Beoordeling door de rechtbank
4. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van het handhavingsverzoek van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
5. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
6. Eiseres is sinds 2021 eigenaar van een perceel gelegen in de ADM-haven in Amsterdam (het perceel van eiseres).1 Een ander deel van de ADM-haven is in eigendom van de gemeente Amsterdam en in erfpacht uitgegeven aan [belanghebbende] (het perceel van [belanghebbende]). Op het perceel van [belanghebbende] liggen aan de [adres] twee aanlegsteigers, bedoeld voor het aanmeren van zogenaamde kegelschepen.2
7. Eiseres heeft op 8 april 2022 een handhavingsverzoek ingediend bij verweerder, omdat [belanghebbende] een deel van het perceel van eiseres zou laten gebruiken als wachtplaats voor kegel(tank)schepen3, in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan.4
8. Tussen eiseres en verweerder is niet in geschil dat gebruik van het perceel van eiseres als wachtplaats voor kegelschepen in strijd is met het bestemmingsplan. Partijen verschillen echter van mening over de vraag of er zich daadwerkelijk een overtreding heeft voorgedaan, als gevolg waarvan verweerder tot handhaving over had moeten gaan.
9. Per 1 januari 2024 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ingetrokken en is de Omgevingswet in werking getreden. Omdat het verzoek om handhaving vóór die datum is ingediend, is in deze zaak de Wabo met de onderliggende regelingen nog van toepassing.5
10. Volgens [belanghebbende] kan het gebruik van het perceel van eiseres als wachtplaats voor kegelschepen zich op dit moment niet meer voordoen, omdat eiseres een damwand heeft aangelegd die het gebruik van de wachtplaatsen feitelijk onmogelijk maakt. Bovendien biedt [belanghebbende] de aanlegsteigers op dit moment niet aan als ligplaats voor kegelschepen.6
11. Volgens de rechtbank heeft eiseres voldoende procesbelang bij haar beroep. Ter zitting is gebleken dat de damwand ter hoogte van de rechtersteiger op dit moment nog niet is aangelegd. Dat is ter zitting ook door [belanghebbende] bevestigd. Niet in geschil is dat de linker aanlegsteiger momenteel niet meer kan worden gebruikt, maar de rechter aanlegsteiger kan op dit moment nog wel worden bereikt. Feitelijk bestaat dus nog steeds de mogelijkheid om het perceel van eiseres als wachtplaats voor kegelschepen te gebruiken. Daar komt bij dat eiseres ter zitting voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij schade heeft geleden als gevolg van het bestreden besluit, omdat zij meerdere malen werkzaamheden stil heeft moeten leggen als gevolg van kegelschepen die haar terrein als wachtplaats gebruikten.
12. Volgens eiseres is het bestreden besluit onzorgvuldig en/of ondeugdelijk gemotiveerd. Volgens eiseres stelt verweerder ten onrechte dat er geen overtredingen zijn geconstateerd. Eiseres heeft diverse meldingen gedaan, maar verweerder heeft juist op andere momenten controles uitgevoerd. Eiseres heeft daarnaast informatie aangeleverd waaruit blijkt dat op 24 en 25 april 2023 kegeltankschip ‘ [naam] ’ aan de rechter aanlegsteiger en deels op het perceel van eiseres lag. Nadat eiseres daarover contact had opgenomen, heeft [belanghebbende] dit schip laten verwijderen. De lengte van dit schip is 105 meter en verweerder heeft zich eerder op het standpunt gesteld dat een schip van 100 meter of meer zal uitsteken over de waterperceelgrens van het perceel van eiseres. Hiermee staat volgens eiseres vast dat sprake is geweest van een overtreding. Hoewel eiseres deze informatie op 25 april 2023, en dus voor het nemen van het bestreden besluit, heeft aangeleverd, heeft verweerder hier bij het nemen van het bestreden besluit (op 2 mei 2023) geen rekening mee gehouden.
13. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat zij deze informatie terecht buiten beschouwing heeft gelaten bij het nemen van het bestreden besluit, omdat aan eiseres vele gelegenheden zijn geboden om het bestaan van een overtreding aan te tonen, maar zij daar niet in was geslaagd. Op het moment dat eiseres een ingebrekestelling stuurde vanwege het niet tijdig nemen van een besluit, was het advies van de bezwaarcommissie al gereed. Verweerder heeft de door eiseres aangeleverde informatie over de [naam] daarom niet meer meegenomen in de heroverweging in bezwaar. Een goede procesorde stond aan beoordeling van deze informatie in de weg, mede omdat er nieuw onderzoek nodig zou zijn geweest om uit te zoeken of er sprake was van een overtreding en wie als overtreder moet worden aangemerkt. Bovendien heeft [belanghebbende] meteen actie ondernomen toen bleek dat het kegelschip daar lag, waarna het schip de volgende ochtend is vertrokken.
14. De rechtbank is van oordeel dat aangezien de informatie over de [naam] vóór het nemen van het bestreden besluit aan verweerder is toegestuurd, verweerder deze in het kader van de volledige heroverweging in bezwaar had moeten beoordelen.7 De goede procesorde stond in dit geval niet aan het betrekken van deze nieuwe informatie in de weg, mede omdat het ging om nieuwe relevante informatie die niet eerder bij eiseres bekend was.8 Het bestreden besluit is daarom onzorgvuldig tot stand gekomen.
15. Uit het oogpunt van finale geschillenbeslechting ziet de rechtbank aanleiding zich ook inhoudelijk uit te laten over de door eiseres ingebrachte informatie. De rechtbank is van oordeel dat uit de informatie over de [naam] volgt dat sprake was van een overtreding van het bestemmingsplan. Voor dat oordeel acht de rechtbank relevant dat de gemachtigde van verweerder in een e-mail van 22 maart 2023 het volgende heeft geschreven: ‘Wil een schip met het achter- of voorsteven uitsteken over de waterperceelgrens van perceel [nummer], dan zal het moeten gaan om een schip van ongeveer 100 meter of meer.’ Perceel [nummer] is het perceel van eiseres. Tussen partijen is niet in geschil dat het gebruik van het perceel van eiseres als wachtplaats in strijd is met het bestemmingsplan. Tussen partijen is ook niet in geschil dat op 24 en 25 april 2023 de [naam] in de ADM-haven lag, dat dit kegelschip 105 meter lang is en dat het een nacht aan de steiger heeft gelegen. Daarmee staat een overtreding van het bestemmingsplan dus voldoende vast.
16. Het voorgaande betekent dat het beroep gegrond is en dat het bestreden besluit zal worden vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheids- en het motiveringsbeginsel. De beroepsgrond van eiseres slaagt.
17. Eiseres heeft verder aangevoerd dat verweerder handelt in strijd met het gelijkheidsbeginsel en dat verweerder vooringenomen is. Volgens eiseres wil verweerder niet handhavend optreden tegen [belanghebbende], terwijl verweerder tegen eiseres wel direct handhavend optreedt. Verweerder zou nog steeds willen dat [belanghebbende] de ADM-haven weer kan laten gebruiken als wachtplaats voor kegeltankschepen. Verweerder heeft gecontroleerd op momenten dat er geen overtreding gaande was, terwijl ze wist dat er wel overtredingen plaatsvonden. Ook is de gemeente Amsterdam 100% aandeelhouder van [belanghebbende].
18. Deze beroepsgrond slaagt niet. Van vooringenomenheid en handelen in strijd met het gelijkheidsbeginsel, is niet gebleken. Omdat het handhavend optreden van verweerder tegen eiseres op een andere overtreding zag, is van gelijke vallen geen sprake. Het feit dat verweerder niet handhavend optreedt omdat het nog steeds zou willen dat de ADM-haven kan worden gebruikt als wachtplaats voor kegelschepen, is onvoldoende onderbouwd. De omstandigheid dat de gemeente Amsterdam aandeelhouder is van [belanghebbende], maakt niet automatisch dat zij vooringenomen handelt door niet handhavend op te treden.9
Conclusie en gevolgen
19. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit is genomen in strijd met het motiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.
20. Het is niet mogelijk het geschil definitief te beslechten, omdat verweerder eerst nog aan zet is. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen. 10 Naar aanleiding van de vastgestelde overtreding zal verweerder moeten bepalen of en zo ja, op welke wijze, hij tot handhaving over zal gaan. De rechtbank bepaalt dat verweerder daarbij ook de door eiseres in beroep overgelegde raadsinformatiebrief van 5 september 2023 moet betrekken alsook de eerdere meldingen die eiseres heeft gedaan van kegelschepen die wachtplaats innamen op haar perceel.
21. De rechtbank geeft verweerder hiervoor een termijn van acht weken.
22. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.750,-, omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen.11 Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 2 mei 2023;
- draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar, met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 365,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.750,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Sullivan, voorzitter, en mr. A.M. van der Linden-Kaajan en mr. C.M. Delstra, leden, in aanwezigheid van
mr. S.A. Adriaanse, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 oktober 2024.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: