Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:6867

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
07-10-2014
Datum publicatie
02-11-2015
Zaaknummer
C/18/150322/ FA RK 14-2236
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Draagouders hebben uitdrukkelijk aangegeven dat bij hen de wil ontbreekt om de minderjarige te verzorgen en wensen uitdrukkelijk dat de zorg wordt overgedragen aan de wensouders. De draagouders en de wensouders hebben een zorgvuldige procedure doorlopen. Hiermee is voldaan aan de voorwaarden voor medewerking aan Hoog Technologisch Draag Moederschap (HTDM), op grond waarvan de Raad bereid is een verzoek tot ontheffing van het gezag van de draagouders bij de rechtbank in te dienen.

Gelet op deze bijzondere omstandigheden van de minderjarige worden de draagouders ontheven van het gezag en worden de wensouders belast met de gezamenlijke voogdij over de minderjarige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

meervoudige kamer

Locatie Groningen

zaak-/rekestnummer: C/18/150322/ FA RK 14-2236

beschikking d.d. 7 oktober 2014

inzake

DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, Regio Noord Nederland

gevestigd te 9726 AD Groningen, Cascadeplein 6,

verzoeker, hierna te noemen de Raad,

en

[naam] en [naam]

beiden wonende te [adres]

hierna te noemen de draagouders.

Belanghebbenden:

[naam] en [naam]

beiden wonende te [adres] ,

hierna te noemen de wensouders.

PROCESVERLOOP

Op 8 augustus 2014 heeft de Raad ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift met bijlagen ingediend, gedateerd 6 augustus 2014, strekkende tot ontheffing van de draagouders van het gezag over de minderjarige [naam] (roepnaam: [naam] ), geboren op [geboortedatum] in de gemeente Groningen en de wensouders met de gezamenlijke voogdij over voornoemde minderjarige te belasten.

De rechtbank heeft de zaak behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren van 7 oktober 2014 in aanwezigheid van de draagouders, de heer [naam] , namens de Raad en de wensouders.

RECHTSOVERWEGINGEN

De feiten

In deze procedure wordt van de volgende feiten uitgegaan:

  • -

    de draagmoeder is op [datum], via een keizersnede bevallen van bovenvermelde minderjarige;

  • -

    de draagmoeder en de wensmoeder zijn zussen van elkaar.

Standpunt van de Raad

De Raad heeft het verzoek, kort samengevat, als volgt uiteengezet.

De draagouders hebben de dag na de geboorte van [de minderjarige] te kennen gegeven dat bij hun de wil ontbreekt om haar te verzorgen en wensen uitdrukkelijk dat de zorg wordt overgedragen aan de wensouders. Dit is conform het contract tussen het VUMC, de wensouders en de draagouders van 27 juni 2013. [de minderjarige] is genetisch het kind van de wensouders.

De draagouders hebben de Raad verzocht om de onderhavige procedure in werking te stellen.

De Raad heeft vastgesteld dat bij de draagouders de wil ontbreekt om voor [de minderjarige] te zorgen De uitdrukkelijke wens van de draagouders is om de verantwoordelijkheid en opvoeding van [de minderjarige] aan de wensouders over te laten. De draagouders en de wensouders hebben een zorgvuldige procedure doorlopen. Daarmee is voldaan aan de voorwaarden die de Raad stelt aan haar medewerking aan Hoog Technologisch Draag Moederschap (HTDM).

De Raad is van mening dat het ontheffen van de draagouders van het gezag en het belasten van de wensouders met de gezamenlijke voogdij over [de minderjarige] in haar belang is. Dat belang van [de minderjarige] verzet zich hier niet tegen.

standpunt van de draagouders

Voor de draagouders was het van het begin af aan duidelijk dat zij niet de ouders zijn van [de minderjarige] en dat [de minderjarige] bij de wensouders hoort.

standpunt van de wensouders

Het gaat goed met [de minderjarige] . Zij is onze dochter. Het draagmoederschap is geheel conform het protocol gegaan. [de minderjarige] zal, zodra zij daar aan toe is, worden voorgelicht over haar afkomst. Het is voor de wensouders heel bijzonder dat zij een dochter hebben.

Beoordeling

Op grond van artikel 1:266 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank een ouder ontheffen van het ouderlijk gezag over haar kinderen, indien zij ongeschikt of onmachtig is haar plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen en de belangen van de minderjarigen zich daar niet tegen verzetten.

De rechtbank overweegt ten aanzien van de verzochte ontheffing van de draagouders als volgt.

De draagouders hebben bewust de keuze gemaakt voor draagmoederschap als mogelijkheid om de kinderwens van de wensouders - de draagmoeder is de zus van de wensmoeder - te vervullen. Om de zwangerschap tot stand te brengen hebben alle betrokkenen zich veel moeite getroost. De wensouders zijn de genetische ouders van de minderjarige. Reeds voorafgaand aan de zwangerschap is de afspraak gemaakt dat de draagouders de minderjarige na de geboorte zouden afstaan. Ook na de geboorte hebben de draagouders gepersisteerd bij hun besluit en is de minderjarige ook daadwerkelijk aan de wensouders afgegeven. Van de verantwoordelijkheid voor de zorg en opvoeding ten aanzien van deze minderjarige hebben de draagouders volledig afstand gedaan.

De Hoge Raad heeft in zijn uitspraak, gepubliceerd in NJ 1984, 767, geoordeeld dat met ongeschiktheid of onmacht van een ouder om zijn plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen, niet alleen een algemene ongeschiktheid is bedoeld gelegen in de persoon van de ouder, maar ook een ongeschiktheid of onmacht tot verzorgen en opvoeden van een bepaald kind, welke onmacht of ongeschiktheid kan zijn veroorzaakt door of kan samenhangen met de bijzondere eigenschappen van het kind of met de bijzondere omstandigheden waarin het zich bevindt ten tijde van het nemen van de beslissing tot ontheffing.

In het verlengde van die uitspraak is de rechtbank van oordeel dat bovengenoemde bijzondere omstandigheden, bestaande uit de situatie waarin de minderjarige [de minderjarige] zich thans feitelijk bevindt en de wijze waarop die situatie is ontstaan, met zich brengen dat de draagouders ongeschikt moeten worden geacht de plicht tot verzorging en opvoeding van de minderjarige te vervullen.

Met betrekking tot de vraag of het in het belang van de minderjarige [de minderjarige] is dat de wensouders met de voogdij zullen worden belast, overweegt de rechtbank als volgt.

De minderjarige is genetisch gezien voortgekomen uit de wensouders. De draagmoeder is de zus van de wensmoeder. De wensouders hebben de minderjarige vlak na de geboorte mee naar huis genomen. Het hechtingsproces is in het gezin van de wensouders op gang gebracht en voortgegaan. De wensouders hebben de verzorging en opvoeding van de minderjarige volledig op zich genomen en hebben zich bereid verklaard de gezamenlijke voogdij te aanvaarden.

De rechtbank is van oordeel dat gezien de bijzondere omstandigheden waarin de minderjarige zich bevindt en de daarmee samenhangende ongeschiktheid van de wettige ouders, de rechten van de minderjarige het best gewaarborgd zullen worden bij een benoeming van de wensouders als voogd over de minderjarige.

BESLISSING

De rechtbank:

ontheft [naam], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] en [naam] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , van het gezag over de minderjarige:

- [naam], geboren op [geboortedatum] in de gemeente [geboorteplaats] ;

draagt de gezamenlijke voogdij over voornoemde minderjarige op aan:

[naam] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] en [naam], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs W.P. Claus (voorzitter), K.R. Bosker en J.H.H.M. Dorscheidt, en uitgesproken door eerstgenoemde ter openbare terechtzitting van 7 oktober 2014, in aanwezigheid van H.M. Kamphuis-van der Veer, griffier.

De griffier deelt mede, dat partijen tegen deze beschikking in hoger beroep kunnen gaan bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden. Dit beroep dient door partijen te worden ingesteld binnen drie maanden na de datum van de uitspraak. Deze datum staat in de beschikking vermeld.

Voor de partij, die in deze procedure niet is verschenen, vangt de termijn van drie maanden aan na de betekening van deze beschikking aan hem/haar in persoon dan wel op het moment, waarop deze beschikking aan hem/haar op andere wijze is bekend geworden.

Het beroep moet namens een partij worden ingesteld door een advocaat. Als u in aanmerking wilt komen voor door de overheid (gedeeltelijk) gefinancierde rechtsbijstand, dan kan uw advocaat daartoe namens u een verzoek indienen bij de Raad voor Rechtsbijstand. Uw advocaat kan u daarover nader informeren.