Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2016:470

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
16-02-2016
Datum publicatie
17-02-2016
Zaaknummer
200.152.257_01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Opdrachtgever/franchisenemer betaalt facturen van, door franchisegever aangewezen, accountant niet; samenspanning franchisegever en accountant? Wanprestatie accountant? Onvoldoende onderbouwing van de verwijten aan de accountant.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.152.257/01

arrest van 16 februari 2016

in de zaak van

1 [vennoot 1 en vennoot 2] VOF, hodn Cristal Cleaning [vestigingsnaam] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [vennoot 1] ,
wonende te [woonplaats] ,

3. [vennoot 2] ,
wonende te [woonplaats] ,

appellanten, hierna gezamenlijk te noemen: de vennoten

advocaat: mr. M. Franke te Eindhoven,

tegen

[accountants belastingadviseurs] Accountants Belastingadviseurs B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde, hierna te noemen [geïntimeerde] ,

advocaat: mr. A.J.C. van Gurp te Hengelo OV,

als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 2 september 2014 en 17 februari 2015 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch onder zaaknummer 2495061/417 en rolnummer 13-10411 gewezen vonnis van 27 maart 2014.

5 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenarrest van 17 februari 2015;

  • -

    de memorie van antwoord met een productie.

Op 29 september 2015 hebben partijen de zaak door hun advocaten aan de hand van een pleitnota doen bepleiten. Bij gelegenheid van het pleidooi hebben beide partijen verklaard dat de brief met bijlagen d.d. 25 februari 2014 van [gerechtsdeurwaarders] en Partners Gerechtsdeurwaarders B.V. aan DAS Rechtsbijstand, die voor de comparitie na antwoord in eerste aanleg aan de rechtbank is gestuurd, deel uitmaakt van de processtukken.

Het hof heeft na het pleidooi een datum voor arrest bepaald.

6 De verdere beoordeling

6.1.

Bij gelegenheid van het pleidooi heeft het hof beslist dat de wijziging van eis van de vennoten in de akte die op 8 september 2015 bij het hof is ingekomen niet wordt toegelaten. Voor de motivering van de beslissing verwijst het hof naar het proces-verbaal van de pleitzitting. Het hof doet derhalve recht op de vorderingen van de vennoten als weergegeven in de memorie van grieven sub 91.

6.2.

Voorts heeft het hof bij het pleidooi beslist dat de hiervoor genoemde akte niet werd toegelaten. De inhoud van die akte wordt daarom niet bij de beoordeling betrokken.

6.3.

De bij voormelde akte in het geding gebrachte producties 22 tot en met 56 zijn bij het pleidooi toegelaten. Deze producties behoren derhalve tot de processtukken waarop het hof recht doet.

6.4.

Het gaat in deze zaak om de volgende tussen partijen vaststaande feiten.

a. a) Op 24 mei 2005 zijn de vennoten, als franchisenemer, met franchisegever Cristal Cleaning B.V. (hierna: Cristal Cleaning) een franchiseovereenkomst aangegaan ten aanzien van een reeds bestaande onderneming te weten een stomerij. De vennoten hadden deze onderneming van een derde (een eerdere franchisenemer van Cristal Cleaning) overgenomen. In 2008 is een nieuwe franchiseovereenkomst aangegaan en door de vennoten en Cristal Cleaning ondertekend. Op grond van de franchiseovereenkomst zijn de vennoten gehouden gebruik te maken van de door Cristal Cleaning aangewezen accountant, zijnde [geïntimeerde] .

b) De franchiseovereenkomsten uit 2005 en 2008 houden beide onder meer het volgende in:

“(…)
Artikel 3. Diensten franchisegever

Gever zal aan nemer de volgende diensten verlenen:

a. gever verklaart de eventuele investerings- en/of exploitatieprognoses (…) naar beste kunnen te hebben (doen opstellen) opgesteld. Nemer verklaart bij het opstellen van de (…) prognoses nauw betrokken te zijn geweest en verklaart voorts dat de (….) prognoses in samenspraak en in onderling overleg met hem zijn opgesteld. Nemer verklaart zich van de correctheid en volledigheid van de uitgangspunten van de (…) prognoses vergewist te hebben en zich (…) akkoord te hebben verklaard met die uitgangspunten.

b. De franchisenemer is een zelfstandig ondernemer die zijn bedrijf geheel voor eigen rekening en risico exploiteert. De franchisenemer kan nimmer enige rechten ontlenen aan prognoses, (…) met betrekking tot de exploitatie van de Cristal Cleaning vestiging (…) uitgesproken of verstrekt door de franchisegever. (…)”

c) [geïntimeerde] heeft voor [vennoot 1] en [vennoot 2] , in het kader van het voornemen tot overname van de stomerij, in maart 2004 een prognose voor 2005 met betrekking tot de exploitatie van die onderneming opgesteld, alsmede een vennootschapsovereenkomst gedateerd 15 maart 2005.

d) In een aan de vennoten gerichte brief van [geïntimeerde] van 12 februari 2006 staat onder meer het volgende vermeld:

“(…)
In deze brief bevestigen wij schriftelijk de mondeling aanvaarde opdracht voor het samenstellen van de jaarrekening van Cristal Cleaning [vestigingsnaam] [de naam van de door de vennoten overgenomen onderneming; toevoeging hof] (…)
2. Naast de samenstelling van de jaarrekening zullen wij voor u nog de volgende werkzaamheden verrichten:
- de behandeling van verzoek- en bezwaarschriften betreffende fiscale aangelegenheden;
- het verzorgen van de aangifte(n) inkomstenbelasting;
- het begeleiden van uw (internet)boekhouding;
- het verzorgen van de loonadministratie;
- het verzorgen van de aangifte omzetbelasting;
- het opstellen van tussentijdse overzichten;
- het opstellen van kostprijsberekeningen;
- het opstellen van prognoses.
(…)
3. Op uw afzonderlijk verzoek zullen wij onderstaande werkzaamheden voor u verrichten:
- advisering over de administratieve systemen;
- advisering over economische, organisatorische en fiscale aangelegenheden;
- voeren van fiscale procedures en procedures op andere gebieden.
(…)
5. Op deze opdracht zijn onze Algemene Voorwaarden van toepassing, waarvan u bijgaand een exemplaar aantreft.
(…)
Wij verzoeken u de bijgevoegde kopie van deze brief ondertekend te retourneren als blijk van uw instemming (…)”
De brief is door beide partijen ondertekend.
e) Artikel J, lid 2 van de Algemene Voorwaarden van [geïntimeerde] houdt in:

“Indien Opdrachtgever [de vennoten; toevoeging hof] niet binnen de in lid 1 genoemde termijn [30 dagen na factuurdatum; toevoeging hof] heeft betaald (…) is hij van rechtswege in verzuim en heeft Opdrachtnemer [ [geïntimeerde] ; toevoeging hof] , zonder dat een nadere sommatie of ingebrekestelling is vereist, het recht vanaf de vervaldag Opdrachtgever over het gefactureerde bedrag de wettelijke (handels)rente in rekening te brengen, tot aan de dag van algehele voldoening (…) “

f) Artikel K van de Algemene Voorwaarden van [geïntimeerde] houdt in:

“1. Reclames met betrekking tot de verrichte Werkzaamheden en/of het factuurbedrag dienen schriftelijk binnen 30 dagen na de verzenddatum van de stukken of informatie waarover Opdrachtgever reclameert (…) te worden kenbaar gemaakt.
(…)
4. Indien de reclame niet tijdig wordt ingesteld, vervallen alle rechten van Opdrachtgever in verband met de reclame.”
De vennoten hebben voor de onderhavige procedure door [geïntimeerde] aanhangig werd gemaakt nimmer over enige factuur geklaagd.

g) Op 30 december 2012 heeft brand gewoed in de stomerij van de vennoten. Daarna hebben de vennoten de exploitatie van die onderneming beëindigd.

h) In 2013 heeft [geïntimeerde] werkzaamheden verricht in verband met een door de vennoten vanwege de brand te verkrijgen verzekeringsuitkering. De ontvangen verzekeringsuitkering is in mindering op de schuld van de vennoten aan Cristal Cleaning gekomen.

i. i) De vennoten hebben [advies] Advies (hierna: [advies] ) ingeschakeld om de door [geïntimeerde] opgestelde prognoses/begrotingen te beoordelen. De brief van [advies] aan de vennoten d.d. 22 mei 2013 houdt voor zover van belang in:
“Overeenkomstig uw verzoek doen wij u (…) toekomen onze visie op uw bedrijfsplan aan de hand van de door u verstrekte gegevens en mondelinge toelichting.
Bij aanvang van de onderneming is er een bedrijfsplan opgesteld. In dit bedrijfsplan wordt een inkomen berekend waarbij er totaal geen ruimte is om tegenvallers in de bedrijfsvoering op te kunnen vangen. Het berekend inkomen ligt op € 27.434.
Indien beide vennoten fulltime hiervoor moeten werken, kan worden gesteld dat het ondernemersloon ligt op het minimumloon. Wij zijn de mening toegedaan dat vanwege dit lage loon alsmede door het ontbreken van enig buffervermogen er geen sprake was van een gezond opstartscenario.
Het bedrijfsplan is qua omzet en kosten samengesteld op cijfers die de werkelijkheid benaderen. De omzetten en kosten over de jaren 2006 t/m 2011 liggen in de lijn van het plan (behoudens het jaar 2009). De begrote resultaten worden dan ook gehaald.
Wat echter niet in de lijn ligt zijn de privé opnamen. Gemiddeld liggen deze ruim € 6.000 hoger dan begroot.(…) In de loop van het jaar 2007 komt het eigen vermogen van de vennootschap dan ook negatief uit. Dit negatieve vermogen loopt op tot € 64.517 per einde 2011.
Vanwege deze problemen heeft men in 2008 een herfinanciering moeten doen. Hiervoor is wederom een bedrijfsplan samengesteld. Ook dit plan is samengesteld op een juiste omzet- en kostenverwachtingen. Wederom zijn de privé opnamen te laag ingeschat. (…)
Vanwege een omzetdaling in 2009 wordt de druk op de liquiditeiten nog vergroot. Het resultaat 2009 voor afschrijvingen bedraagt € 34.420 terwijl de privé opnamen € 40.533 bedragen. (…) In 2011 wordt zelfs nog geïnvesteerd in een auto (€ 17.045). (….)
CONCLUSIE

Bij de opstart van de onderneming is er onvoldoende rekening gehouden met het verdienmodel van de vennootschap en is er opgestart zonder enige buffer.
De vennoten hebben ten opzichte van de inschatting (door henzelf of de accountant?) te hoge privé opnamen uit de onderneming gedaan.
In 2008 is er bij de herfinanciering een verkeerde inschatting gemaakt (door alle partijen?) Op dat moment is absoluut helder wat de mogelijke cashflow is en welke schulden en privé opnamen hieruit moeten worden voldaan.(…)”

j) De samenwerking tussen de vennoten en Christal Cleaning is inmiddels geëindigd. Ook de overeenkomst tussen de vennoten en [geïntimeerde] is geëindigd. De vennoten hebben facturen van [geïntimeerde] tot een bedrag van in hoofdsom € 15.206,23 onbetaald gelaten.

6.5.

[geïntimeerde] heeft de vennoten in rechte betrokken en veroordeling gevorderd tot betaling van de hoofdsom van € 15.206,23, te vermeerderen met € 364,95 aan wettelijke rente en
€ 800,-- ter zake van buitengerechtelijke incassokosten, derhalve in totaal € 16.371,18, vanaf 25 oktober 2013 te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom.
baseert de vordering op de stelling dat zij in opdracht en voor rekening van de vennoten werkzaamheden heeft verricht. Op de overeenkomst tussen partijen zijn haar Algemene Voorwaarden van toepassing, aldus [geïntimeerde] .

6.5.1.

De vennoten hebben verweer gevoerd en een vordering in reconventie ingesteld strekkende tot a) gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst in dier voege dat de door de vennoten aan [geïntimeerde] verschuldigde bedragen tot nihil worden beperkt en b) het geven van een verklaring voor recht dat [geïntimeerde] aan de vennoten de schade moet vergoeden die deze lijden door de wanprestatie dan wel onrechtmatige daad van [geïntimeerde] , nader op te maken bij staat. [geïntimeerde] heeft tegen de reconventionele vordering verweer gevoerd.

6.6.

De rechtbank heeft bij het vonnis waarvan beroep in conventie de vordering van [geïntimeerde] , met uitzondering van de buitengerechtelijke incassokosten, toegewezen en in reconventie de vorderingen van de vennoten afgewezen. De rechtbank overwoog daartoe, samengevat, dat a) in het licht van de door de vennoten ondertekende brief van 12 februari 2006 (zie ro. 6.4.d.) de vennoten concreet hadden moeten stellen voor welke werkzaamheden van [geïntimeerde] zij geen opdracht hadden gegeven en welke werkzaamheden [geïntimeerde] niet had uitgevoerd, b) het verwijt van de vennoten dat [geïntimeerde] ondeugdelijke prognoses maakte niet valt te rijmen met de brief van [advies] d.d. 22 mei 2013 en dat de vennoten niet onderbouwen dat de overgenomen onderneming reeds in 2005 technisch failliet was, c) de vennoten evenmin onderbouwen dat er bij [geïntimeerde] sprake was van creatief boekhouden noch dat [geïntimeerde] samenspande met de franchisegever en louter ging voor eigen gewin zodat d) door de vennoten onvoldoende is aangevoerd waaruit kan volgen dat [geïntimeerde] wanprestatie dan wel een onrechtmatige daad jegens de vennoten heeft gepleegd.

6.7.

De grieven 1 tot en met 8 zijn gericht tegen de toewijzing van de vordering in conventie; de grieven 9 en 10 hebben betrekking op de vordering in reconventie.

De vorderingen van de vennoten (in reconventie)
6.8. De vennoten stellen zich blijkens de toelichting op de grieven 9 en 10 op het standpunt dat de tekortkomingen en onrechtmatige gedragingen van [geïntimeerde] , anders dan de rechtbank overwoog, vaststaan. Zij verwijzen ter onderbouwing van hun standpunt, naar het hof begrijpt, naar hetgeen zij in de toelichting op de grieven 1 tot en met 8 hebben aangevoerd.

6.8.1.

Het hof begrijpt daaruit dat de vennoten aan [geïntimeerde] de volgende verwijten maken:

1. [geïntimeerde] heeft ondeugdelijke prognoses voor de onderneming van de vennoten gemaakt;
2. de door de vennoten overgenomen onderneming was in 2005 reeds technisch failliet hetgeen [geïntimeerde] niet heeft onderkend;
3. ten onrechte heeft [geïntimeerde] kantoorkosten onder privéopnames geboekt;
4. [geïntimeerde] heeft met Cristal Cleaning samengespannen;
5. [geïntimeerde] heeft niet gehandeld zoals van een redelijk handelend accountant mag worden verwacht, en heeft niet de zorg van een goed opdrachtnemer in acht genomen door, samengevat, geen advies en bijstand te verlenen toen bleek dat de geprognosticeerde omzet door de vennoten niet werd gehaald en het resultaat van de onderneming onvoldoende was om van te kunnen leven;
6. [geïntimeerde] heeft niet de belangen van de vennoten, maar die van Cristal Cleaning gediend;
7. [geïntimeerde] heeft gehandeld in strijd met de voor accountants geldende wet- en regelgeving.

6.8.2.

Met betrekking tot de verwijten 1. en 2. is het hof van oordeel dat de vennoten deze verwijten (ook) in hoger beroep onvoldoende onderbouwen. Allereerst hebben de vennoten niet gemotiveerd weersproken de stelling van [geïntimeerde] (o.a. in de memorie van antwoord sub 8 tot en met 11) dat de resultaten van de onderneming op vele momenten slechts vrij geringe afwijkingen van de prognoses van [geïntimeerde] vertoonden.
Voorts is het standpunt van de vennoten ten aanzien van de omzetten en de kosten niet duidelijk in het licht van de door hen zelf overgelegde brief van [advies] van 22 mei 2013. Deze brief behelst immers de zinsnede “De omzetten en kosten over de jaren 2006 tot en met 2011 liggen in de lijn van het plan [de door [geïntimeerde] opgestelde prognose; toevoeging hof] behoudens het jaar 2009. De begrote resultaten worden dan ook gehaald.”
Zonder nadere toelichting die ontbreekt valt voorts niet in te zien om welke reden [geïntimeerde] een verwijt gemaakt kan worden van te hoge privéopnames door de vennoten.
Verder rechtvaardigt het enkele feit dat [advies] constateert dat bij aanvang van de onderneming in het bedrijfsplan geen ruimte is voorzien om tegenvallers op te vangen niet de conclusie dat de door de vennoten overgenomen onderneming in 2005 reeds “technisch failliet” was.

6.8.3.

Ten aanzien van de verwijten 3. en 4. heeft eveneens te gelden dat de vennoten hun standpunt onvoldoende met feiten adstrueren. Volstrekt onvoldoende acht het hof dat de vennoten ”het sterke vermoeden [hebben] dat bepaalde zakelijke posten door [geïntimeerde] ten onrechte zijn geboekt onder privéopnamen.”
Wat er verder ook zij van de in dit verband (in de memorie van grieven 57 tot en met 64) aan [geïntimeerde] gemaakt verwijten ter zake van onjuiste begrotingen, prognoses, financieringsaanvragen en informatieverstrekking aan de vennoten, de conclusie dat [geïntimeerde] ten nadele van de vennoten en onrechtmatig samenspande met Cristal Cleaning kan het hof uit die stellingen niet trekken.

6.8.4.

Wat verwijt 5. betreft stelt het hof voorop dat het aan de vennoten als ondernemers is om maatregelen te nemen als de geprognosticeerde omzet niet behaald wordt, bijvoorbeeld door lagere privéopnamen uit de onderneming te doen. [geïntimeerde] heeft zulks, gelet op de op dit punt, ten opzichte van de prognose 2004, gewijzigde prognose 2008, kennelijk ook geadviseerd, zoals blijkt uit de memorie van grieven onder 71. Dat [geïntimeerde] met dat advies anders handelde dan van een redelijk handelend accountant mag worden verwacht volgt niet uit het enkele feit dat de vennoten in hun visie daardoor te weinig inkomen hadden.

6.8.5.

Ook voor verwijt 6. geldt dat enige onderbouwing van het standpunt dat [geïntimeerde] , door te handelen zoals is gehandeld, de belangen van franchisegever in plaats van die van de vennoten heeft behartigd, niet is gegeven. Datzelfde geldt voor verwijt 7. Bij dit laatste oordeel overweegt het hof nog dat de vennoten hun verwijzing naar artikel A-110.2 van de Verordening Gedragscode in de memorie van grieven sub 75 niet aan enig concreet handelen van [geïntimeerde] relateren.

6.8.6.

De conclusie van het voorgaande is dat de grieven 9 en 10 falen en dat de rechtbank de vorderingen in reconventie terecht heeft afgewezen. Als de in het ongelijk gestelde partij zijn de vennoten eveneens terecht in de proceskosten van het geding in reconventie veroordeeld.

De vorderingen van [geïntimeerde] (in conventie)
6.9. Met grief 1 betogen de vennoten allereerst dat zij voor de werkzaamheden die [geïntimeerde] in 2013 heeft verricht geen opdracht hebben gegeven en dat die werkzaamheden door [geïntimeerde] in opdracht van Cristal Cleaning zijn verricht. De werkzaamheden hielden verband met de verzekeringsuitkering na de brand in het bedrijf van de vennoten op 30 december 2012 en de uitkering is ook grotendeels aan Cristal Cleaning ten goede gekomen, aldus de toelichting op de grief.

6.9.1.

[geïntimeerde] betoogt dat de door haar in 2013 verrichte werkzaamheden in opdracht van de vennoten zijn verricht, dat het er om ging de belangen van de vennoten na de brand zo goed mogelijk te behartigen en dat de werkzaamheden in het kader van de afwikkeling van de brandschade primair ten voordele van de vennoten hebben gestrekt.

6.9.2.

Het hof is van oordeel dat [geïntimeerde] met het in 6.9.1. weergegeven standpunt onvoldoende duidelijk heeft gesteld dat de opdracht voor de in 2013 verrichte werkzaamheden door de vennoten aan haar is gegeven. Het feit dat de werkzaamheden van [geïntimeerde] de vennoten ten voordele hebben gestrekt is daartoe met name onvoldoende. Deze werkzaamheden zijn immers ook voor Cristal Cleaning voordelig geweest, nu laatstgenoemde haar vordering op de vennoten kennelijk door de (ontvangst van de) verzekeringsuitkering zag verminderen. Bij dit oordeel betrekt het hof verder dat dergelijke werkzaamheden van [geïntimeerde] niet worden genoemd in de brief van [geïntimeerde] van 12 februari 2006 (zie 6.4.d.) waarin een algemene opsomming van door partijen overeengekomen werkzaamheden van [geïntimeerde] is gegeven. Hulp of advies bij het verkrijgen van een verzekeringsuitkering wordt in die brief niet vermeld, zodat voor de hand ligt dat de vennoten daartoe afzonderlijk op enig moment opdracht zouden hebben gegeven. Dat dit het geval is stelt [geïntimeerde] , als gezegd, niet. Grief 1 slaagt in zoverre.

6.9.3.

[geïntimeerde] heeft niet betwist dat ter zake van de door haar in 2013 verrichte werkzaamheden een bedrag van € 7.025,55 aan de vennoten in rekening is gebracht. Om die reden zal het vonnis waarvan beroep in zoverre vernietigd worden en zal de vordering in conventie alsnog tot (in hoofdsom) dat bedrag worden afgewezen.

6.9.4.

Voor het overige faalt het betoog van de vennoten dat zij geen opdracht hebben gegeven voor werkzaamheden van [geïntimeerde] c.q. dat [geïntimeerde] werkzaamheden niet heeft verricht. De vennoten hebben onvoldoende duidelijk gesteld welke door [geïntimeerde] gefactureerde werkzaamheden niet vallen onder de opsomming in de in 6.9.2. genoemde brief of niet zijn verricht. Verder staat vast dat de vennoten niet eerder dan in deze procedure opmerkingen hebben gemaakt over de facturen van [geïntimeerde] en is door de vennoten niet ingegaan op het standpunt van [geïntimeerde] (memorie van antwoord 37) dat de vennoten vaak telefonisch vragen aan [geïntimeerde] stelden waarna [geïntimeerde] , per e-mail of telefoon, advies verstrekte.

6.9.5.

Voor zover de vennoten in de toelichting op grief 1 klagen over de hoogte van de facturen van [geïntimeerde] (bijvoorbeeld ten aanzien van de in rekening gebrachte rente en de kosten van de kolommenbalans) oordeelt het hof als volgt.
De vennoten hebben niet weersproken dat de Algemene Voorwaarden van [geïntimeerde] deel uitmaken van de overeenkomst tussen partijen. Evenmin hebben zij weersproken dat artikel K van die Voorwaarden een verplichting voor de vennoten inhoudt om, op straffe van verval van hun rechten, binnen dertig dagen na ontvangst van een factuur van [geïntimeerde] daarover te klagen en dat zij deze verplichting niet zijn nagekomen. Het hof moet er om die reden van uitgaan dat het recht van de vennoten om de (hoogte van de) facturen te betwisten is vervallen.

6.9.6.

Voor zover de vennoten in het kader van grief 1 een beroep op verrekening met hun vordering in reconventie doen faalt dit beroep ook, nu de vordering in reconventie terecht is afgewezen.

6.9.7.

Grief 1 faalt voor het overige.

6.10.

Met betrekking tot de grieven 2 tot en met 7, gericht tegen de beslissing in conventie, stelt het hof voorop dat de vennoten terecht niet gegriefd hebben tegen het oordeel van de rechtbank (ro. 4.6) dat de verplichting van de vennoten tot nakoming van de overeenkomst door betaling van de facturen niet vervalt wanneer [geïntimeerde] , kort gezegd, haar verplichtingen niet is nagekomen of onrechtmatig heeft gehandeld. Dit brengt met zich dat voormelde grieven, voor zover de vennoten daarmee betogen dat sprake is van wanprestatie dan wel een onrechtmatige daad van [geïntimeerde] en wat daar overigens van zij, niet kunnen leiden tot vernietiging van het vonnis in conventie voor zover de vennoten daarbij zijn veroordeeld tot betaling van de rest van de facturen. De grieven falen bij gebrek aan belang.

6.11.

Grief 8 is gericht tegen de beslissing over de proceskosten in conventie. Nu grief 1 gedeeltelijk slaagt zal het hof, met vernietiging van het beroepen vonnis ook in zoverre, de proceskosten in eerste aanleg van het geding in conventie compenseren als hierna vermeld. Partijen zijn immers over en weer deels in het ongelijk gesteld.

6.12.

Het hof passeert het bewijsaanbod van de vennoten. Feiten die tot een andere beslissing kunnen leiden hebben de vennoten niet gesteld.

6.13.

De slotsom luidt dat het vonnis waarvan beroep voor zover daarbij in conventie een bedrag van meer dan € 8.180,68 is toegewezen, vernietigd zal worden. Om praktische redenen zal het hof het vonnis in conventie in zijn geheel vernietigen en opnieuw rechtdoende de vennoten veroordelen tot betaling van € 8.180,68. Het hof zal de rentevordering, gelet op de wijze waarop de vordering bij de inleidende dagvaarding is ingesteld en gelet op artikel J lid 2 van de Algemene Voorwaarden van [geïntimeerde] , toewijzen als na te melden. Omdat partijen over en weer op punten in het ongelijk zijn gesteld zullen de proceskosten in eerste aanleg van het geding in conventie zoals hierna vermeld tussen partijen worden gecompenseerd. Het beroepen vonnis zal, voor zover in reconventie gewezen, worden bekrachtigd.

6.14.

Ook in hoger beroep zijn partijen over en weer gedeeltelijk in het ongelijk gesteld. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd zodanig dat elke partij de eigen kosten draagt.

7
7. De uitspraak

Het hof:


A. vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover in conventie gewezen en, in zoverre opnieuw rechtdoende:

1) veroordeelt de vennoten hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan [geïntimeerde] te betalen een bedrag van € 8.180,68 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de vervaldag der respectieve facturen waarop deze veroordeling betrekking heeft, tot de dag der algehele voldoening;

2) compenseert de proceskosten in eerste aanleg zodanig dat iedere partij de eigen kosten draagt;

3) wijst af het meer of anders gevorderde;

B. bekrachtigt het vonnis waarvan beroep voor zover dit in reconventie is gewezen;

C. verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;

D. compenseert de proceskosten in hoger beroep zodanig dat iedere partij de eigen kosten draagt;

E. wijst af het in hoger beroep meer of anders gevorderde.


Dit arrest is gewezen door mrs. C.W.T. Vriezen, J.C.J. van Craaikamp en H. Struik en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 16 februari 2016.

griffier rolraadsheer