2 De verdere beoordeling
2.1.
De rechtbank blijft bij de beslissingen zoals die in het tussenvonnis van 4 september 2024 (hierna: het tussenvonnis) zijn gegeven. De rechtbank stelt voorop dat zij in het tussenvonnis heeft geoordeeld dat de Politie onrechtmatig heeft gehandeld door tijdens de pilot de politiegegevens van alle winkeldiefstallen in Nederland te verstrekken aan de deelnemers van de pilot. De enige deelnemer aan de pilot was het bedrijf SODA. De Politie had aan SODA uitsluitend de politiegegevens van de winkeldiefstallen van de klanten van SODA mogen verstrekken.
Het handelen van de Politie na het beëindigen van de pilot in 2018
2.2.
Overlastregistratie heeft bij akte van 16 oktober 2024 gesteld dat de rechtbank in het tussenvonnis nog geen oordeel heeft gegeven over de vraag of de Politie ook na het beëindigen van de pilot in 2018 onrechtmatig jegens Overlastregistratie heeft gehandeld. Om die reden stelt zij zich voor de periode 2019 tot en met 2023 primair op het standpunt dat de Politie ook in die periode onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld en handhaaft zij haar oorspronkelijke primaire vordering. Voor het geval de rechtbank van oordeel mocht zijn dat de Politie na beëindiging van de pilot niet langer onrechtmatig jegens Overlastregistratie heeft gehandeld, stelt zij zich subsidiair op het standpunt dat het handelen van de Politie na de beëindiging van de pilot voortvloeit uit het onrechtmatig handelen tijdens de uitvoering van de pilot in 2016 tot en met 2018 zodat de daardoor nadien veroorzaakte schade ook voor vergoeding in aanmerking komt. Voor de subsidiaire vordering heeft Overlastregistratie een alternatieve schadeberekening gepresenteerd.
2.3.
De rechtbank heeft in het tussenvonnis geoordeeld dat de Politie onrechtmatig jegens Overlastregistratie heeft gehandeld tijdens de uitvoering van de pilot in 2016 tot en met 2018. Vanaf dat moment heeft de Politie niet (meer) onrechtmatig jegens Overlastregistratie gehandeld. Vanaf dat moment heeft zij immers niet langer de politiegegevens van alle winkeldiefstallen in heel Nederland verstrekt aan de deelnemers aan de pilot en ontstond er een gelijk speelveld voor alle uitvoeringsorganisaties (destijds Overlastregistratie en haar concurrenten SODA en Stichting Afrekenen met winkeldieven). Dat brengt mee dat de rechtbank de primaire vordering van Overlastregistratie zal afwijzen.
2.4.
Overlastregistratie betoogt subsidiair dat het onrechtmatig handelen van de Politie tijdens de pilot van 2016 tot en met 2018 ertoe heeft geleid de Politie na beëindiging van de pilot in 2019 halsoverkop een gebrekkige tijdelijke oplossing moest implementeren die tot op de dag van vandaag voor problemen zorgt en ook na het beëindigen van de pilot negatieve gevolgen heeft gehad voor de groei van Overlastregistratie. De rechtbank volgt Overlastregistratie niet in haar stelling dat daarmee onrechtmatig is gehandeld tegenover Overlastregistratie (of haar concurrenten) omdat na 2018 aan alle partijen op dezelfde wijze informatie werd verstrekt door de Politie. De uitvoeringsorganisaties kregen uitsluitend politiegegevens die betrekking hadden op diefstallen bij hun eigen klanten.
2.5.
Dat de informatieverstrekking door de Politie na beëindiging van de pilot volgens Overlastregistratie gebrekkig was, de communicatie met de Politie op onderdelen stroef verliep en de wederzijdse verwachtingen van belangenbehartigers en Politie niet goed op elkaar aansloten, levert niet een onrechtmatige daad van de Politie op. Van die gebrekkigheid ondervonden namelijk alle marktpartijen hinder en nadeel. Overlastregistratie heeft in ieder geval onvoldoende onderbouwd dat zij in dit verband anders of slechter werd behandeld dan haar concurrenten. Bovendien heeft zij niet onderbouwd dat, en op grond waarvan, de Politie gehouden was om beter of sneller gegevens aan te leveren aan Overlastregistratie dan de Politie heeft gedaan.
2.6.
De rechtbank volgt Overlastregistratie wel in haar betoog dat sprake is geweest van een na-ijleffect van het eerdere onrechtmatige handelen van de Politie. Het is voldoende aannemelijk dat als in de periode 2016 tot en met 2018 door het onrechtmatig handelen klanten zijn vertrokken of potentiële klanten zijn afgehaakt Overlastregistratie daar ook na beëindiging van de pilot nadeel van heeft ondervonden. De rechtbank zal dit na-ijleffect – voor zover dit aan de orde is – in haar beoordeling van de schade betrekken.
Causaal verband tussen het onrechtmatig handelen van de Politie en de schade
2.7.
De Politie stelt in haar antwoordakte terecht dat de rechtbank nog geen oordeel heeft gegeven over het causaal verband tussen de onrechtmatig handelen van de Politie en de gestelde schade.
2.8.
De Politie heeft in dit verband als verweer gevoerd dat er geen causaal verband is tussen het onrechtmatig handelen van de Politie tijdens de pilot en de schade die Overlastregistratie stelt te hebben geleden omdat – ook als de Politie niet onrechtmatig de gegevens aan SODA had verstrekt – Overlastregistratie niet had willen en ook niet had kunnen meedoen aan de pilot omdat zij het niet eens was met de voorwaarden waaraan een deelnemer aan de pilot moest voldoen. Overlastregistratie heeft zelf gesteld dat zij zich niet bij de Stichting DAAD wilde aansluiten omdat:
1. zij niet wilde meewerken aan audits door de bestuurder van Stichting DAAD, die daarvoor lange tijd verbonden was aan concurrent SODA;
2. Stichting DAAD een lijst hanteerde met “Kwaliteitscriteria” waaraan een uitvoeringsorganisatie moest voldoen, met welke criteria Overlastregistratie het niet eens was.
2.9.
Daarnaast heeft de Politie onbestreden aangevoerd dat Overlastregistratie in 2014 met haar onderneming de markt betrad en SODA toen al ruim acht jaar (sinds 2006) actief was en dat in 2014 ook Stichting Afrekenen met Winkeldieven zich eveneens bezighield met civielrechtelijk schadeverhaal waarmee Overlastregistratie moest concurreren.
2.10.
Het is op grond van wat door partijen hierover is aangevoerd niet zeker dat Overlastregistratie aan de pilot zou hebben deelgenomen als de Politie de gegevens op de correctie wijze zou hebben verstrekt. Overlastregistratie had immers (andere) bezwaren tegen de pilot en/of kon of wilde niet voldoen aan de kwaliteitseisen van de pilot en het is bepaald niet uit te sluiten dat Overlastregistratie – wanneer de Politie gedurende de pilot uitsluitend de juiste gegeven zou hebben verstrekt – haar overige bezwaren zou hebben gehandhaafd en (toch) niet zou hebben deelgenomen aan de pilot. Uit de interne memo van de Politie (productie 19 van Overlastregistratie) volgt echter wel dat het onrechtmatig verstrekken van de politiegegevens voor Overlastregistratie de voornaamste reden was dat zij niet aan de pilot wilde deelnemen.
2.11.
De rechtbank is gezien het voorgaande van oordeel dat in dit verband het leerstuk van de kansschade dient te worden toegepast. Deze leer van de kansschade is bedoeld om een oplossing te bieden voor sommige situaties waarin onzekerheid bestaat over de vraag of een op zichzelf vaststaande tekortkoming of onrechtmatige daad schade heeft veroorzaakt, en waarin die onzekerheid haar grond vindt in de omstandigheid dat niet kan worden vastgesteld of en in hoeverre in de hypothetische situatie dat de tekortkoming of onrechtmatige daad achterwege zou zijn gebleven, de kans op succes (in dit geval een betere vermogenspositie) zich in werkelijkheid ook zou hebben gerealiseerd.1
2.12.
De rechtbank schat, vanwege de in 2.10 genoemde omstandigheden, de kans dat Overlastregistratie – ondanks de door haar onder 2.8 genoemde bezwaren – toch zou hebben deelgenomen aan de pilot op 60%. Dat betekent dat van de schade die Overlastregistratie zou hebben geleden in de hypothetische situatie dat de Politie niet onrechtmatig had gehandeld en Overlastregistratie aan de pilot zou hebben deelgenomen, een percentage van 60% voor vergoeding in aanmerking komt.
De door Overlastregistratie subsidiair gevorderde schade
2.13.
Nu de rechtbank hiervoor heeft geoordeeld dat de primaire vordering wordt afgewezen is nog uitsluitend de subsidiair gevorderde schade van belang. Deze schade van Overlastregistratie bestaat volgens haar opstelling uit de volgende posten. Zij vordert een bedrag van in totaal € 1.341.879,00:
2.14.
Verder heeft zij nog vergoeding gevraagd van buitengerechtelijke kosten (€ 6.775,00) en heeft zij gevorderd dat de rechtbank de Politie zal veroordelen tot het publiek maken van een mededeling, zoals door haar beschreven in haar dagvaarding met veroordeling van de Politie in de proceskosten.
Welke schade is causaal aan het onrechtmatig handelen van de Politie?
2.15.
De rechtbank moet nog beoordelen welke schade het gevolg is van het door de Politie onrechtmatig verstrekken van gegevens aan SODA gedurende de pilot. Overlastregistratie stelt dat zij een drietal schades heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van de politie, te weten:
1. gederfde winst door het vertrek van klanten van Overlastregistratie;
2. gederfde winst door het ontbreken van NAW2-gegevens, en
3. gederfde winst door vertraging in de groei van Overlastregistratie.
2.16.
De Politie heeft het causaal verband tussen deze schades en haar onrechtmatig handelen tijdens de pilot, en ook (de hoogte van) de schade gemotiveerd betwist. Het verweer van de Politie wordt, voor zover van belang, in de beoordeling betrokken.
2.17.
De rechtbank zal hierna beoordelen welke schade voor vergoeding in aanmerking komt. Zij vergelijkt hiervoor de werkelijke situatie met de hypothetische situatie dat de Politie niet onrechtmatig had gehandeld en Overlastregistratie aan de pilot zou hebben deelgenomen.
Ad. 1: gederfde winst door het vertrek van klanten van Overlastregistratie
2.18.
Volgens Overlastregistratie staat het causaal verband tussen de gederfde winst door het vertrek van drie grote klanten en het onrechtmatig handelen van de Politie tijdens de pilotperiode vast.
2.19.
Bij haar productie 23 heeft Overlastregistratie drie e-mailberichten overgelegd waarin de opzegging van de samenwerking van de drie grote winkelketens met Overlastregistratie in 2017 wordt toegelicht. Klant Action geeft aan noodgedwongen weer terug te gaan naar SODA omdat het Overlastregistratie niet lukt de gegevensverstrekking geregeld te krijgen met de Politie. Klant Detailresult Groep geeft aan te vertrekken naar SODA vanwege de snelheid van de geautomatiseerde terugkoppeling van gegevens daar, en door de eenvoud van het systeem van SODA, waardoor zij verwacht dat het inningspercentage zal toenemen. Ook voor klant Inditex is het lage inningspercentage bij Overlastregistratie ten opzichte van SODA de reden geweest om de samenwerking te beëindigen.
2.20.
Naar het oordeel van de rechtbank blijkt hieruit voldoende dat het vertrek van deze drie klanten te wijten is aan het feit dat SODA door deelname aan de pilot de benodigde politiegegevens (NAW-gegevens) beter kreeg aangeleverd gedurende de pilotperiode. In de hypothetische situatie dat de Politie niet onrechtmatig had gehandeld en Overlastregistratie aan de pilot had deelgenomen en op gelijke wijze als SODA NAW-gegevens zou krijgen aangeleverd, zou zij deze klanten niet zijn kwijtgeraakt aan SODA. Welke schade Overlastregistratie hierdoor heeft geleden bespreekt de rechtbank in alinea 2.35 en verder.
Ad. 2: gederfde winst door het ontbreken van NAW-gegevens
2.21.
Overlastregistratie stelt dat ook het causaal verband vaststaat tussen het onrechtmatig handelen van de Politie en de schade die Overlastregistratie heeft geleden door het niet (tijdig) verkrijgen van NAW-gegevens van de Politie voor diefstallen bij winkels van klanten van Overlastregistratie. Onder deze schadepost zijn begrepen de situaties waarin de winkelfilialen geen aansprakelijkstellingen registreerden in de applicatie van Overlastregistratie doordat het behaalde inningspercentage te laag werd bevonden of doordat de betreffende winkeldief niet wilde meewerken met het winkelpersoneel. Zonder die benodigde gegeven kon Overlastregistratie veel minder aansprakelijkstellingen aan winkeldieven uitsturen en daalde het inningspercentage. Verder heeft zij aangetekend dat de Politie ook na 2018 onvolledige lijsten aan Overlastregistratie heeft verstrekt waarin grote aantallen gegevens ontbraken, dat de Politie al vijf jaar werkt met een, wat zij noemt, tijdelijke oplossing en dat de Politie nog steeds geen structurele oplossing voor de gegevenslevering heeft geïmplementeerd. De rechtbank oordeelt als volgt.
2.22.
Voor zover het betreft de periode na beëindiging van de pilot, geldt, zoals de rechtbank al heeft geoordeeld, dat sprake was van een gelijk speelveld voor alle uitvoeringsorganisaties, zodat de Politie vanaf dat moment in verband met de gegevensverschaffing niet langer onrechtmatig jegens Overlastregistratie handelde.
2.23.
Voor wat betreft de pilotperiode volgt de rechtbank Overlastregistratie niet in haar standpunt. In verband met de feitelijke situatie merkt de rechtbank allereerst het volgende op. Voor zover de klanten van Overlastregistratie geen aansprakelijkstellingen registreerden in de applicatie van Overlastregistratie, is dat een omstandigheid die in de risicosfeer van Overlastregistratie valt en kan dat niet aan de Politie worden toegerekend, ook niet bij een (te) laag inningspercentage. Datzelfde geldt voor het niet meewerken van een winkeldief met het winkelpersoneel. Ook die omstandigheid komt niet voor rekening van de Politie.
2.24.
Overlastregistratie stelt dat er door de Politie fouten zijn gemaakt bij het verstrekken van NAW-gegevens en ook bij het verzamelen van gegevens bij winkeldiefstallen. De enkele omstandigheid dat bij de verstrekking van NAW-gegevens aan de Politie fouten zijn gemaakt, is onvoldoende om te concluderen dat de Politie daarmee ook onrechtmatig heeft gehandeld jegens Overlastregistratie. Dat is slechts anders indien de Politie bij het opvragen van NAW-gegevens door Overlastregistratie die gegevens opzettelijk niet (tijdig) aan Overlastregistratie verstrekte, maar dat wel (tijdig) deed aan SODA. Dat dit het geval is heeft Overlastregistratie weliswaar gesuggereerd, maar niet geconcretiseerd en met bewijsstukken onderbouwd.
2.25.
Bij de beoordeling van het causaal verband moet een vergelijking worden gemaakt tussen de feitelijke situatie en de hypothetische situatie waarbij de Politie niet onrechtmatig handelde, Overlastregistratie aan de pilot had deelgenomen en op gelijke wijze als SODA NAW-gegevens zou krijgen aangeleverd. Hoewel de gegevensaanlevering tijdens de pilot sneller en efficiënter verliep dan wanneer niet aan de pilot werd deelgenomen, heeft Overlastregistratie onvoldoende onderbouwd dat zij in dat geval de NAW-gegevens die zij nu niet (tijdig) kreeg dan wél (tijdig) had gekregen. Voor zover de Politie fouten maakt bij de verstrekking van NAW-gegevens valt – zonder nadere toelichting die Overlastregistratie niet heeft gegeven – niet in te zien waarom die fouten zich niet ook voordeden in de in het kader van de pilot aangeleverde gegevens. Bij deze stand van zaken ontbreekt het causaal verband tussen het onrechtmatig handelen van de Politie en de gestelde gederfde winst wegens de door Overlastregistratie gestelde gebrekkige verstrekking van NAW-gegevens door de Politie. De rechtbank zal dit onderdeel van de vordering tot schadevergoeding afwijzen.
Ad. 3: gederfde winst door vertraging in de groei van Overlastregistratie
2.26.
Tot slot stelt Overlastregistratie dat het onrechtmatig handelen van de Politie haar groei heeft vertraagd. Volgens Overlastregistratie is het evident dat het voor haar moeilijker, dan wel onmogelijk was om nieuwe klanten aan te trekken en aannemelijk dat zij omzet is misgelopen omdat zij werd benadeeld ten opzichte van concurrerende organisaties. Die misgelopen omzet heeft er verder toe geleid dat Overlastregistratie geen middelen had om te investeren in vernieuwing van haar applicatie, waardoor het aantrekken van klanten nog lastiger werd, aldus nog steeds Overlastregistratie.
2.27.
De rechtbank stelt in dit verband voorop dat het aan Overlastregistratie is om de door haar gestelde schade voldoende te onderbouwen. Dat heeft Overlastregistratie niet gedaan. Uit de eerste rapportage van de deskundige van Overlastregistratie, Sman Business Value (hierna: Sman), overgelegd als productie 16, blijkt dat er naast de klanten van SODA en Overlastregistratie, veel winkels zijn die niet bij een vergelijkbare dienstverlener zijn aangesloten, zodat de rechtbank het ervoor houdt dat acquisitie mogelijk moet zijn (geweest). De rechtbank begrijpt echter uit dezelfde rapportage van Sman (pagina 13 tweede bullet) dat Overlastregistratie haar acquisitie tijdens de pilot heeft gestaakt. Dat is een eigen keuze van Overlastregistratie waarvan de gevolgen voor haar rekening komen.
2.28.
In dit verband is van belang dat Overlastregistratie geen stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat zij potentiële klanten benaderde tijdens de pilot en daadwerkelijk heeft getracht om nieuwe klanten te werven. En ook ontbreken bewijstukken waaruit blijkt dat benaderde potentiële klanten al door SODA waren benaderd en daarom geen klant meer wilden worden of niet met Overlastregistratie in zee wilden gaan omdat zij vanwege het kennisvoordeel de voorkeur gaven aan SODA.
2.29.
Overlastregistratie heeft nog betoogd dat na beëindiging van de pilot veel potentiële klanten wachten op duidelijkheid vanwege de tijdelijke oplossing die de Politie na de beëindiging van de pilot heeft geïmplementeerd en de onduidelijkheid over het beleid van de Politie. Voor zover Overlastregistratie stelt dat zij daardoor geen nieuwe klanten kon of kan werven, geldt dit ook voor de overige uitvoeringsorganisaties en is zij wat dat betreft niet in een nadeliger positie dan haar concurrenten. Een causaal verband met het onrechtmatig verstrekken van politiegegevens tijdens de pilot ontbreekt in ieder geval.
2.30.
Voor zover Overlastregistratie stelt dat als de Politie vanaf het begin de gegevens op rechtmatige wijze had verstrekt en dus niet onrechtmatig had gehandeld tijdens de pilot, de genoemde tijdelijke oplossing niet nodig was geweest, gaat zij uit van een verkeerde veronderstelling bij het wegdenken van de fout. Uitsluitend de fout moet worden weggedacht en vervolgens moet slechts die schade worden meegenomen die het rechtstreeks gevolg is van die fout. De Politie heeft de tijdelijke oplossing moeten invoeren om haar onrechtmatig handelen jegens Overlastregistratie gedurende de pilot te beëindigen en handelde daarmee dus juist niet onrechtmatig jegens Overlastregistratie. Bovendien werd de tijdelijke oplossing voor alle uitvoeringsorganisaties ingevoerd waarmee een gelijk speelveld werd gecreëerd, zodat vervolgens van die feitelijke situatie moet worden uitgegaan.
2.31.
Daarentegen is de rechtbank wel van oordeel dat SODA door haar kennisvoordeel bij haar acquisitie efficiënter te werk heeft kunnen gaan en de potentiële klanten heeft kunnen benaderen die de meeste winkeldiefstallen hadden en dus voor de uitvoeringsorganisaties het meest interessant waren. Die klanten heeft SODA door haar concurrentievoordeel tijdens de pilot voor Overlastregistratie kunnen ‘wegkapen’. In zoverre neemt de rechtbank het bestaan van het gestelde causaal verband tussen het handelen van de Politie en door Overlastregistratie geleden schade aan. Voor wat betreft de omvang van de schade geldt dat daar tegenover staat dat wanneer Overlastregistratie ook had kunnen acquireren en die klanten zelf – voordat zij door SODA werden benaderd – had kunnen binnenhalen. Om die reden kan nu niet meer worden vastgesteld tot welke schade het concurrentievoordeel van SODA heeft geleid, maar de rechtbank zal de vordering in verband met gederfde omzet door vertraging in de groei van (het klantenbestand van) Overlastregistratie deels toewijzen. Welke schade Overlastregistratie hierdoor heeft geleden bespreekt de rechtbank in alinea 2.53 en verder.
2.32.
Ter onderbouwing van haar gestelde schade heeft Overlastregistratie de “Schadebegroting inzake Overlastregistratie Nederland B.V.” van 6 maart 2024 (productie 16) van Sman overgelegd en de “Memo na tussenvonnis” van 14 oktober 2024 van Sman (productie 34).
Gederfde winst door vertrek klanten
2.33.
Overlastregistratie heeft haar gederfde omzet door het vertrek van Action, Detailresult Groep en Inditex in de pilotperiode berekend op totaal € 520.355,00. De rechtbank zal hierna per klant berekenen wat de schade is. Die schade bestaat uit de gederfde winst berekend aan de hand van de gederfde omzet.
2.34.
Het vertrek van Action heeft volgens Overlastregistratie geleid tot het grootste omzetverlies: € 344.318,00. Dit is de omzet die Overlastregistratie stelt te hebben gemist over de periode vanaf maart 2017 tot en met maart 2022. Zij is daarbij van de veronderstelling uitgegaan dat Action zeven jaar lang haar klant zou zijn gebleven. De Politie heeft dat betwist.
2.35.
Overlastregistratie heeft haar veronderstelling niet onderbouwd. Overlastregistratie heeft geen overeenkomst met Action overgelegd. Het is de rechtbank niet gebleken dat sprake was van een overeenkomst met een looptijd van zeven jaar en wanneer die overeenkomst dan zou eindigen. Ook heeft Overlastregistratie niet aangetoond dat het niet is gelukt om deze klant na beëindiging van de pilot weer terug te winnen. Uit de opzegging door Action (bijlage 4 bij productie 16) blijkt dat Action eerder is overgestapt van SODA naar Overlastregistratie en dat ze vanwege de pilot weer teruggaan naar SODA, terwijl ze de applicatie van Overlastregistratie veel beter vinden. Na beëindiging van de pilot lijkt er dus alle aanleiding om te bezien of Action bij een gelijk speelveld weer met Overlastregistratie in zee wil gaan en had van Overlastregistratie in het kader van haar schadebeperkingsplicht mogen worden verwacht dat zij daartoe pogingen had ondernomen, zodat zij concreet kon aantonen dat Action om redenen die samenhangen met het onrechtmatig handelen van de Politie toch geen klant meer wilde worden van Overlastregistratie na de beëindiging van de pilot. Dat is niet gebleken.
2.36.
De rechtbank neemt aan dat Overlastregistratie Action niet direct na de beëindiging van de pilot had kunnen terugwinnen. De rechtbank heeft geen gegevens over de looptijd van de nieuwe overeenkomst tussen Action en SODA. Gelet op de omstandigheid dat Action zelf heeft verklaard “noodgedwongen” terug te gaan naar SODA terwijl zij de applicatie van Overlastregistratie beter vond, ligt het voor de hand dat die looptijd beperkt was, zodat Action zich snel verder kon oriënteren. De rechtbank schat deze op anderhalf jaar. Om die reden gaat de rechtbank ervan uit dat het Overlastregistratie zou moeten zijn gelukt om (uiterlijk) anderhalf jaar na de beëindiging van de pilot Action weer als klant terug te kunnen winnen. De rechtbank oordeelt daarom dat over een periode van 18 maanden na beëindiging van de pilot de gederfde winst van Overlastregistratie volledig moet worden vergoed. De rechtbank neemt daarbij in ogenschouw dat Overlastregistratie in 2019 toegang kreeg tot gegevensverstrekking via bestandsuitwisseling, met terugwerkende kracht tot mei 2018. Voor zover het in de praktijk Overlastregistratie niet is gelukt om Action terug te winnen als klant, ligt dat naar het oordeel van de rechtbank niet (meer) aan het onrechtmatig handelen van de Politie, maar zijn er andere redenen waarom Action niet naar Overlastregistratie terug wil en die redenen komen niet voor rekening en risico van de Politie.
2.37.
Overlastregistratie gaat bij haar berekening uit van een aantal aansprakelijkstellingen per maand per filiaal van 0,09 in 2017, 0,2 in 2018, 0,3 in 2019 en 0,4 in 2020 en van een groei van het aantal Action-filialen naar 364 in 2017, 378 in 2018, 378 in 2019 en 391 in 2020. Voor alle jaren gaat Overlastregistratie uit van € 45,00 omzet per uitgeschreven aansprakelijkstelling, in overeenstemming met haar feitelijke exploitatie in 2017. Tegen het aantal filialen en de prijs van € 45,00 heeft de Politie geen concreet verweer gevoerd. De Politie heeft wel verweer gevoerd tegen het aantal uitgeschreven aansprakelijkstellingen per maand per filiaal.
2.38.
In de periode van april 2015 tot en met maart 2017, toen Action klant was bij Overlastregistratie was sprake van een gemiddeld aantal aansprakelijkstellingen per maand per filiaal van 0,10. Dat dit aantal zou zijn toegenomen als de bevoordeling van SODA achterwege zou zijn gebleven, komt de rechtbank aannemelijk voor (dan zouden immers de diefstalgegevens onder de pilot immers sneller en/of beter aan Overlastregistratie zijn verstrekt dan in de situatie waarin Overlastregistratie die gegevens niet aangeleverd kreeg). Maar door de beëindiging van de pilot is de verstrekking van gegevens weer verslechterd, hetgeen de groei negatief beïnvloedt. De sterke groei die Overlastregistratie veronderstelt, acht de rechtbank – gelet op de cijfers over 2015 tot en met 2017 (respectievelijk 1,0, 0,09, en 0,05 (voor drie maanden)) – echter niet waarschijnlijk. Zij begroot het gemiddeld aantal aansprakelijkstellingen per maand per filiaal voor 2017 op 0,09, voor 2018 op 0,15 (in plaats van 0,20), voor 2019 op 0,20 (in plaats van 0,30), en voor 2020 op 0,25 (in plaats van 0,40).
2.39.
Dit betekent dat de rechtbank voor 2017 het omzetverlies begroot op € 13.267,80 (364 filialen x 0,09 x € 45,00 x 9 maanden). 0,09 x), voor 2018 op € 30.618,00 (378 filialen x 0,15 x € 45,00 x 12 maanden), voor 2019 op € 42.228,00 (391 filialen x 0,20 x € 45,00 x 12 maanden) en voor 2020 op € 27.135,00 (402 filialen x 0,25 x € 45,00 x 6 maanden). Het totale omzetverlies door het vertrek van Action bedraagt dan € 113.248,80 (€ 13.267,80 + € 30.618,00 + € 42.228,00 + € 27.135,00). Het gewogen gemiddelde van haar variabele kosten over 2016 tot en met 2021 bedraagt volgens Overlastregistratie 36,3%. Dat percentage is onvoldoende weersproken en komt de rechtbank redelijk voor, zodat de rechtbank daarvan uitgaat.
2.40.
Dit betekent dat de gederfde winst door het vertrek van Action door de rechtbank wordt begroot op € 72.139,49 (€ 113.248,80 – € 41.109,31 (= 36,3% variabele kosten).
2.41.
Detailresult Groep omvat twee klanten (Dekramarkt en Dirk) en was tot en met 2017 klant bij Overlastregistratie en is met in januari 2019 teruggekeerd. Dat betekent dat Detailresult Groep gedurende dertien maanden (2018 en januari 2019) geen klant geweest van Overlastregistratie. De reden voor de terugkeer van Detailresult Groep is volgens Overlastregistratie omdat Detailresult Groep de applicatie en service van Overlastregistratie beter vond dan de dienstverlening door SODA. Toch stelt Overlastregistratie dat zij, om deze klant terug te winnen, haar prijs per aansprakelijkstelling van € 45,00 naar € 37,50 heeft moeten bijstellen.
2.42.
Uit de door Overlastregistratie in het geding gebrachte administratie blijkt dat Dekramarkt in de jaren 2016 en 2017 sprake van een gemiddeld aantal aansprakelijkstellingen per maand per filiaal van 0,31 respectievelijk 0,26 en in de jaren 2019 en 2020 van respectievelijk 0,35 en 0,27. De rechtbank acht het redelijk dat Overlastregistratie voor haar berekening van het omzetverlies voor de genoemde dertien maanden uitgaat van 0,31 aansprakelijkstelling per maand per filiaal.
2.43.
Met betrekking tot het bedrag dat Overlastregistratie in rekening bracht gaat de rechtbank voor de dertien maanden uit van de in 2016 en 2017 in rekening gebrachte € 45,00. Het aantal door Overlastregistratie genoemde filialen van 81 is onweersproken gebleven, zodat de rechtbank daarvan uitgaat voor de dertien maanden. De door Overlastregistratie berekende prijsverlaging vanaf 2019 zal de rechtbank geen rekening houden. Overlastregistratie heeft namelijk niet onderbouwd dat die prijsverlaging het uitsluitend gevolg is van het tijdelijk verlies van deze klant. Daar kunnen ook andere redenen aan ten grondslag liggen (zoals veranderde marktomstandigheden, meer concurrentie). Niet is onderbouwd dat gezien de reden voor de terugkeer zonder de prijsverlaging Detailresult Groep niet zou zijn teruggekomen. Bovendien blijkt uit de stukken dat Overlastregistratie in 2016 de prijs in december 2015 heeft verhoogd van € 35,00 naar € 45,00.
2.44.
Dit betekent dat de rechtbank het door Overlastregistratie berekende omzetverlies bij Dekramarkt gedurende dertien maanden berekent op € 14.689,50 (81 filialen x 0,31 x € 45,00 x 13 maanden). De gederfde winst in verband met klant Dekramarkt bedraagt dan € 9.357,21 (€ 14.689,50 – € 5.332,29 (= 36,3% variabele kosten)).
2.45.
Uit de door Overlastregistratie in het geding gebrachte administratie blijkt dat Dirk in de jaren 2016 en 2017 een gemiddeld aantal aansprakelijkstellingen per maand per filiaal had van 0,44 respectievelijk 0,41 en in 2019 en 2020 0,39. De rechtbank acht het redelijk dat Overlastregistratie voor haar berekening van het omzetverlies voor 2018 uitgaat van 0,40 aansprakelijkstelling per maand per filiaal en voor januari 2019 van 0,39.
2.46.
Gelet op de feitelijke exploitatie in 2016 en 2017, toen Overlastregistratie per aansprakelijkstelling een bedrag van € 45,00 bij deze klant in rekening bracht, acht de rechtbank het redelijk dat Overlastregistratie ook 2018 met een bedrag van € 45,00 per aansprakelijkstelling rekent. Het aantal filialen van 119 waarvan Overlastregistratie in 2018 uitgaat is onweersproken gebleven evenals het aantal van 121 filialen in 2019, zodat de rechtbank daarvan uitgaat.
2.47.
Dit betekent dat de rechtbank het omzetverlies van het door Overlastregistratie berekende omzetverlies bij Dirk gedurende dertien maanden berekent op € 27.184,95 ((119 filialen x 12 maand + 121 filialen x 1 maand) x 0,39 x € 45,00). De gederfde winst in verband met klant Dirk bedraagt dan € 17.235,26 (€ 27.184,95 – € 9.949,69 (= 36,3% variabele kosten)).
2.48.
Het vertrek van Inditex per juli 2017 heeft volgens Overlastregistratie geleid tot een omzetverlies van totaal € 94.703,00 over de periode met ingang van juli 2017 tot en met augustus 2022. Inditex is na beëindiging van de pilot niet naar Overlastregistratie teruggekeerd. Nadat na de beëindiging van de pilot weer een gelijk speelveld was ontstaan, mag van Overlastregistratie worden verwacht dat zij deze klant zo snel mogelijk weer probeerde terug te winnen en ook had kunnen terugwinnen. De rechtbank houdt er daarbij rekening mee dat dit in 2019 nog niet zou kunnen worden gerealiseerd, maar wel halverwege 2020. Om die reden gaat de rechtbank bij de begroting van de gederfde winst door het vertrek van Inditex uit van de volledige gederfde winst voor het jaar 2019 en de helft van de gederfde winst voor 2020.
2.49.
In de periode van september 2015 tot en met juli 2017, toen Inditex klant was bij Overlastregistratie was sprake van een gemiddeld aantal aansprakelijkstellingen per maand per filiaal van respectievelijk 0,40, 0,28 en 0,15 (over 7 maanden). De rechtbank acht het aannemelijk dat het aantal aansprakelijkstellingen per maand per filiaal zou zijn toegenomen als Overlastregistratie aan de pilot zou hebben deelgenomen en de diefstalgegevens daarmee sneller en/of beter aan Overlastregistratie zouden zijn verstrekt dan in de situatie waarin Overlastregistratie die gegevens niet aangeleverd kreeg. Maar door de beëindiging van de pilot is de verstrekking van gegevens, zoals hiervoor reeds is geoordeeld, weer verslechterd, hetgeen de groei negatief beïnvloedt. De rechtbank gaat echter uit van een minder sterke groei dan Overlastregistratie. De groei waar Overlastregistratie vanuit gaat acht de rechtbank niet waarschijnlijk. Zij begroot het gemiddelde aantal aansprakelijkstellingen per maand per filiaal voor 2017 op 0,30 (net als Sman), voor 2018 op 0,35 (in plaats van 0,50), voor 2019 op 0,35 (in plaats van 0,50) en voor 2020 0,40 (in plaats van 0,50). Gelet op de feitelijk in 2015 tot en met 2017 in rekening gebrachte bedragen van respectievelijk € 39,90, € 49,10 en € 45,30 per aansprakelijkstelling, hanteert de rechtbank het door Sman aangehouden bedrag van € 45,00 per aansprakelijkstelling en het niet door de Politie bestreden aantal van 69 filialen.
2.50.
Dit betekent dat de rechtbank voor 2017 het omzetverlies bepaalt op € 5.589,00 (69 filialen x 0,30 x € 45,00 x 6 maanden), zoals ook door Sman berekend, voor 2018 op € 13.401,00 (69 filialen x 0,35 x € 45,00 x 12 maanden), voor 2019 op € 13.401,00 (69 filialen x 0,35 x € 45,00 x 12 maanden) en voor 2020 op € 7.452,00 (69 filialen x 0,40 x € 45,00 x 6 maanden). Het totale omzetverlies door het vertrek van Inditex bedraagt dan € 5.589,00 + € 13.401,00 + € 13.401,00 + € 7.452,00 = € 39.843,00. De gederfde winst bedraagt dan € 39.634,00 – € 14.463,01 (= 36,3% variabele kosten) = € 25.170,99.
2.51.
Het voorgaande betekent dat de gederfde winst door het vertrek van klanten € 123.902,95 bedraagt (€ 72.139,49 (zie 2.41) + € 9.357,21 (zie 2.45) + € 17.235,26 (zie 2.48) + € 25.170,99 (zie 2.51)).
Gederfde winst door vertraging in de groei van Overlastregistratie
2.52.
Zoals de rechtbank hiervoor onder 2.32 heeft geoordeeld komt uitsluitend voor vergoeding in aanmerking de schade in verband met de vertraging in de groei van Overlastregistratie die het gevolg is van het ‘wegkapen’ van klanten door SODA. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Overlastregistratie onvoldoende onderbouwd dat die schade de omvang heeft van de subsidiair gederfde omzet van € 1.281.913,00, zoals berekend door Sman. In dit verband is de rechtbank van oordeel dat [naam 1] , de expert van de Politie, terechte kritiek levert op de uitgangspunten van de berekening door Sman. Die omzetcijfers kunnen dan ook niet als uitgangspunt dienen.
2.53.
Zoals eveneens geoordeeld onder 2.32 is de schade in verband met de vertraging in de groei van Overlastregistratie die het gevolg is van het ‘wegkapen’ van klanten door SODA nu niet met enige mate van zekerheid vast te stellen. De rechtbank ziet zich daarom genoodzaakt om in verband hiermee een schatting te maken. Bij die schatting zal de rechtbank alle goede en kwade kansen betrekken en rekening houden met het onder 2.6 genoemde na-ijleffect na de beëindiging van de pilot.
2.54.
De rechtbank is van oordeel dat deze schade aanzienlijk lager is dan de groei met 400 filialen per jaar gedurende een periode van 2017 tot en met 2030. De rechtbank zal bij haar schatting uitsluitend ingaan op de gemiste groei gedurende vanaf 2017 tot aan het einde van de pilotperiode omdat na beëindiging van de pilot SODA niet langer de beschikking kreeg over de politiegegevens van alle diefstallen in Nederland. De rechtbank houdt daarbij wel rekening met een na-ijleffect gedurende 18 maanden, omdat SODA met de laatste gegevens die zij tijdens de pilot heeft ontvangen ook nadien nog haar voordeel kon doen. De rechtbank betrekt bij haar schatting de omzetcijfers van Overlastregistratie, in het bijzonder de cijfers van na beëindiging van de pilot, die – zoals [naam 1] terecht vaststelt – afwijken van de door Sman geprognotiseerde omzetten. Zij gaat schattenderwijs uit van een groei met 200 filialen per jaar, een gemiddeld aantal aansprakelijkstellingen per maand per filiaal van 0,30 een prijs per aansprakelijkstelling € 45,00 en een percentage aan variabele kosten van 36,3%.
2.55.
De rechtbank schat de door Overlastregistratie gederfde omzet voor de jaren 2017 tot en met 2020 op € 259.200,00 ((200 filialen x 12 maanden x 0,30 x € 45,00 = € 32.400,00) + (400 filialen x 12 maanden x 0,30 x € 45,00 = € 64.800,00) + (600 filialen x 12 maanden x 0,30 x € 45,00 = € 97.200,00) + (800 filialen x 6 maanden x 0,30 x € 45,00 = € 64.800))
2.56.
De gederfde winst bedraagt dan € 259.200,00 – € 94.089,60 (36,3%) = € 165.110,40.
Tussenconclusie schadeomvang na toepassing van het kansschadepercentage
2.57.
Uit het voorgaande volgt dat de totale schadeomvang € 289.013,35 (€ 123.902,95 + € 165.110,40) bedraagt.
2.58.
Nu de rechtbank alle schadeposten heeft behandeld, dient zij – zoals hiervoor onder 2.12 geoordeeld – nog rekening te worden gehouden met het kansschadepercentage, zodat als schade voor vergoeding in aanmerking komt een bedrag van € 173.408,01 (€ 289.013,35 x 60%).
2.59.
Overlastregistratie heeft nog aanvullende schadeposten gevorderd. Deze zal de rechtbank hierna beoordelen.
Juridische kosten en advieskosten
2.60.
Deze vordering ten bedrage van € 37.183,00 ziet op de advocaatkosten die Overlastregistratie heeft gemaakt in verband met het volgen van een klachtenprocedure bij de Nationale ombudsman en voor het doen van Wob/Woo-verzoeken en overige communicatie met de Politie. Zij grondt deze vordering op artikel 6:96 lid 2 sub b BW.
2.61.
De Politie heeft gewezen op het arrest van de Hoge Raad van 10 januari 2003 (ECLI:NL:HR:2003:AF0690) waarin de Hoge Raad heeft geoordeeld dat als uitgangspunt geldt dat kosten die zijn gemaakt in het kader van een tuchtprocedure geen redelijke kosten zijn ter vaststelling van aansprakelijkheid. Kosten verband houdend met de procedure bij de Nationale ombudsman kunnen volgens haar daarom evenmin als redelijke kosten ter vaststelling van aansprakelijkheid worden aangemerkt.
2.62.
Overlastregistratie heeft in reactie daarop betoogd dat de Hoge Raad ook heeft bepaald dat bijzondere omstandigheden kunnen nopen tot afwijking van dat uitgangspunt. Zij vindt dat er in deze zaak aanleiding is om de gemaakte advocaatkosten voor de procedure bij de Nationale ombudsman wel toe te wijzen. Genoemde rechtspraak van de Hoge Raad kan volgens Overlastregistratie niet één op één worden toegepast op deze zaak, omdat de procedure bij de Nationale ombudsman geen tuchtzaak is. De Nationale ombudsman heeft een veel actievere rol dan een tuchtrechter, en door het onderzoek dat deze heeft verricht zijn allerlei feiten boven tafel gekomen waarmee de aansprakelijkheid van de Politie kon worden vastgesteld. Bovendien gaat het in deze procedure om een overheidsorgaan dat jarenlang weigerde om een gesprek aan te gaan met Overlastregistratie en dat weigerde om te reageren op verzoeken om informatie. Om die impasse te doorbreken was de procedure bij Nationale ombudsman nodig, aldus nog steeds Overlastregistratie.
2.63.
Deze stellingen heeft de Politie uitdrukkelijk betwist. Volgens haar zijn er geen bijzondere omstandigheden die meebrengen dat op het door de Hoge Raad geformuleerde uitgangspunt een uitzondering zou moeten worden gemaakt. Zo staat op de website van de Nationale ombudsman:
“De Nationale ombudsman helpt als burgers vastlopen bij de overheid. Een team van specialisten zit klaar om vragen en klachten te behandelen. Zij doen nader onderzoek als dat nodig is. De ombudsman kan ook uit eigen beweging onderzoek doen naar het handelen van de overheid. De meeste adviezen en rapporten van de Nationale ombudsman zijn voor iedereen te lezen.”
2.64.
De Nationale ombudsman spreekt overheden aan op hun (on)behoorlijk handelen, en daagt hen uit om zaken te verbeteren. Dat heeft hij in de Overlastregistratie doorlopen procedure ook gedaan, aldus de Politie.
2.65.
De aard en het doel van de procedure bij de Nationale ombudsman zijn niet gericht op het doen vaststellen van civielrechtelijke aansprakelijkheid, in de zin van artikel 6:96 lid 2 sub b BW. Overlastregistratie heeft onvoldoende onderbouwd waarom in dit geval sprake is van zodanige bijzondere omstandigheden dat op het door de Hoge Raad geformuleerde uitgangspunt een uitzondering zou moeten worden gemaakt. Het arrest HR 3 juni 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT4097 maakt duidelijk dat de Hoge Raad een dergelijke uitzondering ook niet spoedig aanwezig acht.
2.66.
Tot slot heeft Overlastregistratie slechts gesteld dat zij de verkregen informatie uit de Wob/Woo-verzoeken heeft gebruikt om de aansprakelijkheid van de Politie vast te stellen. Waarom de kosten die daarmee gemoeid waren zonder meer toewijsbaar zijn heeft zij echter niet toegelicht. Evenmin heeft zij onderbouwd waarom het redelijk was dat de advocaat deze verzoeken heeft ingediend (en niet Overlastregistratie zelf) of waarom de daarvoor gemaakte kosten redelijk zijn. Ook is niet duidelijk naar welke Wob/Woo-verzoeken Overlastregistratie verwijst en waarom de daarvoor gemaakte kosten niet onder de op grond van artikel 241 Rv te vergoeden kosten ter instructie van de zaak vallen.
2.67.
Gelet op het voorgaande wijst de rechtbank deze vordering af.
Kosten van de deskundige ter vaststelling van de schade
2.68.
Deze vordering ziet op het inschakelen van een financieel deskundige voor het maken van een (hernieuwde) schadeopstelling. Naar het oordeel van de rechtbank is het redelijk dat Overlastregistratie zich hierbij heeft laten bijstaan door een deskundige. De door Overlastregistratie gemaakte kosten zijn naar het oordeel van de rechtbank niet redelijk, mede omdat de rechtbank op belangrijke onderdelen de deskundige niet volgt. De rechtbank zal daarom 20% van de kosten toewijzen, zijnde een bedrag van € 6.938,60 (20% x € 34.693,00).
Vergoedingen van de inspanningen van eigen kosten
2.69.
De rechtbank acht het, mede gelet op de toelichting ter zitting, eveneens aannemelijk dat de bestuurder van Overlastregistratie inspanningen heeft verricht in verband met het vaststellen van de schade. De rechtbank zal bij gebreke van een concreet onderbouwde schadeberekening de schade schatten. Een deel van de bestede tijd door de heer [naam 2] kan gelet op alle omstandigheden in deze zaak, worden aangemerkt als winstderving voor Overlastregistratie. De hoogte van de gevorderde eigen kosten acht de rechtbank niet redelijk. De rechtbank zal deze kosten voor 20% toewijzen, te weten een bedrag van € 15.000,00. (€ 75.000,00 x 20%)
De buitengerechtelijke kosten
2.70.
De rechtbank constateert dat de activiteiten ter verkrijging van betaling buiten rechte beperkt zijn gebleven tot een brief van de advocaat van Overlastregistratie aan de Politie. De Politie heeft terecht opgemerkt dat deze brief vervolgens als onderlegger heeft gediend voor de dagvaarding, zodat geen sprake is van voor vergoeding in aanmerking komende buitengerechtelijke kosten. De rechtbank wijst deze vordering af.
2.71.
De vordering van Overlastregistratie tot het doen laten publiceren van een door haar in de dagvaarding geformuleerde tekst door de Politie wordt afgewezen nu Overlastregistratie daarbij onvoldoende belang heeft naast de aan haar toegekende schadevergoeding en niet valt in te zien waarom een dergelijke publicatie noodzakelijk is. Overlastregistratie heeft in dit verband gesteld dat haar potentiële klanten door een publieke rectificatie/erkenning weten dat het niet aan Overlastregistratie lag dat zij geen toegang kreeg tot de automatische gegevenslevering door de Politie. Gesteld noch gebleken is echter dat (potentiële) klanten dit denken, terwijl Overlastregistratie tijdens haar klantenwerving een en ander ook eenvoudig zelf kan aantonen bij haar potentiële klanten.
2.72.
De rechtbank zal de Politie veroordelen in de proceskosten, maar omdat het overgrote deel van de vorderingen van Overlastregistratie is afgewezen zal de rechtbank bij de berekening uitgaan van de schade zoals toegewezen. De proceskosten van Overlastregistratie worden begroot op:
- griffierecht
|
€
|
5.737,00
|
|
- salaris advocaat
|
€
|
6.785,00
|
(2,5 punten × € 2.714)
|
- nakosten
|
€
|
178,00
|
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
|
Totaal
|
€
|
12.700,00
|
|