Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:4920

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
16-09-2021
Datum publicatie
16-09-2021
Zaaknummer
05.025154.21
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

voorwaardelijke gevangenisstraf van belaging van pleegouders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05.025154.21

Datum uitspraak : 16 september 2021

Verstek

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1982 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2015 tot en met 2 februari 2021 te Doetinchem, gemeente Doetinchem en/of te Winterswijk, gemeente Winterswijk en/of te Rekken, gemeente Berkelland, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging, met een ander of anderen, althans alleen, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft/hebben gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , (telkens) met het oogmerk die genoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval die ander(en), te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, door voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] onder andere stelselmatig en/of veelvuldig, althans meerdere malen en/of ongewenst:

-kaarten en/of brieven en/of poststukken en/of whatsapp-berichten en/of Facebook(messenger) berichten en/of USB-sticks en/of (deels door tussenkomst van de Kerk ( [naam 4] ) en/of Jeugd-bescherming (JBG) ) emailberichten toe te sturen (met daarin onder andere intimiderende en/of veroordelende en/of opdringerige en/of negatieve en/of voornamelijk religieuze en/of Bijbelse uitspraken en/of teksten en/of afbeeldingen over en/of van met name een bepaalde geloofsovertuiging en/of geloofsbeweging genaamd [naam 1] en/of [naam 2] (zie de vele en diverse voorbeelden hiervan in het door de politie, Districtsrecherche Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte (eind)proces-verbaal, met proces-verbaal nummer: 202101281241);

en/of door onder andere stelselmatig en/of veelvuldig, althans meerdere malen en/of ongewenst en/of in strijd met gemaakte afspraken met Jeugdbescherming (JBG):

-langs te komen en/of aan te bellen bij de woning van genoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of zich voor en/of nabij die woning op te houden en/of in de straat van die woning rond te rijden (auto) en/of te lopen;

en/of door onder andere stelselmatig en/of veelvuldig, althans meerdere malen en/of ongewenst:

-boeken en/of (dure) cadeau’s en/of bloemen (met daarbij kaartjes met tekst) te laten bezorgen bij en/of voor de deur/woning van genoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] neer te (laten) zetten en/of leggen.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.

Het standpunt van verdachte

Verdachte heeft schriftelijk verzocht de stukken die zij in het kader van een bezwaarschift tegen de dagvaarding aan de rechtbank heeft doen toekomen te zien als verweer tegen tenlastelegging. Zij heeft daarbij een brief van [naam 3] , orthopedagoog en GZ-psycholoog, van 24 augustus 2015 overgelegd. De rechtbank vat het verweer van verdachte aldus op dat zij het niet eens is met de uithuisplaatsing van haar dochter [dochter van verdachte] .

Beoordeling door de rechtbank

Aangever [slachtoffer 1] , wonende aan de [adres 2] in Doetinchem, heeft mede namens [slachtoffer 2] op 4 juni 2020 verklaard dat zij de pleegouders zijn van [dochter van verdachte] , die in april 2015 bij hen in huis is geplaatst. In 2019 zijn medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) en verdachte [verdachte] (bij de behandeling van de bewijsmiddelen hierna: [verdachte] ), de biologische ouders van [dochter van verdachte] , uit de ouderlijke macht gezet. Jeugdbescherming Gelderland (hierna: JBG) heeft steeds getracht afspraken te maken met de ouders, maar zij hielden zich daar niet aan. Zij waren erg gericht op hun extreme geloofsovertuiging en de ongelijkheid van JBG. Volgens [slachtoffer 1] werd steeds duidelijker dat medeverdachte [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) hoofd van de geloofsgemeenschap [naam 1] , voorheen [naam 2] , is en dat [medeverdachte 1] en [verdachte] daarbij zijn aangesloten. Vanaf juli 2015 zoeken [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] veelvuldig op een ongewenste manier contact. Deze contacten bestaan onder andere uit het sturen van vele kaarten, brieven, mailtjes, poststukken en boeken die bij hun overtuiging aansluiten. Al die brieven waren intimiderend en veroordelend over de persoon van [slachtoffer 1] en zijn vrouw, hun geloofsovertuiging en hun leefwereld. [slachtoffer 1] denkt dat het tussen de 100 en 150 kaarten/brieven/USB-sticks zijn die zij hebben ontvangen.

In april 2020 heeft een opeenstapeling van incidenten plaatsgevonden die aanleiding waren om aangifte van stalking te doen. Naar aanleiding van de verjaardag van [dochter van verdachte] vond er op 16 april 2020 een begeleide omgang plaats, waarbij naast [dochter van verdachte] en [slachtoffer 2] ook [getuige 1] , voogd van [dochter van verdachte] , aanwezig was. De omgang waarbij alleen [medeverdachte 1] verscheen, verliep onrustig. Pas nadat [dochter van verdachte] en [slachtoffer 2] weg waren kwam [verdachte] aan. [verdachte] is naar de woning van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gegaan. [slachtoffer 1] heeft haar toestemming gegeven om met [dochter van verdachte] cake te eten in de voortuin. Daarna bleef [verdachte] in de wijk rondhangen en kwam ze terug om cadeaus te brengen. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gaven aan dat de cadeaus niet gewenst waren. [verdachte] ging weg maar bleef in de straat in hun gezichtsveld staan, waarna zij uiteindelijk na anderhalf uur de politie hebben gebeld. Op 18 april 2020 zijn [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] bij de woning van aangever geweest. Ze hebben aangebeld en aan de garagedeur gerommeld. Opnieuw is de politie gebeld. Ze zijn weggegaan, maar waren tien minuten later weer terug.

Na de verjaardag van [dochter van verdachte] kwam er een piek in ongewenste kaarten en brieven. Op 23 april 2020 is een kaart thuis bezorgd en op 1 mei zat er een kaart met foto van [medeverdachte 1] in de brievenbus. De mailtjes die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en mensen in hun omgeving in de voorgaande weken hebben ontvangen bevatten verschillende teksten, onder andere over het geloof, en zijn veroordelend en niet positief van aard.2 [slachtoffer 1] heeft op 19 januari 2021 verklaard dat zij ook na de aangifte veelvuldig lastig zijn gevallen. Ze hebben veel kaarten, pakketten en meerdere e-mails ontvangen. Daarnaast zijn ook bekenden lastiggevallen, zoals [getuige 2] , vriend en voorganger van de kerkgenootschap [naam 4] waarbij zij zijn aangesloten.3

Getuige [getuige 3] , leider van [naam 4] , heeft verklaard dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de stichters zijn van de [naam 2] en later de [naam 1] . Zij zien zichzelf als profeten en geven aan dat ze de overheid niet erkennen. Ze hebben een bepaald beeld en overtuiging van de wereld die ze onderschrijven met hun interpretatie van Bijbelteksten. Het komt erop neer dat [getuige 3] , maar iedereen die ook maar iets met [naam 4] te maken heeft ongelijk heeft en fout is. In de afgelopen periode hebben ze drie kaarten ontvangen. Deze kaarten waren erg verontrustend, omdat er foto’s en filmpjes worden gebruikt die [naam 4] op haar social media had geplaatst. Uit die filmpjes halen ze momenten die ze gebruiken om op een kaart te plaatsen. Er worden ook afbeeldingen bij geplaatst, waaronder bijvoorbeeld een plaatje waarop het lijkt alsof ze een baby willen offeren.4

Op 14 mei 2020 heeft [medeverdachte 1] een WhatsAppbericht gestuurd naar [slachtoffer 2] met de tekst:

“1 Korinthe :1 Tot En Met 10”. Dit verwijst naar de bijbel waarin staat dat andere gelovigen niet andere gelovigen voor ongelovige rechters moeten halen. Uit de bijlage blijkt dat in een WhatsAppbericht de bijbeltekst is opgenomen.5

Op 20 mei 2020 hebben [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] een brief met usb-stick ontvangen.6

Nadat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 19 mei 2020 niet op een afspraak op het kantoor van JBG zijn verschenen, zijn stopbrieven verstuurd naar de e-mailadressen ' [e-mailadres 1] ' en ' [e-mailadres 2] '. Het doel van de stopbrief was dat de ongewenste contacten zouden stoppen en dat alle contacten via JBG zouden verlopen.7

Op 21 mei 2020 is getracht de stopbrief uit te reiken aan [verdachte] op het adres [adres 1] in Rekken. [verdachte] weigerde de brief in ontvangst te nemen, waarna verbalisant haar het doel en de inhoud van de brief heeft meegedeeld.8

Na de stopbrieven zijn door [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] op meerdere data e-mails gestuurd naar [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en mensen die aan hen gelieerd zijn. Daarbij zijn de volgende e-mailadressen gebruikt.

  • -

    [verdachte] heeft als mailadres [e-mailadres 3] . Dit is het enige mailadres dat ze gebruikt.

  • -

    [medeverdachte 2] heeft als mailadres [e-mailadres 2] . Dit is het enige mailadres dat ze gebruikt. Ze noemt zichzelf [alias van medeverdachte 2] .

  • -

    [medeverdachte 1] heeft meerdere mailadressen, hij noemt zich [alias van medeverdachte 1] . De mailadressen die hij gebruikt zijn:
    1: [e-mailadres 1] .
    2: [e-mailadres 4] .
    3: [e-mailadres 5] .

Op 22, 24, 28 en 29 mei 2020 heeft [verdachte] met voornoemd e-mailadres e-mails gestuurd naar onder meer [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [naam 4] en/of [getuige 2] , de rechtbank begrijpt getuige [getuige 2] ,.

[medeverdachte 1] heeft op 24, 25, 27, 28, 29, 30 en 31 mei 2020 en op 3 juni 2020 met het e-mailadres “ [e-mailadres 1] ” e-mails gestuurd naar onder meer [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [getuige 2] . Op 30 mei 2020 zat in een van de e-mails een We-transferlink. Met het e-mailadres “ [e-mailadres 4] ” heeft [medeverdachte 1] op 23 en 26 mei 2020 e-mails verstuurd naar onder meer [getuige 2] en met het e-mailadres [e-mailadres 5] op 27 mei 2020 naar onder meer [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [getuige 2] .

[medeverdachte 2] heeft op 23, 24, 25 en 28 mei 2020 e-mails gestuurd naar onder meer [getuige 2] en/of [slachtoffer 2] .9


Op 3 juli 2020 heeft [slachtoffer 2] verbalisant erop geattendeerd dat zij bij de wekelijkse bos bloemen een kaart had ontvangen, met tekst van [medeverdachte 2] .10

In de periode van 24 juli tot en met 16 augustus 2020, de tijd dat de pleegouders en [dochter van verdachte] op vakantie waren, zijn vier kaarten verstuurd en zijn door buren twee grote pakketten aangenomen. Ook is in die periode een kaart naar [getuige 2] gestuurd.

In de periode van 24 augustus 2020 tot en met 3 september 2020 zijn de volgende poststukken bezorgd dan wel aangeboden, maar geweigerd of retour gezonden:

  • -

    een kaart met foto van [medeverdachte 2] , een kaart van [verdachte] en een kaart van [medeverdachte 1] waarin stond welke cadeaus er allemaal waren verstuurd;

  • -

    een groot boek in een verzegelde doos;

  • -

    een pakket van Hallmark;

  • -

    pakketten via Post.nl met als afzender “papa”.

De pleegouders hebben daarnaast een e-mail van [verdachte] ontvangen. De kaart die ze op 3 september 2020 van [verdachte] hebben ontvangen konden ze niet aan [dochter van verdachte] laten lezen vanwege verkeerd richtinggevende of negatief geïnterpreteerde tekst.11

In de periode van 11 september 2020 tot en met 20 oktober 2020 hebben [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] de volgende post ontvangen:

  • -

    meerdere kaarten (onder meer van [verdachte] ) en pakketten, waaronder een kaart met daarop de tekst: “ [dochter van verdachte] Heeft Haar Papa NODIG!” en een kaart met op de voorkant de tekst: “Heb ik Ooit NIET De Waarheid Gesproken?” en aan de binnenkant van de kaart de tekst “ [alias van medeverdachte 1] Vader van [dochter van verdachte] ”;

  • -

    een usb-stick met daarop een verhaal van [medeverdachte 1] en op de achtergrond [medeverdachte 2] ;

  • -

    bloemen met een kaartje;

[dochter van verdachte] heeft een kaart ontvangen van [verdachte] waarbij [verdachte] [dochter van verdachte] voor het blok zet een plek te kiezen voor de volgende bezoekregeling.

Verder heeft de voogd in deze periode een kaart ontvangen met de tekst: “ [dochter van verdachte] Heeft Haar papa NODIG”.12

In de periode van 30 oktober 2020 tot en met 12 december 2020 zijn vanaf de e-mailadressen [e-mailadres 1] en/of [e-mailadres 4] en/of [e-mailadres 2] en/of [e-mailadres 3] 13 e-mails gestuurd naar [e-mailadres 6] en/of [e-mailadres 8] en/of [e-mailadres 9] .13 Daarbij zijn onder meer de volgende e-mails aangetroffen:

- Op 30 oktober 2020 is een e-mail van [e-mailadres 4] aan [e-mailadres 6] gestuurd met de tekst:
“dat jullie geen poging ondernemen Om [dochter van verdachte] Bij Mij Terug Te Brengen, verraad vanuit welke geest jullie opereren, NIET De Geest Van Elia, NIET De Opgestane En Verheerlijkte Christus, Hij Staat dit Geen Seconde Toe! We Mochten Al heel wat duistere egregores in jullie Clashen En Dat Is Te Zien, Doch Openbaring 3:1-3 Is Nog Steeds Aan De Orde, je hebt Het Niet; De Liefde jullie hebben Het Niet

de corruptie zit dieper, jullie zijn er blind voor HoogliedLiefde; je wilt Het wel, maar je Het hebt Niet, je gaat De Brug Naar Het Nieuwe niet Over

jullie hebben de tent opgeslagen in de woestijn oftwel VÓÓR Het Beloofde Land”

- In een e-mail van 22 november 2020 van [e-mailadres 4] , gericht aan [slachtoffer 2] en [getuige 1] wordt het verboden [dochter van verdachte] te laten vaccineren met een corona vaccin.14

- In een e-mail van 30 november 2020 van [e-mailadres 4] , gericht aan [slachtoffer 2] en [getuige 1] was de volgende tekst opgenomen:

“Maak elkaar Wakker Door Het Sturen Van Deze anti-kerstKaarten, En Laat elkaar Zien dat kerst vieren vol meewerken is met de anti-Christ, dus de nieuwe wereldorde vestigen, kerst is een heidens feest en met het vieren daarvan pleeg je geestelijk overspel, Jezus Noemt het hoererij, je werkt mee aan de dekmantel voor satanische rituele offers van Kinderen en Dieren, ter bekrachtiging van ba’al! kerst is een satanische hoogtijdag, door satanisten high grand climax genoemd. Terwijl jij ‘gezellig’ ‘samen’ met je familie / vrienden bent; vrede, vrede, maar er is geen Vrede, het is een wereldwijde eenheid met een verrot fundament. God Laat alles Schudden, niets Blijft Staan, wat Niet Gebouwd Is Op Zijn Fundament; De Levende Hoeksteen, Jezus Christus En Zijn Bruid, In De Hemel Zoals Ook Op De Aarde - Mattheus 26:12-13 - De Hoeksteen In Sion Gelegd - Psalm 87:5 - al het andere houdt op te bestaan, het is illusie. Kies Dan Heden Wie je Dienen Zult / kies dan heden wie je dienen zult. We Mogen En Willen Alleen Christus Vieren, De Eeuwige Verlossing, Het Eeuwige BruidsFeest - Openbaring 21:1-9-” 15

Daarnaast hebben [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in de periode van 22 oktober 2020 tot en met 5 januari 2021 meerdere poststukken en pakketten ontvangen.16

Op 10 december 2020 zijn e-mails met een brief naar [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] gestuurd. Volgens de brief mag er geen enkele communicatie (waaronder brieven, poststukken, cadeaus en bloemen) meer zijn die rechtstreeks is gericht aan het woonadres van [dochter van verdachte] en haar pleegouders dan wel derden die met de pleegouders in contact staan. In de brief wordt gewaarschuwd dat alle communicatie, met uitzondering van de communicatie die via JBG loopt, valt onder belaging/stalking.17 Op 14 december 2020 is een brief met dezelfde inhoud uitgereikt aan [verdachte] . Omdat [verdachte] weigerde de brief te openen, hebben verbalisanten [verdachte] de inhoud van de brief meegedeeld.18

In de periode van 10 december 2020 tot en met 5 januari 2021 is door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] een boeket bloemen geweigerd en zijn twee pakketten retour gestuurd. Er is een pakket voor hen bij buren bezorgd en er zijn bloemen bij de deur bezorgd, waarna [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben verzocht de bloemen weer op te halen. Verder zijn meerdere kaarten bezorgd en e-mails ontvangen.19

In de periode van 6 januari 2021 tot en met 31 januari 2021 is de volgende post door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ontvangen dan wel aan hen aangeboden en/of geweigerd:

  • -

    pakketten van Greetz, H&M en WAYS;

  • -

    meerdere berichten op Facebook Messenger;

  • -

    bloemen, neergezet bij de voordeur;

  • -

    kaarten.

Verder zijn twee pakketten aangeboden aan vrienden en zijn bloemen waarvan de bezorger de opdracht had gekregen deze bij de deur te zetten geweigerd.20

De telefoon van [medeverdachte 1] is getapt. Op 18 januari 2021 heeft hij naar aanleiding van een retourmelding gebeld met Service Oost. Het ging om een zending bloemen bedoeld voor de [adres 2] . [medeverdachte 1] zegt dat ze het al zes jaar doen en dat ze de bloemen gewoon voor de deur moeten zetten Als ze de bloemen niet op [adres 2] kunnen bezorgen dan het huis er exact tegenover.21

Op 2 februari 2021 is aan [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [verdachte] een gedragsaanwijzing ter beëindiging van ernstige overlast (art 509hh Sv) uitgereikt, inhoudend een contactverbod met [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [dochter van verdachte] [medeverdachte 1] en Kerk/Geloofsgemeenschap [naam 4] in Doetinchem en een locatieverbod betreffend het gebied van de woning aan de [adres 2] Doetinchem en het gebied van de kerk/leefgemeenschap aan de [adres 3] Doetinchem en het niet betreden van deze panden. De gedragsaanwijzing ging in op 2 februari 2021 en werd opgelegd voor de periode van 90 dagen.22

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij boeken naar [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gestuurd en dat ze iedere week bloemen laten bezorgen. Hij is een keer met ballonnen daar, de rechtbank begrijpt bij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] aan de deur, geweest. Ook hebben ze taart gegeten voor de deur. Het klopt dat via Greetz tientallen kaarten en brieven zijn verstuurd.23

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat ze iedere week bloemen sturen met een kaartje erbij omdat ze contact met [dochter van verdachte] willen. Ze wil geen contact via [getuige 1] . Via Greetz heeft ze misschien wel 100 keer een bestelling gedaan en laten afleveren bij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .24

De rechtbank overweegt dat uit de bewijsmiddelen naar voren komt dat [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [verdachte] zich niet hielden aan de afspraken met JBG en dat zij vanaf juli 2015 ongewenst contact zochten met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Volgens de verklaring van [slachtoffer 1] heeft medio april 2020 een aantal incidenten plaatsgevonden en hebben de ongewenste contacten zich vanaf medio april 2020 geïntensiveerd, hetgeen voor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] aanleiding was aangifte te doen. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat vanaf medio april 2020 vele kaarten, boeken, pakketten, bossen bloemen, e-mailtjes, Facebook- en WhatsAppberichten naar [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn gestuurd dan wel naar personen met wie zij contact hadden. Op 19 mei 2020 is een stopbrief per e-mail aan onder meer [medeverdachte 2] gestuurd met het doel de ongewenste contacten te doen beëindigen en te bewerkstelligen dat de contacten via JBG zouden gaan. Op 10 december 2020 is per e-mail een waarschuwingsbrief naar [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] gestuurd, op 14 december 2020 is deze aan [verdachte] uitgereikt. De rechtbank constateert dat [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [verdachte] desondanks zijn doorgegaan met het versturen van kaarten, pakketten, bloemen, e-mails en Facebookberichten. Uit het op 18 januari 2021 getapte gesprek blijkt dat [medeverdachte 1] opdracht gaf geweigerde bloemen voor de deur van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] neer te zetten dan wel op een ander adres af te leveren. Bovendien blijkt uit de aangifte dat de teksten op de kaarten intimiderend en veroordelend waren over de persoon van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , hun geloofsovertuiging en hun leefwereld. Naar het oordeel van de rechtbank maakte het handelen van [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [verdachte] stelselmatig een grote inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en is het handelen aan te merken als belaging. De rechtbank zal voor het begin van de bewezenverklaarde periode uitgaan van het moment waarop de ongewenste contacten werden geïntensiveerd, te weten april 2020.

Medeplegen

De rechtbank moet beoordelen of sprake is geweest van medeplegen van de belaging.

Op 18 april 2020 heeft de politie de melding ontvangen dat de ouders van [dochter van verdachte] voor de deur van de woning aan de [adres 2] in Doetinchem zouden staan. Ter plaatse zag verbalisant een forse vrouw staan vergezeld van een man. De man herkende hij als [medeverdachte 1] , de biologische vader van [dochter van verdachte] . De vrouw zei dat ze de pleegouders wilden spreken. De man en vrouw vertrokken in een witte [merk] met het kenteken [kenteken] .25

Geconstateerd is dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] samen gebruik maakten van een witte [merk] met voornoemd kenteken.26

In een WhatsAppbericht van 18 april 2020 van [medeverdachte 1] , dat [slachtoffer 2] heeft ontvangen, staat dat [medeverdachte 2] zo even aanbelt.27

Verder blijkt dat [medeverdachte 1] op 24, 27 en 30 mei 2020 e-mails die hij aan onder meer [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] had gestuurd ook aan [verdachte] heeft gestuurd en dat [verdachte] op 28 en 29 mei 2020 e-mails die zij aan onder meer [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] had gestuurd, ook naar [medeverdachte 1] heeft gestuurd.28

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat “ze” elke week bloemen lieten bezorgen, dat “ze” voor de deur taart hebben gegeten en dat het klopt dat tientallen kaarten en brieven via Greetz zijn verstuurd.29

Ook [medeverdachte 2] heeft verklaard dat “ze” iedere week bloemen sturen met een kaartje erbij omdat “ze” contact met [dochter van verdachte] willen. Via Greetz heeft ze misschien wel 100 keer een bestelling gedaan en laten afleveren bij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Verder heeft [medeverdachte 2] verklaard dat “ze” stoppen met spreken als [dochter van verdachte] thuis, de rechtbank begrijpt bij [medeverdachte 1] en/of [verdachte] , is.30

Uit onderzoek van het opnemen van telecommunicatie van het telefoonnummer [telefoonnummer] dat in gebruik is bij [medeverdachte 1] blijkt dat hij telefonisch contact heeft met [verdachte]31 en dat hij samen met [medeverdachte 2] ergens in Winterswijk verblijft. In meerdere telefoongesprekken noemt [medeverdachte 1] de Meekertweg in Winterswijk en in één van de gesprekken [adres 4] . Dit is een gesprek waarin hij een eetbestelling doet die hij thuis wil laten bezorgen. Hij legt uit hoe de bezorger moet rijden en dat hij moet zijn bij de witte [merk] .32

De rechtbank overweegt dat uit voornoemde bewijsmiddelen blijkt dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] samenwerkten bij de belaging. Gelet op het WhatsAppbericht van 18 april 2020 dat [medeverdachte 2] zo even zou aanbellen en de constatering van de witte [merk] in de straat waarbij [medeverdachte 1] is herkend en in gezelschap was van een vrouw, is het zeer aannemelijk dat [medeverdachte 1] samen met [medeverdachte 2] was. Verder verklaren zowel [medeverdachte 1] als [medeverdachte 2] over het toesturen van de wekelijkse bloemen en het versturen van kaarten en brieven via Greetz, waarbij uit de verklaringen kan worden afgeleid dat ze daarin samenwerkten.

Uit de bewijsmiddelen blijkt verder dat [medeverdachte 1] contact had met [verdachte] en dat zij e-mailberichten die zij naar onder meer [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] stuurden ook naar elkaar stuurden. De rechtbank leidt hieruit af dat ook [verdachte] met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] samenwerkte.

Ten aanzien van het verweer van [verdachte] overweegt de rechtbank dat zij niet bevoegd is te oordelen over de uithuisplaatsing van [dochter van verdachte] . Ten aanzien van de tenlastelegging heeft [verdachte] geen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt naar voren gebracht. Het verweer van [verdachte] blijft om die reden onbesproken.

Gelet op voornoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank medeplegen van belaging dan ook bewezen.

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

zij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 2 februari 2021 te Doetinchem, gemeente Doetinchem en/of te Winterswijk, gemeente Winterswijk en/of te Rekken, gemeente Berkelland, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging, met een ander of anderen, althans alleen, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft/hebben gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , (telkens) met het oogmerk die genoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval die ander(en), te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, door voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] onder andere stelselmatig en/of veelvuldig, althans meerdere malen en/of ongewenst:

- kaarten en/of brieven en/of poststukken en/of whatsapp-berichten en/of Facebook (messenger) berichten en/of USB-sticks en/of (deels door tussenkomst van de Kerk ( [naam 4] ) en/of Jeugdbescherming (JBG) ) emailberichten toe te sturen (met daarin onder andere intimiderende en/of veroordelende en/of opdringerige en/of negatieve en/of voornamelijk religieuze en/of Bijbelse uitspraken en/of teksten en/of afbeeldingen over en/of van met name een bepaalde geloofsovertuiging en/of geloofsbeweging genaamd [naam 1] en/of [naam 2] (zie de vele en diverse voorbeelden hiervan in het door de politie, Districtsrecherche Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte (eind)proces-verbaal, met proces-verbaal nummer: 202101281241);

en/of door onder andere stelselmatig en/of veelvuldig, althans meerdere malen en/of ongewenst en/of in strijd met gemaakte afspraken met Jeugdbescherming (JBG):

-langs te komen en/of aan te bellen bij de woning van genoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of zich voor en/of nabij die woning op te houden en/of in de straat van die woning rond te rijden (auto) en/of te lopen;

en/of door onder andere stelselmatig en/of veelvuldig, althans meerdere malen en/of ongewenst:

-boeken en/of (dure) cadeau’s en/of bloemen (met daarbij kaartjes met tekst) te laten bezorgen bij en/of voor de deur/woning van genoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] neer te (laten) zetten en/of leggen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Medeplegen van belaging.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren.

De beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging. Samen met de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] heeft zij stelselmatig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] door vele kaarten, postpakketten, bloemen, e-mails en berichten via social media naar [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te sturen dan wel naar mensen met wie zij contact onderhouden. Een stopbrief heeft verdachte en haar mededaders er niet van weerhouden door te gaan met het sturen van de ongewenste (digitale) post. Ook een waarschuwingsbrief heeft niet tot dat resultaat geleid. Verdachte wist dat alle contacten met [dochter van verdachte] via de JBG moesten verlopen, maar heeft zich daar steeds opnieuw niets van aangetrokken. De berichten die zij en haar mededaders naar [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en naar hun relaties stuurden, waren vaak intimiderend en veroordelend, en konden vanwege de inhoud niet altijd worden gedeeld met [dochter van verdachte] . Verdachte en de mededaders hebben met hun handelen alleen gekeken naar hun eigen behoefte en eigen levenshouding zonder de levenshouding van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te respecteren, hetgeen veel impact heeft gehad op het gezin van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .

De rechtbank heeft rekening gehouden met de justitiële documentatie, waaruit blijkt dat verdachte eenmaal is veroordeeld. Omdat dat een vermogensdelict betrof ziet de rechtbank geen aanleiding daar nu rekening mee te houden.

De rechtbank overweegt dat over de persoon van verdachte niet meer bekend is dan uit het dossier naar voren is gekomen, nu verdachte niet heeft meegewerkt aan een trajectconsult door het NIFP en een reclasseringsrapport.

Een taakstraf zou gelet op het strafblad een mogelijke strafmodaliteit zijn geweest. De eerder in 2015 opgelegde taakstraf heeft verdachte echter niet uitgevoerd en ook nu weigert verdachte contact met de reclassering. Het (nogmaals) opleggen van een taakstraf acht de rechtbank daarom niet zinvol. De rechtbank vindt de vordering van de officier van justitie, te weten een gevangenisstraf van twee maanden voorwaardelijk passend en geboden. De rechtbank overweegt dat verdachte [dochter van verdachte] een warm hart toedraagt en in zoverre geen kwaad wil doen. Een stok achter de deur is echter noodzakelijk om te voorkomen dat verdachte opnieuw strafbare feiten begaat, meer in het bijzonder dat zij opnieuw (stelselmatig) inbreuk maakt op de levenssfeer van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .

De rechtbank zal daarbij als bijzondere voorwaarde een contactverbod met [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [dochter van verdachte] opleggen, tenzij de JBG toestemming heeft gegeven voor het contact. De rechtbank zal de proeftijd bepalen op drie jaar.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden;

  • -

    bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:

  • -

    stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat:

- verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [dochter van verdachte] [medeverdachte 1] , wonend aan de [adres 2] in Doetinchem, tenzij verdachte daarvoor toestemming heeft van de Jeugdbescherming. De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.H.T. Rademaker (voorzitter), mr. J.A.P. Bakker en

mr. M.J. Wasmann, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C.M Althoff, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 september 2021.

Mr. Bakker en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, onderzoek Bezem / ON3R020069, gesloten op 22 februari 2021 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , p. 135-136

3 Aanvullend verhoor van aangever [slachtoffer 1] , p. 586.

4 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] , p. 655.

5 Proces-verbaal van bevindingen, p. 327-328.

6 Bijlage bij de aangifte, p. 154.

7 Proces-verbaal van bevindingen, p. 162-163.

8 Proces-verbaal van bevindingen, p. 168.

9 Proces-verbaal van bevindingen, p. 169-171.

10 Proces-verbaal van bevindingen, p. 360-361.

11 Proces-verbaal van bevindingen, p. 375.

12 Proces-verbaal van bevindingen, p. 453-454.

13 Proces-verbaal van bevindingen, p. 489.

14 E-mail, p. 519.

15 E-mail, p. 521.

16 Proces-verbaal van bevindingen, p. 489.

17 Proces-verbaal van bevindingen, p. 397-398, 404.

18 Processen-verbaal van bevindingen, p. 449-450.

19 Proces-verbaal van bevindingen, p. 490.

20 Processen-verbaal van bevindingen, p. 589, 634.

21 Proces-verbaal van bevindingen, p. 601.

22 Gedragsaanwijzing, p. 56, 90, 129.

23 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] , p. 51.

24 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2] , p. 125-127.

25 Proces-verbaal van bevindingen, p. 358.

26 Proces-verbaal van bevindingen, p. 356.

27 Proces-verbaal van bevindingen, p. 327-328.

28 Proces-verbaal van bevindingen, p. 169

29 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] , p. 51.

30 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2] , p. 125-127.

31 Proces-verbaal van bevindingen tapbijzonderheden, p. 600-604.

32 Proces-verbaal van bevindingen, p. 645-646.