Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:3093

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
27-03-2018
Datum publicatie
13-04-2018
Zaaknummer
AWB - 17 _ 2132
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Lokale subsidie, beëindiging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 17/2132

uitspraak van de meervoudige kamer van 27 maart 2018 in de zaak tussen

de Vereniging Lokaal Samenwerkende Bonden van Ouderen Schagen, te Schagen, eiseres

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen, verweerder

(gemachtigden: A. Braakman en H. de Ruiter).

Procesverloop

Bij besluit van 22 juni 2016 (het primaire besluit I) heeft verweerder aan eiseres een activiteitensubsidie toegekend van € 375,- over het jaar 2016.

Bij besluit van 11 november 2016 (het primaire besluit II) heeft verweerder een verzoek van eiseres om herziening van een besluit van 31 december 2014 afgewezen.

Bij besluit van 8 maart 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de bezwaren van eiseres tegen de beide primaire besluiten ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 februari 2018. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] .

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Overwegingen

1. Bij besluit van 31 december 2014 heeft verweerder aan eiseres over het jaar 2015 een subsidie toegekend van € 750,-. Bij dit besluit is tevens bepaald dat na afloop van een voor eiseres geldende afbouwregeling geen aanspraak meer gemaakt kan worden op subsidie en dat de subsidierelatie op dat moment definitief eindigt. Op 28 november 2015 heeft eiseres bij verweerder een activiteitensubsidie van € 750,- aangevraagd voor het jaar 2016. Bij besluit van 22 juni 2016 (het primaire besluit I) is aan eiseres een subsidie toegekend van € 375,- . Het gaat daarbij, conform de afbouwregeling, om 50% van het over 2015 toegekende bedrag. Eiseres heeft hiertegen op 5 augustus 2016 bezwaar gemaakt.

Bij brief van 14 september 2016 heeft eiseres verweerder verzocht het besluit van 31 december 2014 te herzien. Bij besluit van 11 november 2016 (het primaire besluit II) heeft verweerder het verzoek om herziening afgewezen. Daartegen heeft eiseres op 4 januari 2017 bezwaar gemaakt.

Bij het thans bestreden besluit zijn de beide bezwaren ongegrond verklaard.

2. Eiseres heeft betoogd dat verweerder een onduidelijk subsidiebeleid voert en dat niet valt in te zien waarom dorpsraden wel subsidie ontvangen en eiseres niet. Ter zitting heeft eiseres daaraan toegevoegd dat zij vreest dat met de beëindiging van de subsidierelatie per 1 januari 2017 ook haar mogelijkheden tot inspraak en overleg met verweerder verloren zullen gaan.

3. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat vanaf 2015 een nieuw subsidiebeleid wordt gehanteerd waarin belangenbehartiging, waar eiseres zich mee bezighoudt, niet meer wordt gesubsidieerd. Verweerder heeft met een aantal dorpsraden een convenant gesloten. Daarin wordt gezamenlijk ingezet om een bepaald gemeenschappelijk doel te bereiken. Deze dorpsraden ontvangen nog wel subsidie omdat sprake is van samenwerking. Activiteiten die gericht zijn op samenwerking worden nog wel gesubsidieerd.

Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat beëindiging van de subsidierelatie met eiseres niet betekent dat de mogelijkheden tot inspraak en onderling overleg verloren gaan. Die mogelijkheden zijn er onverkort. Daarnaast geldt dat eiseres opnieuw in aanmerking kan komen voor subsidie indien sprake is van activiteiten die gericht zijn op samenwerking met verweerder op een terrein dat binnen de beleidsdoelstellingen van verweerder valt.

4. In artikel 3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Schagen 2015 (subsidieverordening) is bepaald dat burgemeester en wethouders bij nadere regeling vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing wordt in de nadere regeling tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald. Verweerder heeft in dat kader de Beleidsuitgangspunten subsidiebeleid gemeente Schagen 2015 (subsidieregeling) vastgesteld. In de subsidieregeling staat op pagina 11 onder punt 4 vermeld dat belangenbehartiging niet meer wordt gesubsidieerd. Eiseres wordt daarbij met name genoemd als een organisatie die niet meer wordt gesubsidieerd. Verder is op de pagina’s 15 en 16 van de subsidieregeling een afbouwregeling opgenomen voor verenigingen die op grond van het nieuwe subsidiestelsel geen of minder subsidie zullen ontvangen. Voor verenigingen die tussen de € 500,- en € 1.500,- subsidie ontvangen wordt het subsidiebedrag in twee jaren afgebouwd, waarbij in het overgangsjaar 2015 nog 100% van het voorheen toegekende subsidiebedrag wordt toegekend en voor 2016 50% van dat bedrag.

5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in redelijkheid de subsidierelatie heeft kunnen beëindigen en het verzoek om herziening van dat besluit terecht heeft afgewezen op grond van het nieuwe subsidiebeleid. Dat beleid is duidelijk over belangenbehartiging en de positie van eiseres als met name genoemde organisatie die in dat kader niet meer in aanmerking komt voor subsidie. De rechtbank acht dat beleid niet onredelijk. Van een situatie die gelijk is aan die van dorpsraden is niet gebleken omdat alleen subsidie is toegekend aan dorpsraden die activiteiten ontplooien die gericht zijn op samenwerking en in verband daarmee een convenant hebben gesloten met verweerder.

De rechtbank is daarnaast van oordeel van verweerder terecht over het jaar 2016 aan eiseres een subsidie van € 375,- heeft toegekend. Dit bedrag is in overeenstemming met de in de subsidieregeling opgenomen afbouwregeling.

6. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L. van Dijk, voorzitter, en mr. drs. E.G. van Roest en mr. M.M. Kaajan, leden, in aanwezigheid van mr. W.I.K. Baart, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2018.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.