Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:5114

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
03-05-2018
Datum publicatie
03-05-2018
Zaaknummer
09/807810-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank in Den Haag veroordeelt een 77-jarige inwoner van Voorburg tot een voorwaardelijke taakstraf van 60 uur met een proeftijd van twee jaar. Verder krijgt hij een contactverbod met de aangevers opgelegd van twee jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/807810-16

Datum uitspraak: 3 mei 2018

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1941 te [geboorteplaats] ,

BRP-adres: [adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 7 juni 2017 en 14 juni 2017, 5 januari 2018 en 8 januari 2018 (allen regie) en 19 april 2018 (inhoudelijke behandeling).

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. I. Doves en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw mr. S.F. Deen naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

Hij op één en of meerdere tijdstippen, in of omstreeks de periode tussen 1 januari 2015 tot en met 1 januari 2017 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4] en/of [naam aangever] en/of [aangever 5] en/of [aangever 6] , in elk geval van een ander, met het oogmerk die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4] en/of [naam aangever] en/of [aangever 5] en/of [aangever 6] , in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft verdachte deze [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4] en/of [naam aangever] en/of [aangever 5] en/of [aangever 6] dagelijks, althans veelvuldig/meermalen

mailberichten verstuurd (waarin verdachte zich (onder meer) negatief uitlaat over moslims en/of over de komst van het AZC in de gemeente Leidschendam-Voorburg) en/of

mailberichten verstuurd met daarin (onder meer) de tekst(en)

  • -

    'worden bestuurders van L'dam-Voorburg bijna vermoord, als door hun AZC-besluit Voorburgse vrouwen, dochters, meisjes worden verkracht??' (p.355) en/of

  • -

    'Het linke, linkse College B&W interesseert het géén moer () en wil zoveel mogelijk verkrachters naar L'dam-Voorburg halen.' (p.402) en/of

  • -

    "Waar wonen B&W Voorburg en Gemeenteraadsleden? Als er wordt ingebroken en verkracht door "moslimvluchtelingen" in L'dam-Voorburg in de huizen van de Gemeenteraadsleden en Wethouders" met vermelding van de bijbehorende adressen.(p.528) en/of

  • -

    'Moslimterroristen onder bevel van Iran in AZC-Schakenbosch L'dam-Voorburg? (p.596) en/of

  • -

    "Stel dat er een moord wordt gepleegd door zo'n tweebenig moslimbeest op een inwoner van L'dam-Voorburg, zouden de Bestuurders en Gemeenteraadsleden, die voor de komst van AZC-Schakenbosch hebben gestemd dan nog rustig kunnen slapen in hun huizen? Of worden ze dan in hun dromen gillend wakker van inwoners van L'dam-Voorburg, die verhaal komen halen? Oog om oog, tand om tand, leven om leven is het Proportionaliteitsbeginsel waarop ons Rechtssysteem is gebaseerd." (P.690) en/of

  • -

    'Onder de 74.000 inwoners van Gemeente L'dam-Voorburg groeit de overtuiging, dat Bestuurders en Gemeenteraadsleden, die verantwoordelijk zijn voor de komst van o.a. moslimterroristen in AZC-Schakenbosch, voor een volkstribunaal zullen worden gebracht, nadat een enorm bloedbad in het winkelcentrum heeft plaatsgevonden. Op grond van het grondwettelijke principe van Proportionaliteit, zal het volkstribunaal de doodstraf uitspreken over voornoemde Bestuurders en Gemeenteraadsleden." (p.171) en/of 'een vermelding van de functie, telefoonnummer en/of (een link naar)een foto van [aangever 5] met daarbij de tekst 'CDA-Fractievoorzitter [aangever 5] heeft geen feeling meer met de realiteit. (p.171) en/of

  • -

    'Worden Burgemeester en Wethouders en bepaalde Gemeenteraadsleden van Ldam-Voorburg binnenkort tot bloedens toe zwaar in elkaar geslagen?' met daarbij de vermelding van de namen en adressen van voornoemde [aangever 6] en/of [aangever 4] (p.181);

2.

Hij op één en of meerdere tijdstippen, in of omstreeks de periode tussen 1 januari 2015 tot en met 1 januari 2017 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf, [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4] en/of [naam aangever] en/of [aangever 5] en/of [aangever 6] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4] en/of [naam aangever] en/of [aangever 5] en/of [aangever 6] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen of te dulden, te weten

af te zien van, althans in te stemmen met de komst van een AZC in gemeente Leidschendam-Voorburg en/of het dagelijks, althans veelvuldig/meermalen ontvangen van mailberichten (waarin verdachte zich (onder meer) negatief uitlaat over moslims en/of over de komst van het AZC in de gemeente Leidschendam-Voorburg), immers heeft verdachte dagelijks, althans veelvuldig/meermalen

mailberichten verstuurd naar een grote groep geadresseerden (waarin verdachte zich (onder meer) negatief uitlaat over moslims en/of over de komst van het AZC in de gemeente Leidschendam-Voorburg) en/of mailberichten verstuurd met daarin (onder meer) de tekst(en)

  • -

    'worden bestuurders van L'dam-Voorburg bijna vermoord, als door hun AZC-besluit Voorburgse vrouwen, dochters, meisjes worden verkracht??' (p.355) en/of

  • -

    'Het linke, linkse College B&W interesseert het géén moer () en wil zoveel mogelijk verkrachters naar L'dam-Voorburg halen.' (p.402) en/of

  • -

    "Waar wonen B&W Voorburg en Gemeenteraadsleden? Als er wordt ingebroken en verkracht door "moslimvluchtelingen" in L'dam-Voorburg in de huizen van de Gemeenteraadsleden en Wethouders" met vermelding van de bijbehorende adressen.(p.528) en/of

  • -

    'Moslimterroristen onder bevel van Iran in AZC-Schakenbosch L'dam-Voorburg? (p.596) en/of

  • -

    "Stel dat er een moord wordt gepleegd door zo'n tweebenig moslimbeest op een inwoner van L'dam-Voorburg, zouden de Bestuurders en Gemeenteraadsleden, die voor de komst van AZC-Schakenbosch hebben gestemd dan nog rustig kunnen slapen in hun huizen? Of worden ze dan in hun dromen gillend wakker van inwoners van L'dam-Voorburg, die verhaal komen halen? Oog om oog, tand om tand, leven om leven is het Proportionaliteitsbeginsel waarop ons Rechtssysteem is gebaseerd." (P.690) en/of

  • -

    'Onder de 74.000 inwoners van Gemeente L'dam-Voorburg groeit de overtuiging, dat Bestuurders en Gemeenteraadsleden, die verantwoordelijk zijn voor de komst van o.a.moslimterroristen in AZC-Schakenbosch, voor een volkstribunaal zullen worden gebracht, nadat een enorm bloedbad in het winkelcentrum heeft plaatsgevonden. Op grond van het grondwettelijke principe van Proportionaliteit, zal het volkstribunaal de doodstraf uitspreken over voornoemde Bestuurders en Gemeenteraadsleden." (p.171) en/of

  • -

    'een vermelding van de functie, telefoonnummer en/of (een link naar)een foto van [aangever 5] met daarbij de tekst 'CDA-Fractievoorzitter [aangever 5] heeft geen feeling meer met de realiteit.(p.171) en/of

  • -

    'Worden Burgemeester en Wethouders en bepaalde Gemeenteraadsleden van Ldam-Voorburg binnenkort tot bloedens toe zwaar in elkaar geslagen?' met daarbij de vermelding van de namen en adressen van voornoemde [aangever 6] en/of [aangever 4] (p.181)

terwijl de uitvoering van dit misdrijf niet is voltooid;

3 De dagvaarding

De rechtbank merkt op dat in de tenlastelegging de naam [naam aangever] is opgenomen. Deze naam is in het dossier alleen te vinden als voornaam van aangever [aangever 6] De officier van justitie heeft ter terechtzitting in haar voordracht in plaats van de naam [naam aangever] de naam [aangever 7] genoemd. Deze voordracht heeft kennelijk bij geen van de partijen verbazing gewekt. In het dossier bevinden zich voorts een aangifte en een klacht van [aangever 7] . Ook heeft hij zich als benadeelde partij gesteld en is namens hem ter terechtzitting een slachtofferverklaring voorgelezen. De verdediging is in haar pleidooi ook ingegaan op de aangifte van [aangever 7] en ook de rechtbank heeft de aangifte van [aangever 7] met de verdachte besproken. Nu overduidelijk is dat door de officier van justitie bedoeld is de naam [aangever 7] ten laste te leggen, de gehele behandeling ook mede op deze aangever gericht is geweest en het voor alle partijen duidelijk was dat [aangever 7] werd bedoeld in de tenlastelegging, zal de rechtbank het er in de rest van het vonnis voor houden dat in de tenlastelegging de naam [aangever 7] in plaats van de naam [naam aangever] is bedoeld.

4 Beoordeling van de tenlastelegging

4.1

Inleiding1

Gelet op de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden. Deze feiten en omstandigheden hebben ter terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.

De burgemeester en een aantal wethouders en gemeenteraadsleden van Leidschendam-Voorburg hebben in februari en maart 2016 aangifte gedaan tegen de verdachte.2 Zij hebben ook allen een klacht ingediend.3 Zij hebben - kort samengevat - verklaard dat zij veel mails kregen afkomstig van het emailadres ‘ [e-mailadres] ’. Deze mails gingen - onder andere - over moslims en weerstand tegen de komst van een asielzoekerscentrum (hierna: AZC) in de gemeente Leidschendam-Voorburg.

De verdachte heeft ter terechtzitting erkend dat hij e-mails met het emailadres ‘ [e-mailadres] ’ heeft gestuurd naar de burgemeester en alle wethouders en gemeenteraadsleden van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Hij heeft verklaard dat hij in ieder geval één keer per dag een e-mail stuurde naar deze groep.4 De verdachte stuurde deze e-mails om aan de ontvangers duidelijk te maken wat de risico’s zouden zijn van een AZC voor de bevolking van de gemeente Leidschendam-Voorburg en met name voor de joodse burgers.

De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat het de verdachte is geweest die genoemde e-mails heeft gestuurd aan de burgemeester en wethouders en gemeenteraadsleden van de gemeente Leidschendam-Voorburg.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft – kort gezegd – gerekwireerd tot bewezenverklaring van beide ten laste gelegde feiten. Voor zover relevant zal hierna op haar specifieke standpunten nader worden ingegaan.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft – kort gezegd – vrijspraak van beide ten laste gelegde feiten bepleit, omdat geen sprake is geweest van een wederrechtelijke stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer (feit 1) en omdat geen sprake is geweest van dwang (feit 2). Op specifieke standpunten van de verdediging wordt hierna – voor zover relevant – nader ingegaan.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

Overige bewijsmiddelen feit 1

Aangiftes

[aangever 1] , destijds burgemeester van de gemeente Leidschendam-Voorburg, heeft in zijn aangifte van 19 februari 2016 verklaard dat hij vanaf september 2014 bijna dagelijks door de verdachte is belaagd met e-mails. De algemene tendens van de e-mails was dat de verdachte zich lasterlijk uitlaat over groepen mensen in de samenleving, waarbij met name mensen met een moslim geloof het moeten ontgelden.5 [aangever 1] heeft verder verklaard dat hij door de onophoudelijke mails genoodzaakt is deze te lezen en/of te verwijderen en dat de verdachte hiermee – ook gelet op de inhoud van de e-mails – een opzettelijke inbreuk maakt op zijn persoonlijke levenssfeer.6

[aangever 2] , (destijds) lid van de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg, heeft in zijn aangifte van 9 maart 2016 verklaard dat hij onophoudelijk e-mails van de verdachte krijgt op zijn zakelijke e-mailadres. Hij ontvangt deze e-mails sinds oktober 2015 en de inhoud is zeer extremistisch van aard. In zijn e-mails schoffeert, beledigt en discrimineert de verdachte, met name richting moslims.7 Op 17 oktober 2016 ontving [aangever 2] een e-mail van de verdachte waarin een persoonlijke verwijzing werd gemaakt en waarbij het privéadres van [aangever 2] werd genoemd in combinatie met de tekst “als er wordt ingebroken en verkracht door moslimvluchtelingen in Leidschendam-Voorburg in huizen van gemeenteraadsleden en wethouders”. [aangever 2] heeft verklaard dat hij deze e-mail zeer onbehoorlijk vindt en dat hij zich er niet prettig bij voelt. Ook heeft hij veel last van de vele e-mails die hij krijgt van de verdachte.8

[aangever 3] , (destijds) lid van de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg, heeft in zijn aangifte van 7 maart 2016 verklaard dat hij bijna wekelijks e-mails krijgt van de verdachte. Hij ondervindt overlast van deze e-mails ongeveer vanaf de tijd dat er in de gemeenteraad werd gesproken over een AZC (de rechtbank begrijpt: in ieder geval na

15 december 2015 toen het besluit tot de komst van het AZC was genomen9). [aangever 3] verklaart dat de verdachte in zijn e-mails verwerpelijke taal gebruikt en bevolkingsgroepen – met name moslims – in een kwaad daglicht stelt. [aangever 3] vindt dat het gedrag van de verdachte alle perken te buiten gaat10 en ervaart de e-mails van de verdachte als een inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer.11

[aangever 4] , (destijds) wethouder van de gemeente Leidschendam-Voorburg, heeft in zijn aangifte van 2 maart 2016 verklaard dat hij zich vanaf begin december 2015 in zijn persoonlijke levenssfeer aangetast voelt door het mailgedrag van de verdachte. [aangever 4] ontving in december 2015 een e-mail van de verdachte waarin een verwijzing naar [aangever 4] persoonlijk werd gemaakt en waarbij het privéadres van [aangever 4] werd genoemd in relatie tot teksten als: “stel je voor dat je vrouw en kinderen verkracht worden?”. In een andere e-mail heeft de verdachte [aangever 4] persoonlijk gegriefd12 door in een e-mail over studentenvereniging [studentenvereniging] de naam van [aangever 4] te noemen. In die e-mail noemde de verdachte de oud-secretaris-generaal – ook een oud-lid van [studentenvereniging] – homofiel en pedofiel en gaf aan dat dit ook voor andere oud-leden van toepassing was. [aangever 4] vindt de kwalificatie pedofiel bijzonder kwetsend. [aangever 4] voelt zich door de e-mails van de verdachte aangetast in zijn persoonlijke levenssfeer.13

[aangever 7] , (destijds) lid van de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg, heeft in zijn aangifte van 1 maart 2016 verklaard dat hij bijna dagelijks e-mails van de verdachte krijgt. [aangever 7] krijgt al jaren e-mails van de verdachte, maar inmiddels stuurt de verdachte e-mails over groepen personen – met name moslims – binnen de samenleving, waarin hij die groepen met verwerpelijk taalgebruik in kwaad daglicht stelt. De e-mails houden de aangever flink bezig.14

[aangever 6] , (destijds) wethouder van de gemeente Leidschendam-Voorburg, heeft in zijn aangifte van 9 maart 2016 verklaard dat hij sinds oktober 2015 dagelijks e-mails van de verdachte ontvangt. Deze e-mails gaan het betamelijke in alle opzichten te boven, aldus aangever. In de e-mails richt de verdachte zich met name op moslims en homoseksuelen en discrimineert en schoffeert deze groepen. In januari 2016 ontving [aangever 6] een e-mail waarin stond: “als er wordt ingebroken en verkracht door moslimvluchtelingen in Leidschendam-Voorburg in de huizen van gemeenteraadsleden en wethouders”. In deze e-mail werden de huisadressen van veel wethouders en raadsleden genoemd. Ook het huisadres van [aangever 6] stond vermeld.15 [aangever 6] verklaart dat de verdachte stelselmatig inbreuk maakt op zijn persoonlijke levenssfeer door dagelijks e-mails te sturen.16

[aangever 5] , (destijds) lid van de gemeenteraad Leidschendam-Voorburg, heeft in haar aangifte van 22 maart 2016 verklaard dat ze zeer vaak e-mails ontvangt van de verdachte. De e-mails vallen op doordat het taalgebruik de meest gruwelijke beelden bij [aangever 5] oproept. De e-mails gaan veelal over moslims die de meest gruwelijke daden zullen verrichten in Nederland.17 [aangever 5] werd met name bang door een e-mail van 4 maart 2015, waarin haar privé telefoonnummer en haar functie aan de Hogeschool Rotterdam werden vermeld. Ook was er een link opgenomen naar een artikel waar een foto van [aangever 5] bij stond. In deze e-mail heeft de verdachte het onder andere over het feit dat [aangever 5] de doodstraf verdient. [aangever 5] beschrijft dat het hierdoor erg persoonlijk wordt. De verdachte heeft haar veelvuldig gemaild: zij heeft in ieder geval tussen 21 februari 2016 en 21 maart 2016 22 e-mails van de verdachte ontvangen.18

Inhoud van de e-mails

Het dossier bevat een groot aantal e-mails die tussen 23 december 2015 en 16 maart 2016 door verdachte al dan niet als kopie (‘cc’) zijn verstuurd aan burgemeester en wethouders en raadsleden van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Deze e-mails zijn gevoegd bij eerder genoemde aangiftes of separaat doorgezonden aan de politie door (medewerkers van) de gemeente.19 De e-mails gaan – kort samengevat - veelal over Israël, joden, moslims, homoseksualiteit, de EU, de CIA, buitenlandse en binnenlandse politiek, gezagsdragers als premier Rutte, Angela Merkel of Hillary Clinton, het AZC in Leidschendam-Voorburg en andere verwante onderwerpen. Veel e-mails zijn ettelijke pagina’s lang, gaan vergezeld van fotomateriaal, waaronder veel afbeeldingen van oorlogshandelingen en oorlogsgraven en bevatten links naar verschillende websites.

Op 17 januari 2016 is door de verdachte een e-mail gestuurd met als onderwerp: “Als er wordt ingebroken en verkracht door “moslimvluchtelingen” in L’dam-Voorburg in de huizen van Gemeenteraadsleden en Wethouders”. In deze e-mail is een lijst met adressen opgenomen, met daarin onder anderen: “Bij [aangever 1] [straatnaam] (…) Bij [aangever 3] [straatnaam] (…) Bij [aangever 6] en zijn vriend: [straatnaam] ”.20

Op 21 januari 2016 is door de verdachte een e-mail gestuurd met het onderwerp: “Worden Bestuurders van L’dam-Voorburg bijna vermoord, als door hun AZC-besluit Voorburgse vrouwen, dochters, meisjes worden verkracht ? ?”.21 In deze e-mail staat onder andere “Worden Burgemeester en Wethouders en bepaalde Gemeenteraadsleden van L’dam-Voorburg binnenkort tot bloedens toe zwaar in elkaar geslagen ? (…) Voorburgers staan stil bij mogelijk gewelddadige akties tegen B&W, bepaalde leden Gemeenteraad, indien door hun besluit “moslimvluchtelingen” in AZC-Schakenbosch terechtkomen, die vervolgens Voorburgse vrouwen, dochters, meisjes verkrachten !!! (…) Rechtstreekse en direkte mede-schuld daaraan ligt dan bij B&W en die leden van de Gemeenteraad, die het huidige linkse College B&W steunen, o.l.v. de onbetrouwbare VVD-Burgemeester [aangever 1] en zijn vier Wethouders : [aangever 6] , die met zijn vriend in [straatnaam] woont (…) [aangever 4] GL, geb. [geboortedatum] , gehuwd, twee kinderen”22

Op 28 januari 2016 heeft de verdachte een e-mail gestuurd met daarin onder andere de tekst: “Het linke, linkse College B&W interesseert het géén moer (…) en wil zoveel mogelijk verkrachters naar L’dam-Voorburg halen”.23

Op 2 februari 2016 heeft de verdachte een e-mail gestuurd met daarin onder andere de tekst: “ [studentenvereniging] -leden: Homofiele VVD-er Mark Rutte, Minister-President van Nederland en Pedofiele (?) VVD-er Ard van der Steur, Minister van Geiligheid en Justitie, blijven pedofiele moordenaar, tevens [studentenvereniging] -lid Mr. [naam] beschermen. (…) Bekende [studentenvereniging] -leden: (…) [aangever 4] ”.24

Op 15 februari 2016 heeft de verdachte een e-mail gestuurd met als onderwerp: “Waar wonen B&W Voorburg en Gemeenteraadsleden? Als er wordt ingebroken en verkracht door “moslimvluchtelingen” in L’dam-Voorburg in de huizen van Gemeenteraadsleden en Wethouders”. Bij deze e-mail is de hiervoor genoemde e-mail van 17 januari 2016 met de adressen van de gemeenteraadsleden van Leidschendam-Voorburg gevoegd.25

Op 25 februari 2016 heeft de verdachte een e-mail gestuurd met als onderwerp: “Moslimterroristen onder bevel van Iran in AZC-Schakenbosch L’dam-Voorburg?”.26

Op 4 maart 2016 heeft de verdachte een e-mail gestuurd met daarin onder andere de tekst: “CDA-Fractievoorzitter [aangever 5] [telefoonnummer] docent Hogeschool R’dam, IBK heeft géén feeling meer met de realiteit.” Boven deze tekst staat een link naar een artikel op voorburgsdagblad.nl met de titel ‘CDA tevreden over vluchtelingendossier’.27 Bij dit artikel is een foto van [aangever 5] te zien.28 In de e-mail staat ook de volgende tekst: “Onder de 74.000 inwoners van de Gemeente L’dam-Voorburg groeit de overtuiging, dat Bestuurders en Gemeenteraadsleden, die verantwoordelijk zijn voor de komst van o.a. moslimterroristen in AZC-Schakenbosch, voor een volkstribunaal zullen worden gebracht, nadat een enorm bloedbad in het winkelcentrum heeft plaatsgevonden. Op grond van het grondwettelijke principe van Proportionaliteit, zal het volkstribunaal de doodstraf uitspraken over voornoemde Bestuurders en Gemeenteraadsleden.”29

Op 16 maart 2016 heeft de verdachte een e-mail gestuurd met daarin onder andere de tekst: “Stel dat er een moord wordt gepleegd door zo’n tweebenig moslimbeest op een inwoner van L’dam-Voorburg, zouden de Bestuurders en Gemeenteraadsleden, die vóór de komst van AZC-Schakenbosch hebben gestemd, dan nog rustig kunnen slapen in hun huizen? Of worden ze dan in hun dromen gillend wakker van inwoners van L’dam-Voorburg, die verhaal komen halen? Oog om oog, tand om tand, leven om leven is het Proportionaliteitsbeginsel waarop ons Rechtssysteem is gebaseerd.”.30

Onderzoek naar de e-mails

Naar aanleiding van de aangiftes heeft de politie nader onderzoek verricht, o.a. naar de herkomst van de e-mails 31, de inhoud van de e-mails 32, de frequentie en het tijdstip waarop de e-mails verzonden waren 33 en de gegevensdragers van verdachte 34.

Deze onderzoeken maken melding van e-mails verzonden in de periode 1 september 2014 35 tot en met 15 maart 2016 36.

Bewijsoverwegingen feit 1

De rechtbank stelt voorop dat bij de beantwoording van de vraag of sprake is van belaging als bedoeld in artikel 285b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van belang zijn de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer.

De verdachte heeft de aangevers – in ieder geval tussen december 2015 en maart 2016 – dagelijks e-mails gestuurd om zijn standpunten kenbaar te maken, onder andere over de komst van een AZC in de gemeente en over moslims. Een aantal van deze e-mails – zoals die met woonadressen en die over het volkstribunaal – richten zich zeer direct en persoonlijk tegen de aangevers en zijn daarbij bedreigend van aard. Deze e-mails gaan veel verder dan het enkel kenbaar maken van de standpunten van de verdachte. De aangevers verklaren in hun aangiftes ook dat een aantal e-mails hen persoonlijk raken. Sommige aangevers voelden zich genoodzaakt om alle berichten te lezen om na te gaan of daarin sprake was van nieuwe bedreigingen.

Deze persoonlijk gerichte berichten kunnen niet los worden gezien van de overige e-mails die de verdachte aan de aangevers heeft gestuurd. Gelet op de aard en inhoud van deze berichten, in combinatie met de duur, de intensiteit en de frequentie, minimaal één per dag, van alle door de verdachte gestuurde e-mails, is daarom naar het oordeel van de rechtbank sprake van een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de aangevers. Zij moesten immers steeds dulden dat zij veelvuldig e-mails ontvingen van een afzender waar zij gelet op de inhoud van de bedreigende e-mails beducht voor waren.

Dat de verdachte de aangevers alleen heeft gemaild op hun werkadressen en dat andere personen op de ontvangstlijst van deze e-mails geen aangifte hebben gedaan maakt dat niet anders.

Ten aanzien van de wederrechtelijkheid van die inbreuk merkt de rechtbank het volgende op. Vast staat dat geen enkele aangever in de tenlastegelegde periode verdachte zelf op enigerlei wijze heeft laten weten niet gediend te zijn van het ontvangen van de bewuste e-mails of de verdachte heeft verzocht te stoppen met e-mailen. Ofschoon aangevers en/of het gemeentebestuur hadden kunnen overwegen om de verdachte te verzoeken op te houden met zijn dagelijkse berichten, is het – gelet op vaste jurisprudentie – geen eis dat de aangevers eerst een dergelijk verzoek moeten doen om de inbreuk wederrechtelijk te maken. Verder betrekt de rechtbank bij haar afweging het volgende. Toenmalig wethouder [aangever 5] heeft bij de rechter-commissaris onder meer verklaard dat zij de verdachte niet durfde te laten weten niet van zijn e-mails gediend te zijn omdat zij bang was voor zijn reactie.37 Daarnaast waren tenminste enkele aangevers bekend met het feit dat andere collega’s op een eerder moment tevergeefs een dergelijk verzoek aan verdachte hadden verstuurd.38 Het dossier bevat ook een verzoek gedateerd 26 januari 2016 van een van de gemeenteraadsleden om hem niet meer ‘in te kopiëren’, waarop de verdachte antwoordt: “Voortaan zal ik niet meer ‘inkopiëren’ maar rechtstreeks toezenden.” Bij dit antwoord heeft de verdachte in ieder geval ook weer de burgemeester en aangevers [aangever 6] en [aangever 4] ingekopieerd.39

De rechtbank merkt ten slotte op dat de vrijheid van meningsuiting een groot goed is. Binnen de democratische rechtsstaat moet een burger zijn standpunten kunnen delen met volksvertegenwoordigers en bestuurders, zoals burgemeesters, wethouders en gemeenteraadsleden. Deze publieke figuren zullen vanwege hun functie meer moeten dulden dan een gemiddelde burger.

In de onderhavige zaak heeft de verdachte echter, gelet op de duur, frequentie, aard en intensiteit van zijn e-mails, de grenzen van wat publieke figuren vanwege hun functie moeten tolereren, ruimschoots overschreden.

Alles afwegende komt de rechtbank dan ook tot de conclusie dat de verdachte wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de aangevers zodat het onder 1 ten laste gelegde feit bewezen zal worden verklaard.

De rechtbank stelt vast dat in het dossier opgenomen e-mails verstuurd zijn tussen 23 december 2015 en 16 maart 2016. Gelet op de data waarop aangifte werd gedaan en het onderzoek dat door de politie is verricht naar de berichten, zal de rechtbank de bewezenverklaring tot de periode van 1 december 2015 tot en met 1 april 2016 beperken en verdachte voor het overige vrijspreken.

Vrijspraak feit 2

De rechtbank acht de onder feit 2 ten laste gelegde dwang niet wettig en overtuigend bewezen, omdat uit het dossier het (voorwaardelijke) opzet van de verdachte daartoe onvoldoende kan worden afgeleid. De verdachte heeft – zo heeft hij ook zelf verklaard – de bestuurders wakker willen schudden, maar zegt niet de besluitvorming te hebben willen beïnvloeden. De aard en inhoud van de e-mails laten wel een duidelijk stellingname zien en zijn deels ook bedreigend van aard, maar uit geen van de e-mails kan daadwerkelijk worden afgeleid dat de verdachte de besluitvorming middels dwang heeft willen beïnvloeden. Dat de verdachte door het sturen van de e-mails het risico zou hebben genomen en aanvaard dat de aangevers in hun besluitvorming zouden worden gehinderd en hun beslissing over de komst van het AZC zouden wijzigen, kan de rechtbank - anders dan de officier van justitie - hieruit dan ook niet afleiden. Daarbij komt dat het besluit over de komst van het AZC al was genomen toen de verdachte op 15 december 2015 begon met e-mailen over dit onderwerp. De verdachte zal daarom van dit feit worden vrijgesproken.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode tussen 1 december 2015 tot en met 1 april 2016 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [aangever 1] en [aangever 2] en [aangever 3] en [aangever 4] en [aangever 7] en [aangever 5] en [aangever 6] , met het oogmerk die [aangever 1] en [aangever 2] en [aangever 3] en [aangever 4] en [aangever 7] en [aangever 5] en [aangever 6] te dwingen iets te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft verdachte deze [aangever 1] en [aangever 2] en [aangever 3] en [aangever 4] en [aangever 7] en [aangever 5] en [aangever 6] dagelijks

mailberichten verstuurd (waarin verdachte zich (onder meer) negatief uitlaat over moslims en/of over de komst van het AZC in de gemeente Leidschendam-Voorburg) en

mailberichten verstuurd met daarin (onder meer) de teksten

  • -

    'worden bestuurders van L'dam-Voorburg bijna vermoord, als door hun AZC-besluit Voorburgse vrouwen, dochters, meisjes worden verkracht??' (p.355) en

  • -

    'Het linke, linkse College B&W interesseert het géén moer () en wil zoveel mogelijk verkrachters naar L'dam-Voorburg halen.' (p.402) en

  • -

    "Waar wonen B&W Voorburg en Gemeenteraadsleden? Als er wordt ingebroken en verkracht door "moslimvluchtelingen" in L'dam-Voorburg in de huizen van de Gemeenteraadsleden en Wethouders" met vermelding van de bijbehorende adressen.(p.528) en

  • -

    'Moslimterroristen onder bevel van Iran in AZC-Schakenbosch L'dam-Voorburg? (p.596) en

  • -

    "Stel dat er een moord wordt gepleegd door zo'n tweebenig moslimbeest op een inwoner van L'dam-Voorburg, zouden de Bestuurders en Gemeenteraadsleden, die voor de komst van AZC-Schakenbosch hebben gestemd dan nog rustig kunnen slapen in hun huizen? Of worden ze dan in hun dromen gillend wakker van inwoners van L'dam-Voorburg, die verhaal komen halen? Oog om oog, tand om tand, leven om leven is het Proportionaliteitsbeginsel waarop ons Rechtssysteem is gebaseerd." (P.690) en

  • -

    'Onder de 74.000 inwoners van Gemeente L'dam-Voorburg groeit de overtuiging, dat Bestuurders en Gemeenteraadsleden, die verantwoordelijk zijn voor de komst van o.a. moslimterroristen in AZC-Schakenbosch, voor een volkstribunaal zullen worden gebracht, nadat een enorm bloedbad in het winkelcentrum heeft plaatsgevonden. Op grond van het grondwettelijke principe van Proportionaliteit, zal het volkstribunaal de doodstraf uitspreken over voornoemde Bestuurders en Gemeenteraadsleden." (p.171) en/of 'een vermelding van de functie, telefoonnummer en/of (een link naar) een foto van [aangever 5] met daarbij de tekst 'CDA-Fractievoorzitter [aangever 5] heeft geen feeling meer met de realiteit. (p.171) en

  • -

    'Worden Burgemeester en Wethouders en bepaalde Gemeenteraadsleden van Ldam-Voorburg binnenkort tot bloedens toe zwaar in elkaar geslagen?' met daarbij de vermelding van de namen en/of adressen van voornoemde [aangever 6] en/of [aangever 4] (p.181).

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

Tekst

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

6 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

7 De oplegging van de straf en maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 180 uren, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast heeft zij de oplegging van een maatregel gevorderd in de vorm van een tweejarig contactverbod (ook via e-mail en social media) met de volgende personen:

  • -

    de aangevers en mevrouw [betrokkene] ;

  • -

    alle (oud)leden en toekomstige leden van het college van B&W, (oud)raadsleden en toekomstige raadslieden en (oud)fractievoorzitters en toekomstige fractievoorzitters van de gemeente Leidschendam-Voorburg.

Dit contactverbod dient dadelijk uitvoerbaar te worden verklaard.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht in de strafmaat rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

De ernst van het feit

De verdachte heeft zich in een tijdsbestek van vier maanden schuldig gemaakt aan de belaging van leden van het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg door hen een groot aantal e-mails te sturen, sommige met een dreigende of suggestieve inhoud. Daardoor werd het dagelijks ontvangen en kennisnemen van de uitvoerige berichten van de verdachte voor de aangevers zeer belastend. Steeds opnieuw moesten zij deze e-mails dulden, wat hen belemmerde in hun werkzaamheden. Zo voelden sommige aangevers zich niet meer vrij om in het democratische debat alles te zeggen wat zij zouden willen zeggen, hetgeen een zeer kwalijke ontwikkeling is in een democratie. Alle aangevers voelden zich in hun persoonlijke levenssfeer aangetast en een aantal van hen werd ook echt bang. Dit alles zal de rechtbank meewegen in de strafmaat.

Justitiële Documentatie

De rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van de verdachte van 28 maart 2018, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor het plegen van een dergelijk strafbaar feit.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft daarnaast gelet op het rapport van het psychologisch onderzoek van 16 augustus 2016, opgemaakt door dr. R.A.R. Bullens, klinisch psycholoog. Volgens de deskundige is bij de verdachte geen sprake van een ziekelijke stoornis of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Dit was ook zo ten tijde van de ten laste gelegd feiten.

De rechtbank heeft ook gelet op de voortgangsverslagen toezicht van GGZ Reclassering Fivoor Den Haag van 4 januari 2018 en 17 april 2018. De reclassering beschrijft dat de verdachte zich vanaf het begin coöperatief heeft opgesteld en inzicht heeft gegeven in zijn motieven, te weten het verrichten van zijn werk als journalist. De verdachte neemt bij zijn handelen zijn eigen rationele benadering als uitgangspunt. Hij heeft niet meegewogen dat anderen zich door zijn werkwijze en benadering bedreigd of beledigd kunnen voelen. In gesprekken met de reclassering geeft de verdachte aan dat hij nog dagelijks actief is in het versturen van berichten waarin hij zijn uitgesproken mening over zaken weergeeft.

De reclassering beschrijft verder – in het eerder uitgebrachte reclasseringsadvies van 30 augustus 2016 – dat vergelijkbaar gedrag in de toekomstig niet onwaarschijnlijk is, omdat de verdachte geen kwaad ziet in zijn eigen gedrag. Hij ziet niet in dat hij een grens heeft overschreden, waardoor de kans op een vergelijkbare situatie in de toekomst aanwezig is. De reclassering ziet geen aanknopingspunten voor behandeling of reclasseringscontact. Wel adviseren zij om handhaving van het contactverbod met de aangevers te overwegen.

De straf

De rechtbank zal een lagere straf dan door de officier van justitie geëist opleggen, omdat de verdachte van het zwaarste feit – te weten de beïnvloeding van het democratisch proces door dwang – wordt vrijgesproken. De rechtbank houdt verder rekening met de leeftijd en gezondheidssituatie van de verdachte. Ook laat de rechtbank meewegen dat het een oude zaak betreft.

Alles afwegende acht de rechtbank een geheel voorwaardelijke taakstraf van 60 uren, met een proeftijd van twee jaren, passend en geboden.

De maatregel

Verder zal de rechtbank, gelet op de ernst van het gedrag van de verdachte, ter beveiliging van de maatschappij en het voorkomen van strafbare feiten, aan de verdachte ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr) een contactverbod opleggen met de aangevers, te weten:

  • -

    [aangever 1] ;

  • -

    [aangever 2] ;

  • -

    [aangever 3] ;

  • -

    [aangever 4] ;

  • -

    [aangever 7] ;

  • -

    [aangever 5] ;

  • -

    [aangever 6] .

De verdachte mag gedurende twee jaar op geen enkele manier – direct of indirect – contact opnemen of hebben met deze aangevers. Elke overtreding van deze maatregel op straffe van hechtenis voor de duur van één week, met een maximum van zes maanden.

De rechtbank ziet aanleiding om te beslissen dat dit verbod dadelijk uitvoerbaar wordt verklaard, nu is voldaan aan het criterium van artikel 38v, vierde lid Sr, dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen jegens deze aangevers.

Voor een contactverbod met alle huidige en toekomstige volksvertegenwoordigers en bestuurders van de gemeente Leidschendam-Voorburg ziet de rechtbank geen aanleiding. Dit zou een te grote inbreuk opleveren op de vrijheid van meningsuiting van de verdachte. Wel hecht de rechtbank eraan op te merken dat dit niet betekent dat de verdachte zich grensoverschrijdend richting deze personen kan gaan gedragen, maar zich bij zijn handelen dient te houden aan de grenzen die het strafrecht stelt aan de vrijheid van meningsuiting.

8 De vordering van de benadeelde partij

8.1

De vordering van de benadeelde partij

[aangever 7] heeft zich als benadeelde partij gevoegd met een vordering ter hoogte van € 2.500,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen tot een bedrag van € 1.500,-.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt dat de vordering dient te worden afgewezen, dan wel niet-ontvankelijk verklaard, omdat de benadeelde partij zich beroept op een e-mail uit 2009 en onmogelijk sprake kan zijn van immateriële schade als gevolg van de onderhavige feiten. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de vordering onvoldoende is onderbouwd.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Nog los van het feit dat het gevorderde bedrag en de daadwerkelijk geleden psychische schade niet nader is onderbouwd, vormt behandeling van de vordering een onevenredige belasting voor het strafgeding omdat moet worden nagegaan welk deel van de vordering ziet op het bewezenverklaarde feit en welk deel ziet op hetgeen eerder zou zijn voorgevallen. De benadeelde partij kan deze vordering dan ook slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

9 De inbeslaggenomen goederen

9.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de op de beslaglijst onder 1, 3, 4, 10, 11 en 12 genoemde goederen zullen worden verbeurd verklaard. De overige goederen kunnen worden terug gegeven aan de verdachte.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat alle goederen dienen te worden terug gegeven aan de verdachte.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de op beslaglijst onder 4, 10, 11 en 12 genummerde voorwerpen (vier computers), verbeurdverklaren. Deze voorwerpen zijn voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien deze voorwerpen aan de verdachte toebehoren en met behulp van deze voorwerpen het onder 1 bewezenverklaarde feit is begaan.

Bij de vaststelling van deze bijkomende straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

De rechtbank zal met betrekking tot de overige goederen op de beslaglijst de teruggave aan de verdachte gelasten, nu het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet.

10 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 38v, 38w, 57 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

11 De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 4.5 bewezen is verklaard en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

belaging, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de tijd van 60 (zestig) uren;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 30 (dertig) dagen;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de eventuele tenuitvoerlegging van de hem opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht, naar de maatstraf van 2 uren per dag doorgebracht in verzekering;

bepaalt dat die straf niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

heft op het opgeschorte bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte;

maatregel

legt op de maatregel dat de verdachte voor de duur van 2 (twee) jaren op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of onderhouden met:

  • -

    [aangever 1] ;

  • -

    [aangever 2] ;

  • -

    [aangever 3] ;

  • -

    [aangever 4] ;

  • -

    [aangever 7] ;

  • -

    [aangever 5] ;

  • -

    [aangever 6] ;

beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 1 (één) week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 (zes) maanden;

stelt vast dat de toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolgde de opgelegde maatregel niet opheft;

bepaalt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

benadeelde partij

bepaalt dat de vordering van [aangever 7] niet-ontvankelijk is en dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de benadeelde partij [aangever 7] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

beslag

verklaart verbeurd de op de beslaglijst onder 4, 10, 11 en 12 genummerde voorwerpen, te weten:

4. Computer (zwart, Samsung Ce0168);

10. Computer (zwart, Asus PRO50);

10. Computer (zwart, Asus X7511);

10. Computer (zwart, Asus X7511J T4346t);

gelast de teruggave aan de verdachte van de overige op de beslaglijst genoemde voorwerpen, te weten:

  1. Telefoontoestel (zwart, KPN smart 200);

  2. DVD-schijfjes;

  3. Telefoontoestel (Huawei);

5. Camera (Lumix Panasonic dmc F);

6. USB-stick (zilver, Sandisk mini 128mb);

7. USB-stick (zwart, Sandisk cruzer micro 2);

8. USB-stick (oranje, Squad 8 GB);

9. Harddisk (zwart, LG 500 GB).

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.C.M. Bouman, voorzitter,

mr. P.M.E. Bernini, rechter,

mr. R.E. Perquin, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. C.M. van de Kamp, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 mei 2018.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2016160040 Z, van de politie eenheid Den Haag, district Zoetermeer – Leidschendam / Voorburg (doorgenummerd p. 1 t/m 738).

2 Processen-verbaal van aangifte/verhoor aangever, p. 51, 165, 178, 190, 197, 219 en 234.

3 Proces-verbaal van ontvangst klacht, p. 49, 163, 176, 188, 195, 217 en 232.

4 Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 19 april 2018.

5 Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 51.

6 Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 52.

7 Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 178.

8 Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 179.

9 Proces-verbaal van bevindingen, p. 5

10 Proces-verbaal van aangifte, p. 190.

11 Proces-verbaal van aangifte, p. 191.

12 Proces-verbaal van aangifte, p. 197.

13 Proces-verbaal van aangifte, p. 198.

14 Proces-verbaal van aangifte, p. 165.

15 Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 219.

16 Proces-verbaal van verhoor aangever, p 220.

17 Proces-verbaal van aangifte, p. 233.

18 Proces-verbaal van aangifte, p. 234.

19 Schriftelijke bescheiden, p. 249 tot en met p.691.

20 Schriftelijk bescheid, te weten een e-mail, p. 347-349.

21 Schriftelijk bescheid, te weten een e-mail, p. 355.

22 Schriftelijk bescheid, te weten een e-mail, p. 356 (idem p. 181)

23 Schriftelijk bescheid, te weten een e-mail, p. 402.

24 Schriftelijk bescheid, te weten een e-mail, p. 422 en 423.

25 Schriftelijk bescheid, te weten een e-mail, p. 528-530.

26 Schriftelijk bescheid, te weten een e-mail, p. 596.

27 Schriftelijk bescheid, te weten een e-mail, p. 171.

28 Bijlage bij schriftelijk bescheid, te weten een e-mail, p. 174.

29 Schriftelijk bescheid, te weten een e-mail, p. 171.

30 Schriftelijk bescheid, te weten een e-mail, p. 690-691.

31 Proces-verbaal van bevindingen, p. 94 e.v. en proces-verbaal van bevindingen, p. 129 e.v.

32 Proces-verbaal van bevindingen, p. 118 e.v.

33 Proces-verbaal van bevindingen, p. 245 e.v.

34 Proces-verbaal van bevindingen, p. 692 e.v.

35 Proces-verbaal van bevindingen, p. 94.

36 Proces-verbaal van bevindingen, p. 245 e.v.

37 Proces-verbaal van verhoor rechter-commissaris op 6 april 2018, nr. 6.

38 Proces-verbaal van verhoor rechter-commissaris [aangever 2] op 6 april 2018, nr. 7, en proces-verbaal van bevindingen van 16 april 2018, ongenummerd.

39 Proces-verbaal van bevindingen, p. 119 en ander geschrift op p. 393.