Rolnummer: 22-001094-16
Parketnummer: 10-960200-14
Datum uitspraak: 6 oktober 2017
TEGENSPRAAK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
zitting houdende in de extra beveiligde zittingszaal van de rechtbank Noord-Holland te Badhoevedorp.
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 18 februari 2016 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Irak) op [geboortedag] 1984,
adres: [adres].
Inhoudsopgave
1. Het onderzoek ter terechtzitting
2. Procesgang
3. Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
4. Tenlastelegging
5. Het vonnis waarvan beroep
6. Achtergrond en algemene bewijsoverwegingen
6.1 Strijdende partijen in het conflict in Syrië
6.2 Terroristische misdrijven
7. Beoordeling van de tenlastelegging
7.1 Voorbereiding/bevordering van terroristische misdrijven
7.1.1 Juridisch kader voorbereiding en bevordering van terroristische misdrijven, artikel 96, lid 2, Sr
7.1.2 Standpunten van het openbaar ministerie en van de verdediging
7.1.3 De door het hof vastgestelde feiten
7.1.4. Overwegingen van het hof met betrekking tot de tenlastelegging in relatie tot art. 96, lid 2, Sr
7.1.5 Slotsom ten aanzien van het ten laste gelegde
8. De bewezenverklaring
9. Bewijsvoering
10. Strafbaarheid van het feit
11. Strafbaarheid van de verdachte
12. De strafoplegging
12.1 Vordering van de advocaat-generaal
12.2 Het standpunt van de verdediging
12.3 Het oordeel van het hof
12.3.1 De ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan
12.3.2 De persoon van de verdachte en de persoonlijke omstandigheden
12.3.3 De op te leggen straf
13. Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
5 Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
6. Achtergrond en algemene bewijsoverwegingen
1
6.1
Strijdende partijen in het conflict in Syrië
1. Het is een feit van algemene bekendheid, zoals daarvan (tevens) blijkt uit de door het hof geraadpleegde – en zonder noemenswaardige moeite te raadplegen – algemeen toegankelijke bronnen2 dat in het voorjaar van 2011 een groot deel van de bevolking van Syrië vreedzaam in verzet kwam tegen het regime van president Bashar al-Assad.3
2. Wat begon als een vreedzaam protest ontwikkelde zich tot een gewapende strijd, waarvan vooral de burgerbevolking het slachtoffer was. Het aantal doden dat tijdens het conflict in Syrië is gevallen werd in december 2014 geschat op meer dan 200.000. Op dat moment waren al meer dan 3 miljoen Syriërs gevlucht naar het buitenland en bedroeg het aantal ontheemden in Syrië meer dan 7,6 miljoen.4
3. In de loop van 2012 werd duidelijk dat jihadistische strijdgroepen, met zowel lokale als buitenlandse strijders in hun gelederen, in toenemende mate betrokken waren bij de opstand in Syrië tegen het regime van Assad.5
4. In de strijd tegen het regime van Assad hebben zich ook twee belangrijke aan Al-Qa’ida gelieerde jihadistische organisaties gemengd: Jabhat al-Nusra (per 28 juli 2016: Jabhat Fatah al-Sham) en de Islamitische Staat in Irak en al-Sham (ISIS, ook wel bekend als IS, ISI, ISIL, AQI of DAESH).
5. ISI wijzigde op 8 april 2013 haar naam in de Islamitische Staat in Irak en de Levant (ISIL), onder meer om de uitbreiding van haar activiteiten naar Syrië te benadrukken. Op 29 juni 2014 riep ISIL het islamitisch kalifaat uit in het door haar veroverde gebied in Irak en Syrië en werd haar naam gewijzigd in de Islamitische Staat (IS).6 Abu Bakr al-Baghdadi, de emir van de organisatie, werd aangesteld als ‘kalief’ van IS.7
6. De Islamitische Staat is in internationaal verband aangemerkt als terroristische organisatie en is daarmee een in Nederland verboden terroristische organisatie. Op 30 mei 2013 wordt het toenmalige ISIL aan de VN Sanctielijst toegevoegd. Op 1 juli 2013 is het toenmalige ISIL op de financiële sanctielijst van de Europese Unie geplaatst.8
7. De organisatie heeft als doel het vestigen van een islamitisch kalifaat dat de landsgrenzen van in ieder geval Syrië en Irak overstijgt. Om dit te bewerkstelligen voert zij een gewapende strijd.9
8. ISIS/IS hanteert tijdens militaire operaties en de uitoefening van de macht in de door haar veroverde gebieden in Irak en Syrië de volgende werkwijzen: (zelfmoord)aanslagen, executies, ontvoeringen, gijzelingen en martelingen. De organisatie doodt tegenstanders door middel van onthoofding, kruisiging en een schot door het hoofd, zo wordt gemeld uit de door ISIS bezette of bevochten gebieden.10
9. Jabhat al-Nusra maakte op 24 januari 2012 zijn oprichting bekend.11
10. Jabhat al-Nusra is in internationaal verband aangemerkt als terroristische organisatie en daarmee een in Nederland verboden (terroristische) organisatie. Op 30 mei 2013 is Jabhat al-Nusra op de VN Sanctielijst geplaatst als een van de aliassen van Al-Qa’ida in Iraq. Jabhat al-Nusra is op 29 mei 2014 op de (financiële) sanctielijst van de EU geplaatst.12
11. De organisatie heeft als doel het vestigen van een islamitische staat. Om dit te bewerkstelligen voert zij een gewapende strijd.13
12. Jabhat al-Nusra bedient zich tijdens haar (militaire) operaties van de volgende werkwijzen: (zelfmoord)aanslagen, executies en beschietingen van burgers, ontvoeringen, martelingen en het onthouden van humanitaire hulp.14 Veel van de aanslagen die in 2012 in Syrië zijn gepleegd werden door Jabhat al-Nusra opgeëist. De claims van Jabhat al-Nusra worden op het internet bekend gemaakt op jihadistische websites als www.shamikh1.info en www.as-ansar.com en bijvoorbeeld ook via haar eigen Twitteraccount.15
13. Eind juli 2014 zou de aanwezigheid en de invloed van Jabhat al-Nusra zich hebben beperkt tot de rurale gebieden van Aleppo, Idlib en Hama. Jabhat al-Nusra concentreert zich in de maanden na het uitroepen van het Kalifaat door IS veel meer op het verkrijgen van de controle op het Turks-Syrische grensgebied in het Noord-Westen van Syrië. In oktober 2014 boekt Jabhat al-Nusra wederom militaire successen in de provincie Idlib.16
14. Zowel IS als Jabhat al-Nusra zijn organisaties in de zin van artikel 140a Sr zoals door de Hoge Raad in zijn bestendige rechtspraak nader ingevuld. De hierboven beschreven misdrijven worden gepleegd door deze uit grote aantallen personen bestaande samenwerkingsverbanden die zich kenmerken door een zekere duurzaamheid en structuur. Dat komt – gelet op het bovenstaande – onder andere naar voren in de bestendigheid van de organisaties die reeds sinds 2012 bestaat, hun hiërarchische structuur en de wijze van naar buiten treden door de organisatie.
Rapport ‘Bestemming Syrië’
17
15. In het rapport ‘Bestemming Syrië’ wordt ingegaan op de vraag of een uitreis naar Syrië in 2014 gelijk stond aan een bestaan als strijder of dat er ook andere opties waren. In dit rapport is hierover onder meer het volgende vermeld.
16. Sinds 2012 zijn velen uit het westen, waaronder naar schatting 220 Nederlanders naar het conflictgebied in Syrië (en Irak) getrokken. Het overgrote deel van de Nederlandse uitreizigers heeft zich aangesloten bij salafi-jihadistische strijdorganisaties: ISIS en (aan) Jabhat al-Nusra (gelieerde groepen).18
17. De mannen worden – aangekomen in Syrië - naar trainingskampen gebracht. Nadat deze training is doorlopen, kunnen buitenlanders in verschillende functies terechtkomen. De meesten – waaronder Nederlanders - zullen worden ingezet als strijder, maar er zijn ook voorbeelden dat personen andere rollen vervullen.19
18. Over de mogelijkheden tot het vervullen van een functie achter de frontlinie bij Jabhat al-Nusra is minder informatie beschikbaar dan bij ISIS. Jabhat al-Nusra controleert aanzienlijke gebieden waardoor ook hier bepaalde niet-militaire functies moeten worden vervuld. Ook personen die in dergelijke andere functies belanden blijven overigens, door de eerder afgelegde eed, wel reservist: zij kunnen te allen tijde door hun emir worden opgeroepen om mee te komen strijden. Weigeren lijkt niet tot de opties te behoren. Het is dan ook niet mogelijk te stellen dat personen met een rol achter de frontlinies zich volledig aan de gewelddadige strijd kunnen onttrekken.20
19. Buitenlandse strijders kunnen op verschillende manieren worden ingezet. Bijvoorbeeld om grensbieden of checkpoints te bewaken (ribaat) of om na verloop van tijd aan de frontlinies te strijden. Anderen bewaken gevangenissen of zijn (in-)direct betrokken bij martelingen of executies. Er is vastgesteld dat strijders periodes aan het front afwisselen met periodes achter de frontlinies. Eenmaal teruggekeerd van het slagveld voeren strijders ook andere taken uit, bijvoorbeeld administratieve werkzaamheden, da’wa (missie, zending), bijeenkomsten of het wachtlopen binnen steden.21
20. Ter terechtzitting in hoger beroep is een van de opstellers van het rapport ‘Bestemming Syrië’, dhr. Weggemans, als deskundige gehoord. Hij heeft onder meer aangegeven dat Jabhat al-Nusra primair een strijdorganisatie is. De deskundige heeft voorts verklaard dat in geval van aansluiting bij Jabhat al-Nusra, de kans groot is dat de persoon bij de strijd betrokken raakt.22 Er zijn ook andere functies binnen Jabhat al-Nusra. Weggemans acht het hoogst onwaarschijnlijk dat de personen die deze functies vervullen geen banden met Jabhat al-Nusra hebben.23 Hij acht het voorts hoogst onwaarschijnlijk dat er in Jabhat al-Nusra gebied civiele functies kunnen worden vervuld zonder daadwerkelijke aansluiting bij Jabhat al-Nusra.24
6.2
Terroristische misdrijven
1. Artikel 83 Sr bepaalt welke misdrijven als terroristische misdrijven hebben te gelden. Gemeenschappelijk daaraan is dat zij moeten zijn begaan met een terroristisch oogmerk.
2. Artikel 83a Sr omschrijft het terroristisch oogmerk als:
‘het oogmerk om de bevolking of een deel van de bevolking van een land ernstige vrees aan te jagen, dan wel een overheid of internationale organisatie wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen.’
3. Aan de verdachte worden gedragingen verweten die zouden zijn gepleegd in de periode vanaf 1 januari 2014 tot en met 25 november 2014.
4. Het is een feit van algemene bekendheid dat ten tijde van de ten laste gelegde feiten maar ook al ver voor die periode jihadistische strijdgroepen systematisch en op grote schaal ernstige misdrijven pleegden.
5. Deze jihadistische strijdgroepen in Syrië zoals Jabhat al-Nusra en IS(IS) wilden/willen op gewelddadige wijze een zuiver islamitische samenleving en/of staat gebaseerd op de sharia opleggen aan de burgerbevolking. Hiermee beogen zij de fundamentele politieke structuur van Syrië te vernietigen zoals bedoeld in art. 83a Sr. Veel van deze misdaden zijn bovendien gepleegd met (mede) het doel grote delen van de bevolking in deze gebieden ernstige vrees aan te jagen zoals bedoeld in art. 83a Sr. De Jihadistische strijdgroepen in Syrië zaai(d)en - om hun doel te bereiken - dood en verderf onder ieder die hun extreem fundamentalistische geloof niet deelt. Executies, onthoofdingen en kruisigingen vonden daarom bewust in het openbaar plaats. De bevolking werd opgeroepen dan wel gedwongen deze bij te wonen en soms werden video’s hiervan op het internet geplaatst. De Independent International Commission of Inquiry on the Syrian Arab Republic ( verder: IICISAR) heeft in haar rapport van 12 februari 2014 gemeld dat Jabhat al-Nusra en ISIS publiekelijk executies uitvoerden “to assert their presence after taking control of an area and to instil fear among the population.”25
6. De misdrijven die deze strijdgroepen plegen, zoals moord, doodslag, brandstichting en het teweegbrengen van ontploffingen en dergelijke, worden dus begaan met een terroristisch oogmerk en zijn daarmee terroristische misdrijven. Deelneming aan de gewapende strijd in Syrië aan de zijde van deze strijdgroepen houdt dus altijd in het plegen van terroristische misdrijven.26
8 De bewezenverklaring
Gezien het voorgaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 25 november 2014, te Arnhem en/of te Doesburg, in elk geval in Nederland en/of Syrië,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk met het oogmerk ter voorbereiding en/of ter bevordering van de/het (meermalen) te plegen misdrij(f)(ven) omschreven in artikel 157 en/of 176a
en/of 176b en/of 289(a) en/of 288a van het Wetboek van Strafrecht, te weten,
- het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of
- moord en/of doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk,
- een ander heeft trachten te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en/of
- gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van de misdrijvven aan zich en/of anderen heeft verschaft en/of heeft trachten te verschaffen en/of
- voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf en/of
- plannen voor de uitvoering van het misdrijf, welke bestemd zijn om aan anderen te worden medegedeeld, in gereedheid heeft gebracht of onder zich heeft gehad en/of
immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, (telkens) ten behoeve van de gewapende Jihadstrijd, in welke strijd brandstichtingen, het teweeg brengen van ontploffingen, moorden en doodslagen worden gepleegd met een terroristisch oogmerk,
A. zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van de gewapende Jihadstrijd met een terroristisch oogmerk gevoerd door de (terroristische) organisatie Jabhat al Nusra en/of Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL), althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde organisaties, althans (een) organisatie die de gewapende Jihadstrijd voorstaat, eigen gemaakt en/of
B. zich (via chatberichten) laten informeren over het afreizen naar het strijdgebied in Syrië en/of hoe aan te sluiten bij Jahbat al Nusra en/of
C. zich (via chatberichten) laten informeren over een te volgen reisroute naar het strijdgebied en/of
D. een of meerdere website(s) bezocht waarop informatie over de (gewapende) Jihad en/of martelaarschap en/of de gewapende strijd en/of oorlogsmaterialen wordt gedeeld
en/of (vervolgens) zoekvragen gesteld en/of
E. deelgenomen aan Arabische lessen en/of
F. informatie ingewonnen en/of verkregen en/of verstrekt voor een reisuitrusting en/of praktische maatregelen die getroffen moeten worden voor het vertrek naar het
strijdgebied in Syrië en/of Irak en/of
G. een of meerdere (documenten of afbeeldingen op) gegevens/informatiedragers voorhanden gehad met daarop informatie betreffende het Jihadistisch gedachtegoed
en/of aanwijzingen om zich aan te houden bij de gewapende Jihadistische strijd/de oorlogsvoering en/of aanwijzingen om zich aan te houden bij het voorbereiden van het
vertrek naar het strijdgebied in Syrië en/of Irak en/of
H. geldbedrag(en) ingezameld en/of overgemaakt en/of voorhanden heeft gehad en/of achtergelaten (in Kafr Hamra, Syrië) ten behoeve van een of meer personen die zich in het strijdgebied in Syrië en/of Irak bevinden en/of
I. zich geuit over zijn/hun wens zich te begeven (via Turkije) naar Syrië of Irak en/of zich aan te aansluiten bij de gewapende strijd en/of gewapende Jihad (door onder
meer te spreken over het elkaar ontmoeten op het slagveld) en/of
J. een (of meer) vuurwapen(s) en/of camouflagekleding voorhanden gehad en/of gedragen en/of een (of meer) voertuig(en) voorhanden gehad om daarmee (uit) te
reizen naar het strijdgebied in Syrië en/of Irak en/of.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
13 Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 96, 157, 176b, 288a en 289a van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 ten laste gelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 21 (eenentwintig) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarden:
1. dat de verdachte verplicht is zich gedurende de proeftijd te melden bij Reclassering Nederland, [adres reclassering], zolang en zo frequent als de reclassering dit noodzakelijk acht;
2. dat de verdachte gedurende de proeftijd zijn behandeling bij de polikliniek Kairos zal voortzetten, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
3. dat de verdachte gedurende de proeftijd medewerking zal verlenen aan het voortzetten van de gesprekken met een deskundige over zijn geloof zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
4. dat het de verdachte gedurende de proeftijd verboden is contact te leggen of te laten leggen met:
[ [medeverdachte 2], [medeverdachte 1] en [betrokkene 6],
[ [betrokkene 4], [betrokkene 7] en [betrokkene 8],
[ personen die op de Sanctielijst Terrorisme staan,
[ personen met wie de verdachte gedetineerd heeft gezeten op de Terroristen Afdeling in de penitentiaire inrichting Vught,
zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
5. dat de verdachte gedurende de proeftijd voorafgaand aan een reis naar het buitenland toestemming vraagt aan de reclassering, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.
Geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Beveelt dat voormelde voorwaarden en het uit te oefenen reclasseringstoezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.
Dit arrest is gewezen door mr. E.F. Lagerwerf-Vergunst, mr. M.I. Veldt-Foglia en mr. D.M. Thierry, in bijzijn van de griffier mr. L.A.M. Karels.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 6 oktober 2017.
Bijlage
Tenlastelegging, na wijziging ter terechtzitting in eerste aanleg en voor zover nog aan de orde in hoger beroep.
op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met
25 november 2014, te Arnhem en/of te Doesburg, in elk geval in Nederland en/of
Syrië,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk
met het oogmerk ter voorbereiding en/of ter bevordering van de/het
(meermalen) te plegen misdrij(f)(ven) omschreven in artikel 157 en/of 176a
en/of 176b en/of 289(a) en/of 288a van het Wetboek van Strafrecht, te weten,
- het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl
daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk
letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands
dood ten gevolge heeft (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of
- moord en/of doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk,
- een ander heeft trachten te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen plegen of
mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen
of inlichtingen te verschaffen en/of
- gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf aan zich en/of
anderen heeft verschaft en/of heeft trachten te verschaffen en/of
- voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat zij bestemd zijn tot het
plegen van het misdrijf en/of
- plannen voor de uitvoering van het misdrijf, welke bestemd zijn om aan anderen te
worden medegedeeld, in gereedheid heeft gebracht of onder zich heeft gehad en/of
immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met
elkaar, althans alleen, (telkens) ten behoeve van de gewapende Jihadstrijd, in welke
strijd brandstichtingen, het teweeg brengen van ontploffingen, moorden en
doodslagen worden gepleegd met een terroristisch oogmerk,
A. zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van de gewapende Jihadstrijd met
een terroristisch oogmerk gevoerd door de (terroristische) organisatie Jabhat al Nusra
en/of Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic
State of Iraq and Levant (ISIL), althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde
organisaties, althans (een) organisatie die de gewapende Jihadstrijd voorstaat, eigen
gemaakt en/of
B. zich (via chatberichten) laten informeren over het afreizen naar het strijdgebied in
Syrië en/of hoe aan te sluiten bij Jahbat al Nusra en/of
C. zich (via chatberichten) laten informeren over een te volgen reisroute naar het
strijdgebied en/of
D. een of meerdere website(s) bezocht waarop informatie over de (gewapende) Jihad
en/of martelaarschap en/of de gewapende strijd en/of oorlogsmaterialen wordt gedeeld
en/of (vervolgens) zoekvragen gesteld en/of
E. deelgenomen aan Arabische lessen en/of
F. informatie ingewonnen en/of verkregen en/of verstrekt voor een reisuitrusting en/of
praktische maatregelen die getroffen moeten worden voor het vertrek naar het
strijdgebied in Syrië en/of Irak en/of
G. een of meerdere (documenten of afbeeldingen op) gegevens/informatiedragers
voorhanden gehad met daarop informatie betreffende het Jihadistisch gedachtegoed
en/of aanwijzingen om zich aan te houden bij de gewapende Jihadistische strijd/de
oorlogsvoering en/of aanwijzingen om zich aan te houden bij het voorbereiden van het
vertrek naar het strijdgebied in Syrië en/of Irak en/of
H. geldbedrag(en) ingezameld en/of overgemaakt en/of voorhanden heeft gehad en/of
achtergelaten (in Kafr Hamra, Syrië) ten behoeve van een of meer personen die zich
in het strijdgebied in Syrië en/of Irak bevinden en/of
I. zich geuit over zijn/hun wens zich te begeven (via Turkije) naar Syrië of Irak en/of
zich aan te aansluiten bij de gewapende strijd en/of gewapende Jihad (door onder
meer te spreken over het elkaar ontmoeten op het slagveld) en/of
J. een (of meer) vuurwapen(s) en/of camouflagekleding voorhanden gehad en/of
gedragen en/of een (of meer) voertuig(en) voorhanden gehad om daarmee (uit) te
reizen naar het strijdgebied in Syrië en/of Irak en/of.
(art. 96, lid 2, Sr jo.176b, lid 2 Sr jo. 157 Sr jo. 289a Sr jo. 288a Sr jo. 289 Sr jo. 289a, lid 2
Sr)