Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:CA2638

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
10-06-2013
Datum publicatie
10-06-2013
Zaaknummer
02-800168-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Zedenzaak Oudenbosch. Wederrechtelijke vrijheidsberoving en seksueel misbruik van 3 meisjes tussen 5 en 8 jaar. Verdachte bekent. Gevangenisstraf 8 jaar en tbs met dwangverpleging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02-800168-12

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 10 juni 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum en plaats]

[adres]

gedetineerd in Huis van Bewaring Grave (Unit A+B), te Grave aan de Muntlaan 1

raadsman mr. Mouwen, advocaat te Breda

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 27 mei 2013, waarbij de officier van justitie, mr. Emmen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig de artikelen 314a en 313 van het Wetboek van Strafvordering.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1:

met [slachtoffer 1], die destijds jonger was dan 12 jaar, handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

Feit 2:

Primair: [slachtoffer 1] heeft ontvoerd;

Subsidiair: [slachtoffer 1] heeft onttrokken aan het ouderlijk gezag;

Feit 3:

Primair: met [slachtoffer 2], die destijds jonger was dan 12 jaar, handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

Subsidiair: [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen;

Tweede subsidiair: ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer 2], die destijds jonger was dan 16 jaar;

Feit 4:

Primair: met een onbekend gebleven meisje, dat destijds jonger was dan 12 jaar, handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

Subsidiair: een onbekend gebleven meisje heeft gedwongen tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen

Tweede subsidiair: ontucht heeft gepleegd met een onbekend gebleven meisje, dat destijds jonger was dan 16 jaar;

Feit 5:

Kinderpornografie heeft vervaardigd.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

Feit 1:

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte seksuele handelingen heeft verricht [voornaam slachtoffer 1]lachtoffer 1], die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam. De officier van justitie acht alle ten laste gelegde handelingen wettig en overtuigend bewezen.

De officier van justitie baseert zich daarbij op het studioverhoor van [voornaam slachtoffer 1], de bekennende verklaringen van verdachte, de filmopname die verdachte van een gedeelte van het misbuik heeft gemaakt met zijn Blackberry en de resultaten van het door het NFI verrichte DNA-onderzoek.

Feit 3:

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte seksuele handelingen met [slachtoffer 2] heeft verricht die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam. De officier van justitie acht alle ten laste gelegde handelingen wettig en overtuigen bewezen.

De officier van justitie overweegt daarbij dat de handelingen onder het tweede, vierde en vijfde gedachtestreepje grotendeels door verdachte worden bekend. Het seksueel binnendringen wordt door verdachte (zij het wat wisselend) uiteindelijk ook bekend. De overige handelingen worden door hem ontkend.

De officier van justitie acht echter ook het seksueel binnendringen en de andere seksuele handelingen wettig en overtuigend bewezen en wijst daarbij op de gedetailleerde verklaringen van de zes-jarige [voornaam slachtoffer 2]. Hij heeft geen reden om te twijfelen aan de geloofwaardigheid van haar verklaring. Bovendien zijn het handelingen die verdachte ook bij de twee andere meisjes heeft verricht, welke handelingen blijk geven van een bepaalde, kennelijk bij verdachte levende, seksuele voorkeur.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat indien de rechtbank niet komt tot een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde, het subsidiair ten laste gelegde kan worden bewezen.

Feit 4:

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd voor het primair ten laste gelegde feit nu niet kan worden bewezen dat verdachte het lichaam van het meisje is binnengedrongen.

De officier van justitie acht het subsidiair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen ten aanzien van alle omschreven seksuele handelingen en baseert zich daarbij op de eigen waarneming van de rechtbank, de beschrijving van de beelden zoals die door de Unit Zeden is gemaakt en de (grotendeels) bekennende verklaring van verdachte.

Feit 5:

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een filmpje heeft vervaardigd met daarop (een gedeelte van) het seksueel misbruik [voornaam slachtoffer 1]. De officier van justitie verwijst hierbij naar het studioverhoor van [voornaam slachtoffer 1], de bekennende verklaringen van verdachte en de filmopname die door het NFI werd achterhaald.

De officier van justitie voert aan dat het feit dat verdachte het filmpje later (of zelfs kort daarna) weer heeft gewist hier niets aan af doet.

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte filmpjes heeft gemaakt waarop te zien is dat verdachte het onbekend gebleven meisje misbruikt. De officier van justitie verwijst hier naar de eigen waarneming van de rechtbank, de beschrijving van de beelden zoals de door de Unit Zeden is gemaakt en de bekennende verklaring van verdachte. De officier van justitie voert nog aan dat het feit dat verdachte de filmpjes weer heeft gewist slechts een rol kan spelen in de strafmaat.

Feit 2 en de ad info gevoegde feiten:

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich ten aanzien van alle drie de meisjes heeft schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving.

De officier van justitie verwijst daarbij naar de uitspraak van de rechtbank Middelburg met LJN-nummer BB2090 en heeft het volgende aangevoerd:

Verdachte heeft drie jonge meisje zover gekregen om bij hem in te stappen. In twee gevallen onder valse voorwendselen: het halen van cola en het op zoek gaan naar een vriendje. Aangenomen moet worden dat als jonge kinderen onder valse voorwendselen bij een onbekende volwassene instappen en die vervolgens anders handelt dan hij de kinderen heeft voorgehouden, dat zonder meer tegen de wil van die kinderen is. Tenzij daarvoor een bijzondere reden aanwezig is, zoals het redden uit een noodsituatie.

Veel kinderen van de leeftijd van de slachtoffertjes zullen in een dergelijke situatie bovendien niet protesteren omdat ze in een veilige omgeving opgroeien en doorgaans de ervaring hebben dat volwassen personen veel meer weten en kunnen dan zij en het beste met hen voor hebben. De argeloosheid van de drie kinderen kan echter geen rechtvaardiging vormen om ze zomaar mee te nemen. Rechtens moet het er daarom voor worden gehouden dat kinderen van deze leeftijd tegen hun wil worden meegenomen als dat door een onbekende gebeurt en er geen bijzondere rechtvaardiging aanwezig is.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging voert aan dat hetgeen verdachte wordt verweten, te weten het seksueel misbruiken van een drietal meisjes, is opgeblazen tot 7 ten laste gelegde feiten.

Ten aanzien van de inhoud van de tenlastelegging voert de raadsman aan dat hij de verklaringen van de meisjes zeker gelooft en dat daarnaast sprake is van een bekennende verklaring van verdachte.

De raadsman is van mening dat feit 1 wettig en overtuigend kan worden bewezen. Ten aanzien van feit 2 voert de raadsman aan dat sprake is van het verknippen van een strafbare gedraging. De raadsman refereert zich ten aanzien van feit 3 aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van feit 4 voert de raadsman aan dat de filmbeelden leiden tot een bewezenverklaring van het seksueel binnendringen van artikel 244 van het Wetboek van Strafrecht. Verder refereert de raadsman zich ten aanzien van dit vierde feit aan het oordeel van de rechtbank. Feit 5 kan volgens de raadsman wettig en overtuigend worden bewezen.

De raadsman is van mening dat de ad info feiten kunnen worden meegenomen.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Feit 1 en 2:

Op donderdag 9 februari 2012 omstreeks 16:10 uur verdwijnt het dochtertje van [ouder slachtoffer 1] [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum].

[voornaam slachtoffer 1] verklaart dat zij bij de boom voor haar huis aan het spelen was met haar vriendje [naam vriendje] toen zij iemand hoorde toeteren. [voornaam slachtoffer 1] is naar de auto gelopen. In de auto zat een man die haar vroeg of zij cola met hem wilde gaan halen. [voornaam slachtoffer 1] verklaarde dat zij toen ‘ja’ zei, maar dat de man stiekem naar zijn huis reed. Bij zijn woning aangekomen zijn de man en [voornaam slachtoffer 1] naar de bovenverdieping van de woning gelopen. [voornaam slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij met de man ‘in de douche’ is gegaan en dat ze daarna naar het bed in de slaapkamer zijn gegaan. In de douche heeft [voornaam slachtoffer 1] haar kleertjes uitgedaan. In de douche moest [voornaam slachtoffer 1] haar mond open doen en op de schoot van de man zitten. De man zei haar dat ze moest tongen. [voornaam slachtoffer 1] vertelt dat ‘dat met de tong tegen elkaar is’. [voornaam slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij in bed met de man ging ‘kroelen’ en dat hij in bed aan haar ‘kont en pielemuis’ heeft gelikt. [voornaam slachtoffer 1] heeft verder verklaard dat de man twee keer met zijn piemel in haar keel ging en dat hij in haar mond heeft geplast. [voornaam slachtoffer 1] verklaarde dat hij zijn piemel helemaal in haar keel deed. De man zei tegen [voornaam slachtoffer 1] dat hij ‘heel even met zijn piemel in haar keel ging plassen’. Hij zat daarbij op zijn knieën. Hij had zijn piemel vast en hij ging met zijn piemel in de mond van [voornaam slachtoffer 1].

[voornaam slachtoffer 1] verklaarde dat zij plas voelde helemaal achter in haar mond en dat zij het moest doorslikken van de man. Hij zei tegen [voornaam slachtoffer 1]: ‘Doorslikken, doorslikken, het is water’. De man heeft twee keer zijn piemel in de mond van [voornaam slachtoffer 1] gedaan, de tweede keer ‘plaste’ hij in haar mond.

Verdachte heeft bij de politie bekend dat hij in Oudenbosch aan [voornaam slachtoffer 1] heeft gevraagd of ze met hem meeging. Verdachte verklaarde dat ze ‘ja’ knikte en naast hem in de auto stapte. Verdachte is met [voornaam slachtoffer 1] naar zijn huis in Roosendaal gereden en bij zijn huis aangekomen is hij met [voornaam slachtoffer 1] naar boven gegaan.

Verdachte heeft bekend dat hij met [voornaam slachtoffer 1] is gaan douchen en dat hij onder de douche aan [voornaam slachtoffer 1] heeft gezeten. Verdachte verklaart hierover dat hij [voornaam slachtoffer 1] onder de douche over haar lichaam en over haar billen heeft gestreeld en haar kont heeft gekust. Hij verklaart dat hij meerdere kussen op haar kont heeft gegeven.

Verdachte bekent dat hij [voornaam slachtoffer 1] mee naar zijn slaapkamer heeft genomen, dat hij haar daar over haar rug en haar kont heeft gestreeld en dat hij haar op haar kont en anus heeft gezoend. Hij legt uit dat hij gewoon met zijn lippen tegen haar anus heeft gedrukt. Ook bekent hij dat hij de vagina van [voornaam slachtoffer 1] heeft gekust en dat hij met [voornaam slachtoffer 1] heeft getongzoend, in die zin dat ze beiden hun tong hebben uitgestoken en hun tongen tegen elkaar aan hebben gedaan. Verdachte bekent verder dat hij op [voornaam slachtoffer 1] is gaan zitten en dat hij zijn penis in [voornaam slachtoffer 1]’s mond heeft gedaan en in haar mond is klaargekomen.

Nadat verdachte [voornaam slachtoffer 1] heeft afgezet, is zij direct onderzocht door een GGD arts. De onderzoeksset werd onderzocht door het NFI. Hieruit blijkt dat de bemonstering om de anus speeksel betreft. Uit aanvullend onderzoek door het NFI blijkt dat het bij de anus van [voornaam slachtoffer 1] aangetroffen celmateriaal afkomstig kan zijn van verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met het uit het aangetroffen celmateriaal afgeleide DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard. Hieruit leidt de rechtbank af dat het rond de anus van [voornaam slachtoffer 1] aangetroffen speeksel afkomstig is van verdachte.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en onder 2, primair, ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.

Ten aanzien van feit 1 overweegt de rechtbank dat hoewel de verklaring van verdachte niet op alle punten overeenkomt met de verklaring van [voornaam slachtoffer 1], zij geen aanleiding ziet op enig punt te twijfelen aan de verklaring van [voornaam slachtoffer 1]. Deze verklaring is gedetailleerd en stemt op wezenlijke punten overeen met de verklaring van verdachte. De rechtbank gaat bij haar bewezenverklaring dan ook uit van de door [voornaam slachtoffer 1] gegeven lezing van het gebeuren.

Ten aanzien van feit 2 is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat in deze zaak sprake is van wederrechtelijke vrijheidsberoving. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Verdachte heeft [voornaam slachtoffer 1] gevraagd om cola met hem te gaan halen. Toen [voornaam slachtoffer 1] was ingestapt, ging verdachte echter geen cola halen, maar nam haar mee naar huis. Verdachte heeft [voornaam slachtoffer 1] daarmee onder valse voorwendselen overgehaald bij hem in de auto te stappen. Verdachte heeft daarbij misbruik gemaakt van het overwicht dat hij als volwassene op een jong kind als [voornaam slachtoffer 1] heeft en van de kinderlijke argeloosheid van [voornaam slachtoffer 1].

Gelet op al het voorgaande is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat op deze wijze tegen de wil van [voornaam slachtoffer 1] werd gehandeld.

De rechtbank overweegt verder dat verdachte steeds dicht bij [voornaam slachtoffer 1] is gebleven, zowel in de auto als bij hem thuis. Door zijn overwicht als volwassene en het feit dat [voornaam slachtoffer 1] zich steeds in een afgesloten auto dan wel in de woning van verdachte bevond, heeft verdachte [voornaam slachtoffer 1] niet alleen van haar vrijheid beroofd, maar haar tevens van haar vrijheid beroofd gehouden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het onder 2, primair, ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

De raadsman heeft aangevoerd dat de ontvoering van [voornaam slachtoffer 1] en het seksueel misbruik onterecht zijn uitgesplitst naar twee afzonderlijk ten laste gelegde feiten.

De rechtbank overweegt dat de ontvoering van [voornaam slachtoffer 1] deels aan het ten laste gelegde misbruik vooraf is gegaan. De ontvoering en het misbruik moeten dan ook als op zichzelf staande handelingen worden beschouwd. Daarbij komt dat artikel 282 en artikel 244 van het Wetboek van Strafrecht elk een andere strekking hebben. Artikel 282 strekt ertoe te voorkomen dat iemand wederrechtelijk van zijn vrijheid wordt beroofd, terwijl het bij artikel 244 gaat om de bescherming van zeer jeugdigen tegen ernstige seksuele handelingen. De rechtbank is daarom van oordeel dat geen sprake is van een eendaadse samenloop, maar van een meerdaadse samenloop.

Feit 3:

Op 28 september 2011 werd de destijds zesjarige [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum], door een man meegenomen in zijn auto.

[voornaam slachtoffer 2] heeft over deze dag verklaard dat ze buiten aan het spelen was en haar vriendje [naam vriendje] aan het zoeken was. Ze vroeg aan een man in een blauwe auto of hij haar vriendje had gezien. Ze mocht zelf in de auto stappen. Ze zouden naar de Emté rijden omdat [naam vriendje] daar volgens de man zou zijn. [voornaam slachtoffer 2] moest haar kleertjes uit doen en de man had zijn broek tot zijn knieën naar beneden geschoven .

[voornaam slachtoffer 2] heeft verklaard dat de man ‘aan haar doosje deed zitten, met zijn mond’. Hij ‘deed zuigen aan de onderkant van haar doosje’ en daarbij voelde ze zijn tanden aan de bovenkant.

Ook verklaarde [voornaam slachtoffer 2] dat de man haar ‘zijn grote piemel ook al liet zien’ en dat ze eraan moest likken. Hij zei tegen [voornaam slachtoffer 2] ‘Lik nu aan mijn piemeltje.’ [voornaam slachtoffer 2] verklaarde dat ze dat niet wilde, maar dat hij haar gewoon naar beneden duwde. Hij pakte haar haren vast en duwde haar naar beneden naar zijn piemeltje. Daarbij zei hij: ‘Een uurtje maar. Daarmee uit!’ [voornaam slachtoffer 2] heeft verklaard dat ze aan zijn piemeltje heeft gezogen. De man deed haar mond open en zette die op zijn piemel. De piemel was toen recht in haar mond. Als ze daarmee klaar was, mocht ze naar huis van de man.

Verdachte heeft bij de politie bekend dat hij [voornaam slachtoffer 2] heeft meegenomen in zijn auto. [voornaam slachtoffer 2] vroeg aan hem of hij haar vriendje had gezien. Verdachte heeft daarop geantwoord ‘kom, dan gaan we zoeken’. [voornaam slachtoffer 2] stapte toen bij verdachte in de auto. Verdachte is met [voornaam slachtoffer 2] naar een parkeerplaats gereden waar hij met [voornaam slachtoffer 2] heeft gezoend. Verdachte heeft verklaard dat het ergens aan de rand van Oudenbosch is gebeurd.

Verdachte heeft verklaard dat hij aan [voornaam slachtoffer 2] vroeg of ze haar broek wilde uitdoen en of ze op zijn schoot wilde komen zitten. Dit deed [voornaam slachtoffer 2]. Haar onderlichaam was toen geheel ontbloot. Verdachte had zijn eigen broek en zijn boxer een stukje naar beneden gedaan en zijn penis was stijf. Verdachte verklaarde dat hij haar heeft vastgehouden en gestreeld en dat zijn handen bij haar kont waren .

Verdachte heeft bekend dat hij [voornaam slachtoffer 2] heeft gevraagd of zij een kusje op zijn lul wilde geven, wat [voornaam slachtoffer 2] ook deed. Verdachte verklaarde dat ze haar lippen tuitte en er een kusje op gaf.

De rechtbank overweegt dat hoewel de verklaring van verdachte niet op alle punten overeenkomt met de verklaring van [voornaam slachtoffer 2], zij gezien de gedetailleerdheid van de verklaring van [voornaam slachtoffer 2] geen aanleiding ziet te twijfelen aan de geloofwaardigheid van die verklaring. De rechtbank is dan ook van oordeel dat feit 3, primair, wettig en overtuigend is bewezen.

Feit 4:

Tijdens het onderzoek naar verdachte werd een tweetal filmpjes in beslag genomen. Op deze filmpjes is te zien dat verdachte een meisje van tussen de 6 en 8 jaar oud seksueel misbruikt. Op de filmpjes is, volgens de gedetailleerde beschrijving daarvan in een proces-verbaal van bevindingen, te zien dat verdachte:

- het lichaam , de billen en de vagina van het meisje betast;

- aan de billen , anus en vagina van het meisje likt;

- met zijn blote penis de billen van het meisje aanraakt ;

- met zijn blote penis over de billen van het meisje wrijft ;

- met het meisje tongzoent .

Op de filmpjes is te zien dat het meisje zich steeds verzet en dat ze de gehele tijd huilt. Verdachte dwingt haar echter op verschillende manieren om voormelde handelingen te ondergaan. Op de filmpjes is te zien dat verdachte:

- het meisje meerdere malen al dan niet met kracht vastpakt op het moment dat zij weg wil ;

- het meisje met zijn benen omklemt op het moment dat zij weg wil ;

- het meisje naar zich toetrekt op het moment dat zij weg wil ;

- het hoofd van het meisje (krachtig) richting zijn onderlichaam duwt ;

- het meisje bij de enkels vastpakt om haar op bed om te draaien waarbij ze nagenoeg geheel van het bed loskomt ;

- het meisje bij de enkels vastpakt om haar naar zich toe te trekken ;

- zijn hand op de mond van het meisje drukt ;

- tegen het meisje zegt dat ze niet naar huis mag ;

- tegen het meisje zegt dat ze rustig moet zijn omdat hij haar anders niet naar huis zal laten gaan en haar zal slaan en plakband op haar mond zal plakken .

Verdachte heeft bekend dat hij het meisje bij de Aldi in Roosendaal zag en dat hij haar heeft meegenomen. Dit was toen zijn vriendin [naam vriendin van verdachte] met haar moeder naar Amsterdam was. Het was op een vrijdag. Hij was toen waarschijnlijk met de rode Mini die zijn schoonmoeder die dag had achtergelaten. De moeder van [naam vriendin van verdachte] heeft verklaard dat zij in het weekend van 12,13 en 14 augustus 2011 met [naam vriendin van verdachte] in Amsterdam is geweest. Ze zijn op vrijdag vertrokken. Verdachte bracht hen dan naar het station en dan had hij de hele dag de beschikking over haar rode Mini. De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte het meisje op vrijdag 12 augustus 2011 in Roosendaal heeft meegenomen.

Verdachte vroeg haar of ze mee ging en ze is meegegaan. Verdachte heeft bekend dat hij haar mee naar zijn huis heeft genomen en dat ze naar de slaapkamer zijn gegaan. Hij heeft haar en zichzelf uitgekleed en ze zijn op bed gaan liggen. Hij heeft met haar gezoend en ze heeft op hem gelegen. Verdachte verklaarde verder dat hij volgens hem ook aan haar kont heeft gezeten en dat hij haar heeft gevraagd of ze een kusje op zijn lul wilde geven. Dat wilde ze niet. Verdachte heeft verklaard dat hij aan haar kont heeft gelikt en dat dat waarschijnlijk overal op haar kont was , en dat dat de billen en eventueel ook de anus waren .

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de ten laste gelegde handelingen wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank zal verdachte echter vrijspreken van het onder 4, primair, ten laste gelegde feit. De rechtbank overweegt daartoe dat het onder 4, primair, ten laste gelegde seksueel binnendringen niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Verdachte ontkent en het filmpje geeft hierover onvoldoende duidelijkheid, zodat vrijspraak dient te volgen voor het primair ten laste gelegde.

De rechtbank acht het onder 4, subsidiair, ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Feit 5:

De rechtbank acht feit 5 wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 27 mei 2013 en diens verklaringen afgelegd bij de politie ;

- het proces-verbaal bevindingen d.d. 8 juni 2012

- het proces-verbaal bevindingen d.d. 27 februari 2012

- bijlage I bij het proces-verbaal onderzoek in beslag genomen goed .

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Feit 1

op 9 februari 2012 te Roosendaal, met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum]), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte:

- zijn penis meer malen in de mond van die [slachtoffer 1] gebracht en

- (aan) de vagina en de billen en de anus van die [slachtoffer 1] met zijn tong en/of mond aangeraakt en/of gelikt en

- het lichaam en de billen en de anus van die [slachtoffer 1] gestreeld en/of betast en

- met zijn tong de tong van die [slachtoffer 1] aangeraakt;

Feit 2, primair

op 9 februari 2012 te Oudenbosch, gemeente Halderberge, en te Roosendaal, opzettelijk [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum]) wederrechtelijk van haar vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers heeft verdachte die [slachtoffer 1] met dat opzet aangesproken met de vraag of ze met hem mee ging om cola te halen en tegen haar gezegd dat ze in zijn auto moest stappen, waardoor die [slachtoffer 1] bij hem in de auto is gestapt, waarna hij haar (vervolgens) mee naar zijn (verdachtes) woning heeft genomen en haar in die woning heeft (vast)gehouden;

Feit 3, primair

op 28 september 2011 in Nederland, met [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum]), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2], hebbende verdachte:

- zijn penis in de mond van die [slachtoffer 2] gebracht en;

- die [slachtoffer 2] (aan) zijn penis laten likken en;

- aan de vagina van die [slachtoffer 2] gezogen en;

- de billen van die [slachtoffer 2] betast en

- die [slachtoffer 2] met ontbloot onderlichaam op zijn ontbloot onderlichaam plaats laten nemen;

Feit 4, subsidiair

op 12 augustus 2011, te Roosendaal, door geweld of andere feitelijkheden en bedreiging met geweld of andere feitelijkheden een onbekend gebleven meisje heeft gedwongen tot het plegen en dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit

- het betasten van het lichaam, de billen en de vagina van dat meisje en

- het likken aan, de billen, anus en vagina van dat meisje en

- het met zijn ontblote penis aanraken van en wrijven over de billen van dat meisje en

- het tongzoenen met dat meisje;

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheden en die bedreiging met geweld of die andere feitelijkheden uit - zakelijk weergegeven -:

- het in zijn auto meenemen naar zijn, voor dat meisje, onbekende woning en

- het (met kracht) vastpakken en omklemmen met zijn benen van dat meisje en het naar zich toetrekken van haar op het moment dat zij bij hem weg wil en

- het (krachtig) richting zijn onderlichaam duwen van haar hoofd en;

- het tweemaal bij de enkels vastpakken van het meisje, de eerste keer om haar op bed om te draaien (waarbij ze nagenoeg geheel van het bed los komt) en de tweede keer om haar naar zich toe te trekken en;

- het op haar mond drukken van zijn hand en;

- tegen haar te zeggen dat ze niet naar huis mag en

- dat ze rustig moet zijn omdat hij haar anders niet naar huis zal laten gaan en/of haar zal slaan en plakband op haar mond zal plakken en/of

- het misbruik maken van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht (bestaande in het leeftijdsverschil tussen verdachte en dat meisje);

Feit 5

op een tijdstip in de periode van 1 mei 2011 tot en met 1 september 2011, te Roosendaal, en op 9 februari 2012 te Roosendaal, films van seksuele gedragingen, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt was betrokken, heeft vervaardigd, welke films bestonden uit:

- een filmbestand, aangetroffen op de Blackberry van verdachte, waarop onder andere te zien is dat verdachte zijn penis tweemaal in de mond van [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum]) brengt en;

- filmbestanden, aangetroffen op een digitale videocamera (merk Sony) van, verdachte, waarop te zien is dat verdachte seksuele handelingen verricht met een onbekend gebleven meisje, welke handelingen onder andere bestaan uit het door verdachte betasten en likken van het lichaam, de billen en de vagina van dat meisje en het met zijn penis aanraken van haar billen

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren alsmede TBS met dwangverpleging.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gepleit voor een kortere gevangenisstraf dan geëist door de officier van justitie zodat verdachte eerder kan starten met zijn behandeling.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Op 9 februari 2012 wordt in Oudenbosch de nachtmerrie van elke ouder werkelijkheid: een 5-jarig meisje dat voor haar huis met een vriendje aan het spelen is, wordt door een man zijn auto ingelokt en meegenomen. Ruim een uur later wordt ze in de buurt van haar woning weer afgezet. Uit medisch onderzoek en het studioverhoor van het meisje blijkt dat ze seksueel is misbruikt. Intensief politie-onderzoek volgt en daaruit blijkt dat de man die dag meerdere kinderen heeft aangesproken. Mede dankzij een goed signalement wordt verdachte aangehouden. Naar aanleiding van deze zaak wordt aangifte gedaan van misbruik van een 6 jarig meisje een aantal maanden eerder. Bij onderzoek van de videocamera van verdachte treft de politie een filmpje aan waarop is te zien dat verdachte een derde meisje seksueel misbruikt. Na confrontatie met de onderzoeksbevindingen bekent verdachte.

Verdachte heeft derhalve drie keer een meisje ontvoerd en vervolgens seksueel misbruikt. Verdachte was naar eigen zeggen ‘in een opgewonden bui’. Hij heeft de meisjes onder valse voorwendsels zijn auto ingelokt en meegenomen naar een afgelegen parkeerplaats dan wel naar zijn eigen woning om de meisjes op een grove manier te misbruiken. Van een tweetal meisjes, [voornaam slachtoffer 1] en het onbekend gebleven meisje, heeft verdachte (een deel van) het misbruik gefilmd. Uit de filmpjes van dit onbekend gebleven meisje en de beschrijving daarvan wordt heel duidelijk hoe wanhopig dit meisje zich moet hebben gevoeld en hoe gevoelloos en manipulatief het gedrag van verdachte was.

Verdachte heeft met zijn handelen op een grove manier misbruik gemaakt van de onschuld, naïviteit en het vertrouwen dat kinderen van nature in volwassenen hebben. Verdachte heeft op ernstige wijze de lichamelijke integriteit van de drie meisjes geschonden. Hierdoor heeft verdachte een normale en gezonde seksuele ontwikkeling, waar ieder kind recht op heeft, doorkruist. Het is een feit van algemene bekendheid dat dit vaak langdurige en ernstige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van het slachtoffer.

Uit het procesdossier, waaronder met name de slachtofferverklaringen, is gebleken dat de gebeurtenissen een enorme impact hebben op de betrokken gezinnen. De moeders van [voornaam slachtoffer 2] en [voornaam slachtoffer 1] hebben verklaard dat de beide meisjes door het toedoen van verdachte ernstig beschadigd zijn en hebben aangegeven voor hoeveel angst en verdriet verdachte met zijn handelen heeft gezorgd binnen hun gezinnen. Verdachte heeft bij dit alles kennelijk niet stilgestaan en heeft enkel en alleen de bevrediging van zijn eigen lusten voor ogen gehad.

De rechtbank acht de bewezen verklaarde feiten bijzonder ernstig. De rechtbank neemt daarbij ook in aanmerking dat naast de impact op de meisjes en de gezinnen, de gebeurtenissen ook grote weerslag hebben gehad op de inwoners van Oudenbosch.

De rechtbank heeft acht geslagen op het feit dat verdachte een nagenoeg blanco strafblad heeft en niet eerder is veroordeeld wegens soortgelijke delicten.

De rechtbank heeft kennis genomen van het rapport van het Pieter Baan Centrum over de persoon van verdachte d.d. 19 april 2013 door psychologen [namen psychologen] en psychiater [naam psychiater].

In dit rapport wordt vermeld dat verdachte heeft meegewerkt aan het onderzoek, maar dat hij zeer moeilijk onderzoekbaar was doordat hij weinig zelfinzicht had en niet in staat was te reflecteren op zichzelf.

De psychiater en de psychologen komen tot de volgende conclusie.

Bij verdachte is sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens waarvan de kern ligt in zijn weinig uitgerijpte persoonlijkheid en een diffuus ontwikkelde identiteit. Dit komt voornamelijk tot uiting in het ernstig gesplitst zijn van zijn (compensatoire) zelfbeeld en zijn (minderwaardigheids)gevoelens. Verdachte heeft nauwelijks tot geen zelfinzicht of zicht op zijn belevingswereld. Hij is niet in staat enige intra-psychische dynamiek aan te geven en negatieve emoties worden massaal uit zijn beleving weggehouden, wat leidt tot stuwing en uiteindelijk uitleven van deze gevoelens. Deze stoornis is in DSM-IV-TR termen te classificeren als een persoonlijkheidsstoornis niet anderszins omschreven (NAO) met narcistische en vermijdende trekken. Deze stoornis was ook aanwezig ten tijde van het ten laste gelegde.

Op basis van de ernst van de hierboven omschreven pathologie achten de psychologen en de psychiater het aannemelijk dat deze een aanzienlijke rol heeft gespeeld bij de totstandkoming van de ten laste gelegde feiten. De wijze waarop de stoornis heeft doorgewerkt is echter niet goed helder geworden omdat verdachte een zeer gebrekkig zelfinzicht heeft en er onvoldoende zicht is verkregen op de seksualiteit, agressie, emoties en motivaties van verdachte. Omdat er onvoldoende zicht is gekomen op de seksualiteit van verdachte kan naast de geschetste problematiek de diagnose pedofilie niet worden vastgesteld of uitgesloten.

Gezien de ernst van de persoonlijkheidsstoornis, en met name de afgesplitste gevoelens en het hieruit voortvloeiende acting-out gedrag of overflow wordt geadviseerd verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten voor de onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde feiten. Voor het in bezit hebben en vervaardigen van kinderpornografische afbeeldingen adviseren de psychologen en de psychiater verdachte eveneens als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen, aangezien ook dit feit niet los gezien lijkt te kunnen worden van verdachtes ernstige emotionele beperkingen.

Op basis van de ernstig gestoorde persoonlijkheidsontwikkeling, waarbij verdachte geen enkel inzicht heeft in zijn gevoelens en van daaruit niet weet hoe hij tot de ten laste gelegde feiten is gekomen, wordt de kans op herhaling voor soortgelijke delicten als groot ingeschat.

Gezien de ernst van de ten laste gelegde feiten, zonder aanwijsbare aanleiding of opbouw, de inschatting van het recidivegevaar en de ernst van de bij verdachte geschetste persoonlijkheidsproblematiek, wordt een terbeschikkingstelling (tbs) met bevel tot verpleging van overheidswege geadviseerd. Gezien de ernstige problematiek is een langdurige behandeling noodzakelijk.

De rechtbank is het eens met deze conclusies en neemt deze over.

Gelet op de inhoud van het rapport en de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat een tbs noodzakelijk is. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat voldaan wordt aan de eisen die de wet daaraan stelt, te weten:

- bij verdachte bestond ten tijde van het plegen van het feit een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens;

- op het gepleegde misdrijf is een gevangenisstraf van vier jaren of meer gesteld;

- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist die maatregel.

De rechtbank acht, gelet op de ernst van de problematiek en het gevaar dat verdachte voor anderen oplevert, dwangverpleging noodzakelijk. Voor een tbs met voorwaarden ziet de rechtbank geen ruimte, omdat blijkens het voornoemde rapport van het Pieter Baan Centrum daarmee onvoldoende de veiligheid van de maatschappij kan worden gegarandeerd en een gesloten langdurig behandelkader geïndiceerd is om behandeling een kans van slagen te geven.

De rechtbank overweegt voorts dat de maatregel van terbeschikkingstelling zal worden opgelegd terzake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De totale duur van de maatregel kan daarom een periode van vier jaar te boven gaan.

Daarnaast acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren, zoals door de officier van justitie geëist, noodzakelijk. Bij de bepaling van de duur van die straf heeft de rechtbank -naast de hiervoor geschetste problematiek en de mate waarin het feit aan verdachte kan worden toegerekend- in aanmerking genomen dat sprake is van een reeks van drie gevallen van ontvoering en seksueel misbruik van jonge meisjes in een tijdsbestek van een half jaar, waaraan alleen een einde is gekomen door ingrijpen van de politie. De rechtbank heeft in het bijzonder laten meewegen de impact die de gepleegde feiten op de slachtoffertjes en hun familie en de samenleving heeft gehad.

De rechtbank heeft bij de strafbepaling rekening gehouden met de volgende door verdachte bekende en ad informandum op de dagvaarding vermelde strafbare feiten, te weten de ontvoeringen van [voornaam slachtoffer 2] en het onbekend gebleven meisje.

7 De benadeelde partijen

[voornaam slachtoffer 1] [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [voornaam slachtoffer 1] [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 10.401,11 voor feit 1 en feit 2.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 9.501,11 een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, waarvan € 1.501,11 ter zake van materiële schade en € 8.000, - ter zake van immateriële schade, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering. De rechtbank is van oordeel dat de gederfde inkomsten van de vader van [voornaam slachtoffer 1] niet rechtstreeks voortvloeien uit de bewezen verklaarde feiten. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

[voornaam slachtoffer 2] [slachtoffer 2]

De benadeelde partij [voornaam slachtoffer 2] [slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van € 8.910,98 voor feit 3.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, waarvan € 910,98 ter zake van materiële schade en € 8.000, - ter zake van immateriële schade, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering zal worden toegewezen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 27, 24c, 36f , 37a, 37b, 38e, 57, 240b, 244, 246 en 282 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Feit 1: Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

Feit 2, primair: Opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd

houden;

Feit 3, primair: Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen

die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

Feit 4, subsidiair: Feitelijke aanranding van de eerbaarheid;

Feit 5: Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen, meermalen gepleegd;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 8 jaren;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Maatregel

- gelast de terbeschikkingstelling van verdachte, met verpleging van overheidswege;

Benadeelde partij [voornaam slachtoffer 1] [slachtoffer 1]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [voornaam slachtoffer 1] [slachtoffer 1] van

€ 9.501,11, waarvan € 1.501,11 ter zake van materiële schade en € 8.000, - ter zake van immateriële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [voornaam slachtoffer 1] [slachtoffer 1] (feit 1 en feit 2), € 9.501,11 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 83 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Benadeelde partij [voornaam slachtoffer 2] [slachtoffer 2]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [voornaam slachtoffer 2] [slachtoffer 2] van

€ 8.910,98, waarvan € 910,98 ter zake van materiële schade en € 8.000, - ter zake van immateriële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [voornaam slachtoffer 2] [slachtoffer 2] (feit 3), € 8.910,98 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 80 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. Kok, voorzitter, mr. Van Gessel en mr. Ebben, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van den Muijsenberg, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 10 juni 2013.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

hij op 9 februari 2012 te Roosendaal, met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum]), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte:

- zijn penis een of meer ma(a)l(en) in de mond van die [slachtoffer 1] gebracht en/of

- (aan) de vagina en/of de billen en/of de anus van die [slachtoffer 1] met zijn tong en/of mond aangeraakt en/of gelikt en/of

- het lichaam en/of de vagina en/of de billen en/of de anus van die [slachtoffer 1] gestreeld en/of betast en/of

- zijn tong in de mond van die [slachtoffer 1] gebracht, althans met zijn tong de tong van die [slachtoffer 1] aangeraakt;

art 244 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 9 februari 2012 te Oudenbosch, gemeente Halderberge, en/of te Roosendaal, in elk geval op een of meer plaats(en) in Nederland, opzettelijk [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum]) wederrechtelijk van haar vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft verdachte die [slachtoffer 1] met dat opzet aangesproken met de vraag of ze met hem mee ging om cola te halen en/of tegen haar gezegd dat ze hem wel kende en/of tegen haar gezegd dat ze in zijn auto in moest stappen, (mede) waardoor die [slachtoffer 1] bij hem in de auto is gestapt, waarna hij haar (vervolgens) mee naar zijn (verdachtes) woning heeft genomen en/of haar in die woning heeft (vast)gehouden;

art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 9 februari 2012 te Oudenbosch, gemeente Halderberge, en/of te Roosendaal, althans op een of meer plaats(en) in Nederland, een minderjarig meisje, genaamd [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum]), heeft onttrokken aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over die minderjarige uitoefende, door haar mee te nemen in zijn auto en/of haar (vervolgens) enige tijd in zijn (verdachtes) woning te laten verblijven,

terwijl de minderjarige de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt en

terwijl bij het plegen van het feit list, geweld en/of bedreiging met geweld is gebezigd, immers heeft verdachte die [slachtoffer 1] gevraagd of ze met hem mee wilde gaan om cola te kopen en/of tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat ze hem kende;

art 279 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 28 september 2011 te Oudenbosch, gemeente Halderberge, althans op een plaats in de omgeving van Oudenbosch, althans in Nederland, met [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum]), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2], hebbende verdachte:

- zijn penis in de mond van die [slachtoffer 2] gebracht en/of;

- die [slachtoffer 2] (aan) zijn penis laten likken en/of kussen en/of;

- aan de vagina van die [slachtoffer 2] gelikt en/of gezogen en/of;

- de vagina en/of billen van die [slachtoffer 2] betast en/of

- die [slachtoffer 2] met ontbloot onderlichaam op zijn ontbloot onderlichaam plaats laten nemen

art 244 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 28 september 2011 te Oudenbosch, gemeente Halderberge, althans op een plaats in de omgeving van Oudenbosch, althans in Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en)

[slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum]) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit

- het likken aan verdachtes penis door die [slachtoffer 2], althans het laten kussen van zijn penis door die [slachtoffer 2] en/of;

- het likken en/of zuigen aan de vagina van die [slachtoffer 2] en/of;

- het betasten van de billen en/of de vagina van die [slachtoffer 2] en/of;

- het met ontbloot onderlichaam op zijn ontblote onderlichaam plaats laten nemen door die [slachtoffer 2];

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit:

- het in zijn auto laten stappen van die [slachtoffer 2] en het haar vervolgens meenemen naar een voor haar onbekende plaats en/of;

- het naar zijn penis duwen en/of brengen van het hoofd van die [slachtoffer 2] en/of

- het misbruik maken van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht (bestaande in het leeftijdsverschil tussen verdachte en die [slachtoffer 2])

art 246 Wetboek van Strafrecht

tweede subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 28 september 2011 te Oudenbosch, gemeente Halderberge, althans op een plaats in de omgeving van Oudenbosch, althans in Nederland, met [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit:

- het likken aan verdachtes penis door die [slachtoffer 2], althans het laten kussen van zijn penis door die [slachtoffer 2] en/of;

- het likken en/of zuigen aan de vagina van die [slachtoffer 2] en/of;

- het betasten van de billen en/of de vagina van die [slachtoffer 2] en/of;

- het met ontbloot onderlichaam op zijn ontblote onderlichaam plaats laten nemen door die [slachtoffer 2];

art 247 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 12 augustus 2011, althans op een tijdstip gelegen in de periode van 1 mei 2011 tot en met 1 september 2011, althans op een tijdstip in 2011 te Roosendaal, met een onbekend gebleven meisje, dat toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van dat meisje, hebbende verdachte:

- een of meer van zijn vinger(s) in de vagina en/of de anus van dat meisje gebracht en/of

- het lichaam, de billen en/of de vagina van dat meisje gestreeld en/of betast en/of

- aan de billen, anus en/of vagina van dat meisje gelikt, althans de billen, anus en/of vagina van dat meisje aangeraakt met zijn mond en/of tong en/of;

- zijn penis tegen de billen en/of vagina, althans het lichaam van dat meisje aangehouden en/of haar billen een/of vagina en/of lichaam tegen zijn penis aangeduwd/gehouden en/of

- dat meisje getongzoend, althans dat meisje haar tong in zijn mond laten brengen en/of haar tong tegen zijn tong laten komen;

art 244 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 12 augustus 2011, althans op een tijdstip gelegen in de periode van 1 mei 2011 tot en met 1 september 2011, althans op een tijdstip in 2011, te Roosendaal, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) een onbekend gebleven meisje heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit

- het strelen en/of betasten van het lichaam, de billen en/of de vagina van dat meisje en/of

- het likken aan, althans het met zijn tong en/of mond aanraken van, de billen, anus en/of vagina van dat meisje en/of

- het met zijn ontblote penis aanraken van en/of wrijven over de billen en/of vagina, althans het lichaam van dat meisje en/of

- het tongzoenen met dat meisje, althans het met zijn tong aanraken van de tong van dat meisje;

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit - zakelijk weergegeven -:

- het in zijn auto meenemen naar zijn, voor dat meisje, onbekende woning en/of

- het een of meer ma(a)l(en) (met kracht) omarmen en/of vastpakken en/of omklemmen met zijn benen van dat meisje en/of het haar zich toetrekken van haar op het moment dat zij bij hem weg wil en/of

- het (krachtig) richting zijn onderlichaam duwen van haar hoofd en/of;

- het tweemaal bij de enkels vastpakken van het meisje, de eerste keer om haar op bed om te draaien (waarbij ze nagenoeg geheel van het bed los komt) en de tweede keer om haar naar zich toe te trekken en/of;

- het op haar mond drukken van zijn hand en/of;

- tegen haar te zeggen dat ze niet naar huis mag en/of

- dat ze rustig moet zijn omdat hij haar anders niet naar huis zal laten gaan en/of haar zal slaan en/of plakband op haar mond zal plakken en/of

- het misbruik maken van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht

(bestaande in het leeftijdsverschil tussen verdachte en dat meisje)

art 246 Wetboek van Strafrecht

tweede subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 12 augustus 2011, althans op een tijdstip gelegen in de

periode van 1 mei 2011 tot en met 1 september 2011, althans op een tijdstip in 2011, te Roosendaal, met een onbekend gebleven meisje, dat toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit:

- het strelen en/of betasten van het lichaam, de billen en/of de vagina van dat meisje en/of

- het likken aan, althans het met zijn tong en/of mond aanraken van, de billen, anus en/of vagina van dat meisje en/of

- het met zijn ontblote penis aanraken van en/of wrijven over de billen, althans het lichaam van dat meisje en/of

- het tongzoenen met dat meisje, althans het met zijn tong aanraken van de tong van dat meisje

art 247 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op een tijdstip in de periode van 1 mei 2011 tot en met 1 september 2011, althans in 2011 te Roosendaal, in elk geval in Nederland, en/of op 9 februari 2012 te Roosendaal, in elk geval in Nederland, (telkens) (een) afbeelding(en)/film(s) van seksuele gedragingen, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt was betrokken, heeft vervaardigd, welke afbeelding(en) bestonden uit:

- een filmbestand, aangetroffen op de Blackberry van verdachte, waarop onder andere te zien is dat verdachte zijn penis tweemaal in de mond van [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum]) brengt en/of;

- een of meer filmbestand(en), aangetroffen op een digitale videocamera (merk Sony) van, althans in gebruik bij verdachte, waarop te zien is dat verdachte sexuele handelingen verricht met een onbekend gebleven meisje, welke handelingen onder andere bestaan uit het door verdachte betasten en/of likken en/of kussen van het lichaam, de billen en de vagina van dat meisje en/of het met zijn penis aanraken van haar lichaam, billen en/of vagina

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht