3.1.
IBM vordert samengevat – primair UWV op straffe van een dwangsom:
1. te gebieden de gunningsbeslissing van 21 december 2018 in te trekken en haar te verbieden daaraan uitvoering te geven,
2. te gebieden de inschrijving van IBM alsnog geldig te verklaren,
3. te gebieden de inschrijving van DXC alsnog ongeldig te verklaren,
4. te gebieden de geldige inschrijvingen opnieuw te beoordelen overeenkomstig paragraaf 7.3 UtI op het gunningscriterium prijs,
5. te gebieden, met inachtneming van dit vonnis, de inschrijving van IBM opnieuw te beoordelen op het gunningscriterium kwaliteit met toepassing van de beoordelingssystematiek uit paragraaf 7.4 UtI,
6. te gebieden naar aanleiding van de herbeoordelingen onder 4 en 5 een nieuwe gunningsbeslissing te nemen waartegen de inschrijvers overeenkomstig paragraaf 4.1 UtI bezwaar kunnen maken.
IBM vordert subsidair het onder hiervoor onder 1 tot en met 4 en 6 (naar aanleiding van de herbeoordeling onder 4) gevorderde en meer subsidiair het onder 1, 2, 5 en 6 (naar aanleiding van de herbeoordeling onder 5) gevorderde.
IBM vordert nog meer subsidiair UWV op straffe van een dwangsom:
1. te gebieden de gunningsbeslissing van 21 december 2018 in te trekken en haar te verbieden daaraan uitvoering te geven,
2. te gebieden de aanbestedingsprocedure in te trekken en dit aan de inschrijvers mee te delen,
3. te gebieden om, als UWV de opdracht voor “Hosting en Technisch Applicatiebeheer” nog wenst te gunnen, een nieuwe aanbestedingsprocedure te starten.
Tot slot vordert IBM meest subsidiair een of meer in goede justitie te achten maatregelen te gelasten, die recht doen aan de belangen van IBM, en UWV te veroordelen in de kosten van dit geding (inclusief nakosten), te vermeerderen met wettelijk rente.
3.2.
IBM stelt hiertoe dat de ongeldigheidverklaring van haar inschrijving is gebaseerd op onjuiste gronden en in strijd is met het aanbestedingrechtelijke beginsel van propotionaliteit. IBM mocht in haar aanbod bepaalde condities of specificaties opnemen om haar aanbod nader te beschrijven en dat heeft zij gedaan. Dat wil niet zeggen dat sprake is van een voorwaardelijk inschrijving. De ongeldigverklaring is met name disproportioneel, omdat UWV verificatievragen had moeten stellen, opdat IBM haar inschrijving had kunnen verduidelijken.
Daarnaast heeft DXC een irreële en manipulatieve inschrijving ingediend die terzijde moet worden gelegd. IBM en ook KPN hebben een score van 0 punten behaald op het criterium prijs. Aangezien de score voor het prijscriterium wordt bepaald door de laagste prijs heeft IBM kunnen berekenen dat de prijs van DXC minimaal 17% lager dan de hare moet zijn geweest. De door DXC aangeboden prijs kan niet hoger dan € 431,6 miljoen zijn en dat is een irreële prijs. Een inschrijving is conform paragraaf 6.4 UtI manipulatief als de uitgangspunten van UWV worden miskend. Met haar irreëel lage prijs heeft DXC de beoordelingssystematiek in deze aanbesteding geweld aangedaan. Het substantiële puntenverschil bij het prijscriterium is feitelijk niet meer goed te maken met een score op kwaliteit. DXC heeft met de laagste prijs al 250 punten behaald en IBM 0 punten. Om enige kans op gunning te hebben moet de inschrijver met een score 0 op prijs altijd de (nagenoeg) hoogste score op kwaliteit behalen. Door een maximale score op prijs kon DXC met een minimale of zeer lage score op kwaliteit de aanbesteding winnen. Tot slot heeft UWV de inschrijving op de kwalitatieve gunningscriteria onjuist beoordeeld, waardoor haar score te laag is. UWV moet de inschrijving van IBM op dat onderdeel opnieuw beoordelen.
3.4.
DXC vordert – samengevat –:
- UWV te gebieden, voor zover zij de opdracht nog wenst te gunnen, gevolg te geven aan haar gunningsbeslissing van 21 december 2018 en nadat de verificatiefase naar tevredenheid van UWV en conform de voorwaarden in de aanbestedingsprocedure is doorlopen, de gunning aan DXC te effectueren,
- voor zover de vorderingen van DXC worden afgewezen en die van IBM worden toegewezen, te bepalen dat IBM een eventueel spoedappel moet afwachten voordat tot gunning na een herbeoordeling kan worden overgegaan,
en IBM te veroordelen in de kosten van deze procedure en in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.5.
KPN vordert – samengevat – om,voor het geval dat de voorzieningenrechter UWV gebiedt de inschrijving van DXC ongeldig te verklaren:
primair
a. UWV te verbieden, als zij de opdracht nog wil gunnen, de opdracht aan een ander dan KPN te gunnen, althans een juist te achten voorziening te treffen,
subsidiair
b. UWV te verbieden om de geldige inschrijvingen opnieuw te beoordelen op het gunningscriterium prijs, althans een juist te achten voorziening te treffen,
primair en subsidiair
c. IBM te gebieden te gehengen en te gedogen dat UWV de opdracht gunt aan KPN, althans een juist te achten voorziening te treffen,
d. IBM en UWV hoofdelijk te veroordelen in de kosten van dit geding (inclusief nakosten), te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.6.
KPN stelt hiertoe dat de aanbestedingsprocedure leidend is bij het beantwoorden van de vraag welke procedure moet worden gevolgd als de als eerste geëindigde inschrijving van DXC ongeldig wordt verklaard. Dit betekent dat uitgangspunt is dat wanneer daarin geen regeling staat voor het opnieuw berekenen van scores van de resterende inschrijvers, voor een herbeoordeling geen ruimte is
(HR 9 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1078 (Ricoh/Gemeente en Xerox, r.o. 3.6).
De aanbestedingsdocumentatie in deze zaak bevat een dergelijke regeling niet.
In dat geval moet deze documentatie zo worden uitgelegd dat daarin als procedure is vastgelegd dat, als DXC wegvalt, UWV geen herbeoordeling uitvoert, maar de oorspronkelijk rangorde zal handhaven en de procedure met de als tweede geëindigde inschrijver zal voortzetten. KPN doet mede een beroep op het hiervoor aangehaalde arrest, omdat daarin is beslist dat in een aanbestedingsprocedure met een relatieve beoordelingssystematiek, het alsnog terzijde leggen van een inschrijving waaraan oorspronkelijk een score was toegekend, niet verplicht tot aanpassing van de scores van de overige inschrijvers. Het handhaven van de rangorde van inschrijvingen bij het wegvallen van DXC is in overeenstemming met de beginselen van een aanbestedingsrecht, aldus KPN.