Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2022:1130

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
01-04-2022
Datum publicatie
26-04-2022
Zaaknummer
9752788 \ BH VERZ 22-1696
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Klacht m.b.t. bewindvoerder. Verbod voor bewindvoerderskantoor om bewindvoerder binnen haar organisatie bewindvoerderswerkzaamheden te laten verrichten vanwege gedragingen, te weten het niet (op eerste aanvraag) openheid van zaken geven naar kantonrechter en franchisegever, het niet naar waarheid verklaren, het niet aanvragen van machtiging , het vermengen van zakelijke- en privébelangen, terwijl hem duidelijk was dat dit niet was toegestaan en (uiteindelijk) het voor laten gaan van zijn privébelang boven het belang van rechthebbende.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2022/198
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Toezicht - Bewindsbureau

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer : 9752788 \ BH VERZ 22-1696
datum : 1 april 2022

Beschikking naar aanleiding van een klacht

ingediend door:

[betrokkene]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]

wonende [adres]

[woonplaats]

hierna te noemen: rechthebbende

voor wie tot 29 februari 2022 bewindvoerder was:

ZEKER Financiële Zorgverlening B.V.

postadres: Postbus 50099

1305 AB Almere
hierna te noemen: ZEKER

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- de klacht van rechthebbende, ter griffie ingekomen op 31 januari 2022.

De zaak is behandeld ter zitting van 22 maart 2022. Gehoord is bestuurder van ZEKER, de heer [A] . Van het verhandelde ter zitting is door de griffier aantekening gehouden.

De beoordeling


Bij beschikking van 28 februari 2022 is het bewind over het vermogen van rechthebbende, opgeheven. Hiertoe had rechthebbende een verzoek ingediend. De eveneens ingediende klacht van rechthebbende met betrekking tot het handelen van de bewindvoerder, zal nog nader worden behandeld door de kantonrechter, maar de uitkomsten van de behandeling tot nu toe geven aanleiding om een beslissing te geven met betrekking tot de inzet van [B] als bewindvoerder.

Het bewindvoerderskantoor dat benoemd was in het dossier van rechthebbende, ZEKER, betreft een franchiseorganisatie. [B] , is als franchisenemer bij ZEKER aangesloten en trad in het dossier van rechthebbende op als bewindvoerder.

In haar schrijven van 28 januari 2022 laat rechthebbende weten dat er zonder dat zij ergens voor getekend heeft door [B] een lening is afgesloten bij ECCON, het eigen bedrijf van [B] . Daarbij is er tevens een termijn van afbetaling gesteld die voor rechthebbende onmogelijk was, zo stelt zij. De gelden van die lening zijn gebruikt voor de huur van rechthebbende. Ter onderbouwing heeft rechthebbende bijlagen toegevoegd. Rechthebbende stelt dat het aangaan van deze lening niet noodzakelijk was omdat met betrekking tot de huurachterstand ook een regeling met de woningbouw afgesproken had kunnen worden.

Uit een uittreksel van de Kamer van Koophandel is gebleken dat het door rechthebbende genoemde bedrijf, betreft ECCON Holding B.V., hierna te noemen: ECCON. Van deze B.V. is [B] met zijn echtgenoot de enig aandeelhouder en bestuurder.

Ter zitting d.d. 23 februari 2022 waar het opheffingsverzoek van rechthebbende werd behandeld is [B] door de behandelend kantonrechter aangesproken op het feit dat er een lening is aangegaan zonder dat hiervoor machtiging is gevraagd aan de kantonrechter, dat er vervolgens bedragen zijn afgeschreven van de rekening van rechthebbende ten behoeve van het aflossen van die lening en hij is ook aangesproken op het spreken van onwaarheid in antwoord op vragen die de behandelend kantonrechter ter zitting stelde. [B] heeft pas na doorvragen door de kantonrechter laten weten wat zijn betrokkenheid bij ECCON is. Ook met betrekking tot de aflossingen op de lening heeft hij geen open kaart gespeeld. De behandelend kantonrechter heeft naar aanleiding hiervan aangedrongen op het ontslag van [B] .

Om een en ander te bespreken is een zitting bepaald. Op 22 maart 2022 is de bestuurder van ZEKER, de heer [A] , door de kantonrechter gehoord. Ter zitting laat [A] weten dat hij intern overleg heeft gehad met [B] . Daaruit is naar voren gekomen dat deze inderdaad door tussenkomst van ECCON, leningen heeft verstrekt. Hij heeft niet alleen aan rechthebbende een lening verstrekt, maar ook aan twee andere onderbewindgestelden. Duidelijk was voor [B] dat dit binnen ZEKER niet was toegestaan. Dit beleid was recent binnen ZEKER schriftelijk onder de aandacht van haar franchisenemers gebracht na een gesprek hierover van ZEKER met de rechtbank Midden-Nederland. ZEKER was niet op de hoogte gebracht van die leningen. Evenmin had [B] ZEKER geïnformeerd over zijn betrokkenheid bij Eccon.

Ook staat vast dat [B] voor het aangaan van de lening(en) geen machtiging aan de kantonrechter heeft gevraagd. Dit had hij wel behoren te doen.

De overeenkomsten van lening zouden, zo stelde [A] , niet op schrift zijn gesteld, maar uit het dossier van rechthebbende blijkt anders. Daarin is een document aangetroffen waarin staat dat er een lening is verstrekt aan rechthebbende en dat indien die niet binnen de gestelde termijn wordt afbetaald er een rentepercentage van 5% op jaarbasis verschuldigd is.

Waar aanvankelijk aan ECCON maandelijks € 50 werd afgelost, heeft [B] in januari 2022 en februari 2022 tweemaal een bedrag van € 275 afgeboekt, met als gevolg dat rechthebbende niet over leefgeld kon beschikken. [B] heeft ter zitting d.d.

23 februari 2022 in eerste instantie ontkend dat er op diezelfde dag nog een bedrag van €275 was afgeboekt. Pas nadat hij was geconfronteerd met de telefonisch zichtbaar gemaakte afschrijving werd dit erkend.

De hierboven vermelde gedragingen, te weten het niet (op eerste aanvraag) openheid van zaken geven naar kantonrechter en franchisegever, het niet naar waarheid verklaren, het niet aanvragen van machtiging , het vermengen van zakelijke- en privébelangen, terwijl hem duidelijk was dat dit niet was toegestaan en (uiteindelijk) het voor laten gaan van zijn privébelang boven het belang van rechthebbende maken dat [B] niet als bewindvoerder kan blijven optreden. Dat [B] naderhand bedragen heeft teruggestort naar rechthebbende maakt dit niet anders. Nu niet hij maar de franchisegever ZEKER als bewindvoerder is benoemd in de dossiers waarin [B] de werkzaamheden als bewindvoerder uitvoert, zal de kantonrechter ZEKER verbieden om [B] nog langer als bewindvoerder in te zetten.

De beslissing met betrekking tot de klachten wordt voor het overige aangehouden.

De beslissing


De kantonrechter:

- verbiedt ZEKER om [B] binnen haar organisatie bewindvoerderswerkzaamheden te laten verrichten.

- Houdt de beslissing voor het overige aan

Deze beschikking is gegeven door mr. R.P. van Eerde, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2022, in tegenwoordigheid van de griffier.