Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:CRVB:2025:475

Centrale Raad van Beroep
27-03-2025
28-03-2025
24/1291 AOW
Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep

Herziening AOW-pensioen naar de norm voor een gehuwde op de grond dat appellante een geregistreerd partnerschap is aangegaan terecht. Geen sprake van duurzaam gescheiden leven.

Rechtspraak.nl

Uitspraak

24/1291 AOW

Datum uitspraak: 27 maart 2025

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 12 april 2023, 23/5109 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (Denemarken) (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

SAMENVATTING

Deze zaak gaat over de vraag of de Svb het ouderdomspensioen van appellante terecht heeft herzien naar de norm van een gehuwde omdat appellante een geregistreerd partnerschap is aangegaan. De Raad oordeelt dat de herziening terecht is, omdat appellante en haar partner niet duurzaam gescheiden van elkaar leven.

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 13 februari 2025. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P. Stahl-de Bruin.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

1.1.

Appellante ontving vanaf 21 juni 2018 een AOW1-pensioen naar de norm van een ongehuwde. Zij is op 6 april 2022 naar Denemarken verhuisd. Op 10 juli 2023 is appellante een geregistreerd partnerschap aangegaan met [naam partner] , die in Nederland woont.

1.2.

Met een besluit van 17 juli 2023 heeft de Svb met ingang van 1 augustus 2023 het ouderdomspensioen van appellante herzien naar de norm van een gehuwde. Bij besluit van 8 augustus 2023 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar van appellante ongegrond verklaard, omdat zij niet duurzaam gescheiden van haar partner leeft.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft geoordeeld dat van duurzaam gescheiden leven geen sprake is. Weliswaar wonen appellante en haar partner ieder in een ander land en hebben een eigen huis, maar zij ondernemen gezamenlijke activiteiten, verzorgen elkaar wel bij ziekte en zij hebben elkaar over en weer benoemd als executeur ingeval van overlijden. De omstandigheid dat elk eigenaar is van een eigen woning en dat de financiën gescheiden zijn, is onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. Ook de reden waarom appellante naar Denemarken is verhuisd, kan niet tot een andere conclusie leiden. Dat appellante vanwege haar gezondheidsredenen niet meer in haar oorspronkelijke woonplaats in Nederland kon wonen en dat een eventuele verhuizing financiële gevolgen zal hebben, leveren geen bijzondere omstandigheden op die maken dat de wet buiten toepassing moet worden gelaten.

Het standpunt van appellante

3. Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Kort gezegd ervaart zij het oordeel van de rechtbank als zeer onrechtvaardig en vraagt zij om toepassing van recht met de menselijke maat. Appellante heeft aangevoerd dat zij zich genoodzaakt voelde om te verhuizen naar Denemarken vanwege de ongezonde situatie in Renkum. Door de verlaging van haar AOW-pensioen naar de norm van een gehuwde en de hoge kosten van levensonderhoud in Denemarken, wordt het appellante onmogelijk gemaakt om in Denemarken te blijven wonen.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit om het AOW-pensioen van appellante naar de norm van een gehuwde te herzien, in stand heeft gelaten. Hij doet dat aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. De wettelijke regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.

Is er sprake van duurzaam gescheiden leven?

4.1.

In beginsel heeft appellante, omdat zij een geregistreerd partnerschap is aangegaan, recht op een gehuwdenpensioen. Uit artikel 1, tweede lid, aanhef en onder d, van de AOW volgt dat de als partner geregistreerde gelijkgesteld wordt met een gehuwde. Dit is slechts anders als sprake is van een uitzonderingssituatie: op grond van artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW wordt voor de toepassing van de AOW als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.

4.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat geen sprake is van een ongewilde verbreking van de huwelijkse samenleving. Volgens appellante is sprake van een gewilde verbreking van de huwelijke samenleving. In die situatie legt de Raad het begrip duurzaam gescheiden leven als volgt uit. Gehuwde mensen leven pas duurzaam gescheiden als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:

  1. ten minste één van hen wil de huwelijkse samenleving verbreken;

  2. ieder van hen leidt afzonderlijk een eigen leven alsof hij of zij niet met de ander is gehuwd;

  3. ten minste één van hen bedoelt deze situatie als blijvend.2

Of aan deze voorwaarden wordt voldaan, moet blijken uit de feitelijke omstandigheden. Daarvoor is niet voldoende dat betrokkenen hun hoofdverblijf niet hebben in dezelfde woning. De huwelijkse samenleving kan immers bestaan zonder dat de echtgenoten samenwonen.3 Voor de beoordeling of mensen duurzaam gescheiden leven is verder niet van belang om welke redenen zij de huwelijkse samenleving niet (of nog niet, niet meer of niet opnieuw) hebben verbroken.4

4.3.

Wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, is een herhaling van de gronden die zij bij de rechtbank heeft ingebracht. Wat de rechtbank daarover heeft geoordeeld, is juist. Zowel in het bestreden besluit als in de aangevallen uitspraak is voldoende uiteengezet waarom in het geval van appellante geen sprake is van duurzaam gescheiden leven. Deze overwegingen neemt de Raad over. Ook wordt aangesloten bij de overwegingen van de rechtbank dat de door appellante aangevoerde omstandigheden geen zodanige bijzondere omstandigheden zijn, waardoor toepassing van de wet achterwege zou moeten blijven.

Conclusie en gevolgen

4.4.

Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de herziening van het AOW-pensioen met ingang van 1 augustus 2023 naar de norm van een gehuwde in stand blijft.

5. Omdat het hoger beroep niet slaagt, krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Y. Sneevliet, in tegenwoordigheid van M. Dafir als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2025.

(getekend) Y. Sneevliet

(getekend) M. Dafir

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip duurzaam gescheiden leven.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels

Algemene Ouderdomswet

Artikel 9, eerste lid,

Deze wet kent een bruto-ouderdomspensioen voor:

  1. de ongehuwde pensioengerechtigde;

  2. de gehuwde pensioengerechtigde.

Artikel 1, derde lid, aanhef en onder b

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt:

(…)

als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.

1 Algemene Ouderdomswet.

2 Uitspraak van de Raad van 23 december 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:3273.

3 Uitspraak van de Raad van 9 oktober 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX9932.

4 Uitspraken van de Raad van 2 april 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1277 en 3 april 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1093.

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.