Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2001:AE1746

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
18-12-2001
Datum publicatie
22-04-2002
Zaaknummer
AWB 01/64484 VRONTN, 01/64485
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

AC-procedure / Nigeria / Ibo.

Verzoeker heeft de Nigeriaanse nationaliteit en behoort tot de Ibo bevolkingsgroep (Ibo). Hij stelt sedert december 2000 lid van de Movement for the Actualisation of the Sovereign State of Biafra (MASSOB) te zijn, die opkomt voor de belangen van de Ibo. Uit het rapport van het nader gehoor is gebleken dat verzoeker weinig tot geen informatie kon geven over de organisatiestructuur van de MASSOB. Voorts heeft verzoeker aantoonbaar onjuiste informatie gegeven over de gebeurtenissen van mei 2001. Verzoekers beschrijving van die gebeurtenissen past veeleer bij hetgeen een jaar eerder rond de MASSOB is voorgevallen, in mei 2000, zoals beschreven in het ambtsbericht van augustus 2001. Gelet op verzoekers verklaringen was hij toen echter nog geen lid, maar heeft hij zich eerst in december 2000 bij de MASSOB aangesloten.

De president ziet geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de door verweerder mede aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde informatie van internet. De stelling van verzoeker dat deze informatie minder juist is omdat zij afkomstig is van Yoruba-zijde, kan verzoeker bij gebrek aan enige onderbouwing niet baten. Van de zijde van verzoeker is ook geen informatie terzake uit andere bron genoemd of in het geding gebracht. Nu verzoeker verder geen informatie heeft kunnen verstrekken is de president met verweerder van oordeel dat het relaas van verzoeker ongeloofwaardig is.

De van de zijde van verzoeker in kopie overgelegde brief van een advocaat doet hier niet aan af. Allereerst wordt uit die brief niet duidelijk of de advocaat doelt op gebeurtenissen in mei 2000 of in mei 2001. Voorts zijn bij die brief geen justitiële stukken gevoegd. Ten slotte wijst de president er nog op dat uit die brief niet kan worden afgeleid dat verzoeker is wie hij zegt te zijn (en over wie in de brief wordt gesproken). Dit laatste punt is extra van belang, waar verweerder aan verzoeker ook uitdrukkelijk het ontbreken van documenten heeft tegengeworpen. Met verweerder en mede op de door verweerder daartoe aangevoerde gronden is de president van oordeel dat het ontbreken van (onder meer identiteits-)documenten niet verschoonbaar is te achten. Aan de door verweerder gehanteerde gronden voegt de president nog toe, dat zoals blijkt uit het vorenoverwogene, ook in gesteld vluchtelingschap geen aanvaardbaar excuus is gelegen voor het ontbreken van documenten. Beroep gegrond, afwijzing verzoek.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 8:86
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage

zittinghoudende te Amsterdam

vreemdelingenzaken

president

Uitspraak

artikel 8:81 en 8:86 Algemene wet bestuursrecht (Awb)

jo artikel 71 Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000)

reg. nr.: AWB 01/64484 VRONTN (voorlopige voorziening)

AWB 01/64485 VRONTN (beroep)

inzake: A, geboren op [...] 1967, van Nigeriaanse nationaliteit, verblijvende in het Grenshospitium te Amsterdam, verzoeker,

gemachtigde: mr. F.A.M. te Braake, advocaat te Goes,

tegen: de Staatssecretaris van Justitie, verweerder,

gemachtigde: mr. L.J.J. Stams, ambtenaar bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst van verweerders ministerie.

I. PROCESVERLOOP

1. Bij besluit van 2 december 2001 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000 afgewezen. Uit het besluit blijkt dat verzoeker de behandeling van een in te dienen beroep niet in Nederland mag afwachten en dat hij Nederland onmiddellijk moet verlaten. Tegen dit besluit heeft verzoeker bij beroepschrift van 2 december 2001, aangevuld bij brief van 10 december 2001, beroep ingesteld.

2. Bij verzoekschrift van 2 december 2001 heeft verzoeker de president van deze rechtbank verzocht verweerder te verbieden om verzoeker uit Nederland te verwijderen zolang er nog geen beslissing is genomen op het door verzoeker ingediende beroepschrift.

3. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 december 2001. Verzoeker is aldaar in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn voornoemde gemachtigde. Tevens was ter zitting aanwezig P.J. Kuiper, tolk in de Engelse taal.

II. STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

1. Aan zijn asielverzoek heeft verzoeker, zakelijk weergegeven, het volgende ten grondslag gelegd. Verzoeker behoort tot de Ibo bevolkingsgroep (Ibo) en is sedert december 2000 lid van de Movement for the Actualisation of the Sovereign State of Biafra (MASSOB), die opkomt voor de belangen van de Ibo. Verzoeker was vanaf januari 2001 de persoonlijk secretaris van de leider, Raph Uwazurike. Tijdens een bijeenkomst in mei 2001 van de MASSOB in Aba in de deelstaat Abia werd verzoeker tezamen met tien anderen gearresteerd en aansluitend gedetineerd op beschuldiging van het houden van een illegale vergadering, het hijsen van de vlag van Biafra en hoogverraad. Verzoeker en de anderen werden na ongeveer één maand op borgtocht vrijgelaten. Tijdens een eind juli 2001 gehouden geheime bijeenkomst in Lagos werd wederom een aantal leden van de MASSOB, waaronder verzoeker en Uwazurike, gearresteerd en gedetineerd in een politiebureau te Lagos. Hij deelde een cel met Uwazurike, tot deze laatste uit zijn cel werd gehaald en niet meer terugkeerde. Verzoeker is tijdens zijn detentie mishandeld. Verzoeker is in september 2001 met behulp van een bevriende agent en stamgenoot na het betalen van steekpenningen ontsnapt. Met behulp van een reisagent heeft verzoeker op 25 november 2001 het land verlaten.

2. Verweerder stelt zich op het standpunt dat verzoeker niet in aanmerking komt voor de gevraagde verblijfsvergunning. Daartoe voert verweerder het volgende aan. Verzoekers aanvraag is op grond van artikel 31, eerste lid, juncto artikel 31, tweede lid, aanhef en onder f, van de Vw 2000 afgewezen.

Verzoeker wekt niet de indruk met volle overtuiging een beroep te doen op het Vluchtelingenverdrag, nu hij niet direct na zijn aankomst in Nederland op 26 november 2001 de onderhavige aanvraag heeft ingediend maar dit eerst heeft gedaan nadat hem duidelijk was geworden dat hij op 27 november 2001 zou worden uitgezet naar Nigeria. Dit doet in ernstige mate afbreuk aan het urgente karakter van de aanvraag. De hiervoor gegeven verklaring leidt niet tot een ander oordeel. Verzoeker heeft geen documenten omtrent zijn identiteit en nationaliteit overgelegd. De verklaringen hieromtrent leiden niet tot verschoonbaarheid. Gelet hierop wordt getwijfeld aan de aannemelijkheid van het door verzoeker gegeven asielrelaas.

Verzoeker heeft, gezien het door hem gegeven asielrelaas, geen gegronde reden te vrezen voor vervolging in vluchtelingenrechtelijke zin. De verklaring dat hij de persoonlijk assistent van Uwazurike was, wordt volstrekt ongeloofwaardig geacht. Verzoeker heeft een aantal essentiële, algemene vragen omtrent de MASSOB, die een ieder in de functie die verzoeker stelt te hebben bekleed zou moeten kunnen beantwoorden, niet dan wel onjuist of incompleet beantwoord. Gelet hierop is het evenmin geloofwaardig dat hij hierdoor problemen heeft ondervonden zijdens de Nigeriaanse autoriteiten. Uit verzoekers verklaringen is niet gebleken dat hij bekend is met de ideologie van de MASSOB. In dit kader dient te worden opgemerkt dat verzoeker eveneens slecht op de hoogte is gebleken van de onafhankelijkheidsstrijd van Biafra en van ander zaken betreffende deze regio waarvan een assistent van de leider van de MASSOB op de hoogte zou moeten zijn. Zo bevreemdt het ten zeerste dat verzoeker niet weet hoe de vlag van Biafra eruit ziet en dat hij nimmer heeft gehoord van een Biafra politie, een Biafra ambassade en Biafra geld. De ongeloofwaardigheid van het relaas vindt verder bevestiging in de verklaringen van verzoeker omtrent de bijeenkomst van de MASSOB in mei 2001, die in het geheel niet stroken met hetgeen daaromtrent bekend is uit openbare bronnen. Ten slotte worden de verklaringen van verzoeker omtrent zijn ontsnapping uit het politiebureau in september 2001 niet geloofwaardig geacht, ook niet wanneer ervan zou worden uitgegaan dat deze ontsnapping geschiedde na het betalen van steekpenningen.

In tegenstelling tot hetgeen de rechtshulpverlener in de correcties en aanvullingen heeft aangevoerd, bevat het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken van augustus 2001 omtrent de algemene situatie in Nigeria wel informatie die ingaat tegen verzoekers verklaringen. Dat de aanvraag niet in de AC-procedure kon worden afgedaan omdat er in genoemd ambtsbericht onvoldoende informatie over de MASSOB is te vinden, wordt dan ook niet gevolgd. De stelling dat ook de omstandigheid dat verzoeker nog documenten had willen laten overkomen, in de weg staat aan afdoening in het AC, wordt evenmin gevolgd. Ook indien verzoeker de documenten had overgelegd was de aanvraag binnen de AC-procedure afgedaan. Gelet al op het vorenstaande is niet aannemelijk dat verzoeker vervolging te duchten heeft in Nigeria.

Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat er een reëel risico bestaat dat hij bij terugkeer zal worden onderworpen aan folteringen, aan onmenselijke behandelingen of bestraffingen.

Uit het relaas komen geen aanwijzingen dat verzoeker vanwege traumatische ervaringen niet kan terugkeren naar Nigeria. Gelet op de ongeloofwaardigheid van het asielrelaas kan geen geloof worden gehecht aan de gestelde detenties en de aldaar ondergane mishandelingen.

Terugkeer van verzoeker is niet van bijzondere hardheid in verband met de algehele situatie in Nigeria. Verzoeker komt derhalve niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw 2000. Evenmin komt verzoeker in aanmerking op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder 3 dan wel f, van de Vw 2000.

3. Verzoeker stelt zich op het standpunt dat zijn aanvraag ten onrechte is afgedaan in het AC. Voorts is verzoeker van mening dat hij in aanmerking komt voor de gevraagde verblijfsvergunning. Daartoe voert hij het volgende aan. Verzoekers advocaat in Nigeria heeft bij brief van 6 december 2001 verzoekers relaas bevestigd. Voorts blijkt uit informatie afkomstig van het internet dat Uwazurike op 21 juli 2001 samen met assistenten is gearresteerd. Verweerder heeft deze arrestatie in twijfel getrokken, terwijl uit deze informatie blijkt dat er wel degelijk sprake is geweest van een arrestatie in Ter zitting heeft de president informatie van internet (http://fr.allafrica.com) aan partijen voorgelegd, getiteld Renewed Crackdown of MASSOB Members. Deze informatie is op 30 mei 2001 op internet gezet door AllAfrica Global Media. Hieruit wordt het volgende aangehaald:

No fewer than 126 members of the Movement for the Actualisation of the Soverein State of Biafra (MASSOB), are detained by the police.

There is no doubt that the Chief Ralph Uwazurike led Movement for the Actualisation of the Sovereign State of Biaffra (MASSOB) is determined to lead Ndigbo out of the Nigerian federation. To that effect, the movement has, overtime, acquired the Biafran Police, the Biafran Embassy, Biafran flags, Biafran currency and Biafran map among other „necessities“.

On 12 may 2001, all the zonal co-ordinators of the organisation met at the national headquarters, Okigwe, Imo State, and resolved, among other things, „that 22 May 2001 shall be observed as the new Biafra Independence Anniversary day throughout the former Eastern Region“.

These elaborate ceremonies could however not hold as planned. The police, TheNEWS gathered, had, a week before the anniversary, spread its dragnets to every nook and cranny of Eastern Nigeria in a bid to stop the anniversary. Armed to the teeth, the police, 18 May swooped on the MASSOB members who were putting finishing touches to their preparations for the longdreamt Biafran independence. Although, the Enugu State Police Commissioner, Mr. Idris Mohammed, told journalists that 22 of the MASSOB members were arrested, this magazine was told that the number was 126.

Gemachtigde van verzoeker heeft erkend dat deze informatie op gespannen voet staat met de informatie van verzoeker. Verzoeker heeft gezegd bij zijn verklaringen te blijven. Dat die niet op één lijn liggen met de informatie van internet, wijt verzoeker aan de omstandigheid dat de informatie waarschijnlijk afkomstig is van Yoruba-zijde.

Verweerder heeft nog verklaard dat deze internetinformatie via de landendesk mede ten grondslag is gelegd aan het bestreden besluit.

III. OVERWEGINGEN

1. Aan de orde is de vraag of er gegeven de spoedeisendheid van het verzoek aanleiding bestaat een voorlopige voorziening te treffen dan wel het besluit van verweerder om de uitzetting niet achterwege te laten, te schorsen. Het verzoek moet onder meer worden toegewezen indien het belang van verzoeker bij de gevraagde voorziening zwaarder dient te wegen dan verweerders belang bij onmiddellijke uitvoering van zijn besluit. In deze belangenafweging speelt een rol het voorlopig oordeel van de president over de rechtmatigheid van het besluit om de uitzetting niet achterwege te laten. Dit besluit is onrechtmatig indien het is genomen in strijd met verdragsbepalingen of andere rechtsregels, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur daaronder begrepen.

2. Op grond van artikel 8:86 van de Awb heeft de president na behandeling ter zitting van het verzoek om een voorlopige voorziening de bevoegdheid om, indien hij van oordeel is dat nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak. Verzoeker is tijdig op deze bevoegdheid gewezen.

3. De AC-procedure voorziet in afdoening van asielverzoeken binnen 48 uur. Deze procedure leent zich slechts voor die zaken waarvan verweerder, daarbij de vereiste zorgvuldigheid in acht nemend, binnen deze korte termijn kan beoordelen of de aanvraag op grond van artikel 30 of 31 van de Vw 2000 kan worden afgewezen.

4. De president stelt voorop dat de politieke en mensenrechtensituatie in Nigeria niet zodanig is dat asielzoekers - al dan niet afkomstig van de Ibo-bevolkingsgroep zoals verzoeker - uit dat land zonder meer als vluchteling behoren te worden aangemerkt. Daarom zal aannemelijk moeten zijn dat met betrekking tot verzoeker persoonlijk feiten en omstandigheden bestaan waardoor hij gegronde reden heeft te vrezen voor vervolging in vluchtelingenrechtelijke zin. Naar het oordeel van president is daarvan niet gebleken. Daartoe is het volgende redengevend.

5. Uit het rapport van het nader gehoor is gebleken dat verzoeker weinig tot geen informatie kon geven over de organisatiestructuur van de MASSOB. Voorts heeft verzoeker aantoonbaar onjuiste informatie gegeven over de gebeurtenissen van mei 2001. Verzoekers beschrijving van die gebeurtenissen past veeleer bij hetgeen een jaar eerder rond de MASSOB is voorgevallen, in mei 2000, zoals beschreven in het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken van augustus 2001. Gelet op verzoekers – ter zitting gehandhaafde - verklaringen was hij toen echter nog geen lid, maar heeft hij zich eerst in december 2000 bij de MASSOB aangesloten.

6. De president ziet geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de door verweerder mede aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde informatie van internet. De stelling van verzoeker dat deze informatie minder juist is omdat zij afkomstig is van Yoruba-zijde, kan verzoeker bij gebrek aan enige onderbouwing niet baten. Van de zijde van verzoeker is ook geen informatie terzake uit andere bron genoemd of in het geding gebracht.

7. Nu verzoeker verder geen informatie heeft kunnen verstrekken over onder andere de vlag van Biafra en het geld van Biafra (belangrijke punten voor de MASSOB), is de president met verweerder van oordeel dat het relaas van verzoeker ongeloofwaardig is.

8. De van de zijde van verzoeker in kopie overgelegde brief van de advocaat O.O. Anyanwu doet hier niet aan af. Allereerst wordt uit die brief niet duidelijk of de advocaat doelt op gebeurtenissen in mei 2000 of in mei 2001. Voorts zijn bij die brief geen justitiële stukken gevoegd. Ten slotte wijst de president er nog op dat uit die brief niet kan worden afgeleid dat verzoeker is wie hij zegt te zijn (en over wie in de brief wordt gesproken). Dit laatste punt is extra van belang, waar verweerder aan verzoeker ook uitdrukkelijk het ontbreken van documenten heeft tegengeworpen. Met verweerder en mede op de door verweerder daartoe aangevoerde gronden is de president van oordeel dat het ontbreken van (onder meer identiteits-)documenten niet verschoonbaar is te achten. Aan de door verweerder gehanteerde gronden voegt de president nog toe, dat zoals blijkt uit het vorenoverwogene, ook in gesteld vluchtelingschap geen aanvaardbaar excuus is gelegen voor het ontbreken van documenten.

9. De president is mitsdien gelet op het voorgaande en op de door verweerder in het bestreden besluit aangegeven gronden, zoals samengevat onder rechtsoverweging II.2, van oordeel dat verweerder in dit geval de aanvraag terecht binnen het AC heeft kunnen afdoen en voorts op goede gronden heeft geoordeeld dat de aanvraag kon worden afgewezen.

10. Uit het voorgaande volgt tevens dat nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan beoordeling van de hoofdzaak en dat deze slechts in ongegrondverklaring van het beroep kan eindigen. De president ziet derhalve aanleiding om met toepassing van artikel 8:86 van de Awb onmiddellijk op dat beroep te beslissen. Dat brengt mee dat het verzoek om een voorlopige voorziening wegens gebrek aan belang dient te worden afgewezen.

11. Van omstandigheden op grond waarvan een van de partijen zou moeten worden veroordeeld in de door de andere partij gemaakte proceskosten is niet gebleken.

V. BESLISSING

De president

in de zaak geregistreerd onder nummer AWB 01/64485 VRONTN:

verklaart het beroep ongegrond;

in de zaak geregistreerd onder nummer AWB 01/64484 VRONTN:

wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan en uitgesproken in het openbaar op 18 december 2001 door

mr. H.J. Tijselink, fungerend president, in tegenwoordigheid van mr. P.J. van de Pol, griffier.

Afschrift verzonden op: 18 december 2001

Conc.: PP

Coll:

Bp: -

D: B

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open op de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (adres: Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC 's-Gravenhage). Ingevolge artikel 69, derde lid, van de Vw 2000 bedraagt de termijn voor het instellen van hoger beroep één week. Naast de vereisten waaraan het beroepschrift moet voldoen op grond van artikel 6:5 van de Awb (zoals het overleggen van een afschrift van deze uitspraak) dient het beroepschrift ingevolge artikel 85, eerste lid, van de Vw 2000 een of meer grieven te bevatten. Artikel 6:6 van de Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing