vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Privaatrecht
Rolnummer: CV 13-32111
Vonnis van: 25 februari 2014
F.no.: 497
Vonnis van de kantonrechter
[opposante in conventie / eiseres in reconventie]
wonende te [woonplaats]
opposante in conventie
eiseres in reconventie
nader te noemen: [opposante in conventie / eiseres in reconventie]
gemachtigde: mr. A.W. Brantjes
de vereniging Algemene Nederlandse Branche Organisatie Schoonheidsverzorging
gevestigd en kantoorhoudende te Woerden
geopposeerde in conventie
verweerder in reconventie
nader te noemen: Anbos
gemachtigde: mr. B. Staffhorst
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Bij dagvaarding van 27 november 2013 is [opposante in conventie / eiseres in reconventie] in verzet gekomen van het bij verstek gewezen vonnis van 4 november 2013. Bij instructie tussenvonnis van 14 januari 2014 is een comparitie van partijen gelast, welke op 18 februari 2014 is gehouden. Bij die gelegenheid is [opposante in conventie / eiseres in reconventie] verschenen, vergezeld van haar gemachtigde. Anbos is verschenen bij [naam 1], vergezeld van mr. G.W.L. den Haan, kantoorgenoot van haar gemachtigde. Ter zitting heeft [opposante in conventie / eiseres in reconventie] een afschrift van het bij verstek gewezen vonnis van 4 november 2013 en het betekeningsexploot van 14 november 2013 overgelegd. Voorts hebben beide partijen hun standpunten verder toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft van het verhandelde ter zitting handgeschreven aantekeningen gemaakt, welke aan het procesdossier is toegevoegd.
De zaak staat voor vonnis.
oorspronkelijke vordering van Anbos
2.
Anbos vordert in de oorspronkelijke dagvaarding dat [opposante in conventie / eiseres in reconventie], bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, wordt veroordeeld tot:
-
afgifte van het Anbos-schild;
-
tot betaling van de contractuele boete van € 114,00 per week vanaf 14 januari 2012 tot dat [opposante in conventie / eiseres in reconventie] het Anbos-schild bij Anbos inlevert, vermeerderd met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW;
-
de buitenrechtelijke incassokosten;
-
e proceskosten.
3.
Aan de vordering legt Anbos ten grondslag dat [opposante in conventie / eiseres in reconventie] in strijd met haar contractuele verplichting het Anbos-schild niet aan Anbos afgeeft, zodat Anbos aanspraak kan maken op de contractuele boete. Voorts heeft Anbos ten gevolge van de tekortkoming aan de zijde van [opposante in conventie / eiseres in reconventie] schade geleden, bestaande uit gederfde rente en buitengerechtelijke incassokosten.
verzetsdagvaarding van [opposante in conventie / eiseres in reconventie]
4.
vordert bij verzetsdagvaarding bij vonnis, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
-
vernietiging van het verstekvonnis van 4 november 2013;
-
opnieuw rechtdoende:
- afwijzing van de vordering van Anbos;
- Anbos te veroordelen tot
terugbetaling van € 12.142,09, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 18 november 2013;
betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 750,00 ex btw.
- Anbos te veroordelen in de proceskosten.
[opposante in conventie / eiseres in reconventie] voert samengevat het navolgende aan.
5.
In de gegeven omstandigheden komt aan [opposante in conventie / eiseres in reconventie] een beroep op overmacht toe, zodat Anbos geen aanspraak kan maken op de contractuele boete. Voorzover geen sprake is van overmacht dient de boete te worden gematigd, althans beperkt tot (nagenoeg) nihil.
6.
Indien [opposante in conventie / eiseres in reconventie] geen contractuele boete verschuldigd is of als de contractuele boete wordt gematigd dient het teveel door [opposante in conventie / eiseres in reconventie] betaalde aan haar te worden terugbetaald, vermeerderd met de wettelijke handelsrente en de buitengerechtelijke incassokosten.
beoordeling
7.
In afwijking van artikel 5 van de overeenkomst heeft Anbos op grond van het bepaalde in artikel 108 lid 2 Rv jo artikel 110 lid 1 Rv [opposante in conventie / eiseres in reconventie] gedagvaard voor de Amsterdamse kantonrechter. De kantonrechter is daardoor bevoegd over het geschil te oordelen.
8.
De kantonrechter vat de vordering van Anbos op als een conventionele vordering en de vordering van [opposante in conventie / eiseres in reconventie] tot terugbetaling van het teveel betaalde bedrag en de buitengerechtelijke incassokosten als een reconventionele vordering.
De conventionele en reconventionele vorderingen lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
9.
Tussen partijen is niet in geschil dat [opposante in conventie / eiseres in reconventie] het Anbos-schild bij het einde van het lidmaatschap en de overeenkomst niet bij Anbos heeft ingeleverd. Dit levert een tekortkoming van [opposante in conventie / eiseres in reconventie] jegens Anbos op.
10.
Allereerst stelt [opposante in conventie / eiseres in reconventie] dat die tekortkoming niet aan haar kan worden toegerekend, omdat er sprake is van overmacht aan haar zijde. Ter onderbouwing van het beroep op overmacht voert [opposante in conventie / eiseres in reconventie] aan, dat zij na ontvangst van het Anbos-schild dit schild heeft opgeborgen en het in de loop der tijd aan haar aandacht is ontsnapt. Kennelijk is het Anbos-schild in het kader van de ontruiming van haar praktijk verloren gegaan.
11.
De kantonrechter stelt voorop dat ingevolge artikel 6:75 BW een tekortkoming een schuldenaar niet kan worden toegerekend, indien de tekortkoming niet te wijten is aan de schuld van de schuldenaar, noch krachtens wet, rechtshandeling of verkeersopvattingen voor zijn rekening komt.
12.
Voor het beantwoorden van de vraag of van overmacht sprake is heeft tot uitgangspunt te gelden dat [opposante in conventie / eiseres in reconventie] in de contractuele verhouding jegens Anbos er voor heeft zorg te dragen dat zij kan voldoen aan haar contractuele verplichting het Anbos-schild bij Anbos in te leveren indien het lidmaatschap of de overeenkomst eindigt. Als [opposante in conventie / eiseres in reconventie] het Anbos-schild niet meer kan vinden nadat zij het in haar herinnering na ontvangst van het Anbos-schild heeft opgeborgen, is dat een omstandigheid die haar kan worden verweten, terwijl voorts niet gesteld of gebleken is dat deze omstandigheid krachtens wet, overeenkomst of verkeersopvattingen niet voor haar rekening behoort te komen. Dit betekent dat de kantonrechter het beroep van [opposante in conventie / eiseres in reconventie] op overmacht verwerpt.
13.
[opposante in conventie / eiseres in reconventie] voert voorts aan dat de contractuele boete op grond van artikel 6:94 BW dient te worden gematigd.
De kantonrechter stelt voorop dat volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad een contractuele boete uitsluitend kan worden gematigd, indien toepassing van het boetebeding zou leiden tot een buitensporig en daardoor onaanvaardbaar resultaat. Voor de beoordeling van deze maatstaf heeft de kantonrechter te letten op de hoogte van de werkelijke schade en de hoogte van de boete, de aard van de overeenkomst, de inhoud en strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het beding is ingeroepen. Vgl. onder meer HR 27 april 2007, LJN: AZ6638 / NJ 2007, 262 (Intrahof / Bart Smit) en HR 13 juli 2012, LJN:BW4986 / NJ 2012, 459.
14.
Uit hetgeen partijen hebben aangevoerd en aan stukken hebben overgelegd leidt de kantonrechter het navolgende af:
- -
Anbos beoogt bij de toelating van leden een bepaald opleidingsniveau te stellen en biedt aan de klanten van haar leden bepaalde faciliteiten aan (zoals een geschillencommissie). Anbos beoogt hiermee in de markt uit te stralen dat zij in meerdere opzichten een kwalitatieve organisatie op het terrein van gezondheidsverzorging is, van welke uitstraling haar leden (kunnen) profiteren;
- -
het Anbos-schild is een officieel embleem dat een lid zichtbaar in haar praktijk kan ophangen teneinde daarmee jegens (potentiële) klanten te profiteren van de door Anbos gecreëerde naamsbekendheid en kwaliteitsmerk;
- -
[opposante in conventie / eiseres in reconventie] is in verband met haar bedrijfsuitoefening het lidmaatschap met Anbos aangegaan en heeft in dat kader de overeenkomst met Anbos gesloten;
- -
het Anbos-schild dat aan [opposante in conventie / eiseres in reconventie] is verstrekt, is verouderd en dat embleem gebruikt Anbos sedert 2011 niet meer in haar marketing activiteiten waardoor naar aangenomen mag worden het oude Anbos-schild met het verstrijken van de tijd een steeds minder wervend effect heeft dan het nieuwe Anbos-schild;
- -
niet gesteld of gebleken is dat het aan [opposante in conventie / eiseres in reconventie] verstrekte (inmiddels verouderde) Anbos-schild bij derden in gebruik is of dat Anbos op andere wijze concrete schade heeft geleden doordat [opposante in conventie / eiseres in reconventie] het Anbos-schild niet heeft ingeleverd;
- -
op zichzelf is niet uit te sluiten dat een derde, die geen lid is van Anbos en zonder dat Anbos daarmee bekend is of is geweest, het aan [opposante in conventie / eiseres in reconventie] verstrekte Anbos-schild in gebruik heeft (gehad) waardoor mogelijk schade is toegebracht;
- -
de materiaalkosten van het Anbos-schild, inclusief verzendkosten is ten hoogste € 23,00 excl. btw;
- -
de contractuele boete van € 114,00 per week overstijgt in één week meer dan 4 maal de materiaalkosten van het Anbos-schild en doordat de contractuele boete niet in tijd of in bedrag is beperkt is de hoogte van de boete nagenoeg oneindig in een geval een lid het niet (meer) in haar macht heeft het Anbos-schild in te leveren omdat bijvoorbeeld dat Anbos-schild in het ongerede is geraakt;
Na weging van voornoemde omstandigheden levert toepassing van het contractuele boetebeding in dit specifieke geval, waarin het ervoor dient te worden gehouden dat [opposante in conventie / eiseres in reconventie] niet meer aan haar contractuele verplichting tot inlevering van het (verouderde) Anbos-schild kan voldoen naar het oordeel van de kantonrechter een buitensporig en daarmee onaanvaardbaar resultaat op. De kantonrechter beperkt de contractuele boete tot € 2.750,00. De kantonrechter zal dit bedrag toewijzen. De wettelijke handelsrente zal de kantonrechter toewijzen vanaf de datum van de oorspronkelijke dagvaarding tot de dag van betaling, zijnde 18 november 2013.
15.
De kantonrechter acht voldoende aannemelijk dat [opposante in conventie / eiseres in reconventie] het Anbos-schild niet meer in haar bezit heeft. Voorts staat tussen partijen vast dat het aan [opposante in conventie / eiseres in reconventie] verstrekte Anbos-schild een inmiddels verouderd schild is dat niet meer mag worden gebruikt. Onder deze omstandigheden heeft Anbos naar het oordeel van de kantonrechter geen belang (meer) bij haar vordering tot teruggave van het Anbos-schild, zodat de kantonrechter deze vordering zal afwijzen.
16.
Voor het incasseren van onder meer de contractuele boete heeft Anbos buitengerechtelijke werkzaamheden verricht, zodat de kantonrechter in het licht van de bij deze rechtbank, team kanton gehanteerde staffel zal toewijzen op het hieronder bepaalde bedrag.
17.
Bij deze uitkomst van de conventionele vordering veroordeelt de kantonrechter [opposante in conventie / eiseres in reconventie] in de proceskosten in conventie gevallen.
18.
Gelet op de uitkomst van de conventionele procedure zal de kantonrechter in reconventie Anbos veroordelen tot terugbetaling van het teveel betaalde bedrag. Nu [opposante in conventie / eiseres in reconventie] de conventionele veroordeling reeds heeft voldaan op 18 november 2013, zal de kantonrechter op het door haar op 18 november 2013 betaalde bedrag in mindering brengen hetgeen in conventie is toegewezen.
19.
De gevorderde buitengerechtelijke kosten in reconventie wordt afgewezen nu onvoldoende is gesteld en gebleken dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. De toegelichte werkzaamheden hebben vooral betrekking op de (voorbereiding van de) onderhavige procedure en zijn daarmee proceskosten, zodat dit deel van de reconventionele vordering wordt afgewezen.
20.
Bij deze uitkomst van de reconventionele vordering wordt Anbos als het grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.
in reconventie
veroordeelt Anbos tot betaling van € 12.149,09 onder aftrek van hetgeen [opposante in conventie / eiseres in reconventie] onder sub II in conventie verschuldigd is, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 18 november 2013 tot aan de dag van algehele voldoening;
veroordeelt Anbos in de proceskosten aan de zijde van [opposante in conventie / eiseres in reconventie] gevallen, welke worden begroot op € 350,00 wegens salaris gemachtigde;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Aldus gewezen door mr. D.H. de Witte, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 februari 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter