beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
zaaknummer / rekestnummer: C/13/733040 / HA RK 23-141
Beschikking van 2 mei 2024
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
THE WALT DISNEY COMPANY (BENELUX) B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verzoekster,
advocaten mrs. S.C. van Loon, J.P. van den Brink, M. Rondhuis,
1. de vereniging
VERENIGING BUMA,
gevestigd te Amstelveen,
verweerster,
advocaat mr. A.M. van Aerde te Amsterdam,
2. de vereniging
VERENIGING STEMRA,
gevestigd te Amstelveen,
verweerster,
advocaat mr. A.M. van Aerde te Amsterdam,
3. de rechtspersoon naar buitenlands recht
NETFLIX INC.,
gevestigd te Los Gatos, California, de Verenigde Staten van Amerika,
belanghebbende,
advocaat mr. S.C. van Velze te Amsterdam,
4. de rechtspersoon naar buitenlands recht
APPLE DISTRIBUTION INTERNATIONAL LIMITED,
gevestigd te Hollyfield, Cork, Ierland,
belanghebbende,
advocaat mr. A.P. Groen te Amsterdam.
Partijen zullen hierna Disney, Buma/Stemra, Netflix en Apple worden genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de beschikking van 5 oktober 2023 en de daarin genoemde processtukken,
- de brief van Apple van 14 november 2023, waarbij zij heeft meegedeeld in deze zaak als belanghebbende te willen worden gehoord,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 18 maart 2024, met de daarin genoemde processtukken,
- de reactie van Disney op het proces-verbaal.
2 De verdere beoordeling
2.1.
Disney biedt sinds november 2019 in Nederland Disney+ aan, een subscription video on demand (hierna: SVOD)-dienst. In het SVOD-aanbod van Disney+ wordt muziek behorend tot het door Buma/Stemra beheerde repertoire openbaar gemaakt en verveelvoudigd. Voor het gebruik van die muziek op Disney+ heeft Disney een licentieovereenkomst met Buma/Stemra gesloten. Buma/Stemra is de Nederlandse collectieve beheersorganisatie voor componisten, tekstdichters en muziekuitgevers. Na afloop van die overeenkomst hebben Disney en Buma/Stemra gecorrespondeerd over een verlenging van de overeenkomst, maar zij hebben (nog) geen overeenstemming bereikt over het tarief dat moet worden toegepast voor het gebruik van muziek op Disney+.
2.2.
Disney stelt dat zij sterke indicaties heeft dat het tarief dat Buma/Stemra hanteert niet is gebaseerd op objectieve en niet-discriminerende criteria en daarom in strijd is met artikel 2l van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten (hierna: de Wet Toezicht), met artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna: VWEU) en met artikel 4 van de Mededingingswet (hierna: Mw). In verband daarmee verzoekt Disney de rechtbank, samengevat, om op grond van artikel 843a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) Buma/Stemra te bevelen binnen 7 werkdagen te verstrekken:
a. primair, de meest recente overeenkomsten die Buma/Stemra heeft gesloten met alle andere SVOD-aanbieders waarmee zij een licentieovereenkomst heeft, inclusief overeenkomsten met SOVD-aanbieders waarvan de overeenkomst is beëindigd en waarmee (nog) geen nieuwe overeenkomst is gesloten,
b. subsidiair, de onder a. genoemde bescheiden in geanonimiseerde vorm,
c. uiterst subsidiair, een door een onafhankelijke registeraccountant gecontroleerd en gewaarmerkt afschrift van geaggregeerde informatie over de door Buma/Stemra heden toegepaste licentietarieven op basis van lopende dan wel geëindigde of stilzwijgende verlengde overeenkomsten die zij heeft gesloten met SVOD-aanbieders,
d. alsmede Buma/Stemra te veroordelen in de kosten van het geding.
2.3.
Buma/Stemra betwist dat Disney een hoger tarief betaalt dan andere vergelijkbare SVOD-aanbieders in Nederland en voert aan dat Disney die stelling ook op geen enkele manier heeft onderbouwd. Daarnaast betwist Buma/Stemra dat het verzoek van Disney voldoet aan de in artikel 843a Rv gestelde voorwaarden voor toewijzing tot inzage en stelt zij dat het verzoek van Disney neerkomt op een “fishing expedition”.
2.4.
Netflix is een SVOD-aanbieder die met Buma/Stemra een licentieovereenkomst heeft gesloten. Netflix wil niet dat Disney in enige vorm de beschikking krijgt over de licentieovereenkomst die Netflix met Buma/Stemra heeft gesloten en heeft daarom verzocht om als belanghebbende te worden aangemerkt. Bij tussenbeschikking van 5 oktober 2023 is Netflix als belanghebbende toegelaten. Omdat vermoedelijk ook andere SVOD-aanbieders waarmee Buma/Stemra een overeenkomst heeft gesloten belanghebbende zijn, is Buma/Stemra in de tussenbeschikking van 5 oktober 2023 opgedragen om binnen 7 dagen (alleen) aan de rechtbank een lijst te overleggen met daarop de namen van SVOD-aanbieders waarmee zij thans een overeenkomst heeft. Na ontvangst van die lijst heeft de rechtbank de daarop vermelde SVOD-aanbieders op de hoogte gesteld van de onderhavige procedure. Naar aanleiding daarvan heeft Apple zich op 14 november 2023 als belanghebbende aangemeld. Niet in geschil is dat Apple, net als Netflix, door het verzoek van Disney rechtstreeks in haar belang wordt geraakt en als belanghebbende moet worden aangemerkt. Ook Apple wil niet dat Disney de beschikking krijgt over de licentieovereenkomst die Apple met Buma/Stemra heeft gesloten.
2.5.
Voorop wordt gesteld dat Disney tijdens de mondelinge behandeling op 18 maart 2024 heeft meegedeeld dat het mededingingsrecht geen rol speelt bij het onderhavige verzoek, althans dat het verzoek aan de hand van artikel 843a Rv moet worden beoordeeld. De rechtbank zal dan ook niet ingaan op de vraag of er sprake is van misbruik van machtspositie in de zin van de in het verzoekschrift genoemde artikelen 102 VWEU en artikel 4 Mw, die zien op het mededingingsrecht.
2.6.
Artikel 843a, eerste lid, Rv bepaalt dat hij die daarbij rechtmatig belang heeft, op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksel kan vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn, van degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft. Aan de toewijsbaarheid van een dergelijke vordering verbindt het eerste lid van artikel 843a Rv derhalve drie cumulatieve voorwaarden: (1) de eiser dient een rechtmatig belang te hebben en het moet gaan om (2) bepaalde bescheiden (3) aangaande een rechtsbetrekking waarin de eiser of zijn rechtsvoorganger partij is. Is aan deze voorwaarden voldaan, dan bestaat op grond van artikel 843a, vierde lid, Rv toch geen gehoudenheid tot overlegging van de bescheiden indien daarvoor gewichtige redenen bestaan, of indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd.
2.7.
De eerste vraag die voorligt is of Disney een rechtmatig belang heeft bij het verkrijgen van de gevraagde gegevens. Het ligt op de weg van Disney als de partij die inzage verlangt om voldoende feiten en omstandigheden te stellen waaruit kan worden afgeleid dat zij een rechtmatig belang heeft. Verder is van belang dat artikel 843a Rv er niet toe dient om stukken op te vragen waarvan slechts een vermoeden bestaat dat die steun kunnen geven aan een stelling.
2.8.
Disney betoogt dat haar rechtmatig belang bij de gevraagde bescheiden volgt uit het eerste en tweede lid van artikel 2L van de Wet Toezicht. Het eerste lid van dat artikel bepaalt dat collectieve beheersorganisaties en gebruikers van collectieve beheersorganisaties in goed vertrouwen onderhandelingen voeren over de licentieverlening voor rechten en dat collectieve beheersorganisaties en gebruikers elkaar alle noodzakelijke informatie verschaffen. Het tweede lid bepaalt onder meer dat de licentievoorwaarden zijn gebaseerd op objectieve en niet-discriminerende criteria en dat collectieve beheersorganisaties de betrokken gebruiker in kennis stellen van de criteria die voor het bepalen van die tarieven zijn gebruikt. Disney stelt dat zij zonder inzage in de tarieven die Buma/Stemra hanteert voor ander SVOD-aanbieders niet kan controleren of Buma/Stemra zich houdt aan haar non-discriminatieverplichting.
2.9.
Disney wordt niet gevolgd in haar stelling dat voor Buma/Stemra uit artikel 2L, eerste en tweede lid, Wet Toezicht een verplichting volgt om inzage te geven in de overeenkomsten die Buma/Stemra met de andere SVOD-aanbieders heeft gesloten. De informatie die op grond van artikel 2L, eerste en tweede lid, Wet Toezicht dient te worden verschaft ziet, zoals door Buma/Stemra aangevoerd, op de criteria die voor het bepalen van de tarieven worden gebruikt. Die criteria zijn door Buma/Stemra aan Disney verstrekt.
2.10.
Verder heeft Disney onvoldoende onderbouwd dat de tarieven die aan de hand van voormelde criteria door Buma/Stemra worden vastgesteld, niet zijn gebaseerd op objectieve en niet-discriminerende criteria. Disney meent dat het tarief te hoog is, omdat het “erop lijkt” dat het tarief hoger is dan het tarief dat Buma/Stemra hanteert voor andere vergelijkbare SVOD-diensten in Nederland en omdat het tarief hoger is dan de tarieven die Disney voor de dienst Disney+ in het buitenland betaalt, maar heeft dat tegenover de gemotiveerde betwisting door Buma/Stemra niet, althans onvoldoende, onderbouwd. Daar komt bij dat Buma/Stemra ter zitting heeft toegelicht dat het tarief dat aan een SVOD-aanbieder in rekening wordt gebracht mede afhankelijk is van diverse omstandigheden die per aanbieder kunnen verschillen, bijvoorbeeld welk revenumodel er door de SVOD-aanbieder wordt toegepaste en in welke mate muziek dat behoort tot het repertoire van Buma/Stemra, wordt gebruikt. Daarom zijn de SVOD-aanbieders slecht zijn te vergelijken. Hieruit volgt dat zelfs als uit de overeenkomsten zou blijken dat Buma/Stemra bij Disney een hoger tarief in rekening brengt dan bij een andere SVOD-aanbieder, hetgeen niet vaststaat, die enkele omstandigheid niet betekent dat het door Buma/Stemra ten opzichte van Disney gehanteerde tarief is gebaseerd op niet objectieve of discriminerende criteria.
2.11.
De conclusie is dat Disney onvoldoende heeft onderbouwd dat zij een rechtmatig belang heeft bij de verzochte verstrekking van de overeenkomsten die Buma/Stemra met andere SVOD-aanbieders heeft gesloten. Dit heeft tot gevolg dat naast het primaire verzoek ook de subsidiaire en meer subsidiaire verzoeken niet toewijsbaar zijn.
2.12.
Ten overvloede wordt nog overwogen dat Netflix en Apple voldoende hebben toegelicht dat inzage door Disney in de overeenkomsten die zij met Buma/Stemra hebben gesloten, aan Disney als concurrent inzicht geeft in bedrijfsvertrouwelijke informatie van Netflix en Apple, zelfs als die informatie in geanonimiseerde vorm zou worden verstrekt, en dat in verband daarmee geheimhoudingsbedingen in de met Buma/Stemra gesloten overeenkomsten zijn opgenomen. In die zin bestaan er dus gewichtige redenen voor Buma/Stemra om de overeenkomsten niet aan Disney te verstrekken. Daar komt nog bij dat Disney, zoals door Buma/Stemra, Netflix en Apple aangevoerd, de mogelijkheid heeft om het College van Toezicht Auteursrechten te wijzen op een mogelijke inbreuk door Buma/Stemra op de vereisten waaraan zij als collectieve beheersorganisatie dient te voldoen. Ook kan Disney een klacht over de hoogte van het door Buma/Stemra berekende tarief indienen bij de Geschillencommissie Auteursrechten Zakelijk. Daarmee kan redelijkerwijs worden aangenomen dat een behoorlijke rechtsbedeling, de door Disney voorgestane controle op de het door Buma/Stemra gehanteerde tarief, ook zonder verschaffing van de door Disney gevraagde gegevens is gewaarborgd.
2.13.
Disney zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van Buma/Stemra, Netflix en Apple worden veroordeeld.
2.14.
De kosten aan de zijde van Buma/Stemra worden tot op heden begroot op:
- griffierecht € 676,00,
- salaris advocaat € 1.842,00 (3,0 × tarief II € 614,00),
- nakosten € 178,00 + (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing),
Totaal € 2.696,00.
2.15.
De kosten aan de zijde van Netflix worden tot op heden begroot op:
- salaris advocaat € 1.228,00 (2,0 × tarief II € 614,00),
- nakosten € 178,00 + (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing),
Totaal € 1.406,00.
2.16.
De kosten aan de zijde van Apple worden tot op heden begroot op:
- salaris advocaat € 614,00 (1,0 × tarief II € 614,00),
- nakosten € 178,00 + (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing),
Totaal € 792,00.
3 De beslissing
De rechtbank
3.1.
wijst het verzochte af,
3.2.
veroordeelt Disney in de proceskosten, aan de zijde van Buma/Stemra tot op heden begroot op € 2.696,00, aan de zijde van Netflix tot op heden begroot op € 1.406,00 en aan de zijde van Apple tot op heden begroot op € 792,00. Als Disney niet binnen 14 dagen na de datum van deze beschikking aan de proceskostenveroordelingen voldoet en de beschikking wordt daarna betekend, dan moet Disney aan de betekenende partij € 92,00 extra betalen, plus de kosten van de betekening,
3.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. L. Voetelink, rechter, bijgestaan door
mr. P.J. van Vliet, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. R.H.C. van Harmelen op 2 mei 2024.1