FNV c.s. vorderen in deze procedure, samengevat:
primair
1. te verklaren voor recht dat tussen [verweerster 2] en andere schoonmakers enerzijds en Helpling anderzijds een arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:610 BW bestaat;
subsidiair
2. te verklaren voor recht dat tussen [verweerster 2] en Helpling een uitzendovereenkomst in de zin van art. 7:690 BW bestaat;
3. te verklaren voor recht dat Helpling handelt in strijd met het verbod arbeidskrachten ter beschikking te stellen zonder registratie in het handelsregister op grond van art. 7a lid 1 Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (hierna: Waadi);
4. te verklaren voor recht dat Helpling in strijd met art. 9 Waadi aan [verweerster 2] een financiële tegenprestatie vraagt voor haar uitzendwerkactiviteiten;
5. Helpling te gebieden aan [verweerster 2] de bedragen die Helpling heeft geïncasseerd als percentage van haar verdiensten terug te betalen;
6. Helpling te verbieden een beloning te vragen voor haar uitzendactiviteiten, op straffe van een dwangsom;
7. te verklaren voor recht dat Helpling in strijd met art. 8 Waadi handelt door [verweerster 2] niet hetzelfde loon en andere arbeidsvoorwaarden te bieden als gelden voor werknemers in gelijkwaardige functies;
8. te verklaren voor recht dat het in paragraaf 4 lid 1 van de algemene voorwaarden vermelde verbod om gedurende 24 maanden na het laatste contact met Helpling, zonder Helpling, schoonmaakdiensten overeen te komen, nietig is wegens strijd met art. 9a Waadi;
9. Helpling te gebieden te stoppen met het hanteren van belemmeringen in de zin van art. 9a Waadi, op straffe van een dwangsom;
primair en subsidiair
10. te verklaren voor recht dat op de rechtsverhouding tussen [verweerster 2] en andere schoonmakers enerzijds en Helpling anderzijds de Schoonmaak-cao van toepassing is;
11. Helpling te veroordelen tot naleving van de Schoonmaak-cao op straffe van een dwangsom;
12. Helpling te veroordelen tot betaling aan FNV van een schadevergoeding van € 15.000,- wegens het niet naleven van de Schoonmaak-cao;
13. Helpling te veroordelen tot betaling van het rechtens geldende (cao-)loon aan [verweerster 2] op basis van het gemiddelde van de door haar feitelijk gewerkte uren;
14. Helpling te gebieden opgave te doen aan FNV c.s. van de berekening van het loon van [verweerster 2] , op straffe van een dwangsom;
15. Helpling te gebieden [verweerster 2] in de gelegenheid te stellen de basisvakopleiding te volgen;
16. Helpling te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging over de verschuldigde loonaanspraken van [verweerster 2] ;
17. Helpling te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de verschuldigde loonaanspraken van [verweerster 2] ;
meer subsidiair
18. te verklaren voor recht dat het gebruik van algemene voorwaarden om een arbeidsovereenkomst tot stand te brengen in strijd is met het dwingende karakter van het arbeidsrecht en/of art. 6:245 BW dan wel art. 6:233 onder a BW en/of onrechtmatig is jegens de schoonmakers;
19. Helpling te gebieden te stoppen met het gebruik van algemene voorwaarden om een arbeidsovereenkomst tot stand te brengen, op straffe van een dwangsom;
20. te verklaren voor recht dat Helpling bemiddelt tussen [verweerster 2] en de schoonmaakhulpen enerzijds en de klanten anderzijds met het oogmerk om tussen de schoonmaker en klant een arbeidsverhouding tot stand te brengen als bedoeld in de Waadi;
21. te verklaren voor recht dat de activiteiten van Helpling bemiddelingsactiviteiten zijn in de zin van de Waadi en dat Helpling in strijd handelt met art. 1 lid 1 sub b Waadi door van de werkzoekenden een financiële tegenprestatie te vorderen voor haar bemiddelingsactiviteiten;
22. Helpling te gebieden te stoppen met het vragen van een financiële tegenprestatie voor haar bemiddelingsactiviteiten op straffe van een dwangsom;
23. Helpling te gebieden aan [verweerster 2] de bedragen terug te betalen die Helpling heeft geïncasseerd als percentage van haar verdiensten;
24. te verklaren voor recht dat Helpling ten onrechte heeft nagelaten [verweerster 2] te wijzen op haar rechten uit de regeling Dienstverlening aan huis;
uiterst subsidiair
25. te verklaren voor recht dat er tussen [verweerster 2] en haar collega’s en Helpling sprake is van een overeenkomst van opdracht waarbij tussen [verweerster 2] en andere schoonmakers enerzijds en de klant anderzijds sprake is van een overeenkomst op basis van de Regeling Dienstverlening aan huis.