vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Sector civiel recht, voorzieningenrechter
zaaknummer / rolnummer: 446543 / KG ZA 09-2752 SR/MV
Vonnis in kort geding van 23 december 2009
in de zaak van
de naamloze vennootschap
DE NEDERLANDSE BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres bij dagvaarding van 18 december 2009,
advocaat mr. J.J. Allen te Amsterdam,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RTL NEDERLAND B.V.,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RTL NEDERLAND INTERACTIEF B.V.,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RTL NEDERLAND PRODUCTIONS B.V.,
allen gevestigd te Hilversum,
gedaagden,
advocaat mr. Chr.A. Alberdingk Thijm te Amsterdam.
Partijen zullen hierna ook DNB en (gezamenlijk en in enkelvoud) RTL worden genoemd.
1. De procedure
Ter terechtzitting van 21 december 2009 heeft DNB gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. RTL heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Beide partijen hebben producties en pleitnota’s in het geding gebracht.
Ter zitting waren aanwezig:
Aan de zijde van DNB: [naam 1], hoofd van de afdeling juridische zaken, [naam 2]. de Winter, jurist, met mr. Allen en met mr. A.J.P Tillema, kantoorgenoot van mr. Allen.
Aan de zijde van RTL: [naam 3, adjunct-hoofdredacteur van RTL Nieuws, [naam 4], jurist, met mr. Alberdingk Thijn en met mr. V.A. Zwaan, kantoorgenoot van mr. Alberdingk Thijm.
Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen. In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 23 december 2009 in verkorte vorm vonnis gewezen. Ter zitting is partijen medegedeeld dat de nadere uitwerking hiervan op 7 januari 2010 zal volgen. Het onderstaande vormt die nadere uitwerking.
2. De feiten
2.1. Een van de taken van DNB is het uitvoeren van toezicht op financiële instellingen in Nederland.
2.2. Gedaagde sub 1 (RTL Nederland) is verantwoordelijk voor de uitzendactiviteiten van de diverse Nederlandse RTL-zenders. Zij houdt alle aandelen in gedaagden sub 2 en 3.
2.3. RTL is houdster van de website www.rtl.nl. Op die website is een artikel verschenen met de titel “DNB liet DSB-problemen ontsporen”. Bij dit artikel is een hyperlink opgenomen naar een door RTL-nieuws op het internet geplaatst bestand dat een weergave bevat van een advies (hierna het advies) van advocatenkantoor Nauta Dutilh N.V. (hierna Nauta Dutilh). Dit advies is gericht aan DNB en is gedateerd op 4 oktober 2009.
2.4. Op 16 december 2009 heeft de raadsman van DNB RTL – kort gezegd – gesommeerd het advies van internet te verwijderen. RTL heeft op haar website en bij faxbericht van 18 december 2009 te kennen gegeven niet aan deze sommatie te zullen voldoen.
2.5. Op 17 december heeft RTL de volgende documenten op haar website geplaatst:
-een brief van 21 december 2005 van DNB aan het bestuur van de DSB Groep N.V., -een brief van 21 december 2005 van DNB aan de directie van de DSB Groep N.V., -een brief van 23 december 2005 van DNB aan de directie van de DSB Groep N.V., -een brief van 11 december 2007 van DNB aan de raad van bestuur en de raad van commissarissen van de DSB Bank N.V.,
-een brief van DNB van 7 december 2007 aan de raad van bestuur van de DSB Bank N.V.,
-een brief van DNB van 15 september 2009 aan [naam 5] (bestuurder van de DSB-bank).
3. Het geschil
3.1. DNB vordert – kort gezegd – het volgende:
(1) RTL te bevelen om het advies van het internet te verwijderen;
(2) RTL te veroordelen iedere verveelvoudiging en/of openbaarmaking van het advies te staken;
(3) RTL te veroordelen zich te onthouden van elke openbaarmaking van andere stukken of documenten, in welke vorm dan ook, die deel uitmaken van of betrekking hebben op vertrouwelijke informatie tussen DNB en door DNB geïnstrueerde advocaten;
(4) RTL te veroordelen zich te onthouden van elke openbaarmaking, op welke wijze dan ook, van stukken die naar RTL behoort te begrijpen direct of indirect afkomstig zijn van DNB en/of die naar aannemelijk is in strijd met een geheimhoudingsplicht zijn geopenbaard, in ieder geval die stukken die hiervoor onder de feiten bij 2.5 zijn genoemd;
(5) een en ander op straffe van dwangsommen;
(6) en met veroordeling van RTL in de kosten van dit geding.
3.2. DNB stelt hiertoe – samengevat weergegeven – dat RTL onrechtmatig heeft gehandeld door het plaatsen van de desbetreffende documenten op het internet. Het gaat DNB in dit geding niet om de zakelijke berichtgeving van RTL op zich. Artikel 1:89 Wet op het financieel toezicht (Wft) kent een strikt geheimhoudingsregime voor vertrouwelijke gegevens, zoals hier aan de orde. De ratio van dit geheimhoudingsregime is dat de instellingen waarop DNB toezicht houdt erop moeten kunnen vertrouwen dat vitale gegevens die hun weerslag kunnen hebben op hun concurrentiepositie en op het vertrouwen van crediteuren en van de financiële markten niet in de openbaarheid komen. Dit vertrouwen in DNB is van essentieel belang voor een goed toezicht. DNB dient te waken voor de belangen die door de wettelijke geheimhouding worden beschermd. De vrijheid van meningsuiting, waarop RTL zich beroept, is niet absoluut. Op grond van artikel 10 lid 2 EVRM kan de vrijheid van meningsuiting worden beperkt. In dit geval is een groot maatschappelijk belang gemoeid bij het zoveel mogelijk waarborgen van de vertrouwelijkheid. Een inbreuk hierop heeft ernstige gevolgen voor de integriteit van het financiële stelsel en het effectief functioneren van het toezicht. In een democratische rechtsstaat is het verder van fundamenteel belang dat de vertrouwelijkheid van de communicatie tussen een advocaat en zijn cliënt beschermd wordt. In dit geval wegen de belangen van DNB zwaarder dan die van RTL. De inhoud van de documenten noch de door RTL hieraan verbonden conclusies rechtvaardigen de integrale publicatie daarvan. De documenten die RTL heeft gepubliceerd worden reeds beoordeeld door een onafhankelijke door de rijksoverheid ingestelde commissie (de commissie Scheltema). RTL heeft verder disproportioneel gehandeld door het plaatsen van de integrale stukken omdat het gewenste doel ook met een terughoudender wijze van berichtgeving had kunnen worden bereikt. RTL heeft geen misstand aannemelijk gemaakt. Met een selectieve plaatsing van een aantal stukken uit een dossier dat vele duizenden pagina’s bevat is dat ook niet mogelijk. Opvallend is het gebrek aan duiding van de stukken door RTL. Wat juist opvalt aan de handelwijze van RTL is de sensationele toon.
3.3. RTL heeft – samengevat weergegeven – het verweer gevoerd dat de grootste journalistieke onthullingen gepaard gaan met het schenden van geheimen. Met het publiceren van de onderhavige stukken is een groot maatschappelijk belang gemoeid. Het faillissement van de DSB-bank is het belangrijkste nieuws van de afgelopen tijd op financieel-economisch gebied en heeft geleid tot grote maatschappelijke onrust. Op 1 oktober 2009 heeft de president van DNB een persbericht uitgegeven waarin wordt gesteld dat de vermogenspositie en liquiditeit van de DSB-bank aan alle normen voldoen, terwijl het advies van Nauta Dutilh aan DNB dateert van 4 oktober 2009 en uit dit advies blijkt dat DNB [naam 5] wilde heenzenden. Reeds op 11 oktober 2009 besloten DNB en de Minister van Financiën om de zogenaamde noodregeling voor de DSB-bank aan te vragen, waarvan, naar later is verklaard, ongeveer 500 mensen op de hoogte waren. RTL heeft de stukken integraal gepubliceerd – en heeft deze beslissing niet lichtvaardig genomen – zodat haar berichtgeving controleerbaar is voor diegenen die het RTL-journaal bekijken en iedereen zich een eigen mening kan vormen. Op basis van de stukken kan worden geconcludeerd dat DNB heeft gefaald in haar toezichtrol. RTL heeft ook artikelen geplaatst op haar website over deze kwestie, zodat niet kan worden beweerd dat zij de stukken niet heeft geduid.
Toewijzing van de vorderingen van DNB zou een ontoelaatbare inbreuk opleveren op de vrijheid van meningsuiting van RTL. Van belang hierbij is dat de geheimhoudingsplicht op grond van de Wft en op grond van de gedragsregels voor advocaten waarop DNB zich beroept zich niet richt tot RTL. Er is dus geen specifieke wettelijke grondslag die maakt dat RTL de stukken geheim zou moeten houden. Voor de vraag of het publiceren van de stukken onrechtmatig is in de zin van artikel 6:162 BW dient een belangenafweging te worden gemaakt. Op grond van meerdere factoren dient die belangenafweging in het voordeel van RTL uit te vallen. Tot slot voert RTL aan dat de vorderingen disproportioneel zijn en (deels) neerkomen op censuur vooraf. Gevorderd is immers ook een verbod om niet gespecificeerde informatie (“in welke vorm dan ook”) te verspreiden.
4. De beoordeling
4.1. Toewijzing van de vorderingen van DNB houdt een beperking in van het recht op vrijheid van meningsuiting van RTL, als neergelegd in artikel 10 lid 1 EVRM. Een dergelijke beperking dient te voldoen aan de eisen die artikel 10 lid 2 EVRM hieraan stelt. In dit geval betekent dit dat een beperking bij wet moet zijn voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk moet zijn in het belang van onder meer het voorkomen van de verspreiding van vertrouwelijke mededelingen.
4.2. Vooralsnog wordt geoordeeld dat er geen rechtstreekse wettelijke grondslag is op grond waarvan RTL een plicht zou hebben de desbetreffende stukken geheim te houden. De geheimhoudingsplicht die is opgenomen in artikel 1:89 lid 1 Wft richt zich niet tot RTL. De gedragsregels op grond waarvan advocaten een geheimhoudingsplicht hebben, doen dat evenmin. Voor de vraag of een wettelijke grondslag om het publiceren van de stukken door RTL tegen te gaan kan worden gevonden in artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad), dient een afweging van belangen plaats te vinden waarbij alle omstandigheden van het geval meewegen.
Het belang van RTL is om kritisch, informerend en opiniërend op te treden en daarbij haar kijkers en de bezoekers van haar website zo goed mogelijk voor te lichten. Op dit moment staat de vraag of de toezichthouders in de financiële markt hun taken naar behoren hebben vervuld in het middelpunt van de publieke belangstelling. Met name ook is onderwerp van het publieke debat de vraag of DNB voldoende toezicht heeft gehouden op de DSB-bank, die failliet is gegaan. Het faillissement heeft tal van gedupeerden opgeleverd. RTL vervult haar journalistieke taak als ‘public watchdog’ door aan deze discussie bij te dragen. Zij heeft een onderzoek verricht naar de gang van zaken rond het toezicht op de DSB-bank, daaraan nieuwsuitzendingen gewijd en artikelen over dit onderwerp op haar website geplaatst. Bij het onderzoek heeft zij gebruik gemaakt van de ten processe bedoelde stukken. Vooralsnog is niet aannemelijk geworden dat RTL heeft meegewerkt aan het lekken van de stukken. Het enkele feit dat deze stukken “ergens” gelekt zijn, leidt nog niet tot die conclusie. RTL heeft ervoor gekozen de stukken die aan de nieuwsberichten en artikelen op de website ten grondslag liggen integraal op haar website te plaatsen. RTL stelt de bezoekers van de website hierdoor in staat te controleren en te verifiëren of de nieuwsberichten en de conclusies die RTL trekt juist en gerechtvaardigd zijn. RTL heeft in dit verband nog aangevoerd dat de berichtgeving over het toezicht van DNB op de DSB-bank niet altijd eenduidig is en dat het om die reden van het grootste belang is dat de kijkers en de bezoekers van de website de onderliggende stukken zelf kunnen lezen. Geoordeeld wordt dat de door RTL in deze zaak gemaakte keuze om de onderliggende stukken naast de publicatie op de website te plaatsen niet zonder enige gegronde reden is. Het staat RTL in beginsel vrij om de vorm van haar berichtgeving te kiezen. Daarom kan RTL niet worden verweten dat zij niet terughoudend genoeg is geweest. Anders dan DNB heeft aangevoerd is de toon van de berichtgeving van RTL niet sensationeel te noemen, maar zelfs als men dat wel zou vinden, relativeren de stukken die toon juist weer. Daar komt bij dat DNB de inhoud van de berichtgeving, die op die stukken is gebaseerd, niet gemotiveerd heeft betwist.
4.3. Hiertegenover staat het belang dat DNB heeft bij vertrouwelijkheid van gegevens die zij uitwisselt met die instellingen waarover zij toezicht uitoefent. Indien die vertrouwelijkheid wordt aangetast, kan DNB haar toezichthoudende taak niet adequaat uitoefenen. Voorts heeft DNB aangevoerd dat de gepubliceerde stukken een onjuist beeld geven omdat zij een door RTL samengestelde selectie zijn van de stukken die behoren tot het “DSB-dossier”. Tenslotte acht DNB een zwaarwegend belang dat het hier gaat om stukken waarvoor een geheimhoudingsplicht geldt.
4.4. In het onderhavige geval weegt zwaar dat de stukken een bank betreffen die inmiddels failliet is gegaan en waarop DNB derhalve geen toezicht meer behoeft uit te oefenen. Voorts geldt dat in de hiervoor genoemde maatschappelijke discussie met name ook speelt de vraag of DNB niet eerder had moeten optreden en of DNB niet te lang heeft volgehouden dat de vermogenspositie en de liquiditeit van de DSB-bank aan alle normen voldeden. Het op de website gepubliceerde advies van het advocatenkantoor van DNB, dat hier ook onderwerp van geschil is, werpt op deze vraag een zeker licht. Dat RTL een selectie van de stukken heeft gemaakt, is begrijpelijk. Zij heeft in de berichtgeving en in de artikelen bepaalde stellingen ingenomen en alleen die stellingen heeft zij willen staven. Het was aan DNB om aan te tonen dat de informatie in de nieuwsuitzendingen en in de artikelen onjuist was en de gepubliceerde stukken derhalve een onjuist beeld gaven. DNB heeft dat niet gedaan en ter zitting aangegeven dat zij dat niet kan doen op grond van haar geheimhoudingsplicht. Vooralsnog wordt geoordeeld dat DNB daarmee niet had kunnen volstaan. Zij had immers de onjuistheid van de berichtgeving en van de artikelen in een besloten (gedeelte van de) zitting bij de rechter naar voren kunnen brengen. Zij heeft daar echter niet om verzocht. Dat het hier gaat om stukken waarvoor een geheimhoudingsplicht geldt, maakt de publicatie van de stukken niet zonder meer onrechtmatig. Het is een omstandigheid die bij de afweging van de belangen moet worden betrokken.
4.5. Een afweging van alle betrokken belangen leidt ertoe dat de belangen van RTL onder de gegeven omstandigheden zwaarder wegen dan die van DNB. Van alle hiervoor genoemde factoren is hierbij doorslaggevend dat niet is komen vast te staan dat RTL de stukken op onrechtmatige wijze heeft verkregen, RTL die stukken op een journalistiek verantwoorde en op zorgvuldige wijze heeft geopenbaard, dat de stukken zijn geduid door RTL, dat de stukken betrekking hebben op een bank die inmiddels failliet is (zodat geen concrete belangen van die bank worden geschaad), dat de stukken geen kwetsende of gevoelige informatie over personen bevatten, maar dat het over instellingen (DNB en de DSB-bank) gaat en dat de stukken niet afbrekend, denigrerend of beledigend jegens DNB zijn. DNB heeft bovendien niet aangevoerd dat de stukken of de berichtgeving van RTL over DNB en de DSB-bank onjuistheden bevatten. Onder deze omstandigheden dient het belang van RTL om kritisch, informerend en opiniërend op te treden en daarbij haar kijkers en bezoekers van haar website zo goed mogelijk voor te lichten te prevaleren boven het belang van DNB.
4.6. De conclusie tot zover is dat er in het onderhavige geval geen beperking bij wet voorzien als bedoeld in artikel 10 lid 2 EVRM aanwezig is. Dat betekent dat de vraag of een beperking van de vrijheid van meningsuiting in het onderhavige geval noodzakelijk is in het belang van onder meer het voorkomen van de verspreiding van vertrouwelijke gegevens niet meer aan de orde komt. De vorderingen 1 en 2 worden daarom afgewezen. De vordering onder 3 treft datzelfde lot omdat thans niet geoordeeld kan worden of de openbaarmaking van de in die vordering bedoelde stukken of documenten onrechtmatig is. Ook dat zal afhangen van de wederzijdse belangen en de omstandigheden op het moment van een (voorgenomen) openbaarmaking. De vordering onder 4 wordt afgewezen omdat deze te algemeen is en ook hier te zijner tijd een belangenafweging dient plaats te vinden.
4.7. Het voorgaande betekent overigens niet dat RTL thans een vrijbrief heeft om alle in haar bezit zijnde stukken of stukken die zij nog verkrijgt aangaande het “DSB-dossier” afkomstig van DNB of haar adviseurs mag publiceren. Zoals RTL ook heeft beaamd, dient van geval tot geval te worden bezien of een publicatie van een dergelijk stuk rechtmatig is.
4.8. DNB zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van RTL worden begroot op:
- vast recht EUR 262,00
- salaris advocaat 816,00
Totaal EUR 1.078,00
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1. weigert de gevraagde voorzieningen,
5.2. veroordeelt DNB in de proceskosten, aan de zijde van RTL tot op heden begroot op EUR 1.078,00,
5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Sj.A. Rullmann, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2009.?
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Sector civiel recht, voorzieningenrechter
zaaknummer / rolnummer: 446543 / KG ZA 09-2752 SR/MV
Vonnis in kort geding van 23 december 2009
in de zaak van
de naamloze vennootschap
DE NEDERLANDSE BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres bij dagvaarding van 18 december 2009,
advocaat mr. J.J. Allen te Amsterdam,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RTL NEDERLAND B.V.,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RTL NEDERLAND INTERACTIEF B.V.,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RTL NEDERLAND PRODUCTIONS B.V.,
allen gevestigd te Hilversum,
gedaagden,
advocaat mr. Chr.A. Alberdingk Thijm te Amsterdam.
Partijen zullen hierna ook DNB en (gezamenlijk en in enkelvoud) RTL worden genoemd.
1. De procedure
Ter terechtzitting van 21 december 2009 heeft DNB gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. RTL heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Beide partijen hebben producties en pleitnota’s in het geding gebracht.
Ter zitting waren aanwezig:
Aan de zijde van DNB: [naam 1], hoofd van de afdeling juridische zaken, [naam 2], jurist, met mr. Allen en met mr. A.J.P Tillema, kantoorgenoot van mr. Allen.
Aan de zijde van RTL: [naam 3], adjunct-hoofdredacteur van RTL Nieuws, [naam 4], jurist, met mr. Alberdingk Thijn en met mr. V.A. Zwaan, kantoorgenoot van mr. Alberdingk Thijm.
Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen. In verband met de spoedeisendheid van de zaak wordt heden in verkorte vorm vonnis gewezen. De nadere uitwerking hiervan volgt 7 januari 2010.
2. De feiten
volgen bij de uitwerking
3. Het geschil
volgt bij de uitwerking
4. De beoordeling
4.1. In de nadere uitwerking van dit vonnis zal in ieder geval het volgende worden overwogen:
Toewijzing van de vorderingen van DNB houdt een beperking in van het recht op vrijheid van meningsuiting van RTL, als neergelegd in artikel 10 lid 1 EVRM. Een dergelijke beperking dient te voldoen aan de eisen die artikel 10 lid 2 EVRM hieraan stelt. In dit geval betekent dit dat een beperking bij wet moet zijn voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk moet zijn in het belang van onder meer het voorkomen van de verspreiding van vertrouwelijke mededelingen.
Vooralsnog wordt geoordeeld dat er geen rechtstreekse wettelijke grondslag is op grond waarvan RTL een plicht zou hebben de desbetreffende stukken geheim te houden. De geheimhoudingsplicht die is opgenomen in artikel 1:89 lid 1 Wft richt zich niet tot RTL. De gedragsregels op grond waarvan advocaten een geheimhoudingsplicht hebben, doen dat evenmin. Voor de vraag of een wettelijke grondslag om het publiceren van de stukken door RTL tegen te gaan kan worden gevonden in artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad), dient een afweging van belangen plaats te vinden waarbij alle omstandigheden van het geval meewegen.
Het belang van RTL is om kritisch, informerend en opiniërend op te treden en daarbij haar kijkers en de bezoekers van haar website zo goed mogelijk voor te lichten. Op dit moment staat de vraag of de toezichthouders in de financiële markt hun taken naar behoren hebben vervuld in het middelpunt van de publieke belangstelling. Met name ook is onderwerp van het publieke debat de vraag of DNB voldoende toezicht heeft gehouden op de DSB-bank, die failliet is gegaan. Het faillissement heeft tal van gedupeerden opgeleverd. RTL vervult haar journalistieke taak als ‘public watchdog’ door aan deze discussie bij te dragen. Zij heeft een onderzoek verricht naar de gang van zaken rond het toezicht op de DSB-bank, daaraan nieuwsuitzendingen gewijd en artikelen over dit onderwerp op haar website geplaatst. Bij het onderzoek heeft zij gebruik gemaakt van de ten processe bedoelde stukken. Vooralsnog is niet aannemelijk geworden dat RTL heeft meegewerkt aan het lekken van de stukken. Het enkele feit dat deze stukken “ergens” gelekt zijn, leidt nog niet tot die conclusie. RTL heeft ervoor gekozen de stukken die aan de nieuwsberichten en artikelen op de website ten grondslag liggen integraal op haar website te plaatsen. RTL stelt de bezoekers van de website hierdoor in staat te controleren en te verifiëren of de nieuwsberichten en de conclusies die RTL trekt juist en gerechtvaardigd zijn. RTL heeft in dit verband nog aangevoerd dat de berichtgeving over het toezicht van DNB op de DSB-bank niet altijd eenduidig is en dat het om die reden van het grootste belang is dat de kijkers en de bezoekers van de website de onderliggende stukken zelf kunnen lezen. Geoordeeld wordt dat de door RTL in deze zaak gemaakte keuze om de onderliggende stukken naast de publicatie op de website te plaatsen niet zonder enige gegronde reden is. Daar komt bij dat DNB de inhoud van de berichtgeving, die op die stukken is gebaseerd, niet gemotiveerd heeft betwist.
Hiertegenover staat het belang dat DNB heeft bij vertrouwelijkheid van gegevens die zij uitwisselt met die instellingen waarover zij toezicht uitoefent. Indien die vertrouwelijkheid wordt aangetast, kan DNB haar toezichthoudende taak niet adequaat uitoefenen. Voorts heeft DNB aangevoerd dat de gepubliceerde stukken een onjuist beeld geven omdat zij een door RTL samengestelde selectie zijn van de stukken die behoren tot het “DSB-dossier”. Tenslotte acht DNB een zwaarwegend belang dat het hier gaat om stukken waarvoor een geheimhoudingsplicht geldt.
In het onderhavige geval weegt zwaar dat de stukken een bank betreffen die inmiddels failliet is gegaan en waarop DNB derhalve geen toezicht meer behoeft uit te oefenen. Voorts geldt dat in de hiervoor genoemde maatschappelijke discussie met name ook speelt de vraag of DNB niet eerder had moeten optreden en of DNB niet te lang heeft volgehouden dat de vermogenspositie en de liquiditeit van de DSB-bank aan alle normen voldoen. Het op de website gepubliceerde advies van het advocatenkantoor van DNB, dat hier ook onderwerp van geschil is, werpt op deze vraag een zeker licht. Dat RTL een selectie van de stukken heeft gemaakt, is begrijpelijk. Zij heeft in de berichtgeving en in de artikelen bepaalde stellingen ingenomen en alleen die stellingen heeft zij willen staven. Het was aan DNB om aan te tonen dat de informatie in de nieuwsuitzendingen en in de artikelen onjuist was en de gepubliceerde stukken derhalve een onjuist beeld gaven. DNB heeft dat niet gedaan en ter zitting aangegeven dat zij dat niet kan doen op grond van haar geheimhoudingsplicht. Vooralsnog wordt geoordeeld dat DNB daarmee niet had kunnen volstaan. Zij had immers de onjuistheid van de berichtgeving en van de artikelen in een besloten (gedeelte van de) zitting bij de rechter naar voren kunnen brengen. Zij heeft daar echter niet om verzocht. Dat het hier gaat om stukken waarvoor een geheimhoudingsplicht geldt, maakt de publicatie van de stukken niet zonder meer onrechtmatig. Het is een omstandigheid die bij de afweging van de belangen moet worden betrokken.
Een afweging van alle betrokken belangen leidt ertoe dat de belangen van RTL onder de gegeven omstandigheden zwaarder wegen dan die van DNB. De vorderingen 1 en 2 worden derhalve afgewezen. De vordering onder 3 treft datzelfde lot omdat thans niet geoordeeld kan worden of de openbaarmaking van de in die vordering bedoelde stukken of documenten onrechtmatig is. Ook dat zal afhangen van de wederzijdse belangen en de omstandigheden op het moment van een (voorgenomen) openbaarmaking. De vordering onder 4 wordt afgewezen omdat deze te algemeen is en ook hier te zijner tijd een belangenafweging dient plaats te vinden.
Het voorgaande betekent overigens niet dat RTL thans een vrijbrief heeft om alle in haar bezit zijnde stukken of stukken die zij nog verkrijgt aangaande het “DSB-dossier” afkomstig van DNB of haar adviseurs mag publiceren. Zoals RTL ook heeft beaamd, dient van geval tot geval te worden bezien of een publicatie van een dergelijk stuk rechtmatig is.
4.2. DNB zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van RTL worden begroot op:
- vast recht EUR 262,00
- salaris advocaat 816,00
Totaal EUR 1.078,00
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1. weigert de gevraagde voorzieningen,
5.2. veroordeelt DNB in de proceskosten, aan de zijde van RTL tot op heden begroot op EUR 1.078,00,
5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Sj.A. Rullmann, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2009.?