2.1
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) De werknemer is in de periode 2019-2021 bij Verisure in dienst geweest als ‘security expert plus’, op basis van de volgende overeenkomsten:
a) een oproepovereenkomst voor de periode 23 september 2019 tot en met 31 januari 2020 (hierna: de oproepovereenkomst); en
b) een arbeidsovereenkomst voor de periode 1 februari 2020 tot en met 30 juni 2020 (hierna: de arbeidsovereenkomst), bij brief van 30 juni 2020 verlengd tot en met 28 februari 2021.
(ii) Tijdens het sollicitatiegesprek tussen Verisure en de werknemer heeft Verisure aan de werknemer een zogenoemd ‘booklet’ overhandigd, waarin onder het kopje ‘Jouw compensatie – Duidelijk gedefinieerde compensatieregeling afgestemd op jouw carrièrestap’ voor twee functies (‘Newbie’ en ‘Security expert’) door middel van staafdiagrammen wordt getoond welke ‘compensatie’ kan worden behaald.
Voor de Security expert ligt bij zes verkopen (‘6 sales’) die compensatie blijkens het desbetreffende diagram tussen € 2.300,-- en € 2.600,--; bij ‘7 sales’ tussen € 2.700,-- en € 3.100,--; bij ‘8 sales’ tussen € 3.200,-- en € 3.600,--, enzovoort, tot en met een bedrag tussen € 4.800,-- en € 5.000,-- bij ‘12 sales’. Door de diagrammen heen is een stippellijn getekend, waarbij is vermeld: € 1.635,60 ‘guaranteed salary’.
(iii) In een e-mail van Verisure aan de werknemer van 16 september 2019 is vermeld:
“voorwaarden 2000 bruto gegarandeerd salaris.”
(iv) Verisure heeft ook een ‘Bonus Scheme’ (ook wel ‘componentenschema’ genoemd) opgesteld en voor werknemers kenbaar gemaakt. Bovenaan staat een vak ‘Guaranteed Salary & Additional Benefits’ waarop per functie onder andere is aangegeven ‘Min. Guaranteed’. Daaronder staan vakken met de opschriften ‘Direct Sales payment’, ‘Quality Placing & Programming (P&P)’ en ‘Performance Bonus’ teneinde de verschillende bonuscomponenten aan te geven.
(v) De oproepovereenkomst bepaalt in art. 9 lid 4:
“Op verzoek van Werkgever is Werknemer verplicht om overwerk te verrichten zonder dat hij daarvoor aanspraak verwerft op extra beloning, overwerkvergoeding in tijd of in welke vorm dan ook extra wordt beloond zolang het overwerk geen overmatige omvang aanneemt.”
En in art. 11 lid 6:
“Werknemer komt mogelijk in aanmerking voor een variabele beloning, bovenop het vast overeengekomen brutoloon. De voorwaarden ten aanzien van de variabele beloning zullen jaarlijks door Werkgever worden vastgesteld en vastgelegd in een addendum, welke een onlosmakelijk onderdeel zal zijn van deze arbeidsovereenkomst. Onder geen beding mag Werknemer ervan uitgaan dat hij een recht heeft verworven op een dergelijke variabele beloning. Alle uitkeringen ter zake zijn bedragen inclusief vakantiegeld.”
(vi) In de arbeidsovereenkomst zijn vrijwel gelijkluidende bepalingen opgenomen.
(vii) Het in art. 11 lid 6 van de oproepovereenkomst en art. 10 lid 6 van de arbeidsovereenkomst genoemde addendum is niet tot stand gekomen.
(viii) Tussen Verisure en de werknemer zijn op diverse momenten berichten uitgewisseld over de berekening van de aan de werknemer toekomende bonus.
2.2
De werknemer vordert in deze procedure, voor zover in cassatie van belang, betaling van achterstallig loon ter hoogte van € 32.170,79, onder meer uit hoofde van de bonusregeling en (in hoger beroep) € 14.021,26 uit hoofde van verricht overwerk, alsmede betaling van (in hoger beroep) € 7.010,57, althans € 3.684,74, ter zake van te weinig betaald loon over vakantiedagen.
2.4
Het hof heeft bij tussenbeschikking2 ten aanzien van de vordering uit hoofde van de bonusregeling vastgesteld dat partijen van mening verschillen over de uitleg van de bepalingen in de arbeidsovereenkomst die betrekking hebben op een bonus, en de uitwerking daarvan in het ‘booklet’ en het componentenschema. De werknemer bepleit dat het op basis van het ‘booklet’ en het componentenschema berekende bonusbedrag in zijn geheel dient te worden betaald, tezamen met het volledige basissalaris. Verisure stelt dat de bonusregeling inhoudt dat op het volgens het ‘booklet’ en het componentenschema berekende bonusbedrag het basissalaris in mindering dient te worden gebracht, of anders gezegd: dat de bonusbedragen slechts worden uitgekeerd voor zover deze het basissalaris overtreffen. Volgens het hof valt de bonusregeling onder het bereik van art. 7:655 lid 1, aanhef en onder h, en lid 3 BW en had Verisure de werknemer daarom schriftelijk moeten informeren over de inhoud van de bonusregeling. Zowel het ‘booklet’ als het componentenschema geven geen volledige duidelijkheid over de manier waarop de bonusregeling moet worden toegepast. Mede gelet op de dubbelzinnige tekst van de arbeidsovereenkomsten en het ontbreken van het ‘addendum’ diende Verisure de werknemer uiterlijk binnen een maand na aanvang van de werkzaamheden uit te leggen hoe het bonussysteem (in haar optiek) werkt en draagt zij de bewijslast van haar (door de werknemer betwiste) stelling dat zij dit, tijdens het sollicitatiegesprek met de werknemer, ook heeft gedaan. (rov. 3.4.4-3.4.5) Het hof heeft Verisure daarop in de gelegenheid gesteld te bewijzen dat zij de werknemer tijdens diens sollicitatiegesprek heeft uitgelegd hoe haar bonussysteem (in haar optiek) werkt. (rov. 3.4.6 en 4)
2.5
Ten aanzien van de vordering van de werknemer uit hoofde van door hem verricht overwerk heeft het hof in zijn tussenbeschikking geoordeeld dat de vordering wat betreft de periode vanaf februari 2020 moet worden afgewezen. Vervolgens heeft het overwogen:
“3.5.2 Over de periode oktober 2019 tot en met januari 2020 heeft [de werknemer] wel een onderbouwing gegeven van de door hem verrichte werkzaamheden. In productie 36 bij verzoekschrift eerste aanleg, heeft hij een gedetailleerd overzicht gegeven van de, naast zijn reguliere werkzaamheden op het gebied van ‘koude acquisitie’, verrichte huisbezoeken. In dit overzicht worden de namen van de bezochte klanten vermeld met adres en telefoonnummer. Verisure had naar het oordeel van het hof niet kunnen volstaan met een ‘blote betwisting’ dat dit gewerkte uren betroffen. Verisure is verplicht de arbeidstijden van haar werknemers te registreren. Zij heeft ter zitting in hoger beroep gesteld dat nog niet te doen, zodat het hof zal uitgaan van het overzicht van [de werknemer] zoals overgelegd als productie 36 bij verzoekschrift eerste aanleg. [De werknemer] wordt in de gelegenheid gesteld bij – na de getuigenverhoren te nemen – akte te motiveren tot welk concreet bedrag het overzicht zou moeten leiden, waarop Verisure vervolgens mag reageren.”
2.7
Bij eindbeschikking3 heeft het hof Verisure veroordeeld om aan de werknemer te betalen € 32.170,79 bruto aan niet uitbetaalde bonus/te weinig betaald basissalaris, € 1.690,54 bruto aan niet uitbetaalde overuren en € 3.684,74 bruto aan niet uitbetaalde vakantiedagen, een en ander te vermeerderen met de wettelijke verhoging en laatstgenoemd bedrag ook met wettelijke rente vanaf 1 maart 2021.
2.8
Ten aanzien van de bonusregeling heeft het hof geoordeeld dat Verisure niet in het haar opgedragen bewijs is geslaagd. (rov. 2.3.6) Vervolgens heeft het hof over de uitleg van de bonusregeling overwogen:
“2.4 Het hof is daarmee van oordeel dat op [de werknemer] de bonusregeling van toepassing is op de wijze zoals door [de werknemer] uitgelegd. Daartoe dient, deels in aanvulling op hetgeen hierover in de tussenbeschikking al is overwogen, het volgende. In de arbeidsovereenkomst is bepaald dat de voorwaarden ten aanzien van de bonusregeling door Verisure worden vastgelegd in een addendum dat een onlosmakelijk onderdeel zal zijn van de arbeidsovereenkomst. Dat addendum is er niet. Wel is er een ‘booklet’, met daarin een componentenschema, dat bij indiensttreding aan [de werknemer] is verstrekt. Het componentenschema geeft naar het oordeel van het hof geen uitsluitsel of op de door de verkoopresultaten gerealiseerde bonus het vaste salaris in mindering moet worden gebracht, of niet. In de arbeidsovereenkomst is bepaald dat de bonus ‘bovenop’ het vaste salaris komt. Niet is komen vast te staan dat Verisure tijdens het sollicitatiegesprek aan [de werknemer] voldoende duidelijkheid heeft gegeven dat de bonusregeling moet worden uitgelegd zoals Verisure dat voorstaat. [De werknemer] heeft in ieder geval in april 2020 ondubbelzinnig aan Verisure laten weten het niet eens te zijn met de door Verisure aan de bonusregeling gegeven uitleg. Partijen verschillen er over van mening of [de werknemer] dat al eerder had laten weten. [De werknemer] zegt van wel en ook [een medewerker van Verisure] verklaart als getuige dat [de werknemer] in een gesprek in de eerste twee maanden na zijn indiensttreding hem al gemeld had dat in het contract stond dat de bonus bovenop het basissalaris kwam. Gelet op al deze, hiervoor samengevatte, omstandigheden legt het hof de bonusregeling ten aanzien van [de werknemer] aldus uit dat de bonus bovenop het salaris komt, en dat daarop niet het vaste salaris in mindering wordt gebracht. In de tussenbeschikking heeft het hof, los hiervan, al overwogen dat de bonusregeling onder het bereik van artikel 7:655 lid 1 aanhef en onder h en lid 3 BW valt en dat Verisure [de werknemer] daarom schriftelijk had moeten informeren over de inhoud van de bonusregeling. (…)”
2.10
Over de vordering ter zake van het loon over vakantiedagen heeft het hof overwogen dat de werknemer onweersproken heeft gesteld gedurende het hele dienstverband 35,42 vakantiedagen te hebben opgebouwd. (rov. 2.7)
2.11
Verder heeft het hof overwogen dat de werknemer over enkele posten wettelijke rente vordert vanaf voor die verschillende posten verschillende momenten. Tegen die vorderingen is door Verisure geen verweer gevoerd, aldus het hof. (rov. 2.11)