Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:5163

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
11-12-2017
Datum publicatie
24-01-2018
Zaaknummer
18/830178-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van professionele hennepteelt, het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid natte hennep en het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de grootschalige en/of beroeps- dan wel bedrijfsmatige hennepteelt. Verdachte heeft in dit verband deel uitgemaakt van een criminele organisatie die zich gedurende een aanzienlijke periode bezig heeft gehouden met hennepteelt en het exploiteren van een growshop. Binnen deze criminele organisatie vervulde verdachte een kleinere rol dan zijn medeverdachten. Naast de Opiumwetfeiten is verdachte ook nog schuldig aan het voorhanden hebben van een aanzienlijke hoeveelheid illegale wapen sen munitie. Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden. De rechtbank heeft de straf bekort in verband met het tijdsverloop.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/830178-15

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 11 december 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] aan [straatnaam] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

27 november 2017.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.P. Eckert, advocaat te Groningen.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. J.L. van den Broek.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 12 november 2014 tot en met 9 juni 2015 te

[pleegplaats 1] (provincie Groningen), in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

in een pand en/of in een of meer oplegger(s), gelegen en/of staande aan of bij

[straatnaam] , aldaar, in de uitoefening van een beroep of bedrijf,

opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk

geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een (grote) hoeveelheid van in totaal

(ongeveer) 1014 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of

delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een

materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij

de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid

van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 9 juni 2016 te [pleegplaats 1] (provincie Groningen), in elk geval

in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, in een pand aan [straatnaam] , aldaar, opzettelijk aanwezig heeft gehad

ongeveer 13703 gram natte hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30

gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet

behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a

van die wet;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2015 tot en met 9 juni 2015 te

Groningen, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen

(in een (winkel)pand aan de [straatnaam] ) stoffen en/of voorwerpen heeft

bereid, bewerkt, verwerkt, te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd,

verstrekt, vervoerd, vervaardigd of voorhanden gehad, te weten

- 96 armaturen

- 3 snelheidsregelaars

- 5 koolstoffilters

- 2 luchtafzuigers

- 7 slakkenhuizen

- 34 ventilatoren

- 12 temperatuurventilatieregelaars

- 12 water-, beluchting- en dompelpompen

- 607 groeimiddelen

- 24 hygro-ph/ec- en thermometers

- 49 knipbenodigdheden

- 12 groeitenten

- 4 droogrekken

- 24 transformatoren (merk: ELT 600 watt)

- 24 lampen (merk: Osram)

en/of gegevens voorhanden heeft gehad, te weten folders en/of kweekschema's

betreffende informatie met betrekking tot hennepzaken en/of materialen voor de

beroeps- of bedrijfsmatige hennepkweek,

waarvan hij en zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te

vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11,

derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;

4.

hij in of omstreeks de periode van 14 november 2014 tot en met 9 juni 2015 te

[pleegplaats 1] (provincie Groningen) en/of Groningen en/of op een of meerdere locaties

elders in Nederland, in elk geval in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie, welke werd gevormd door verdachte en/of

een of meer medeverdachten, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van

misdrijven, namelijk het overtreden van

- art. 11 lid 2 en/of lid 3 en/of lid 5 Opiumwet, te weten het al dan niet in

de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk telen en/of bereiden

en/of bewerken en/of vervoeren en/of verkopen en/of afleveren en/of

verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben van een grote hoeveelheid

hennep en/of hennepstekken en/of een groot aantal hennepplanten en/of delen

daarvan en/of meerdere zakken hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer

dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel

vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens

artikel 3a, vijfde lid van die wet

en/of

- art. 11a Opiumwet, te weten het bereiden en/of bewerken en/of verwerken

en/of te koop aanbieden en/of verkopen en/of afleveren en/of vervoeren en/of

vervaardigen en/of voorhanden hebben van stoffen of voorwerpen, dan wel het

voorhanden hebben van vervoermiddelen en/of ruimten en/of gelden en/of andere

betaalmiddelen en/of gegevens, waarvan verdachte en/of zijn mededader(s)

ernstige reden heeft/hebben om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het

plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, strafbaar gestelde

feiten;

5.

hij op of omstreeks 9 juni 2015 te Groningen, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een of meer wapens van categorie III en/of munitie van categorie III, te weten:

- een revolver, merk Smith & Wesson, model M 60-7, kaliber .38 Special en/of

- een semi-automatisch pistool, merk FN Browning, model HP (High Power),

kaliber 9 mm en/of

- een semi-automatisch pistool, merk I.M.I. (Israel Military Industries),

model Desert Eagle, kaliber .44 Magnum en/of

- een semi-automatisch pistool, merk Astra, model CUB, kaliber 6.35 mm,

serienummer 298539 en/of

- 31 centraalvuur kogelpatronen, merk Sellier & Bellot, kaliber .38 Special

en/of

- 89 centraalvuur kogelpatronen, merk CBC/S&B/R-P/Fiocchi/Dynamit Nobel,

kaliber 9 mm en/of

- 23 centraalvuur kogelpatronen, merk Starline, kaliber .44 Magnum en/of

- 6 centraalvuur kogelpatronen, merk Fiocchi, kaliber 6.35 mm

voorhanden heeft gehad.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Hij heeft daartoe aangevoerd dat de feiten 1 en 2 kunnen worden bewezen op grond van het proces-verbaal van het aantreffen van de hennepkwekerij, de DNA-matches, de camerabeelden waarop te zien is dat verdachte en zijn medeverdachten meerdere keren de kwekerij in en uit gaan en de verklaring van [getuige] . Het jaartal genoemd in feit 2 is een kennelijke verschrijving; in plaats van 2016 dient 2015 te worden gelezen. Wat betreft feit 3, het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor illegale hennepteelt, heeft de officier van justitie aangevoerd dat de in beslag genomen goederen die eigendom zijn van het door verdachte geëxploiteerde bedrijf [bedrijf 1] , naar hun aard en/of functie geschikt zijn voor bevordering van een optimale oogst en een optimale financiële opbrengst van een hennepkwekerij en daarom een professionele, op winst gerichte hennepteelt bevorderen. Vergelijkbare goederen zijn aangetroffen in de door verdachte geëxploiteerde, op winst gerichte hennepkwekerij in [pleegplaats 1] . Voorts zijn op de website van [bedrijf 1] kweekschema's aangetroffen die passen bij hennepteelt. De betrokkenheid van verdachte bij dit feit blijkt uit de camerabeelden. Met betrekking tot feit 4 heeft de officier van justitie aangevoerd dat aan de voorwaarden voor een criminele organisatie - het samenwerkingsverband, het oogmerk en de deelneming - ruimschoots is voldaan. Alle handelingen van verdachte en zijn medeverdachten waren gericht op hennepteelt en verkoop van goederen bestemd voor professionele, winstgevende hennepteelt. Verdachte heeft deel uitgemaakt van dit crimineel samenwerkingsverband. Ten slotte heeft de officier van justitie wat betreft feit 5 aangevoerd dat de wapens zijn gevonden in de woning van de vriendin van verdachte, waar verdachte volgens zijn eigen verklaring 3 tot 4 dagen per week verblijft. Zijn vriendin weet niets van de wapens, terwijl de broer van verdachte zegt dat hij de wapens aan verdachte heeft gegeven. Op grond hiervan kan worden aangenomen dat verdachte zich van de aanwezigheid van de wapens in de woning bewust was en dat verdachte de wapens voorhanden heeft gehad.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte van alle feiten moet worden vrijgesproken.

Hij heeft daartoe het volgende aangevoerd.

Wat betreft de feiten 1 en 2 is er geen sprake van een bewuste en nauwe samenwerking. Verdachte heeft noch een intellectuele noch een materiële bijdrage geleverd aan de hennepkwekerij. Verdachte ontkent zelfs ooit in de kwekerij te zijn geweest. Uit de verklaring van getuige [getuige] kan niet worden geconcludeerd dat verdachte daadwerkelijk door [getuige] in de kwekerij is gezien. Ook uit de camerabeelden komt dit niet duidelijk naar voren. Er wordt wel een gekleurde conclusie getrokken, maar in wezen gaat het om enkele onduidelijke observaties, waaruit niet blijkt of het om verdachte gaat en één observatie waaruit niet blijkt dat verdachte de kwekerij binnen is gegaan. Als de rechtbank al betrokkenheid van verdachte aanneemt, is de intensiteit van de samenwerking zeer laag en de rol van verdachte minimaal geweest. Met betrekking tot feit 3 kan verdachte wellicht verweten worden dat hij te weinig sturing aan zijn bedrijf heeft gegeven, maar dat betekent nog niet dat er sprake is geweest van opzettelijk handelen. Er is wat dit feit betreft hoe dan ook sprake van een zeer beperkte periode. Met betrekking tot feit 4 is niet gebleken dat sprake is van een structureel samenwerkingsverband. Het gaat slechts om één hennepkwekerij, waarbij, net als bij veel andere kwekerijen, meerdere personen zijn betrokken en de goederen afkomstig zijn uit een shop. Met betrekking tot feit 5 heeft verdachte verklaard dat hij een tasje van zijn broer in ontvangst heeft genomen, zonder daarin te kijken. Dit is een aannemelijke verklaring en daarvan uitgaande is verdachte zich niet bewust geweest van de aanwezigheid van de wapens en munitie in de woning van zijn vriendin.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

ten aanzien van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde:

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij d.d. 10 juni 2015, opgenomen op pagina 741 e.v. (van ordner 2 van zaaksdossier 1 t/m 5) van het dossier van de politie Noord-Nederland met nummer GRN 2014125477 d.d. 20 januari 2016, inhoudende de verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 9 juni 2015 werd door mij in perceel [straatnaam] te [pleegplaats 1] een hennepkwekerij aangetroffen. Ik zag dat in de bedrijfsunit een professionele in werking zijnde hennepkwekerij was ingericht en dat deze hennepkwekerij bestond uit 4 kweekruimtes waarin totaal 1014 hennepplanten zijn aangetroffen. Op grond van de aangetroffen kwekerij kan deze worden aangemerkt als beroeps- of bedrijfsmatig, dan wel professioneel handelen met betrekking tot de teelt van hennep.
Ik zag dat in de droogruimte op vier droogrekken verse henneptoppen lagen te drogen. Het betrof natte hennep, dat wil zeggen, dat deze toppen 1 of 2 dagen daarvoor moeten zijn geoogst. In totaal betrof het netto gewicht van de hennep 13.703 gram.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen beoordelen beelden camera 1, opgenomen op pagina 37 e.v. (van ordner 1 van zaaksdossier 1 t/m 5) van voornoemd dossier d.d. 30 maart 2015, inhoudende de verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Vanaf 16 december 2014 werden in verband met de mogelijke aanwezigheid van een hennepkwekerij in het pand [straatnaam] te [pleegplaats 1] op grond van artikel 3 van de Politiewet twee camera's geplaatst. Uit de beelden is gebleken dat er ten minste vier verdachte voertuigen zijn betrokken bij de vermoedelijke hennepkwekerij. Dit betreffen:
een zwarte Mercedes Vito, kenteken [nummer] , die op naam staat van [medeverdachte 1] , een groene VW Passat Variant, kenteken [nummer] , die op naam staat van [medeverdachte 2] , een grijze Ford Fiesta, kenteken [nummer] die op naam staat van de [bedrijf 2] , en een blauwe Mercedes Vito, kenteken [nummer] , die op naam stond van [bedrijf 3] Uit het informatiesysteem van de politie is gebleken dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] contacten van elkaar zijn. Op 27 mei 2013 werden zij tijdens een controle op de A7 aangetroffen en toen bleek in de auto waarin zij zich bevonden een professionele bewatering- en afzuiginstallatie ten behoeve van een hennepkwekerij te liggen.

Uit onderzoek is tevens gebleken dat de grijze Ford Fiesta ( [nummer] ) op 30 januari 2015 is aangetroffen op het parkeerterrein van growshop [bedrijf 1] aan de [straatnaam] te Groningen. Tijdens het onderzoek werd gezien dat de VW Passat Variant ( [nummer] ) op 20 februari 2015 geparkeerd stond op het terrein van growshop [bedrijf 1] . Uit de beelden is gebleken dat er ten minste vier personen zijn betrokken bij de vermoedelijke hennepkwekerij. Dit betreft volgens hun signalementen vermoedelijk de volgende personen: [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum] -1991, [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum] -1985, [verdachte] , geboren op [geboortedatum] -1994 en [medeverdachte 3] , geboren op [geboortedatum] -1982.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal relaas van onderzoek d.d. 20 januari 2016, opgenomen voorin ordner 1 van zaaksdossier 1 t/m 5 van voornoemd dossier, afzonderlijk genummerd pagina 1 t/m 99, algemeen deel op pagina 14 e.v., inhoudende de verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Uit het beoordelen van de camerabeelden, van 30 maart tot en met 11 mei 2015, zijn processen- verbaal van bevindingen opgemaakt. Uit de beelden kan het volgende worden opgemaakt. De verdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] komen bijna dagelijks, een of meerdere malen en in wisselende samenstelling in de vermoedelijke hennepkwekerij op [straatnaam] . Een aantal malen kan uit de beelden ook de verdachte [medeverdachte 3] worden herkend. Op de beelden is te zien, dat de verdachte(n) regelmatig goederen naar het pand brengen en afvoeren. Op 9 april 2015, omstreeks 08.21 uur, gaat [verdachte] , vergezeld van drie oudere dames de vermoedelijke kwekerij in. Pas om 18.59 uur, verlaten de vrouwen het pand en de kweeklocatie. Op beelden is te zien dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , die dag in de vermoedelijke kwekerij zijn.

De eigenaar van [bedrijf 1] , [verdachte] , blijkt betrokken bij de hennepkwekerij in [pleegplaats 1] . Op camerabeelden is te zien dat hij veelvuldig de kwekerij in [pleegplaats 1] binnen ging.

De camerabeelden, die gemaakt zijn te [pleegplaats 1] en bij [bedrijf 1] , bevestigen, dat er een duidelijk verband bestaat tussen de hennepkwekerij en de growshop. Met uitzondering van de verdachte [getuige] , worden alle verdachten, regelmatig en soms dagelijks bij [bedrijf 1] gesignaleerd en er wordt gezien, dat zij wel op de winkel passen. Uit politieonderzoeken is dikwijls gebleken, dat deze growshops gebruikt worden als een soort 'clubhuis' om zaken te bespreken aangaande de in- en verkoop van hennep en de opbouw van hennepkwekerijen. In de hennepkwekerijen te [pleegplaats 1] en [pleegplaats 2] werden hennep gerelateerde goederen aangetroffen, die afkomstig waren van [bedrijf 1] . Het betreft hier goederen voor de inrichting van de kwekerij, die voornamelijk alleen in growshops verkrijgbaar zijn. Kennelijk werden goederen van [bedrijf 1] , welke ter voorbereiding zijn of vergemakkelijking van illegale hennepteelt, verhandeld. Uit camerabeelden blijkt dat klanten van [bedrijf 1] vaak hennep gerelateerd zijn.

Op 11-5-2015 heeft de officier van justitie van de ING Bank gegevens gevorderd. Uit de verkregen afschriften van de bankrekening t.n.v. [bedrijf 1] is onder andere gebleken dat tot 30-4-2015 betreffen de inkomsten op de rekening voornamelijk 16 contante stortingen, in totaal ter waarde van € 100.015. Uit de bankafschriften blijken geen girale overschrijvingen en/of pinbetalingen door klanten.
De bevindingen tonen aan dat de administratie organisatie van [bedrijf 1] het mogelijk maakt dat de onderneming wordt gebruikt voor het faciliteren van bedrijfsmatige en/of grootschalige hennepteelt en dat het doel van de onderneming kennelijk anders is dan het op legale en duurzame wijze maken van winst.

De huurcontracten van de locaties stonden op naam van zogenaamde katvangers. De huur van de panden werd contant betaald, of vond plaats door middel van Money Transfer, waardoor de herkomst van de huur niet of nauwelijks kon worden achterhaald.

De voertuigen die de verdachten gebruikten en waarmee ze ook bij de hennepkwekerij kwamen stonden vanaf april 2015 niet op hun eigen naam. Zij gebruikten hier ook zogenaamde katvangers voor.

De opsporing werd bemoeilijkt, doordat drie van de vier verdachten, op een locatie verbleven, waar zij niet stonden ingeschreven. Dat de vier verdachten, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 3] nauw samenwerken, kan zijn oorsprong hebben in het feit, dat allen bewoners zijn van het woonwagenkamp [straatnaam] in Groningen. De verdachten wonen op een gedeelte van het ‘kamp’, waarbij zij gemakkelijk nauwe contacten kunnen onderhouden. Hierbij hoeft slechts even de weg worden overgestoken, om elkaar te ontmoeten. Van woonwagenkampen is bekend, dat het over het algemeen gaat om hechte gemeenschappen. Hierbij is het `not done' om uit de school te klappen.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen beoordelen beelden camera 1, deel 2, opgenomen op pagina 49 e.v. (van ordner 1 van zaaksdossier 1 t/m 5) van voornoemd dossier d.d. 9 april 2015, inhoudende als de verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

In dit proces-verbaal worden de bevindingen verwoord van camera 1 bij het pand [straatnaam] te [pleegplaats 1] .

11 maart 2015, omstreeks 12:23 uur, twee manspersonen, verdachten [medeverdachte 2] en [verdachte] , lopen vanaf de linkerzijde het beeld in en gaan vervolgens bij de deur, rechts van de blauwe silo, de unit waar vermoedelijk de hennepkwekerij zit naar binnen. Om 14:21 uur vertrekken beide personen weer.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen beoordelen beelden camera1, deel 3, opgenomen op pagina 63 e.v. (van ordner 1 van zaaksdossier 1 t/m 5) van voornoemd dossier d.d. 22 mei 2015, inhoudende als de verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

In dit proces-verbaal worden de bevindingen verwoord van camera 1 bij het pand [straatnaam] te [pleegplaats 1] .
Op 2 april 2015 om 15:21 uur loopt een verdachte, gekleed in donkergekleurde driekwart jas met capuchon, donkere broek en donker gekleurde schoenen met lichte zool, naar de ingang van de verdachte unit en opent de deur. De andere verdachte rijdt de VW Passat variant, kenteken [nummer] , met de kofferbak voor de ingang van de vermoedelijke hennepkwekerij. Het signalement van de verdachten komt overeen met dat van [medeverdachte 2] en [verdachte] . Er worden diverse goederen vanuit de auto het pand ingedragen. Om 16:31 uur komen beide verdachten weer in beeld als ze de verdachte unit verlaten.

Op 9 april 2015 om 8:21 uur loopt verdachte [verdachte] naar de deur van de vermoedelijke hennepkwekerij. Achter hem lopen een drietal oudere dames. [verdachte] draagt een blauwe draagtas. Alle vier personen gaan de verdachte unit binnen. Om 11:50 uur loopt verdachte [medeverdachte 1] naar buiten. Hij loopt links uit beeld en komt 1 minuut later weer het beeld in lopen. In zijn rechterhand draagt hij iets donkers met daarboven op een wit doosje of iet dergelijks. Hij gaat de verdachte unit weer binnen. Om 18:59 uur gaat de deur open en komen de drie dames weer naar buiten. Op het moment dat de derde dame weg loopt staat verdachte [medeverdachte 2] in de deuropening. [medeverdachte 2] blijft binnen en doet de deur dicht. Om 21:44 uur gaat de deur open en staan drie personen in het licht wat binnen in de verdachte unit brandt. Alle drie verdachten kijken om zich heen en lopen vervolgens naar buiten. De grootste van de drie sluit de deur.

11 april 2015 om 11:50 uur komt vanaf links verdachte [verdachte] het beeld in lopen. Bij hem is een tweede verdachte. Het signalement lijkt op het signalement van de broer van verdachte [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] . [verdachte] draagt in zijn hand een gevulde witte tas. Als beide verdachten naar binnen gaan in de verdachte unit is zichtbaar dat er al een verdachte binnen is. Het gaat hier om verdachte [medeverdachte 1] . Om 11:51 uur komt de vierde verdachte aanlopen. Het signalement van deze verdachte komt overeen met dat van [medeverdachte 2] . Hij gaat ook naar binnen, wederom staat [medeverdachte 1] achter de deur. Om 18:09 uur gaat de deur van de verdachte unit open. Vier verdachten komen naar buiten. Als eerste verdachte [medeverdachte 1] , als tweede verdachte [verdachte] , als derde verdachte de mogelijke [medeverdachte 3] en als laatste verdachte [medeverdachte 2] . Deze laatste sluit de deur.

17 april 2015 om 17:54 uur (de rechtbank begrijpt 14:54 uur1) komen verdachte [medeverdachte 1] en verdachte [medeverdachte 2] vanaf links het beeld binnen lopen. Verdachte [medeverdachte 1] opent met behulp van een sleutel de deur en beide verdachten gaan naar binnen. Direct daarna komt een derde verdachte, [verdachte] , bij het pand en gaat ook naar binnen. Om 16:09 uur gaat de deur open en verlaten de drie verdachten de verdachte unit. Verdachte [verdachte] sluit de deur af.

Op 8 mei 2015 om 8:54 uur lopen verdachte [medeverdachte 2] en [verdachte] vanaf de linkerzijde het beeld binnen en gaan via de toegangsdeur de verdachte unit binnen. Om 12:48 uur gaat de deur open en verlaten de twee verdachten de verdachte unit.

Op 9 mei 2015 om 11:15 uur lopen verdachten [medeverdachte 2] , [verdachte] en de nog onbekende vierde verdachte het beeld binnen en gaan via de toegangsdeur de verdachte unit binnen. Om 12:39 uur gaat de deur open en verlaten de drie verdachten de verdachte unit. Om 13:14 uur lopen verdachten [medeverdachte 2] , [verdachte] en de nog onbekende vierde verdachte wederom het beeld van de camera binnen en gaat via de toegangsdeur de verdachte unit binnen. Om 15:30 uur gaat de deur open en verlaten de drie verdachten de verdachte unit.

Op 11 mei 2015 om 11:01 uur rijdt een blauwe Mercedes Vito met de achterzijde voor de ingang van de verdachte unit. De onbekende verdachte stapt uit als bestuurder. Er is te zien dat de deur van de verdachte unit opengaat en dat één verdachte naar binnen gaat. Om 11:01 verdwijnt de Mercedes uit beeld. Om 11:02 uur gaat de nog onbekende verdachte eveneens de verdachte unit binnen. Om 11:19 uur gaat de deur open en verlaten de onbekende verdachte en [verdachte] de verdachte unit.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor (mede)verdachte d.d. 11 juni 2015, opgenomen op pagina 1006 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige] , zakelijk weergegeven:
Ik denk dat ik 1,5 jaar weet dat er een hennepkwekerij (in de loods aan [straatnaam] te [pleegplaats 1] ) zat. Dat was eind 2013 begin 2014. [medeverdachte 1] heeft mij dat verteld. Ik ben via de loopdeur naar binnen gegaan. Toen ben ik links af de loods ingegaan. Ik zag dat daar 2 trailers stonden. In de trailers zaten geen hennepplanten, maar het was wel de bedoeling dat die erin kwamen. Ze vertelden dat ze tafeltjes aan het timmeren waren voor de hennepplanten. Ik ben toen langs de trailer gelopen en dan kun je rechts een ruímte ingaan. Ik zag dat daar hennepplanten stonden met allemaal lampen erboven. Er stonden heel veel lampen. Later ben ik er nog een keer geweest en toen zaten de trailers vol. Dat zou begin 2014 zijn geweest.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor (mede-) verdachte d.d. 11 juni 2015, opgenomen op pagina 1006 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige] , zakelijk weergegeven:

Ik heb gezien dat er planten stonden in de trailers en in de ruimtes aan de achterzijde van de gang. Ik heb de volgende personen die hennepkwekerij binnen zien gaan: [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , het broertje van [medeverdachte 1] . Ik weet zijn naam niet. U laat mij een aantal foto’s zien. (Foto 1 is [medeverdachte 1] . Foto 2 is [medeverdachte 2] . Foto 3 is [verdachte] .) Foto 1 is [medeverdachte 1] , 100% zeker. Foto 2 is [medeverdachte 2] . Foto 3 weet ik niet hoe die heet. Mij is verteld dat dat het broertje is van [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] , [straatnaam] te Groningen, huurde het pand.
De huur was van oktober 2012 tot heden.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor (mede)verdachte d.d. 9 juni 2015, opgenomen op pagina 1030 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 1] , zakelijk weergegeven:
Ik heb in [pleegplaats 1] een pand op naam, [straatnaam] 13 geloof ik. [getuige] is de eigenaar van dat gebouw.

9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor (mede)verdachte d.d. 19 juni 2015, opgenomen op pagina 1050 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1] , zakelijk weergegeven:

[medeverdachte 3] staat bij ons op het kamp. U vraagt of hij met me mee gaat naar [straatnaam] in [pleegplaats 1] . Ja. Staat hij ook op de camera dan? Jullie hadden wel overal camera's staan. [medeverdachte 2] ken ik. Die woont ook bij het kamp. Hij gaat ook wel eens mee naar [straatnaam] .

10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor (mede-) verdachte d.d. 11 juni 2015, opgenomen op pagina 1253 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 3] , zakelijk weergegeven:

U vraagt me te kijken naar acht fotoafdrukken van gemaakte cameraopnames in het onderzoek en te verklaren hoe het nu echt zit. Ja, wat moet ik hierop zeggen. Het ligt vast. Jullie zijn echt goed. Ik kan er verder niets anders van maken, hier is het bewijs. Je hebt goed je werk gedaan.

11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor (mede)verdachte d.d. 19 juni 2015, opgenomen op pagina 1253 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 3] , zakelijk weergegeven:

Het klopt dat ik de persoon ben in het donkere jack met lichtblauwe bies over de schouders, die als eerste als bestuurder instapt bij [bedrijf 1] , te zien op de eerder getoonde afbeeldingen. Het klopt dat de andere persoon, gekleed in groen poloshirt, [verdachte] is.

12. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal relaas d.d. 5 oktober 2015, opgenomen op pagina 421 (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 2) van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Bij de zoeking aan [straatnaam] te [pleegplaats 1] (Gr) werden de volgende sporendragers veiliggesteld:
AAES1601NL - bemonstering blikje (op afzuigbox op zolder)
AAES1597NL - handschoenen (lag in droogruimte hennep)
Bij het onderzoek naar sporen op de handschoenen werden de volgende bemonsteringen veiliggesteld:
AAIP4080NL - bemonstering linker handschoen van handschoenenpaar (AAES1597NL)
AAIP4081NL - bemonstering rechter handschoen van handschoenenpaar (AAES1597NL)
AAIP4082NL - bloed aangetroffen in rechter handschoen van handschoenenpaar (AAES1597NL)
AAIP4083NL - binnenzijde van de handschoen (AAES1598NL)
Van de bemonstering van het blikje, op afzuigbox op zolder (SIN AAES1601NL) is een DNA-profiel verkregen. Dit DNA-profiel cluster is afkomstig van [medeverdachte 1] .
De bemonstering van bloed (AAIP4082NL) uit aangetroffen in de rechter handschoen van handschoenenpaar (AAES1597NL), aangetroffen in de droogruimte is een DNA-profiel. Bij deze vergelijking is tot op heden één match gevonden. Dit DNA-profiel cluster is afkomstig van [medeverdachte 3] .
Van de bemonstering van een linker handschoen AAIP4080NL, aangetroffen in de droogruimte, is een DNA-profiel mengprofiel van minimaal drie personen op verkregen. Het afgeleid DNA-hoofdprofiel van een man verdachte [medeverdachte 3] en DNA-neven-kenmerken van minimaal twee andere personen, waarbij de verdachte [medeverdachte 2] niet uit te sluiten is.
Van de bemonstering van een rechter handschoen AAIP4081NL, aangetroffen in de droogruimte, is een DNA-profiel mengprofiel van minimaal twee personen op verkregen. Het afgeleid DNA-hoofdprofiel is afkomstig van een man, verdachte [medeverdachte 3] .
Van de bemonstering van een rechter handschoen AAIP4083NL, aangetroffen in de droogruimte, is een DNA-profiel verkregen. Bij deze vergelijking is tot op heden één match gevonden. Dit DNA- profiel cluster is afkomstig van [verdachte] .

13. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen beoordeling camerabeelden d.d. 5 mei 2015, opgenomen op p. 138 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 1) van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

In het onderzoek "Baham" werd er, op grond van artikel 3 van de Politiewet, op 6 mei 2015 een drietal camera's geplaatst op de [straatnaam] te Groningen. De opgenomen camerabeelden van de periode 6 mei 2015 t/m 20 mei 2015 zijn door mij bekeken. Uit de beelden is gebleken dat:

- in deze periode is [medeverdachte 2] tenminste 11 keer bij [bedrijf 1] is geweest;

- in deze periode is [medeverdachte 1] tenminste 25 keer bij [bedrijf 1] geweest. Tevens is gebleken dat [medeverdachte 1] van de genoemde 25 keer, tenminste 6 keer in de avonduren en nachtelijke uren in het pand aanwezig was;

- in deze periode is een blauwe Mercedes Vito, kenteken [nummer] , die door alle verdachten wordt gebruikt, 22 keer bij [bedrijf 1] gezien;

- in deze periode is [verdachte] tenminste 7 keer bij [bedrijf 1] geweest;

- in deze periode is [medeverdachte 3] 4 keer door een dame bij [bedrijf 1] gebracht en opgehaald.

Alle vier verdachten hebben een sleutel in bezit van het bedrijfspand van [bedrijf 1] , zij maken hier alle vier ook gebruik van. Alle verdachten vervullen een functie binnen het bedrijf [bedrijf 1] . Er worden door hen klanten en leveranciers ontvangen en te woord gestaan. Daarnaast worden goederen in ontvangst genomen en klanten worden geholpen bij het inladen van goederen. Tevens is gebleken dat zowel [medeverdachte 1] en [verdachte] ook wel 's avonds in het pand aanwezig zijn en soms mensen ontvangen.

Op de camerabeelden van 8 mei 2015 om 12:40 uur, locatie [straatnaam] te [pleegplaats 1] , is te zien dat verdachten [verdachte] en [medeverdachte 2] de vermoedelijke hennepkwekerij verlaten. Circa 25 minuten later, om 13:04 uur parkeert [medeverdachte 2] de witte Ford Focus, [nummer] , op het terrein van [bedrijf 1] te Groningen. Hierna lopen beide verdachten het kantoor van [bedrijf 1] binnen.
Op 11 mei 2015 om 10:32 uur vertrekt verdachte [medeverdachte 3] als bestuurder in de blauwe Mercedes Vito, [nummer] , het parkeerterrein van [bedrijf 1] te Groningen. Verdachte [verdachte] stapt als bijrijder ook in de Mercedes. Vervolgens is op de camerabeelden bij de vermoedelijke hennepkwekerij aan [straatnaam] te [pleegplaats 1] te zien dat verdachte [medeverdachte 3] die dag om 11:01 uur uit een blauwe bestelbus stapt en naar de ingang van de vermoedelijke hennepkwekerij loopt en vervolgens het pand binnen gaat. Om 11:19 uur is te zien dat verdachten [medeverdachte 3] en [verdachte] het pand weer verlaten en in de blauwe bestelbus vertrekken. Ruim 36 minuten later, om 11:56 uur parkeer [verdachte] de blauwe Mercedes Vito op het parkeerterrein van [bedrijf 1] aan de [straatnaam] te Groningen en gaan het kantoor van [bedrijf 1] binnen.

14. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 oktober 2015, op genomen op pagina 177 e.v. (van ordner zaaksdossier 1 t/m 3, deel 1) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 30 april 2015 raadpleegde ik de website www.[bedrijf 1].nl. Op deze website vond ik de volgende informatie:

Bedrijfsinformatie: [bedrijf 1] Groningen, [straatnaam] , [postcode] Groningen.

Op de website stonden twee kweekschema's weergegeven over twee soorten grond, namelijk "Terra/soil" en "Hydro I cocos". Beide betreffende 9 weekse schema's met aangegeven hoeveel ml voedingsmiddel per 100 ml water dient te worden toegevoegd. Op de website was verder een webshop met artikelen m.b.t. irrigatie, voedingsmiddelen, kweektenten, verlichting en elektra. Bij veel van de producten staan prijzen weergegeven, echter ze lijken via de website niet te bestellen / of te betalen.

In de vestiging van [bedrijf 1] zijn diverse hennepgerelateerde handelsgoederen aangetroffen en in beslag genomen ter verbeurdverklaring. Onder andere werden armaturen, koolstoffilters, slakkenhuizen/kistventilatoren, temperatuurregelaars, groeimiddelen en groeitenten in beslag genomen. Van de inbeslagname een Inventarisatielijst goederen artikel 11a Opiumwet opgemaakt.

15. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakte inventarisatielijst goederen artikel 11a Opiumwet d.d. 9 juni 2015, opgenomen op pagina 187 (van ordner zaaksdossier 1 t/m 3, deel 1) van voornoemd dossier, zakelijk weergegeven:

- 92 armaturen

- 3 snelheidsregelaars

- 5 koolstoffilters

- 2 luchtafzuigers

- 7 slakkenhuizen

- 34 ventilatoren

- 12 temperatuurventilatieregelaars

- 12 water-, beluchting- en dompelpompen

- 607 groeimiddelen

- 24 hygro-ph/ec- en thermometers

- 49 knipbenodigdheden

- 12 groeitenten

- 4 droogrekken

16. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 oktober 2015, opgenomen op pagina 233 e.v. (van ordner zaaksdossier 1 t/m 3, deel 1) van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Opgemerkt wordt dat op de inventarisatielijst staat dat er 92 armaturen in beslag genomen zijn, echter dit is een rekenfout. Uit de beschrijving is op te maken dat het 3 x 8 armaturen betreft van het type R641 en 9 x 8 van het type R640, derhalve in totaal 96 armaturen.

17. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 juli 2015, opgenomen op pagina 842 e.v. (van ordner zaaksdossier 1 t/m 3, deel 2) van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op het adres [straatnaam] te Groningen werd een groot aantal kweekbenodigdheden aangetroffen voor de professionele hennepteelt. Dit betrof onder andere grote hoeveelheden: - voedingssupplementen van diverse merken, zoals Canna, Gout, Plagron, [bedrijf 1] en House & Garden;

- teelaarde, diverse producten van het merk [bedrijf 1] ;

- snelheidsregelaars, koolstoffilters, luchtafzuigers, flexibele luchtslang, slakkenhuisventilators, ventilatoren temperatuurventilatieregelaars o.a. Opticlimate, water- en/of dompelpompen, hygro-ph/ec en thermometers, watertonnen, armaturen, groeitenten en droogrekken;

- Folders Kera/California, verkoopcatalogus met betrekking tot hennepzaden van diverse soorten. Hierin is onder andere vermeld: hoe lang de kweek duurt, binnen of buiten kweek, moeilijkheid kweken, opbrengst, hoogte, effect op gebruiker. Kweekschema [bedrijf 1] .

18. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 oktober 2015, opgenomen op pagina 233 (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 1) van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Uit de verbandcontrole blijkt dat in de periode tussen de start van de onderneming en de doorzoeking substantiële hoeveelheden hennepgerelateerde handelsgoederen aan [bedrijf 1] zijn geleverd en op niet gebruikelijke wijze zijn onttrokken aan de voorraad van de onderneming.

19. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen AH-071 d.d. 19 augustus 2015, opgenomen op pagina 883 (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 2) van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 6 juli 2015 heeft het onderzoeksteam BAHAM van het RIEC twee rapportages ontvangen inzake bedrijfsbezoeken van de Belastingdienst aan [bedrijf 1] . Samengevat bevatten deze de volgende bevindingen:

Bedrijfsbezoek d.d. 9 oktober 2014

Controleur heeft gesproken met directeur [verdachte] (belastingplichtige) en [naam] van [bedrijf 4] . De feitelijke bedrijfsactiviteit bestaat uit de exploitatie van een growshop (detailhandel in kwekerijbenodigdheden). [bedrijf 1] is een onderneming waar verdachte [verdachte] enig aandeelhouder en bestuurder van is, de onderneming heeft geen personeel in dienst. Bij [bedrijf 1] wordt geen voorraadadministratie bijgehouden. Het ontvangen van en betalen voor goederen van leveranciers, dan wel het uitgeven van en ontvangen van geld voor goederen aan bezoekers, maken deel uit van de rechtshandeling koop welke de rechtspersoon [bedrijf 1] door middel van overeenkomst bindt aan een derde partij. Op diverse dagen blijkt dat [verdachte] niet aanwezig in [bedrijf 1] , echter [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] of [medeverdachte 2] wel, zowel binnen als buiten de openingstijden van de onderneming. Op 8, 9, 11, 16, 18, 20, 27 en 29 mei 2015 ontvangen zij daarbij kennelijk bezoekers en leveringen.

20. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 juni 2015, opgenomen op pagina 1179 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [verdachte] , zakelijk weergegeven:

Ik verdien mijn geld met mijn zaak, [bedrijf 1] . We leveren tuinaarde, Grow spullen.

ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde:

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal relaas d.d. 5 oktober 2015, opgenomen op pagina 421 e.v. (van ordner zaaksdossier 1 t/m 5, deel 2) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:
Op 9 juni 2015 werd door de politie op meerdere locaties doorzoekingen gedaan.
Bij de doorzoeking op locatie [straatnaam] te Groningen werden de volgende sporendragers veiliggesteld:

- Revolver merk Smith & Wesson, zwarte laptoptas (kinderkamer)
- Munitie in washandje, zwarte laptoptas (kinderkamer)
- Pistool merk Browning, zwarte laptoptas (kinderkamer)

- Munitie uit houder Browning
- Pistool merk Magnum, zwarte laptoptas (kinderkamer)
- Pistool merk Astra, in meubel onder tv (woonkamer)

- Munitie 6 x uit houder Astra
- Munitie, in washandje in meubel onder tv (woonkamer).

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 19 januari 2016, opgenomen op pagina 907 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Door de politie werden op (vuur)wapens en munitie gelijkende voorwerpen in beslaggenomen onder [medeverdachte 4] , geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats] , wonende [straatnaam] te Groningen en [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] . De voorwerpen betreffen:
Wapen 1: een revolver, merk Smith & Wesson, model M 60-7, kaliber .38 Special.

Wapen 2: een semiautomatisch pistool, merk FN Browning, model HP (High Power), kaliber 9 mm, serienummer 246 PN67408.

Wapen 3: een semiautomatisch pistool, merk I.M.I. (Israel Military Industries), model Desert Eagle, kaliber .44 Magnum.
Wapen 4: een semiautomatisch pistool, merk Astra, model CUB, kaliber 6.35 mm, serienummer 298539.
Derhalve zijn de voorwerpen alle vuurwapens in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2, lid 1 categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie.

Munitie 1: 31 centraalvuur kogelpatronen, merk Sellier & Bellot, kaliber .38 Special.
Munitie 2: 89 centraalvuur kogelpatronen, merk CBC/S&B/R-P/Fiocchi/Dynamit Nobel, kaliber 9 mm.
Munitie 3: 23 centraalvuur kogelpatronen, merk Starline, kaliber .44 Magnum.
Munitie 4: 6 centraalvuur kogelpatronen, merk Fiocchi, kaliber 6.35 mm.
Derhalve is dit munitie in de zin van artikel 1 onder 4e gelet op artikel 2 lid 2, categorie III van de Wet wapens en munitie.
De vrijstellingsbepalingen van de Wet wapens en munitie zijn op het voormelde vuurwapen en munitie niet van toepassing.
Gezien het vorenstaande werden vuurwapen en munitie voorhanden gehouden als bedoeld in artikel 26 lid 1 in verband met artikel 55 lid 1 en 3 onder a van de Wet wapens en munitie.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor (mede)verdachte d.d. 11 juni 2015, opgenomen op pagina 1325 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 4] :

[verdachte] slaapt af en toe bij mij. Ik weet niets van een zwarte tas die is aangetroffen in mijn woning. Ik weet echt niets van een tas met vuurwapens en munitie.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor (mede)verdachte d.d. 11 juni 2015, opgenomen op pagina 1041 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] :
Ik denk dat jullie vier wapens bij [verdachte] en [medeverdachte 4] in de woning hebben gevonden. Ik heb ze aan [verdachte] gegeven en gevraagd of hij ze wilde opruimen. Ik zei dat hij ze netjes weg moest leggen.

De rechtbank overweegt met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten het volgende.

ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde

De rechtbank stelt op grond van de beschrijving van de camerabeelden vast dat verdachte in de tenlastegelegde periode in ieder geval acht maal het pand aan [straatnaam] te [pleegplaats 1] , waar de hennepkwekerij was gevestigd, is binnengegaan en daar soms urenlang heeft verbleven. Te zien is dat verdachte goederen –vanuit zijn growshop [bedrijf 1] - in en uit het pand heeft gebracht, daarin met drie oudere dames naar binnen is gegaan en ook een keer de deur heeft afgesloten bij het als laatste verlaten van het pand. Dit in samenhang beschouwd met de resultaten van het DNA-onderzoek, waaruit naar voren komt dat het DNA-profiel, dat is verkregen van een in de kwekerij aangetroffen latex-handschoen, matcht met het DNA-profiel van verdachte, gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte in de tijd dat hij in de kwekerij was werkzaamheden heeft verricht ter verzorging en/of verwerking van de hennepplanten. Daarbij acht de rechtbank verdachtes alternatieve verklaring voor de aanwezigheid van een handschoen die zijn DNA bevatte in de hennepkwekerij (inhoudende dat hij dit soort handschoenen gebruikte bij laadactiviteiten bij zijn grrowshop) niet aannemelijk, nu dit soort latex handschoenen niet gebruiikelijk zijn bij dit soort activiteiten (doch wel bij hennepteelt). Door het voornamelijk zwijgen van verdachte kan niet exact worden vastgesteld welke werkzaamheden verdachte heeft verricht, maar gelet op de vele uren die verdachte in de kwekerij heeft doorgebracht is de bijdrage van verdachte aan het telen van hennep zonder meer van voldoende gewicht geweest om te kunnen spreken van medeplegen. Daarbij neemt de rechtbank ook mee dat de growshop [bedrijf 1] , die een faciliterende functie had bij de onderhavige hennepteelt, op verdachtes naam stond.

Nu verdachte mede verantwoordelijk is voor de exploitatie van de hennepkwekerij, is tevens te bewijzen dat hij de aangetroffen natte hennep, die in de kwekerij lag te drogen, samen met de medeverdachten opzettelijk aanwezig heeft gehad.

ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen volgt dat de in de [straatnaam] te Groningen aangetroffen goederen geschikt zijn voor professionele hennepteelt. De goederen uit de [straatnaam] te Groningen zijn kennelijk ook gebruikt voor de eigen hennepkwekerij in [pleegplaats 1] . Onder ‘grootschalige teelt’ wordt 500 gram of 200 planten of meer verstaan volgens artikel 1, lid s, van het Opiumwetbesluit. De mede door verdachte geëxploiteerde kwekerij in [pleegplaats 1] bestond uit 1014 planten en betrof derhalve ruimschoots meer dan 200 planten. Ook het gemiddeld per klant bestede bedrag bij [bedrijf 1] , uitgaande van de 16 stortingen voor een bedrag van in totaal € 100.015,- in de onderzochte periode, wijst naar het oordeel van de rechtbank niet op kleinschalige teelt. Er was derhalve sprake van leveringen van goederen voor grootschalige professionele hennepteelt. Dat verdachte en zijn medeverdachten ook wisten wat nodig was voor het inrichten van een op winst gerichte kwekerij, mag alleen al blijken uit de wijze waarop zij de hennepkwekerij in [pleegplaats 1] hebben ingericht en geëxploiteerd.

De betrokkenheid van verdachte en zijn medeverdachten bij de voorbereidingshandelingen voor grootschalige professionele hennepteelt blijkt uit de camerabeelden. Op grond van de beelden stelt de rechtbank vast dat allen een sleutel hadden van het bedrijfspand aan de [straatnaam] en daar ook gebruik van maakten. Verdachte, maar ook zijn medeverdachten waren vaak aanwezig in het bedrijfspand van [bedrijf 1] en verrichtten daar ook allerlei werkzaamheden: ze ontvingen klanten en leveranciers, goederen werden in ontvangst genomen en er werd hulp geboden bij het inladen van de goederen. Verdachte en zijn medeverdachten gingen in wisselende samenstellingen meer dan eens van [bedrijf 1] naar de hennepkwekerij in [pleegplaats 1] en weer terug. Het verweer van de verdediging dat verdachte slechts verweten zou kunnen worden dat hij te weinig sturing aan zijn bedrijf heeft gegeven, slaagt dan ook niet.

Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat verdachte en zijn medeverdachten wisten dat de in de growshop aangetroffen voorwerpen en het assortiment van de growshop bestemd waren voor de grootschalige en bedrijfsmatige teelt van hennep.

ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte in de ten laste gelegde periode, gedurende een langere tijd, gestructureerd heeft samengewerkt met de medeverdachten. Naar het oordeel van de rechtbank is er sprake van een organisatie met het oogmerk tot het plegen van een misdrijf, genoemd in artikel 3, onder A, B, C of D van de Opiumwet en/of voorbereidingshandelingen ten behoeve van de illegale teelt van hennep, genoemd in artikel 11a van de Opiumwet.

ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

De broer van verdachte heeft verklaard dat hij de vier vuurwapens, die in de woning van Hendriks zijn aangetroffen, aan verdachte heeft gegeven met de boodschap deze netjes weg te leggen. Gelet op deze verklaring acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de betreffende vuurwapens en munitie voorhanden heeft gehad. De verklaring van verdachte, dat hij niet heeft geweten dat er vuurwapens en munitie in het tasje van zijn broer zaten, acht de rechtbank niet geloofwaardig, alleen al niet omdat uit de bewijsmiddelen blijkt dat de vuurwapens en munitie op verschillende plaatsen in de woning van Hendriks zijn aangetroffen, en niet alle verpakt in het door verdachte beschreven tasje.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 12 november 2014 tot en met 9 juni 2015 te [pleegplaats 1] (provincie Groningen) tezamen en in vereniging met anderen in een pand en in opleggers, gelegen en staande aan [straatnaam] , aldaar, in de uitoefening van een bedrijf, opzettelijk heeft geteeld, bewerkt en verwerkt een grote hoeveelheid van in totaal 1014 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II van die wet;

2.

hij op 9 juni 2015 te [pleegplaats 1] (provincie Groningen) tezamen en in vereniging met anderen in een pand aan [straatnaam] , aldaar, opzettelijk aanwezig heeft gehad 13.703 gram natte hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II van die wet;

3.

hij in de periode van 1 maart 2015 tot en met 9 juni 2015 te Groningen tezamen en in vereniging met anderen in een pand aan de [straatnaam] stoffen en voorwerpen heeft

te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd en voorhanden gehad, te weten

- 96 armaturen

- 3 snelheidsregelaars

- 5 koolstoffilters

- 2 luchtafzuigers

- 7 slakkenhuizen

- 34 ventilatoren

- 12 temperatuurventilatieregelaars

- 12 water-, beluchting- en dompelpompen

- 607 groeimiddelen

- 24 hygro-ph/ec- en thermometers

- 49 knipbenodigdheden

- 12 groeitenten

- 4 droogrekken

en gegevens voorhanden heeft gehad, te weten kweekschema's betreffende informatie met betrekking tot hennepzaken en materialen voor de beroeps- en/of bedrijfsmatige hennepkweek, waarvan hij en zijn medeverdachten wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;

4.

hij in de periode van 12 november 2014 tot en met 9 juni 2015 te [pleegplaats 1] (provincie Groningen) en Groningen heeft deelgenomen aan een organisatie, welke werd gevormd door verdachte en medeverdachten, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het overtreden van

- art. 11 lid 3 en 5 Opiumwet, te weten het in de uitoefening van een bedrijf opzettelijk telen en bereiden en bewerken en vervoeren en aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennep en hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II van die wet;

en

- art. 11a Opiumwet, te weten het te koop aanbieden, verkopen, afleveren, vervoeren en voorhanden hebben van stoffen of voorwerpen, het voorhanden hebben van vervoermiddelen, ruimten, gelden en gegevens, waarvan verdachte en zijn medeverdachten

ernstige reden hebben om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, strafbaar gestelde feiten;

5.

hij op 9 juni 2015 te Groningen wapens van categorie III en munitie van categorie III, te weten:

- een revolver, merk Smith & Wesson, model M 60-7, kaliber .38 Special en

- een semi-automatisch pistool, merk FN Browning, model HP (High Power), kaliber 9 mm en

- een semi-automatisch pistool, merk I.M.I. (Israel Military Industries), model Desert Eagle, kaliber .44 Magnum en

- een semi-automatisch pistool, merk Astra, model CUB, kaliber 6.35 mm, serienummer 298539 en

- 31 centraalvuur kogelpatronen, merk Sellier & Bellot, kaliber .38 Special en

- 89 centraalvuur kogelpatronen, merk CBC/S&B/R-P/Fiocchi/Dynamit Nobel, kaliber 9 mm en

- 23 centraalvuur kogelpatronen, merk Starline, kaliber .44 Magnum en

- 6 centraalvuur kogelpatronen, merk Fiocchi, kaliber 6.35 mm

voorhanden heeft gehad.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. In het bijzonder wordt hierbij overwogen dat het jaartal 2016 genoemd in feit 2 door de rechtbank als een kennelijke verschrijving wordt aangemerkt. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. medeplegen van het in de uitoefening van een bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod

2. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

3. medeplegen van het te koop aanbieden, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en voorhanden hebben van stoffen en voorwerpen en het voorhanden hebben van gegevens waarvan hij weet dat zij bestemd zijn voor het plegen van een in artikel 11, lid 3 en 5, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten, meermalen gepleegd

4. deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in de artikelen 11, lid 3 en 5, en 11a van de Opiumwet

5. handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit
begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden met aftrek van voorarrest. De officier van justitie heeft bij het formuleren van de eis rekening gehouden met de ernst van de feiten, de richtlijnen van het Openbaar Ministerie en het tijdsverloop.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, voor het geval de rechtbank aan strafoplegging toekomt, gepleit voor oplegging van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest, en een werkstraf van maximale duur. Hij heeft daarbij gewezen op de geringe rol van verdachte bij de strafbare feiten, de LOVS-oriëntatiepunten, de jonge leeftijd van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van professionele hennepteelt, het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid natte hennep en het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de grootschalige en/of beroeps- dan wel bedrijfsmatige hennepteelt. Verdachte heeft in dit verband deel uitgemaakt van een criminele organisatie die zich gedurende langere periode bezig heeft gehouden met hennepteelt en het exploiteren van een growshop. Binnen deze criminele organisatie vervulde verdachte een ondersteunende rol.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van meerdere vuurwapens en munitie.

De rechtbank rekent verdachte dit geheel van feiten zwaar aan. Niet alleen is de uit hennepplanten verkregen stof bij regelmatig gebruik schadelijk voor de gebruikers, ook veroorzaken hennepkwekerijen overlast en gevaar voor de omgeving. Hennepteelt is nog altijd maatschappelijk onaanvaardbaar, omdat deze direct en indirect de oorzaak is van vele vormen van criminaliteit. In dat licht kan de rechtbank het wapenbezit ook niet los zien van de overige bewezenverklaarde feiten, hetgeen maakt dat het bezit van de wapens en munitie, dat in het algemeen al zwaar is aan te rekenen, verdachte nog extra wordt aangerekend.

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten.

De rechtbank heeft verder acht geslagen op het rapport van de reclassering van het Leger des Heils betreffende verdachte d.d. 27 maart 2017 waaruit blijkt dat de reclassering geen recidiverisico heeft kunnen bepalen gelet op de ontkennende houding van verdachte. De reclassering heeft geadviseerd het volwassenenstrafrecht toe te passen en verdachte een werkstraf op te leggen.


De rechtbank volgt de reclassering in het advies het volwassenenstrafrecht toe te passen, nu er geen indicaties zijn voor toepassing van het jeugdstrafrecht.

De rechtbank is van oordeel dat het opleggen van een taakstraf, zoals de reclassering heeft geadviseerd en de raadsman heeft bepleit, geen recht doet aan de ernst van de feiten. De rol van verdachte bij de strafbare feiten 1 tot en met 4 mag dan wat geringer zijn dan die van andere medeverdachten, maar ook moet worden meegewogen dat verdachte, anders dan de andere verdachten, meerdere vuurwapens voorhanden heeft gehad, vuurwapens waarvoor in de LOVS oriëntatiepunten per wapen een gevangenisstraf van meerdere maanden als uitgangspunt wordt gehanteerd. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat in het onderhavige geval in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 21 maanden passend en geboden is.

De rechtbank stelt daarnaast echter ook vast dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM met meer dan een half jaar. Deze overschrijding komt voor een aanzienlijk deel voor rekening van het openbaar ministerie en dient een matigende invloed op de strafmaat te hebben. Mede gelet op de maatstaf die de Hoge Raad bij overschrijding van de redelijke termijn aanlegt, ziet de rechtbank aanleiding een korting van drie maanden toe te passen op de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Inbeslaggenomen goederen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter zitting gevorderd dat de onder verdachte in beslaggenomen geldtelmachine zal worden onttrokken aan het verkeer.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich niet uitgelaten over het inbeslaggenomen voorwerp.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het inbeslaggenomen voorwerp vatbaar voor verbeurdverklaring, nu dit voorwerp toebehoort aan verdachte en de bewezenverklaarde strafbare feiten hiermee zijn begaan.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen

- 33, 33 a, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- 3 onder B, 3 onder C, 11, 11a, 11b van de Opiumwet;

- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;

zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen geldtelmachine.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Haisma, voorzitter, mr. M.J.B. Holsink en mr. M.E. van Rossum, rechters, bijgestaan door mr. A. Dijkstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 december 2017.

1 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 mei 2015, pagina 56 e.v., in bijzonder pagina 61, van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 1)