Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2016:7340

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20-09-2016
Datum publicatie
28-09-2016
Zaaknummer
C/10/510416 / KG ZA 16-1095
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Geschil tussen eigenaar schip en shipmanager. Ontruiming schip.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2017/53
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/510416 / KG ZA 16-1095

Vonnis in kort geding van 20 september 2016

in de zaak van

de rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging

MARITIMEX GLOBAL LIMITED,

gevestigd te Victoria, de Seychellen,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. N.J. Margetson te Rotterdam,

tegen

de rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging

ASSET MANAGEMENT CORPORATION OF NIGERIA,

gevestigd te Abuja, Nigeria,

verweerster in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. T. Bezmalinovic te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Maritimex en AMCON genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de vrijwillige verschijning van partijen;

  • -

    de conclusie van eis met producties 1 tot en met 23;

  • -

    de conclusie van antwoord in kort geding tevens houdende eis in reconventie met producties 1 tot en met 4;

  • -

    de mondelinge behandeling d.d. 20 september 2016.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

AMCON is eigenaar van het schip Mongolia (hierna ook: het schip).

2.2.

Maritimex is op grond van de op 14 juni 2016 met AMCON aangegane overeenkomst shipmanager van het schip. De werkzaamheden van de shipmanager omvatten ‘Technical Management’, ‘Commercial Management’ en ‘Crew Management’.

2.3.

De middels uitbesteding door Maritimex aangestelde bemanning bestaat uit vijfentwintig personen.

2.4.

AMCON heeft een bedrag van USD 2.317.620,00 aan Maritimex betaald ten behoeve van het dokken van het schip. Dit is tot op heden niet gerealiseerd.

2.5.

Bij brief van 31 augustus 2016 heeft AMCON Maritimex verzocht voornoemd bedrag terug te betalen.

2.6.

Bij brief van 1 september 2016 heeft Maritimex AMCON onder meer bericht dat zij reeds kosten had gemaakt en facturen betreffende operationele kosten heeft uitgebracht die onbetaald zijn gebleven, welke zij wenst te verrekenen.

2.7.

Bij brief van 7 september 2016 heeft AMCON Maritimex bericht de overeenkomst te ontbinden, op grond van de weigering van Maritimex om het door AMCON betaalde bedrag terug te betalen.

2.8.

Bij brief van 8 september 2016 heeft Maritimex de geldigheid van de ontbinding betwist. Maritimex heeft een arbitrageprocedure aanhangig gemaakt.

2.9.

Op 19 september 2016 heeft AMCON na daartoe verkregen verlof beslag tot afgifte op het schip laten leggen en is een bewaarder aangesteld. Vervolgens kwamen elf Poolse bemanningsleden aan boord.

3 Het geschil in conventie

3.1.

Maritimex vordert – verkort en zakelijk weergegeven – AMCON te bevelen ervoor te zorgen dat de Poolse bemanning die op 19 september 2016 aan boord is gekomen van de Mongolia en de bewaarders die op 19 september 2016 zijn benoemd het schip verlaten, op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van AMCON in de proceskosten.

3.2.

Maritimex doet daartoe een beroep op artikel 21 Rv en stelt voorts dat tussen partijen bestaande managementovereenkomst niet rechtsgeldig is beëindigd zodat AMCON dient na te komen.

3.3.

AMCON voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

AMCON vordert – verkort en zakelijk weergegeven – Maritimex te veroordelen de Mongolia te ontruimen, te verlaten en ontruimd te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom, bij gebreke waarvan zo nodig met behulp van de sterke arm van politie en justitie het schip kan worden ontruimd, met dien verstande dat het vonnis binnen een termijn van twee jaar ook zal kunnen worden ten uitvoer gelegd tegen een ieder die ten tijde van de tenuitvoerlegging zich daar bevindt of daar binnentreedt, met veroordeling van Maritimex in de proceskosten in reconventie.

4.2.

Maritimex voert verweer.

4.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in conventie en reconventie

5.1.

Maritimex heeft een beroep gedaan op schending van artikel 21 Rv doordat in het beslagrekest geen melding is gemaakt van het feit dat Maritimex gerechtigd was om een relevant gedeelte van de betaalde ruim 2,3 miljoen dollar met haar vordering te verrekenen. Deze stelling wordt verworpen nu uit de bijlagen die bij het beslagrekest gevoegd waren voldoende blijkt dat Maritimex het standpunt inneemt dat zij daartoe gerechtigd is.

5.2.

Aan de orde is de vraag in hoeverre AMCON gerechtigd was om per 7 september 2016 de tussen partijen gesloten managementovereenkomst te beëindigen. Niet ter discussie staat dat die vraag naar Engels recht beantwoord dient te worden. AMCON heeft zich in dat kader beroepen op een legal opinion van een Engelse barrister die erop neerkomt dat naar diens mening de overeenkomst beëindigd kon worden omdat sprake is van wezenlijk geschonden vertrouwen doordat geen gevolg is gegeven aan het verzoek tot terugbetaling van ruim 2,3 miljoen dollar. Ter zitting heeft Maritimex gemotiveerd betwist dat dit een deugdelijke grondslag voor beëindiging zou kunnen zijn, temeer nu Maritimex contractueel gerechtigd was haar vordering, die tot op heden ruim 1,2 miljoen dollar bedraagt, te verrekenen met deze betaling. Op basis van de gebleken feiten kan de voorzieningenrechter in het kader van dit kort geding niet met voldoende mate van aannemelijkheid vaststellen of de overeenkomst op deugdelijke gronden is beëindigd. Daarbij komt dat ter zitting namens AMCON is gesteld dat Maritimex ten onrechte heeft kenbaar gemaakt dat het schip nog in het droogdok moest. Het is AMCON gebleken dat dit vrij recent nog gebeurd is, zodat zij hieromtrent door Maritimex onjuist is geïnformeerd. Indien deze stelling van AMCON juist zou zijn, zou dat mogelijk een deugdelijke reden voor ontbinding kunnen zijn. Ook deze feiten zijn echter onvoldoende vast komen te staan. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de vraag of al dan niet sprake is van een rechtsgeldig beëindigde managementovereenkomst voor beoordeling van de vordering thans niet bepalend kan zijn.

5.3.

Vaststaat – beide partijen gaan daar ook van uit – dat een ordemaatregel geboden is. Er bevinden zich thans twee crews, waaronder ook twee kapiteins, op het schip. Het behoeft geen nader betoog waarom een dergelijke situatie niet te handhaven is. De voorzieningenrechter concludeert, de wederzijdse belangen afwegend, dat de belangen van de eigenaar van het schip, die immers in beginsel zelf kan bepalen wat er met haar schip gebeurt, thans zwaarder dienen te wegen dan die van Maritimex. Daarbij speelt mee dat Maritimex thans nog een zeer aanzienlijk bedrag onder zich heeft en zij, zo is ter zitting gebleken, de overeenkomst wenst te continueren met het oog op mogelijke schadeclaims van degene aan wie zij het ‘Crew Management’ heeft uitbesteed. De mogelijke gevolgen daarvan kunnen evenwel ook op andere wijze worden ondervangen, bijvoorbeeld, zoals mr. Bezmalinovic ter zitting al suggereerde, door beslag te leggen op het schip.

5.4.

De voorzieningenrechter heeft voorts afgewogen of het verleende verlof tot het in bewaring nemen van een schip als het onderhavige met zich kan brengen dat op de bewaarder de verplichting rust om voor een deugdelijke bemanning van het schip zorg te dragen. Die vraag wordt bevestigend beantwoord. In de lijn daarvan kan onder omstandigheden ook de aanwezige bemanning worden vervangen.

5.5.

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de vordering in conventie wordt afgewezen en dat de vordering in reconventie wordt toegewezen, een en ander als na te melden.

5.6.

Maritimex zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van AMCON worden begroot op:

- griffierecht € 619,00

- salaris advocaat 816,00

- salaris advocaat (reconventie) € 408,00 (factor 0,5 × tarief € 816,00)

Totaal € 1.843,00

5.7.

Ten aanzien van de gevorderde ontruiming overweegt de voorzieningenrechter dat de deurwaarder zelf geen rechterlijke machtiging behoeft om bevoegd te zijn de hulp van de sterke arm van politie en justitie in te roepen indien de deuren gesloten zijn, of de opening geweigerd wordt.

5.8.

De gevorderde dwangsom zal worden afgewezen nu de verlangde ontruiming anderszins bewerkstelligd kan worden.

6 De beslissing

De voorzieningenrechter

In conventie

6.1.

wijst de vorderingen af,

In reconventie

6.2.

veroordeelt Maritimex om uiterlijk 24 uur na betekening van dit vonnis het schip de Mongolia te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden, met achterlating van alle toebehoren van het schip aan boord en de sleutels en alle overige toegangsmiddelen ter vrije en algehele beschikking van de gerechtelijke bewaarder te stellen, en machtigt AMCON en de gerechtelijke bewaarder indien niet tijdig aan deze veroordeling wordt voldaan het schip te doen ontruimen,

6.3.

verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

6.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

In conventie en reconventie

6.5.

veroordeelt Maritimex in de proceskosten, aan de zijde van AMCON tot op heden begroot op € 1.843,00 en verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes en in het openbaar uitgesproken op 20 september 2016.2885/676