Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:12

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
08-01-2014
Datum publicatie
18-04-2014
Zaaknummer
C-13-503489 - HA ZA 11-2695
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank is van oordeel dat de tussen partijen gesloten franchiseovereenkomst is verlengd tot en met 31 december 2015. Habitat is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen door de winkelvoorraad van Luxembourg terug te laten lopen, door de gedane bestellingen niet dan wel niet tijdig, namelijk oplopend tot 5 à 6 maanden, te leveren en door het verstrekken van een elektronische catalogus, geen volwaardig alternatief van de papieren catalogus waarvan de relevantie in de overeenkomst wordt vooropgesteld. Luxembourg zal worden toegelaten tot het bewijs van de door haar gestelde schade. De gevorderde winstderving van ruim € 4.5 miljoen zal, als niet weersproken, bij eindvonnis worden toegewezen. Om proceseconomische redenen is tussentijds hoger beroep toegestaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/503489 / HA ZA 11-2695

Vonnis van 8 januari 2014

in de zaak van

de vennootschap naar vreemd recht

LUXEMBOURG DESIGNS S.A.,

gevestigd te Bertrange, Luxemburg,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. P.J.B. Heemskerk,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HABITAT HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat voorheen mr. D.P. Joosten, thans mr. M. Bezemer.

Partijen zullen hierna Luxembourg en Habitat worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

2. de dagvaarding van 19 september 2011,

3. de akte houdende producties van 11 januari 2012,

4. de conclusie van antwoord, tevens houdende conclusie van antwoord, tevens houdende conclusie van eis in reconventie, met producties,

5. het tussenvonnis van 7 maart 2012, waarbij een comparitie is bepaald,

6. het proces-verbaal van de op 11 juni 2012 gehouden comparitie van partijen, met de daarin genoemde processtukken en proceshandelingen,

7. de akte na comparitie tevens houdende eiswijziging en producties van Luxembourg van

5 september 2012,

8. de akte na comparitie tevens houdende bezwaar eiswijziging en producties van Habitat van 23 januari 2013,

9. de akte uitlating producties van Luxembourg van 20 februari 2013,

10. het extract uit de minuten berustende ter griffie van deze rechtbank van 20 maart 2013, waarbij het verzoek van Habitat tot het houden van pleidooi is afgewezen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Luxembourg exploiteert in België en Luxembourg vier woonwinkels, waar zij hoofdzakelijk producten verkoopt voor de inrichting van woningen van het merk “Habitat”. Hiertoe is tussen Luxembourg en Habitat op 29 januari 2001 een franchiseovereenkomst gesloten.

2.2.

De franchiseovereenkomst bevat de navolgende bepalingen, voor zover hier

relevant:

“(…)

3. TERM

3.1.

This Agreement shall be effective as of February 1st 2001, and continue in effect up to and including December 31st, 2010; and if, notwithstanding paragraph 3 hereunder, not renewed by Franchisee for a new period of five (5) years by registered letter received by Franchisor not less than thirty-six (36) months before that date, this Agreement will be terminated without any compensation whatsoever on December 31, 2010.

This renewel for the period January 1, 2011 untill December 31, 2015, will be granted on the same terms and conditions as those on which new Habitat Franchises are then being granted (and if so required, Franchisee shall sign an agreement containing those standard terms). The financial conditions and specifically the royalties will however not differ from those in this Agreement, except for the commission specified in Section 9.2., which may be increased to maximum 12%.

Even if Franchisee applies for the right to renew this Agreement according tot his Section 3.1, Franchisor shall be entitled to refuse this renewel until December 31st, 2009 if during the period from January 31st, 2001 until December 31st, 2009, it has been compelled to send on serveral occasions to Franchisee, for non insignificant events (…) the written notice of default provided by Section 16.3, first sentence. (…)

5. FEES

5.1

In return of the franchise, i.e. the communication by the Franchisor to the Franchisee of know-how, the continuing provision of its commercial and technical assistance within the Habitat System and the use of the Proprietary Marks, Franchisee shall pay to Franchisor monthly royalties. (…)

8. PRODUCT RANGE

8.1

Franchisor shall make available to Franchisee the whole Habitat product range (…) having a dimension whereby the Habitat profile as described in the Range Manual form Franchisor is secured. The Product Range shall consist of a balance of products aiming at meeting Habitat targeted customers and covering most of the needs and activities of the home. (…)

9. ORDERING, PRICE AND PAYMENT

(…)

9.1.1 (…)

Franchisee shall stock and maintain all types of Habitat products in quantities sufficient to meet reasonably anticipated customer demand. The sale and purchase of the Habitat products shall be made against the placement of orders and their acceptance on an ongoing basis. Detailed routines for placement and acceptance of orders are included in the Logistic Manual, and may be updated from time to time by Franchisor. (…)

9.1.3

Franchisor undertakes to endeavor to meet Franchisee’s reguirements for the supply of the products. In case of a shortage in the supply of a product, Franchisor will distribute evenly the stock according to the forecasts given by each country. (…)

9.6

Franchisor shall not be liable to Franchisee, or be deemed to be in default of this Agreement, for any delay or delivery of any products or services supplied by Franchisor to Franchisee resulting from any cause beyond Franchisor’s reasonable control, including, but not limited to, weather conditions, acts of God, laws, regulations, or goverment orders, labor disputes, shortages of materials, or war or civil unrest. (…)

10. MARKETING AND PROMOTION

Recognising the value of advertising and promotion, and the importance of the harmonization of marketing and promotion programs to the enhancement of the goodwill and public image of the Habitat System, the parties agree as follows:

(…)

10.3

The Habitat catalogue is an essential part of the Habitat System. Thus, Franchisee undertakes to distribute the Habitat catalogue in the Territory as specified by Franchisor and Franchisee shall thus carry-out, at its own cost and expense, all the steps necessary, if need be, to the translation of said catalogues in its national language(s) and to the indication of its retail prices. Franchisee shall supply or have its Authorized Suppliers supply Franchisee with the Habitat catalogues, which shall be invoiced separately to Franchisee.

The distribution method of the Habitat catalogue may be amended by Franchisor during the performance of this Agreement. (…)”

2.3.

Bij brief van 9 augustus 2007 heeft Luxembourg als volgt aan Habitat bericht, voor zover hier relevant:

“We refer to our franchise agreement for retail business of January 29, 2001 with Habitat Holding B.V., which specifically gives us, the franchisee, the right to renew this agreement for a new period of five years.

(…) we ask officially, as specified in our contract, a written confirmation that our franchise agreement will be renewed at the terms and conditions of our actual franchise agreement, and this for a period starting on January 1, 2011 until December 31, 2015. (…)”

2.4.

Bij brieven van 11 december 2007 en 15 juli 2009 aan Luxembourg hebben

[naam 1] van Habitat, en [naam 2] van Habitat op briefpapier van Habitat de ontvangst van haar verzoek tot verlenging van de franchiseovereenkomst bevestigd.

2.5.

Bij brief van 2 november 2009 heeft [naam 2] onder vermelding van CEO Habitat op briefpapier van Habitat aan Luxemburg bericht, voor zover hier relevant:

“(…) The franchise agreement will be extended until December 31st 2015 under the current agreement with the exception that the commission rate will change to 12% from January 2011. (…)

As also discussed we are very concerned at the high value of non-habitat products that are being sold in your stores – circa 30%. I would like to ask for your commitment that we reduce this by 5% i.e. to 25% in 2010 and by successive steps of 5% in subsequent years until we are under the 10% level agreed in our letter of January 29th 2001. (…)

I look forward to receiving written confirmation of the above points as soon as possible.”

2.6.

Eind 2009 heeft [naam 3] (hierna: [naam 3]), een retail restructuring company, de aandelen van Habitat overgenomen.

2.7.

Bij e-mail van 25 januari 2010 heeft Habitat aan Luxembourg bericht dat van de bestellingen slechts 12% geleverd zal worden.

2.8.

Bij e-mail van 26 april 2010 heeft Luxembourg aan Habitat bericht dat zij diverse leveringsproblemen heeft ondervonden en dat de ‘weekly bulletins’ nog maar nauwelijks informatie bevatten. Daarop heeft Habitat geantwoord dat zij wat betreft de ‘out of stock’ (OOS) producten op de hoogte is van het probleem. Verder heeft Habitat als volgt gereageerd, voor zover hier relevant:

“We are currently working with the merchandising and retail teams to improve the quality of this vital information tool. (…)”

2.9.

Bij e-mail van 3 juni 2010 heeft Luxembourg als volgt aan Habitat bericht, voor zover hier relevant:

“In my previous email dated 26^th April I already pointed out that the stock situation is alarming. Since that moment, the situation is getting worse instead of getting better. A recent analysis proves that not even 15% of our orders are confirmed.

Moreover, as the announced arrival dates in SAP vary from mid June untill the end of September, no real solution seems to be in sight.

Taking into account the multitude of promotions permanently launched by means of the habitat.net website and the Newsletter, with huge numbers of products and ranges discounted at 20% up to 50%, it’s not surprising that the central warehouse has run out of stock. In addition, more and more customers are claiming the same discounts in our stores, which, for obvious reasons, we cannot refuse. (…)

During our meeting on March, 4^th we were asked to reduce our Direct Buys. This request is in total contradiction with the actual stock situation: the group is not able to deliver what our stores are ordering. As a result of this, the Habitat products in certain departments are already out of stock. (…)”

2.10.

Bij brief van 24 juni 2010 heeft Luxembourg aan Habitat bericht, voor zover hier van belang:

“We noticed that Habitat is permanently discounting the merchandise since February 2010 in different coutries where you have subsidiaries: France, Germany, Spain, and UK.

These discounts are permanently on the web and as a result of that, our customers are asking for the same discount in Belgium and Luxembourg. So, we are obliged to offer the same discounts in our shops when they ask for them. This has an important influence on our margins.

Moreover, from that moment there was no longer a valid supply for our stores (only 10-15% of our orders have been fulfilled).

The permanent discounting has created an important image problem on an strong brand like Habitat. The exceptional long delays on orders of furniture have a strong negative impact on the willingness of our customers to order and results in customer complaints and customer order cancellations.

The stock situation is absolutely dramatic in the stores and in spite of several E-mails to[naam 2] (…), we received neither satisfactory answers nor solutions. Yesterday, I visited your store in Wagram, Paris, and I found this store to be fully stocked. Nobody understands this strategy and we are missing a lot of turnover on the Habitat products, which are not delivered. (…)”

2.11.

Luxembourg heeft bij e-mail van 5 augustus 2010 aan Habitat om contactgegevens inzake de nieuwe website van Habitat gevraagd. Bij e-mail van 20 november 2010 heeft Luxembourg aan Habitat verzocht om de ‘content’ van de vernieuwde website van Habitat. Habitat heeft daarop bij e-mail van 23 november 2010 geantwoord dat zij medio februari 2011 een ‘tool’ beschikbaar zou hebben voor Luxembourg om haar aanpassingen te realiseren. Bij e-mail van 24 februari 2011 heeft Luxembourg gevraagd of Habitat nieuws had over de website.

2.12.

In de periode augustus 2010 tot en met december 2010 heeft Habitat aan Luxembourg onder meer de navolgende e-mails gestuurd met betrekking tot door Luxembourg geconstateerde problemen:

“17 augustus 2010

“I have gone through your list below and unfortunately none of the lines have available stock at the moment. (…)”

19 augustus 2010

“(…) I have been told that the fabrics remain the same.”

26 augustus 2010

“I have checked with our range terms and I am afraid you can’t share the parts between the two ranges. They had a good look at this but it infortunately isn’t possible.”

5 oktober 2010

“(…) the only outstand orders I could find are listed below. Anything that has been ordered before this date appears to have been fulfilled. (…) I can raise these as priorities for your next shipments for Cergy. (…)

11 oktober 2010

“I am chasing the information for you. I have asked for warehouse transfer as we have some in the UK warehouse but I need to find out when the goods will go as we only do this every 3 weeks. I will come back to you as soon as I get an update.”

17 november 2010

“I am still looking at the first three lines you have listed; however please see the attached e-mail for (…). I won’t be able to accept these back. (…)”

2 december 2010

“Apologies for the delay in coming back to you on this. We have sent the file to send space in case you have problems opening the attached file. (…)”

2.13.

Bij e-mail van 2 november 2010 heeft Luxembourg onder meer aan Habitat bericht, voor zover hier relevant:

“Once again, the current stock situation is alarming. A few recent examples to illustrate this:

1. On 18th October, our Brussels’ store had a customer for 12 Parker benches (…). Stock was not available at that moment, but is due into Cergy 16th November. Only 5 pieces would be available for us as there are a number of other orders waiting to be fulfilled. To our surprise, the date announced for the next delivery is …April 2011, i.e. FIVE months after the delivery in November!

2. OOS Home Accessoires: our Brussels store recently raised an order for 502 skus in total. Only 1562 skus of this order have been confirmed, i.e. 28%!

3. Our AW10 Mid Season Order, sent 07th May, seems to be missing. As far as we can see, this order hasn’t been raised at all.

No need to say that this situation is unacceptable for us. Our concern about the OOS has been communicated in numerous emails, letters and meetings. (…)””

2.14.

Bij e-mail van 18 november 2010 heeft Habitat aan Luxembourg bericht, voor zover hier relevant:

“(…) I at this stage can only apologise for the poor service and problems you have experienced. (…)”

2.15.

Bij e-mail van 21 december 2010 heeft Luxembourg aan Habitat bericht dat klanten al meer dan 6 maanden op hun bestelling wachten.

2.16.

Bij brief van 10 januari 2011 heeft Luxembourg aan Habitat bericht, voor zover hier van belang:

“(…) The multiple failures in question, which we consider as substantial as they affect the essence of the franchise agreement (…):

1) failure by Habitat to fulfil its obligation to deliver merchandise, as the causes of excuses in Section 9.6 of the Agreement do not apply. During the period from April to July 2010, only 15% to 20% of our orders were delivered. Even now, the delays on delivery of furniture are still unacceptably high by any standards;

2) failure by Habitat to fulfil its obligation under Section 9.1.3 of the Agreement, pursuant to which it should distribute stock evenly according to the forecasts given bye ach country;

3) failure by Habitat to fulfil its obligation under Section 8.1 of the Agreement, pursuant to which Habitat shall make the product range available at the same accessibiliy as for its own stores;

4) failure by Habitat to fulfil its obligation under Sections 8.4 and 10.3 of the Agreement, pursuant to which Habitat shall supply a catalogue, which is the essential feature of the Habitat concept and system.

5) failure bij Habitat to provide access, or timely access, to marketing materials such as web content, magazines, etc., which is detrimental to the homogeneity of the Habitat store network, to be achieved as provided in Section 10.6 of the Agreement and even failure bij Habitat to inform us, as a franchisee, of their existence;

6) failure by Habitat to fulfil its obligation under Section 5.1 of the Agreement, pursuant to which Habitat shall provide commercial and technical assistance, as is evidenced by a total lack of commercial and technical assistance and complete lack of communication of know-how by Habitat (…) Following its takeover by [naam 3], Habitat not only failed to fulfil its obligations until your letter of 1 December 2010, but has continued to do so after that date. We are denied access in December to stocks of bestsellers, which were however available to the French Habitat stores. These bestselling items only became available tot us after the Christmas period, in P11, i.e. January 2011, while the damage has been done. (…)”

2.17.

In maart 2011 en sinds september 2011 heeft Luxembourg de betaling van royalty’s aan Habitat opgeschort, als reactie waarop Habitat geen producten meer aan Luxembourg heeft geleverd.

2.18.

Luxembourg heeft in januari 2012 een franchiseovereenkomst met Cafom Group S.A. (hierna: Cafom) gesloten met betrekking tot de verkoop van Habitat producten.

3 Het geschil in conventie

3.1.

Luxembourg vordert na vermeerdering van eis bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, kort weergegeven:

1. veroordeling van Habitat tot betaling van € 701.184,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 september 2011 althans vanaf dit vonnis,

2. een verklaring voor recht dat de franchiseovereenkomst een looptijd heeft tot en met in ieder geval 31 december 2015,

3. veroordeling van Habitat tot betaling van € 4.670.034,90 in verband met de door Luxembourg gederfde en te derven winst met ingang van 1 september 2011 tot en met de datum waarop de franchiseovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd,

4. veroordeling van Habitat tot betaling van deurwaarderskosten van € 1.230,77 (beslagkosten), buitengerechtelijke kosten van € 5.160,--, nakosten en proceskosten, alle kosten te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

Luxembourg legt aan het vordering samengevat het volgende ten grondslag. De op

29 januari 2001 tussen partijen gesloten franchiseovereenkomst is verlengd tot en met

31 december 2015. Nadat Luxembourg bij brief van 9 augustus 2007 aan Habitat heeft bericht de franchiseovereenkomst na 31 december 2010 met vijf jaar te willen verlengen, heeft Habitat daarmee bij brief van 2 november 2009 ingestemd. Habitat is tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de franchiseovereenkomst. Sinds begin 2010 worden bestellingen van Luxembourg niet geaccepteerd, niet geleverd of veel te laat geleverd. Ook wordt de winkelvoorraad slecht aangevuld en kan Luxembourg niet tijdig beschikken over seizoensproducten. Verder hanteert Habitat in strijd met artikel 10.3 van de franchiseovereenkomst thans een elektronische catalogus, die geen volwaardig alternatief van de papieren catalogus is, als gevolg waarvan minder klanten naar de winkels van Luxembourg komen. Bovendien heeft Habitat in strijd met artikel 5.1 van de franchiseovereenkomst sedert maart 2010 geen commerciële en technische ondersteuning meer geboden. Door voornoemde handelwijze van Habitat heeft Luxembourg schade geleden en lijdt zij schade tot en met 31 december 2015. Luxembourg heeft de geleden schade vooralsnog begroot op in totaal € 701.184,--. Dit bedrag bestaat uit

€ 366.951,-- wegens winstderving vanaf april 2010 tot en met juni 2010, € 112.923,-- wegens een leveringsstop in maart 2011 en € 221.310,-- wegens restitutie royalties vanaf april 2010 tot en met maart 2011. Verder vordert Luxembourg € 4.670.034,90 aan toekomstige schade, te weten winstderving vanaf 1 september 2011 totdat de overeenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd.

3.3.

Habitat voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van

belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

Habitat vordert kort weergegeven:

I. een verklaring voor recht dat de franchiseovereenkomst van rechtswege is geëindigd per 31 december 2010, althans in ieder geval per 31 december 2011,

II. veroordeling van Luxembourg tot betaling van € 1.516,72,

III. voor zover de rechtbank oordeelt dat een nieuwe overeenkomst tot stand is gekomen, veroordeling van Luxembourg tot betaling van royalty’s vanaf 25 mei 2011, nader op te maken bij staat,

IV. veroordeling van Luxembourg in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

4.2.

Luxembourg voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in conventie en in reconventie

5.1.

Tussen partijen is niet in geschil dat deze rechtbank bevoegd is van de onderhavige vorderingen kennis te nemen en dat daarop Nederlands recht van toepassing is.

5.2.

Gelet op de samenhang tussen de vordering in conventie en die in reconventie zullen beide vorderingen hierna gezamenlijk worden besproken.

eisvermeerdering

5.3.

Luxembourg stelt met betrekking tot de eisvermeerdering dat Habitat ter comparitie heeft verklaard dat zij niet meer in staat is om de franchiseovereenkomst uit te voeren omdat de handelsmaatschappijen van Habitat per september 2011 zijn verkocht aan Cafom. Ten tijde van het opstellen van de dagvaarding was het Luxembourg bovendien niet bekend dat de onderhavige franchiseovereenkomst niet is overgedragen aan Cafom. Luxembourg vordert dan ook in plaats van nakoming van de franchiseovereenkomst thans vervangende schadevergoeding.

Habitat heeft bezwaar gemaakt tegen de eisvermeerdering wegens strijd met de goede procesorde en met artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Luxembourg was al bij aanvang van de onderhavige procedure bekend met de verkoop, zoals blijkt uit het persbericht dat Habitat haar in juli 2011 heeft toegezonden en uit de vermelding in de jaarrekening van Luxembourg over de verkoop aan Cafom. Luxembourg heeft in strijd met artikel 21 Rv in de dagvaarding geen melding gemaakt van de verkoop aan Cafom en de gevolgen daarvan voor haar. Bovendien heeft Luxembourg nagelaten om haar relatie met Cafom in de processtukken te concretiseren. Luxembourg vordert om evident strategische redenen thans een verklaring voor recht dat de franchiseovereenkomst een looptijd heeft tot in ieder geval 31 december 2015.

5.4.

Op grond van artikel 130 Rv is Luxembourg bevoegd haar eis te vermeerderen zolang nog geen eindvonnis is gewezen, tenzij er sprake is van strijd met de eisen van een goede procesorde. Daargelaten de vraag of Luxembourg ten tijde van het uitbrengen van de dagvaardingop de hoogte was van de verkoop aan Cafom, geldt dat Habitat in de gelegenheid is gesteld om te reageren op de eisvermeerdering en dat zij daarvan ook daadwerkelijk gebruikt heeft gemaakt. Verder geldt dat Luxembourg reeds bij dagvaarding een verklaring voor recht heeft gevorderd dat de franchiseovereenkomst een looptijd heeft tot en met 31 december 2015. Naar het oordeel van de rechtbank is in dat geval geen sprake van schending van de eisen van een goede procesorde. Evenmin is er sprake van schending van artikel 21 Rv. Cafom is immers geen partij bij de onderhavige overeenkomst, zodat niet valt in te zien dat Luxembourg gehouden was nadere informatie te verstrekken over haar relatie met Cafom. Uit het voorgaande volgt dat de eisvermeerdering zal worden toegestaan.

contractspartij

5.5.

Habitat heeft aangevoerd dat de franchiseovereenkomst vanaf omstreeks begin 2010 is overgedragen aan Habitat UK, zodat Luxembourg de verkeerde partij heeft gedagvaard. Luxembourg heeft bovendien haar Habitat producten ingekocht bij Habitat UK en zij heeft ook financiële verantwoording afgelegd aan Habitat UK. Verder ontving Luxembourg technische, commerciële en marketing ondersteuning van Habitat UK, richtte Luxembourg haar correspondentie, althans vanaf 2010, tot Habitat UK en heeft Luxembourg met Habitat UK na 31 december 2010 onderhandeld over de mogelijke totstandkoming van een nieuwe overeenkomst. Verder kwamen de royalty betalingen van Luxembourg aan Habitat UK toe, heeft Luxembourg na het faillissement van Habitat UK in juni 2011 geen royalty betalingen meer verricht en is Luxembourg na het faillissement van Habitat UK een contractuele relatie aangegaan met Habitat Frankrijk. Ook heeft Luxembourg haar klachten uitsluitend gericht aan Habitat UK. Uit deze omstandigheden volgt dat Habitat UK en niet Habitat de contractuele contractspartij van Luxembourg bij de franchiseovereenkomst is.

5.6.

Artikel 6:159 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat voor een contractsoverneming een schriftelijke overeenkomst en instemming van de wederpartij is vereist. Gesteld noch gebleken is dat aan deze voorwaarden is voldaan. Habitat heeft geen schriftelijke overeenkomst in het geding gebracht. Verder stelt Luxembourg onweersproken dat zij niet met een dergelijke overneming heeft ingestemd noch daaraan heeft meegewerkt. Verder verliep de correspondentie tussen partijen via [naam 2] namens Habitat en hoofdzakelijk op briefpapier Habitat. De omstandigheid dat de feitelijke werkzaamheden volgens Habitat vanaf begin 2010 door Habitat UK zijn overgenomen, maakt dit niet anders. Daarbij komt dat Habitat ter comparitie heeft erkend dat de door Luxembourg betaalde royalty’s gefactureerd zijn door Habitat en aan alle entiteiten van Habitat ten goede zijn gekomen. Op grond van het voorgaande is de conclusie dat Habitat de contractspartij van Luxembourg is bij de franchiseovereenkomst.

verlenging franchiseovereenkomst?

5.7.

Habitat voert samengevat het volgende aan. Ingevolge artikel 3.1 van de franchiseovereenkomst moet er een nieuw contract worden gesloten. Dit is niet gebeurd.

De brief van 9 augustus 2007 van Luxembourg moet worden gezien als een uitnodiging tot het doen van een aanbod. Bij brief van 2 november 2009 heeft Habitat aan Luxembourg wijzigingsvoorstellen gedaan, die uiteindelijk niet zijn geaccepteerd. De conclusie is dan ook dat de franchiseovereenkomst is geëindigd na 31 december 2010.

Voor zover zal worden geoordeeld dat de franchiseovereenkomst na 31 december 2010 is verlengd, is de overeenkomst per 1 april 2011 geëindigd omdat Luxembourg vanaf september 2011 geen royalty’s meer heeft betaald dan wel kort na het sluiten van de overeenkomst tussen Luxembourg en Cafom.

5.8.

De rechtbank stelt voorop dat niet langer tussen partijen in geschil is dat Luxembourg bij brief van 9 augustus 2007 tijdig om verlenging van de franchise-overeenkomst met een termijn van vijf jaar tot en met 31 december 2015 heeft verzocht, als vermeld in artikel 3.1 van de franchise overeenkomst. Ook staat vast dat Habitat dit verzoek heeft ontvangen.

Verder constateert de rechtbank dat Habitat in haar brief van 2 november 2009 aan Luxembourg de verlenging van de overeenkomst tot en met 31 december 2015 onvoorwaardelijk heeft bevestigd. Anders dan Habitat betoogt, leest de rechtbank in artikel 3.1 van de franchiseovereenkomst geen verplichting tot het sluiten van een nieuw contract.

Daarin staat immers vermeld dat de nieuwe overeenkomst zal worden gesloten onder dezelfde voorwaarden als die worden gesloten met nieuwe franchisenemers en dat de franchisegever alleen een nieuwe overeenkomst zal ondertekenen ‘if so required’. Die nieuwe condities bestonden kennelijk niet of Habitat vond het niet nodig om die van toepassing te verklaren op Luxembourg alvorens de verlenging te bevestigen. Afgezien hiervan is in de brief van 2 november 2009 op dit punt door Habitat niets vermeld.

Luxembourg mocht er dan ook van uitgaan dat de bevestiging van de verlenging van de franchise overeenkomst onvoorwaardelijk is verleend door Habitat. De door Habitat genoemde wijzigingsvoorstellen, behoudens dat met betrekking tot de commissieverhoging dat al in de overeenkomst was voorzien, dienen in dit licht te worden bezien als wijzigingsvoorstellen van de reeds verlengde overeenkomst, waarover tussen partijen nooit overeenstemming is bereikt.

Het voorgaande is blijkens de tekst van artikel 3.1 alleen anders indien sprake is van uitzonderlijke gevallen van wanprestatie door Luxembourg vóór 31 december 2009. Niet gesteld of gebleken is dat daarvan sprake was.

Habitat voert nog aan dat Luxembourg na 1 april 2011 geen royalty betalingen meer heeft verricht, zodat de franchiseovereenkomst op grond van de franchiseovereenkomst in ieder geval op 1 april 2011 is geëindigd. Dit verweer wordt verworpen, nu Luxembourg zich wat die betalingen betreft gerechtvaardigd beroept op haar opschortingsrecht, waarover hierna meer. Verder doet de omstandigheid dat Luxembourg een overeenkomst met Cafom heeft gesloten, aan het voorgaande niet af.

De conclusie is dan ook dat de franchiseovereenkomst is verlengd tot en met 31 december 2015. Op grond van het voorgaande zal bij eindvonnis de vordering in conventie onder 3.1.2. worden toegewezen en de vordering in reconventie onder 4.1.I. worden afgewezen.

tekortkomingen Habitat?

5.9.

Luxembourg stelt onder verwijzing naar de door haar overgelegde e-mails dat Habitat tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de franchiseovereenkomst door kort samengevat vanaf begin 2010 de bestellingen van Luxembourg niet te accepteren, door bestellingen niet dan wel veel te laat te leveren, door de winkelvoorraad slecht aan te vullen, door het niet langer verstrekken van een papieren catalogus en door sedert maart 2010 geen commerciële en technische ondersteuning meer te bieden. In de periode vanaf april tot en met juli 2010 werden slechts 15 à 20% van alle bestellingen van producten uit het permanente assortiment daadwerkelijk door Habitat geleverd. In december 2010 kreeg Luxembourg geen goedlopende producten uit het permanente assortiment meer geleverd, terwijl bijvoorbeeld de Franse Habitat winkels die wel geleverd kregen. Van een algeheel leveringsprobleem was derhalve geen sprake. Van de producten uit het permanente assortiment die wekelijks werden besteld en geleverd heeft Habitat de voorraad bovendien drastisch verminderd. De bestaande voorraad werd gedumpt door die met grote kortingen te verkopen.

Blijkens artikel 10.3 van de franchiseovereenkomst is de jaarlijkse papieren Habitat catalogus een essentieel onderdeel van de overeenkomst. Er is geen volwaardig elektronisch alternatief. De papieren catalogus besloeg enkele honderden pagina’s enkel aangaande producten, terwijl de elektronische catalogus slechts enkele tientallen pagina’s beslaat waar behalve producten ook verhalende artikelen in staan. Op de website van Habitat staan alleen de goederen die in voorraad zijn, maar niet de volledige collectie. Luxembourg kreeg bovendien geen ‘content’ aangeleverd van de vernieuwde website van Habitat, zodat zij zelf de magazines van de herfst 2010 en de lente 2011 op haar website heeft geplaatst. Voor zover haar magazines elektronisch werden aangeleverd, heeft zij die moeten aanpassen aan de lokale markt. Blijkens de als productie 39 bij akte van 5 september 2012 overgelegde informatie over een product uit de papieren catalogus en de magazins was de papieren catalogus veel informatiever. Verder zijn diverse seizoensbrochures te laat ontvangen (onder meer het ‘Love Your Home magazine Spring/Summer 2011), hetgeen Habitat in haar e-mail van 10 mei 2011 ook heeft erkend, of niet ontvangen (kerstmagazine 2010). Op de site van Luxembourg staat een foto van de kerstbrochure van Habitat die afkomstig is van een medewerker die de brochure in Frankrijk aantrof. Bovendien kreeg Luxembourg de ‘content’ van het magazine ‘Autumn/Winter 2011’ dermate laat aangeleverd dat er is afgezien van het drukken van dit magazine.

5.10.

Habitat voert samengevat het volgende aan. Ingevolge artikel 9.1.3 van de franchiseovereenkomst rust op haar slechts een inspanningsverbintenis. Habitat heeft er alles aan gedaan om Luxembourg tegemoet te komen op de door haar genoemde punten.

Niet is gebleken van grootschalige leveringsproblemen. Eventuele niet-levering is te wijten aan het niet tijdig of niet consistent indienen van ‘forecasts’ door Luxembourg. Ook heeft zij een zending niet kunnen leveren vanwege de sneeuw. In ieder geval is Habitat op grond van artikel 9.6 van de franchiseovereenkomst niet aansprakelijk voor enige schade die daaruit zou voortvloeien. Verder heeft Habitat Luxembourg wel degelijk technische ondersteuning geboden door antwoorden te geven op haar vragen, zoals blijkt uit de als productie 14 en 15 bij conclusie van antwoord overgelegde e-mailberichten.

Habitat is ertoe overgegaan een elektronische catalogus te verstrekken, omdat de papieren catalogus al gedateerd was zodra die was uitgebracht en omdat de papieren catalogus de duur was in de distributie. De elektronische versie betreft een veel kleinere seizoenscatalogus. Cliënten kunnen nu via de website gemakkelijker en sneller producten opzoeken en kiezen. In artikel 10.3 van de overeenkomst staat geen bepaalde vorm van een catalogus of verstrekking voorgeschreven. In de slotzin staat juist vermeld dat de distributiemethode kan wijzigen gedurende de looptijd van de overeenkomst. Voor zover daarin al een verplichting voor Habitat valt te lezen, heeft Habitat daaraan voldaan door een catalogus aan Luxembourg te mailen die Luxembourg in 2010 op haar website heeft geplaatst. Habitat heeft verder het causaal verband tussen de gestelde tekortkomingen en de gestelde schade betwist. Een eventuele teruggang in de omzet van Luxembourg in 2010 kan niet één op één worden toegerekend aan een vermeend tekortschieten van Habitat. Dit geldt te meer, nu het sinds 2007/2008 wereldwijd crisis is.

5.11.

De rechtbank stelt voorop dat Habitat ingevolge artikel 9.1.3 van de franchise-overeenkomst gehouden is om te trachten aan de leveringseisen van Luxembourg te voldoen en dat Habitat in het geval zij daartoe niet in staat is de voorraad gelijkmatig zal verdelen overeenkomstig de prognoses van ieder land. Verder bepaalt artikel 9.6 van de franchiseovereenkomst dat Habitat niet aansprakelijk is voor een te late of onjuiste levering voor zover de oorzaak daarvan in redelijkheid buiten haar macht ligt. Blijkens de door Luxembourg overgelegde e-mails, die gedeeltelijk zijn weergegeven onder 2.7. e.v., heeft Habitat sinds begin 2010 de door Luxembourg gedane bestellingen niet dan wel niet tijdig geleverd, waarbij de levertijden zelfs zijn opgelopen tot vijf à zes maanden.

Verder blijkt daaruit genoegzaam dat de winkelvoorraad sterk is teruggelopen omdat Habitat van de producten uit het permanente assortiment slechts een klein gedeelte daadwerkelijk heeft geleverd. Ook deze situatie heeft Habitat in de hiervoor onder 2.8. weergegeven e-mail met zoveel woorden erkend. Verder staat als onweersproken vast dat de winkel in Parijs wel voldoende is bevoorraad (zie hiervoor onder 2.10.).

Naar het oordeel van de rechtbank heeft Habitat door voornoemde handelwijze niet voldaan aan haar in artikel 9.3.1 van de franchiseovereenkomst neergelegde verplichtingen. Habitat heeft onvoldoende aangetoond, behoudens ten aanzien van één levering, dat de oorzaak daarvan in redelijkheid buiten haar macht ligt, zodat haar beroep op artikel 9.6 wordt verworpen. Het verweer van Habitat, dat zij heeft getracht om oplossingen aan te dragen voor de door Luxembourg gemelde problemen, is daartoe onvoldoende.

Het verweer van Habitat, dat het niet kunnen leveren van producten een gevolg is van het niet (tijdig) indienen van ‘forecasts’ door Luxembourg, gaat niet op. Daartegenover heeft Luxembourg onder verwijzing naar de als productie 33 en 34 overgelegde e-mailberichten gesteld dat zij de eerste keren dat Habitat om een ‘forecast’ vroeg deze heeft gegeven, maar dat zij dit vervolgens heeft nagelaten omdat Habitat diverse producten uit de ingediende ‘forecasts’ heeft verwijderd. Nu Habitat dit verweer op haar beurt niet heeft weersproken, wordt ervan uitgegaan dat het niet indienen van ‘forecasts’ niet aan (tijdige) de levering door Habitat in de weg heeft gestaan.

Ook heeft Habitat de stelling van Luxembourg, dat zij tekort is geschoten in haar contractuele verplichting tot het verlenen van technische en commerciële ondersteuning, onvoldoende gemotiveerd weerlegd. Habitat heeft tegenover de door Luxembourg met diverse e-mails onderbouwde stellingen op dit punt slechts aangevoerd dat zij bij e-mails van 26 oktober 2010 en 2 december 2010 (zie hiervoor onder 2.12.) Luxembourg heeft geantwoord op haar vragen. De rechtbank acht dit een onvoldoende onderbouwde weerlegging van de stellingen van Luxembourg. Verder blijkt uit de hiervoor onder 2.11. weergegeven gang van zaken met betrekking tot de ‘content’ van de vernieuwde website van Habitat dat Luxembourg lange tijd heeft moeten wachten op nadere informatie van Habitat, als gevolg waarvan zij stelt een aantal seizoensmagazines zelf op haar website te hebben moeten plaatsen, welke stelling Habitat eveneens onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken.

Naar het oordeel van de rechtbank is verder voldoende komen vast te staan dat Habitat in strijd met de in artikel 10 van de franchiseovereenkomst neergelegde verplichting heeft gehandeld door een elektronische catalogus te gaan verstrekken, nu dit geen volwaardig alternatief van de papieren catalogus is. In artikel 10.3 wordt de relevantie van de papieren catalogus vooropgesteld. Weliswaar voorziet artikel 10.3 in de mogelijkheid van een wijziging in de distributiemethode, maar het had in het licht van dit artikel op de weg van Habitat gelegen om een volwaardig alternatief te bieden. Blijkens de door Luxembourg bij akte van 5 september 2012 overgelegde productie 39, waarbij een vergelijking is gegeven van de productinformatie die door middel van de catalogus en de magazines wordt verstrekt, blijkt dat hiervan evident geen sprake is. De papieren catalogus bevat immers beduidend meer gedetailleerde informatie over het product dan het desbetreffende magazine. Verder heeft Luxembourg onvoldoende gemotiveerd weersproken gesteld dat zij diverse seizoensmagazines niet dan wel te laat heeft ontvangen.

Op grond van het voorgaande in samenhang beschouwd is de conclusie dat Habitat tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen op grond van de franchiseovereenkomst. Luxembourg heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij als gevolg hiervan schade heeft geleden, welke schade door Luxembourg dient te worden vergoed.

de schadevordering van € 701.184,--

5.12.

Deze vordering is als volgt gespecificeerd:

a. a) € 366.951,-- wegens winstderving in de periode april 2010 tot en met juli 2010,

b) € 112.923,-- wegens een leveringsstop in maart 2011,

c) € 221.310,-- wegens restitutie royalties vanaf april 2010 tot en met maart 2011.

ad a) € 366.951,--

Luxembourg stelt met betrekking tot de gevorderde € 366.951,-- dat zij door het niet (tijdig) leveren door Habitat van producten van de permanente collectie winst is misgelopen in de periode van april 2010 tot en met juli 2010. Bij de berekening hiervan is Luxembourg niet uitgegaan van de ‘gross sales’, zoals Habitat betoogt. De ‘gross sales’ omvat alle producten die in de winkels van Luxembourg worden verkocht, terwijl de leveringsproblemen hoofdzakelijk de winkelvoorraad betroffen. Het is dan dus niet zuiver om de schadevordering te baseren op de ‘gross sales’. Luxembourg heeft haar berekening dan ook gebaseerd op de historische inkopen over de periode 2007 tot en met 2009 en dit afgezet tegen de in dezelfde periode in 2010 daadwerkelijk ingekochte producten. Aldus bedragt de gederfde winst over die periode € 366.951,--.

Ad b) € 112.923,--

Luxembourg stelt verder dat zij schade heeft geleden van € 112.923,-- door de leveringsstop van Habitat in maart 2011, die met name de winkelvoorraad betrof. Ervan uitgaande dat de leveringsstop pas na enkele weken gevolgen begon te krijgen en dat Luxembourg de gemiste omzet niet meer kon inhalen omdat de klanten bij de concurrentie gingen kopen, is het schadebedrag gebaseerd op periode 1 van haar boekjaar van 28 maart 2011 tot 23 april 2011 en deze periode is qua omzet vergeleken met periode 1 van 2010. In 2010 was de omzet voor België € 762.191,-- en voor Luxemburg € 250.548,--. In 2011 was de omzet voor België € 611.588,-- en voor Luxemburg € 209.756,--. Derhalve bedroeg het omzetverlies in periode 1 van 2011 € 191.395,--. Met inachtneming van een winstpercentage van 59% bedraagt de misgelopen winst over periode 1 € 112.923,--.

Ad c) € 221.310,--

Met betrekking tot de gevorderde € 221.310,-- stelt Luxembourg dat Habitat niet heeft voldaan aan de overeengekomen verplichting tot het bieden van ondersteuning door de papieren catalogus niet langer te verstrekken. De catalogus is één van de redenen waarom Luxembourg naast inkoopprijzen ook royalty’s moet betalen over de producten. Habitat is waarschijnlijk gestopt wegens kostenbesparing maar kan dan niet hetzelfde bedrag aan royalty’s van Luxembourg blijven verlangen. Daarom maakt zij aanspraak op terugbetaling van de helft van de betaalde royalty’s in de periode april 2010 tot en met maart 2011, hetgeen ongeveer € 221.310,-- beloopt blijkens de door haar overgelegde productie 21.

Luxembourg heeft ter onderbouwing van haar schadevordering verder verwezen naar de door haar overlegde producties 41 tot en met 43.

5.13.

Habitat voert tegen de door Luxembourg opgevoerde posten het volgende aan.

Ad a) € 366.951,--

Habitat betwist dat de gederfde winst op basis van de inkopen moet worden berekend. Gederfde winst is het positieve verschil is tussen de totale opbrengst van de verkopen minus de totale kosten. Uit de jaarrekening 2007/2008 van Luxembourg volgt dat de winst over 2007 € 197.174,47 bedroeg en uit de jaarrekening 2010/2011 volgt dat de winst in 2010

€ 192.376,83 bedroeg. Dit is slechts € 5.000,-- minder dan in 2007. Daarbij komt dat een gedeelte van die winst niet afkomstig is van de Habitat-producten. Gezien de jaarrekeningen is het bovendien zeer onaannemelijk dat de gederfde netto winst over de periode april tot en met juli 2010 meer dan € 366.000,-- zou bedragen, terwijl in 2007 € 197.000,-- winst over het gehele jaar is gemaakt. Het gevorderde bedrag betreft een vermindering van inkoop.

Habitat voert aan dat zij contractueel gerechtigd was om de levering van producten stop te zetten in maart 2011 omdat Luxembourg niet had voldaan aan haar verplichtingen uit de franchiseovereenkomst om de royalty’s van 2010 tijdig te betalen. De gestelde schade heeft Luxembourg dan ook aan zichzelf te wijten.

Ad b) € 112.923,--

Habitat was gerechtigd om de levering van producten stop te zetten omdat Luxembourg niet had voldaan aan haar contractuele verplichting om de royalty’s over 2010 tijdig te betalen. Het door Luxembourg gevorderde bedrag kan bovendien niet worden gekwalificeerd als gederfde winst, maar als het inkoopbedrag van de door Luxembourg gewenste producten.

Ook ten aanzien van deze vordering geldt dat de gevorderde € 112.923,-- niet kan worden gekwalificeerd als gederfde winst, maar als het bedrag van producten die Luxembourg had willen inkopen.

Ad c) € 221.310,--

Habitat voert aan dat de hoogte van de royalty’s ingevolge artikel 5.2 van de franchiseovereenkomst een netto vergoeding betreft die is gekoppeld aan de werkelijke ‘Gross Sales’ zoals in die overeenkomst gedefinieerd. Nu Habitat aan haar verplichtingen ingevolge de overeenkomst heeft voldaan, is Luxembourg de royalty’s geheel verschuldigd. Luxembourg heeft het door haar gestelde percentage van 50% bovendien niet onderbouwd. Na 1 april 2011 heeft Luxembourg geen royalty betalingen meer verricht. Dit brengt ook mee dat de franchiseovereenkomst in ieder geval op 1 april 2011 is geëindigd op grond van artikel 16.2 van de franchise overeenkomst.

5.14.

De rechtbank oordeelt als volgt. Nu Habitat de gestelde schade gemotiveerd heeft betwist, zal Luxembourg overeenkomstig haar aanbod worden toegelaten tot het bewijs van haar stelling dat zij schade heeft geleden van in totaal € 701.184,-- (€ 366.951,-- wegens winstderving vanaf april 2010 tot en met juni 2010, € 112.923 wegens een leveringsstop in maart 2011 en € 221.310,-- wegens restitutie royalty’s vanaf april 2010 tot en met maart 2011). Luxembourg kan bij akte aangeven of zij in staat is dat bewijs te leveren dan wel dat zij de voorkeur geeft aan een deskundigenbenoeming. In het laatste geval kan Luxembourg zich bij die akte uitlaten over de persoon van de te benoemen deskundige alsmede over de aan de deskundige voor te leggen vragen, waarop Habitat bij antwoordakte kan reageren.

gederfde winst van € 4.670.034,90

5.15.

Verder vordert Luxembourg betaling van € 4.670.034,90 aan toekomstige winstderving vanaf september 2011 tot 31 december 2015.

Habitat heeft bij akte na comparitie van 23 januari 2013 met betrekking tot deze vordering verwezen naar haar verweren als opgenomen in onderdeel 2 van die akte en dit als herhaald en ingelast beschouwd. Volgens Habitat kan op grond daarvan het gevorderde bedrag niet worden toegewezen, althans dient dit bedrag te worden gematigd.

De rechtbank heeft de door Habitat bedoelde verweren in onderdeel 2 van voornoemde akte hiervoor verworpen. Nu Habitat de hoogte van het gevorderde bedrag op zichzelf niet heeft weersproken, zal de rechtbank de vordering tot betaling van € 4.670.034,90 bij eindvonnis toewijzen.

Belgian Designs S.A.

5.16.

Luxembourg stelt bij akte van 5 september 2012 onder verwijzing naar een overgelegd mandaat dat zij gemachtigd is om mede namens een zustervennootschap Belgian Designs S.A. op te treden en de door laatstgenoemde vennootschap geleden en te lijden schade op Habitat te verhalen.

Terecht heeft Habitat hiertegen aangevoerd dat uit de akte noch uit het mandaat blijkt dat en zo ja, in hoeverre Belgian Designs S.A. schade heeft geleden laat staan dat die schade is onderbouwd. Nu Luxembourg de wederpartij van Habitat was bij de franchiseovereenkomst zal de rechtbank de eventueel door Belgian Designs S.A. geleden schade buiten beschouwing laten.

de vordering tot betaling van € 1.516,72 (reconventionele vordering onder 4.1.II.)

5.17.

Habitat stelt hiertoe dat Luxembourg op 15 februari 2011 haar betalingsverplichtingen heeft geschonden voor een bedrag van € 151.672,44, zodat zij op grond van de artikelen 5.4 en 9.7 van de franchiseovereenkomst een boete van 10% over dat bedrag is verschuldigd, ofwel € 1.516,72.

Luxembourg voert aan dat Habitat dit bedrag niet heeft onderbouwd en betwist dat zij betaling daarvan verschuldigd is.

Gelet op die betwisting had het vervolgens op de weg van Habitat gelegen om de vordering nader te onderbouwen, hetgeen Habitat heeft nagelaten. De vordering zal dan ook als niet onderbouwd worden afgewezen.

vordering betaling van royalty’s op te maken bij staat (reconventionele vordering onder 4.1.III.)

5.18.

Habitat stelt dat Luxembourg ingevolge de franchiseovereenkomst gehouden is tot betaling van royalty’s vanaf 25 mei 2011 tot aan de beëindiging van de overeenkomst.

De vordering van Habitat strekt aldus tot nakoming van de overeenkomst en niet tot schadevergoeding. De schadestaatprocedure van artikel 612 en volgende Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is beperkt tot gevallen waarin de rechter een veroordeling tot schadevergoeding uitspreekt. Een veroordeling tot nakoming van een betalingsverplichting die rechtsreeks voortvloeit uit een overeenkomst valt daar niet onder, zodat de vordering van Habitat in zoverre moet worden afgewezen.

proceskosten reconventie

5.19.

Op grond van het voorgaande zal de vordering in reconventie integraal worden afgewezen. Habitat zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Luxembourg worden begroot op € 226,00 (1 punt

x 0,5 tarief € 452,00) aan kosten advocaat.

5.20.

Om redenen van proceseconomische aard zal de rechtbank tussentijds hoger beroep van dit vonnis in conventie toestaan.

5.21.

De rechter, ten overstaan van wie de comparitie van partijen is gehouden, heeft dit

vonnis niet kunnen wijzen om organisatorische redenen.

6 De beslissing

De rechtbank

in conventie

6.1.

draagt Luxembourg op te bewijzen dat de door haar geleden schade € 701.184,-- bedraagt (€ 366.951,-- wegens winstderving vanaf april 2010 tot en met juni 2010,

€ 112.923 wegens een leveringsstop in maart 2011 en € 221.310,-- wegens restitutie royalty’s vanaf april 2010 tot en met maart 2011),

6.2.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 22 januari 2014 voor uitlating door Luxembourg of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken dan wel door een deskundigenbericht,

6.3.

bepaalt dat Luxembourg, indien zij bewijsstukken wil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen, waarop Habitat bij antwoordakte kan reageren,

6.4.

bepaalt dat Luxembourg, indien zij bewijs wil leveren door een deskundigenbericht, bij akte van 22 januari 2014 kan ingaan op de persoon van de te benoemen deskundige en op de aan de deskundige voor te leggen vragen, waarop Habitat bij antwoordakte kan reageren,

6.5.

bepaalt dat van dit vonnis hoger beroep kan worden ingesteld voordat het eindvonnis is gewezen,

6.6.

houdt iedere verdere beslissing aan,

in reconventie

6.7.

wijst het gevorderde af,

6.8.

veroordeelt Habitat in de proceskosten, aan de zijde van Luxembourg tot op heden begroot op € 226,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Marcus en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2014.