Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BD6001

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
02-07-2008
Datum publicatie
02-07-2008
Zaaknummer
557845
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2012:BW8595
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2013:CA3542, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Samengevat komt de uitspraak erop neer dat Rabo al te lang op de hoogte was van de aan Rasmussen te maken verwijten om hem nog op staande voet te kunnen ontslaan. Daarvoor was het tijdsverloop tussen de bekende feiten en het ontslag te groot.

Dit heeft tot gevolg dat Rabo aan Rasmussen schadevergoeding moet betalen, die neerkomt op het loon dat Rasmussen nog gedurende twee maanden had kunnen verdienen, inclusief de bonus voor het winnen van de Tour de France.

Ook moet Rabo het achterstallige loon van Rasmussen uitbetalen en hem een vergoeding betalen voor kosten van juridische hulp.

Voor verdere schadevergoeding is geen plaats, omdat Rasmussen zelf in belangrijke mate de oorzaak is geweest van het ontstaan van het geschil.

De vordering van Rabo tot vergoeding van schade wordt afgewezen, omdat zij niet de juiste weg heeft bewandeld bij het ontslag.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 677
Burgerlijk Wetboek Boek 7 678
Burgerlijk Wetboek Boek 7 681
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0433
RAR 2008, 154
Prg. 2008, 135
JAR 2008/198
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector kanton

Locatie Utrecht

zaaknummer: 557845 UC EXPL 08-1098 JS

vonnis d.d. 2 juli 2008

inzake

MICHAEL RASMUSSEN,

wonende te Lazise, Italië,

verder ook te noemen Rasmussen,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

gemachtigde: mr. A.W. Brantjes,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RABO WIELERPLOEGEN B.V.,

gevestigd te Utrecht,

verder ook te noemen Rabo,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

gemachtigde: mr. H.J.A. Knijff.

1. Het verdere verloop van de procedure

De kantonrechter verwijst naar het tussenvonnis van 7 mei 2008.

Rasmussen heeft voorafgaand aan de comparitie nog stukken in het geding gebracht.

De comparitie is gehouden op 5 juni 2008. Daarvan is proces-verbaal opgemaakt.

Hierna is uitspraak bepaald.

2. De vaststaande feiten in conventie en in reconventie

De kantonrechter gaat uit van de volgende tussen partijen vaststaande feiten, zoals die blijken uit de niet of onvoldoende betwiste stellingen van partijen en de overgelegde en niet of onvoldoende betwiste producties.

2.1 Rasmussen is op basis van een arbeidsovereenkomst als wielrenner sedert 1 januari 2003 in dienst van Rabo, laatstelijk krachtens een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur van

1 januari 2006 tot en met 31 december 2007, getekend op 24 november 2005.

2.2 In deze arbeidsovereenkomst is onder meer bepaald dat Reglementen van de UCI (Union Cycliste Internationale) en de KNWU (Koninklijke Nederlandsche Wielren Unie) op de overeenkomst van toepassing zijn en daar integraal deel van uitmaken.

2.3 Voorts is in art. 9 van deze arbeidsovereenkomst onder meer bepaald:

“Article 9 Obligations of the cyclist

1. Irrespective of what is determined elsewhere in this agreement, the cyclist is obliged:

a. to abide in general by the orders and instructions of the team management and to give priority to the interest of the team and its sponsors;

(…)

c. during the competitions, tours, training activities and other events connected to the sport of cycling in which the cyclist participates, to follow the instructions given by the employer or the team management;

(…)

2. In addition, the cyclist must refrain from behaviour which could injure his name and/or sporting achievements as well as the name of the employer or its sponsors (…)”.

2.4 Op de arbeidsovereenkomst is Nederlands recht van toepassing verklaard.

2.5 Rasmussen maakt sedert september 2005 deel uit van de Registered Testing Pool (RTP). De daarin opgenomen wielrenners zijn verplicht, overeenkomstig het bepaalde in Hoofdstuk V van de Anti Doping Rules van de UCI Cycling Regulations, aan de Anti Doping Commission “accurate whereabouts information” te verschaffen, welke informatie uiterlijk twee weken voorafgaande aan ieder kwartaal moet worden verstrekt en dient te behelzen de plaatsen en tijden waar de renner verblijft, traint en deelneemt aan wedstrijden.

In art. 80 van dit reglement is bepaald:

“Should a Rider’s plans change from those originally submitted of the whereabouts information forms, the Rider shall immediately send updates of all information required in the form so that it is current at all times.”.

2.6 Indien een renner voor een test niet wordt aangetroffen op de door hem meest recente opgegeven locatie, dan ontvangt de renner van de Anti Doping Commission een schriftelijke waarschuwing, die - indien een deugdelijke verklaring van de renner uitblijft - wordt omgezet in een geregistreerde waarschuwing (recorded warning). Indien drie geregistreerde waarschuwingen worden gegeven in een periode van 18 maanden, dan wordt dit beschouwd als een schending van de antidoping regelgeving, hetgeen kan leiden tot schorsing van de betrokken renner.

2.7 Vanaf juni 2007 wordt een afschrift van de recorded warning aan de wielerploeg waar de renner onder contract staat, toegezonden.

2.8 In de periode van 25 tot en met 29 juni 2007 heeft Rabo een training georganiseerd in de Pyreneeën, waarbij ook Rasmussen aanwezig was. Op 24 april 2007 zijn de e-tickets voor de vlucht op 25 juni 2007 van Verona naar Bilbao en de informatie waar de papieren tickets kunnen worden afgehaald per e-mail doorgegeven door de ploegleider/directeur van Rabo, Breukink. Rasmussen heeft daarop per e-mail van dezelfde datum geantwoord:

“Looks good to me. Are you coming as well?

I prefer if we can keep the trip quite, as I am supposed to be in Mexico at the time”.

Bij e-mail van 30 april 2007 heeft De Rooij, directeur van Rabo, aan Rasmussen laten weten:

“I want to let you know that as employer I urge you to provide the controlling bodies with the correct whereabouts information! If you want to go training in Mexico just go ahead, it is out of the question that your employer is going to cooperate in some cover up operation. The responsibility in this matter is completely yours”.

In een daarop volgend telefoongesprek tussen Rasmussen en De Rooij, heeft Rasmussen meegedeeld dat het hem erom ging de pers te ontlopen.

2.9 Op 6 juni 2007 heeft Rasmussen in Italië Breukink ontmoet en is tussen hen de voorbereiding op de Tour de France besproken. Op 15 juni 2007 heeft Rasmussen aan Breukink verzocht hem de routes van de Alpenetappes toe te sturen, die de dag erna door De Rooij naar Rasmussen in Lazise (Italië) worden gefaxt. Op 24 juni 2007 heeft Breukink aan Rasmussen een sms met de volgende tekst gestuurd:

“Training goes well?”

Van 25 tot en met 29 juni 2007 heeft Rasmussen met (een deel van) de Raboploeg getraind in de Pyreneeën. Tijdens deze periode heeft De Rooij deze training telefonisch doorgegeven aan de UCI.

2.10 Op 29 juni 2007 ontvangt Rasmussen van de UCI een recorded warning, waarin onder meer het volgende is opgenomen:

“(…)

Concerning your stay in Mexico from June 4th till June 12th, the UCI only knew about it on June 11th. Moreover, the letter providing the UCI the information was posted from Italy on June 8th.

Finally, on June 12th, you posted a letter from Mexico to inform the UCI that you would stay in Mexico till June 28th. The UCI has received the letter today on June 29th and this is not acceptable. Moreover, the information you provided was not correct as you were back in Italy at least on June 26th.

(…)”.

Een afschrift van deze recorded warning is aan Rabo toegestuurd. Naar aanleiding daarvan heeft De Rooij een tweetal gesprekken met Rasmussen gevoerd en hem op 3 juli 2007 een e-mail gestuurd, waarbij aan Rasmussen een boete van € 10.000,- is opgelegd, op grond van art. 9.4 van de arbeidsovereenkomst. In deze e-mail is onder meer vermeld:

“(…)

During the last period of June the UCI (and Anti Doping Denmark) has been trying to test you in the framework of these ‘out of competition controls’. As a result of missing or insufficient information from your side these control efforts failed and we were informed by the UCI that as a result of this an official recorded warning was sent to you on June 29. As I already expressed to you on the phone, we are taking this very seriously and we cannot accept any excuse for this.

(…)”.

2.11 Op 2 juli 2007 heeft Rasmussen aan Rabo laten weten dat op 30 juni 2007 de Deense Wielerbond, DCU, aan hem heeft bericht dat hij in verband met een gemiste test op 21 juni 2007 in Italië uit de nationale wielerploeg is gezet.

2.12 Vanaf 7 juli 2007 neemt Rasmussen met de Raboploeg deel aan de Tour de France. Vanaf 15 juli 2007 rijdt Rasmussen in de gele leiderstrui. Op 19 juli 2007 wordt het bericht dat Rasmussen in verband met twee recorded warnings van de DCU uit de Deense nationale selectie is gezet bekend in de pers. Daarbij worden ook vragen gesteld naar de verblijfplaats van Rasmussen in de maand juni 2007. Op 23 en 24 juli 2007 heeft overleg plaatsgevonden tussen Rasmussen en Rabo, in de persoon van de directeur De Rooij, bijgestaan door de gemachtigde van Rabo. Rasmussen heeft in die bijeenkomsten verklaard dat hij in juni 2007 in Mexico verbleef. In een persconferentie van Rabo, waarbij ook Rasmussen aanwezig was, is dit als officiële lezing van Rabo naar buiten gebracht. Op 25 juli 2007 wordt (publiekelijk) bekend dat Rasmussen op 13 juni 2007 door de Italiaanse journalist Cassani in de Dolomieten is gezien.

2.13 Op 25 juli 2007 heeft Rabo Rasmussen geschorst en op 26 juli 2007 is de arbeidsovereenkomst door Rabo wegens het bestaan van een dringende reden onverwijld opgezegd. De redenen voor deze opzegging zijn verwoord in een brief van diezelfde datum.

2.14 Na zijn ontslag heeft Rasmussen nog een aantal maanden volgehouden dat hij in de periode van 4 tot en met 28 juni 2007 in Mexico verbleef. Eerst geruime tijd na het beëindigen van de Tour de France heeft hij (publiekelijk) toegegeven dat deze aan de UCI verstrekte informatie onjuist was.

2.15 Op 2 augustus 2007 heeft Rabobank Nederland een commissie benoemd om de gebeurtenissen rond (het ontslag van) Rasmussen te onderzoeken. Deze commissie (de commissie Vogelzang) heeft op 12 november 2007 haar rapport voltooid. Rasmussen is bij de verstrekte opdracht, noch bij de samenstelling van de commissie betrokken geweest.

3. De standpunten van partijen in conventie en in reconventie

3.1 Rasmussen heeft samengevat gevorderd dat voor recht zal worden verklaard dat het aan hem gegeven ontslag op staande voet d.d. 26 juli 2007 onregelmatig is gegeven en kennelijk onredelijk is. Daarnaast vordert Rasmussen in totaal een bedrag van € 4.481.943,65 aan schadevergoeding; een bedrag van € 1.000.000,- aan immateriële schade; een bedrag van

€ 125.000,- wegens achterstallig loon, verhoogd met de wettelijke verhoging en een bedrag van € 50.000,- exclusief BTW wegens buitengerechtelijke kosten, een en ander vermeerderd met renten en kosten.

3.2 Rasmussen legt daaraan samengevat en zakelijk weergegeven het volgende ten grondslag.

3.3 Rasmussen stelt dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven. Hij voert aan dat de ontslagreden niet direct aan hem is medegedeeld, maar eerst later en dat de ontslagreden, die vermeld staat in de brief van 26 juli 2007 onduidelijk is, zodat Rasmussen niet weet waartegen hij zich dient te verweren. Voor zover in de brief is opgenomen dat Rasmussen onjuiste informatie over zijn verblijfplaats zou hebben verstrekt, is dat volgens hem al afgedaan met de boete die Rabo hem op 3 juli 2007 heeft opgelegd. Indien het gaat om zijn verblijf in Italië in plaats van in Mexico, stelt Rasmussen dat Rabo daarvan geheel op de hoogte was.

3.4 Volgens Rasmussen heeft Rabo slechts gehandeld onder druk van de publieke opinie. Hierbij heeft Rabo de belangen van Rasmussen geheel genegeerd, terwijl die voor hem als topsporter, die op het punt stond om zijn jarenlange inspanningen te verzilveren, zeer groot waren. Een behoorlijk onderzoek naar de gang van zaken heeft Rabo niet laten verrichten en voorafgaande aan het ontslag op staande voet is Rasmussen niet door Rabo gehoord.

3.5 Rasmussen erkent dat hij aan de UCI onjuiste informatie heeft verstrekt met betrekking tot zijn whereabouts, maar Rabo kan hem dat niet tegenwerpen, nu Rabo volgens Rasmussen ervan op de hoogte was dat die informatie onjuist was. Bovendien was het systeem van de whereabouts voor Rabo helemaal geen aandachtspunt. Zij liet dat geheel over aan de wielrenners en voor Rabo gold alleen de prestatie van de ploeg.

3.6 Rasmussen acht het ontslag op staande voet ook kennelijk onredelijk, omdat Rabo een voorgewende of valse reden heeft aangevoerd. Rasmussen voert hiertoe aan dat tussen de opgelegde boete van 3 juli 2007 en de schorsing van 25 juli 2007 c.q. het ontslag van de daaropvolgende dag geen nieuwe omstandigheden bekend zijn geworden. Slechts wegens angst voor imagoschade of onder druk van de buitenwereld en haar hoofdsponsor, Rabobank Nederland, en uit angst niet te mogen deelnemen aan de Tour de France in 2008, heeft Rabo besloten de arbeidsovereenkomst met Rasmussen op te zeggen, ondanks het feit dat de UCI voorafgaande aan de Tour aan Rabo desgevraagd heeft laten weten dat deelname van Rasmussen aan de Tour geoorloofd was.

3.7 Rasmussen wijst ten aanzien van de door hem geleden en nog te lijden schade op de door Rabo geschonden belangen, waarbij Rasmussen wijst op het feit dat hij vrijwel zeker als winnaar van de Tour de France zou eindigen, hetgeen hem een niet onaanzienlijk financieel voordeel zou hebben opgeleverd.

3.8 Op de overige door Rasmussen aangevoerde argumenten en op de becijfering van zijn schade komt de kantonrechter, waar nodig, bij de beoordeling van de vorderingen nader terug.

3.9 Rabo heeft samengevat en zakelijk weergegeven het volgende ten verwere aangevoerd.

3.10 Voor Rasmussen was het bekend dat voor Rabo de antidoping regels zwaar wogen en zeer serieus genomen werden. Rasmussen moest als professionele wielrenner ook geacht worden op de hoogte te zijn van de toepasselijke regelgeving.

Niet eerder dan op 29 juni 2007 vernam Rabo dat er iets niet goed zat met de door Rasmussen aan het UCI opgegeven verblijfplaats. In een tweetal gesprekken heeft Rasmussen Rabo verzekerd dat het slechts ging om administratieve slordigheden, maar dat hij wel degelijk in Mexico was geweest gedurende de maand juni 2007. Omdat tijdens de Tour de France ophef ontstond over de maatregel van de Deense Wielerbond, kreeg Rabo van de Tourdirectie de opdracht duidelijkheid te geven over de positie van Rasmussen. Daarop is een persconferentie belegd, die samen met Rasmussen is voorbereid. Rasmussen heeft toen gesteld dat hij in Mexico heeft verbleven, hetgeen nog geen dag later onjuist bleek te zijn, waarop Rabo Rasmussen heeft geschorst wegens het spreken van onwaarheid over zijn verblijfplaats in de maand juni 2007 en na verificatie van de ontvangen informatie Rasmussen op staande voet heeft ontslagen.

3.11 Rabo stelt dat uit de e-mailberichten van april 2007 en de gebeurtenissen in juni 2007 niet de conclusie kan worden getrokken dat Rabo zou hebben ingestemd met een onjuiste opgave van de whereabouts door Rasmussen. Rabo heeft er juist op aangedrongen dat Rasmussen de juiste informatie gaf. Bovendien kon Rabo toen niet weten welke informatie door Rasmussen werd verstrekt, want dat was een zaak tussen Rasmussen en de UCI. Eerst na de recorded warning van 29 juni 2007 bleek dat Rasmussen een mogelijk onjuiste opgave heeft gedaan. Daarop is hij door De Rooij aangesproken. Omdat Rasmussen bezwoer dat hij toch in Mexico was geweest en Rabo geen reden had om aan de lezing van Rasmussen te twijfelen, werd volstaan met een boete.

3.12 Rabo stelt verder dat het ontslag op staande voet volledig voldoet aan de eisen die daaraan moeten worden gesteld en dat het ontslag niet onregelmatig, noch kennelijk onredelijk is.

3.13 Omdat Rasmussen aan Rabo een dringende reden heeft gegeven voor opzegging van de arbeidsovereenkomst is hij jegens Rabo schadeplichtig. Rabo vordert van Rasmussen de somma van € 155.376,-.

3.14 Op de overige verweren en standpunten van Rabo zal de kantonrechter bij de beoordeling van het geschil, waar nodig, verder ingaan.

4. De beoordeling van het geschil in conventie en in reconventie

4.1 Het geschil betreft in de kern de vraag of Rabo op goede gronden en met inachtneming van de daarvoor geldende regels de arbeidsovereenkomst met Rasmussen onverwijld kon opzeggen.

4.2 Voor een rechtsgeldig gegeven ontslag op staande voet is noodzakelijk dat Rasmussen aan Rabo een dringende reden heeft gegeven, die zowel objectief (gemeten naar de aard van de verweten gedraging) als subjectief (gerelateerd aan de mate van voortvarendheid waarmee de opzegging heeft plaatsgevonden) dringend dient te zijn. Daarnaast dient de reden bij gelegenheid van het ontslag aan de werknemer te worden medegedeeld, waarbij overigens gewicht kan worden toegekend aan de wetenschap die beide partijen op dat moment reeds hebben, en aan de eerder aan de werknemer gedane mededeling in het kader van een schorsing.

4.3 Tegen de achtergrond van deze regel overweegt de kantonrechter het volgende.

a. de ontslagreden is tijdig medegedeeld

4.4 Rasmussen heeft gesteld dat de ontslaggrond hem eerst later bereikte, namelijk nadat het ontslag al aan hem gegeven zou zijn en dat om die reden aan de opzegging een formeel gebrek kleeft. Dat standpunt deelt de kantonrechter niet.

4.5 De Rooij heeft Rasmussen op 25 juli 2007 geconfronteerd met de bevindingen dat Cassani Rasmussen op 13 juni 2007 in Italië had ontmoet en hem daarop geschorst. Rasmussen is vervolgens naar een ander hotel gebracht om hem, naar mag worden aangenomen, te beschermen tegen verdere publiciteit. De daaropvolgende dag heeft Rabo opnieuw contact gezocht met Cassani, waarbij de eerdere bevindingen werden bevestigd. Nog diezelfde dag is aan Rasmussen per e-mail en brief het ontslag op staande voet medegedeeld. De enkele omstandigheid dat Rasmussen mogelijk al via de media hoorde dat hij zou zijn ontslagen, legt geen gewicht in de schaal, nu een dergelijk uitlekken van het besluit nog niet wil zeggen dat het besluit ook al eerder is gevallen, laat staan dat dit Rasmussen ook heeft bereikt. Uit de gang van zaken valt niet anders af te leiden dan dat het ontslag op 26 juli 2007 gegeven is bij de brief die per e-mail en per gewone post aan Rasmussen toegestuurd is. Dit leidt tot de vaststelling dat de ontslagreden tijdig aan Rasmussen is medegedeeld.

b. de ontslagbrief is voldoende duidelijk

4.6 Naar vaste jurisprudentie dient de bij gelegenheid van het ontslag opgegeven reden het ontslag te kunnen dragen en dient de ontslagreden voor de werknemer duidelijk te zijn. Het doel van deze regel is immers dat de werknemer moet weten waarom de dienstbetrekking wordt beëindigd zodat hij zich kan beraden of hij de opgegeven reden als juist erkent en als dringend aanvaart.

4.7 Rasmussen heeft aangevoerd dat de aan hem op 26 juli 2007 per e-mail en per post toegezonden ontslagbrief onduidelijk is en dat hij uit die brief niet kan afleiden wat hem nu eigenlijk wordt verweten. Dat verweer wordt verworpen. In de brief van 26 juli 2007 wordt gerefereerd aan de gebeurtenissen die geleid hebben tot het opleggen van de boete op 3 juli 2007, waarna de brief vervolgt met de tekst:

“(…)

After information from third parties about the period for which you declared that you were in Mexico, it emerged that you were seen in Italy on at least one day. You admitted that this assertion was correct.

On the gound of this, we could come to no other conclusion than that you gave us incorrect information which was of great importance, and that you deliberately did not comply with the applicable rules. (…)”

4.8 Deze passages, die de kern van het aan Rasmussen gemaakte verwijt betreffen, kunnen in redelijkheid voor Rasmussen niet onduidelijk zijn geweest, nu het vermeende verblijf van Rasmussen in Mexico reeds eerder onderwerp van gesprek was geweest en over de opgave van Rasmussen omtrent zijn whereabouts op 24 juli 2007 een persconferentie had plaatsgevonden, die met Rasmussen was voorbereid en waarbij hij zelf ook aanwezig was. Het verwijt in de brief moet aldus worden opgevat dat ondanks de mededeling van Rasmussen dat hij in Mexico had verbleven, op 25 juli 2007 publiekelijk bekend werd dat Rasmussen op ten minste één dag was gezien in Italië. Het kon voor Rasmussen in redelijkheid geen twijfel lijden dan dat het hierbij ging om de ontmoeting met de journalist Cassani. Rabo heeft onweersproken gesteld dat zij Rasmussen met deze bevindingen op

25 juli 2007 heeft geconfronteerd, waarna Rasmussen dit zou hebben toegegeven. Dit is ook in de ontslagbrief vermeld en tegen deze passage heeft Rasmussen geen bezwaren geuit, ook niet in de uitvoerige bespreking van de brief in de dagvaarding. Rabo heeft, zo blijkt uit de brief, daaraan de conclusie verbonden dat Rasmussen heeft gehandeld in strijd met de geldende regels. Hierbij doet het er niet toe of dat de regels van de UCI waren of van de arbeidsovereenkomst, nu daarin de UCI regels van toepassing zijn verklaard.

4.9 De conclusie op dit punt is dan ook dat het aan Rasmussen gemaakte verwijt voor hem voldoende duidelijk was en geen aanleiding tot misverstanden kon geven.

c. beoordeling van de onverwijldheid van de opzegging

4.10 Thans komt aan de orde de vraag of Rabo met voldoende voortvarendheid heeft gehandeld toen zij de arbeidsovereenkomst met Rasmussen op 26 juli 2007 heeft opgezegd. Daarvoor is het volgende van belang.

4.11 De kantonrechter stelt voorop dat in de wielersport bij zowel de renners als de ploegen het probleem van doping en de maatregelen om de sport “schoon” te krijgen, breed bekend zijn. In de arbeidsovereenkomst tussen Rasmussen en Rabo is daar dan ook op gewezen en zijn de regels van het UCI, naast specifieke bepalingen die kunnen leiden tot sancties in de arbeidsrechtelijke sfeer, aanvaard. Met de vastlegging van deze op zich deugdelijke afspraken is echter niet meer dan een begin gemaakt om een effectief antidopingbeleid gestalte te geven. Daarnaast zijn uitvoering van die afspraken, controle op de naleving en een duidelijk beleid van de ploeg/werkgever essentieel.

4.12 In dit kader moet allereerst worden vastgesteld dat de primaire verantwoordelijkheid om zich aan dopingcontroles te onderwerpen en zich te gedragen naar de daarop betrekking hebbende bepalingen, op de wielrenner zelf rust. Op Rasmussen, en op niemand anders, rustte de verplichting om een tijdige en correcte opgave te doen van zijn whereabouts. In deze procedure is duidelijk gebleken dat Rasmussen die verplichting in ernstige mate heeft geschonden.

4.13 Echter, hier staat tegenover dat Rabo, zelfs indien ervan wordt uitgegaan, dat zij niet eerder dan na ontvangst van de recorded warning van 29 juni 2007 op de hoogte raakte van de onjuiste opgaven van Rasmussen omtrent zijn vermeende verblijf in Mexico, een niet of nauwelijks serieus te nemen controle op de naleving van de antidoping maatregelen heeft uitgeoefend.

4.14 Immers, uit de recorded warning blijkt evident dat de opgave van Rasmussen, dat hij van 4 tot en met 28 juni 2007 in Mexico verbleef onjuist was en dat op z’n minst genomen getwijfeld moest worden aan de juistheid van de door Rasmussen verstrekte opgaven omtrent zijn whereabouts, zeker in het licht van de volgende vastgestelde feiten:

- Breukink heeft Rasmussen op 6 juni 2007 in het Italiaanse Bergamo ontmoet;

- de routes van de Alpen-etappes zijn door De Rooij op 15 juni 2007 naar het faxnummer van Rasmussen in het Italiaanse Lazise verstuurd;

- Breukink informeert op 24 juni 2007 bij Rasmussen of de training goed gaat;

- Rasmussen neemt van 25 tot en met 29 juni 2007 deel aan een door Rabo georganiseerde training in de Pyreneeën;

- op 2 juli heeft Rasmussen aan Rabo laten weten dat hij uit de Deense nationale selectie is gezet wegens een gemiste controle op 21 juni 2007 in Italië.

4.15 De uit deze feiten verkregen wetenschap houdt in dat Rabo in ieder geval op 3 juli 2007 wist, althans had kunnen weten, dat de door Rasmussen verstrekte opgaven over de periode van 4 tot en met 28 juni 2007 niet kon worden afgedaan als een “administratieve slordigheid”. Zij had - als zij werkelijk had willen controleren of Rasmussen zich hield aan de antidoping bepalingen - er op dat moment dan ook niet mee kunnen volstaan om aan Rasmussen informatie te vragen over zijn whereabouts, maar zij had die moeten leggen naast de hierboven aangeduide omstandigheden die op dat moment ook bij Rabo bekend waren en voor een deel minder dan een week oud waren. Het door Rabo aangedragen argument dat in de hectiek van de voorbereiding op de Tour de France dit op onderdelen is nagelaten dient voor rekening van Rabo te blijven, nu het gebeurtenissen betreft waarbij directieleden van Rabo zelf betrokken waren, die in staat moeten worden geacht de feiten in hun juiste context te kunnen plaatsen.

4.16 Uit de stellingen van Rabo is af te leiden dat zij voorafgaande aan de oplegging van de boete van 3 juli 2007 aan Rasmussen heeft gevraagd naar zijn whereabouts en toen kennelijk genoegen heeft genomen met zijn mededeling dat hij in Mexico was geweest. Rabo had toen al kunnen weten dat dit onjuist was, maar heeft er kennelijk mee volstaan géén nader onderzoek te doen.

4.17 Tegen deze achtergrond kan het gegeven dat op 19 juli 2007 in brede kring bekend werd dat Rasmussen werd uitgesloten van de Deense nationale selectie voor Rabo niet als een nieuw feit worden aangemerkt, nu zij hiervan al op 2 juli 2007 - door Rasmussen zelf - op de hoogte was gebracht. Ook het feit dat Cassani Rasmussen op 13 juni 2007 in Italië heeft ontmoet had voor Rabo niet als een verrassing kunnen komen, gezien de hiervoor vastgestelde feiten. Immers de ontmoeting van Cassani paste naadloos op de feiten die Rabo al kende, althans kon kennen. De omstandigheid dat aan één en ander in de pers ruim aandacht werd geschonken, is niet aan te merken als een nieuw feit, zeker niet nu zowel Rasmussen als Rabo hadden kunnen en moeten beseffen dat gedurende de Tour de France veel media-aandacht uitgaat naar vraagstukken rond (vermeend) dopinggebruik.

4.18 Dit betekent dat Rabo al te lang op de hoogte was van de feiten die zij aan het ontslag op staande voet ten grondslag heeft gelegd, zodat de conclusie moet luiden dat het ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven. De omstandigheid dat Rasmussen voorafgaande aan de persconferentie opnieuw heeft gezegd dat hij in Mexico was, maakt dit niet anders, nu dit de reeds bij Rabo bekende feiten niet in een ander daglicht plaatst. Dit betekent dat de door Rabo gegeven opzegging onregelmatig is, nu deze gegeven is zonder inachtneming van de opzegtermijn.

d. beoordeling van de kennelijke onredelijkheid

4.19 Naast het standpunt dat het aan hem gegeven ontslag onregelmatig was, heeft Rasmussen zich op het standpunt gesteld dat de opzegging kennelijk onredelijk was. Hieromtrent overweegt de kantonrechter het volgende.

4.20 Een onregelmatige opzegging kan ook kennelijk onredelijk zijn. Voor de vraag of een opzegging ook kennelijk onredelijk is, dient acht te worden geslagen op de aangevoerde ontslagreden en op de gevolgen die het ontslag voor de werknemer heeft, waarbij het bestaan van schade geen voorwaarde is.

4.21 In dit kader heeft Rasmussen allereerst aangevoerd dat de door Rabo gehanteerde ontslaggrond vals of voorgewend is. Van een valse reden is sprake indien de aangevoerde reden niet bestaat, terwijl van een voorgewende reden sprake is, indien dit niet het werkelijke ontslagmotief is. De kantonrechter volgt Rasmussen hierin niet.

4.22 Uit de door Rabo opgegeven redenen blijkt dat de aan Rasmussen gemaakte verwijten betrekking hebben op het door hem vertoonde gedrag rond de uitvoering van de bepalingen van de UCI en de bepalingen van de arbeidsovereenkomst. Kort gezegd verwijt zij Rasmussen dat die zowel aan de UCI als aan Rabo zelf (bij herhaling) een onjuiste opgave heeft gedaan van zijn whereabouts. Ten aanzien van de opgave aan het UCI heeft Rasmussen dit - zij het achteraf - toegegeven, terwijl vast staat dat hij op een cruciaal moment, namelijk voorafgaande aan de persconferentie op 24 juli 2007, ook tegenover Rabo heeft volgehouden in Mexico te zijn geweest, terwijl hij wist dat dit onjuist was.

4.23 Hiermee is de aangevoerde ontslaggrond niet vals en evenmin voorgewend. Het door Rasmussen aangevoerde argument dat hij door Rabo is ontslagen om publiciteitsschade en toekomstige uitsluiting aan de Tour de France te voorkomen wordt verworpen. Rasmussen gaat er namelijk aan voorbij dat dit slechts gevolgen zijn van een door Rabo gegeven reactie op de aan Rasmussen te maken verwijten. Dat Rabo deze omstandigheden in haar afwegingen heeft betrokken is te billijken, maar dat maakt nog niet dat die in de plaats treden van de aangevoerde ontslaggrond.

4.24 Voorts heeft Rasmussen aangevoerd dat de gevolgen van het gegeven ontslag voor hem te ernstig zijn in vergelijking met het belang van Rabo bij de opzegging en dat om die reden het ontslag kennelijk onredelijk is. Hiervoor is het volgende van belang.

4.25 Zonder meer kan worden aangenomen dat het ontslag voor Rasmussen op een niet ongunstiger tijdstip kon vallen. Zonder schorsing en ontslag had hij (naar hij onweersproken heeft gesteld) de Tour de France gewonnen hetgeen hem niet alleen aanzienlijk financieel voordeel, maar ook aanzien zou hebben opgeleverd. De kantonrechter wil hierbij aannemen dat het winnen van de Tour de France voor Rasmussen de bekroning van zijn carrière zou zijn geweest. Vanuit deze optiek zou het ontslag kennelijk onredelijk kunnen zijn.

Hier staat echter het volgende tegenover.

4.26 Alle aan het ontslag te stellen formele voorwaarden ten spijt, kan slechts de schending door Rasmussen van de antidoping regels, waaraan hij zowel op grond van de arbeidsovereenkomst als op grond van zijn relatie met het UCI gebonden was, worden aangemerkt als de werkelijke oorzaak van zijn ontslag. Reeds eerder is overwogen dat op Rasmussen zelf de verplichting rustte zich naar die regels te gedragen. In deze procedure is genoegzaam komen vast te staan dat Rasmussen die regels bewust heeft geschonden door het herhaald doen van een onjuiste opgave waardoor een effectieve controle op het gebruik van doping onmogelijk werd. Rasmussen moet zich ook bewust zijn geweest van de ernstige gevolgen van schending van die regels, nu de consequenties in de recorded warnings zijn opgenomen en ook in de arbeidsovereenkomst sancties zijn opgenomen op overtreding van de antidoping bepalingen. De enkele omstandigheid dat Rabo niet steeds even adequaat heeft gereageerd op de misstappen van Rasmussen betekent niet dat de gevolgen van de daden van Rasmussen afgewenteld kunnen worden op Rabo.

4.27 Hoe ernstig de gevolgen van het aan Rasmussen gegeven ontslag ook mogen zijn, zij vloeien voort uit zijn eigen gedrag en dienen dan ook voor zijn rekening te blijven.

4.28 Dit alles leidt ertoe dat het ontslag door de kantonrechter niet kennelijk onredelijk wordt geacht.

e. beoordeling van de vorderingen

4.29 Nu het ontslag op 26 juli 2007 onregelmatig is, is Rabo jegens Rasmussen schadeplichtig geworden.

4.30 Partijen zijn het erover eens dat op grond van art. 7:668a BW een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur tot stand is gekomen. Het gevolg hiervan is dat de arbeidsovereenkomst wel tussentijds opzegbaar is, met inachtneming van de opzegtermijn, die naar Rabo onweersproken heeft gesteld, twee maanden bedraagt. De opzegtermijn liep derhalve tot en met 30 september 2007. Het standpunt van Rasmussen dat Rabo geen beroep toekomt op deze bepaling, nu zij geschreven is in het belang van de werknemer, stuit af op het bepaalde het 4e lid van art. 7:668a BW.

4.31 Op grond van art. 7:677 lid 4 BW kan aan Rasmussen de volledige schadevergoeding worden toegekend, zij het dat dit slechts betrekking heeft op de schending van de door Rabo in acht te nemen opzegtermijn. Slechts de schade die wordt geleden door het feit dat niet regelmatig is opgezegd en niet de schade dát is opgezegd wordt bestreken door dit artikel.

4.32 Voor de vaststelling van de omvang van die schadevergoeding is het volgende van belang.

4.33 Het ontslag vond plaats daags na de schorsing van Rasmussen. Deze schorsing verhinderde dat Rasmussen de Tour de France uit kon rijden. Op dat moment was hij de drager van de gele trui en het lag in de lijn der verwachting dat hij de Tour de France zou winnen. Rabo is kennelijk ook van deze overwinning uitgegaan, nu zij aan de overige renners van haar ploeg de bonussen heeft uitbetaald die zij zouden hebben verdiend als Rasmussen de Tour de France had gewonnen.

4.34 Dit roept de vraag op of de bonus die Rasmussen had kunnen verdienen bij winst van de Tour de France alsnog aan hem moet worden uitbetaald.

4.35 Bij een schorsing kunnen ook andere belangen worden betrokken dan die van een individuele werknemer en die belangen kunnen een zelfstandige grond voor schorsing opleveren. In beginsel blijft bij een schorsing de verplichting om loon te betalen in stand. Tot het loon behoort in een arbeidsrelatie als de onderhavige ook een te verdienen bonus, die gekoppeld is aan een te behalen prestatie. Dat betekent dat die bonus alsnog moet worden betaald, tenzij de schorsingsreden geheel in de risicosfeer van de werknemer zou liggen. Daarvan is hier echter geen sprake.

4.36 Allereerst moet geconstateerd worden dat Rasmussen op 25 juli 2007 zonder behoorlijke uitleg uit de Tour de France is gehaald en daarmee is geschorst. Onduidelijk is gebleven op welke grond die schorsing plaatsvond. Rabo heeft gesteld dat als zij Rasmussen niet zou hebben geschorst, dit door de Tourorganisator ASO zou zijn gebeurd. Daarvan is echter niet gebleken, maar dit standpunt geeft wel zicht op de argumenten van Rabo. Aangenomen kan worden dat voor Rabo het ploegbelang, de druk van de Tourorganisatie en haar reputatie een rol hebben gespeeld. Dat zijn echter omstandigheden die in de risicosfeer van Rabo liggen. Daarnaast wist Rabo al vanaf 3 juli 2007 dat er sprake was van onjuiste opgaven door Rasmussen en op dat moment zag zij kennelijk geen reden om hem te schorsen. Het feit dat één en ander publiekelijk bekend wordt is niet aan Rasmussen toe te rekenen. Het bepaalde in art. 6 lid 1 van de arbeidsovereenkomst maakt dit niet anders, nu dit artikel niet kan verhinderen dat een beoordeling plaatsvindt van de gronden van de schorsing

4.37 Dit betekent dat voor de vaststelling van de schadevergoeding naast het basisloon, ook rekening moet worden gehouden met hetgeen partijen in de bonusregeling van de arbeidsovereenkomst hebben geregeld.

4.38 Voor toewijzing van bedragen die Rasmussen (mogelijk) had kunnen verdienen in criteriums is geen aanleiding. Rasmussen is niet de formele winnaar van de Tour de France en de te verdienen premies van die criteriums zijn juist daarvan afhankelijk. Het feit dat Rasmussen in arbeidsrechtelijke zin jegens Rabo nog wel aanspraak kan maken op de bonus van Tourwinnaar, betekent niet dat het gemis aan andere inkomsten die gekoppeld zijn aan een niet behaalde formele status onder deze schadevergoeding kan worden gebracht. Ook de door Rasmussen gevorderde uitkeringen van de Tourorganisator ASO zullen buiten beschouwing worden gelaten, nu de gestelde verschuldigdheid daarvan niet voortvloeit uit de arbeidsovereenkomst, maar afhankelijk is van door ASO vastgestelde voorwaarden.

4.39 Op basis van deze overwegingen bedraagt de aan Rasmussen toe te kennen schadevergoeding twee maal het maandsalaris ad € 70.000,- en de bonus als winnaar van de Tour de France ad € 400.000,-, in totaal € 540.000,- (bruto). De overige door Rasmussen gestelde bonussen en schadevergoedingen worden afgewezen, omdat die niet blijken uit de bonusregeling van de arbeidsovereenkomst en overigens niet voldoende zijn komen vast te staan. De vordering wegens geleden immateriële schade (zo die op de onregelmatigheid betrekking heeft) wordt eveneens afgewezen, nu gesteld noch gebleken is dat het feit dat onregelmatig is opgezegd bij Rasmussen heeft geleid tot immateriële schade.

4.40 Ten aanzien van het achterstallige loon, heeft Rasmussen gevorderd dat aan hem wordt voldaan de somma van € 125.000,- vermeerderd met de wettelijke verhoging. Rabo heeft erkend dit bedrag aan Rasmussen schuldig te zijn, maar heeft gesteld dit te mogen verrekenen met een vordering op Rasmussen wegens het verschaffen van een dringende reden. Nu uit hetgeen hiervoor is overwogen, blijkt dat Rasmussen jegens Rabo niet schadeplichtig is geworden, is de grondslag voor verrekening niet komen vast te staan en zal Rabo worden veroordeeld het achterstallig loon alsnog aan Rasmussen te voldoen. De kantonrechter ziet in de aard van het geschil aanleiding de wettelijke verhoging te matigen tot nihil. Rabo mocht, gezien de complexiteit van de materie en de aan Rasmussen te maken verwijten, zich aanvankelijk op het standpunt stellen dat zij niet gehouden was tot verdere loonbetaling. Het enkele feit dat zij uiteindelijk in het ongelijk wordt gesteld, is naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende om de verhoging onverkort toe te kennen.

4.41 De wettelijke rente zal, zoals gevorderd, worden toegekend vanaf 31 augustus 2007.

4.42 Rasmussen heeft ten slotte nog een bedrag wegens buitengerechtelijke kosten gevorderd ten belope van € 50.000,- exclusief BTW. Rabo heeft op zich niet betwist dat buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt, en evenmin de hoogte van het bedrag betwist, zodat de kantonrechter dit bedrag zal toewijzen, nu hem dit met het oog op de specifieke omstandigheden van dit geval niet irreëel voorkomt. De gevorderde wettelijke rente over dit bedrag zal niet worden toegewezen nu niet gesteld is dat Rasmussen dit bedrag ook daadwerkelijk aan zijn gemachtigden heeft voldaan.

4.43 Uit de gedeeltelijke toewijzing van de vorderingen in conventie volgt reeds dat de vordering in reconventie wordt afgewezen.

4.44 Nu partijen in het geschil in conventie, en de daarmee samenhangende reconventie, over en weer gedeeltelijk in het ongelijk zijn gesteld zal de kantonrechter de proceskosten compenseren, in dier voege dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing:

de kantonrechter:

in conventie:

verklaart voor recht dat de opzegging d.d. 26 juli 2007 onregelmatig is en Rabo jegens Rasmussen gehouden is tot volledige schadevergoeding;

veroordeelt Rabo om tegen bewijs van kwijting aan Rasmussen te betalen:

- ten titel van achterstallig loon: de somma van € 125.000,- bruto;

- ten titel van schadevergoeding wegens onregelmatig ontslag de somma van € 540.000,- bruto;

- ten titel van buitengerechtelijke kosten de somma van € 50.000,- exclusief BTW;

vermeerderd met de wettelijke rente over € 665.000,- ex art. 6:119 BW vanaf 31 augustus 2007 tot aan de dag der algehele vergoeding;

in reconventie:

wijst de vordering van Rabo af;

in conventie en in reconventie:

compenseert de proceskosten in dier voege dat iedere partij de eigen kosten draagt.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2008.