In cassatie kan van de volgende feiten worden uitgegaan:1
(i) Bij akte van 5 juli 2011 is opgericht de vennootschap [verweerster] B.V. (hierna: [B] ). Bij besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders van 18 juli 2014 is de statutaire naam van [verweerster] B.V. gewijzigd in [C] B.V. Eveneens op 18 juli 2014 is opgericht en bij de Kamer van Koophandel ingeschreven de besloten vennootschap [verweerster] B.V. (hiervoor en hierna: [A] ).
(ii) Op 20 april 2011 heeft [betrokkene 1] met [verweerster] B.V. een aannemingsovereenkomst gesloten voor de bouw van twaalf appartementen in [plaats] . Op 30 januari 2012 is de aannemingsovereenkomst gewijzigd in die zin dat [B] daarbij partij is geworden en de aanneemsom is gewijzigd (hierna: de aannemingsovereenkomst).
(iii) In de aannemingsovereenkomst is opgenomen dat [B] een bankgarantie zal afgeven ten behoeve van de afbouw van het project.
(iv) [betrokkene 1] (in eerste aanleg gedaagde 1 en in hoger beroep geïntimeerde 1) heeft één van de te bouwen appartementen behouden voor eigen gebruik. Voor de overige te bouwen appartementen heeft hij met elf kopers (in eerste aanleg gedaagden 2-12 en in hoger beroep geïntimeerden 2-12), waaronder thans eiser tot cassatie [eiser] (gedaagde en geïntimeerde 8), koop- en aannemingsovereenkomsten gesloten en met twee andere kopers (in eerste aanleg gedaagden 13 en 14 en in hoger beroep geïntimeerden 13 en 14) koopovereenkomsten gesloten ( [betrokkene 1] en de hier genoemde dertien kopers worden hierna gezamenlijk aangeduid als ‘de kopers’).
(v) Op 15 juli 2011 heeft ABN AMRO Bank N.V. (hierna: de bank) een bankgarantie afgegeven voor een maximumbedrag van € 185.000,--. Hierin is een notaris aangewezen als vertegenwoordiger van de kopers.
(vi) Bij brief van 18 oktober 2012 heeft [betrokkene 1] de aannemingsovereenkomst opgezegd met een beroep op art. 7:764 BW. Tussen [B] en [betrokkene 1] is een geschil ontstaan over de afrekening.
(vii) Naar aanleiding van een aankondiging van de hiervoor onder (v) genoemde notaris dat hij ten behoeve van de kopers een beroep zou doen op de bankgarantie, heeft [B] een kort geding aanhangig gemaakt tegen de notaris. Bij vonnis in kort geding van 23 april 2013 van de rechtbank Noord-Holland is de notaris veroordeeld het beroep op de bankgarantie in te trekken.
(viii) Vervolgens hebben de kopers de bankgarantie ingeroepen en in kort geding jegens [B] , de bank en de notaris gevorderd de notaris te gebieden de bankgarantie in te roepen, de bank te gebieden tot uitbetaling over te gaan en [B] te gebieden de uitbetaling te gehengen en te gedogen. Bij vonnis in kort geding van 30 april 2014 van de rechtbank Amsterdam zijn de vorderingen van kopers afgewezen.
(ix) Bij arrest van 2 september 2014 heeft het gerechtshof Amsterdam dit vonnis vernietigd, de notaris bevolen om de bankgarantie in te roepen en het ontvangen bedrag ter beschikking te stellen aan de kopers, en [B] bevolen om de betaling onder de bankgarantie door de bank te gehengen en te gedogen.
(x) Op 3 september 2014 heeft de notaris de bankgarantie getrokken tot het maximumbedrag van € 185.000,--. Dit bedrag is doorbetaald aan (de advocaat van) de kopers.