LinXis legt aan haar vordering - samengevat - het volgende ten grondslag.
[gedaagde 1] is geen (mede-)uitvinder van de octrooien, want hij heeft daaraan geen uitvindersbijdrage geleverd. Hij kan dus geen aanspraak maken op de octrooien. Zelfs als hij als (mede-)uitvinder zou worden aangemerkt, komt hem geen aanspraak daarop toe. Hij heeft namelijk bewust de gebruikelijke IE-overdrachtsclausule uit zijn eigen Overeenkomsten achterwege gelaten. Dat is in strijd met zijn managementverplichtingen.
[gedaagde 1] kan zich jegens LinXis niet beroepen op het ontbreken van de standaard IE-overdrachtsclausule in zijn Overeenkomsten op grond van artikel 6:248 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW). Voor zover hem enige octrooirechten zouden toekomen, moet [gedaagde 1] daarom geacht worden deze te hebben overgedragen aan LinXis. Ook komt [gedaagde 1] geen mede-aanspraak toe op grond van artikel 13 Rijksoctrooiwet (ROW).
Daarnaast is sprake van wanprestatie door [gedaagde 2] . Het handelen van [gedaagde 1] in de periode dat hij CFO en CEO was van LinXis levert een tekortkoming op in de nakoming van de Overeenkomsten door [gedaagde 2] . Deze tekortkomingen bestaan uit:
(i) onzorgvuldige taakvervulling waardoor de voormalig boekhouder (langdurig) heeft kunnen frauderen en gelden heeft kunnen onttrekken aan LinXis;
(ii) het verwijderen van de bij LinXis gebruikelijke IE-overdrachtsclausule uit de Overeenkomsten die [gedaagde 1] voor zijn eigen functie als CFO en CEO heeft opgesteld;
(iii) het (op basis daarvan) oneigenlijk opeisen van octrooirechten;
(iv) zodanig slecht functioneren als CEO dat LinXis uiteindelijk in haar voortbestaan werd bedreigd;
(v) handelen in strijd met de teruggaveverplichting en geheimhoudingsbepaling in de Overeenkomsten en het gebruiken van de in strijd daarmee openbaar gemaakte informatie in third party observations om de octrooipositie van LinXis te saboteren en in pogingen IE-rechten op eigen naam te claimen.
[gedaagde 2] is in verzuim zonder dat ingebrekestelling is vereist, omdat ongedaanmaking van deze tekortkomingen onmogelijk is. De schade die LinXis heeft geleden bestaat in ieder geval uit de gelden die de voormalig boekhouder heeft ontvreemd ter hoogte van € 194.895,-. Ook omvat de schade de kosten die LinXis heeft moeten maken voor procedures bij octrooiverlenende instanties en de rechtbank tegen onterechte aanspraken van [gedaagde 2] . Verder geldt dat LinXis de facturen van [gedaagde 2] heeft voldaan, terwijl van een deugdelijke tegenprestatie geen sprake was. Deze bedragen gelden daarom als schade, althans onverschuldigd betaald.
Daarnaast is sprake van onrechtmatig handelen van [gedaagde 1] jegens LinXis. Voor zover geen sprake is van wanprestatie, geldt subsidiair dat [gedaagde 2] samen met [gedaagde 1] onrechtmatig heeft gehandeld. Dit onrechtmatig handelen bestaat uit: (I) onbehoorlijke taakvervulling als CFO en (II) als CEO, (III) het opstellen en aangaan van voor LinXis en voor [gedaagde 2] voordelige Overeenkomsten en (IV) het openbaar maken van bedrijfsgeheimen en het indienen van valse verklaringen door middel van onjuiste third party observations voor octrooi 6 en 7.
De gedragingen van [gedaagde 1] als bestuurder van [gedaagde 2] zijn zodanig onzorgvuldig ten opzichte van LinXis dat [gedaagde 1] als feitelijk beleidsbepaler een persoonlijk ernstig verwijt treft.