Art. 81 lid 1 RO. Kwekersrecht. Inbreuk op kwekersrecht. Is in beslag genomen materiaal “preserved” in de zin van art. 50 jo. art. 1 TRIPs-Overeenkomst en “beschermd” in de zin van art. 7 lid 1 Handhavingsrichtlijn (nr. 2004/48/EG) en art. 1019b lid 1 Rv? Proceskostenveroordeling; Indicatietarieven IE-zaken Hoge Raad 2015.
[eiser] (tevens handelend onder de naam [A]), wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Weerden,
t e g e n
1. [verweerster 1], gevestigd te [vestigingsplaats],
2. STICHTING GLADIOLEN COMBINATIE, gevestigd te Ens, gemeente Noordoostpolder,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaten: mr. D. Rijpma en mr. R.L. Bakels.
Eiser zal hierna worden aangeduid als [eiser]. Verweersters zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als [verweersters]
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 385360/HA ZA 11-229 van de rechtbank Den Haag van 13 april 2011 en 29 januari 2014;
b. het arrest in de zaak 200.148.457/01 van het gerechtshof Den Haag van 22 december 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweersters] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 14 juli 2017 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
3.1
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3.2
Als de in cassatie in het ongelijk gestelde partij dient [eiser] te worden verwezen in de proceskosten. [verweersters] hebben op de voet van art. 1019h Rv vergoeding van de kosten in cassatie gevorderd. Op deze zaak zijn de Indicatietarieven IE-zaken (versie 2015) van de Hoge Raad van toepassing. De door [verweersters] gevorderde kosten zijn deugdelijk gespecificeerd en door [eiser] niet bestreden, zodat deze als hierna te melden zullen worden toegewezen.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweersters] begroot op € 856,34 aan verschotten en € 9.556,60 voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 22 september 2017.
De gegevens worden opgehaald
Hulp bij zoeken
Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over: