Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:5655

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
03-07-2013
Datum publicatie
13-08-2013
Zaaknummer
776084
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst met een 75-jarige werkneemster afgewezen. Verboden onderscheid naar leeftijd, objectieve rechtvaardigingsgrond niet gebleken, geen zwaarwegende bedrijfsbelangen. Het enkel ouder worden van een werknemer waardoor een verhoogde kans op arbeidsongeschiktheid zou bestaan vormt geen verandering van omstandigheden en geen objectieve rechtvaardiging voor een leeftijdsonderscheid.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 685
Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid
Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid 3
Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid 7
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAR 2013/155
Prg. 2013/262
JAR 2013/235 met annotatie van mr. P. Hufman
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 776084 AZ VERZ 13-89

beschikking d.d. 3 juli 2013

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid INTRATUIN HALSTEREN B.V.,

gevestigd te[adres],

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. ir. M.F.P.M. Brogtrop, advocaat te Bergen op Zoom,

tegen:

[verweerster 1] ,

wonende te [adres],

verwerende partij,

gemachtigde: mr. drs. C.G. Huijsmans, advocaat te Bergen op Zoom.

1 Het verloop van het geding

Dit blijkt uit de volgende stukken:

  • -

    het op 8 mei 2013 ter griffie ontvangen verzoekschrift, met producties;

  • -

    het daarop ontvangen verweerschrift, met producties;

  • -

    de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 13 juni 2013 met het daarbij behorende audiëntieblad;

  • -

    de door mr. Brogtrop overgelegde pleitnotities.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als “Intratuin” respectievelijk “[verweerster 1]”.

2 Inleiding

Intratuin heeft verzocht de arbeidsovereenkomst met [verweerster 1] te ontbinden op grond van een gewichtige reden, bestaande uit een verandering van omstandigheden, per 1 september 2013.

[verweerster 1] heeft primair geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek en subsidiair verzocht, bij ontbinding, een opzegtermijn van drie maanden in acht te nemen en een vergoeding aan haar toe te kennen van € 13.762,00.

3De beoordeling

3.1

Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende weerspro-ken, alsmede op grond van de niet bestreden inhoud van de producties, het volgende vast:

  • -

    de thans 75-jarige [verweerster 1] is sinds 21 april 2000 in dienst van Intratuin in de functie van algemeen medewerker afdeling bloembinderij, aanvankelijk op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en vanaf 1 juli 2002 voor onbepaalde tijd, tegen een salaris van laatstelijk € 530,82 bruto per maand, exclusief 8% vakantietoeslag; de arbeidsduur bedraagt 11,4 uur per week.

  • -

    Intratuin heeft in of omstreeks maart 2013 het dienstverband met [verweerster 1] willen beëindigen door haar een beëindigingsovereenkomst te laten ondertekenen, hetgeen door [verweerster 1] is geweigerd;

  • -

    Intratuin heeft vervolgens een ontslagvergunning voor [verweerster 1] aangevraagd bij het UWV, welke aanvraag zij later heeft ingetrokken.

3.2

Intratuin legt aan haar verzoek de leeftijd van [verweerster 1] ten grondslag. Intratuin stelt zich op het standpunt dat het van haar niet kan worden gevergd dat zij [verweerster 1] op grond van de door haar te verrichten werkzaamheden en haar leeftijd in dienst houdt en zij stelt het alleszins redelijk te vinden [verweerster 1] te vervangen door een jongere werknemer. Het verzoek is gezien de leeftijd objectief gerechtvaardigd aangezien het doel is het bevorderen van de doorstroming van de arbeidsmarkt. Intratuin acht een ontbindingsvergoeding niet aan de orde omdat [verweerster 1] een AOW uitkering ontvangt en recht heeft op andere pensioenuitkeringen.

3.3

Volgens [verweerster 1] is er geen sprake van een verandering van omstandigheden. Zij voert aan in haar interactie met klanten niet te worden gehinderd door haar leeftijd. Voor het geval de arbeidsovereenkomst desondanks zou worden ontbonden maakt [verweerster 1] aansprak op een vergoeding naar billijkheid, waarbij voor ogen dient te worden gehouden dat zij nog ongeveer twee jaren zou willen blijven werken en bij de berekening van de vergoeding wordt uitgegaan van de gewogen dienstjaren vanaf de pensioengerechtigde leeftijd.

3.4

De kantonrechter overweegt als volgt.

Op grond van hetgeen door partijen over en weer is gesteld, is voor de kantonrechter voldoende vast komen te staan, dat het ontbindingsverzoek geen verband houdt met één der opzegverboden, genoemd in artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek.

3.5

In artikel 3 onder c van de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBL) is bepaald dat het niet toegestaan is onderscheid naar leeftijd te maken bij het aangaan en het beëindigen van een arbeidsverhouding. Een uitzondering daarop is mogelijk indien sprake is van een objectieve rechtvaardigingsgrond. Artikel 7 van de WGBL bepaalt dat het verbod van onderscheid in een aantal gevallen niet geldt. Het moet - kort weergegeven en voor zover hier van belang - dan gaan om een onderscheid dat (I) op basis van een wettelijke regeling gebaseerd is op werkgelegenheids- of arbeidsmarktbeleid ter bevordering van de arbeidsparticipatie van bepaalde leeftijdscategorieën, (II) betrekking heeft op het beëindigen van de arbeidsverhouding in verband met het bereiken van de leeftijd waarop op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) recht op ouderdomspensioen ontstaat, dan wel overeengekomen of bij wet vastgestelde hogere leeftijd, of (III) anderszins objectief gerechtvaardigd is door een legitiem doel.

3.6

Van een objectieve rechtvaardigingsgrond gebaseerd op een bij of krachtens wet vastgesteld werkgelegenheids- of arbeidsmarktbeleid is niet gebleken. Evenmin van een beëindiging van de arbeidsverhouding in verband met het bereiken van de AOW-leeftijd. Integendeel, de arbeidsovereenkomst tussen partijen is twee weken voordat [verweerster 1] de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar bereikte, voor onbepaalde tijd voortgezet. Haar leeftijd vormde daartoe geen beletsel. Van een bij of krachtens wet vastgestelde, of overeengekomen hogere leeftijd waarop de arbeidsverhouding zou eindigen, is evenmin gebleken. Voor een geslaagd beroep op een anderszins objectieve rechtvaardigingsgrond dient er sprake te zijn van zwaarwegende bedrijfsbelangen. Intratuin heeft daartoe gesteld dat het haar als werkgever vrij staat haar bedrijf naar eigen inzicht in te richten. Zij is in dat verband van mening dat 75 jaar een mooie leeftijd is om de onderhavige arbeidsovereenkomst te beëindigen. De vrijheid van inrichting noch een leeftijd van 75 jaar leveren als zodanig zwaarwegende bedrijfsbelangen op en deze kunnen een leeftijdsonderscheid evenmin rechtvaardigen.

3.8

Ter zitting heeft Intratuin nog aangevoerd dat het een feit van algemene bekendheid is dat een zodanig voortschrijdende leeftijd als thans aan de orde, het risico op arbeidsongeschiktheid aanmerkelijk vergroot, hetgeen naar haar mening een verandering van omstandigheden oplevert. Die stelling kan reeds om die reden niet slagen, aangezien dit zou betekenen dat voor de vaststelling of er sprake is van een verandering van de omstandigheden, het enkele ouder worden van de werknemer voldoende zou kunnen zijn. Bovendien kan een verhoogde kans op arbeidsongeschiktheid - voor zover al aanwezig - niet leiden tot een objectieve rechtvaardiging van het bij beëindiging van het dienstverband op grond van leeftijd onderscheid maken tussen werknemers.

3.9

Tussen partijen bestaat een goede verstandhouding en het functioneren van [verweerster 1] staat niet ter discussie. Enige verwijtbaarheid aan de zijde van [verweerster 1] is niet aan de orde.

3.10

Vorenstaande leidt ertoe dat het verzoek van Intratuin zal worden afgewezen.

4 De proceskosten

Intratuin zal als de in het ongelijk te stellen partijen in de aan de zijde van [verweerster 1] gevallen proceskosten worden veroordeeld.

5 De beslissing

De kantonrechter:

wijst het verzoek van Intratuin af;

veroordeelt Intratuin in de kosten van de procedure aan de zijde van [verweerster 1] gevallen en tot op heden begroot op € 400,00 als salaris voor de gemachtigde van [verweerster 1].

Aldus gegeven door mr. A.J.M. van Breevoort, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juli 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.