Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:3552

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
27-03-2015
Datum publicatie
31-03-2015
Zaaknummer
484914 HA ZA 15-355
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kort geding. Nakoming franchiseovereenkomst afgewezen omdat beide partijen de samenwerking willen beëindigen. Onduidelijk of non-concurrentiebeding geldt. Vorderingen over en weer afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: 484914 / KG ZA 15-355

Vonnis in kort geding van 27 maart 2015

in de zaak van

[A],

wonende te [woonplaats] (gemeente [gemeente]),

eiseres in conventie,

verweerster in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. C.W. Reintjes te Duiven,

tegen:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Groei-en B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Impulsus, Personal Quality & Results B.V.,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Impulsus, Support & Facilities B.V.,

alle gevestigd te Leiden,

gedaagden in conventie,

eiseressen in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. J.H. Kolenbrander te Leiden.

Partijen worden hierna ook aangeduid als respectievelijk ‘[A]’, ‘Groei-en’, ‘IPQ&R’ en ‘IS&F’. Gedaagden in conventie, eiseressen in (voorwaardelijke) reconventie gezamenlijk zullen worden aangeduid als ‘Impulsus’ (vrouwelijk enkelvoud).

1 Het procesverloop

[A] heeft Impulsus op 18 maart 2015 doen dagvaarden om op 20 maart 2015 te verschijnen ter zitting van de voorzieningenrechter van deze rechtbank. De zaak is op die datum behandeld.

De advocaat van Impulsus heeft bezwaar gemaakt tegen de late mededeling van de dagbepaling door de advocaat van [A]. Volgens de advocaat van Impulsus is de dagbepaling op 18 maart 2015 om 11.50 uur per faxbericht door de griffie aan de advocaat van [A] bevestigd en heeft de advocaat van [A] hiervan pas om 17.11 uur op die datum mededeling gedaan aan de advocaat van Impulsus. Laatstgenoemde heeft de voorzieningenrechter verzocht aan deze gang van zaken de gevolgen te verbinden die hem geraden voorkomen.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 20 maart 2015 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

[A] houdt zich bezig met het trainen en coachen van mensen in bewust, efficiënt en resultaatgericht werken. Groei-en is een in 1993 opgerichte vennootschap die sinds 2002 onder de naam ‘Impulsus, Personal Quality & Results B.V.’ franchiseactiviteiten heeft uitgeoefend. Groei-en heeft bij notariële akte van 31 mei 2010 IPQ&R opgericht. IS&F is in het verleden opgericht voor het produceren en verkopen van bakkerijproducten. In 2001 zijn de aandelen van IS&F (voorheen Bakkerij De Poort B.V.) overgedragen aan Groei-en, waarna die aandelen op 31 mei 2010 zijn overgedragen aan IPQ&R.

2.2.

IPQ&R biedt diverse soorten trainingen aan en gebruikt daarvoor de methodiek ‘Change into Excellence Performance’, hierna ‘CiEP’. Voorts exploiteert zij een franchisesysteem, waarbij franchisenemers – kort gezegd – in staat worden gesteld de door IPQ&R aangeboden trainingen aan hun eigen klanten aan te bieden.

2.3.

Op 8 juli 2005 is een franchiseovereenkomst tussen ‘Impulsus, Personal Quality & Results B.V.’ (franchisegever) en [A] (franchisenemer) gesloten voor de duur van vijf jaar. Voor zover hier van belang is in de franchiseovereenkomst het volgende bepaald:

“(…)

in aanmerking nemende:

- dat de franchisegever een succesvol franchisesysteem ontwikkeld heeft voor het trainen en on-the-job coachen van mensen vnl. in een kantooromgeving ter verbetering van hun persoonlijke organisatie, efficiency en effectiviteit in de ruimste zin van het woord;

hierna te noemen: het Franchisesysteem,

- dat dit Franchisesysteem gekenmerkt wordt door de volgende eigenschappen:

a. het gebruik van het merk "CiEP" ofwel "Coaching in Efficiency Program",

b. het gebruik van het logo van CiEP en het logo van Impulsus, uitgevoerd op de wijze als in Bijlage 1 aangegeven,

c. het gebruik van "Impulsus Personal Quality & Results" als handelsnaam,

(…)

e. het gebruik van de specifiek voor CiEP ontwikkelde werkwijze t.w.

- Theoretische groepssessies en groepsgesprekken gericht op het bewust maken van deelnemers van hun 'automatische piloot' in werken en de mogelijkheid van CiEP om 'bewust' te werken. Deelnemers worden bewust gemaakt van werkgewoontes en werksystemen die ten grondslag liggen aan CiEP en worden getraind en on-the-job gecoacht in het toepassen van de grondregels die horen bij werken volgens CiEP.

(…)

f. het gebruik van de in het Impulsus Kwaliteitssysteem omschreven procedures, bijlagen, documenten, werkinstructies en achterliggende informatie. Dit Impulsus Kwaliteitssysteem maakt deel uit van deze overeenkomst en is als Bijlage II aan deze overeenkomst gehecht;

g. het gebruik van de in het Impulsus kwaliteitssysteem omschreven trainingsmaterialen, zowel ten behoeve van de trainer/coach, als ten behoeve van de deelnemer;

h. het gebruik van de ten behoeve van de franchiseorganisatie ontwikkelde computer soft- en hardware, promotiematerialen en overige hulpmiddelen in de ruimste zin van het woord;

(…)

j. het gebruik van de overige CiEP-programma’s en het CiEP ManagementSystem.

- dat de franchisegever aanzienlijke bedragen heeft geïnvesteerd in de ontwikkeling van dit Franchisesysteem, dat een speciale knowhow vertegenwoordigt, in trainingsmateriaal, in
coachingsmethodiek, in publiciteit, reclame en verkoopbevordering ten behoeve van het imago van
CiEP en van Impulsus bij haar klanten en doelgroep;

- dat de franchisenemer van (de voordelen van) genoemd Franchisesysteem en de daarmee samenhangende diensten van de franchisegever gebruik wil maken;

- dat de franchisegever bereid en in staat is de franchisenemer waardevolle adviezen te verstrekken en waardevolle diensten te verlenen, geschikt om te geraken tot een succesvolle uniforme exploitatie van het voornoemde Franchisesysteem;

komen overeen als volgt:

(…)

Artikel 3 - HET RECHT VAN DE FRANCHISENEMER OM HET FRANCHISESYSTEEM, DE
HANDELSNAAM, LOGO’S, ENZ. TE GEBRUIKEN

Met inachtneming van de voorwaarden en bepalingen, zoals in deze overeenkomst geregeld, verleent de franchisegever de franchisenemer hierbij het recht om het in de considerans omschreven Franchisesysteem te gebruiken en verleent toestemming tot het gebruik door de franchisenemer van de aan de franchisegever toebehorende handelsmerken, handelsnamen, logo's, reclameslagzinnen en vertrouwelijke informatie en speciale kennis, met dien verstande dat de toepassing daarvan slechts geoorloofd is in verband met het optreden als franchisenemer van het Coaching in Efficiency Program (CiEP).

(…)

Artikel 6 - DIENSTEN VERLEEND DOOR FRANCHISEGEVER

1. De franchisegever zal aan de franchisenemer de volgende diensten verlenen:

a. alle diensten, die voortvloeien uit het Impulsus Kwaliteitssysteem;

b. het geven van adviezen en coaching met betrekking tot persoonlijke ontwikkeling en persoonlijke presentatie van de franchisenemer;

c. het geven van adviezen en coaching met betrekking tot de exploitatie, in het bijzonder aangaande acquisitie, prijsstelling, organisatie, administratie, etc.;

d. het adviseren in aangelegenheden van verkoopbevordering, public relations en reclame en het in samenwerking met de franchisenemer en andere franchisenemers voeren van gezamenlijke reclamecampagnes, door middel van brochures, advertenties, mailings, presentaties etc.;

e. het verzorgen van training en opleiding van de franchisenemer;

f. het verzorgen van teammeetings ter bevordering van onderlinge contacten en uitwisseling.

g. De franchisegever zal zich beijveren het bij deze overeenkomst in franchise gegeven Franchisesysteem verder te ontwikkelen.

(…)

Artikel 11- GEHEIMHOUDING, NIET-CONCURRENTIEBEDING

(…)

3. Franchisenemer zal, behoudens schriftelijke toestemming van de franchisegever, gedurende de looptijd van deze overeenkomst en gedurende een periode van één jaar na beëindiging daarvan niet om enige reden direct of indirect, zelfstandig of in dienstverband of in de vorm van een vennootschap werkzaam zijn bij een bedrijf, dat gelijksoortig is aan het door franchisenemer geëxploiteerde bedrijf.

(…)

Artikel 17- GELDELIJKE VERGOEDINGEN

1. Als vergoeding voor de aan de franchisenemer bij deze overeenkomst toegekende rechten en toegezegde prestaties zal de franchisenemer aan de franchisegever betalen:

(…)

b. per kwartaal een automatiseringsfee van € 467,50 excl. BTW, voor het in bruikleen hebben van computerapparatuur, software en gebruik van het netwerk, betaalbaar vanaf het vierde kwartaal na ondertekening van de franchiseovereenkomst, per kwartaal, achteraf. De hoogte van de bijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd.

c. maandelijks, achteraf, een franchisevergoeding ter grootte van 20% van de netto omzet in de desbetreffende maand van de bij eigen klanten gegenereerde omzet in de desbetreffende maand, exclusief BTW.

d. maandelijks, achteraf, een 'supportfee' terzake van de in Artikel 6 bedoelde activiteiten ad 10% van de netto omzet in de desbetreffende maand, exclusief BTW. Indien er geen eigen omzet gegenereerd wordt bedraagt de supportfee € 678,-- excl. BTW per kwartaal (oftewel
€ 2.712-- excl. BTW per jaar). De supportfee bedraagt maximaal € 13.609,-- excl. BTW per jaar. De hoogte van de bijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd."

(…)

Artikel 22- OVERDRACHT RECHTEN FRANCHISEGEVER

1. Franchisegever is bevoegd zijn rechten uit deze overeenkomst aan derden over te dragen of door derden te laten uitoefenen, met dien verstande dat daardoor niet de continuïteit van het bedrijf van de franchisenemer in gevaar mag komen.

2. Franchisegever verbindt zich om in bovengenoemd geval schriftelijk ten behoeve van de franchisenemer te bedingen, dat deze opvolgende franchisegever alle verplichtingen uit deze franchiseovereenkomst zal nakomen en garandeert gedurende de resterende looptijd van de overeenkomst de nakoming van deze verplichtingen door de opvolgende franchisegever.

(…)

Artikel 25- VERPLICHTINGEN BIJ BEËINDIGING OVEREENKOMST

1. Indien deze overeenkomst op enigerlei wijze eindigt, is de franchisenemer verplicht onverwijld alle hulp- en trainingsmaterialen, computerapparatuur, instructieboeken, formulieren, folders, telefoonnummers, faxnummers, e-mail adres etc. terug te geven aan de franchisegever. Voorts is de franchisenemer verplicht elke vermelding van de woorden ”CiEP” en/of “Coaching in Efficiency” en “Impulsus Personal Quality & Results” te verwijderen, elk gebruik van enig aan de franchisegever toebehorend handelsmerk, handelsnaam, logo’s, reclameslagzin, huisstijl, etc. te staken en voortaan alles te vermijden, wat de indruk zou wekken, dat hij nog tot uitoefening overeenkomstig het Franchisesysteem of tot gebruik van de werkwijze, naam, logo en andere kenmerken gerechtigd zou zijn.

(…)

Artikel 27- BOETEBEDING

Indien de franchisenemer in strijd handelt met het bepaalde in artikel 8, artikel 11, artikel 23 lid 1 en 3, artikel 25 lid 1 en/of artike4l 28 verbeurt de franchisenemer een direct opeisbare, niet voor rechterlijke matiging vatbare boete van € 37.500,-- (zegge: zevenendertigduizend en vijfhonderd euro) per overtreding alsmede een direct opeisbare en niet voor rechterlijke matiging vatbare boete van € 500,- per dag of gedeelte daarvan dat de nalatigheid voortduurt, onverminderd het recht van franchisegever om, indien de door hem geleden schade meer dan het totale boetebedrag mocht belopen, volledige schadevergoeding te vorderen.

(…)”.

2.4.

In een – door IPQ&R en [A] ondertekende – ‘Allonge Franchisecontract’, hierna ‘de allonge’, is onder meer het volgende vastgelegd:

“Franchisenemer verklaart zich akkoord met de per 1 juni 2006 in het franchisecontract als volgt doorgevoerde wijzigingen:

Artikel 6 - Diensten verleend door franchisegever

1 De franchisegever heeft het beschikbaar maken van ondersteunende diensten ten bate van de franchisenemers gedelegeerd aan haar werkmaatschappij Impulsus Support & Facilities voorzieningenrechter: IS&F), welke de volgende diensten zal verlenen:

a. het onderhouden, ontwikkelen en uitvoeren van het Impulsus Kwaliteitssysteem

b. het beheren en ontwikkelen van de Impulsus automatisering

c. het beheren en onderhouden van kantoor- en vergaderfaciliteiten

d. het onderhouden en beschikbaar maken van trainingsmaterialen

e. het voorbereiden en inkopen van drukwerk, promotiematerialen, marketingactiviteiten en overige middelen

f. het geven van adviezen en coaching m.b.t. persoonlijke ontwikkeling, persoonlijke presentatie, exploitatie, acquisitie, prijsstelling, marketing, planning, etc. tot een maximum van 15 minuten per week per franchisenemer

g.het opleiden en begeleiden van nieuwe franchisenemers gedurende het eerste jaar

h. het organiseren van 2 interne opleidingsdagen (verplicht) per jaar voor franchisenemers vanaf het tweede jaar

i. het organiseren van maandelijkse teambijeenkomsten

j. het faciliteren van de interne markt

k. controle op nakoming van afspraken en instructies door franchisenemers

l. arbitrage en het oplossen van problemen tussen franchisenemers

m. het overdraagbaar en toegankelijk maken van nieuwe ontwikkelingen

2. De franchisegever zal zich via haar werkmaatschappij Impulsus Support & Facilities beijveren om tegen betaling van kostprijs plus 10% diensten aan te bieden die het succesvol functioneren van de franchisenemer bevorderen, gemakkelijk maken en die tot kostenbesparing dan wel verhoging van opbrengst voor de franchisenemer leiden.

3. De franchisegever zal zich beijveren het bij deze overeenkomst in franchise gegeven franchisesysteem verder te ontwikkelen.

Artikel 17 lid d:

d. maandelijks, achteraf een 'supportfee' ter zake van de in Artikel 6 bedoelde activiteiten ad 16% van de netto omzet in de desbetreffende maand, exclusief BTW.

De supportfee van 16% wordt geheven over de eerste € 139.500,-- extern gefactureerde omzet excl. BTW per kalenderjaar. Over de per kalenderjaar extern gefactureerde omzet boven € 139.500,-- wordt een supportfee van 6% in rekening gebracht.

Indien er in een kwartaal geen eigen omzet gegenereerd is, bedraagt de supportfee minimaal € 695,-- excl. BTW per kwartaal. De minimum supportfee wordt per kwartaal, achteraf, in rekening gebracht.

De hoogte van de bijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd.

3. De franchisenemer verklaart zich bereid om aan de franchisegever volmacht te verlenen om de geldelijke vergoedingen automatisch te incasseren en te zorgen voor voldoende saldo op de daartoe door de franchisenemer aangewezen rekening."

2.5.

Op 8 juli 2010 is de franchiseovereenkomst verlengd met een periode van vijf jaar.

2.6.

In het kader van de uitvoering van franchiseovereenkomsten zoals de onderhavige is vanaf 2012 het gebruik van ‘CiEP-online’, als vervanging voor de daarvóór gebruikte deelnemersadministratie (‘Commence’), verplicht gesteld.

2.7.

In een brief van 4 juni 2013 heeft IPQ&R (samengevat) aan [A] meegedeeld dat in de visie van IPQ&R een onwerkbare situatie is ontstaan en dat [A] in de gelegenheid wordt gesteld om de integriteit en het vertrouwen te herstellen en om de achterstallige betalingen per omgaande te voldoen. Hierop heeft [A] de openstaande facturen voldaan, echter onder protest, aangezien zij zich op het standpunt stelde zich te kunnen beroepen op opschorting, dan wel verrekening.

2.8.

In een brief van 22 september 2014 heeft de advocaat van [A] – voor zover hier van belang – (samengevat) aan ‘CiEP Personal Quality and Results’ meegedeeld dat [A] zich beroept op verrekening en wel in verband met schade die zij heeft geleden doordat IPQ&R, zonder overleg met of toestemming van [A], korting heeft verleend aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN), de grootste opdrachtgever van [A], in verband met een onjuiste doorberekening door IPQ&R van de kosten van CiEP-online en in verband met niet volledig door IPQ&R/IS&F aan [A] geleverde support.

2.9.

[A] heeft eerder een kort geding tegen IS&F aanhangig gemaakt bij de voorzieningenrechter. Bij vonnis van 11 maart 2015 heeft de voorzieningenrechter – voor zover hier van belang – geoordeeld dat [A] in haar vorderingen in conventie strekkende tot toegang tot het geautomatiseerde systeem (Commence en CiEP-online) en tot het leveren van support en faciliteiten niet ontvankelijk is, aangezien IS&F geen partij is bij de franchiseovereenkomst en de allonge. De vordering in conventie strekkende tot het zich onthouden van handelingen die [A] belemmeren in haar werkzaamheden is afgewezen. De in reconventie door IS&F voorwaardelijk ingestelde vordering strekkende tot het verbinden van de voorwaarde van vooruitbetaling aan een veroordeling tot het leveren van support en faciliteiten wordt afgewezen, aangezien aan de voorwaarde waaronder die vordering is ingesteld (toewijzing van één of meer vorderingen in conventie) niet is voldaan. De vordering in reconventie strekkende tot betaling van een voorschot is afgewezen, nu IS&F mogelijk niet de contractuele wederpartij is en de vordering niet in de voor toewijzing in kort geding vereiste mate aannemelijk is geworden.

2.10.

Bij brief aan [A] van 13 maart 2015 (ten onrechte gedateerd op 13 maart 2013) heeft Gery Groen, namens zowel Groei-en als IPQ&R, de franchiseovereenkomst per direct opgezegd, waarbij aan [A] is meegedeeld dat sprake is van een aan [A] toerekenbare ernstig verstoorde samenwerking. Voorts is [A] gesommeerd het gebruik van alle intellectuele eigendomsrechten van IPQ&R te staken, is haar meegedeeld dat zij zich als franchisenemer dient uit te schrijven uit het register van de Kamer van Koophandel en dat zij alle hulp- en trainingsmaterialen, computerapparatuur, instructieboeken, formulieren, folders telefoonnummers en e-mailadressen dient te retourneren. Ten slotte wordt in de brief aanspraak gemaakt op nakoming door [A] van het in artikel 11 van de franchiseovereenkomst opgenomen non-concurrentiebeding.

3 Het geschil

in conventie

3.1

[A] vordert – zakelijk weergegeven – primair (1) Impulsus te gebieden om [A] onmiddellijk in de gelegenheid te stellen gebruik te maken van de franchiseformule CiEP en om haar de daarbij behorende support en diensten te leveren; (2) Impulsus te gebieden [A] toe te laten tot alle door Impulsus te organiseren evenementen en (3) Impulsus te verbieden om zonder toestemming van [A] direct of indirect contact te hebben/houden met haar opdrachtgevers; subsidiair (4) Impulsus te veroordelen om te gehengen en te gedogen dat [A] haar (bestaande) relaties onder de naam ‘CiEP’ en met toepassing van de franchiseformule kan (blijven) bedienen en (5) Impulsus te verbieden om zonder toestemming van [A] direct of indirect contact met haar relaties te hebben/houden en meer subsidiair (6) Impulsus te veroordelen om te gehengen en te gedogen dat [A] haar (bestaande) relaties door middel van het geven van training en coaching kan (blijven) bedienen en (7) Impulsus te verbieden om zonder toestemming van [A] direct of indirect contact met haar relaties te hebben/houden, een en ander op straffe van een dwangsom en met veroordeling van Impulsus in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

Daartoe stelt [A] allereerst dat de franchiseovereenkomst niet rechtsgeldig is ontbonden. Uit de inhoud van de ontbindingsbrief van 13 maart 2015 moet volgens [A] worden afgeleid dat IPQ&R tot ontbinding van de franchiseovereenkomst wenst over te gaan. De franchiseovereenkomst is echter gesloten met Groei-en. Volgens Impulsus heeft IPQ&R de franchiseovereenkomst door inbreng overeenkomstig artikel 2:204 van het Burgerlijk Wetboek (BW) overgenomen, maar van de voor contractsoverneming op grond van artikel 6:159 BW vereiste akte en instemming van [A] is in het onderhavige geval geen sprake. IPQ&R heeft de franchiseovereenkomst daarom niet kunnen opzeggen en zij kan aan die opzegging evenmin op de franchiseovereenkomst gebaseerde gevolgen verbinden. Weliswaar is de ontbindingsbrief ook namens Groei-en ondertekend, maar Impulsus heeft niet aannemelijk gemaakt dat ten aanzien van Groei-en sprake is van een tekortkoming die de ontbinding rechtvaardigt. Zou IPQ&R, dan wel Groei-en al tot ontbinding van de franchiseovereenkomst hebben kunnen overgaan, dan stelt [A] zich op het standpunt dat er geen sprake is van een tekortkoming aan haar zijde die de ontbinding rechtvaardigt. Zij heeft haar betalingsverplichting immers op goede gronden opgeschort. [A] beroept zich op verrekening, aangezien zij schade heeft geleden als gevolg van door IPQ&R aan HAN verstrekte korting, in verband met een onjuiste doorberekening door IPQ&R van de kosten van CiEP-online en in verband met niet volledig door IPQ&R/IS&F aan [A] geleverde support. De buitengerechtelijke ontbinding van de franchiseovereenkomst door IPQ&R is dan ook onrechtmatig. Vooruitlopend op een oordeel van de bodemrechter heeft [A] er belang bij dat de gevolgen van het handelen van IPQ&R worden opgeschort en dat zij in staat wordt gesteld haar werkzaamheden, al dan niet met support van de zijde van IPQ&R/IS&F en met gebruikmaking van CiEP, uit te voeren.

3.3.

Impulsus voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

in (voorwaardelijke) reconventie

3.4.

Impulsus vordert – zakelijk weergegeven – (I) voor zover één of meer vorderingen van [A] in conventie worden toegewezen, daaraan uitdrukkelijk de voorwaarde te verbinden dat Impulsus slechts gehouden zijn om goederen en/of diensten te leveren voor zover [A] de daarvoor verschuldigde vergoeding bij vooruitbetaling betaalt, met veroordeling van [A] in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente en (II) voor zover in conventie wordt geoordeeld dat de franchiseovereenkomst is beëindigd (a) [A] te veroordelen tot nakoming van het in de franchiseovereenkomst neergelegde non-concurrentiebeding en haar te veroordelen tot betaling van de overeengekomen boete van € 37.500,-- en (b) [A] te gebieden om elk gebruik van de intellectuele eigendomsrechten van Impulsus te staken en haar te veroordelen tot betaling van de overeengekomen boete van € 37.500.--, een en ander met veroordeling van [A] in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.5.

Daartoe stelt Impulsus het volgende. Voor zover de vorderingen van [A] in conventie zouden worden toegewezen is Impulsus van mening dat daaraan, vanwege de inmiddels ontstane betalingsachterstand aan de zijde van [A] en ter voorkoming van het oplopen van die achterstand, de voorwaarde zou moeten worden verbonden dat [A] de voor de door Impulsus verleende diensten en support verschuldigde vergoeding bij vooruitbetaling voldoet. Voor zover de voorzieningenrechter van oordeel is dat de franchiseovereenkomst is beëindigd, dient [A] het postcontractuele non-concurrentiebeding na te komen, dient zij het gebruik van de intellectuele eigendomsrechten van Impulsus te staken en is zij de in de franchiseovereenkomst overeengekomen boetes verschuldigd.

3.6.

[A] voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

In de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie ziet de voorzieningenrechter aanleiding deze gezamenlijk te behandelen.

in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie

4.1.

De advocaat van Impulsus heeft de voorzieningenrechter verzocht aan de late mededeling van de dagbepaling door de advocaat van [A] de gevolgen te verbinden die hem geraden voorkomen. Hoewel aan de advocaat van Impulsus moet worden toegegeven dat de advocaat van [A] de dagbepaling niet onverwijld aan hem heeft meegedeeld, terwijl het op zijn weg had gelegen om direct na de bevestiging van de zittingsdatum en het tijdstip van de mondelinge behandeling door de griffie van de rechtbank hiervan mededeling te doen aan de advocaat van Impulsus, is de voorzieningenrechter van oordeel dat Impulsus hierdoor niet op zodanige wijze in haar verdediging is geschaad, dat sprake is van strijdigheid met een goede procesorde en schending van het beginsel van hoor en wederhoor. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat een korte voorbereidingstijd inherent is aan een kort geding in verband met het spoedeisend karakter daarvan. De voorzieningenrechter ziet dan ook geen aanleiding om aan voormelde gang van zaken gevolgen te verbinden.

4.2.

Allereerst heeft Impulsus aangevoerd dat [A] niet-ontvankelijk is in haar primaire vorderingen onder (1) en (2), haar subsidiaire vordering onder (4) en haar meer subsidiaire vordering onder (6), voor zover deze zijn gericht tegen IS&F. De voorzieningenrechter volgt Impulsus in dit standpunt, nu IS&F geen partij is bij de franchiseovereenkomst of de allonge en zij enkel namens IPQ&R handelt en derhalve niet valt in te zien op grond waarvan zij tot nakoming van de franchiseovereenkomst gehouden zou zijn.

4.3.

Uit de overgelegde stukken en het ter zitting gevoerde debat is genoegzaam gebleken dat ook [A] zich inmiddels op het standpunt stelt dat de samenwerking tussen partijen zodanig is verstoord dat de beëindiging van hun samenwerking is aangewezen. De advocaat van [A] heeft ter zitting gesteld dat toewijzing van de meer subsidiaire vordering gelet op de ontstane situatie het meest voor de hand ligt. Onder die omstandigheden neemt de voorzieningenrechter tot uitgangspunt dat partijen over en weer niet langer voornemens zijn om uitvoering te geven aan de franchiseovereenkomst en dat het er voorshands voor moet worden gehouden dat de franchiseovereenkomst is beëindigd. Reeds daarom worden de primaire en subsidiaire vorderingen in conventie, strekkende tot nakoming van de franchiseovereenkomst en in het verlengde daarvan tot een verbod om contact te hebben met relaties van [A], afgewezen. Hetgeen partijen in dat verband hebben gesteld en aangevoerd met betrekking tot de vraag of de franchiseovereenkomst rechtsgeldig is ontbonden en of [A] zich al dan niet terecht beroept op verrekening/opschorting, behoeft dan ook geen verdere bespreking.

4.4.

Met betrekking tot de vraag of [A] overeenkomstig haar meer subsidiaire vordering in conventie gerechtigd is haar bestaande relaties door middel van het geven training en coaching te (blijven) bedienen, overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Impulsus heeft betoogd dat de franchiseovereenkomst is beëindigd en dat [A] zich op grond van het in artikel 11 van de franchiseovereenkomst opgenomen postcontractuele non-concurrentiebeding dient te onthouden van het verrichten van de in dat beding genoemde werkzaamheden. [A] heeft zich op het standpunt gesteld dat zij de franchiseovereenkomst heeft gesloten met Groei-en (handelend onder de naam ‘Impulsus, Personal Quality & Results), maar dat Groei-en de franchiseovereenkomst niet rechtsgeldig heeft ontbonden, omdat er geen sprake is van een tekortkoming van [A] jegens Groei-en. Het voor de postcontractuele fase opgestelde beding heeft in de relatie tot Groei-en dan ook geen gelding, aldus [A]. Voorts heeft [A] gesteld dat IPQ&R/IS&F zich ten onrechte beroepen op het non-concurrentiebeding, aangezien er geen sprake is van contractsoverneming en de rechten van Groei-en derhalve niet op IPQ&R/IS&F zijn overgegaan. In dat verband heeft [A] betoogd dat de op grond van artikel 6:159 BW vereiste akte van levering en de toestemming van [A] ontbreken. Ten slotte heeft [A] gesteld dat zij in redelijkheid niet aan het non-concurrentiebeding kan worden gehouden, aangezien van een tekortkoming aan haar zijde geen sprake is, omdat de openstaande bedragen door middel van verrekening volledig zijn voldaan, en het beding bovendien onredelijk bezwarend is. Hiertegenover heeft Impulsus aangevoerd dat aan de voorwaarden voor contractsoverneming is voldaan, dat [A] door middel van het bepaalde in artikel 22 van de franchiseovereenkomst op voorhand met contractsoverneming heeft ingestemd en dat [A] zich gelet op de toepasselijke algemene voorwaarden niet op verrekening kan beroepen. Dit een en ander wordt echter door [A] gemotiveerd betwist. De standpunten van partijen staan derhalve lijnrecht tegenover elkaar. Onder die omstandigheden is de voorzieningenrechter van oordeel dat thans in ieder geval niet uitgesloten kan worden dat het in de franchiseovereenkomst opgenomen postcontractuele non-concurrentiebeding aan [A] kan worden tegengeworpen. Voor beantwoording van de vraag of dit zo is, is nader onderzoek nodig, dat het kader van een kort geding echter te buiten gaat en dat in een bodemprocedure zal moeten plaatsvinden. Nu gelet op het voorgaande niet in de voor toewijzing in kort geding vereiste mate aannemelijk is dat het [A] vrij staat haar (bestaande) relaties door middel van het geven van training en coaching te blijven bedienen, maar evenmin dat [A] gebonden is aan het non-concurrentiebeding, worden de meer subsidiaire vordering in conventie onder (6) en de vordering in reconventie zoals genoemd in 3.4. onder (II) onder (a) afgewezen. Hetzelfde geldt voor de meer subsidiaire vordering in conventie onder (7), nu evenmin voldoende duidelijk is of en zo ja, in hoeverre Impulsus gerechtigd is relaties van [A] te benaderen.

4.5.

De hiervoor in 3.4. onder (II) onder (b) vermelde reconventionele vordering wordt afgewezen. [A] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij geen gebruik (meer) maakt van de intellectuele eigendomsrechten van Impulsus, dat zij inmiddels is uitgeschreven uit de registers van de Kamer van Koophandel, dat bij haar LinkedIn-profiel alleen is vermeld dat zij werkervaring heeft met CiEP en dat zij richting derden niet de indruk wekt nog gebruik te maken van CiEP. Hiertegenover heeft Impulsus haar belang bij toewijzing van deze vordering onvoldoende onderbouwd. Nu aan de voorwaarde waaronder de in 3.4. onder (I) genoemde vordering is ingesteld niet is voldaan, behoeft deze geen verdere bespreking.

4.6.

De slotsom van het voorgaande is dat [A] in een deel van de vorderingen, voor zover deze zijn gericht tegen IS&F, niet-ontvankelijk is en dat de vorderingen in conventie (voor het overige ) en in reconventie zullen worden afgewezen. [A] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding in conventie en Impulsus zal, als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in reconventie, een en ander op de hierna te vermelden wijze. Voor de over en weer gevorderde veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237).

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie

- verklaart [A] niet-ontvankelijk in haar primaire vorderingen onder (1) en (2), haar subsidiaire vordering onder (4) en haar meer subsidiaire vordering onder (6), voor zover deze zijn gericht tegen IS&F;

- veroordeelt [A] in de kosten van dit geding, tot dusver aan de zijde van Impulsus begroot op € 1.429,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 613,-- aan griffierecht;

- bepaalt dat, indien niet binnen veertien dagen na heden aan voormelde proceskosten-veroordeling is voldaan, wettelijke rente daarover verschuldigd is;

- verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie

- wijst het gevorderde af;

- veroordeelt Impulsus in de kosten van dit geding, tot dusver aan de zijde van [A] begroot op € 408,-- aan salaris advocaat;

- bepaalt dat, indien niet binnen veertien dagen na heden aan voormelde proceskosten-veroordeling is voldaan, wettelijke rente daarover verschuldigd is;

- verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.P. van Ham en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2015.

mvt