Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheidsrecht. Financieel recht. Pauliana (art. 3:45 BW). Zorgplicht bank jegens derden. Verplichting tot cliëntenonderzoek en monitoren cliënten (art. 3:10 en 3:17 Wft, art. 14 Bpr en art. 3 Wwft). Moest bank (uit hoofde van haar zorgplicht) op de hoogte zijn van ontbinding en faillissement van cliënt?
Mr. M. LOEF, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van
[holding] B.V.,
kantoorhoudende te Deventer,
EISER tot cassatie,
hierna: de curator,
advocaat: B.M.H. Fleuren,
tegen
AEGON BANK N.V., tevens handelend onder de naam KNAB,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Knab,
advocaat: F.E. Vermeulen.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/09/564489/HA ZA 18-1224 van de rechtbank Den Haag van 6 maart 2019 en 11 september 2019;
b. de arresten in de zaak 200.273.478/02 van het gerechtshof Den Haag van 25 februari 2020 en 8 november 2022.
De curator heeft tegen het arrest van het hof van 8 november 2022 beroep in cassatie ingesteld.
Knab heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de curator mede door R.A. González Nicolás en voor Knab mede door L.M. Münchow.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de curator heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Knab begroot op € 7.115,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 22 maart 2024.
De gegevens worden opgehaald
Hulp bij zoeken
Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over: