Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ8727

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
22-06-2011
Datum publicatie
22-06-2011
Zaaknummer
277857 - HA ZA 09-2680
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

<b>Mediq moet stoppen met gebruik van logo’s en huisstijl in haar apotheken</b>

S.V.T. Branding & Design Group B.V. (eisende partij in deze procedure; hierna te noemen: SVT) heeft in 2005 en 2006 in opdracht van Mediq Apotheken (één van de gedaagden) logo’s, een huisstijl, een brochurelijn en een winkelformule ontwikkeld die gebruikt wordt in apotheken die worden geëxploiteerd onder de naam “Mediq”. SVT heeft aan Mediq Apotheken een licentie verleend voor het gebruik van haar ontwerpen.

SVT heeft bij de rechtbank Utrecht een bodemprocedure aanhangig gemaakt tegen Mediq Apotheken en haar moedermaatschappij Mediq N.V. Zij stelt zich op het standpunt dat Mediq Apotheken en Mediq N.V. in strijd met haar auteursrechten hebben gehandeld door - in strijd met de verleende licentie - haar ontwerpen ook (door buitenlandse dochtermaatschappijen) toe te laten passen in Poolse en Belgische Mediq-apotheken.

De rechtbank is van oordeel dat de aan Mediq Apotheken verleende licentie tevens strekt ten behoeve van Mediq N.V., zodat ook de moedermaatschappij rechten aan deze licentie kan ontlenen. Mediq Apotheken en Mediq N.V. hebben in strijd gehandeld met de aan hen verleende licentie, omdat deze beperkt was tot gebruik in Nederland (en dus tot gebruik in Nederlandse apotheken). Door aan Poolse en Belgische dochtermaatschappijen toestemming te geven voor het gebruik van de ontwerpen van SVT in Poolse en Belgische Mediq-apotheken, en deze vennootschappen de daartoe benodigde specificaties en digitale bestanden te verstrekken, hebben Mediq Apotheken en Mediq N.V. de voorwaarden waaronder de licentie was verleend, overtreden. Op overtreding van de licentievoorwaarden staat een contractuele boete van bijna 2 miljoen euro. De rechtbank gaat niet over tot matiging van dit bedrag en wijst het volledige bedrag toe.

Door de overtreding van de licentievoorwaarden was SVT ook gerechtigd om tot opzegging van de licentie (per 11 november 2009) over te gaan. Omdat Mediq Apotheken en Mediq N.V. na deze opzegging zijn doorgegaan met het gebruiken van de ontwerpen van SVT in Nederland, en in het bijzonder in de Nederlandse apotheken, handelen zij in strijd met het auteursrecht dat SVT heeft op haar ontwerpen. De rechtbank verbiedt Mediq Apotheken en Mediq N.V. daarom om in Nederland nog verder gebruik te maken van de ontwerpen van SVT. Dit betekent onder meer dat Mediq Apotheken en Mediq N.V. de door SVT ontworpen logo’s en huisstijl uit de Nederlandse apotheken zullen moeten verwijderen.

Zij krijgen daarvoor een termijn van 3 maanden. Als zij aan het verbod geen gevolg geven, verbeuren zij een dwangsom die kan oplopen tot 2 miljoen euro.

Mediq Apotheken en Mediq N.V. kunnen volgens de rechtbank niet uit hoofde van het auteursrecht aansprakelijk gesteld worden voor het toepassen van de ontwerpen van SVT in de Poolse en Belgische apotheken, omdat niet zij, maar de buitenlandse dochtermaatschappijen daarvoor verantwoordelijk zijn.

De Poolse en Belgische dochtermaatschappijen zijn verder niet als “publiek” aan te merken in de zin van de Poolse en Belgische auteurswet. Daardoor kan ook het feit dat Mediq Apotheken en Mediq N.V. toestemming hebben geven voor het gebruik van de ontwerpen van SVT in de buitenlandse apotheken en specificaties en digitale bestanden hebben verstrekt niet als een schending van het auteursrecht worden aangemerkt.

Mediq Apotheken en Mediq N.V. moeten tenslotte een bedrag van ruim € 65.000,-- aan proceskosten vergoeden aan SVT.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

&lt;b&gt;RECHTBANK UTRECHT&lt;/b&gt;

Sector Civiel

Handelskamer

zaaknummer / rolnummer: 277857 / HA ZA 09-2680

Vonnis van 22 juni 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

S.V.T. BRANDING & DESIGN GROUP B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat mr. J.M. van Noort te Utrecht,

tegen

1. de naamloze vennootschap

MEDIQ N.V.,

mede h.o.d.n. OPG Groep,

gevestigd te Utrecht,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MEDIQ APOTHEKEN BEHEER B.V.,

mede h.o.d.n. Mediveen Groep,

gevestigd te Utrecht,

gedaagden,

advocaat mr. W.A.J. Hoorneman te Utrecht.

Partijen zullen hierna SVT, Mediq en Mediveen genoemd worden.

&lt;b&gt;1. De procedure&lt;/b&gt;

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 27 januari 2010

- het proces-verbaal van comparitie van 27 april 2010

- de conclusie van repliek, tevens akte vermeerdering/wijziging van eis

- de conclusie van dupliek

- het proces-verbaal van comparitie van 8 februari 2011.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

&lt;b&gt;2. De feiten&lt;/b&gt;

2.1. SVT heeft in 2005 en 2006 in opdracht van Mediveen logo’s, een huisstijl, een brochurelijn en een winkelformule ontwikkeld die met name bestemd waren voor gebruik in apotheken, die zouden worden geëxploiteerd onder de naam “Mediq”. In de in dat kader gesloten overeenkomsten is telkens een bepaling opgenomen (hierna te noemen: de licentiebepaling) waarin SVT aan Mediveen een exclusieve en volledige licentie verleent tot het gebruiken van de te ontwikkelen concepten en ontwerpen ten behoeve van haar eigen organisatie in Nederland.

2.2. Op de overeenkomsten tussen SVT en Mediveen zijn de Algemene Voorwaarden van de Beroepsorganisatie Nederlandse Ontwerpers van toepassing. Deze algemene voorwaarden luiden - voor zover relevant - als volgt:

“(…)

5 Gebruik en licentie

5.1 Wanneer de opdrachtgever volledig voldoet aan zijn verplichtingen ingevolge de overeenkomst met de opdrachtnemer, verkrijgt hij een exclusieve licentie tot het gebruik van het ontwerp voorzover dit betreft het recht van openbaarmaking en verveelvoudiging overeenkomstig de bij de opdracht overeengekomen bestemming.

Zijn er over de bestemming geen afspraken gemaakt, dan blijft de licentieverlening beperkt tot dat gebruik van het ontwerp, waarvoor op het moment van het verstrekken van de opdracht vaststaande voornemens bestonden. Deze voornemens dienen aantoonbaar voor het sluiten van de overeenkomst aan de opdrachtnemer bekend te zijn gemaakt.

5.2 De opdrachtgever is zonder de schriftelijke toestemming van de opdrachtnemer niet gerechtigd het ontwerp ruimer of op andere wijze te (laten) gebruiken dan is overeengekomen. In geval niet overeengekomen ruimer of ander gebruik, hieronder ook begrepen wijziging, verminking of aantasting van het voorlopige of definitieve ontwerp, heeft de ontwerper recht op een vergoeding wegens inbreuk op zijn/haar rechten van tenminste drie maal het overeengekomen honorarium, althans een vergoeding die in redelijkheid en billijkheid in verhouding staat tot de gepleegde inbreuk, onverminderd het recht van de ontwerper een vergoeding voor de daadwerkelijk geleden schade te vorderen.

5.3 Het is de opdrachtgever niet (langer) toegestaan de ter beschikking gestelde resultaten te gebruiken en elke in het kader van de opdracht aan de opdrachtgever verstrekte licentie komt te vervallen:

a. vanaf het moment dat de opdrachtgever zijn (betalings)verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst niet (volledig) nakomt of anderszins in gebreke is, tenzij de tekortkoming van de opdrachtgever in het licht van de gehele opdracht van ondergeschikte betekenis is;

(…)”

2.3. Mediq, voorheen handelende onder de naam OPG Groep, drijft een internationale retail- en distributieonderneming voor geneesmiddelen en medische middelen. Zij is de moedermaatschappij van de Mediq-groep die onder meer bestaat uit Mediveen en diverse buitenlandse vennootschappen, zoals ACP Pharma S.A. (hierna te noemen: de Poolse vennootschap) en (tot 1 augustus 2009) Mediq BVBA (hierna te noemen: de Belgische vennootschap). Deze vennootschappen exploiteren apotheken in respectievelijk Nederland, Polen en België.

2.4. Bij brief van 13 mei 2008 heeft SVT aan Mediveen - voor zover relevant - het volgende medegedeeld:

“(…)

In het tweede helft van het jaar 2005 hebben wij voor Mediq een logo, een huisstijl, een brochurelijn en een winkelformule ontwikkeld en hebben wij u een licentie verleend voor het gebruik van deze werken. Aan die licentie zijn zoals u weet (ondermeer) twee beperkingen gesteld, te weten (1) dat u de werken slechts mag gebruiken ten behoeve van uw eigen organisatie en (2) dat u de werken alleen binnen Nederland mag gebruiken.

In de media lees ik met enige regelmaat over de (voorgenomen) expansie van uw onderneming in (ondermeer) Polen en België. U zou doende of voornemens zijn in die twee landen apotheken te openen.

Mocht dat zo zijn, en mocht u ook in die landen door ons vervaardigde werken willen gebruiken, dan zouden wij daarover nadere afspraken moeten maken, ik zou u dan ook willen vragen in het voorkomende geval contact met mij op te nemen. (…)”

2.5. Op 11 december 2008 heeft SVT aan Mediq een e-mail gezonden met - voor zover relevant - de volgende inhoud:

“(…)

Al met al komen wij (onontkoombaar) tot de conclusie dat in Polen en in België werken zijn verveelvoudigd en openbaar worden gemaakt, waarvan SVT auteursrechthebbende is. Voor die openbaarmakingen en verveelvoudigingen is onze toestemming vereist welke toestemming wij niet hebben gegeven. Integendeel. Zoals u weet spraken wij af dat OPG/Mediveen onze werken slechts mag gebruiken ten behoeve van haar eigen organisatie en dat zij die werken alleen binnen Nederland mag gebruiken. Aldus is het huidige gebruik in Polen en België jegens ons onrechtmatig.

(…)”

2.6. Met ingang van 11 november 2009 heeft SVT de (via de licentiebepaling verstrekte) licentie voor het gebruik van haar ontwerpen opgezegd.

&lt;b&gt;3. Het geschil&lt;/b&gt;

3.1. SVT vordert samengevat, na eiswijziging, dat de rechtbank:

1. voor recht verklaart dat Mediveen en (indien sprake is van vereenzelviging) Mediq hun verplichtingen jegens SVT hebben geschonden,

2. voor recht verklaart dat Mediveen en (indien sprake is van vereenzelviging) Mediq hoofdelijk de contractuele boete van EUR 1.822.767,36 hebben verbeurd,

3. Mediveen en (indien sprake is van vereenzelviging) Mediq hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de contractuele boete,

4. voor recht verklaart dat SVT de met Mediveen en (indien sprake is van vereenzelviging) met Mediq gesloten licentieovereenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd,

5. Mediq en Mediveen beveelt iedere inbreuk op de auteursrechten van SVT met betrekking tot haar ontwerpen, waaronder de openbaarmaking en verveelvoudiging van het Logo, Brandstatement, Vignet, Haakse Lichtbak, Snelbalie, Zorgbalie, Thematafel, Leestafel en In-store Communicatiematerialen, in Nederland, België en Polen te staken en gestaakt te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom,

6. Mediq en Mediveen hoofdelijk veroordeelt de door SVT geleden en te lijden schade te vergoeden, begroot op EUR 1.086.640,00, vermeerderd met rente,

7. Mediq en Mediveen beveelt om een schriftelijke verklaring te verstrekken met betrekking tot het totale aantal inbreukmakende producten als bedoeld onder 5, op straffe van verbeurte van een dwangsom,

8. Mediq en Mediveen beveelt alle inbreukmakende producten te vernietigen,

9. Mediq en Mediveen hoofdelijk veroordeelt tot vergoeding van de volledige proceskosten ex artikel 1019h Rv.

3.2. Mediq en Mediveen voeren verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

&lt;b&gt;4. De beoordeling&lt;/b&gt;

De grondslagen van de vordering

4.1. De rechtbank begrijpt dat SVT zich (na eiswijziging) op het standpunt stelt dat Mediq en/of Mediveen toerekenbaar tekortgeschoten is/zijn in de nakoming van de tussen hen geldende licentieovereenkomst en inbreuk heeft/hebben gemaakt op haar auteursrecht:

- doordat Poolse en Belgische dochtermaatschappijen van Mediq in apotheken in Polen en België de auteursrechtelijk beschermde ontwerpen van SVT openbaar gemaakt hebben en/of verveelvoudigd, en Mediq en Mediveen met die buitenlandse vennootschappen moeten worden vereenzelvigd,

- doordat Mediq en/of Mediveen toestemming hebben gegeven aan voormelde buitenlandse vennootschappen om de auteursrechtelijk beschermde ontwerpen voor hun apotheken te gebruiken, en aan deze vennootschappen de specificaties en digitale bestanden van de betreffende ontwerpen hebben verstrekt,

- doordat Mediq en Mediveen na opzegging van de licentie door SVT de ontwerpen in Nederland zijn blijven gebruiken.

Voorts stelt SVT dat Mediq en Mediveen onrechtmatig jegens haar hebben gehandeld door het gebruik van haar werken in het buitenland door voormelde buitenlandse dochter-/ zustervennootschappen niet tegen te houden.

Ten slotte stelt SVT dat Mediq op grond van de door haar afgegeven verklaring ex artikel 2:403 BW hoofdelijk aansprakelijk is voor hetgeen SVT te vorderen heeft van Mediveen.

Het verweer

4.2. Mediq en Mediveen stellen zich, kort gezegd, primair op het standpunt:

- dat de ontwerpen van SVT niet auteursrechtelijk beschermd zijn,

- dat SVT daarvan niet de (enige) maker is,

- dat SVT afstand heeft gedaan van haar auteursrechten met betrekking tot de ontworpen logo’s,

- dat zij geen inbreuk maken op enig auteursrecht van SVT, aangezien noch de inrichting van de apotheken van de Poolse en Belgische vennootschappen noch de door Mediq gebruikte logo’s Mediq Direct en Mediq Instellingen verveelvoudigingen vormen van de werken van SVT,

- dat zij voor eventuele verveelvoudigingen van de ontwerpen door de Poolse en Belgische vennootschappen niet verantwoordelijk kunnen worden gehouden.

Subsidiair voeren Mediq en Mediveen aan dat het gebruik van de ontwerpen van SVT op grond van de verstrekte licentie, die ten behoeve van zowel Mediq als Mediveen strekt, toegestaan is, en dat SVT niet gerechtigd was om de licentie per 11 november 2009 te beëindigen.

Meer subsidiair betogen Mediq en Mediveen dat SVT met haar beroep op haar auteursrechten misbruik maakt van deze bevoegdheid, althans dat dit beroep naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Grensoverschrijdend karakter vorderingen

4.3. Gelet op het feit dat SVT zowel auteursrechtelijke bescherming binnen Nederland inroept, als daarbuiten (in Polen en België), en de beoordeling van de in dat kader relevante vragen afhankelijk is van het daarop toepasselijke recht, zal de rechtbank in het navolgende onderscheid maken tussen de gestelde inbreuk in Nederland en de gestelde inbreuk in Polen en België. Zij zal eerst de vraag beantwoorden of het gebruik van de ontwerpen door Mediq en Mediveen in Nederland is toegestaan.

Inbreuk op het auteursrecht van SVT in Nederland?

Auteursrechtelijk beschermd werk

4.4. Op grond van het bepaalde in artikel 1 juncto artikel 10 Aw komen voor auteursrechtelijke bescherming die werken in aanmerking die voldoende oorspronkelijk zijn en een eigen karakter hebben en bovendien het persoonlijk stempel van de maker dragen. Dat het voortbrengsel een eigen, oorspronkelijk karakter moet bezitten, houdt in dat de vorm niet ontleend mag zijn aan het werk van een ander. Om te voldoen aan de eis dat het werk het persoonlijk stempel van de maker moet dragen, zal sprake moeten zijn van een vorm die het resultaat is van scheppende menselijke arbeid en dus van creatieve keuzes, en die aldus een voortbrengsel is van de menselijke geest (Hoge Raad, 30 mei 2008, LJN BC2153).

In een arrest van 16 juli 2009 heeft het Hof van Justitie voorts bepaald dat het auteursrecht slechts kan gelden met betrekking tot materiaal dat oorspronkelijk is, in die zin dat het gaat om een eigen intellectuele schepping van de auteur ervan (HvJ 16 juli 2009, C-5/08 Infopaq). Kortheidshalve zal in het navolgende aan deze eis worden gerefereerd als het vereiste van oorspronkelijkheid.

4.5. SVT heeft in haar conclusie van repliek verduidelijkt dat zij auteursrechtelijke bescherming inroept van (elementen van) de volgende ontwerpen (waarvan in de beoordeling hierna telkens een afbeelding zal worden opgenomen):

- het logo “Mediq Apotheek”

- het zogenaamde Brandstatement

- het Vignet/de Haakse Lichtbak

- de Snelbalie

- de Zorgbalie,

- de Thematafel

- de Leestafel en

- de In-store Communicatiematerialen.

Logo Mediq

4.6. Ten aanzien van het logo voeren Mediq en Mediveen aan dat de capsulevorm van het logo en het daarin verwerkte kruiselement stijlelementen zijn die binnen de medische sector met grote regelmaat als logo worden gehanteerd, zodat deze niet via het auteursrecht te beschermen zijn. In dit kader hebben zij als productie 17 logo's van derden overgelegd waarin de capsulevorm en het kruiselement zijn verwerkt.

4.7. De rechtbank stelt voorop dat SVT geen aanspraak maakt op bescherming van een bepaalde stijl, maar op bescherming van concrete werken, waaronder het hiervoor weergegeven logo. Beoordeeld dient derhalve te worden of het onderhavige logo, gelet op een eventueel bestaande vormgevingsstijl, een voldoende oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt.

4.8. De rechtbank constateert dat de door Mediq en Mediveen als productie 17 overgelegde logo's weliswaar net als het logo van SVT een capsulevorm kennen alsmede een afgeronde kruisvorm, maar dat de wijze waarop SVT haar logo heeft vormgegeven, een andere totaalindruk oplevert. Anders dan bij de overige logo's is bij het logo van SVT sprake van een dubbele belijning van het kruis. Bij de andere logo’s is het kruis ook veelvuldig tegen een (ten opzichte van de rest van het logo) afwijkende kleur achtergrond geplaatst, terwijl dat bij het logo van SVT niet het geval is. Daarnaast is zowel een verschil aanwijsbaar in de plaats waar het kruis in de capsulevormige achtergrond is geplaatst (bij SVT links, bij de meeste andere logo’s rechts), alsmede in het gebruikte lettertype en de lettergrootte (bij SVT hoofdletters en bij de andere logo’s veelal kleine letters). Ten slotte wijkt de kleur van het logo van SVT en de maatvoering daarvan af van vrijwel alle andere in productie 17 opgenomen logo's.

4.9. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het logo van SVT een oorspronkelijk karakter heeft en dat daarmee een voldoende creatieve invulling is gegeven aan het idee van een capsulevormig logo om deze voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking te laten komen.

Brandstatement

4.10. Mediq en Mediveen hebben niet (voldoende onderbouwd) gesteld dat de capsulevorm van het zogenaamde Brandstatement in de betreffende sector zeer gebruikelijk is, zodat dit element in beginsel als oorspronkelijk moet worden aangemerkt. Naast de capsulevorm bevat het Brandstatement een tekening van een esculaap die zich om een pilaar wikkelt die is omgeven met planten en een zaag. Niet gesteld of gebleken is dat dit element aan een ander werk is ontleend. Weliswaar is de tekst van het Brandstatement, vanwege het algemene karakter daarvan, niet als zodanig auteursrechtelijk te beschermen, maar dit geldt niet voor de keuze van de maker voor de combinatie van een bepaald lettertype en een bepaalde afwisseling in grootte van de woorden. Ten slotte moet als een oorspronkelijk element worden genoemd dat het Brandstatement is opgebouwd uit vijf steeds lichter wordende vlakken. De rechtbank is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat het Brandstatement zich leent voor auteursrechtelijke bescherming.

Het vignet/de haakse lichtbak

4.11. Ten aanzien van de lichtbak geldt, mutatis mutandis, hetgeen hiervoor onder 4.8 ten aanzien van de kruisvorm is overwogen. De rechtbank volgt Mediq en Mediveen niet in hun standpunt dat de vorm van de lichtbak in belangrijke mate door de functie, namelijk de bevestiging aan een muur, wordt bepaald. Immers, daartoe is de halfronde vorm van de lichtbak op zich niet vereist. Mediq en Mediveen hebben ook geen voorbeelden van lichtbakken overgelegd die een vergelijkbare halfronde vorm hebben. Gelet op de vorm van de lichtbak en de daarin opgenomen dubbele kruisvorm, in combinatie met de maatvoering van de lichtbak en de kleurkeuze van de elementen waaruit de lichtbak is opgebouwd, heeft de lichtbak een voldoende oorspronkelijk karakter en draagt zij het persoonlijk stempel van de maker, zodat zij voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt.

Snelbalie/Zorgbalie/Leestafel

4.12. Ten aanzien van deze ontwerpen hebben Mediq en Mediveen niet (voldoende onderbouwd) gesteld dat de specifieke vormgeving daarvan (het laten lopen van het verticale zijpaneel door het horizontale paneel, alsmede de ronde knik die dit zijpaneel onder het tafelblad maakt) al eerder op deze wijze door derden is uitgevoerd. Gelet op de verschillende keuzes die bij het ontwerpen van deze balies kunnen worden gemaakt, moet worden geconcludeerd dat ook deze werken oorspronkelijk zijn en het persoonlijk stempel van de maker dragen.

In-store communicatiematerialen

4.13. Ook ten aanzien van de in-store communicatiemiddelen geldt dat daarbij keuzes zijn gemaakt ten aanzien van (het deel van) de op te nemen foto's, de plaats van de tekst bij de foto’s, het gebruikte lettertype en de lettergrootte alsmede de kleur van de achtergrond van de tekst. Ook hier geldt derhalve dat aan de in-store communicatiematerialen auteursrechtelijke bescherming toekomt.

4.14. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat aan de hiervoor vermelde ontwerpen auteursrechtelijke bescherming toekomt.

Maker

4.15. SVT heeft aangevoerd dat zij de hiervoor vermelde werken heeft ontworpen, zodat het makerschap daarvan aan haar toekomt.

4.16. Mediq en Mediveen hebben zich verweerd met de stelling dat Mediveen, in haar rol van opdrachtgeefster, als maker moeten worden aangemerkt op grond van het bepaalde in artikel 8 Auteurswet, dan wel op grond van artikel 3.8 in verbinding met artikel 3.29 van het Beneluxverdrag op de intellectuele eigendom (BVIE).

Subsidiair stellen zij zich op standpunt dat SVT in ieder geval niet als enige als maker dient te worden beschouwd, nu de betreffende werken in samenwerking met derden alsmede in projectmatig verband met Mediq en Mediveen tot stand zijn gekomen.

4.17. De rechtbank is van oordeel dat op basis van de door SVT overgelegde producties 41 tot en met 43 in voldoende mate door SVT is aangetoond dat zij telkens degene is geweest die de betreffende ontwerpen heeft vervaardigd, zodat het auteursrecht derhalve in beginsel aan haar toekomt. De omstandigheid dat bij de totstandkoming van de ontwerpen ook input is geleverd door Mediq en Mediveen, betekent niet dat het makerschap tevens aan hen toekomt. Een dergelijke betrokkenheid vloeit immers voort uit de aard van een overeenkomst van opdracht als de onderhavige. Daarbij komt dat partijen in het kader van hun overeenkomst hebben afgesproken dat het auteursrecht op de betreffende ontwerpen aan SVT toekomt, en dat aan Mediveen uitsluitend een licentie zou worden verstrekt. Partijen bij de respectieve overeenkomsten hebben dus expliciet als uitgangspunt genomen dat SVT als maker van de ontwerpen moet worden aangemerkt. Ook om die reden komt het makerschap van de ontwerpen niet aan Mediq en/of Mediveen toe.

De bepalingen uit de Auteurswet en het BVIE die Mediq en Mediveen aanhalen, kunnen hen vanwege deze afspraak, waarmee Mediveen dus in wezen heeft erkend dat het makerschap van de ontwerpen bij SVT berust, dan ook niet baten. Hetzelfde geldt ten aanzien van het beroep van Mediq op haar merkrecht met betrekking tot het logo, nu het bestaan van een merkrecht niet uitsluit dat in strijd wordt gehandeld met een auteursrecht. Het beroep van Mediq en Mediveen op het arrest LaserVloerplan (Hoge Raad 20 maart 1992, NJ 1992, 563) stuit af op het feit dat in dat arrest geen sprake was van een afspraak ten aanzien van (de verdeling van) de auteursrechten, terwijl er in het onderhavige geval wel een dergelijke afspraak is gemaakt (Mediveen verkreeg alleen een licentie, de overige rechten bleven bij SVT).

4.18. Voor zover anderen dan Mediq en Mediveen bijdragen hebben geleverd aan de ontwerpen, geldt dat die bijdragen hooguit kunnen hebben geleid tot het ontstaan van een gezamenlijk auteursrecht van SVT en deze derden. Een dergelijk gezamenlijk auteursrecht houdt in dat SVT gerechtigd is haar auteursrechten als mede-maker van de ontwerpen zelfstandig te handhaven.

4.19. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat SVT als maker van de werken dient te worden beschouwd.

Afstand van recht

4.20. Mediq en Mediveen hebben verder als verweer aangevoerd dat SVT door in te stemmen met deponering door Mediq van de door SVT ontworpen logo’s als merk afstand heeft gedaan van haar recht om haar auteursrecht in te roepen met betrekking tot deze logo’s.

4.21. Dit verweer faalt. Afgezien van het feit dat (vanwege de betwisting daarvan door SVT) niet vaststaat dat SVT met deponering van de logo’s als merk heeft ingestemd, betekent deze omstandigheid, indien deze wel zou komen vast te staan, in het onderhavige geval niet dat daaruit moet worden afgeleid dat SVT afstand heeft gedaan van het inroepen van haar auteursrechten op deze logo’s. Een dergelijke handelwijze van SVT zou immers niet ondubbelzinnig wijzen op een dergelijke afstand van recht, maar in beginsel alleen impliceren dat SVT zich niet verzet tegen het gebruik door Mediq van de logo’s als merken en zich ook niet verzet tegen het deponeren van deze logo’s als merken op eigen naam van Mediq. Gelet op de bestaande afspraak, inhoudende dat opdrachtgeefster in het kader van de onderhavige opdracht alleen een licentie zou verkrijgen op de ontwerpen, waaronder de logo’s, heeft Mediq niet mogen verwachten dat SVT door haar (eventuele) instemming met het deponeren van de logo’s als merken haar auteursrechten daarop heeft beoogd prijs te geven.

Toestemming

4.22. De vraag of Mediq en Mediveen na 11 november 2009 in Nederland inbreuk maken op het auteursrecht van SVT hangt af van het antwoord op de vraag of SVT een licentie heeft verstrekt aan alleen Mediveen (standpunt SVT) of aan beide gedaagden (standpunt Mediq en Mediveen) en of SVT deze licentie per 11 november 2009 heeft mogen beëindigen. De beantwoording van deze vraag hangt af van de uitleg die moet worden gegeven aan de licentiebepaling die in de onderhavige overeenkomsten is opgenomen.

4.23. Bij de uitleg van de bepalingen van een overeenkomst komt het volgens vaste jurisprudentie niet alleen aan op een taalkundige uitleg, maar ook op de betekenis die partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs aan de desbetreffende bepalingen van de overeenkomsten mochten toekennen en op hetgeen zij te dier zake redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (Haviltex-arrest).

4.24. Partijen verschillen van mening over de reikwijdte van de zinsnede “voor de eigen organisatie in Nederland” in de licentiebepaling (zie onder 2.1). SVT stelt zich op het standpunt dat bij deze bepaling alleen aan (de eigen organisatie van) Mediveen een licentie is verstrekt, en alleen voor gebruik (voor apotheken) in Nederland. Mediq en Mediveen betogen dat de betreffende licentie ook ten behoeve van Mediq is verstrekt, alsmede dat met de zinsnede “in Nederland” alleen is bedoeld dat Mediq en Mediveen in Nederland moeten zijn gevestigd om aanspraak te hebben op de licentie, en dat daarmee niet is bedoeld dat de ontwerpen niet voor buitenlandse activiteiten van deze vennootschappen zouden mogen worden gebruikt.

“In Nederland”

4.25. Naar het oordeel van de rechtbank biedt de betreffende zinsnede van de licentiebepaling geen aanwijzing voor de juistheid van de stelling van Mediq en Mediveen dat de betreffende organisatie in Nederland moet zijn gevestigd. De context waarin de zinsnede is opgenomen duidt er eerder op dat deze slaat op het gebruik van het ontwerp, en niet op de vestigingsplaats van de ‘eigen organisatie’. Dit wordt bevestigd door het feit dat SVT reeds bij het aangaan van de overeenkomst wist dat opdrachtgeefster Mediveen in Nederland was gevestigd, zodat een dergelijke toevoeging (“in Nederland”) in dat geval zinledig zou zijn geweest.

4.26. Voorts is niet voldoende gemotiveerd gesteld door Mediq en Mediveen dat het op het moment van het sluiten van de overeenkomst reeds duidelijk was dat de ontwerpen die SVT in het kader van de opdracht zou maken, ook bestemd waren voor (apotheken in) het buitenland. De enkele omstandigheid dat SVT mogelijk wist dat een deel van de werken, namelijk de logo’s Mediq Instellingen en Mediq Direct, ook door Mediq zouden worden gebruikt, en dat Mediq een internationaal opererende onderneming is, is onvoldoende om een dergelijke bedoeling uit af te leiden. De kern van de ontwikkeling van de ontwerpen zag immers op de zogenaamde apotheekformule, waarvoor laatstbedoelde logo’s niet bedoeld waren. Voor de apotheekformule was een apart logo ontwikkeld. Bovendien rechtvaardigt het enkele ontwerpen van deze in de Nederlandse taal gestelde logo’s ook niet de conclusie dat SVT wist of moest weten dat ook gebruik daarvan in het buitenland werd beoogd. Hetzelfde geldt voor het geval dat SVT zou hebben geweten dat Mediq tot deponering van de logo’s als merken bij het Benelux Merkenbureau was overgegaan (hetgeen door SVT wordt betwist), nu een dergelijk depot niet zonder meer gebruik van het merk buiten Nederland impliceert.

4.27. Ten slotte is in deze van belang dat voor de licentie geen aparte licentievergoeding tussen partijen is overeengekomen, maar dat deze onderdeel uitmaakte van de totale opdrachtsom. Gelet op het feit dat de opdrachtsom ook strekte ter vergoeding van de aanzienlijke door SVT verrichte werkzaamheden ter ontwikkeling van de ontwerpen, acht de rechtbank aannemelijk dat SVT de toevoeging “in Nederland” heeft gehanteerd teneinde de reikwijdte van de licentie te beperken die zij ter zake van haar ontwerpen zou verlenen. Daarmee zou zij haar handen vrij hebben om een aanvullende opdracht te verkrijgen voor het wijzigen van de ontwerpen voor buitenlands gebruik en/of voor het bedingen van een aanvullende licentievergoeding, indien Mediveen en Mediq de licentie ook buiten Nederland zouden willen gebruiken.

4.28. Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat de zinsnede “in Nederland” in die zin moet worden uitgelegd dat deze ziet op de geografische beperking van het gebruik van de ontwerpen, en niet op de vestigingsplaats van de opdrachtgever.

“Eigen organisatie”

4.29. Wat door partijen is bedoeld met de zinsnede “eigen organisatie” is minder eenduidig. Bij de beantwoording van die vraag zal de rechtbank niet alleen acht slaan op hetgeen partijen ten tijde van de totstandkoming van de overeenkomst over en weer mochten verwachten, maar ook op de wijze waarop partijen aan de overeenkomst uitvoering hebben gegeven.

4.30. De rechtbank constateert dat in de zin van de licentiebepaling waarin voormelde zinsnede is opgenomen, wordt gesproken over een “exclusieve en volledige licentie”. Deze bewoordingen duiden erop dat SVT heeft beoogd een licentie met een zo volledig mogelijke inhoud te verstrekken. Voorts staat vast dat SVT geen belang heeft bij gebruik van de ontwerpen zelf (nu deze specifiek zien op de exploitatie van apotheken onder de naam Mediq), maar dat haar belang bij de licentie vooral is gelegen in het ontvangen van een licentievergoeding voor het gebruik van de ontwerpen, alsmede om te voorkomen dat onderdelen van de ontwerpen die zich voor hergebruik zouden lenen, worden gebruikt voor het maken van nieuwe ontwerpen. Dit is van belang, omdat daarmee de zinsnede “eigen organisatie” niet bedoeld kan zijn om een onderscheiding aan te brengen tussen het gebruik van de ontwerpen door SVT en het gebruik van de ontwerpen door de licentienemer.

4.31. Voor de uitleg van de zinsnede is voorts van belang dat alleen Mediveen opdrachtgeefster was met betrekking tot de ontwikkeling van de ontwerpen. Dit op zichzelf duidt erop dat de licentie primair voor gebruik door Mediveen was bedoeld. Deze enkele omstandigheid sluit evenwel niet uit dat de licentie tevens, als een derdenbeding, strekt ten behoeve van Mediq. De rechtbank is van oordeel dat daarvan inderdaad sprake is. Zij overweegt daartoe als volgt.

4.32. Ten eerste moet worden geconstateerd dat de eerste opdracht die door Mediveen aan SVT is verstrekt (waarvan de volledige versie door Mediq en Mediveen als productie 9 is overgelegd) door SVT zelf wordt aangegeven dat zij “is gevraagd een voorstel uit te werken voor de conceptontwikkeling van een apothekersformule voor OPG/Mediveen”.

“OPG” is de (voormalige) handelsnaam van Mediq.

4.33. Ten tweede is van belang dat SVT niet heeft betwist dat naast Mediveen ook Mediq betrokken was bij het brainstormen over de ontwikkeling van de ontwerpen en het implementeren van de ontwerpen in een pilot-apotheek (Ommoord).

4.34. Ten derde geldt dat hoewel het overgrote deel van de te maken ontwerpen zag op de zogenaamde apotheekformule, en derhalve bedoeld voor gebruik binnen een apotheek, er ook ontwerpen waren, te weten de logo’s Mediq Instellingen en Mediq Direct, die gelet op de benaming daarvan, daarvoor duidelijk niet bedoeld waren. Deze omstandigheid duidt erop dat de te ontwikkelen ontwerpen mede strekten ten behoeve van Mediq, nu SVT wist of had moeten weten dat Mediveen zich enkel en alleen bezig hield met de exploitatie van apotheken, en niet met rechtstreekse levering aan eindgebruikers (waarvoor het logo Mediq Direct bedoeld was) of met levering aan zorginstellingen (waarvoor het logo Mediq Instellingen bedoeld was). Daarmee had SVT tevens moeten weten dat in ieder geval een deel van haar ontwerpen (de logo’s Mediq Direct en Mediq Instellingen) gebruikt zouden worden door een andere vennootschap van het Mediq-concern, namelijk Mediq.

4.35. Ten vierde moet in aanmerking worden genomen dat niet gesteld of gebleken is dat SVT zich op enig moment voorafgaande aan deze procedure heeft verzet tegen het deponeren door Mediq van de door haar ontworpen logo's als merken, dan wel tegen het gebruik van deze logo's door Mediq.

4.36. Ten vijfde schrijft de raadsman van SVT in zijn sommatie van 11 december 2008 (productie 15 van SVT), die hij richt aan Mediq, het volgende: “Zoals u weet spraken wij af dat OPG/Mediveen onze werken slechts mag gebruiken ten behoeve van haar eigen organisatie en dat zij die werken alleen binnen Nederland mag gebruiken.” Dat de vermelding “OPG” niet als een kennelijke schrijffout moet worden beschouwd, blijkt uit het feit dat SVT meerdere malen de combinatie “OPG/Mediveen” hanteert, namelijk bij de eerste opdracht (zie hiervoor) en op haar eigen website (ter omschrijving van de opdrachtgever van de werkzaamheden die zij in het kader van de onderhavige opdracht heeft verricht).

4.37. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat, ook voor zover SVT heeft beoogd om de licentie alleen aan Mediveen te verstrekken, Mediq en Mediveen mochten verwachten dat de licentie ook ten behoeve van Mediq zou strekken. De licentie dient in dit verband derhalve te worden aangemerkt als een derdenbeding dat zich mede uitstrekt over Mediq, en mogelijk ook over de rest van de Mediq-organisatie, voor zover deze zich bezighoudt met exploitatiehandelingen in Nederland. Dit betekent dat onder “eigen organisatie” in ieder geval ook Mediq moet worden verstaan, maar niet de buitenlandse dochtermaatschappijen van Mediq.

4.38. De rechtbank merkt in dit kader vast op dat de omstandigheid dat de licentie mede ten behoeve van Mediq strekt, tevens betekent dat Mediq gebonden is aan de beperkingen waaronder de licentie is verstrekt, zoals:

- de beperking dat deze licentie niet mag worden aangewend voor gebruik van ontwerpen buiten Nederland (de licentiebepaling in de overeenkomsten),

- dat de licentie automatisch vervalt, indien de licentie op een ruimere en/of andere wijze wordt gebruikt dan deze is bedoeld (artikel 5.3 van de algemene voorwaarden) en

- dat een boete wordt verbeurd als de licentie op een ruimere of andere wijze wordt gebruikt (artikel 5.2 van de algemene voorwaarden).

Beëindiging licentie

4.39. Vervolgens dient beoordeeld te worden of SVT tot beëindiging van de licentie per 11 november 2009 heeft mogen overgaan. SVT baseert de beëindiging van de licentie op artikel 5.3 van de algemene voorwaarden. Daarin is bepaald dat de verleende licentie komt te vervallen vanaf het moment dat de opdrachtgever zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst niet volledig nakomt, tenzij de tekortkoming in het licht van de gehele opdracht van ondergeschikte betekenis is. Gelet op het feit dat de aan Mediq, in de vorm van een derdenbeding, verstrekte licentie gekoppeld is aan de aan Mediveen verleende licentie, betekent dit dat de licentie bij een tekortkoming van Mediveen en/of Mediq in zijn geheel komt te vervallen.

4.40. Mediq en Mediveen hebben als verweer gevoerd dat:

- de algemene voorwaarden van SVT niet bij elke opdracht ter hand zijn gesteld,

- zij de voorwaarden van de licentie niet hebben overtreden,

- zij ter zake van een eventuele tekortkoming niet in gebreke zijn gesteld, zodat van een tekortkoming in de zin van de algemene voorwaarden geen sprake is,

- een eventuele overtreding als een “tekortkoming van ondergeschikte betekenis” moet worden beschouwd, zodat SVT niet gerechtigd was om per 11 november 2009 tot ontbinding van de overeenkomst over te gaan.

4.41. In het licht van het voorgaande zal de rechtbank in het navolgende beoordelen:

1) of de algemene voorwaarden van SVT ter hand zijn gesteld,

2) of Mediq en/of Mediveen de voorwaarden waaronder de licentie is verstrekt, hebben overtreden,

3) zo ja, of deze overtreding als een tekortkoming van ondergeschikte betekenis moet worden gekwalificeerd en,

4) zo nee, of Mediq en Mediveen ter zake van deze tekortkoming in gebreke gesteld zijn of hadden moeten worden.

1) Terhandstelling algemene voorwaarden SVT

4.42. Mediq en Mediveen hebben erkend dat de algemene voorwaarden aan Mediveen ter hand zijn gesteld. Zij voeren evenwel aan dat dit alleen bij de eerste overeenkomst heeft plaatsgevonden en opnieuw terhandstelling voor de hand had gelegen bij de overeenkomst met betrekking tot de ontwikkeling van de logo’s.

4.43. Wat van deze stelling ook zij, de rechtbank constateert dat Mediq en Mediveen aan het niet telkens overhandigen van de algemene voorwaarden niet het gevolg verbinden dat de algemene voorwaarden vernietigd dienen te worden, zodat de rechtbank aan dit verweer voorbij gaat.

2) Overtreding voorwaarden licentie

4.44. De rechtbank begrijpt het ter zake door SVT ingenomen standpunt aldus dat Mediq en Mediveen, dan wel één van hen, aan een Poolse en een Belgische dochter-/zuster-maatschappij (hierna ook aan te duiden als: de buitenlandse vennootschappen) toestemming hebben gegeven voor het gebruik van de ontwerpen van SVT voor Poolse en Belgische apotheken, en dat zij (of één van hen) in dat kader de specificaties van de ontwerpen en de voor de ontwerpen gebruikte digitale bestanden ter beschikking hebben gesteld.

4.45. Mediq en Mediveen ontkennen dat de buitenlandse vennootschappen de ontwerpen van SVT in hun apotheken hebben toegepast, waarmee zij kennelijk beogen te betogen dat de diverse onderdelen van de inrichting van de buitenlandse apotheken als nieuw en oorspronkelijk moeten worden gekwalificeerd. Subsidiair voeren zij aan dat zij de betreffende vennootschappen in ieder geval geen toestemming hebben gegeven voor het gebruik van de werken en dat zij ook geen specificaties en digitale bestanden ter beschikking hebben gesteld. Zij betogen dat de buitenlandse apotheken de ontwerpen ook hebben kunnen overnemen van de website van SVT of door een bezoek aan een Nederlandse Mediq-apotheek te brengen.

4.46. De rechtbank is van oordeel dat deze verweren van Mediq en Mediveen geen stand houden, en overweegt daartoe als volgt.

4.47. Uit de hieronder afgebeelde foto’s van de inrichting van de apotheken in Polen en België blijkt dat diverse auteursrechtelijk beschermde elementen van de ontwerpen in die apotheken zijn overgenomen.

In Polen:

- het logo: is geheel overgenomen, met dien verstande dat het logo de Poolse vertaling van het woord apotheek bevat (zie de hierna volgende foto),

Poolse apotheek/ ontwerp SVT

- de haakse lichtbak is ongewijzigd overgenomen (zie de foto’s hiervoor).

- het brandstatement: de capsulevorm, de kleur en verdeling in kleurvlakken, de grootte van de capsule en de verschillen in groottes tussen de woorden zijn overgenomen; de tekst is alleen vertaald in het Pools en de tekening van een esculaap met pilaar is vervangen door een tekening van een boom.

Poolse apotheek/ontwerp SVT

In België ligt dat anders:

- het logo aan de buitenzijde van de apotheek is niet als een verveelvoudiging aan te merken. Van de ontwerpen van SVT is weliswaar de dubbele kruisvorm tegen een donkerblauw vlak overgenomen alsmede het lettertype en (het verschil in) lettergrootte van de woorden, maar daar staat tegenover dat de kleur van het kruis op een duidelijke wijze verschilt van die van het werk van SVT (namelijk de voor dergelijke kruizen internationaal gangbare kleur groen in plaats van de in het ontwerp gehanteerde ‘kleur’ wit). Voorts zijn de woorden “Mediq” en “apotheek” naast elkaar geplaatst (in plaats van boven elkaar) en zijn deze woorden tegen een achtergrond met een andere kleur geplaatst (grijs in plaats van blauw). Daardoor ontstaat een zodanig andere totaalindruk dat het logo aan de buitenzijde van deze Belgische apotheek niet als een verveelvoudiging van het ontwerp van SVT kan worden beschouwd.

de Belgische apotheek

- de haakse lichtbak (zie de foto hiervoor) is evenmin als een verveelvoudiging aan te merken. De vorm en achtergrondkleur van de lichtbak zijn ongewijzigd overgenomen, maar ook hier geldt dat het gebruik van de (gangbare) kleur groen bij het kruis, zijnde het meest opvallende onderdeel van de lichtbak, een zodanig andere totaalindruk oplevert, dat niet van een verveelvoudiging kan worden gesproken.

- het brandstatement is wel ongewijzigd overgenomen:

brandstatement

- het in-store communicatiemateriaal: de robotwanden met foto’s en de foto’s die onderdeel uitmaken van het in-store communicatiemateriaal zijn ook ongewijzigd overgenomen, inclusief het daarin afgebeelde, door SVT ontworpen logo.

communicatiemateriaal

4.48. Zoals volgt uit hetgeen hiervoor reeds is overwogen, handelt de Belgische apotheek met het door haar gehanteerde logo aan de buitenzijde alsmede de lichtbak niet in strijd met het auteursrecht van SVT.

Voor de overige hiervoor behandelde onderdelen van de apotheken in Polen en België geldt dat de geconstateerde afwijkingen van onvoldoende gewicht zijn om de totaalindruk die de hiervoor weergegeven onderdelen van de buitenkant en de inrichting van de Poolse en Belgische apotheken maken, wezenlijk te laten afwijken van die van de ontwerpen van SVT. De conclusie moet derhalve zijn dat de Poolse en Belgische apotheken diverse ontwerpen van SVT hebben toegepast, en dat derhalve geen sprake is van nieuwe, oorspronkelijke werken.

4.49. Mediq en Mediveen hebben hun subsidiaire stelling dat zij aan de buitenlandse vennootschappen geen toestemming hebben gegeven voor gebruik van de ontwerpen, noch specificaties en bestanden van de ontwerpen hebben verstrekt, onvoldoende onderbouwd. Immers, zonder nadere onderbouwing, die dus ontbreekt, valt niet in te zien hoe de apotheken in Polen en België voor hun inrichting logo’s, brandstatement e.a. kunnen zijn gaan gebruiken die hooguit slechts op ondergeschikte punten afwijken van de ontwerpen van SVT, zonder dat deze apotheken daartoe de specificaties en/of digitale bestanden van Mediq en/of Mediveen hebben verkregen. De enkele, niet onderbouwde stelling van Mediq en Mediveen dat deze apotheken ook door raadpleging van de website van SVT en/of door een bezoek van apotheken in Nederland tot deze vrijwel gelijke inrichting hebben kunnen komen, is daartoe onvoldoende. Immers, met een bezoek aan de website en/of aan apotheken in Nederland kan niet met de benodigde nauwkeurigheid worden afgeleid welke kleuren moeten worden gebruikt, welke afmetingen de betreffende materialen moeten hebben en dergelijke. In het bijzonder ten aanzien van de foto’s die in de buitenlandse apotheken zijn gebruikt, geldt dat - zoals Mediq en Mediveen niet hebben weersproken - voor het bereiken van dezelfde hoge resolutie als de foto’s die bij de inrichting van apotheken in Nederland zijn gebruikt, de betreffende apotheken in Polen en België de beschikking moeten hebben gehad over de digitale bestanden van de betreffende foto’s.

4.50. Gelet op het voorgaande moet ervan worden uitgegaan dat Mediq en/of Mediveen de specificaties, waarin de ontwerpen zijn afgebeeld en worden omschreven, en de digitale bestanden van de gebruikte foto’s, aan de Poolse en Belgische vennootschappen hebben verstrekt. Onduidelijk is of de betreffende specificaties en digitale bestanden door Mediq of door Mediveen zijn verstrekt, omdat - gelet op de omstandigheid dat beide partijen aan de overeenkomst rechten op die gegevens kunnen ontlenen - aangenomen moet worden dat beide gedaagden daarover konden beschikken. De rechtbank heeft ter gelegenheid van beide comparities Mediq en Mediveen verzocht om duidelijkheid te verstrekken over de wijze waarop de apotheken in Polen en België over de details met betrekking tot de inrichting zijn komen te beschikken. Op de eerste comparitie is namens Mediq en Mediveen verklaard dat zij dat niet weten. Op de tweede comparitie heeft de rechtbank de vraag herhaald, en daarop is namens Mediq en Mediveen geantwoord dat zij dat nog steeds niet weten en dat zij dat ook niet hebben nagevraagd. Daarmee hebben Mediq en Mediveen niet voldaan aan de in artikel 21 Rv neergelegde verplichting om de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig aan te voeren. De rechtbank verbindt hieraan het gevolg dat beide gedaagden verantwoordelijk geacht moeten worden voor de verstrekking van de specificaties en de digitale bestanden aan de Poolse en Belgische vennootschappen.

4.51. Het voorgaande betekent dat er in het navolgende van moet worden uitgegaan dat beide gedaagden specificaties en digitale bestanden van de werken van SVT aan de aan haar gelieerde buitenlandse vennootschappen hebben verstrekt. Daarmee hebben zij (impliciet) toestemming (al dan niet in de vorm van een sublicentie) gegeven tot het gebruik van de ontwerpen. Het verstrekken van toestemming voor het gebruik van de ontwerpen in het buitenland en het verstrekken van de specificaties en bestanden van de werken van SVT aan de buitenlandse vennootschappen was volgens de licentie niet toegestaan, zodat het verstrekken van deze toestemming, specificaties en bestanden kwalificeert als een overschrijding van de voorwaarden van de verstrekte licentie en daarmee tevens als een toerekenbare tekortkoming van zowel Mediveen (als rechtstreekse contractspartij) als Mediq (via het derdenbeding).

4.52. Het voorgaande betekent dat de onder 3.1 sub 1 gevorderde verklaring voor recht dat Mediq en Mediveen hun verplichtingen jegens SVT hebben geschonden, in beginsel toewijsbaar is. De rechtbank constateert evenwel dat de vordering ten aanzien van Mediq is ingesteld onder de voorwaarde dat de rechtbank zou oordelen dat sprake is van vereenzelviging van Mediq met Mediveen. Een dergelijke vereenzelviging wordt in de jurisprudentie echter alleen in uitzonderlijke omstandigheden aangenomen (vgl. Hoge Raad 13 oktober 2000, JOR 2000, 238). SVT heeft dergelijke uitzonderlijke omstandigheden niet aangevoerd, zodat vereenzelviging tussen Mediq en Mediveen niet kan worden aangenomen. De voorwaarde waaronder de vordering is ingesteld is derhalve niet vervuld, zodat de gevorderde verklaring voor recht alleen ten aanzien van Mediveen toewijsbaar is.

3) Tekortkoming van ondergeschikte betekenis

4.53. Uit hetgeen hierna onder 4.76 tot en met 4.82 ten aanzien van de verschuldigdheid van de contractuele boete zal worden overwogen, volgt dat de overtreding van de voorwaarden van de licentie niet als een tekortkoming van ondergeschikte betekenis kan worden beschouwd, zodat SVT in beginsel gerechtigd was de licentie per 11 november 2009 op te zeggen (als vervallen te beschouwen).

4) Niet in gebreke gesteld

4.54. Voor zover op basis van artikel 5.3 van de algemene voorwaarden al een ingebrekestelling vereist is (deze bepaling kan ook zo worden gelezen dat de licentie automatisch eindigt bij een tekortkoming of dat de licentie vanaf het moment van tekortkoming door SVT kan worden opgezegd) geldt dat een ingebrekestelling in het onderhavige geval op grond van het bepaalde in artikel 6:83 sub c BW achterwege kon blijven gelet op de inhoud van de e-mail van 17 juli 2008 (productie 14 van SVT). In deze e-mail geven Mediq en Mediveen te kennen dat zij (na raadpleging van hun advocaten) van mening zijn dat zij geen inbreuk hebben gemaakt op de auteursrechten van SVT en dat zij derhalve niet toekomen aan een discussie over de betaling van een vergoeding of schadeloosstelling aan SVT. SVT heeft deze e-mail - naar het oordeel van de rechtbank - mogen opvatten als een mededeling van Mediq en Mediveen dat zij geen gevolg zouden geven aan het verzoek van SVT om de licentiebepaling na te leven, en daarmee als een mededeling dat zij tekort zouden schieten in de nakoming van de overeenkomst. Het verweer van Mediq en Mediveen dat zij niet in gebreke zijn gesteld, treft derhalve geen doel.

Tussenconclusie

4.55. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat SVT gerechtigd was de licentie per 11 november 2009 op te zeggen (als vervallen mocht beschouwen). Dit betekent dat de onder 3.1. sub 4 gevorderde verklaring voor recht dat SVT de licentieovereenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd, voor toewijzing vatbaar is.

4.56. Vaststaat tussen partijen dat Mediq en Mediveen vanaf 11 november 2009 de ontwerpen van SVT onder meer in hun apotheken in Nederland zijn blijven gebruiken, zodat Mediq en Mediveen vanwege het ontbreken per 11 november 2009 van de daarvoor benodigde toestemming vanaf dat moment inbreuk maken op de auteursrechten van SVT. Het gevorderde bevel om het maken van inbreuk in Nederland op de auteursrechten van SVT te staken en gestaakt te houden (de vordering onder 3.1. sub 5) is dan ook in beginsel in zoverre toewijsbaar.

4.57. Voor zover Mediq stelt dat de door haar gebruikte logo’s Mediq Direct en Mediq Instellingen geen verveelvoudigingen zijn van de ontwerpen van SVT (en dat het bevel daarvoor dus niet zou moeten gelden), volgt de rechtbank haar daarin niet.

Logo's mediq en SVT

4.58. Immers, deze logo's hebben dezelfde capsulevorm en afmetingen, hetzelfde lettertype en dezelfde lettergrootte, hetzelfde kleurgebruik alsmede vrijwel dezelfde kruisvorm met dubbele belijning als de door SVT ontworpen logo's. Het enige verschil is gelegen (wat betreft het logo Mediq Instellingen) in het vervangen van het bovenste gedeelte van het kruis door een rondje, waardoor de kruisvorm enigszins wordt gewijzigd in de basisvorm van een poppetje. Ten aanzien van Mediq Direct is het verschil gelegen in het feit dat de kruisvorm dubbel is uitgevoerd, waardoor de basisvorm van twee poppetjes ontstaat. Gelet op het feit dat in beide gevallen de dubbele belijning volledig en de kruisvorm in enige mate worden gehandhaafd en de overige elementen van de ontwerpen van SVT volledig worden gehandhaafd, is de rechtbank van oordeel dat de totaalindrukken van deze logo’s onvoldoende verschillen van de ontwerpen van SVT, om deze als zelfstandige werken en niet als verveelvoudigingen te beschouwen. Ook ten aanzien van deze logo's geldt derhalve dat Mediq vanaf 11 november 2009 inbreuk maakt op de auteursrechten van SVT.

4.59. Gelet op de voorgaande is het gevorderde bevel om inbreuk op de auteursrechten van SVT in Nederland te staken en gestaakt te houden toewijsbaar ten aanzien van beide gedaagden.

Inbreuk op het auteursrecht van SVT in Polen en België?

4.60. Voor zover het gevorderde bevel om inbreuk op de auteursrechten van SVT te staken ziet op inbreuken in Polen en België, dient vanwege het grensoverschrijdend karakter van deze vorderingen beoordeeld te worden welk recht hierop van toepassing is. De vraag of sprake is van een inbreuk op het auteursrecht moet worden beoordeeld naar het recht van het land voor welk grondgebied de bescherming wordt ingeroepen (lex loci protectionis), derhalve naar Pools respectievelijk Belgisch recht.

4.61. De rechtbank begrijpt dat SVT zich op het standpunt stelt dat Mediq en Mediveen inbreuk hebben gemaakt op haar auteursrecht in Polen en België doordat:

1) de buitenlandse vennootschappen in strijd met haar auteursrecht hebben gehandeld door apotheken in Polen en België de ontwerpen van SVT voor de inrichting en de buitenzijde van de apotheken te gebruiken, en Mediq met deze buitenlandse vennootschappen moet worden vereenzelvigd,

2) Mediq en Mediveen aan de buitenlandse vennootschappen toestemming (sublicentie) hebben verleend voor het gebruiken van de ontwerpen van SVT voor de inrichting en de buitenzijde van de apotheken in Polen en België,

3) Mediq en Mediveen aan de buitenlandse vennootschappen specificaties en digitale bestanden van de ontwerpen van SVT ter beschikking hebben gesteld.

Ad 1)

4.62. Onder 4.47 en 4.48 heeft de rechtbank geoordeeld dat de Belgische en Poolse apotheken (beoordeeld naar Nederlands auteursrecht) diverse ontwerpen van SVT hebben toegepast, zodat zij daarmee in beginsel (naar Nederlands recht) inbreuk hebben gemaakt op de auteursrechten van SVT. In de door SVT overgelegde opinies (producties 38 en 39 van SVT) over het Belgische en Poolse auteursrecht, waarvan de juistheid door Mediq en Mediveen niet voldoende gemotiveerd is bestreden, wordt geconcludeerd dat de Belgische en Poolse vennootschappen daarmee ook hebben gehandeld in strijd met het Belgische en Poolse auteursrecht. Daaruit kan evenwel niet de gevolgtrekking worden gemaakt dat Mediq en/of Mediveen daardoor eveneens inbreuk hebben gemaakt op het auteursrecht van SVT. In de opinie over Pools recht wordt geconcludeerd dat het gebruik van het Logo en het Brandstatement in gewijzigde vorm een inbreuk op het auteursrecht naar Pools recht oplevert. Het gebruik van deze werken vindt niet plaats door Mediq en/of Mediveen, maar door de Poolse vennootschap, zodat ook naar Pools recht niet geconcludeerd kan worden dat Mediq en/of Mediveen door het gebruik van de werken van SVT (in gewijzigde vorm) in de Poolse apotheken zelfstandig inbreuk maken/maakt op het auteursrecht van SVT.

In de opinie over Belgisch recht (productie 38 van SVT) is vermeld dat het voor de vraag of door het handelen van de buitenlandse vennootschappen inbreuk wordt gemaakt op het auteursrecht van belang is wie de betrokken handeling heeft uitgevoerd (punt 6 van de opinie). Dat is de Belgische vennootschap, en niet Mediq en/of Mediveen. Dit betekent dat ook naar Belgisch recht moet worden geoordeeld dat Mediq en/of Mediveen door het gebruik van de werken van SVT in de Belgische apotheek niet zelf (ook) inbreuk maken op het auteursrecht van SVT. Hetgeen in de opinie in punt 6 verder is vermeld over een eventuele auteursrechtinbreuk van Mediq doet aan deze conclusie niet af, omdat de betreffende zinsnede niet het handelen van de buitenlandse vennootschappen betreft (het gebruik van de werken in de Belgische apotheek), maar het handelen van Mediq zelf (het verstrekken van de specificaties en bestanden aan de Belgische vennootschap). Of dat handelen van Mediq een inbreuk op het auteursrecht van SVT oplevert, zal hierna onder 4.66. e.v. worden beoordeeld.

4.63. Voor zover SVT een beroep heeft gedaan op vereenzelviging van Mediq met de buitenlandse vennootschappen, heeft zij onvoldoende aangevoerd om een dergelijke conclusie te kunnen rechtvaardigen. De enkele omstandigheid dat Mediq de moedermaatschappij is van de buitenlandse vennootschappen, en zich in dat kader met haar buitenlandse werkmaatschappijen heeft bemoeid, is onvoldoende om Mediq op deze grond aansprakelijk te achten voor het handelen van haar dochtervennootschappen.

Ad 2)

4.64. Zoals de rechtbank onder 4.51 heeft overwogen, hebben Mediq en Mediveen door het verstrekken van toestemming aan de buitenlandse vennootschappen voor het gebruik van de ontwerpen van SVT in de Belgische en Poolse apotheken de voorwaarden overtreden waaronder de licentie door SVT aan hen was verleend. Daarmee is sprake van een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van Mediq en Mediveen, maar niet automatisch tevens sprake van een inbreuk op het auteursrecht van SVT. Het verlenen van deze toestemming kan alleen een inbreuk op het auteursrecht door Mediq en Mediveen opleveren, indien deze handeling naar het recht van respectievelijk België en Polen een auteursrechtelijk verboden handeling betreft.

4.65. In de door SVT overgelegde opinies over Belgisch en Pools recht is tot uitgangspunt genomen dat Mediq en/of Mediveen niet gerechtigd was/waren om aan de buitenlandse vennootschappen toestemming voor het gebruik van de werken van SVT te verstrekken (zie de inleiding van de Belgische opinie en punt 4 van de Poolse opinie). Daaraan is vervolgens in de opinies niet de gevolgtrekking verbonden dat Mediq en/of Mediveen door dat enkele feit al in strijd met het Belgische en Poolse auteursrecht hebben gehandeld. Dat zou wel voor de hand hebben gelegen, indien het enkele verlenen van toestemming in strijd is met het Belgische en Poolse auteursrecht zou zijn.

In de Belgische en Poolse auteurswet heeft de rechtbank verder ook geen bepaling aangetroffen die het verstrekken van toestemming (door een daartoe niet-gerechtigde) voor een auteursrechtelijk verboden handeling als inbreuk op het auteursrecht zelf kwalificeert.

Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat ook naar Belgisch en Pools auteursrecht het ontbreken van toestemming van de maker alleen meebrengt dat de maker zich kan verzetten tegen een in beginsel aan de maker voorbehouden handeling (zoals openbaarmaking en verveelvoudiging van het werk) door een ander dan hijzelf, maar dat het verstrekken van deze toestemming door een daartoe niet gerechtigde niet een zelfstandige inbreuk op het auteursrecht oplevert.

Ad 3)

4.66. Het verzenden van specificaties van de werken en bestanden die (een deel van de) werken van SVT bevatten, moet worden aangemerkt als een handeling die gericht is op het ‘openbaar maken’ van de werken aan de buitenlandse vennootschappen. Naar zowel het Belgische als het Poolse recht is in een dergelijk geval pas sprake van een auteursrechtelijk verboden handeling als sprake is van een ‘openbaarmaking’ aan het publiek:

- voor het Belgische recht blijkt dit uit artikel 1, paragraaf 1, lid 4 van de Belgische Auteurswet dat bepaalt dat alleen de auteur het recht heeft om het werk mee te delen aan het publiek.

- voor het Poolse recht blijkt dit uit artikelen 5 en 6 van de Poolse Auteurswet. In artikel 5 leden 2 en 3 is bepaald dat de Auteurswet alleen van toepassing is op werken die ‘openbaar gemaakt’ (‘published’) zijn. In artikel 6 lid 1 van de Poolse Auteurswet is bepaald dat met een ‘openbaar gemaakt werk’ in de zin van de Auteurswet wordt bedoeld een werk dat met toestemming van de maker is verveelvoudigd en waarvan de verveelvoudigingen ter beschikking zijn gesteld aan het publiek.

4.67. Het voorgaande betekent dat Mediq en Mediveen met het verstrekken van de specificaties en de bestanden alleen dan inbreuk hebben gemaakt op het auteursrecht van SVT, indien Mediq en Mediveen met die handeling de ontwerpen aan het publiek ter beschikking hebben gesteld. De reikwijdte van het begrip “publiek” naar Pools en Belgisch auteursrecht kan zonder een nadere opinie of onderzoek door het Internationaal Juridisch Instituut worden beoordeeld. Immers, België en Polen zijn als lidstaten van de Europese Unie gebonden aan de Richtlijn 2001/29/EG betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij, alsmede aan de wijze waarop het Hof van Justitie de bepalingen van deze richtlijn uitlegt. In het arrest van 7 december 2006 (C-306/05 inzake SGAE/Rafael Hoteles) heeft het Hof een uitleg gegeven aan de zinsnede “mededeling aan het publiek” in de zin van artikel 3 van die richtlijn. Dit artikel houdt, kort gezegd, in dat de lidstaten voorzien in een uitsluitend recht van auteurs op mededeling van hun werken aan het publiek. In voormeld arrest heeft het Hof van Justitie bepaald:

- dat het begrip “publiek” in deze richtlijn op een autonome en eenvormige wijze moet worden uitgelegd (overweging 31 van het arrest)

- dat aan het begrip “mededeling aan het publiek” een ruime betekenis moet worden gegeven (overweging 36)

- dat het Hof in eerdere zaken heeft geoordeeld dat het woord „publiek” ziet op een onbepaald aantal potentiële televisiekijkers (overweging 37),

- dat er sprake moet zijn van een “vrij groot aantal personen” die van de mededeling kennis neemt (overwegingen 38),

- dat de beschikbaarstelling van de werken “een aanzienlijke omvang” moet nemen (overweging 39), alsmede

- dat de loutere beschikbaarstelling van de fysieke installaties (voor het doen van de mededeling aan het publiek) als zodanig geen “mededeling aan het publiek” is in de zin van artikel 3 van de richtlijn (overwegingen 45-47).

4.68. Het oordeel van het Hof van Justitie dat het begrip “publiek” in de Richtlijn op een autonome en eenvormige wijze moet worden uitgelegd, brengt mee dat het aan België en Polen niet vrijstaat een andere uitleg aan dat begrip te verlenen dan het Hof van Justitie daaraan geeft. Dit betekent dat het begrip “publiek” in het Poolse en Belgische auteursrecht moet worden uitgelegd op de wijze waarop het Hof van Justitie dat in voormeld arrest heeft gedaan.

4.69. De rechtbank stelt vast dat het beweerdelijk inbreukmakend handelen van Mediq en Mediveen (het verstrekken van specificaties en bestanden) zich heeft beperkt tot de buitenlandse vennootschappen. Deze buitenlandse vennootschappen behoren/behoorden tot de Mediq-groep, zodat het handelen van Mediq en Mediveen - hoewel mogelijk uiteindelijk verricht met het oog op gebruik door apotheken in Polen en België - op zichzelf beschouwd slechts een intern karakter had. De buitenlandse vennootschappen zijn degenen die de ontwerpen, specificaties en bestanden aan de beoogde potentiële eindgebruikers (de potentiële bezoekers van de apotheken in België en Polen) ter beschikking hebben gesteld door deze toe te (doen) passen in de door hen geëxploiteerde apotheken.

4.70. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het verstrekken van de specificaties en de digitale bestanden door Mediq en Mediveen aan de buitenlandse vennootschappen moet worden gekwalificeerd als het ter beschikking stellen van de faciliteiten voor het plegen van inbreuken op het auteursrecht door de buitenlandse vennootschappen in de zin van voormeld arrest van het Hof van Justitie. Het uitsluitend beschikbaar stellen van deze fysieke faciliteiten is door het Hof niet aangemerkt als een “mededeling aan het publiek”, zodat de handelwijze van Mediq en Mediveen geen auteursrechtelijk verboden ‘openbaarmaking’ naar Pools en Belgisch auteursrecht oplevert.

Conclusie

4.71. Het voorgaande betekent dat het gevorderde bevel tot staking van het plegen van inbreuken op de auteursrechten van SVT dient te worden afgewezen, voor zover deze vordering ziet op België en Polen.

Dwangsom en termijn

4.72. De dwangsom die aan het gevorderde bevel ten aanzien van Nederland zal worden verbonden, zal worden beperkt en aan een maximum worden gebonden. Voorts zal de rechtbank een aanzienlijk ruimere termijn bepalen om aan het bevel te voldoen dan gevorderd, nu te voorzien is dat met het verwijderen van de logo's en andere ontwerpen uit de apotheken in Nederland geruime tijd gemoeid zal zijn. Bovendien zullen partijen, gelet op de over en weer bestaande belangen, deze periode kunnen gebruiken om tot een minnelijke oplossing te komen.

Verklaring over en vernietiging van inbreukmakende producten

4.73. SVT heeft niet onderbouwd waarom zij naast het gevorderde bevel en de op naleving daarvan gestelde dwangsom een zelfstandig belang heeft bij een verklaring van Mediq en Mediveen over het aantal exemplaren van de inbreukmakende producten waarover zij beschikken, alsmede bij de gevorderde veroordeling tot vernietiging van deze producten. Deze vorderingen zullen dan ook worden afgewezen.

De schadevergoeding

4.74. Ten aanzien van de gevorderde schadevergoeding overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank constateert dat SVT naast schadevergoeding (de vordering onder 3.1 sub 6) tevens betaling van een contractuele boete vordert (de vordering onder 3.1 sub 3) die ziet op hetzelfde feitencomplex (het handelen in strijd met de licentieovereenkomst). Op grond van het bepaalde in artikel 6:92 lid 2 BW treedt hetgeen ingevolge een boetebeding verschuldigd is, in de plaats van de schadevergoeding op grond van de wet. Deze bepaling is van aanvullend recht, zodat partijen in beginsel een andersluidende afspraak kunnen maken.

4.75. In artikel 5.2 van de algemene voorwaarden is over de verhouding van de verschuldigde boete tot de schadevergoedingsverplichting de volgende zinsnede opgenomen: “onverminderd het recht van de ontwerper een vergoeding voor de daadwerkelijk geleden schade te vorderen”. Deze zinsnede laat ruimte voor een verschillende uitleg daarvan. De bepaling kan uitgelegd worden als een regeling die schadevergoeding naast de contractuele boete uitsluit, maar ook als een bepaling die een dergelijke samenloop wel toelaat. In een dergelijk geval, waarin de strekking van het boetebeding niet duidelijk is, dient de bepaling in het voordeel van de schuldenaar te worden uitgelegd (Parlementaire Geschiedenis Boek 6 BW p. 322). Dit betekent dat artikel 5.2 van de algemene voorwaarden in die zin moet worden uitgelegd dat daarmee niet is beoogd af te wijken van het wettelijke uitgangspunt dat de verbeurde contractuele boete in de plaats treedt van de verschuldigde schadevergoeding. Nu het gevorderde bedrag aan schadevergoeding lager is dan het gevorderde bedrag aan boete, is de gevorderde schadevergoeding alleen toewijsbaar, als geoordeeld moet worden dat Mediq en/of Mediveen de contractuele boete niet verschuldigd zijn. De rechtbank zal dat in het navolgende beoordelen.

De contractuele boete

4.76. SVT heeft de door haar ingestelde vorderingen onder 3.1. sub 2 en 3 met betrekking tot de contractuele boete gegrond op artikel 5.2 van haar algemene voorwaarden. Op grond van deze bepaling heeft SVT, indien haar ontwerpen ruimer of op een andere wijze worden gebruikt dan is overeengekomen, recht op een vergoeding van tenminste driemaal het overeengekomen honorarium. Uit hetgeen hiervoor onder 4.44 tot en met 4.51 is overwogen volgt dat van een dergelijk “ruimer gebruik” door Mediq en Mediveen sprake is geweest, zodat Mediq en Mediveen in beginsel de contractuele boete verschuldigd zijn.

4.77. Het verweer van Mediq en Mediveen dat SVT heeft nagelaten om haar ter zake van de boete aan te manen ex artikel 6:93 BW, kan haar niet baten. Immers, zoals onder 4.54 reeds is overwogen mocht in het onderhavige geval, gelet op het bepaalde in artikel 6:83 sub c BW, een ingebrekestelling achterwege blijven.

4.78. Ten aanzien van het beroep van Mediq en Mediveen op matiging van de bedongen boete overweegt de rechtbank dat volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad alleen in uitzonderlijke gevallen tot matiging mag worden overgegaan. De in artikel 6:94 BW opgenomen maatstaf dat voor matiging slechts reden kan zijn indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist, brengt volgens de Hoge Raad mee dat de rechter pas van zijn bevoegdheid tot matiging gebruik mag maken, als de toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt.

4.79. Aan haar beroep op matiging hebben Mediq en Mediveen ten grondslag gelegd dat de inbreuk op de licentie van onbeduidende omvang was en dat de afspraken tussen partijen over de licentie niet duidelijk en niet ondubbelzinnig waren.

4.80. De rechtbank stelt voorop dat het boetebeding een onderdeel is van de algemene voorwaarden van SVT, die in de betreffende sector gebruikelijk zijn en daar algemeen worden toegepast. Voorts geldt dat Mediveen/Mediq moet worden aangemerkt als een grote professionele partij, die zich moet hebben gerealiseerd wat de strekking van het boetebeding is en wat de gevolgen daarvan zouden kunnen zijn. De betreffende boetebepaling laat, anders dan Mediq en Mediveen stellen, in combinatie met de licentiebepaling niets aan duidelijkheid te wensen over ten aanzien van de vraag wanneer de boete verschuldigd is. Mediq en Mediveen hadden op basis van deze bepaling en de in iedere overeenkomst opgenomen licentiebepaling moeten weten dat zij door het geven van toestemming aan de buitenlandse vennootschappen tot het gebruik van de ontwerpen en het verzenden van de specificaties en bestanden de licentiebepaling zouden overtreden.

4.81. De omstandigheid dat het gebruik van de ontwerpen van SVT in België per

1 augustus 2009 zou zijn beëindigd, doet niet af aan het feit dat de ontwerpen van SVT daar wel enige tijd zijn gebruikt, zodat ook in dat licht het tekortkomen van Mediq en Mediveen niet als onbelangrijk kan worden gekwalificeerd. Voor zover Mediq en Mediveen hebben beoogd te betogen dat slechts enkele apotheken in België en/of Polen gebruik maakten van de ontwerpen van SVT, geldt dat de toestemming van Mediveen en/of Mediq voor het gebruik is verleend aan de Poolse en Belgische vennootschappen die de exploitatie van apotheken tot doel hebben. Niet gesteld of gebleken is dat de door Mediveen/Mediq gegeven toestemming beperkt was tot de uiteindelijk gerealiseerde drie apotheken. In beginsel waren deze buitenlandse vennootschappen derhalve gerechtigd om deze ontwerpen in veel meer vestigingen toe te passen, zonder dat dit zou hebben geleid tot een zelfstandige toestemming van Mediveen/Mediq, die opnieuw tot overtreding van het boetebeding zou hebben geleid. Daarom moet ook het potentiële gebruik in Polen en België bij de beoordeling van de hoogte van het boetebedrag worden betrokken. Gelet op het feit dat het tekortkomen van Mediq en Mediveen feitelijk tot voor SVT nadelige gevolgen heeft geleid in twee landen, waarvan één land vele malen groter is dan Nederland, en daarbij vrijwel alle ontwerpen in de apotheken zijn overgenomen, kunnen de overtredingen niet als onbeduidend worden aangemerkt, en komt het boetebedrag - ook vergeleken met de door Mediveen aan SVT betaalde opdrachtsom, waarin de licentie voor Nederland is verwerkt - de rechtbank niet buitensporig hoog voor. Het beroep op matiging wordt derhalve afgewezen.

4.82. Het voorgaande betekent dat de gevorderde verklaring voor recht dat Mediq en Mediveen een boete van EUR 1.822.767,36 verschuldigd zijn (de vordering onder 3.1 sub 2), alsmede de gevorderde veroordeling tot betaling van die boete (de vordering onder 3.1 sub 3) in beginsel toewijsbaar zijn. Ook hier geldt evenwel dat de voorwaarde waaronder deze vorderingen zijn ingesteld (dat Mediq vereenzelvigd kan worden met Mediveen) niet vervuld is, zodat de vorderingen alleen toewijsbaar zijn ten aanzien van Mediveen. Gelet hierop zijn deze vordering ten aanzien van Mediq ook niet op een andere grondslag (artikel 2:403 BW) toewijsbaar.

Conclusie ten aanzien van de schadevergoedingsvordering

4.83. De conclusie van het voorgaande is dat - nu de gevorderde schadevergoeding (van EUR 1.086.640,--) lager is dan de verschuldigde contractuele boete - de vordering tot vergoeding van schade niet toewijsbaar is. De omstandigheid dat de gevorderde boete ten aanzien van Mediq wordt afgewezen (vanwege de aan die vordering verbonden voorwaarde van vereenzelviging), brengt daarin geen verandering, nu ook Mediq op basis van artikel 6:92 lid 2 BW tot geen verdere betaling jegens SVT gehouden is dan de contractuele boete.

Misbruik van bevoegdheid

4.84. Mediq en Mediveen hebben nog als verweer tegen de vorderingen aangevoerd dat uitoefening van de auteursrechten door SVT, in het bijzonder waar deze uitoefening ziet op het gebruik van de logo’s, neerkomt op misbruik van haar bevoegdheid in de zin van artikel 3:13 BW, althans dat het gebruik daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, omdat er sprake is van een grote onevenredigheid tussen enerzijds het louter financiële belang van SVT en anderzijds de te verwachten aanzienlijke schade aan de zijde van Mediq en Mediveen bij toewijzing van de vorderingen.

4.85. De rechtbank stelt voorop dat slechts in uitzonderlijke gevallen sprake kan zijn van misbruik van recht. Dat is onder meer het geval indien degene die de bevoegdheid uitoefent, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij uitoefening daarvan en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen. SVT heeft als auteursrechthebbende het uitsluitende recht om te bepalen hoe ver het gebruik van haar auteursrechten door derden als Mediq en Mediveen zich uitstrekt. De omstandigheid dat haar belang zich in concreto met name zal vertalen in een financieel belang en niet in een belang om de ontwerpen zelf te gebruiken of door een derde partij te laten gebruiken, doet daaraan niet af. De omstandigheid dat toewijzing van het gevorderde bevel voor Mediq en Mediveen grote financiële gevolgen zal hebben, rechtvaardigt ook niet de conclusie dat SVT zich daarom van het instellen van de betreffende vordering had dienen te onthouden. SVT heeft er recht op en belang bij om niet alleen haar schade vergoed te krijgen, maar ook om te waarborgen dat Mediq en Mediveen in de toekomst wel de auteursrechten van SVT zullen respecteren, en te voorkomen dat zij gedwongen wordt om die naleving met nieuwe procedures af te dwingen. Gelet op het voorgaande is van misbruik van bevoegdheid aan de zijde van SVT geen sprake. Op basis van dezelfde argumenten kan het beroep van SVT op haar auteursrechten ook niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar worden geoordeeld.

Onrechtmatige daad

4.86. Voor zover SVT (meer subsidiair) heeft betoogd dat Mediq en Mediveen onrechtmatig jegens haar hebben gehandeld door het gebruik van haar werken in het buitenland door buitenlandse zuster-/dochtervennootschappen niet tegen te houden, geldt dat de door haar ingestelde vorderingen niet op die grondslag zijn ingekleed, zodat de in het voorgaande afgewezen vorderingen niet op die grondslag alsnog kunnen worden toegewezen.

Uitvoerbaarverklaring bij voorraad

4.87. Mediq en Mediveen hebben zich tegen uitvoerbaar bij voorraadverklaring van het vonnis verweerd met de stelling dat toewijzing zou leiden tot een onaanvaardbaar hoge schade aan hun zijde, die waarschijnlijk niet op SVT verhaalbaar zal zijn. Subsidiair stellen zij zich op het standpunt dat aan uitvoerbaar bij voorraadverklaring een zekerheidsstelling tot een bedrag van EUR 10 miljoen dient te worden verbonden.

4.88. De rechtbank constateert dat de gevorderde uitvoerbaar bij voorraadverklaring zich ook uitstrekt over de gevorderde verklaringen voor recht, die naar hun aard niet voor uitvoerbaar bij voorraadverklaring vatbaar zijn. De vordering zal dan ook in zoverre moeten worden afgewezen.

4.89. Of een vonnis uitvoerbaar bij voorraad moet worden verklaard, moet worden beoordeeld aan de hand van de vraag of het belang van degene die de veroordeling verkrijgt zwaarder weegt dan het belang van de wederpartij bij behoud van de bestaande toestand tot op het rechtsmiddel is beslist. Voorop staat dat degene die de veroordeling verkrijgt, in beginsel belang heeft bij onmiddellijke tenuitvoerlegging daarvan. Dat aan de zijde van SVT een restitutierisico bestaat, hebben Mediq en Mediveen verder niet onderbouwd, zodat die omstandigheid geen gewicht in de schaal legt. Dit betekent dat niet geoordeeld kan worden dat het belang van Mediq en Mediveen bij het afwachten van de hoger beroepsprocedure zwaarder weegt dan het belang van SVT bij onmiddellijke tenuitvoerlegging, zodat het vonnis wel uitvoerbaar bij voorraad verklaard zal worden. Er is mitsdien ook geen aanleiding om daaraan een zekerheidsstelling te verbinden.

Proceskosten

4.90. Mediq en Mediveen zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. SVT heeft gevorderd om de proceskosten te begroten op de voet van artikel 1019h Rv, en in dat kader een bedrag gevorderd van EUR 60.063,58. Nu de vorderingen verband houden met de handhaving van rechten van intellectuele eigendom (overtreding van een door SVT aan Mediq en Mediveen verleende licentie), en namens Mediq en Mediveen ter comparitie is verklaard dat zij tegen de hoogte van de gemaakte kosten geen bezwaren hebben, is het gevorderde bedrag toewijsbaar. De kosten aan de zijde van SVT worden in dit licht begroot op:

berekening proceskosten

&lt;b&gt;5. De beslissing&lt;/b&gt;

De rechtbank

5.1. verklaart voor recht dat SVT de met Mediveen gesloten licentieovereenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd,

5.2. verklaart voor recht dat Mediveen door:

- het geven van toestemming aan haar Poolse en Belgische zustermaatschappijen voor het gebruik van de ontwerpen van SVT,

- het verzenden van specificaties en bestanden met betrekking tot de ontwerpen van SVT aan haar Poolse en Belgische zustermaatschappijen, en

- het voortzetten van het gebruik van de ontwerpen van SVT in Nederland na opzegging van de licentie door SVT,

haar contractuele verplichtingen jegens SVT heeft geschonden,

5.3. verklaart voor recht dat Mediveen door de onder 5.2. bedoelde toerekenbare tekortkomingen de contractuele boete van EUR 1.822.767,36 verbeurd heeft,

5.4. veroordeelt Mediveen om binnen 30 dagen na betekening van dit vonnis aan SVT te betalen een bedrag van EUR 1.822.767,36 (één miljoen achthonderdtweeëntwintig duizend zevenhonderdzevenenzestig euro en zesendertig eurocent),

5.5. beveelt Mediq en Mediveen om binnen drie maanden na betekening van dit vonnis iedere inbreuk op de auteursrechten van SVT met betrekking tot haar ontwerpen, waaronder de openbaarmaking en verveelvoudiging van het Logo, het Brandstatement, de Haakse Lichtbak, de Snelbalie, de Zorgbalie, de Thematafel, de Leestafel en de In-store Communicatiematerialen, in Nederland te staken en gestaakt te houden,

5.6. bepaalt dat Mediq en Mediveen aan SVT een dwangsom verbeuren van

EUR 10.000,00 voor iedere overtreding van het onder 5.5 bedoelde bevel of - ter keuze van SVT - voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de overtreding voortduurt, tot een maximum van 2 miljoen euro,

5.7. veroordeelt Mediq en Mediveen hoofdelijk, zodat indien de één betaalt de ander daarvan is bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van SVT tot op heden begroot op EUR 65.073,83,

5.8. verklaart de onderdelen 5.4 tot en met 5.7 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.9. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.P.H. van Driel van Wageningen, mr. R.A. Steenbergen en mr. G.V.M. Veldhoen, bijgestaan door mr. W.A. Visser als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2011.