Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BW5843

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
16-05-2012
Datum publicatie
16-05-2012
Zaaknummer
288436 - HA ZA 10-1362
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De Consumentenbond vindt dat MultiSafe onrechtmatig handelt, door particulieren die via het bedrijf een verzekering hebben afgesloten een vaste maandelijkse bijdrage te vragen. De rechter oordeelde echter dat tussen MultiSafe en haar klanten een overeenkomst voor onbepaalde tijd bestaat. De wet bepaalt dat dit soort ‘overeenkomsten van opdracht’ kunnen worden opgezegd door de opdrachtnemer, in dit geval MultiSafe.Omdat MultiSafe bevoegd is om de overeenkomst met een klant op te zeggen, vloeit daaruit logisch voort dat het bedrijf niet verplicht is om de overeenkomst ongewijzigd voort te zetten. MultiSafe mocht de overeenkomsten niet eenzijdig wijzigen, maar kon klanten wel een wijziging voorstellen en bij afwijzing van dat voorstel de overeenkomst opzeggen. Klanten op hun beurt hoeven de aangeboden wijziging niet te accepteren, maar moeten mogelijk accepteren dat de overeenkomst dan beëindigd wordt. De vorderingen worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2012/271
TvC 2013, afl. 1, p. 44 met annotatie van prof. mr. M.B.M. Loos
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handel en kanton

Handelskamer

Zaaknummer / rolnummer: 288436 / HA ZA 10-1362

Vonnis van 16 mei 2012

in de zaak van

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

CONSUMENTENBOND,

gevestigd te 's-Gravenhage,

eiseres,

advocaat mr. C.S.G. Janssens te ‘s-Gravenhage,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MULTISAFE B.V.,

gevestigd te De Bilt, kantoorhoudend te Huis ter Heide,

gedaagde,

advocaat mr. S.Y.Th. Meijer te Amsterdam.

Partijen zullen hierna de Consumentenbond en MultiSafe genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. De Consumentenbond is een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid die zich tot doel stelt de belangen te behartigen van consumenten in het algemeen en van haar leden in het bijzonder.

2.2. MultiSafe is een onafhankelijke registermakelaar in verzekeringen, die zich richt zowel op de particuliere als de zakelijke markt.

2.3. MultiSafe kreeg haar omzet uit provisies. Om haar moverende redenen heeft zij besloten een ander systeem in te voeren, waarbij particuliere klanten voor haar dienstverlening (tevens) een vaste basisbijdrage zouden gaan betalen. Zij heeft in 2009 op verschillende tijdstippen aan verschillende groepen klanten enkele brieven gestuurd met deze mededeling (met bijlagen zoals een folder, een antwoordkaart en een servicecertificaat). Hetzij in de eerste, hetzij in een latere brief heeft zij de klanten tevens meegedeeld dat zij, als zij geen basisbijdrage wilden betalen, konden overstappen naar een andere tussenpersoon. MultiSafe heeft klanten die niet reageerden, vervolgens telefonisch benaderd om te vragen of zij akkoord gingen met het betalen van een basisbijdrage. Degenen die eerst meer informatie wilden, heeft zij vervolgens nogmaals gebeld met dezelfde vraag.

2.4. Een deel van de klanten is de basisbijdrage gaan betalen. Anderen hebben dat geweigerd en zijn overgestapt naar een andere tussenpersoon. Een deel van de klanten heeft nog geen keuze gemaakt.

3. Het geschil

3.1. De Consumentenbond vordert, kort samengevat:

I. een verklaring voor recht dat de tussen MultiSafe en haar particuliere klanten bestaande overeenkomsten ongewijzigd moeten worden voortgezet als die klanten dat willen;

II. een verklaring voor recht dat MultiSafe er niet gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat die klanten die de basisbijdrage zijn gaan betalen, instemmen met wijziging van de overeenkomst;

III. een verklaring voor recht dat MultiSafe oneerlijke (namelijk misleidende en/of agressieve) handelspraktijken bedrijft door haar klanten er niet op te wijzen dat zij ongewijzigde voortzetting van de bestaande overeenkomst kunnen verlangen;

IV. een verklaring voor recht dat MultiSafe onrechtmatig handelt als zij overeenkomsten met klanten opzegt of overdraagt aan een andere tussenpersoon omdat die klanten ongewijzigde voortzetting van de overeenkomst wensen;

V. met veroordeling van MultiSafe in de proceskosten.

3.2. MultiSafe voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna nader ingegaan, voor zover zij van belang zijn voor de beoordeling van het gevorderde.

4. De beoordeling

4.1. MultiSafe betwist niet dat de Consumentenbond ingevolge artikel 3:305a van het Burgerlijk Wetboek (BW) bevoegd is deze rechtsvordering in te stellen.

4.2. Partijen zijn het erover eens dat de overeenkomst tussen MultiSafe en haar klanten een overeenkomst van opdracht is. MultiSafe betwist niet dat deze mondeling is aangegaan en dat daarop geen algemene voorwaarden van toepassing verklaard zijn.

4.3. De kern van de stellingen die de Consumentenbond aan haar vordering ten grondslag legt is dat MultiSafe de bestaande overeenkomsten met haar klanten niet eenzijdig kan wijzigen. De overeenkomst tussen MultiSafe en een klant is een duurovereenkomst; deze kan alleen worden gewijzigd met wederzijdse instemming of door de rechter op grond van onvoorziene omstandigheden. Een wijziging in de waardeverhouding tussen wederzijdse prestaties is daarvoor in beginsel onvoldoende. De overeenkomst kan, nog steeds volgens de Consumentenbond, ook worden opgezegd, mits daarvoor een redelijke grond bestaat en een redelijke termijn in acht wordt genomen.

4.4. Op een overeenkomst van opdracht is titel 7 van boek 7 (de artikelen 7:400 en verder) BW van toepassing. Deze titel bevat geen bijzondere bepaling over wijziging van de overeenkomst. Daarvoor gelden dus de algemene regels voor wijziging van overeenkomsten. Dat houdt in dat de overeenkomst gewijzigd kan worden, zoals de Consumentenbond stelt, met wederzijdse instemming, of door de rechter op grond van onvoorziene omstandigheden van dien aard dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten (artikel 6:258 lid 1 BW). Anders dan de Consumentenbond stelt kan een verandering van de waardeverhouding wel degelijk zo’n grond vormen. Partijen vorderen echter geen wijziging van de overeenkomst, zodat de rechtbank daarop verder niet hoeft in te gaan.

4.5. De wet kent wel een bijzondere bepaling over opzegging van de overeenkomst van opdracht. In artikel 7:408 BW is onder meer het volgende bepaald.

1. De opdrachtgever kan te allen tijde de overeenkomst opzeggen.

2. De opdrachtnemer die de overeenkomst is aangegaan in de uitoefening van een beroep of bedrijf, kan, behoudens gewichtige redenen, de overeenkomst slechts opzeggen, indien zij voor onbepaalde duur geldt en niet door volbrenging eindigt.

3. (…)

4.6. Het belang hiervan is het volgende. Wanneer een partij bevoegd is om een overeenkomst op te zeggen, vloeit daaruit logisch voort dat zij niet verplicht is om de overeenkomst ongewijzigd voort te zetten. Weliswaar is zij dan nog steeds niet bevoegd tot eenzijdige wijziging van de overeenkomst, maar zij kan haar wederpartij wel een wijziging voorstellen en bij afwijzing van dat voorstel de overeenkomst opzeggen. De wederpartij kan uiteraard niet gedwongen worden om de wijziging te accepteren, maar moet mogelijk accepteren dat de overeenkomst dan beëindigd wordt.

4.7. MultiSafe neemt primair het standpunt in dat artikel 7:408 BW niet van toepassing is omdat voor deze situatie de specifieke regeling geldt van de Wet op het financieel toezicht (Wft), met name artikel 4:103 Wft. De artikelen 4:101 tot en met 104 Wft hebben echter betrekking op de verhouding tussen financiële ondernemingen bij financiële diensten met betrekking tot verzekeringen. Zij zijn van toepassing op de verhouding tussen een verzekeraar en een bemiddelaar, een gevolmachtigde agent en een bemiddelaar, een ondergevolmachtigde agent en een bemiddelaar of een bemiddelaar en een onderbemiddelaar. Zij hebben niet of slechts zijdelings betrekking op de verhouding tussen de bemiddelaar en de consument. Het genoemde artikel 4:103 Wft regelt het recht van de tussenpersoon (tegenover de verzekeraar) op behoud van zijn portefeuille, het recht van de klant (tegenover tussenpersoon en verzekeraar) om over te stappen naar een andere tussenpersoon en het recht van de tussenpersoon (tegenover de verzekeraar) om zijn portefeuille geheel of gedeeltelijk over te dragen aan een andere tussenpersoon. Dit is een bijzondere regeling die de algemene regelingen uit boek 7 BW opzij zet (lex specialis) wanneer het gaat om contractsoverneming, maar niet met betrekking tot opzegging van de overeenkomst door de tussenpersoon aan de klant. Daarvoor blijft artikel 7:408 BW gelden.

4.8. Op grond van artikel 7:408 BW kan de opdrachtnemer – in dit geval MultiSafe – de overeenkomst opzeggen:

- als die voor onbepaalde duur geldt en niet eindigt door volbrenging, óf

- als de opdrachtnemer een dringende reden heeft voor opzegging.

4.9. Partijen zijn het er niet over eens of de overeenkomst is aangegaan voor bepaalde of voor onbepaalde tijd. De Consumentenbond stelt dat de overeenkomst met de tussenpersoon een ‘sequeel’ is van de verzekeringsovereenkomst, die voor bepaalde tijd wordt aangegaan, en dus eveneens geldt voor bepaalde tijd. MultiSafe betwist dat.

4.10. Het standpunt van de Consumentenbond overtuigt niet. Er bestaat uiteraard een verband tussen de overeenkomst met de tussenpersoon en de verzekeringsovereenkomsten die door bemiddeling van die tussenpersoon gesloten worden, maar dat verband is niet zo nauw dat de overeenkomst met de tussenpersoon een soort aanhangsel wordt van de verzekeringsovereenkomst. In feite wordt de overeenkomst van opdracht (impliciet) gesloten wanneer de klant de tussenpersoon benadert om advies of een offerte te vragen, dus voordat de verzekeringsovereenkomst wordt gesloten. Wanneer de klant de verzekering inruilt voor een andere, verandert dat op zich niets aan de overeenkomst met de tussenpersoon. Een klant kan ook bij dezelfde tussenpersoon verschillende verzekeringen hebben, met verschillende looptijden. De overeenkomst met de tussenpersoon hangt daarom niet zo nauw samen met de verzekeringsovereenkomst dat deze als een aanhangsel daarvan te beschouwen is. Andere redenen om de overeenkomst met de tussenpersoon te beschouwen als een tijdelijke zijn niet gegeven.

4.11. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de overeenkomsten tussen MultiSafe en haar klanten zijn gesloten voor onbepaalde duur. Dat zij eindigen door volbrenging is niet gesteld. Op grond van artikel 7:408 BW kunnen zij daarom worden opgezegd. Een andere regeling zou ook leiden tot een ongerechtvaardigde onevenwichtigheid in de verhouding tussen MultiSafe en haar klanten, die immers onbeperkt het recht hebben om de overeenkomst op te zeggen. Uit de redelijkheid en billijkheid kan uiteraard wel voortvloeien dat eisen gesteld moeten worden aan de wijze van opzegging door MultiSafe, bijvoorbeeld aan de termijn waarop wordt opgezegd.

4.12. De conclusie uit het bovenstaande is dat klanten van MultiSafe geen recht hebben op ongewijzigde voortzetting van de overeenkomst. MultiSafe was niet bevoegd tot eenzijdige wijziging, maar wel om een wijziging voor te stellen en om aan klanten die daarmee niet instemden de overeenkomst op te zeggen. Dat wordt niet anders door het feit dat MultiSafe uitdrukkelijk stelt dat zij feitelijk niet heeft opgezegd, omdat daarmee haar bevoegdheid om dat te doen niet vervalt.

4.13. Aan onderdeel III van haar vordering legt de Consumentenbond ten grondslag dat de handelwijze van MultiSafe een oneerlijke (misleidende dan wel agressieve) handelspraktijk vormt zoals bedoeld in afdeling 6.3.3A (de artikelen 6:193a tot en met 6:193j) BW. Zij stelt dat MultiSafe een onjuiste en onvolledige voorstelling van zaken gegeven heeft door haar klanten niet mee te delen dat zij recht hebben op ongewijzigde voortzetting van de overeenkomst, en dat zij zich schuldig gemaakt heeft aan een agressieve handelspraktijk door hardnekkig en ongewenst aan te dringen op instemming met wijziging van de overeenkomst, waarbij is gesuggereerd dat MultiSafe zonder wijziging het hoofd niet boven water zou houden. Verder acht de Consumentenbond de voorgestelde provisiestructuur onrechtmatig omdat de vaste basisbijdrage ziet op werkzaamheden waarvoor MultiSafe wordt beloond uit de van de verzekeraar ontvangen provisie, terwijl zij die provisie wil gebruiken voor additionele werkzaamheden.

4.14. Het feit dat MultiSafe haar klanten niet heeft meegedeeld dat zij recht hebben op ongewijzigde voortzetting van de overeenkomst vormt in ieder geval geen oneerlijke handelspraktijk. MultiSafe hoefde dat niet mee te delen, omdat de klanten dat recht niet hebben.

4.15. Vast staat verder dat MultiSafe de betreffende klanten enkele brieven (met bijlagen) gestuurd heeft en dat zij een deel van hen een- of tweemaal gebeld heeft. Niet iedere vorm van herhaalde benadering is echter te beschouwen als ‘hardnekkig en ongewenst aandringen’ zoals bedoeld in artikel 6:193i sub c BW. Uit de overgelegde gegevens blijkt niet dat de brieven en telefoontjes een zodanig karakter hadden dat zij door intimidatie, dwang of ongepaste beïnvloeding de keuzevrijheid of de vrijheid van handelen van de klanten van MultiSafe aanzienlijk hebben beperkt of konden beperken (artikel 6:193h BW). De rechtbank ziet onvoldoende reden om hier te spreken van een agressieve handelspraktijk. Ook de mededeling dat andere ondernemers hun bedrijf hebben moeten beëindigen is niet te beschouwen als een uitdrukkelijke mededeling dat als de klant niet instemt, de baan of de bestaansmiddelen van de handelaar in het gedrang komen (artikel 6:193i sub g).

4.16. De voorgestelde beloningsstructuur ten slotte kan evenmin als onrechtmatig beschouwd worden. De vraag of de bijdrage die MultiSafe van haar klanten vraagt, gezien de economische situatie noodzakelijk is, en of zij redelijk is, is er een waar de rechter niet in treedt. De vaststelling van prijzen behoort in beginsel tot de vrijheid van de ondernemer; de keuze om tegen die prijs wel of niet zaken te doen met deze ondernemer behoort tot de vrijheid van de klant. Ook onderdeel III moet daarom worden afgewezen.

4.17. De Consumentenbond stelt ten slotte dat MultiSafe niet mocht vertrouwen op instemming van haar klanten met wijziging van de overeenkomst op basis van het enkele feit dat zij de basisbijdrage zijn gaan betalen. Zij stelt echter niet dat deze klanten feitelijk niet instemden. Bovendien is deze stelling kennelijk gebaseerd op het uitgangspunt dat klanten recht hebben op ongewijzigde voortzetting van de overeenkomst en dat zij daarover onjuist geïnformeerd zijn. Aangezien dit uitgangspunt onjuist is, moet ook dit onderdeel worden afgewezen.

4.18. Alle onderdelen van de vordering moeten daarom worden afgewezen. De Consumentenbond zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van MultiSafe worden begroot op:

- griffierecht € 263,00

- salaris advocaat 904,00 (2,0 punten × tarief € 452,00)

Totaal € 1.167,00

De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen met inachtneming van de hierna te bepalen termijn.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af;

5.2. veroordeelt de Consumentenbond in de proceskosten, aan de zijde van MultiSafe tot op heden begroot op € 1.167,00, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

5.3. verklaart dit vonnis voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Eelkema, mr. G.J. van Binsbergen en mr. A.S. Penders en in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2012.?