Na schriftelijk verweer van andere verweerders/belanghebbenden en een op 4 en 5 juni 2014 gehouden mondelinge behandeling van de verzoeken heeft de ondernemingskamer als volgt op de verzoeken beslist1:
verstaat dat uit het verslag van onderzoek blijkt van wanbeleid in de periode van 2006 tot en met 2008 aan de zijde van Stichting Meavitagroep, en Stichting Meavita Nederland en dat de leden van de toezichthoudende organen en van de raden van bestuur van deze rechtspersonen verantwoordelijk zijn voor dit wanbeleid, en wel als volgt, alles in de mate en op de wijze als nader gespecificeerd in hoofdstuk 13:
- ten aanzien van de onderdelen A en B de subonderdelen onder a en b alsmede onder d, f en g die elk afzonderlijk alsmede in onderlinge samenhang en in samenhang met subonderdeel e wanbeleid van Meavitagroep en S&TZG/Meavita Nederland opleveren en waarvoor verantwoordelijk zijn,
- ten aanzien van subonderdeel a de leden van de raden van bestuur en van de toezichthoudende organen van Meavitagroep, van S&TZG en van Meavita Nederland, in het bijzonder [verzoeker 1] , [verzoeker 2] , [verweerster 21] , [verweerster 22] , [verweerder 29] , [verweerder 31] , [verweerder 32] en [verweerster 33] ;
- ten aanzien van subonderdeel b elk van de leden van de raden van bestuur en van de toezichthoudende organen van Meavitagroep, van S&TZG en van Meavita Nederland, in het bijzonder [verweerder 29] , [verweerder 31] , [verweerder 32] en [verweerster 33] ;
- ten aanzien van subonderdeel d elk van leden van de raden van bestuur en van de toezichthoudende organen van Meavitagroep en van S&TZG, te weten [verweerder 36] , [verweerder 31] , [verweerder 32] , [verweerder 35] , [verweerder 29] , [verweerster 33] , [verzoeker 1] , [verweerster 21] , [verzoeker 2] , [verweerster 22] en [verweerder 23] ;
- ten aanzien van subonderdeel e elk van de leden van de raad van commissarissen van Meavita Nederland, in het bijzonder [verweerder 29] , [verweerder 31] , [verweerder 32] en [verweerster 33] ;
- ten aanzien van subonderdeel f [verweerder 29] en [verweerster 33] ;
- ten aanzien van subonderdeel g elk van de leden van de raad van commissarissen van Meavita Nederland in zijn samenstelling van september 2007, te weten [verweerder 29] , [verweerder 31] , [verweerder 32] en [verweerster 33] ;
- ten aanzien van de onderdelen C tot en met E alsmede G en H de subonderdelen onder a tot en met c die in onderlinge samenhang wanbeleid van Meavita Nederland opleveren en waaraan subonderdeel d bijdraagt, en waarvoor verantwoordelijk zijn,
- elk van de leden van de raden van bestuur en van de raad van commissarissen van Meavita Nederland, in het bijzonder [verzoeker 1] , [verzoeker 2] , [verweerder 29] , [verweerder 31] , [verweerder 32] , [verweerster 33] , [verweerster 21] en [verweerster 22] ;
- ten aanzien van de onderdelen I en J subonderdeel c dat wanbeleid van Meavitagroep en Meavita Nederland oplevert, en waarvoor verantwoordelijk zijn,
- elk van de leden van de raad van bestuur van Meavitagroep respectievelijk Meavita Nederland in de samenstelling die deze had van eind 2006 tot 1 oktober 2007, in het bijzonder [verzoeker 2] en [verweerder 23] ;
- ten aanzien van onderdeel K de subonderdelen a tot en met c, waarvan subonderdeel a wanbeleid van Meavita Nederland oplevert respectievelijk subonderdeel b in combinatie met c wanbeleid van Meavitagroep oplevert en waarvoor verantwoordelijk zijn,
- ten aanzien van subonderdeel a elk van de leden van de raad van bestuur en van de raad van commissarissen van Meavita Nederland in de samenstelling van begin 2007,
- ten aanzien van subonderdeel b in combinatie met c elk van de leden van de raad van bestuur van Meavitagroep in de samenstelling van 2006 na het vertrek van [verzoeker 1] en in het bijzonder [verzoeker 2] en [verweerder 23] ;
- ten aanzien van onderdeel L de subonderdelen onder b, onder d tot en met f alsmede onder h, i en k die in elk van de onderdelen en in onderlinge samenhang en in samenhang met subonderdeel c wanbeleid van S&TZG/Meavita Nederland opleveren en waarvoor verantwoordelijk zijn,
- voor zover het de subonderdelen b tot en met f betreft: [verzoeker 1] ;
- voor zover het subonderdeel h betreft: elk van de leden van de raad van commissarissen van Meavita Nederland in zijn samenstelling op 29 mei 2007, te weten [verweerder 29] , [verweerder 31] , [verweerder 32] en [verweerster 33] ;
- voor zover het subonderdeel i betreft: tot 1 oktober 2007 [verzoeker 1] en vanaf die datum [verzoeker 2] , alsmede vanaf 17 september 2007 [verweerster 21] ;
- voor zover het subonderdeel k betreft: [verzoeker 2] alsmede elk van de leden van de raad van commissarissen in zijn samenstelling van 14 december 2007, te weten [verweerder 29] , [verweerder 31] , [verweerder 32] , [verweerster 33] , [verweerster 28] , [verweerster 34] en [verweerster 30] ;
bepaalt dat AAF en de curatoren de door hen betaalde onderzoekskosten kunnen verhalen
- op [verweerder 29] tot een bedrag van € 155.000,
- op [verweerster 33] tot een bedrag van € 32.000,
- op [verweerder 38] tot een bedrag van € 8.000,
- op [verweerder 26] tot een bedrag van € 8.000,
- op [verweerder 39] tot een bedrag van € 8.000,
- op [verweerder 37] tot een bedrag van € 8.000,
- op [verweerster 27] tot een bedrag van € 8.000,
- op [verweerder 36] tot een bedrag van € 41.600,
- op [verweerder 31] tot een bedrag van € 36.800,
- op [verweerder 32] tot een bedrag van € 36.800,
- op [verweerder 35] tot een bedrag van € 12.800,
- op [verweerster 28] tot een bedrag van € 15.000,
- op [verweerster 34] tot een bedrag van € 15.000,
- op [verweerster 30] tot een bedrag van € 15.000,
- op [verzoeker 1] tot een bedrag van € 228.000,
- op [verzoeker 2] tot een bedrag van € 210.000,
- op [verweerster 21] tot een bedrag van € 72.000,
- op [verweerder 23] tot een bedrag van € 30.000,
- op [verweerster 22] tot een bedrag van € 60.000.
en veroordeelt hen tot betaling van die bedragen, elk te vermeerderen met de verschuldigde omzetbelasting, aan AAF en aan curatoren;