Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:5010

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
01-04-2015
Datum publicatie
18-06-2015
Zaaknummer
3649900 CV EXPL 14-8783
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident. In de franchiseovereenkomst zijn partijen overeengekomen zich in te spannen om geschillen met behulp van bemiddeling tot een oplossing te brengen. Aan een dergelijk beding kunnen niet dezelfde consequenties verbonden worden als aan een arbitragebeding of een overeenkomst tot bindend advies waarin partijen de gewone rechter hebben uitgesloten om te beslissen over bepaalde geschillen. Ingeval van het ontbreken van de bereidheid met behulp van een bemiddelaar een oplossing van het geschil te zoeken kan een partij zich terugtrekken en zich tot de gewone rechter wenden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2015/189
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

zaaknr/rolnr.: 3649900 \ CV EXPL 14-8783 (CB)

uitspraakdatum: 1 april 2015

Vonnis in de zaak van:

de vennootschap onder firma V.o.f. Palletvoordeel.com, gevestigd en kantoorhoudende te Hippolytushoef

eisende partij in conventie in de hoofdzaak

verwerende partij in reconventie in de hoofdzaak

verwerende partij in het incident

verder ook te noemen: Palletvoordeel

gemachtigde: mr. J.M. Schipper, werkzaam bij ARAG SE, gevestigd te Düsseldorf (Duitsland) en kantoorhoudende te Leusden

tegen

[naam], wonende te [Plaats]

gedaagde partij in conventie in de hoofdzaak

eisende partij in reconventie in de hoofdzaak

eisende partij in het incident

verder ook te noemen: [X]

gemachtigde: mr. A.J.J. van der Heiden, advocaat te Den Helder.

Het procesverloop

1. Op 27 november 2014 heeft Palletvoordeel een vordering ingesteld. [X] heeft een incidentele conclusie houdende de exceptie van onbevoegdheid en een conclusie van antwoord in conventie genomen en een eis in reconventie ingesteld. Palletvoordeel heeft bij antwoordconclusie op het incident gereageerd. De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast. Vervolgens is bepaald dat vandaag uitspraak wordt gedaan.

Het geschil in het incident

2. [X] vordert bij vonnis dat de kantonrechter zich onbevoegd verklaart van het onderhavige geschil kennis te nemen, met veroordeling van Palletvoordeel in de proceskosten. Daartoe heeft [X] voor alle weren aangevoerd dat op grond van artikel 30.3 van de franchiseovereenkomst dwingend is voorgeschreven dat partijen een geschil voortvloeiende uit deze overeenkomst in eerste instantie trachten op te lossen met behulp van bemiddeling door de Nederlandse Franchisevereniging (NFV).

3. Palletvoordeel stelt zich op het standpunt dat de kantonrechter bevoegd is van onderhavig geschil kennis te nemen. Volgens Palletvoordeel is de franchiseovereenkomst niet op het onderhavige geschil van toepassing, omdat het geen geschil betreft omtrent de inhoud van deze overeenkomst. Voor zover onderhavige kwestie wel uit de franchiseovereenkomst voortvloeit, is volgens Palletvoordeel bemiddeling door de NFV een gepasseerd station en kan dit niet van haar worden gevergd. Partijen hebben meerdere malen getracht een minnelijke regeling tot stand te brengen, hetgeen niet is gelukt. Het is volgens Palletvoordeel niet wenselijk om deze discussie nogmaals bij de NFV te voeren. Dit kost tijd en de bemiddeling zal niet tot enig resultaat leiden.

De beoordeling in het incident

4. In artikel 30.3 van de franchiseovereenkomst is bepaalt dat partijen in geval van een geschil, daaronder begrepen een geschil dat slechts door één van de partijen als zodanig mocht worden aangemerkt, voortvloeiende uit deze overeenkomst, dit in eerste instantie trachten op te lossen met behulp van bemiddeling overeenkomstig het Reglement (‘procedure’) van de NFV.

5. Ingevolge artikel 30.4, eerste volzin, van de franchiseovereenkomst zal het geschil, indien het onmogelijk is gebleken een geschil als hiervoor bedoeld op te lossen met behulp van bemiddeling, op verzoek van de meest gerede partij bij uitsluiting worden beslecht door de Arrondissementsrechter te Alkmaar.

6. De kantonrechter is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden afgewezen, omdat de aangevoerde gronden die vordering niet kunnen dragen. Daartoe overweegt de kantonrechter het volgende. Artikel 30.3 van de franchiseovereenkomst kan niet worden aangemerkt als een arbitraal beding of een beding waarin partijen zijn overeengekomen een tussen hen gerezen geschil voor te leggen aan een bindend adviseur. In deze bepaling zijn partijen overeengekomen zich in te spannen om geschillen met behulp van bemiddeling tot een oplossing te brengen. Aan een dergelijk beding kunnen niet dezelfde consequenties verbonden worden als aan een arbitragebeding of een overeenkomst tot bindend advies waarin partijen de gewone rechter hebben uitgesloten om te beslissen over bepaalde geschillen. Waar arbitrage en bindend advies een wettelijke basis kennen en een door partijen aangewezen arbiter of bindend adviseur op voor partijen in beginsel bindende wijze beslist omtrent het geschil, is bij artikel 30.3 van de franchiseovereenkomst het uitgangspunt dat partijen op basis van wederzijdse bereidheid met behulp van een bemiddelaar zelf een oplossing van hun geschil zoeken. Dit brengt met zich dat een partij zich ingeval van het ontbreken van die bereidheid terug kan trekken en zich tot de gewone rechter kan wenden. De omstandigheid dat Palletvoordeel zich niet eerst tot de NFV heeft gewend, brengt dus niet met zich dat de kantonrechter onbevoegd is om van de vordering van Palletvoordeel kennis te nemen.

7. Gezien het bovenstaande kan in het midden blijven of het geschil tussen partijen voortvloeit uit de franchiseovereenkomst.

8. [X] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het incident.

De beoordeling in de hoofdzaak

9. Met betrekking tot verscheidene aspecten van deze zaak bestaat behoefte aan nadere inlichtingen. Daarom zal een zitting worden gehouden om partijen zelf te horen. Op deze zitting zal tevens worden getracht een minnelijke schikking tot stand te brengen, voor zover de zaak daar vatbaar voor lijkt.

10. Partijen dienen uiterlijk zeven dagen vóór de (nader te bepalen) zittingsdatum alle bescheiden aan de rechtbank en de wederpartij te zenden, die voor de zaak van belang (kunnen) zijn en in deze procedure nog niet zijn overgelegd.

11. Als Palletvoordeel in reconventie schriftelijk voor antwoord wil concluderen dient zij een afschrift daarvan aan de rechtbank en de wederpartij uiterlijk een week voor de zitting toe te zenden, bij gebreke waarvan zij ter comparitie slechts mondeling kan antwoorden in reconventie.

12. Partijen of hun gemachtigden kunnen op deze terechtzitting hun standpunten tevens nader toelichten (eventueel aan de hand van een pleitnota).

13.
Wellicht ten overvloede wordt er op gewezen, dat in het nadeel kan worden beslist van diegene, die zonder gegronde reden niet op deze zitting verschijnt.

14. De zaak wordt eerst verwezen naar na te melden rolzitting voor opgave verhinderdata van beide partijen.

De beslissing

De kantonrechter:

in het incident:

Wijst het gevorderde af.

Veroordeelt [X] in de kosten van het incident aan de zijde van Palletvoordeel tot op heden begroot op een bedrag van € 400,00.

in de hoofdzaak:

Bepaalt dat een comparitie van partijen zal worden gehouden in het gerechtsgebouw aan de Kruseman van Eltenweg 2 te Alkmaar met de hiervoor genoemde doeleinden, waarbij partijen in persoon, dan wel rechtsgeldig vertegenwoordigd en vergezeld van hun (eventuele) raadslieden, aanwezig dienen te zijn.

Verzoekt partijen vóór 22 april 2015 hun verhinderdata in de komende drie maanden op te geven. Daarna zullen dag en uur van de zitting worden bepaald. Indien van een partij geen bericht wordt ontvangen, wordt ervan uitgegaan dat deze partij geen verhinderdata heeft.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Merkus, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 1 april 2015 in het openbaar uitgesproken.

De griffier

De kantonrechter