Door de verdediging is gepleit overeenkomstig de ter terechtzitting in hoger beroep aan het hof overgelegde pleitnota. Deze pleitnota houdt, voor zover van belang, (met weglating van de voetnoten) het volgende in:
“2.2 Het VN-verdrag Handicap en de Wgbh/cz (KZ grief 2 en 3 )
(…)
27. Carnaval is bij uitstek een cultureel evenement, waarvoor de gemeente verantwoordelijk is. Het is dan ook de gemeente 's-Hertogenbosch die in dit geval een inspanningsverplichting had en heeft om te zorgen dat mensen met een beperking, zoals [verdachte] , kunnen deelnemen aan een cultureel evenement als carnaval. Indien zij - zoals reeds is gebleken uit het rapport van deskundige Rooijakker - hierin tekort schiet is het te meer van belang dat [verdachte] , een gerechtvaardigd beroep kan doen op een schulduitsluitingsgrond, zoals AVAS."
(…)
35. Dit is wat ons inziens een te beperkte en onjuiste weergave van hetgeen in dit rapport is neergelegd.
36. Ten eerste, kan uit het rapport wel degelijk de conclusie getrokken worden dat er een tekort was aan sanitaire voorzieningen voor het aantal bezoekers.
37. Uit het rapport van deskundige Rooijakker komt namelijk het volgende naar voren:
1) De gemeente 's-Hertogenbosch schat dat er 50.000 tot 60.000 mensen aanwezig waren in het centrum Den Bosch op 3 maart 2019.
2) Volgens de richtlijnen van het Landelijk centrum voor Hygiëne en Veiligheid (LCHV) dienen er 64 toiletten op 10.000 bezoekers en 17 plaszuilen op 10.000 bezoekers beschikbaar te zijn.
3) Deze plasgelegenheden moeten op loopafstand van maximaal 150 meter bereikbaar zijn.
4) De aanwezige toiletten zowel binnen als buiten zijn niet of slecht bereikbaar en kennen wachttijden van soms 45 minuten tot een uur (getuige [getuige 1] )
5) Van alle 15 grootste carnavalsgemeentes zijn in Den Bosch de meeste boetes uitgedeeld in verband met wildplassen.
6) De politie tijdens carnaval in principe niet optreedt tegen openbaar dronkenschap.
38. Deskundige Rooijakker komt in zijn rapportage tot de volgende conclusie:
"Als we moeten uitgaan van het aantal bezoekers, 50.000 tot 60.000 gedurende de dag, die volgens het bureau Onderzoek-statistiek van de gemeente 's-Hertogenbosch aanwezig waren op de Parade op 3 maart 2019 dan is het voorstelbaar dat er die avond meer dan 4200 mensen op straat aanwezig waren en als dat het geval is geweest dan waren er te weinig openbare toiletten en plasgelegenheden binnen een afstand van 150 meter aanwezig.”
39. Deskundige Rooijakker heeft een aantal getuige geïnterviewd over de plasgelegenheden, die dit tekort aan sanitaire voorzieningen bevestigen. Een van deze getuige is [getuige 2] , die horecaondernemer is verklaarde onder meer:
"Mensen staan op straat feest te vieren en drinken daarbij vooral bier. Wildplassers tref je dan overal aan, ieder hoekje of steegje wordt daarvoor gebruikt. Dat is ook wel logisch want de extra bijgeplaatste plasgelegenheden zijn onvoldoende en een café binnen gaan is geen optie, daar is het te druk voor olie wordt niet binnengelaten omdat het te vol is. Als je al een plasgelegenheid weet te vinden dan staan daar vaak lange rijen voor en je moet er voor betalen. Over het algemeen doet men niet zo heel moeilijk over het wildplassen want iedereen begrijpt dat er veel bier wordt gedronken en er dus ook veel geplast moet worden."
40. Ook getuige [getuige 3] verklaart over het carnaval:
"Er zijn veel gelegenheden in het centrum van Den Bosch waar feest kan worden gevierd en dus ook drank kan worden genuttigd. Deze gelegenheden trekken heel veel mensen aan waardoor veel mensen buiten op straat blijven staan en het is dan heel lastig om het toilet te bezoeken in de betreffende gelegenheid, wachttijden kunnen wel oplopen tot wel 30 minuten als het je al lukt om binnen te komen. Bezoekers zijn dan aangewezen op de openbare toiletten en die zijn er veel te weinig in het centrum van Den Bosch. Het is ook algemeen bekend dat wel honderden zo niet duizenden mensen wildplassen tijdens carnaval in Den Bosch.”
41. En getuige [getuige 1] :
"De wachttijden bij de plasgelegenheden variëren van 45 minuten tot een uur. Een café binnengaan om te plassen is ook nagenoeg onbegonnen werk want de cafés puilen uit van de feestvierders. Als je dus flink wat gedronken hebt, en dat doen de mensen, en je moet dan nodig plassen dan ontkom je er niet aan om wild te plassen en dat zie dus ook heel vaak gebeuren in het centrum van Den Bosch. Kortom, er zijn dus veel te weinig openbare toiletten voor de bezoekers die op straat feest vieren."
42. Ten tweede, getuige [getuige 4] heeft bij de r-c dit eveneens bevestigd, zij verklaarde onder meer op de vraag "Wat kunt u over de sanitaire voorzieningen in Oeteldonk vertellen tijdens de carnaval? het volgende:
"Die zijn heel summier. Als ze er al zijn dan is het harstikke druk."
43. Kortgezegd bevestigen alle getuigen het beeld dat er een tekort was aan sanitaire voorzieningen en dat bij de beschikbare sanitaire voorzieningen, het maar zeer de vraag was of je deze kon bereiken en als je deze bereikte dan waren er soms wachttijden die opliepen tot 45 minuten.
44. In casu komt er nog een omstandigheid bij, namelijk dat de Korte Putrestraat opeens werd afgesloten die avond vanwege de drukte. De Korte Putstraat is de horecastraat in Den Bosch met enkel cafés en restaurants en dus sanitaire voorzieningen. Dit wordt bevestigd door getuige [getuige 4] , die bij de r-c verklaarde:
"We wilden eigenlijk de Korte Putstraat in omdat [verdachte] moest plassen. Daar konden we niet in. Toen zijn we doorgelopen. Bij de plaszuil was het harstikke druk. Toen is hij een eindje verderop gaan staan."
45. Het oordeel van de militaire kantonrechter dat "Bij drukke evenementen is voorzienbaar dat niet op elk moment een toilet beschikbaar is en dat er soms lange wachtrijen bij de toiletten kunnen ontstaan." Is in het licht bovenstaande is onjuist. Het was en had voor [verdachte] niet voorzienbaar hoeven zijn dat de Korte Putstraat (en dus de sanitaire voorzieningen) afgesloten zou zijn. Dit gebeurde namelijk voor het eerst in 2019 (zie artikel Brabants Dagblad, bijlage 1 pleitnota). [verdachte] kan dus redelijkerwijs geen enkel verwijt worden gemaakt.
46. Tenslotte, heeft de militaire kantonrechter in zijn vonnis het volgende overwogen:
"Ook heeft de verdediging aannemelijk gemaakt dat het ten tijde van de gedraging zeer druk is geweest op de Parade en dat er lange wachtrijen bij de toiletten stonden op het moment dat verdachte moest plassen."
47. Het feit dat er zulke lange wachtrijen staan bij de toiletten bevestigt de conclusie van Rooijakker, het tekort aan sanitaire voorzieningen, temeer. Dit wordt nog eens versterkt door het feit dat de Korte Putstraat was afgesloten, waardoor de meeste sanitaire voorzieningen in de buurt van [verdachte] opeens niet (meer) beschikbaar bleken.
48. Conclusie: Uit zowel het deskundigenrapport van de heer Rooijakker (inclusief de getuigenverklaringen), de getuigenverklaring van [getuige 4] , alsmede de (niet voorzienbare) omstandigheid dat de Korte Putstraat was afgesloten, er lange wachttijden waren bij de plaszuilen, volgt dat er te weinig sanitaire voorzieningen waren in Oeteldonk. De gemeente 's-Hertogenbosch heeft dus in het licht van haar inspanningsverplichtingen, zoals opgenomen in het VN-Verdrag Handicap alsmede de Wgbh/ Cz, niet voldaan en heeft daarmee indirect onderscheid gemaakt.”