Strafmaat
Wie de Koning beledigt, kan daarvoor strafrechtelijk zwaar aangepakt worden. Op opzettelijke belediging van de Koning staat een gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaar of een geldboete in de vierde categorie (momenteel € 20.500).
Opzettelijke belediging van de echtgenoot van de Koning, van de vermoedelijke opvolger van de Koning, van diens echtgenoot, of van de Regent, levert een even zo hoog boetemaximum op of een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar.
(...)
Hierover zei de werkgroep-Langemeijer al in 1969, in zijn onderzoek naar de strafbaarheid van het beledigen van bevriende staatshoofden: «De strafmaat van gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren [moet] thans onevenredig hoog [...] worden geacht. Men kan veilig stellen dat ten tijde van de invoering van het wetboek de eerbied voor het staatshoofd als nationaal symbool gepaard ging met een verering van diens persoon, die in de tegenwoordige tijd niet meer in die mate wordt beleefd.»
(...)
Een vergelijking met de strafmaat bij de commune beledigingsdelicten laat zien, dat er zevenenveertig jaar na dit inzicht nog weinig veranderd is. De maximale gevangenisstraf voor majesteitsschennis is tweeëneenhalf keer zo lang als het maximum voor het zwaarste commune beledigingsdelict, laster: twee jaren. Laster en smaad zijn echter in gevallen van majesteitsschennis zelden of nooit aan de orde. Daarom is het juister de strafmaxima voor majesteitsschennis te vergelijken met die voor eenvoudige belediging: gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie (momenteel € 4.100).
Dat levert een enorm verschil op met de maxima voor majesteitsschennis: een twintig maal zo hoge gevangenisstraf en een vijf maal zo hoge geldboete. Voor dit enorme verschil bestaat geen houdbare rechtvaardiging.”
(Kamerstukken II 2015/16, 34456, nr. 3, p. 1 en 7-8.)