zuster heeft zelf aangevoerd dat zij [naam gedaagde] vanaf januari de toegang tot de digitale werkomgeving heeft ontzegd. [naam gedaagde] kon vanaf die datum dus nergens meer bij en ook geen cliënten benaderen die reeds een afspraak bij haar hadden geboekt. Uit haar e-mailbericht van 1 januari 2019 blijkt ook dat [naam gedaagde] vooral aan haar cliënten heeft willen uitleggen wat er aan de hand was tussen haar en De Groene Zuster. Tussen partijen staat immers vast dat op enig moment op de locatie in [locatie] in ieder geval discussie is ontstaan tussen partijen betreffende de op die dag geplande afspraken en dat [naam aandeelhouder/bestuurder] deze afspraken van [naam gedaagde] heeft overgenomen. Deze discussie verliep onverkwikkelijk en vond plaats ten overstaan van cliënten. Ook stond ten tijde van het e-mailbericht in ieder geval vast dat partijen de samenwerking zouden beëindigen. Hete e-mailbericht kan dan ook niet los worden gezien van het handelen van [naam aandeelhouder/bestuurder] . Zij heeft immers, om welke reden dan ook, afspraken van [naam gedaagde] overgenomen en haar de toegang tot het digitale werksysteem ontzegd. In dit verband doet het er niet toe of [naam gedaagde] het e-mailbericht enkel aan haar ‘ [locatie] -cliënten’ of ook naar andere cliënten gestuurd heeft, zoals [naam gedaagde] stelt en De Groene Zuster betwist. Gelet op het voorgaande kan dan ook niet worden geconcludeerd dat [naam gedaagde] door het sturen van het e-mailbericht van 1 januari 2019 afbreuk heeft gedaan aan de goede naam van De Groene Zuster (artikel 7 lid 2) ofwel dat zij heeft nagelaten de handelsnaam van De Groene Zuster te gebruiken (artikel 3).
5.13.
Voorts betoogt De Groene Zuster dat [naam gedaagde] , door het gebruik van het logo van [handelsnaam gedaagde] naast het gebruik van het logo van De Groene Zuster, in strijd met de franchiseovereenkomst (artikel 3) heeft gehandeld. [naam gedaagde] heeft in dit verband aangevoerd dat zij inderdaad ook het logo van [handelsnaam gedaagde] naast het logo van De Groene Zuster heeft gebruikt maar dat De Groene Zuster hiertoe toestemming heeft verleend in haar e-mailbericht van 7 november 2017. De Groene Zuster heeft vervolgens op de mondelinge behandeling gesteld dat zij deze toestemming in een telefoongesprek in de zomer van 2018 weer heeft ingetrokken, maar dit heeft zij niet nader kunnen staven en dit wordt door [naam gedaagde] gemotiveerd betwist. Ook is niet uit de stukken of het verhandelde op de mondelinge behandeling gebleken dat zij er eerder tegen heeft geprotesteerd dat [naam gedaagde] ook haar eigen bedrijfslogo gebruikte naast het logo van De Groene Zuster. Gelet hierop kan niet worden vastgesteld dat [naam gedaagde] door het gelijktijdig gebruik van de logo’s in strijd met de franchiseovereenkomst heeft gehandeld. Dat op rapporten of brieven van het Amerikaanse bedrijf Physicians Insight die zagen op door [naam gedaagde] verrichte onderzoeken ook wel eens alleen maar het logo van [handelsnaam gedaagde] was opgenomen kan niet aan [naam gedaagde] worden verweten, omdat uit niets blijkt dat [naam gedaagde] zelf het logo van De Groene Zuster ooit heeft weggelaten.
5.14.
Gelet op het voorgaande is de franchiseovereenkomst niet rechtsgeldig ontbonden, nu niet voldoende aannemelijk is geworden dat [naam gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de franchiseovereenkomst.
5.15.
Partijen zijn het erover eens dat de overeenkomst (in ieder geval) rechtsgeldig is opgezegd tegen 31 december 2018 en dat deze met inachtneming met de contractueel overeengekomen opzegtermijn doorloopt tot 1 juni 2019. Nu de overeenkomst niet met wederzijds goedvinden is beëindigd of op grond van een tekortkoming aan de zijde van [naam gedaagde] rechtsgeldig is ontbonden, blijven - hoewel partijen beiden te kennen geven een andere uitkomst te willen - de wederzijdse rechten en plichten die uit deze franchiseovereenkomst voortvloeien van kracht tot 1 juni 2019 (en daarnaast het concurrentiebeding voor de daarvoor overeengekomen duur). Tot die datum mag [naam gedaagde] de goederen van De Groene Zuster, zoals de laptop, kabels, het statief en de software alsmede het merk en/of logo en handelsnaam van De Groene Zuster gebruiken, staat zij op goede gronden ingeschreven als ‘Groene Zuster’ bij de Kamer van Koophandel en is zij gerechtigd het cliëntenbestand van De Groene Zuster te gebruiken. Ook handelt [naam gedaagde] door het uitoefenen van activiteiten op het gebied van thermografie niet in strijd met het concurrentiebeding zolang de overeenkomst nog loopt. In conventie leidt dit tot de conclusie dat de vorderingen onder 1., 5., 6., 7. en 8 worden afgewezen, op grond waarvan ook de nevenvorderingen in conventie onder 3., 9. en 10. voor afwijzing gereed liggen. Ten overvloede merkt de voorzieningenrechter op dat, gelet op het concurrentiebeding in de franchiseovereenkomst, [naam gedaagde] tot een jaar na 1 juni 2019 geen concurrerende activiteiten mag ontplooien.
5.16.
Betreffende de vordering onder 4. in conventie wordt als volgt overwogen. Op de mondelinge behandeling heeft [naam gedaagde] te kennen gegeven dat zij 35 rapporten aan De Groene Zuster kan overhandigen. [naam gedaagde] weerspreekt op zichzelf niet dat zij hiertoe jegens De Groene Zuster is gehouden op grond van de overeenkomst. Meer rapporten heeft [naam gedaagde] naar eigen zeggen niet, hetgeen zij gestaafd heeft met een lijst van cliënten waarvan zij het rapport kan overleggen. Dit is door De Groene Zuster op de mondelinge behandeling niet gemotiveerd weersproken. Dit brengt met zich dat de vordering van De Groene Zuster in conventie onder 4. in zoverre zal worden toegewezen dat [naam gedaagde] zal worden veroordeeld tot nakoming van de overeenkomst door het overleggen van 35 rapporten aan (de raadsman van) De Groene Zuster. Tegen de gevorderde dwangsom is op zichzelf niets aangevoerd, zodat deze zal worden toegewezen.
5.17.
Nu de franchiseovereenkomst tussen partijen tot 1 juni 2019 onverkort van kracht is, moet De Groene Zuster [naam gedaagde] conform haar reconventionele vordering onder 1. in staat stellen de overeengekomen werkzaamheden uit te voeren en haar hiertoe toegang verlenen tot de digitale werkomgeving van De Groene Zuster. Dit brengt ook met zich dat [naam gedaagde] tot de genoemde datum de overeengekomen franchisevergoeding aan De Groene Zuster verschuldigd is. De Groene Zuster zal dan ook worden veroordeeld om [naam gedaagde] binnen vierentwintig (24) uur na betekening van dit vonnis weer toegang te verschaffen tot de digitale werkomgeving van De Groene Zuster, met inbegrip van de programma’s Total Vision en Physicians Insight, zodat [naam gedaagde] weer in de gelegenheid is om zelf omzet te genereren. De vordering onder 1. in reconventie zal daarom worden toegewezen met dien verstande dat de voorzieningenrechter aanleiding ziet om de gevorderde dwangsommen te maximeren op een bedrag van € 50.000,00.
5.18.
Partijen vorderen voorts over en weer betaling van een geldsom. Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De rechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening.
5.19.
De Groene Zuster vordert in conventie betaling van € 3.285,24 als voorschot op de verschuldigde hoofdsom. [naam gedaagde] betoogt in dit verband dat zij dit bedrag niet aan De Groene Zuster hoeft te voldoen omdat De Groene Zuster zelf in gebreke is met de uitvoering van de overeenkomst. Voorts was zij naar eigen zeggen volledig bij met haar betalingsverplichtingen tot en met oktober 2018. Nu in november en december 2018 afspraken van [naam gedaagde] door [naam aandeelhouder/bestuurder] zijn ‘afgepakt’, kan zij geen aanspraak maken op de franchisevergoeding over deze maanden. Hetzelfde geldt voor de vergoeding vanaf januari 2019. De voorzieningenrechter stelt voorop dat, nu de overeenkomst tussen partijen pas ten einde komt op 1 juni 2019, [naam gedaagde] in beginsel ook over de maanden november en december de overeengekomen franchisevergoeding van 7% conform artikel 6 lid 1 van de franchiseovereenkomst verschuldigd is. Wanneer De Groene Zuster haar echter niet in staat heeft gesteld de overeengekomen werkzaamheden uit te oefenen, door bij [naam gedaagde] ingeplande afspraken van haar over te nemen zonder voorafgaand overleg, zou sprake kunnen zijn van schuldeisersverzuim aan de zijde van De Groene Zuster. In dit verband wordt overwogen dat onduidelijk is in hoeverre De Groene Zuster [naam gedaagde] in de maanden november en december 2018 heeft belemmerd haar werkzaamheden uit te voeren en of [naam gedaagde] ook toen al geen toegang had tot het digitale werksysteem van De Groene Zuster. Voor de beantwoording van deze vraag is naar het oordeel van de voorzieningenrechter nader onderzoek vereist. Een dergelijk onderzoek gaat het kader van dit kort geding, waarin geen plaats is voor nadere bewijslevering, evenwel te buiten. Gelet hierop zal ook de vordering onder 2. in conventie worden afgewezen.
5.20.
In reconventie vordert [naam gedaagde] vergoeding van door haar misgelopen omzet van € 6.230,00 op de dagen (16 november, 13 december en 14 december) dat [naam aandeelhouder/bestuurder] haar afspraken op de locatie in [locatie] heeft overgenomen. Voort is zij met ingang van 8 januari 2019 volledig afgesloten van alle software van De Groene Zuster en zijn er geen nieuwe afspraken bij [naam gedaagde] ingepland, waardoor zij maandelijks een bedrag van € 3.500,00 aan winst misloopt. [naam gedaagde] heeft dit bedrag als volgt onderbouwd. In 2018 heeft zij een bedrag van € 53.180,86 aan omzet behaald. Daarop moet een percentage van 25% aan kosten in mindering worden gebracht zodat afgerond € 40.000,00 winst resteert, hetgeen neerkomt op gederfde winst van, afgerond, € 3.500,00 per maand. Vanaf november 2018 tot op het moment dat De Groene Zuster [naam gedaagde] weer in staat stelt haar thermografiepraktijk uit te oefenen, en haar dus ook weer toegang verleent tot de digitale werkomgeving, dan wel tot het moment dat de overeenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd, loopt [naam gedaagde] naar eigen zeggen maandelijks € 3.500,00 mis. Dit bedrag wil zij van De Groene Zuster vergoed zien.
5.21.
De voorzieningenrechter overweegt als volgt ten aanzien van de door [naam gedaagde] gestelde misgelopen omzet van € 6.230,00 als volgt. Zoals reeds onder 5.16. is overwogen bestaat tussen partijen discussie over wat er precies is gebeurd op 16 november en 13 december en 14 december 2018 en is het onduidelijk vanaf wanneer [naam gedaagde] geen toegang meer had het digitale werksysteem van De Groene Zuster. [naam gedaagde] heeft gesteld dat zij al vanaf november 2018 geen toegang had tot de software van De Groene Zuster, maar dit wordt door De Groene Zuster weersproken en [naam gedaagde] spreekt zichzelf ook tegen door elders in haar stukken te stellen dat zij (pas) vanaf 8 januari 2019 volledig is afgesloten van de digitale werkomgeving van De Groene Zuster. Nog afgezien van het feit dat [naam gedaagde] op dit punt de misgelopen omzet vordert, hetgeen niet gelijk staat aan gederfde winst, laat zich de vordering van [naam gedaagde] op De Groene Zuster thans met onvoldoende mate van zekerheid betroten. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is in dit verband dan ook niet voldaan aan de voorwaarden voor toewijzing van een geldvordering in kort geding. De vordering van [naam gedaagde] zal in zoverre worden afgewezen.
5.22.
Ten aanzien van de vordering in reconventie tot betaling van € 3.500,00 per maand vanaf november 2018 aan gederfde winst wordt als volgt overwogen. Tussen partijen is niet in geschil is dat [naam gedaagde] vanaf in ieder geval 8 januari 2019 geen toegang meer heeft tot de software die zij nodig heeft om afspraken in te plannen en haar thermografiepraktijk uit te oefenen. Nog daargelaten dat de vordering van [naam gedaagde] ter zake de gederfde winst over de maanden november en december overlapt met de onder 5.18. besproken vordering van € 6.230,00, is niet vast komen te staan dat [naam gedaagde] reeds vanaf november 2018 niet meer in staat was zelf omzet te genereren. De voorzieningenrechter stelt vast dat [naam gedaagde] in ieder geval vanaf 8 januari 2019 haar werkzaamheden niet heeft kunnen uitoefenen omdat zij vanaf die datum geen toegang meer had tot de digitale werkomgeving van De Groene Zuster en zij derhalve tot op de datum van dit vonnis ongeveer tweeëneenhalve maand omzet is misgelopen. Nu De Groene Zuster onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken dat de door [naam gedaagde] gederfde winst per maand een bedrag van € 3.500,00 bedraagt, zal de vordering in reconventie aldus worden toegewezen, dat De Groene Zuster zal worden veroordeeld een bedrag van € 8.750,00 (2,5 maand × € 3.500,00) te betalen ter zake gederfde winst. De wettelijke handelsrente over dit bedrag zal worden toegewezen vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling. Aangezien De Groene Zuster zal worden veroordeeld [naam gedaagde] toegang te verschaffen tot de digitale werkomgeving van De Groene Zuster, en De Groene Zuster voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij geen gehoor geeft aan deze veroordeling een dwangsom verbeurt van € 5.000,00, met een maximum van € 50.000,00, heeft [naam gedaagde] naar oordeel van de voorzieningenrechter geen belang bij haar vordering tot vergoeding van misgelopen winst ad € 3.500,00 vanaf de datum van dit vonnis tot aan het einde van de overeenkomst dan wel tot het moment dat zij weer zelf winst kan genereren.
5.23.
De Groene Zuster zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in zowel conventie als reconventie in de proceskosten worden veroordeeld.
5.24.
De kosten aan de zijde van [naam gedaagde] worden in conventie tot op heden begroot op:
- griffierecht 914,00
- salaris advocaat 980,00
Totaal € 1.894,00
5.25.
Vanwege de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie worden de proceskosten in reconventie aan de zijde van [naam gedaagde] tot op heden begroot op € 490,00 aan salaris advocaat (factor 0,5 × 980,00).
5.26.
De gevorderde veroordeling in de nakosten zal als niet weersproken worden toegewezen.
6. De beslissing
De voorzieningenrechter
6.1.
veroordeelt [naam gedaagde] aan (de raadsman van) De Groene Zuster te overleggen vijfendertig (35) vertalingen van rapporten binnen veertien dagen na betekening dit vonnis,
6.2.
veroordeelt [naam gedaagde] aan De Groene Zuster een dwangsom te betalen van € 100,00 voor iedere dag dat zij niet aan de in 6.1 uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,
6.3.
veroordeelt De Groene Zuster in de proceskosten, aan de zijde van [naam gedaagde] tot op heden begroot op € 1.894,00,
6.4.
verklaart dit vonnis in conventie voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
6.5.
wijst het meer of anders gevorderde af,
6.6.
veroordeelt De Groene Zuster om binnen vierentwintig (24) uur na betekening van dit vonnis [naam gedaagde] toe te laten tot de digitale werkomgeving van De Groene Zuster met inbegrip van de programma’s TotalVision en Physicians Insight tot 1 juni 2019,
6.7.
veroordeelt De Groene Zuster aan [naam gedaagde] een dwangsom te betalen van € 5.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in 6.5. uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,
6.8.
veroordeelt De Groene Zuster om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [naam gedaagde] te voldoen een bedrag van € 8.750,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over dit bedrag vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
6.9.
veroordeelt De Groene Zuster in de proceskosten, aan de zijde van [naam gedaagde] tot op heden begroot op € 490,00,
6.10.
veroordeelt De Groene Zuster in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [naam gedaagde] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,
6.11.
verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.12.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. K. Mans en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2019.