Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BI3146

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
29-04-2009
Datum publicatie
07-05-2009
Zaaknummer
266622 / KG ZA 09-436
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Rechtspersonenrecht. Eiseres is een karateka en is lid van de vereniging Karate-do Bond Nederland (KBN). Zij behoort tot de Nationale selectie van de KBN. Het bestuur van de KBN heeft besloten niet eiseres, maar een ander selectielid af te vaardigen naar de Europese Kampioenschappen (EK) te Zagreb. Eiseres vordert dat de KBN dat besluit intrekt en in een nieuw besluit eiseres afvaardigt naar de EK. Hoewel aan het bestuur van de KBN beleidsvrijheid toekomt, wordt de vordering toegewezen. De grond daarvoor is dat (i) het genomen besluit in strijd is met de redelijkheid en de billijkheid die volgens art. 2:15 BW zijn vereist, en (ii) het vervallen van dat besluit meebrengt dat geen andere mogelijkheid overblijft dan het afvaardigen van eiseres.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 15
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JRV 2009, 570
JIN 2009/449
JOR 2009/217 met annotatie van G.J.C. Rensen
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 266622 / KG ZA 09-436

Vonnis in kort geding van 29 april 2009

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. D.H.S. Donk te Amsterdam,

tegen

de vereniging

KARATE-DO BOND NEDERLAND,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

advocaat mr. F.C. Kollen te Bussum.

Partijen zullen hierna [eiseres] en de KBN genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- pleitnota en producties van [eiseres]

- pleitnota en producties van de KBN.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

1.3. Wegens de spoedeisendheid van de zaak is op 29 april 2009 een verkort vonnis gewezen, waarin alleen de beslissing was vermeld. Op diezelfde dag is aan partijen een aanvulling op dat verkorte vonnis verstrekt, waarin de kern van de motivering van de beslissing was vermeld. Het onderstaande vormt de uitwerking van dat verkorte vonnis en de aanvulling daarop.

2. De feiten

2.1. [eiseres] beoefent de karatesport, onderdeel kata. Zij is lid van de KBN en behoort tot de Nationale selectie Kata van de KBN. Tot deze selectie behoort ook [A.], hierna te noemen: [A.].

2.2. Voor de leden van de Nationale selectie geldt een puntensysteem, waarbij voor nader omschreven wedstrijden en trainingen bepaalde punten worden toegekend aan het selectielid dat aan een wedstrijd of training heeft deelgenomen. De KBN bepaalt met name aan de hand van de behaalde punten wie van de selectieleden naar wedstrijden zoals de Wereldkampioenschappen of de Europese kampioenschappen wordt afgevaardigd.

2.3. Van 8 tot 10 mei 2009 worden te Zagreb, Kroatië, de Europese kampioenschappen (EK) gehouden.

2.4. Via het internet heeft [eiseres] vernomen, dat de KBN heeft besloten [A.] naar de EK af te vaardigen.

2.5. Bij brief van 1 april 2009 (abusievelijk gedateerd 1 april 2008) heeft [eiseres] bij het bestuur van de KBN een klacht ingediend tegen het besluit om [A.] naar de EK af te vaardigen.

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert – samengevat – dat de KBN op straffe van verbeurte van een dwangsom wordt veroordeeld:

* primair (i) om het besluit [A.] af te vaardigen naar de EK, in te trekken dan wel daaraan geen uitvoering te geven, en dit aan de organisatie van de EK mee te delen, alsmede (ii) om een nieuw besluit te nemen, dat inhoudt dat [eiseres] naar de EK wordt afgevaardigd;

dan wel

* subsidiair om het besluit [A.] af te vaardigen naar de EK, in te trekken en zo nodig een besluit te nemen dat inhoudt dat in één of meer onderlinge wedstrijden tussen [eiseres] en [A.] wordt uitgemaakt wie van hen door de KBN naar de EK zal worden afgevaardigd.

Het meer subsidiaire onderdeel strekt tot het geven van een juiste en billijke voorziening, doch dit onderdeel kan buiten beschouwing blijven, nu het te onbepaald is en de voorzieningenrechter ook zonder een daartoe strekkende vordering tot het geven van een zodanige voorziening bevoegd is.

3.2. De KBN voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Vooropgesteld moet worden dat een voorziening in kort geding naar zijn aard een voorlopig karakter heeft. Gelet echter op de inhoud van het gevorderde en het feit dat de EK reeds op korte termijn, te weten van 8 tot 10 mei a.s., worden gehouden, komt de vordering neer op een vrijwel definitieve voorziening. Een dergelijke voorziening kan in kort geding wel worden gegeven, doch vereist is dan dat het hoogstwaarschijnlijk is dat de voorziening ook in een eventuele bodemprocedure zal worden toegewezen.

4.2. Het geschil van partijen betreft de vraag of de KBN ten onrechte het besluit heeft genomen [A.] naar de EK af te vaardigen en, zo ja, of de KBN kan worden verplicht dat besluit te herzien en een nieuw besluit nemen, waarbij [eiseres] naar de EK wordt afgevaardigd.

Volgens [eiseres] heeft de KBN fouten gemaakt bij het berekenen van de punten die aan haarzelf en aan [A.] voor de diverse wedstrijden en trainingen zijn toegekend, waardoor [A.] volgens die berekening ten onrechte op een hoger puntentotaal zou zijn uitgekomen dan zijzelf. Naar zij stelt, komt bij een juiste berekening haar eigen puntentotaal aanmerkelijk hoger uit dan dat van [A.], en moet de KBN op die grond haar, [eiseres], naar de EK afvaardigen.

Volgens de KBN is de door de KBN opgestelde puntenberekening bepalend en kan niet van een eigen berekening van een lid worden uitgegaan. Bovendien is het besluit tot afvaardiging van [A.] niet alleen gebaseerd op de puntentelling, maar ook op andere criteria, aldus de KBN. Voorts beroept de KBN zich erop, dat zij niet kan worden verplicht tot het intrekken van het bestreden besluit, dat door het bestuur is genomen, en ook niet tot het nemen van een besluit met een voorgeschreven inhoud.

4.3. Overwogen wordt dat het besluit om [A.] af te vaardigen, door het bestuur van de KBN is genomen, zodat het gaat om een besluit van een orgaan van een rechtspersoon. Een dergelijk besluit kan door de rechter slechts marginaal worden getoetst, dat wil zeggen dat slechts beoordeeld kan worden of het bestuur van de KBN in redelijkheid tot dit besluit heeft kunnen komen. Volgens artikel 2:15 Burgerlijk Wetboek is een besluit dat in strijd is met de redelijkheid en de billijkheid waarnaar het bestuur van de KBN zich behoort te gedragen, vernietigbaar en kan een dergelijk besluit desgevorderd door de rechter worden vernietigd.

4.4. Voor de beoordeling van het besluit is allereerst de puntentelling van belang. Daarbij kan, gezien de hierna volgende overwegingen, buiten beschouwing blijven dat ter zitting is gebleken dat er onduidelijkheid bestaat over de versie van het puntensysteem die op de toekenning van de punten van toepassing is. Ook kan buiten beschouwing blijven dat volgens de puntentelling van de KBN – door de KBN overgelegd als productie 4 – twee andere leden een hoger puntentotaal hadden behaald dan [eiseres] (vermeld als [B.]) en [A.], nu deze andere leden volgens de eigen stelling van de KBN niet voor deelname aan de EK in aanmerking konden of wilden komen.

4.5. Uitgaande van de puntentelling van de KBN geldt voor [A.] een puntentotaal van 185 en voor [eiseres] een puntentotaal van 180.

4.6. Voor [A.] geldt echter dat de KBN ter zitting heeft erkend dat in die puntentelling ten onrechte aan [A.] 5 punten zijn toegekend voor een centrale training (CT) waaraan [A.] niet had deelgenomen. Het puntentotaal van [A.] kan derhalve in elk geval – wat er ook zij van andere punten, die volgens [eiseres] ten onrechte aan [A.] zouden zijn toegekend – niet méér dan 180 bedragen.

4.7. Voor [eiseres] geldt dat de KBN aan [eiseres] ten onrechte geen punten voor haar deelname aan de Heijoshin Cup heeft toegekend. Blijkens het overgelegde e-mail-bericht van 9 november 2008 was aan [eiseres] onvoorwaardelijk toestemming verleend voor die deelname. Volgens [eiseres] had zij daarvoor 35 punten moeten krijgen, omdat zij de 1e plaats had behaald (30 punten plus 5 bonuspunten). De KBN heeft dat aantal punten op zich zelf niet betwist, doch heeft gesteld dat aan die wedstrijd onvoldoende (internationaal) belang toekwam om daarvoor punten te kunnen toekennen. De KBN heeft deze stelling echter niet nader onderbouwd, hoewel dat op haar weg had gelegen. Bovendien had de KBN bij het verlenen van toestemming aan [eiseres] dienen te melden, dat zij voor die deelname geen punten kon scoren. Het puntentotaal van [eiseres] moet dan in elk geval – wat er ook zij van andere punten, die volgens [eiseres] ten onrechte niet aan haar zijn toegekend – minstens 215 bedragen.

4.8. Het totaal van [eiseres] komt aldus in elk geval 35 punten hoger uit dan dat van [A.]. Nu volgens de KBN slechts één selectielid naar de EK kan worden afgevaardigd, betrof het besluit van de KBN dus enkel de vraag of [eiseres] dan wel [A.] daarvoor moest worden aangewezen. De beleidsvrijheid die aan het bestuur van de KBN toekomt, brengt weliswaar mee dat het bestuur ondanks het hogere puntentotaal van [eiseres] toch kan besluiten om [A.] af te vaardigen, maar de redelijkheid en de billijkheid die het bestuur in acht behoort te nemen, vereisen dan dat het bestuur voor dat besluit een deugdelijke motivering geeft.

4.9. Aan die eis is niet voldaan. Volgens de KBN was het besluit van het bestuur gebaseerd op het advies van de technisch adviseur. Gesteld noch gebleken is dat het bestuur dan wel de technisch adviseur op enig moment heeft gemotiveerd waarom aan [A.] de voorkeur moest worden gegeven. Eerst na de klacht van [eiseres] heeft de KBN bij brief van 20 april 2009 gewezen op “criteria zoals technisch niveau en vormbehoud”, die naast de puntentelling van belang zouden zijn geweest. Die enkele opmerking kan niet gelden als de vereiste motivering, nu de de KBN daarbij verder niets heeft gesteld of overgelegd, waaruit zou kunnen blijken op welke wijze die criteria ten aanzien van de beide kandidaten in relatie tot elkaar zijn beoordeeld en afgewogen en hoe die afweging ertoe heeft geleid, dat aan [A.] ondanks haar lagere puntentotaal de voorkeur is gegeven. Hetzelfde geldt voor de criteria die de KBN ter zitting nog heeft genoemd als criteria waarop [A.] beter zou hebben gescoord dan [eiseres]. Overigens zijn die betere scores op diverse punten door [eiseres] gemotiveerd weersproken.

4.10. Uit de voorgaande overwegingen volgt dat het besluit om [A.] naar de EK af te vaardigen naar voorlopig oordeel in strijd is met de vereiste redelijkheid en billijkheid. Gelet op de gronden waarop dit oordeel is gebaseerd, valt met een hoge mate van waarschijnlijkheid te verwachten, dat ook de bodemrechter desgevraagd tot dat oordeel zal komen en het besluit, indien gevorderd, op die grond zal vernietigen. Het is dan verantwoord om thans reeds, vooruitlopend op het eventuele oordeel van de bodemrechter, een voorziening te geven waardoor aan dat besluit de werking wordt ontnomen.

4.11. De aan de KBN toekomende beleidsvrijheid staat er voorts in de gegeven omstandigheden niet aan in de weg, dat ook een verder strekkende voorziening wordt gegeven, te weten dat aan de KBN – zoals primair gevorderd – wordt opgelegd dat zij het besluit moet intrekken en in een nieuw besluit [eiseres] moet afvaardigen. Het gaat immers om een gebonden beslissing, nu (i) reeds iemand voor afvaardiging naar de EK is aangewezen en het de KBN derhalve niet meer vrijstaat om alsnog van een afvaardiging af te zien, en (ii) hiervoor onder 4.4 en 4.10 is overwogen en geoordeeld dat enkel [A.] en [eiseres] voor afvaardiging in aanmerking komen en ten onrechte is besloten tot afvaardiging van [A.].

4.12. Het primaire onderdeel van de vordering is derhalve voor toewijzing vatbaar. Het subsidiaire onderdeel behoeft geen bespreking meer.

4.13. Voor de gevorderde dwangsom geldt dat redelijkerwijze aan de KBN de hierna te bepalen termijn moet worden gegund, alvorens de dwangsom wordt verbeurd. Voorts kan de dwangsom pas na de betekening van dit vonnis worden verbeurd. Verder dient de dwangsom redelijkerwijze aan het hierna te bepalen maximum te worden gebonden.

4.14. De gevorderde uitvoerbaarverklaring op de minuut dient te worden afgewezen, nu [eiseres] daarbij geen belang heeft, aangezien onmiddellijk na de uitspraak van dit vonnis de grosse ervan voor haar beschikbaar zal zijn.

4.15. De vordering zal derhalve op de hierna te bepalen wijze worden toegewezen.

4.16. De KBN zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld.

De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

- dagvaarding EUR 85,98

- vast recht -- 262,00

- salaris procureur -- 816,00

Totaal EUR 1.163,98

DE BESLISSING

De voorzieningenrechter

a) veroordeelt de KBN om binnen twee dagen na de dag van betekening:

(i) het besluit om [A.] af te vaardigen als deelneemster aan de Europese Kampioenschappen (EK) te Zagreb, in te trekken en dit aan de organisatie van de EK mede te delen;

(ii) een nieuw besluit te nemen, inhoudende dat [eiseres] door de KBN wordt afgevaardigd als deelneemster aan de EK te Zagreb;

b) bepaalt dat de KBN een dwangsom verbeurt van EUR 10.000,-- voor iedere dag dat zij in gebreke blijft te voldoen aan hetgeen onder a) is bepaald, zulks tot een maximum van EUR 50.000,--;

c) veroordeelt de KBN in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op EUR 1.163,98;

d) verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

e) wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Schepen en is in het openbaar uitgesproken op 29 april 2009.?

w.g. griffier w.g. rechter