Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2016:5917

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-07-2016
Datum publicatie
29-07-2016
Zaaknummer
10/765000-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mega Marque. Medeplegen valselijk opmaken medische verklaringen door psychiater, die zo onverschillig was over de juistheid van de inhoud van de verklaringen die hij afgaf, dat hij voorwaardelijk opzettelijk heeft gehandeld. Medeplichtig aan oplichting. Overtreding van de Wet Marktordening niet verjaard maar vrijspraak. Geldboete van € 5000,- en ontzetting uit het recht om zijn beroep van psychiater uit te oefenen voor de duur van vijf jaren.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 23
Wetboek van Strafrecht 28
Wetboek van Strafrecht 47
Wetboek van Strafrecht 48
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 70
Wetboek van Strafrecht 225
Wetboek van Strafrecht 228
Wetboek van Strafrecht 326
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GJ 2016/135 met annotatie van prof. mr. T.M. Schalken
GZR-Updates.nl 2016-0352
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/765000-11

Datum uitspraak: 28 juli 2016

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [woonplaats] ,

[adres] ,

raadsvrouw mr. S. Splinter, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 11 en 12 april 2016 en 25 en 26 mei 2016. Het onderzoek is gesloten op 28 juli 2016.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting van 8 december 2012 overeenkomstig de vordering van de officier van justitie nader is omschreven. De tekst van de nader omschreven tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officieren van justitie mrs. H. Rebel en H.C. Vermaseren (hierna: de officier van justitie) hebben gevorderd:

  • -

    niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde;

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden met aftrek van voorarrest;

  • -

    opheffing van het strafvorderlijke beslag onder handhaving van het conservatoire beslag op de onder de verdachte inbeslaggenomen vorderingen ad € 194.822,58 en

€ 6.498,28.

4 Geldigheid dagvaarding ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de dagvaarding nietig is, nu in de tenlastelegging onder 3 een niet bestaande wet is vermeld (de Wet Marktwerking gezondheidszorg in plaats van de Wet Marktordening gezondheidzorg), deze is toegesneden op de huidige wetstekst in plaats van op de tekst van de wet zoals deze gold ten tijde van het begaan van het feit en overigens ten onrechte verwijst naar artikel 1 onder 1 van de Wet Economische Delicten.

Oordeel van de rechtbank

Een dagvaarding heeft, voor zover hier van belang, als functie om de verdachte op de hoogte te stellen van de beschuldiging die de officier van justitie tegen hem inbrengt. De in de dagvaarding opgenomen tenlastelegging dient, op grond van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (Sv), die beschuldiging naar tijd en plaats bepaald voldoende feitelijk en duidelijk te omschrijven. De verwijzing naar de wettelijke bepaling waarin dat feit is strafbaar gesteld speelt, anders dan de raadsvrouw kennelijk heeft gesteld, geen rol bij de beoordeling van de geldigheid van de dagvaarding. Evenmin is het een eis dat in de tenlastelegging een gebeurtenis is beschreven die, indien bewezen, tot kwalificatie tot een strafbaar feit leidt.

De rechtbank is van oordeel dat, hoewel de bevindingen van de raadsvrouw op zichzelf juist zijn, gelet op het bovenstaande niet onvoldoende feitelijk of onduidelijk is wat aan de verdachte wordt verweten. Ook overigens is de rechtbank van oordeel dat de tenlastelegging, mede door de verwijzing naar het dossier, duidelijk maakt wat het verwijt is. Zij verwerpt het verweer.

5. Ontvankelijkheid officier van justitie ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde

Standpunt van de officier van justitie en de verdediging

De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat het feit zoals is ten laste gelegd onder 3 is verjaard. Het Openbaar Ministerie is daarom niet-ontvankelijk in de strafvervolging. De raadsvrouw heeft zich subsidiair bij dat standpunt aangesloten.

Oordeel van de rechtbank

De tenlastelegging is toegesneden op delicten in de zin van de Wet Economische Delicten. Nu deze zonder het bestanddeel ‘opzet’ zijn tenlastegelegd, zijn deze als overtredingen tenlastegelegd. De tenlastelegging beschrijft 28 registraties (behandelingen) van vijf patiënten, die niet conform de Wet marktordening gezondheidzorg zouden zijn gedaan in de periode 13 november 2008 tot en met 9 december 2010. Toentertijd gold op grond van artikel 70, eerste lid, aanhef en onder 1 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) een verjaringstermijn voor overtredingen van twee jaar. Die termijn ving en vangt aan op de dag na het plegen van het feit en wordt gestuit door een daad van vervolging. Na elke daad van vervolging vangt de verjaringstermijn (derhalve) opnieuw aan. Een daad van vervolging is in elk geval een vordering tot inbewaringstelling en verder iedere rechterlijke beslissing of een daad waardoor een rechterlijke beslissing in de zaak wordt uitgelokt.

De verdachte is aangehouden voor zijn betrokkenheid bij fraude, waarbij hij onder andere zijn administratie zou hebben vervalst, hetgeen onder feit 3 in de definitieve tenlastelegging is verwerkt. De vordering tot inbewaringstelling is gedateerd op 21 januari 2011. Voor zover de rechtbank op basis van het methodiekenproces-verbaal heeft kunnen oordelen, was deze vordering tot inbewaringstelling de eerste daad van vervolging in de strafzaak tegen de verdachte. De feiten gepleegd vóór 21 januari 2009 zijn derhalve verjaard. Dit betreft de onterechte registraties op 7 november 2008 en 15 december 2008. De overige bedoelde feiten waren blijkens de tenlastelegging en het dossier op 21 januari 2011 niet verjaard. Op het moment van de vordering inbewaringstelling zouden de bedoelde feiten verjaren op 21 januari 2013, bij gelijkblijvende wetstekst en zonder verdere daden van vervolging.

Na de vordering inbewaringstelling heeft echter nog een aantal opeenvolgende daden van vervolging plaatsgevonden. Een daarvan heeft plaatsgevonden bijvoorbeeld op 17 mei 2011 (pagina 2045 methodieken proces-verbaal Marque), toen de rechter-commissaris een machtiging inbeslagname gevoelige persoonsgegevens heeft afgegeven, waardoor de verjaringstermijn werd gestuit tot 17 mei 2013.

En er is meer. Op 1 april 2013 is artikel 70 Sr gewijzigd. De verjaringstermijn van overtredingen is toen verlengd tot drie jaren. Op grond van het overgangsrecht geldt die nieuwe verjaringstermijn voor alle overtredingen, zoals de onderhavige, die op 1 april 2013 niet waren verjaard. Op 11 april 2013 (ongenummerd, voorlaatste pagina methodieken proces-verbaal Marque 1e aanlevering), heeft de rechter-commissaris eveneens een machtiging inbeslagname gevoelige persoonsgegevens afgegeven. De tenlastegelegde overtredingen in deze zaak zouden dan verjaren op 11 april 2016.

En er is nog meer. Los van de vraag of de regiezitting door de rechter-commissaris van 8 september 2014 is te beschouwen als een daad van vervolging (deze behoeft immers niet plaats te vinden op vordering van de officier van justitie), is op 8 december 2015 voor de meervoudige strafkamer van de rechtbank een regiezitting in de strafzaak tegen de verdachte gehouden. Die zitting en de oproeping van de verdachte voor die zitting zijn als daden van vervolging te beschouwen, die hebben plaatsgevonden ruim voor de verjaring op 11 april 2016.

De conclusie is dat de feiten zoals onder 3 tenlastegelegd, met uitzondering van beide hiervoor genoemde, niet zijn verjaard en de officier van justitie ontvankelijk is.

6 Bewijsbeslissing

Inleiding

Onder de naam Marque is in de periode december 2008 tot en met april 2016 opsporingsonderzoek en strafrechtelijk vooronderzoek gedaan naar grootschalige fraude met uitkeringen en persoonsgebonden budgetten (PGB). Op grond van de resultaten van dat onderzoek hebben de officieren van justitie drie beschuldigingen tegen de verdachte ingebracht. Die komen er zoals tenlastegelegd onder de feiten 1 onder A en onder B – kort gezegd – op neer dat hij in de periode tussen 1 januari 2006 tot en met 18 januari 2011 tezamen en vereniging met anderen valse medische verklaringen en brieven heeft opgemaakt en voorhanden heeft gehad en valse medische verklaringen heeft afgegeven.

Onder 2 primair is in algemene bewoordingen ten laste gelegd dat de verdachte tezamen en in vereniging met anderen, waaronder personen die zich bedrieglijk voordeden als patiënten met zeer ernstige psychiatrische aandoeningen (verder: pseudo-patiënten) het UWV, het CIZ, zorgkantoren of zorgverzekeraars heeft opgelicht. Onder 2 subsidiair is ten laste gelegd dat de verdachte medeplichtig is geweest bij of aan die oplichting door onder andere [medeverdachte 1] door het verstekken van valse medische verklaringen. Onder 3 tenslotte is, als gezegd, overtreding van de Wet marktordening tenlastegelegd.

5.1

Bewijswaardering

5.1.1

Het onder 1 tenlastegelegde

Volgens de tenlastelegging onder 1 heeft de verdachte het valselijk opmaken en afgeven van vier brieven en een medische verklaring medegepleegd. Wat betreft het bewijs overweegt de rechtbank als volgt.

De rechtbank acht bewezen dat deze brieven en verklaring zijn opgesteld door de verdachte, nu deze zijn voorzien van zijn handtekening, zijn opgemaakt op zijn briefpapier en de authenticiteit van die ondertekening niet wordt betwist.

Wat betreft de brief in de zaak [medeverdachte 2] , gericht tot de woningbouwvereniging, inhoudende dat [medeverdachte 2] een chronisch psychiatrische patiënt is, die in aanmerking zou moeten komen voor een eengezinswoning, is de rechtbank van oordeel dat niet buiten elke redelijke twijfel vast staat dat deze informatie, zo deze al als medische informatie valt aan te merken, onjuist is. Van dat onderdeel van de tenlastelegging spreekt de rechtbank vrij.

Uit de bij dit vonnis opgenomen bewijsmiddelen blijkt dat in de overige gevallen de persoon op wiens of wier naam de verklaring of brief is afgegeven niet geestesziek was of niet in de mate waarin dat in de brief of verklaring is aangegeven.

De verdachte heeft ontkend dat hij wist dat de pseudo-patiënten niet ziek waren of niet in de mate waarin hij dat in de bedoelde brieven en verklaring heeft beschreven. Hij is naar eigen zeggen bedrogen door de pseudo-patiënten en hun begeleider [medeverdachte 1] . Hij is te goeder trouw afgegaan op informatie die hem door de patiënten en door [medeverdachte 1] is gegeven. Dit wordt ondersteund door bijvoorbeeld de verklaring van [medeverdachte 3] , die op de zitting heeft gezegd dat hij bij de verdachte toneel speelde en dat de verdachte niet wist dat hij, [medeverdachte 3] , niet geestesziek was.

Uit het heden in de zaak tegen [medeverdachte 1] gewezen vonnis blijkt dat deze zich, tezamen en vereniging met de psychiater [medeverdachte 4] , langdurig en op grote schaal heeft schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift en oplichting. De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier en het onderzoek op de zitting naar voren komt dat de verdachte ten opzichte van [medeverdachte 1] een heel andere rol heeft gehad dan de psychiater [medeverdachte 4] . De verdachte heeft geen deel uitgemaakt van het samenwerkingsverband dat het UWV en het CIZ/de zorgkantoren heeft opgelicht. Dat neemt niet weg, dat de verdachte wel degelijk opzettelijk valse medische brieven en een valse medische verklaring heeft afgegeven. Hij heeft tenminste de aanmerkelijke kans aanvaard dat door hem vermelde ziektebeelden en GAF-scores niet in overeenstemming waren met de werkelijkheid. Anders gezegd, er was sprake van zodanig ernstige onverschilligheid ten opzichte van het gevolg van zijn handelen, dat van voorwaardelijk opzettelijk handelen in de zin van de artikelen 225 Sr en 228 Sr kan worden gesproken.

De rechtbank overweegt in dat verband als volgt.

In de eerste plaats heeft de verdachte zich gerealiseerd dat er sprake zou kunnen zijn misbruik. Wat dit betreft heeft de verdachte het volgende verklaard:

Het aanvragen van een PGB komt misschien wat te vaak voor. Daarmee bedoel ik de verzoeken om PGB. Mijn afweging daarbij is of het adequaat is of dat er misbruik van wordt gemaakt.1

Maar bij die afweging ging de verdachter in de tweede plaats voornamelijk af op door [medeverdachte 1] aangedragen informatie. Dit blijkt om te beginnen uit zijn eigen verklaring.

“Turkse vrouwen kijken je niet aan tijdens een behandeling, toch moet je kijken wat er speelt. Dan ben je aangewezen op een begeleider. De begeleider, [medeverdachte 1] , beschikte toch over goede informatie, althans hij was geïnformeerd. Hij kende zelfs de geboortedata van patiënten uit zijn hoofd. [medeverdachte 1] was betrokken en bezocht mensen ook thuis en vertelde op die manier wat er dan aan de hand was”.2

En op de vraag waarop hij zijn diagnose baseert, heeft de verdachte verklaard:

“Dat baseer ik op het verhaal van [medeverdachte 1] en soms op die van de patiënt. Maar ook aan de hand van dingen die op schrift staan gesteld, de vragenlijst bijvoorbeeld. Vaak ook andere informatie van andere behandelaars, andere documenten. [medeverdachte 1] vult vaak de vragenlijst in, omdat sommige mensen analfabeet zijn”.3

Dat de verdachte vaak informatie had van andere behandelaars, heeft hij trouwens ter zitting tegengesproken:

“Er waren soms wel brieven van [medeverdachte 4] , maar volledige dossiers heb ik nooit gehad. Het was niet gebruikelijk om dossiers bij een andere psychiater op te vragen. Ik vroeg het niet op.”

In de derde plaats blijkt uit de verklaringen van pseudo-patiënten, om te beginnen van [medeverdachte 5] , dat de verdachte de pseudo-patiënten niet daadwerkelijk behandelde. Als hem wordt gevraagd of hij een afspraak heeft gehad met de verdachte op 21 mei 2010 tussen 13.00 en 15.00, antwoordt hij:

“Nee echt niet. Hooguit 10 minuten of 15 minuten. 2 uur haha”.4

De rechtbank acht [medeverdachte 5] verklaring betrouwbaar, nu deze steun vindt in andere, hierna te bespreken, bewijsmiddelen.

Uit het relaas proces-verbaal in het zaaksdossier UWV- [verdachte] (p. 47) blijkt, zakelijk weergegeven, het volgende.

Analyse medicore gegevens S. [medeverdachte 5]

Werden de gegevens uit medicore m.b.t. [medeverdachte 5] in combinatie met overige

onderzoeksgegevens geanalyseerd. Hieruit kan worden opgemaakt dat:

Afspraak 21 mei 2010, om 12.30 uur met patiënt [medeverdachte 5] gedurende 110 minuten

directe en 100 minuten indirecte tijd.

Eerste log-gegevens zijn op 21 mei 2010 tussen 13.04 en 13.19 uur vastgelegd.

Verslaglegging “Turkse man, die hier trillend op de stoel zit. Is angstig, hoort

stemmen, ziet mannen van lange baarden.”

• Agenda 2010 van B. [medeverdachte 1] ;

Afspraak op 21 mei 2010, van 13.00 uur t/m 15.00 uur met Dr. J.G. met hierbij 5

namen, waaronder Dhr. [medeverdachte 5] .

• Uit telecommunicatie- en peilbakengegevens van [medeverdachte 1] is op te maken dat

[medeverdachte 1] op 21-5-2010 tussen 12.49 uur en 13.28 uur bij [verdachte] in Helmond is

geweest. [medeverdachte 1] op 21-5-2010 om 10.36 uur en 12.01 uur telefonisch contact heeft gehad met [medeverdachte 5] .

Deze gegevens duiden er op dat [medeverdachte 5] met [medeverdachte 1] is meegegaan naar het spreekuur van de verdachte. Dat heeft [medeverdachte 5] ook zo verklaard:

Ik ben in totaal maar 3 keer bij dokter [verdachte] geweest.

En in welke taal sprak dokter [verdachte] met u tijdens zijn consulten?

[medeverdachte 1] vertaalde alles voor mij.5

Duidelijk is dat [medeverdachte 5] geen Nederlands spreekt en ook bij de politie door een tolk is gehoord. Het kan niet anders of [medeverdachte 1] is inderdaad bij die afspraak aanwezig geweest. Maar dan kan het consult niet voor 12.49 zijn begonnen, want op dat tijdstip is [medeverdachte 1] in Helmond aangekomen, en is het in elk geval om 13.28 al afgelopen, want op dat tijdstip is [medeverdachte 1] uit Helmond vertrokken. De rechtbank acht, als gezegd, de verklaring van [medeverdachte 5] geloofwaardig dat de verdachte, anders dan deze in medicore heeft geregistreerd, op 21 mei 2010 geen afspraak van 110 minuten met [medeverdachte 5] heeft gehad.

Ook wat betreft andere op de tenlastelegging genoemde personen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] is er bewijs dat de verdachte hen niet echt heeft behandeld.

Wat betreft [medeverdachte 3] blijkt uit het relaas proces-verbaal in het zaaksdossier [medeverdachte 3] (p. 80-81) zakelijk weergegeven het volgende.

Uit Medicore blijkt dat de verdachte een afspraak had voor 7 november 2008 met [medeverdachte 3] en zijn echtgenote [medeverdachte 3] om respectievelijk 15.15 en 16.00 uur.

Bij [medeverdachte 3] staat tevens 45 minuten indirecte tijd geregistreerd voor het regelen van een tolk, (terwijl, zo merkt de rechtbank op, juist [medeverdachte 1] meekwam om te tolken). Bij [medeverdachte 6] staat 20 minuten directe tijd geregistreerd in verband met “verwerven informatie van eerdere behandelaars”, (terwijl, zo merkt de rechtbank op, de verdachte ter zitting heeft verklaard geen gegevens op te vragen van andere behandelende artsen).

De verslag items van [medeverdachte 3] zijn gelogd tussen 17.24 uur en 17.35 uur en om 19.16 uur wordt vervolgens de afspraak voor die dag om 16.00 uur pas vastgelegd.

De verslagitems van Bircan zijn gelogd tussen 17.37 uur en 17.50 uur en om 19.19 uur wordt vervolgens de afspraak voor die dag om 15.15 uur pas vastgelegd.

Uit historische telecommunicatie verkeersgegevens blijkt dat het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 3] die dag om tussen 11.28 uur en 19.33 uur aanstraalde op cellid’s in Zwijndrecht en Hendrik-Ido-Ambacht. Enkele minuten na de afspraak van de verdachte bij [verdachte] blijkt uit verkeersgegevens dat er telefonisch contact is tussen het telefoonnummer van Bircan en [medeverdachte 3] terwijl de telefoon van [medeverdachte 3] wordt aangestraald in Zwijndrecht.

Nu er geen enkele aanleiding is om te veronderstellen dat iemand anders [medeverdachte 3] ’s telefoon in zijn bezit had, leiden deze gegevens tot de conclusie dat [medeverdachte 3] niet op het geregistreerde moment een afspraak bij de verdachte heeft gehad. Het niet-behandelen van [medeverdachte 3] wordt op deze manier “weggemoffeld” in medicore en dat toont de kwade trouw van de verdachte.

Wat betreft [medeverdachte 7] blijkt uit het in het zaaksdossier UWV- [verdachte] dat in medicore 13 afspraken met [medeverdachte 7] staan geregisterd. Volgens het relaas proces-verbaal van het zaaksdossier UWV- [verdachte] zijn alle gegevens met betrekking tot [medeverdachte 7] vastgelegd nog voor dat [medeverdachte 7] bij [verdachte] op het spreekuur is geweest (p. 74). Ter onderbouwing wijst de rechtbank bij wijze van voorbeeld op twee willekeurige afspraken uit medicore, zoals weergegeven in het zaaksdossier UWV- [verdachte] , proces-verbaal van bevindingen 1108191130.AMB, opgemaakt door de verbalisant J.F. de Jong, p. 3774-3782.

(p. 3774)

Tijdens onderzoek van de digitale gegevens van psychiater J.P.M. [verdachte] ,

vastgelegd binnen de bedrijfssystemen van Medicore, zijn gegevens

aangetroffen van patiënt Orhan [medeverdachte 7] , geboren op [geboortedatum] te

[geboorteplaats] , wonende [adres] [woonplaats]

(p. 3775/3776)

Bijzonderheden rondom de afspraken zijn:

Dinsdag, 18 november 2008, 18.15 uur

Er zijn geen overige gegevens aangetroffen rondom deze afspraak.

Logboek items Medicore: Voor genoemde intake afspraak van [medeverdachte 7] is 90

minuten directe- en 60 minuten indirecte tijd geregistreerd. De activiteiten zijn:

intake & screening, pré intake, farmacotherapie en psychiatrisch onderzoek.

De logboek items zijn ingevoerd door medewerker JG, onder andere:

15.19

uur wachtlijstgegevens toegevoegd- aanmeldingsdatum 2008-11-18

patiëntgegevens geregistreerd- eigennaam [medeverdachte 7]

zorgtraject geopend- geopend op 2008-11-18

15.21

uur patiëntgegevens gewijzigd- gewijzigd roepnaam Orhan

nieuwe behandeling geopend- behandeling 1

15.22

uur verrichting uitgevoerd- 2.1 intake en screening

15.24

uur EMD verslag toegevoegd-18-11-2008 type behandeling 1

15.27

uur uitdraai- recept, soort medicatierecept

15.28

uur uitdraai- recept, soort medicatierecept

15.30

uur patiënt afspraak gepland- datum 2008-12-15, starttijd 14.15 uur

uitdraai- afspraakbrief

20.36

uur patiënt afspraak gepland- datum 2008-11-18, starttijd 18.15 uur

Afspraak aangemeld- op 2008-11-18 18.15: soort afspraak: intake

20.38

uur: verrichting uitgevoerd- 1 pré intake en farmacotherapie

In de medicatiehistorie zag ik op 18-11-2008 de volgende medicijnen:

1 x Efexor XR, 75 mg, 1 x Oxazepam, 10 mg, 1x Zyprexa, 5 mg allen 0.03

d.d. en 1 x Lormetazepam, 2 mg, 0.01 a.n.

Bij verslag items: activiteit 2.1, medewerker JG, verslag: Zit met schizofrene

vrouw. Depressief. Veel life events in familie.

Ruim 2,5 uur voor de afspraak van [medeverdachte 7] is een EMD verslag toegevoegd, 2 keer een medicatierecept uitgedraaid, een vervolgafspraak gelogd en een afspraakbrief uitgedraaid. De afspraak van 18-11-2008 18.15 uur is ruim 2 uur na de afspraak gelogd.

Donderdag, 15 januari 2009, 13.45 uur

Logboek items Medicore: Medewerker JG

13.10

uur afspraak aangemeld- op 2009-01-15 13.45 uur soort afspraak

structurerende therapie

13.19

uur uitdraai- medicatie recept

13.24

uur patiënt afspraak gepland 2009-03-02 13.00

De laatste gelogde handelingen (de vervolgafspraak voor 2 maart 2009, om 13.00 uur/de rechtbank) is ruim 20 minuten voor het tijdstip van de afspraak.

Tenslotte, het beeld dat de verdachte de pseudo-patiënten niet echt behandelde, wordt bevestigd door verklaringen van anderen dan de op de tenlastelegging genoemde pseudo-patiënten die onder behandeling waren bij de verdachte.

Zeynep [medeverdachte 8] verklaarde bij de politie over de verdachte:

“De psychiater sprak mij dan even en daarna ging ik weer weg.

Hoe lang duurde het gesprek met de psychiater?

Niet eens 5 minuten”.6

Nou zou [medeverdachte 8] geen Nederlands spreken, maar ook met [medeverdachte 9] , die wel vloeiend Nederlands spreekt, vonden geen inhoudelijke gesprekken plaats.

[medeverdachte 9] verklaarde :

“Hij vroeg hoe het met mij ging. Ik gaf dan aan dat het slecht ging maar als ik er dieper op in ging dan zei hij dat ik het maar rustig aan moest doen en vervolgens ging hij al weer verder met de volgende vraag. Hij ging dus niet diep op mijn problemen in.”7

“Je ziet gewoon dat het nep is omdat de psychiater niet met mij over mijn probleem praat. Alleen hoe het met me gaat en of er iets is veranderd. Ik werd niet behandeld. Het ging niet over de onderwerpen zelf. Daarna mocht ik weer weg.”8

Nu de verdachte kennelijk is afgegaan op informatie die hij van [medeverdachte 1] heeft gekregen, geen enkele moeite heeft gedaan deze informatie te controleren en in medicore heeft “weggemoffeld” dat hij zijn patiënten niet echt behandelde en tijd reserveerde voor het oproepen van een tolk terwijl [medeverdachte 1] meekwam om te tolken, moet de verdachte op zijn minst rekening hebben gehouden met de aanmerkelijke kans dat de medische brieven en verklaring die hij afgaf niet in overeenstemming waren met de werkelijkheid. Nu hij in medicore willens en wetens onjuiste informatie omtrent de behandeling van de patiënten heeft opgenomen, heeft hij die aanmerkelijke kans ook aanvaard. Aldus is ook bewezen dat de verdachte de medische verklaring opzettelijk valselijk heeft opgemaakt.

De medische verklaringen zijn geadresseerd aan het UWV en/of het CIZ. Bij gebrek aan een andere redelijke verklaring, die ook niet is aangevoerd, betekent dit dat de verdachte die verklaring of brief moet hebben afgegeven.

5.1.2

Het onder 2 tenlastegelegde

Primair: medeplegen van oplichting

Hierboven heeft de rechtbank gemotiveerd waarom zij bewezen acht dat de verdachte voorwaardelijk opzettelijk de brieven en verklaring met medische gegevens heeft vervalst. Uit deze motivering vloeit voort dat er geen sprake is van enig oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling van hemzelf of van een ander, zoals onder feit 2 primair is tenlastegelegd. Weliswaar wordt dat oogmerk wel aangetroffen bij [medeverdachte 1] , zoals blijkt uit het heden tegen hem gewezen vonnis, maar voor bewijs van medeplegen blijft nog steeds een vereiste van opzet op het samendoen én opzet op de constituerende bestanddelen van het delict. Nu het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening een dergelijk constituerend bestanddeel is én vast staat dat de verdachte dat oogmerk niet heeft gehad, spreekt de rechtbank hem vrij van dit onderdeel van de tenlastelegging.

Subsidiar: medeplichtigheid

Ook voor medeplichtigheid geldt het zogenoemde dubbele opzetvereiste: opzet op de constituerende gedraging en opzet op het behulpzaam zijn bij die gedraging. Anders dan bij het medeplegen is, om van medeplichtigheid te spreken, globale wetenschap van die constituerende gedragingen voldoende. Anders gezegd, waar bij medeplegen van oplichting het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling van zich of een ander het oogmerk van elke medepleger dient te zijn, is voor medeplichtigheid voldoende dat de medeplichtige zich rekenschap heeft gegeven dat een of meer daders dat oogmerk heeft of hebben. Globale wetenschap van het feit waaraan of waarbij de medeplichtige behulpzaam is, volstaat.9

De rechtbank heeft zich langdurig gebogen over de vraag of de verdachte het voor medeplichtigheid aan oplichting vereist opzet heeft gehad. Daarbij is zij, na intensieve bestudering van het dossier, in de eerste plaats tot de conclusie gekomen dat er, zoals door de raadsvrouw bepleit, geen causale relatie is vast te stellen tussen de PGB-uitkeringen van [medeverdachte 3] en van [medeverdachte 7] enerzijds en de medische verklaringen van de verdachte anderzijds, aangezien de verklaringen zijn afgegeven op een moment dat de uitbetalingen van de [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] (nagenoeg) waren gestopt. Na afgifte van die verklaringen zijn er geen of bijna geen uitkeringen aan [medeverdachte 3] of [medeverdachte 7] gedaan. De verdachte dient van die onderdelen van de tenlastelegging onder 2 subsidiair te worden vrijgesproken.

Er is in de tweede plaats wel een causale relatie te ontdekken tussen:

1. de medische verklaring van de verdachte aan het CIZ van 15 februari 2009 over

Z. [medeverdachte 8] (p. 2588 van het zaaksdossier [medeverdachte 9] );

2. die kennelijk is gevoegd bij de aanvraag PGB door [medeverdachte 8] van dezelfde datum (p. 2580);

3. het indicatiebesluit van het CIZ van 23 april 2009 (p. 2615);

4. de toekenningsbeschikking PGB van het zorgkantoor van 7 mei 2009 (p. 2622);

5. de uitbetaling van voorschotten aan [medeverdachte 8] voor 2009 tot een totaal van

€ 36.217,28 (p. 2639);

6. wat na de indiening van de verantwoordingsformulieren uiteindelijk tot een definitieve toekenning heeft geleid van € 31.993,- (p. 2671).

Kortom, de medische verklaring van de verdachte heeft ertoe bij gedragen dat het zorgkantoor enig geldbedrag heeft afgegeven. Gelet op de overwegingen over verdachtes opzet hierboven onder feit 1, in dit verband in het bijzonder ook gelet op de verklaring van [medeverdachte 8] , die er op neerkomen dat de verdachte zich het misbruik van PGB’s heeft gerealiseerd, maar de pseudo-patiënten niet werkelijk behandelde en toch een medische verklaring heeft afgegeven, is de rechtbank van oordeel dat hij in de zaak [medeverdachte 8] opzettelijke een middel heeft verschaft tot het plegen van de oplichting van het zorgkantoor. In zoverre is het tenlastegelegde onder 3 bewezen.

5.1.3

Het onder 3 tenlastegelegde

Ten laste is gelegd dat de verdachte als psychiater een tarief of tarieven in rekening heeft gebracht die niet overeenkwamen met de tarieven voor de betrokken prestaties op grond van het op grond van de Wet Marktordening gezondheidszorg vastgestelde vaste tarief. Uit het dossier is niet gebleken om welk vast tarief het gaat, terwijl dit vaste tarief niet uit openbare bronnen kenbaar is. Ondanks vragen van de rechtbank heeft de officier van justitie niet duidelijk gemaakt om welk vast tarief het hier gaat. Dit leidt tot geen andere conclusie dan dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van dit feit.

6.1.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1B en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij,

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 18 januari 2011, te Rotterdam en/of te Berkel en Rodenrijs en/of te Zwijndrecht en/of te Eindhoven en/of te Dongen en/of te Amsterdam en/of te Helmond, in elk geval (elders) in Nederland,

A.

tezamen en in vereniging met anderen

- een medische verklaring en

brieven met medische informatie,

opgesteld in het kader van en/of gebruikt bij

de beoordeling voor (een aanvraag en/of een indicatiestelling voor/verstrekking van) een Persoons Gebonden Budget-uitkering die medische verklaring en/of die brieven, (telkens) zijnde (telkens) geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig(e) feit(en) te dienen

valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om genoemde medische verklaring en/of genoemde brieven met medische informatie, als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken

en

opzettelijk toen en daar voorhanden heeft/hebben gehad

terwijl hij wist dat genoemde medische verklaring en genoemde brieven met medische informatie,

bestemd waren voor (zodanig) gebruik als ware het echt en onvervalst,

en

B.

in de uitoefening van zijn beroep als arts (psychiater en/of psychotherapeut),

opzettelijk valse verklaringen heeft afgegeven nopens het bestaan of bestaan hebben van ziekten, zwakheden of gebreken,

te weten

Zaaksdossier [medeverdachte 3] :

Tav N. [medeverdachte 3] :

* een brief dd 12 juni 2009, gericht aan de medisch adviseur van het CIZ, bevattende medische gegevens mbt N. [medeverdachte 3] (

en

Zaaksdossier UWV [verdachte] :

tav S. [medeverdachte 5] :

* een medische verklaring dd 30 juni 2010, gericht aan het CIZ, bevattende onder meer medische gegevens van S. [medeverdachte 5] en

tav O. [medeverdachte 7] :

* een brief dd 5 oktober 2009, gericht aan [betrokkene 1] , verzekeringsarts bij het UWV, bevattende medische gegevens van O. [medeverdachte 7] en

* een brief dd 2 april 2010, gericht aan de medisch adviseur van het CIZ, bevattende medische gegevens van O. [medeverdachte 7] ,

bestaande die valsheden daaruit

dat hij, verdachte, ,

in voormelde medische verklaring enbrieven met medische informatie telkens

onjuiste cq valse, immers in strijd met de waarheid, diagnoses/waarden conform de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (As-score(s), en,

- een (of meer) onjuiste cq valse, immers in strijd met de waarheid, diagnoses/waarden mbt de Global Assessment of Functioning (GAF-score), en

- een of meer (deels) onjuiste cq (deels) valse, immers in strijd met de waarheid, ziektebeelden en/of psychische/psychiatrische aandoening(en) en/of gedragsstoornis(sen)

heeft/hebben vermeld en/of heeft/hebben laten vermelden;

2 subsidiair.

dat

B. [medeverdachte 1] en Z. [medeverdachte 8] in de periode van 1 januari 2006 tot en met 11 januari 2011, te Rotterdam en/of te Berkel en Rodenrijs en/of te Zwijndrecht en/of te Eindhoven en/of te Dongen en/of te Amsterdam en/of te Helmond, in elk geval (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging

,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en),

wederrechtelijkte bevoordelen,

door het aannemen van eenvalse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

een uitkeringsinstantie,

te weten

het Zorgkanto(o)r

hebben bewogen tot de afgifte van geldbedragen

hebbende

die B. [medeverdachte 1] en die Z. [medeverdachte 8]

met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk, in elk geval in strijd met de waarheid

a.

een formulier/aanvraag ingevuld en/of laten invullen voor het verkrijgen van een van voornoemde uitkering, welke formulier/aanvraag onjuist informatie mbt haar geestelijke/psychische gezondheid bevatte en/of in welk formulier is verwezen naar informatie mbt haar geestelijke/psychische gezondheid en/of dit formulier(en/aanvraag bezorgd en/of laten bezorgen en/of doen bezorgen bij voormelde instantie(s),

bestaande die onjuiste informatie mbt de geestelijke/psychische gezondheid van de betreffende persoo)n daaruit dat die Z. [medeverdachte 8] geen of in mindere mate last had van de in dat formulier en/of die aanvraagen opgeschreven psychische klachten,

en

b.

die Z. [medeverdachte 8] hebben voorgewend dat ze psychisch ziek was,

en

c.

een medische verklaring opgesteld/geschreven om een PersoonsGebondenBudget, in elk geval een vorm van gesubsidieerde zorg, te verkrijgen,

bijgevoegd, en

dat formulier/die aanvraag met die medische verklaring( verzonden en/of laten verzenden naar het Zorgkanto(o)r,

tot het plegen van welk misdrijf

hij, verdachte,

in de periode van 1 januari 2006 tot en met 18 januari 2011, te te Helmond,

opzettelijk middelenheeft verschaft,

welke medeplichtigheid hierin bestond dat hij, verdachte,

opzettelijk

een valse medische verklaring, heeft opgesteld, te weten

zaaksdossier [medeverdachte 9] :

tav Z. [medeverdachte 8] :

een door verdachte opgemaakt medische verklaring zoals opgenomen in het overzicht bij het indicatiebesluit dd 23 april 2009 (p. 1548), (nav een aanvraag dd 23 februari 2009), bevattende medische gegevens van Z. [medeverdachte 8] ,

bestaande die valsheid daaruit

dat hij, verdachte,

in voormelde medische verklaring

- een onjuiste cq valse, immers in strijd met de waarheid, diagnoseconform de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (As-score(s), en

- een onjuiste cq valse, immers in strijd met de waarheid, diagnose de Global Assessment of Functioning (GAF-score), en

- een (deels) onjuiste cq (deels) valse, immers in strijd met de waarheid, ziektebeeld

heeft vermeld .

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

7 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

(de voortgezette handeling van) valsheid in geschrift, meermalen gepleegd

en

als arts opzettelijk een valse verklaring afgeven nopens het al dan niet bestaan of bestaan hebben van ziekten, zwakheden of gebreken, meermalen gepleegd;

2.

medeplichtigheid aan oplichting.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

8 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

9 Motivering straffen

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft als psychiater een aantal brieven en een verklaring met onjuiste medische informatie opgesteld en afgegeven aan het CIZ, dat verantwoordelijk is voor het beoordelen van aanvragen voor een PGB en de uitbetaling ervan. In deze documenten heeft de verdachte ten onrechte verklaard dat zijn patiënt leed aan een ernstige psychiatrische aandoening en dat deze patiënt niet in staat was voor zichzelf te zorgen. Een van deze brieven heeft er daadwerkelijk toe geleid dat een patiënt ten onrecht een bedrag aan PGB-gelden uitgekeerd heeft gekregen.

De verdachte heeft deze brieven geschreven zonder dat hij zelf grondig medisch en psychiatrisch onderzoek heeft verricht aan de patiënten. De verdachte heeft ook niet de moeite genomen nadere medische informatie op te vragen bij de eerdere behandelaars van zijn patiënten.

Op grond van functie, maatschappelijke status, beroep of rol in het maatschappelijke en sociale leven worden in het strafrecht ten aanzien van sommige personen verhoudingsgewijs hogere eisen gesteld dan aan anderen in vergelijkbare omstandigheden. De bijzondere hoedanigheid of kwaliteit rechtvaardigt in die gedachtegang een hogere standaard van verantwoordelijkheid in rechte. Dit geldt ook voor de verdachte, in zijn hoedanigheid van psychiater. Van hem had meer dan gemiddeld verwacht mogen worden dat hij zich bewust was van de maatschappelijke gevolgen van zijn handelen, maar hij heeft zich daar totaal niet om bekommerd.

De verdachte presenteert zich als een wat naïeve man die volledig vertrouwde op [medeverdachte 1] die patiënten bij hem aanbracht en hem voorzag van persoonlijke informatie en daarbij alleen maar het beste wilde voor zijn ‘patiënten’. Daarbij lijkt hij niet te willen zien dat het geven van een onjuiste voorstelling van zaken aan het CIZ ernstig frauduleus handelen is. Dit soort fraude ondermijnt het stelsel van sociale voorzieningen en tast de geloofwaardigheid van het systeem aan. Bovendien plaatst de rechtbank vraagtekens bij zijn naïviteit. Hij heeft namelijk op grote schaal gefraudeerd met de patiëntenregistraties; hij heeft structureel voor behandelingen en activiteiten veel meer tijd geregistreerd dan hij daadwerkelijk heeft gebruikt. Hij heeft zelfs, zo is hierboven gebleken, behandelingen en activiteiten geregistreerd die in het geheel niet hebben plaatsgevonden. Uit het onderzoek in verdachte’s administratie voor zover vastgelegd in Medicore is gebleken dat hij:

Bovendien heeft hij in de jaren 2008, 2009 en 2010 respectievelijk 22, 97 en 92 dagen meer dan 24 uur aan directe en indirecte tijd gedeclareerd.

De verdachte mag niet klagen, dat het Openbaar Ministerie hem niet heeft vervolgd voor het valselijk opmaken van deze administratie.

De verdachte heeft als psychiater door zijn handelen de kwaliteit en integriteit van de psychiatrie in diskrediet gebracht en ernstige schade toegebracht aan het vertrouwen in de gezondheidszorg. Hij heeft geen enkel inzicht getoond in het laakbare van zijn handelen.

De verdediging heeft naar voren gebracht dat de media-aandacht in deze zaak een zware wissel heeft getrokken op de verdachte en zijn familie. De rechtbank ziet deze media-aandacht als een onvermijdelijk gevolg van strafbaar handelen met een impact als in het onderhavige geval, waar sprake is van grote maatschappelijke verontwaardiging. Zij ziet geen reden om daarmee in voor de verdachte gunstige zin rekening te houden bij het bepalen van de strafmaat.

De rechtbank is van oordeel dat de ernst van het bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtvaardigt dat aan de verdachte een forse straf wordt opgelegd. Echter, de rechtbank is ook van oordeel dat ten voordele van de verdachte rekening moet worden gehouden met de volgende omstandigheden.

De rechtbank overweegt in dit verband allereerst dat zij minder bewezen acht dan de officier van justitie. De verdachte wordt naast van hetgeen hem onder feit 3 ten laste is gelegd, ook vrijgesproken van hetgeen hem primair ten laste is gelegd onder feit 2, het medeplegen van de oplichting, wat toch de kern van het verwijt inhoudt. Hij is in slechts een zaak medeplichtig aan de door anderen gepleegde oplichting.

Daarnaast houdt de rechtbank ten voordele van de verdachte rekening met de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM. Sinds het ontstaan van de

criminal charge en het onderzoek ter terechtzitting zijn ruim vijf jaren verstreken. Het betreft een ingewikkelde zaak, waarin veel onderzoek is verricht. Op verzoek van de verdediging is een groot aantal getuigen gehoord. De rechtbank is van oordeel dat daaraan niet meer dan één jaar vertraging kan worden toegerekend. De rechtbank gaat dan ook, anders dan de officier van justitie, niet uit van een termijnoverschrijding van ongeveer één jaar, maar van twee jaar die voor rekening komt van het Openbaar Ministerie.

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie een ontnemingsvordering aangekondigd.

De rechtbank is zich ervan bewust dat de verdachte nog een forse ontnemingsvordering boven het hoofd hangt.

Daarnaast is duidelijk dat deze zaak ook nu al grote gevolgen heeft gehad voor het persoonlijk en maatschappelijk leven van de verdachte. Hij heeft zijn vak als psychiater niet meer kunnen uitoefenen en is daardoor verstoken geraakt van zijn belangrijkste bron van inkomsten.

Ten slotte ziet de rechtbank een belangrijke strafmatigende factor in de omstandigheid dat niet is gebleken dat de gedragingen van de verdachte, anders dan bij zijn mededaders, zijn voortgekomen uit het oogmerk om uitkerende instanties op te lichten en daar zelf financieel voordeel uit te behalen.

Dit alles geeft de rechtbank aanleiding om af te wijken van door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden. De rechtbank acht alles overwegende een geldboete ten bedrage van vijfduizend euro op zijn plaats, met aftrek van voorarrest. Daarnaast zal de rechtbank als bijkomende straf de verdachte ontzetten van zijn recht tot het uitoefenen van zijn beroep. De verdachte heeft de strafbare feiten gepleegd in de uitoefening van zijn beroep als psychiater en daarbij strafwaardige onverschilligheid ten aanzien van de juistheid van zijn medische brieven en verklaringen tentoongespreid. Het vertrouwen in zijn beroep is door hem zodanig ernstig geschaad, dat een beroepsverbod voor de maximale termijn van vijf jaren gerechtvaardigd is als periode om zijn beroep als psychiater niet uit te mogen oefenen.

Alles afwegend worden na te noemen straf en bijkomende straf passend en geboden geacht.

10 Inbeslaggenomen voorwerpen

De eis van de officier van justitie tot handhaving van het conservatoir beslag met betrekking tot de onder de verdachte inbeslaggenomen vorderingen brengt mee dat de rechtbank in verband met een nog lopend strafrechtelijk financieel onderzoek omtrent het beslag thans geen beslissing zal nemen.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 23, 28, 47, 48, 57, 225, 228 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

12 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

13 Beslissing

De rechtbank:

verklaart de dagvaarding geldig;

verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging;

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 2 primair en 3 tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 5.000,00 (zegge: vijfduizend euro);

met bevel, dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde geldboete in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van € 50,00 (vijftig euro) per dag, zodat na deze aftrek een geldboete van € 0,00 (zegge: nul euro) resteert;

ontzet de verdachte uit het recht tot de uitoefening van het beroep van psychiater-psychotherapeut voor de duur van 5 (vijf) jaren.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.L.M. Boek, voorzitter,

en mrs. C.A. van Beuningen en J.C.M. Persoon, rechters,

in tegenwoordigheid van R. Meulendijk, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 juli 2016.

De jongste rechter is buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst nader omschreven tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij,

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 18 januari 2011, te Rotterdam en/of te Berkel en Rodenrijs en/of te Zwijndrecht en/of te Eindhoven en/of te Dongen en/of te Amsterdam en/of te Helmond, in elk geval (elders) in Nederland,

A.

tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(e)n , althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

- een (of meer) medische verklaring(en) en/of

- een (of meer) medisch(e) rapport(en) en/of

- een (of meer) brief/brieven met medische informatie,

opgesteld in het kader van en/of gebruikt bij

de beoordeling voor (een aanvraag en/of een indicatiestelling voor/verstrekking van) een Persoons Gebonden Budget-uitkering en/of een uitkering krachtens de Wet op de Arbeidsongeschiktheid en/of de Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen

(hierna verder: PGB-uitkering en/of WAO/WIA-uitkering),

- die medische verklaring(en) en/of dat/die medisch(e) rapport(en) en/of die brief/brieven, (telkens) zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig(e) feit(en) te dienen -

valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of heeft/hebben laten opmaken en/of

heeft/hebben vervalst en/of heeft/hebben laten vervalsen,

zulks (telkens) met het oogmerk om genoemde medische verklaring(en) en/of genoemde medisch(e) rapport(en) en/of genoemde brief/brieven met medische informatie, althans dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken

en/of

opzettelijk toen en daar voorhanden heeft/hebben gehad

terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat genoemde medische verklaring(en) en/of genoemde medisch(e) rapport(en) en/of genoemde brief/brieven met medische informatie, althans dat dit/die geschrift(en)

bestemd was/waren voor (zodanig) gebruik als ware het echt en onvervalst,

en/of

B.

in de uitoefening van zijn beroep als arts (psychiater en/of psychotherapeut),

tezamen en in vereniging met

- [medeverdachte 4] , in de uitoefening van diens beroep als arts (psychiater en/of psychotherapeut), en/of

- een of meer ander(en),

meermalen, althans eenmaal,

opzettelijk een of meer valse verklaring(en) heeft/hebben afgegeven nopens het al of niet bestaan of bestaan hebben van ziekten, zwakheden of gebreken,

te weten (onder meer)

Zaaksdossier F. [medeverdachte 2] :

tav F. [medeverdachte 2] , onder meer:

* een brief dcl 24 februari 2010, bedoeld voor een woningcorporatie, betreffende (vervangende) huisvesting voor F. [medeverdachte 2] (p. 5 pv [medeverdachte 2] , p. 862 Bijlagen [medeverdachte 2] ),

en/of

Zaaksdossier [medeverdachte 3] :

Tav N. [medeverdachte 3] :

* een brief dd 12 juni 2009, gericht aan de medisch adviseur van het CIZ, bevattende medische gegevens mbt N. [medeverdachte 3] (CIZ-dossier) (p 21, 22 pv [medeverdachte 3] , p,. 420ev, 458, 460ev Bijlagen [medeverdachte 3] )

en/of

Zaaksdossier UWV [verdachte] :

tav S. [medeverdachte 5] , onder meer:

* een medische verklaring dd 30 juni 2010, gericht aan het CIZ, bevattende onder meer medische gegevens van S. [medeverdachte 5] (UWV-dossier) (p.30 pv UWV [verdachte] , p. 2641, 2652 Bijlagen UWV [verdachte] ), en/of

tav O. [medeverdachte 7] , onder meer:

* een brief dd 5 oktober 2009, gericht aan [betrokkene 1] , verzekeringsarts bij het UWV, bevattende medische gegevens van 0. [medeverdachte 7] (UWV-dossier) (p 52, 54, 56 pv UWV [verdachte] , p. 3147, 3149, 3217 Bijlagen UWV [verdachte] ), en/of

* een brief dd 2 april 2010, gericht aan de medisch adviseur van het CIZ, bevattende medische gegevens van 0. [medeverdachte 7] (CIZ-dossier) (p. 58 pv UWV [verdachte] ,3308, p. 3314 Bijlagen UWV [verdachte] ),

bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) daaruit

dat hij, verdachte, en/of die mededader(s),

in voormelde medische verklaring(en) en/of medisch(e) rapport(en) en/of brief/brieven met medische informatie (telkens)

- een (of meer) onjuiste cq valse, immers in strijd met de waarheid, diagnoses/waarden conform de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (As-score(s), en/of,

- een (of meer) onjuiste cq valse, immers in strijd met de waarheid, diagnoses/waarden mbt de Global Assessment of Functioning (GAF-score), en/of

- een of meer (deels) onjuiste cq (deels) valse, immers in strijd met de waarheid, ziektebeelden en/of psychische/psychiatrische aandoening(en) en/of gedragsstoornis(sen)

heeft/hebben vermeld en/of heeft/hebben laten vermelden;

(artikel 47 lid 1 aanhef onder 1 Wetboek van Strafrecht)

(artikel 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht) (artikel 228 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij,

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 18 januari 2011, te Rotterdam en/of te Berkel en Rodenrijs en/of te Zwijndrecht en/of te Eindhoven en/of te Dongen en/of te Amsterdam en/of te Helmond, in elk geval (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(e)n , althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en),

wederrechtelijk te bevoordelen,

door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

een of meer zorgverzekeraar(s) en/of uitkeringsinstantie(s) en/of een indicatieorgaan, te weten

het UWV en/of het CIZ en/of een of meer Zorgkanto(o)r(en) en/of ene of meer Zorgverzekeraars, in elk geval een of meer instantie(s) die betrokken zijn bij de uitvoering/uitbetaling/uitkering van PGB-gelden en/of andere sociale uitkeringsgelden,

heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer (grote) geldbedrag(en), althans van enig goed, hebbende verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk, in elk geval in strijd met de waarheid

a.

(telkens) een formulier/aanvraag ingevuld en/of laten invullen voor het verkrijgen van een van voornoemde uitkering(en), welke formulier(en)/aanvra(a)g(en) onjuiste en/of valse en/of vervalste informatie mbt de geestelijke/psychische gezondheid van cle betreffende perso(o)n(en) bevatte(n) en/of in welke formulier(en) is verwezen naar onjuiste en/of valse en/of vervalste informatie mbt geestelijke/psychische gezondheid van de betreffende perso(o)n(en), en/of

deze formulier(en/aanvra(a)g(en) bezorgd en/of laten bezorgen en/of doen bezorgen bij voormelde instantie(s),

bestaande die onjuiste en/of valse en/of vervalste informatie mbt de geestelijke/psychische gezondheid van de betreffende perso(o)n(en) daaruit dat de betreffende perso(o)n(en) geen of in mindere mate last had(den) van de in dat/die formulier en/of die aanvra(a)gen vermelde psychische/psychiatrische klachten,

en/of

b.

een of meer valse en/of vervalste, immers in strijd met de waarheid opgemaakte,

-medische verklaring(en), en/of

-medisch(e) rapport(en), en/of

- brief/brieven met medische informatie,

opgesteld/geschreven en/of laten opstellen/schrijven ten behoeve van (een) perso(o)n(en) bij het verkrijgen van een Persoons Gebonden Budget en/of een WAO/WIA-uitkering, in elk geval een vorm van gesubsidieerde zorg en/of van overheidswege verstrekte uitkering,

verzonden en/of laten verzenden naar

het UWV en/of het CIZ en/of een of meer Zorgkanto(o)r(en) en/of ene of meer Zorgverzekeraars, in elk geval een of meer instantie(s) die betrokken zijn bij de uitvoering/uitbetaling/uitkering van PGB-gelden en/of WAO en/of WIA-gelden,

bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsingen, immers in strijd met de waarheid, daaruit dat hij, verdachte en/of die BIG-geregistreerde psychiater(s)/artsen en/of een of meer van zijn andere mededader(s), in/op de medische verklaring(en) en/of medische rapport(en) en/of brief/brieven met medische informatie

- een (of meer) onjuiste cq valse, immers in strijd met de waarheid, diagnoses/waarden conform de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (As-score(s), en/of,

-een (of meer) onjuiste cq valse, immers in strijd met de waarheid, diagnoses/waarden mbt de Global Assessment of Functioning (GAF-score), en/of

- een of meer (deels) onjuiste cq (deels) valse, immers in strijd met de waarheid, ziektebeelden en/of psychische/psychiatrische aandoening(en) en/of gedragsstoornis(sen),

heeft/hebben vermeld en/of heeft/hebben laten vermelden,

en/of

c.

een of meer perso(o)n(en) begeleid en/of laten begeleiden bij (een) (controle)bezoek(en) aan (een) arts(en), welke personen zich,

op advies/commando van hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) en/of nadat de perso(o)n(en) van hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) gedragsbeïnvloedende medicatie had(den) gekregen en/of ingenomen,

anders gedroegen dan hij/zij gebruikelijk de(e)d(en) en/of

dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) hem/haar/hen had verteld/opgedragen/gesommeerd niets te zeggen in aanwezigheid van (een) (verzekerings)arts(en),

en/of

d.

niet gereageerd en/of niet laten reageren op een of meer verzoek(en) van een of meer keuringsarts(en) en/of verzekeringsarts(en) verbonden aan het UWV en/of het CIZ en/of een of meer Zorgkanto(o)r(en) en/of een of meer Zorgverzekeraars, in elk geval een of meer instantie(s) die betrokken zijn bij de uitvoering/uitbetaling/uitkering van PGB-gelden en/of andere sociale uitkeringsgelden en/of uitkeringsvoorzieningen, om inlichtingen tav een persoon die een uitkering ontving,

en/of

e.

een of meer valse en/of vervalste, immers in strijd met de waarheid opgemaakte, verantwoordingsformulier(en) PGB ingevuld en/of laten invullen en/of (vervolgens) verzonden en/of laten verzenden naar

een of meer Zorgkanto(o)r(en) en/of een of meer Zorgverzekeraars, in elk geval een of meer instantie(s) die betrokken zijn bij de uitvoering/uitbetaling/uitkering van PGB-gelden, bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en), immers in strijd met de waarheid, daaruit dat

hij, verdachte, en/of zijn medeverdachte(n)

in/op die verantwoordingsformulier(en) de na(a)m(en) van (een) zorgverlener(s) en/of aan die zorgverlener(s) uitgekeerde geldbedrag(en) heeft/hebben vermelden terwijI die vermelde perso(o)n(en) in werkelijkheid die zorg niet en/of in (veel) mindere mate had(den) verleend en/of dat/die uitgekeerde geldbedrag(en) niet en/of (veel) minder had(den) ontvangen,

waardoor voornoemde instantie(s)/verzekeraars die betrokken waren bij de uitvoering/uitkering/uitbetaling van voornoemde sociale voorziening(en) werd(en) bewogen tot de afgifte van bovenomschreven uitkeringen in het kader van Persoons Gebonden Budget en/of WAO en/of WIA;

(art 326 Wetboek van Strafvordering)

subsidiair:

dat

[medeverdachte 4] en/of B. [medeverdachte 1] en/of Z. [medeverdachte 8] en/of N. [medeverdachte 3] en/of O. [medeverdachte 7] , althans een of meer perso(o)n(en), en/of een of meer andere perso(o)n(en),

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 11 januari 2011, te Rotterdam en/of te Berkel en Rodenrijs en/of te Zwijndrecht en/of te Eindhoven en/of te Dongen en/of te Amsterdam en/of te Helmond, in elk geval (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(e)n , althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en),

wederrechtelijkte bevoordelen,

door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

een of meer zorgverzekeraar(s) en/of uitkeringsinstantie(s),

te weten

het UWV en/of het CIZ en/of een of meer Zorgkanto(o)r(en) en/of ene of meer Zorgverzekeraars, in elk geval een of meer instantie(s) die betrokken zijn bij de uitvoering/uitbetaling/uitkering van PGB-gelden en/of ander(e) socia(a)I(e) uitkeringsgeld(en),

heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer (grote) geldbedrag(en), althans van enig goed,

hebbende

die S. [medeverdachte 4] en/of die B. [medeverdachte 1] en/of die Z. [medeverdachte 8] en/of die N. [medeverdachte 3] en/of die O. [medeverdachte 7] , althans die perso(o)n(en) en/of een of meer andere perso(o)n(en)/mededader(s)

met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk, in elk geval in strijd met de waarheid

tezamen en in vereniging met (telkens) een van hen en/of met een ander en/of anderen, althans alleen,

a.

(telkens) een formulier/aanvraag ingevuld en/of laten invullen voor het verkrijgen van een van voornoemde uitkering(en), welke formulier(en)/aanvra(a)g(en) onjuist informatie mbt haar/zijn/hun geestelijke/psychische gezondheid bevatte(n) en/of in welke formulier(en) is verwezen naar informatie mbt haar/zijn/hun geestelijke/psychische gezondheid en/of deze formulier(en/aanvra(a)g(en) bezorgd en/of laten bezorgen en/of doen bezorgen bij voormelde instantie(s),

bestaande die onjuiste informatie mbt de geestelijke/psychische gezondheid van de betreffende perso(o)n(en) daaruit dat die Z. [medeverdachte 8] en/of die N. [medeverdachte 3] en/of die O. [medeverdachte 7] , althans die perso(o)n(en), geen of in mindere mate last had(den) van de in dat/die formulier en/of die aanvra(a)gen opgeschreven psychische klachten,

en/of

b.

die Z. [medeverdachte 8] en/of N. [medeverdachte 3] en/of die 0. [medeverdachte 7] , althans perso(o)n(en) hebben voorgewend dat ze psychisch ziek was/waren,

en/ of

c.

bij die formulier(en)/aanvra(a)g(en)

een of meer medische verklaring(en) en/of een (of meer) medisch(e) rapport(en) en/of een of meer brief/brieven met medische informatie, opgesteld/geschreven om een PersoonsGebondenBudget , in elk geval een vorm van gesubsidieerde zorg, te verkrijgen,

bijgevoegd, en/of

die formulier(en)/aanvra(a)g(en) met die medische verklaring(en) en/of dat/die medisch(e) rapport(en) en/of die brief/brieven met medische informatie verzonden en/of laten verzenden naar het UWV en/of het CIZ en/of een of meer Zorgkanto(o)r(en) en/of ene of meer Zorgverzekeraars, in elk geval een of meer instantie(s) die betrokken zijn bij de uitvoering/uitbetaling/uitkering van PGB-gelden,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf/misdrijven

hij, verdachte,

samen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 18 januari 2011, te Rotterdam en/of te Berkel en Rodenrijs en/of te Zwijndrecht en/of te Eindhoven en/of te Dongen en/of te Amsterdam en/of te Helmond, in elk geval (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(e)n , althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

opzettelijk behulpzaam is geweest, en/of

opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft,

welke medeplichtigheid hierin bestond dat hij, verdachte, al dan niet tesamen met zijn mededader(s) (oa B. [medeverdachte 1] ), voor die Z. [medeverdachte 8] en/of die N. [medeverdachte 3] en/of die 0. [medeverdachte 7] , althans die perso(o)n(en),

opzettelijk

(telkens) valse en/of valselijke medische verklaring(en) en/of een (of meer) valse en/of valselijke medisch(e) rapport(en) en/of een of meer valse en/of valselijke brief/brieven met medische informatie, heeft opgesteld, te weten

zaaksdossier [medeverdachte 9] :

tav Z. [medeverdachte 8] :

een door verdachte opgemaakt medische verklaring dd (22) april 2009 (p. 1566), zoals opgenomen in het overzicht bij het indicatiebesluit dd 23 april 2009 (p. 1548), (nav een aanvraag dd 23 februari 2009), bevattende medische gegevens van Z. [medeverdachte 8] ,

en/of

Zaaksdossier [medeverdachte 3]

tav N. [medeverdachte 3] :

een door verdachte opgemaakte een medische verklaring dd 12 juni 2009, met betrekking tot een verlenging van het PersoonsGebonden Budget van dhr. N. [medeverdachte 3] (p. 458) en/of nav de aanvraag dd 17-6-2009 (p. 444) (en zoals opgenomen n het indicatiebesluit dd 9 september 2009 (p.460, p 471), bevattende onder meer de volgende medische gegevens van die N. [medeverdachte 3] ,

en/of

Zaaksdossier [verdachte] :

tav O. [medeverdachte 7] :

een B-formulier, behorend bij de aanvraag AWBZ-zorg dd 12 april 2010 (p3232 ev), opgemaakt/ingevuld door verdachte, bevattende onder meer de (handgeschreven) medische gegevens van 0. [medeverdachte 7] ( p. 3248-3250, 3276),

bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) daaruit

dat hij, verdachte, en/of die mededader(s),

in voormelde medische verklaring(en) en/of medisch(e) rapport(en) en/of brief/brieven met medische informatie (telkens)

- een (of meer) onjuiste cq valse, immers in strijd met de waarheid, diagnoses/waarden conform de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (As-score(s), en/of,

- een (of meer) onjuiste cq valse, immers in strijd met de waarheid, diagnoses/waarden mbt de Global Assessment of Functioning (GAF-score), en/of

- een of meer (deels) onjuiste cq (deels) valse, immers in strijd met de waarheid, ziektebeelden en/of psychische/psychiatrische aandoening(en) en/of gedragsstoornis(sen)

heeft/hebben vermeld en/of heeft/hebben laten vermelden;

(artikel 48 Wetboek van Strafrecht)

(artikel 326 Wetboek van Strafrecht)

3.

dat

hij, als psychiater, in elk geval als zorgaanbieder,

in of omstreeks de periode van 13 november 2008 tot en met 9 december 2010

te Helmond,

een of meer tarief/tarieven in rekening heeft gebracht,

die niet overeen kwam(en) met het tarief/de tarieven voor de betrokken prestatie(s) op grond van art 50, eerste lid, onderdeel b van de Wet Marktwerking Gezondheidszorg (vast tarief),

(rapport NZA december 2011, rapport NZA dd 4-2-2013 (p. 3231 ev le aanlevering Deel 1 Alg. PV én aanvullende stukken bij brief dcl 9-9-2014)

namelijk

heeft hij, verdachte,

tav een of meer patiënten meer tijd aan zorg geregistreerd en/of geadministreerd dan dat daadwerkelijk aan zorg is besteed (en/of derhalve een hoger tarief heeft gefactureerd dan op grond van de DBC te verwachten/toegestaan was),

te weten (onder meer)

tav patiënt 1:

tav de Initiële Diagnose Behandeling Combinatie (verder: DBC):

onterechte registratie van

- direct patiëntgebonden tijd : 160 minuten

- indirect patiëntgebonden tijd : 240 minuten - algemeen indirecte tijd, : 155 minuten

tav Vervolg-DBC: onterechte registratie van:

- direct patiëntgebonden tijd : 45 minuten

- indirect patiëntgebonden tijd : 100 minuten

en/of

tav patiënt 2:

tav de Initiële Diagnose Behandeling Combinatie (verder: DBC):

onterechte registratie van:

- direct patiëntgebonden tijd : 145 minuten

- indirect patiëntgebonden tijd : 215minuten - algemeen indirecte tijd, : 125 minuten

tav Vervolg-DBC 1: onterechte registratie van:

- direct patiëntgebonden tijd : 60 minuten

- indirect patiëntgebonden tijd : 140 minuten

tav Vervolg-DBC 2: onterechte registratie van:

- direct patiëntgebonden tijd : 15 minuten - indirect patiëntgebonden tijd : 20 minuten

(zie aanvullende stukken)

en/of

tav patiënt 3 en/of 4 en/of 8 (tav de direct patiënt gebonden tijd): patiënt 3:

Zorgtype 101: Initiële DBC: onterechte registratie van:

7 november 2008 : 60 minuten, en/of 13 februari 2009 : 50 minuten, en/of

17 april 2009 : 30 minuten, en/of

6 juli 2009 : 15 minuten

en/of

Zorgtype 2: Vervolg DBC: onterechte registratie van: 25 januari 2010 : 15 mlnuten, en/of

8 september 2010 : 15 minuten

(p. 3244, 3245, 3278)

en/of

patiënt 4:

Zorgtype 101: Initiële DBC: onterechte registratie van:

13 mei 2009 : 15 minuten, en/of

7 juli 2009 : 60 minuten

en/of

Zorgtype 2: Vervolg DBC: onterechte registratie van:

18 oktober 2009 : 20 minuten, en/of 25 januari 2010 : 15 minuten

2 september 2010: 15 minuten

(p.3249)

en/of

patiënt 8:

Zorgtype 101: Initiële DBC: onterechte registratie van: 15 december 2008: 15 minuten, en/of

8 september 2009 : 15 minuten

en/of

Zorgtype 2: Vervolg DBC: onterechte registratie van: 4 december 2009 : 15 mlnuten, en/of

20 januari 2010 : 15 minuten, en/of

22 januari 2010 : 15 minuten,

(p.3264);

(artikel 35 lid 1 en onder a Wet Marktwerking Gezondheidszorg)

(artikel 1, onder 1 Wet op de Economische Delicten)

1 Algemeen proces-verbaal Marque, p. 2862.

2 Algemeen dossier, p. 2895

3 Verklaring van de verdachte bij de politie, afgelegd op 20 januari 2010. Algemeen dossier (2e deel) blz. 2871

4 Zaaksproces-verbaal UWV [verdachte] , p. 3853.

5 Zaaksproces-verbaal UWV [verdachte] , p. 3836.

6 Dossier [medeverdachte 9] , blz. 3482

7 Dossier [medeverdachte 9] , blz. 3377

8 Dossier [medeverdachte 9] , blz. 3383

9 Gerechtshof Den Haag, 7 september 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2964