2.1
Het gaat in deze zaak, kort weergegeven, om het volgende.
( i) Op 4 februari 2009 hebben PVIS en VDEEP een overeenkomst (“Agreement for the Provision of Drilling Services”, hierna: DSA) gesloten, op grond waarvan PVIS onder meer van VDEEP een drilling ship, de Titanium Explorer, zou huren voor een periode van acht jaar. Op diezelfde datum hebben Petrobras Brazil en VDEEP een overeenkomst (“Guaranty”) gesloten, waarbij Petrobras Brazil jegens VDEEP de nakoming garandeerde van de verplichtingen van PVIS uit de DSA.
(ii) De huurperiode van de Titanium Explorer is ingegaan op 7 december 2012.
(iii) De DSA voorzag in de mogelijkheid van nadere overeenkomsten (“novations”), waarbij (onder meer) ook andere, al dan niet aan PVIS of VDEEP gelieerde, vennootschappen partij zouden kunnen worden bij de DSA. Aldus is een aantal novations tot stand gekomen, waaronder op 27 oktober 2014 een derde novation tussen onder meer PVIS, PAI, VDEEP en VDDI.
(iv) Petrobras heeft de DSA aan Vantage opgezegd bij brief van 31 augustus 2015.
( v) De DSA – zoals geamendeerd op 27 oktober 2014 (derde novatie) – bevat een arbitragebeding. Partijen zijn overeengekomen dat arbitrage zal plaatsvinden in Houston onder toepassing van de Commercial Arbitration Rules of the International Center for Dispute Resolution of the American Arbitration Association. Vantage heeft op grond daarvan een arbitrageprocedure tegen Petrobras aanhangig gemaakt, waarin zij schadevergoeding heeft gevorderd voor haar schade als gevolg van de beëindiging van de DSA alsmede vergoeding van nog onbetaalde facturen met rente en kosten. De arbitrage heeft plaatsgevonden in Houston, Texas, Verenigde Staten, onder toepassing van regels van de American Arbitration Association.
(vi) Bij arbitraal vonnis van 29 juni 2018 is Petrobras veroordeeld tot betaling aan Vantage van:
- US$ 615,62 miljoen aan schadevergoeding wegens voortijdige beëindiging van de DSA, te vermeerderen met maandelijks samen te stellen rente tegen een percentage van 15,2% met ingang van 1 april 2018 tot het moment waarop volledig aan het Arbitraal Vonnis is voldaan;
- US$ 6,4 miljoen voor onbetaalde facturen, te vermeerderen met maandelijks samen te stellen rente van 15,2% over US$ 5,2 miljoen vanaf 20 oktober 2015 en over US$ 1,2 miljoen vanaf 19 november 2015 tot aan het moment van volledige voldoening van alle toegekende bedragen;
- US$ 32.800,02 voor kosten van arbitrage tegen overlegging van bewijs door Vantage dat deze bedragen zijn voldaan.
(vii) Vantage heeft een procedure aanhangig gemaakt bij de United States District Court, Southern District of Texas, Houston Division, waarin zij heeft verzocht om erkenning en verlof tot tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis in de Verenigde Staten. Petrobras heeft in die procedure verweer gevoerd en van haar kant verzocht om vernietiging van het arbitraal vonnis.
(viii) Vantage heeft in Nederland verlof gevraagd en verkregen tot het leggen van conservatoire verhaalsbeslagen op aandelen en onder derden. Uit hoofde van dit verlof heeft Vantage een aantal beslagen gelegd.
(ix) Petrobras heeft in kort geding opheffing van de beslagen gevorderd. De behandeling van het kort geding is aangehouden.
2.2
In deze procedure verzoekt Vantage verlof tot tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis van 29 juni 2018 in Nederland. Op dit verzoek is het Verdrag van New York van 10 juni 1958 (Trb. 1958, 154) (hierna: het Verdrag) van toepassing, nu zowel Nederland als de Verenigde Staten partij is bij dit verdrag. Ingevolge art. III van het Verdrag dient Nederland scheidsrechtelijke uitspraken die zijn gewezen in andere verdragsluitende staten te erkennen en ten uitvoer te leggen als is voldaan aan de voorwaarden van het Verdrag.
2.3
Art. IV lid 1 van het Verdrag bepaalt dat de partij die de erkenning en tenuitvoerlegging verzoekt, bij haar verzoek dient over te leggen: (a) het behoorlijk gelegaliseerde origineel van de uitspraak of een behoorlijk gewaarmerkt afschrift daarvan; (b) het origineel van de arbitrageovereenkomst of een behoorlijk gewaarmerkt afschrift daarvan. Nu beide hiervoor bedoelde documenten in de Engelse taal zijn opgesteld, diende Vantage ingevolge art. IV lid 2 van het Verdrag een vertaling van deze documenten in de Nederlandse taal over te leggen, gewaarmerkt door een officiële of beëdigde vertaler of door een diplomatiek of consulair ambtenaar. Het hof heeft vastgesteld dat Vantage aan deze formaliteiten heeft voldaan.
2.4
Art. VI van het Verdrag houdt, voor zover thans belang, in dat indien vernietiging van de uitspraak of schorsing van haar tenuitvoerlegging is verzocht aan de bevoegde autoriteit, bedoeld in art. V, eerste lid, onder e, de autoriteit bij wie een beroep op de uitspraak wordt gedaan, indien zij daartoe aanleiding vindt, de beslissing over de tenuitvoerlegging van de uitspraak kan opschorten. Dit geval doet zich in deze zaak voor. Petrobras heeft aan de Federal District Court in Houston, Verenigde Staten van Amerika, verzocht om vernietiging van het arbitraal vonnis (zie hiervoor, 2.1 onder (vii)). Deze Amerikaanse rechter heeft op 17 mei 2019 afwijzend beslist op dit verzoek. Naar het hof begrijpt heeft Petrobras tegen deze afwijzing inmiddels hoger beroep ingesteld en zal met deze procedure in hoger beroep naar verwachting van partijen geruime tijd, in elk geval meer dan enige maanden, gemoeid zijn. Nu partijen te kennen hebben gegeven voor onbepaalde tijd geen beslissing op het door haar gedane verzoek te verlangen, ziet het hof aanleiding de beslissing over het verzoek tot tenuitvoerlegging op te schorten. Deze beslissing tot opschorting heeft, overeenkomstig de kennelijke wens van partijen, eveneens betrekking op de door partijen gedane nevenverzoeken, in het bijzonder de verzoeken met betrekking tot de beslag-, vertaal- en proceskosten. Voor de duidelijkheid overweegt het hof dat deze procedure met deze beslissing administratief als afgedaan zal worden beschouwd, maar dat als partijen of een van hen op enig moment alsnog een beslissing op de verzoeken verlangt, de zaak daartoe alsnog kan worden opgebracht.