Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:HR:2025:365

Hoge Raad
07-03-2025
07-03-2025
23/04731
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:38
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2023:2526
Arbeidsrecht
Cassatie,Beschikking

Arbeidsrecht. Transitievergoeding. Art. 7:673 BW. Vaststelling met inachtneming van door hof bepaalde datum waarop arbeidsovereenkomst eindigt.

Rechtspraak.nl
VAAN-AR-Updates.nl 2025-0290
AR-Updates.nl 2025-0290
NJB 2025/542
BPR-Updates.nl 2025-0022

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 23/04731

Datum 7 maart 2025

BESCHIKKING

In de zaak van

[de werknemer],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

hierna: de werknemer,

advocaat: P.A. Fruytier,

tegen

ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM,

gevestigd te Rotterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: EUR,

advocaat: E.M. Tjon-En-Fa.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding tot 15 november 2024 verwijst de Hoge Raad naar zijn beschikking van die datum, ECLI:NL:HR:2024:1666.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking van het Hof Amsterdam van 5 september 2023 in zaak 200.319.593, maar uitsluitend voor zover in het dictum de omvang van de transitievergoeding is bepaald op € 33.571,83 (bruto) in hoofdsom, en tot afdoening zoals voorgesteld in 4.32 van de conclusie.
De advocaten van beide partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Uitgangspunten en feiten

2.1

De werknemer was sinds 1992 in dienst van EUR. In de arbeidsrelatie zijn problemen ontstaan die vanaf eind 2018 zijn toegenomen.

2.2

In deze procedure verzoekt EUR ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de grond dat de arbeidsverhouding ernstig verstoord is.

2.3

De kantonrechter heeft het ontbindingsverzoek van EUR afgewezen.

2.4

Het hof1 heeft de beschikking van de kantonrechter vernietigd en bepaald dat de arbeidsovereenkomst eindigt op 1 oktober 2023. Verder heeft het hof EUR veroordeeld tot betaling aan [de werknemer] van een transitievergoeding van € 33.571,83 bruto en een billijke vergoeding van € 40.000,-- bruto.

3 Beoordeling van het middel

3.1.1 Onderdeel 1 van het middel is gericht tegen het oordeel van het hof dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding als bedoeld in art. 7:669 lid 3, onder g, BW.

3.1.2 De klachten van dit onderdeel kunnen niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).

3.2.1 Onderdeel 2 heeft betrekking op de hoogte van de door het hof toegewezen transitievergoeding. Het onderdeel klaagt onder meer dat het hof het door de werknemer in eerste aanleg verzochte bedrag heeft toegewezen, dat was gebaseerd op beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 1 oktober 2022, en niet zelfstandig de hoogte van de transitievergoeding heeft bepaald, rekening houdend met de beslissing van het hof dat de arbeidsovereenkomst eindigt per 1 oktober 2023.

3.2.2 Deze klacht is gegrond. De wet bevat nauwkeurige regels voor de berekening van de hoogte van de transitievergoeding en die regels houden onder meer in dat de hoogte daarvan afhankelijk is van de duur van het dienstverband (art. 7:673 lid 2 tot en met 6 BW).2 Het hof had de hoogte van de transitievergoeding ambtshalve moeten berekenen met inachtneming van de door het hof vastgestelde einddatum van de arbeidsovereenkomst.

3.2.3 De klacht kan echter bij gebrek aan belang niet tot cassatie leiden. Uit de reacties van partijen op de conclusie van de Advocaat-Generaal blijkt dat partijen na het instellen van het cassatieberoep overeenstemming hebben bereikt over het bedrag waarmee de door het hof vastgestelde transitievergoeding moet worden aangevuld, en dat EUR dit bedrag inmiddels aan de werknemer heeft betaald. De werknemer heeft daarom ook geen belang bij de overige klachten van onderdeel 2.

3.2.4 Omdat de genoemde overstemming pas is bereikt nadat de werknemer het cassatieberoep had ingesteld, zal de Hoge Raad EUR veroordelen in de kosten van het geding in cassatie.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt EUR in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de werknemer] begroot op € 355,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien EUR deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 7 maart 2025.

1 Gerechtshof Amsterdam 5 september 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:2526.

2 Vgl. HR 17 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1286, rov. 3.3.7.

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.