3.1.
Roadside c.s. vordert, na wijziging van eis, dat de rechtbank, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
3.1.1.
voor recht verklaart dat LAKS door te handelen zoals omschreven in het lichaam van de dagvaarding inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten op de Fotografische Werken van Roadside;
3.1.2.
LAKS veroordeelt om aan Roadside onmiddellijk de door Roadside geleden schade te vergoeden, ten bedrage van € 19.401,60, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 mei 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;
3.1.3.
LAKS veroordeelt in de volledige kosten van dit geding in de zin van artikel 1019h Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv.), alsmede de nakosten, en daarbij bepaalt dat LAKS aan Roadside wettelijke rente verschuldigd zal zijn vanaf het moment van de betekening van het te dezen te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;
3.1.4.
voor recht verklaart dat LAKS door te handelen zoals omschreven in het lichaam van de dagvaarding onrechtmatig heeft gehandeld jegens Roadside;
3.1.5.
LAKS veroordeelt om aan Roadside onmiddellijk de door schending [van de] persoonlijkheidsrechten geleden schade te vergoeden, ten bedrage van € 19.401,60, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 mei 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;
3.1.6.
LAKS veroordeelt om de juridische kosten ter hoogte van het liquidatietarief ten bedrage van € 768,00, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag te vergoeden.
3.1.7.
voor recht verklaart dat LAKS door te handelen zoals omschreven in het lichaam van deze dagvaarding inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten op de Fotografische Werken van [eiser 3] ;
3.1.8.
LAKS veroordeelt om aan [eiser 3] onmiddellijk de door [eiser 3] geleden schade te vergoeden, ten bedrage van € 19.401,60, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 mei 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;
3.1.9.
LAKS veroordeelt in de volledige kosten van dit geding in de zin van artikel 1019h Rv., alsmede de nakosten, en daarbij bepaalt dat LAKS aan [eiser 3] wettelijke rente verschuldigd zal zijn vanaf het moment van de betekening van het te dezen te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;
3.1.10.
voor recht verklaart dat ( [eiser 3] , de rechtbank leest:) LAKS door te handelen zoals omschreven in het lichaam van de dagvaarding onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser 3] ;
3.1.11.
LAKS veroordeelt om aan [eiser 3] onmiddellijk de door schending [van de] persoonlijkheidsrechten geleden schade te vergoeden, ten bedrage van € 19.401,60, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 mei 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;
3.1.12.
LAKS veroordeelt om de juridische kosten ter hoogte van het liquidatietarief ten bedrage van € 768,00, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag te vergoeden.
3.2.
Ter comparitie heeft Roadside c.s. aangegeven dat haar subsidiaire eis aldus moet worden verstaan, dat, indien wordt aangenomen dat aan Roadside of [eiser 2] wel het exploitatierecht toekomt, maar niet de persoonlijkheidsrechten, LAKS veroordeeld dient te worden om aan Roadside of [eiser 2] de schade door inbreuk op het exploitatierecht te vergoeden en aan [eiser 3] de schade wegens inbreuk op de persoonlijkheidsrechten.
3.3.
De vorderingen van Roadside c.s. zijn gegrond op de stelling dat de door LAKS in het flickr-album gepubliceerde foto’s van [eiser 3] werken zijn in de zin van de Auteurswet (hierna: Aw) en dat LAKS, door deze foto’s zonder toestemming in het flickr-album te plaatsen, deze werken heeft openbaar gemaakt en aldus primair inbreuk heeft gemaakt op het exploitatie- en persoonlijkheidsrecht van Roadside of [eiser 2] , omdat Roadside als werkgever van [eiser 3] op grond van artikel 7 Aw wordt aangemerkt als de maker van de foto’s.
De subsidiaire grondslag betreft het geval dat moet worden aangenomen dat niet Roadside of [eiser 2] als maker moeten worden aangemerkt, maar [eiser 3] c.q. dat het exploitatierecht wel, maar het persoonlijkheidsrecht niet aan de maker ex artikel 7 Aw toekomt.
3.4.
LAKS voert verweer.
Primair betwist LAKS dat de foto’s als werken kunnen worden beschouwd.
Subsidiair stelt LAKS dat zij impliciet een licentie heeft verkregen toen [eiser 3] de foto’s aan LAKS ter beschikking stelde.
Meer subsidiair beroept LAKS zich jegens Roadside c.s. op rechtsverwerking.
LAKS betwist bovendien dat Roadside of [eiser 2] maker is in de zin van artikel 7 Aw, omdat de overeenkomst tussen [eiser 2] en [eiser 3] niet kan worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst als bedoeld in dat artikel.
LAKS betwist ook dat, indien Roadside of [eiser 2] kan worden aangemerkt als de maker, aan haar of hem de rechten van artikel 25 Aw toekomen, omdat die rechten hoogst persoonlijk zijn en niet toekomen aan de fictieve maker van artikel 7 Aw.